Omdat 2017 waarschijnlijk niet wezenlijk anders zal zijn dan 2016, een interview met hoogleraar Ruud Koopmans in het AD. Koopmans is een vooraanstaand en internationaal gerenommeerd socioloog. Hij heeft vooral naam gemaakt met onderzoek naar politieke claims en politieke participatie van moslims. Het brede publiek kent hem waarschijnlijk vanwege zijn onderzoek onder moslims naar fundamentalisme en vijandigheid tegenover groepen. Dat onderzoek laat volgens Koopmans zien dat een grote meerderheid van Europese moslims opvattingen koestert die haaks staan op wat hij ziet als belangrijke waarden in de Westerse samenleving. Zo blijkt uit zijn onderzoek dat een groot deel van de moslims zich schaart achter het idee dat de Koran door God geopenbaard is en de Koran verkiest boven de grondwet. Daarbij zou de vijandigheid van moslims ten opzichte van andere groepen groter zijn dan bij christenen het geval zou zijn. En de religiositeit van moslims lijkt hoger te liggen dan bij andere groepen. Religiositeit is, volgens Koopmans, an sich niet of slechts zeer zwak gerelateerd aan vijandschap ten opzichte van andere groepen, maar hangt wel sterk samen met een hoog niveau van fundamentalisme.

Uit ander surveyonderzoek, onder andere van het SCP, blijkt dat de religiositeit onder moslims inderdaad hoog is. Althans in ieder geval identificeren veel mensen met een moslimachtergrond zich sterk met de islam. Als het gaat om praktisering ontstaat een meer grillig plaatje: jongeren beleven en praktiseren hun religie anders dan hun ouders. Er zijn tekenen die wijzen op secularisering, maar daar zijn weer opvallende uitzonderingen bij.

Etnografisch onderzoek vraagt mensen niet om te antwoorden op “gesloten” vragen, maar probeert te achterhalen welke betekenis mensen zelf aan woorden en handelen geven. Dergelijke onderzoeken wijzen op secularisering, maar daar zijn weer opvallende uitzonderingen bij. Dit type onderzoek laat zien dat voor veel moslims de Koran inderdaad het woord van God is. Of dat ook per se betekent dat de Koran boven de grondwet staat voor hen is niet helemaal helder, maar is ook weer geen verrassende bevinding. Het hoeft in elk geval niet te betekenen dat ze vinden dat ze zich niet aan de (grond)wet hoeven te houden.

Wat etnografisch onderzoek namelijk laat zien is dat zo’n opvatting over de Koran en God nog niet betekent dat mensen niet willen of kunnen participeren in de samenleving. Integendeel, religiositeit lijkt vaak een positieve factor te zijn wanneer het gaat om burgerschap en sociale betrokkenheid. Voor veel gelovigen is hun relatie met de Koran en God zeer persoonlijk en individueel. Dat geldt ook voor degenen die Koopmans zou kwalificeren als fundamentalistisch: velen van hen werken, gaan naar school, hebben goede relaties met collega’s, buren, leerkrachten, enzovoorts. Dat wil niet zeggen dat er nooit sprake is van conflicten of spanningen, maar veel moslims zo laat etnografisch onderzoek zien, anticiperen al op mogelijke reacties van niet-moslims en passen hun gedrag en uiterlijk daaropaan. De beperking van etnografisch onderzoek is natuurlijk dat het zich lastig laat generaliseren.

Met andere woorden, het onderzoek dat Koopmans heeft gedaan naar fundamentalisme laat mogelijk wel iets zien over attitudes van mensen, maar nog niet over de veelheid aan interpretaties en wijze van praktisering of over hoe mensen in de dagelijkse praktijk hun levenswijze en levensbeschouwing uitdragen en aanpassen in relatie tot anderen. En daarmee komen we op het interview van Koopmans in het AD. Ik zal dat bespreken op vier punten: de tegenstelling tussen islam en het westen; zelfreflectie en mobilisatie; dreigingspotentieel; islamisering.

De islam en het westen
Koopmans opvattingen staan of vallen met de tegenstelling die hij maakt tussen islam en het Westen. Zoals gebruikelijk maakt hij een onderscheid tussen islam en radicale islam en stelt hij dat bijna de helft van de miljard moslims die radicale islam aanhangen. Het is niet duidelijk waar hij dat op baseert. In ieder geval niet zijn eigen onderzoek want dat gaat over slechts zes Europese landen en is dan ook niet zomaar te generaliseren naar andere contexten (Ik houd me aanbevolen voor tips over wetenschappelijk onderzoek dat dit aantoont). Iets dat hij zelf ook lijkt te constateren wanneer hij het heeft over de terreur in Duitsland. Volgens hem heeft de geringe hoeveelheid aanslagen in Duitsland te maken met het feit dat Duitsland relatief weinig Arabieren heeft: schijnbaar speelt ook etniciteit een rol? Een dergelijk bijna causaal verband tussen een bevolkingsgroep en mogelijk geweld is overigens niet houdbaar en zonder meer racistisch te noemen.

Koopmans schept dus enerzijds een (inconsistent) doembeeld van islam: “die hardere cultuur”. Aan de andere kant schept hij een ideaalbeeld van het Westen: “onze ‘zachte’ samenlevingen”. Consistent is dat hij zich ook daarbij baseert op ideologische principes, zonder zaken als racisme, de onschuldige slachtoffers van westerse interventies in bijvoorbeeld Irak en Afghanistan en de bloedige twintigste eeuw in Europa zelf te zien als exemplarisch voor het Westen. Hoewel het bij de islam gaat om een religieuze categorie en bij het Westen om een cultureel-geografische categorie – die dus best kunnen samenvallen – stelt hij ze toch tegenover elkaar. De al eeuwenoude aanwezigheid van moslims in Europa (bijvoorbeeld de Tataren en andere moslims in Oost-Europa, en de eerdere aanwezigheid van moslims in Spanje en op Sicilië) evenals de al eeuwenoude handelsrelaties en wetenschappelijke uitwisseling tussen het Midden-Oosten en Europa, logenstraffen eigenlijk alle homogeniserende voorstellingen van islam en het Westen als tegengestelde entiteiten. Temeer omdat er niet één islam is (als het gaat om praktisering en interpretatie) en ook niet een homogeen Westen.

Zelfreflectie en mobilisatie
Na iedere aanslag door IS of Al Qaeda zijn er talloze moslimorganisaties die daar afstand van nemen. Er zijn lange lijsten van islamitische gezaghebbers die 9/11 hebben veroordeeld, talloze islamitische organisaties en individuele moslims zijn betrokken bij anti-radicaliseringsprogramma’s. En er zijn diverse (inderdaad kleine) demonstraties geweest en, niet te vergeten, het grootste deel van de slachtoffers van de oorlog in Syrië is moslim en het grootste deel van de strijders tegen IS en Al Qaeda heeft die achtergrond ook. Dat maakt de zoveelste professor die Oost-Indisch doof is voor verklaringen en protest vanuit moslimgemeenschappen wel een beetje problematisch en doorzichtig. De mensen over terreur zeggen “’dat heeft niets met islam te maken” betekent niet dat men geen verantwoordelijkheid neemt. Men zegt namelijk hiermee, zo blijkt uit vrijwel al het onderzoek, “jullie (IS, enzovoorts) zeggen wel dat je islamitisch bent, maar dat ben je niet.” Islamitische organisaties die stellen dat IS niets met islam te maken, maken islam juist onderdeel van hun anti-radicaliseringsprogramma. Dat is geen ontkenning, maar het aanpakken van de problemen. Tegelijkertijd is de uitspraak “dit heeft niets met islam te maken” ook een manier om te stellen: “maak mij niet verantwoordelijk voor de daden van iemand anders”. Voor Koopmans is er echter maar één verklaring: gebrek aan vermogen tot zelfkritiek.

Dat veronderstelde gebrek verbindt hij met de stelling dat er een enorm gevoel van superioriteit over islam is onder moslims en met het feit dat niet-moslims (dat zijn 5 miljard mensen, maar Koopmans zal wel iets anders bedoelen) kritiek smoren met het verwijt van islamofobie. Dat laatste is volstrekte onzin. We hebben nu al meer dan 15 jaar een debat met allerlei islamofobe stemmen en die worden zelden gesmoord. En al helemaal niet met een ‘verwijt’ van islamofobie. Integendeel, het ‘verwijt’ van islamofobie werkt vrijwel altijd averechts. Het resulteert namelijk bijna altijd in tegenkritieken die moeten aantonen hoe problematisch islam wel niet zou zijn. Opvallend is daarbij het verwijt van Koopmans aan de ‘radicalen’ dat zij naar de rechter stappen als ze hun zin niet krijgen. Enerzijds moeten we volgens hem duidelijker definiëren wat de kern van de rechtsstaat is (daar zijn overigens de nodige meningsverschillen over), maar als radicalen precies doen wat binnen de grenzen van de rechtsstaat ligt en naar de rechter stappen, is dat een probleem. Wees blij zou ik zeggen. En daarbij: ja, ook radicalen hebben rechten.

Dreigingspotentieel
Volgens Koopmans zijn er 50 miljoen moslims die geweld acceptabel vinden om de islam te verdedigen. Het is niet duidelijk aan welk onderzoek hij dat ontleent. In het geval van Nederland had hij het eerder over 100.000, een cijfer dat is gebaseerd op een wel heel twijfelachtige interpretatie van onderzoek van Tillie, Roex en Van Stiphout. Vraag is ook hoe deze cijfers zich verhouden tot niet-moslims die zich willen verdedigen tegen islam of andere dreigingen. Tien tot twintig procent (wat hij stelt voor moslims) die zeggen bereid te zijn om geweld te gebruiken, lijkt me niet onaannemelijk, maar meer is er niet over te zeggen (ZIE NRC HIERONDER). Het is ook niet duidelijk wat voor geweld Koopmans bedoelt en evenmin of hij verlangt dat moslims eigenlijk pacifisten zijn, of dat hij vindt dat voor hen het recht van zelfverdediging niet geldt.

Daarbij is stellen dat je geweld goedkeurt, is nog iets anders dan daadwerkelijk overgaan tot geweld. Zo blijkt dat een kwart van de PVV-stemmers geweld acceptabel vindt. Er is maar een heel klein deel dat daadwerkelijk geweld gebruikt (overigens heeft Koopmans het daar niet over, dat doet alleen de interviewer Wierd Duk). En ook voor het onderzoek waaruit dit blijkt geldt: nadere duiding en aanvullend onderzoek is noodzakelijk. Dit zijn geen nieuwe baanbrekende kritieken. Sterker nog, in zijn eigen onderzoek volgt Koopmans ook de lijn dat steun voor geweld nog lang niet het hetzelfde is als daadwerkelijk geweld gebruiken en dat we niet weten hoe dit zich verhoudt tot andere groepen (maar zie Gallup).

Koopmans legt een direct verband tussen diegenen die geweld accepteren en aanslagplegers: die lone wolfs zouden helemaal niet eenzaam zijn. Maar dat is natuurlijk onzin. Onder voorwaarden en onder bepaalde omstandigheden geweld accepteren uit naam van de islam, wil nog niet zeggen dat je aanslagen van IS en Al Qaeda goedkeurt. Sterker nog: onderzoek van PEW laat daarbij zien dat het overgrote deel van de moslims geweld tegen burgers en zelfmoordaanslagen afkeurt. De algehele cijfers die laten zien dat er (beperkt) steun is voor geweld, liggen in het PEW-onderzoek lager dan die Koopmans geeft. Daarbij zijn er grote verschillen tussen landen, maar bij elkaar opgeteld zou je wel op 50 miljoen kunnen uitkomen. Hoe die verschillen verklaard moeten worden is niet helemaal duidelijk. Het analysekader van Koopmans biedt er in elk geval geen houvast voor. (Voor samenhang tussen politiek jihadistisch geweld en maatschappelijke factoren zie dit stuk van Will McCants.)

Islamisering
Volgens Koopmans is een zoon van hem afgewezen bij een artsenpraktijk in Kreuzberg omdat een groot aantal islamitische patiënten bezwaar zou hebben tegen jonge mannelijke stagiaires. Een vriend van hem is hetzelfde overkomen. Dat is bewijs ergens voor, zij het anekdotisch bewijs. Maar hoe is het een bewijs van islamisering? Alleen omdat het gaat om islamitische patiënten die bezwaar maken? Het lijkt er hier eerder op dat Koopmans zijn interpretatie van islam projecteert op mensen die (volgens wie eigenlijk?) een islamitische achtergrond hebben en alles wat toegeeft aan moslims een vorm van islamisering noemt. Overigens geeft Koopmans geen definitie van islamisering: ook hier blijft het gissen wat hij nu eigenlijk bedoelt.

Met het thema van islamisering wordt het perspectief op de participatie van moslims gereduceerd tot dat doembeeld van islam. Het verandert de participatie van moslims, ook al gebeurt dat geheel binnen de grenzen van de rechtsstaat in iets ongewensts: een cultureel conflict. In het extreme doorgetrokken betekent deze retoriek dat aan moslims gevraagd wordt om bij inburgering af te zien van een deel van hun rechten, in het bijzonder de godsdienstvrijheid. Het is een opvallend punt: hoe meer moslims zich voegen in het bestaande systeem en daar net als ieder ander gebruik van maken, hoe groter het probleem wordt in de ogen van anti-islamiseringsactivisten. De vraag blijft open hoe Koopmans dat precies ziet

Tot slot
Hoe Koopmans vanuit zijn eigen onderzoek (of enig ander) komt op 50 miljoen moslims die bereid zijn om geweld te gebruiken, is onduidelijk. Hoe hij van daaruit komt op zijn stelling dat het Westen zich weerbaarder moet opstellen, is eveneens onduidelijk. En weerbaar waartegen? Tegen dat geweld? Tegen de bereidheid tot geweld? Tegen islamisering? Het blijft gissen. Eén van zijn antwoorden is: duidelijker definiëren wat de kern van de rechtsstaat is. Maar hoe dat voortkomt uit het vorige is niet helder en evenmin is het helder wat die kern volgens hem is. Hoe je dat overigens kunt stellen zonder ook het geweld tegen asielzoekers in ogenschouw te nemen is me onduidelijk. Het lijkt me toch wel relevant gezien de golf aan racistisch geweld in Duitsland en Nederland (met dank aan DW voor dit punt).

Koopmans stelt zich teweer tegen het idee dat hij rechts-radicalen als Wilders en de Duitse AfD in de kaart zou spelen. Hij wil ook niet op die lijn gesteld worden en noemt zich een ‘ouderwetse sociaaldemocraat’. Ik zou hem zeker niet op lijn van de PVV en AfD zetten inderdaad. Koopmans’ opvattingen over cultuur en over de tegenstelling tussen het Westen en de islam passen beter binnen de sociaaldemocratische en liberale traditie van racialisering. Onderzoek van onder andere socioloog Duyvendak laat zien claims van minderheden in Nederland de laatste twintig jaar steeds meer onder vuur liggen, terwijl het idee van een meerderheidscultuur die seculier en progressief zou zijn, steeds meer als norm wordt gepresenteerd. Alle regeringsnota’s over integratie en minderheden benadrukken het belang van zogeheten Nederlandse culturele verworvenheden en kernwaarden. De ideeën van radicale partijen zijn geen breuk daarmee, maar een radicalisering ervan. Koopmans met zijn nadruk op de rechtsstaat en het onderscheid tussen radicale islam en islam past daar niet bij. Wel kan zijn rommelige en rammelende betoog het radicale anti-islam gedachtegoed bevorderen en ondersteunen.

Koopmans heeft natuurlijk gelijk als hij stelt, in relatie tot Merkels ‘wir schaffen das’, dat het toelaten van migranten een politieke beslissing is en dat daarover gediscussieerd moet kunnen worden. Het is echter wel verstandig om dit te doen op basis van een genuanceerde weergave van eigen en andermans onderzoek, daarbij te laten zien waar er verschillen zijn tussen wetenschappers en geen contextloze schijntegenstelling tussen islam en het westen te construeren.

Ook over het onderzoek van Ruud Koopmans

Moslimfundamentalisme in Europa… Nou en? – Cas Mudde / StukRoodVlees

‘Meerderheid heeft het allang voor het zeggen’ – Jan Willem Duyvendak

Muslim fundamentalism – Some considerations about research | C L O S E R

Het onderzoek van Koopmans
Koopmans, Ruud (2015): “Religiöser Fundamentalismus und Fremdenfeindlichkeit. Muslime und Christen im europäischen Vergleich“. In: Jörg Rössel/Jochen Roose (Hg.): Empirische Kultursoziologie. Festschrift für Jürgen Gerhards zum 60. Geburtstag. Wiesbaden: Springer VS, S. 455-490.
Koopmans, Ruud (2015): “Religious Fundamentalism and Hostility against Out-groups. A Comparison of Muslims and Christians in Western Europe“. In: Journal of Ethnic and Migration Studies, Vol. 41, No. 1, S. 33-57.
Six Country Immigrant Integration Comparative Survey (SCIICS) met Prof. Dr. Ruud Koopmans, Evelyn Ersanilli, PhD (University of Oxford

Naschrift
NRC checkt: ‘Vijftig miljoen moslims accepteren geweld’ – NRC

Volgens datzelfde salafisme-onderzoek vindt 14 procent van de Nederlandse moslims soms geweld de enige manier om een ideaal te bereiken. Volgens Deens onderzoek was 17 procent van Deense moslims bereid om jihadi’s die worden gezocht door de politie te laten onderduiken.

Volgens een onderzoek van Pew uit 2006, waar Koopmans vorig jaar naar verwees, vindt 16 procent van de Franse en Spaanse, 15 procent van de Britse en 7 procent van de Duitse moslims het gebruik van zelfmoordaanslagen of ander geweld tegen burgers ter verdediging van de islam soms gerechtvaardigd. Bij toevoeging van „zelden” verdubbelt dat soms.

In 2007, stelde Pew vast dat het animo onder moslims voor zelfmoordaanslagen wereldwijd daalt. In een onderzoek van 2013 onder moslims buiten West-Europa is dat ook duidelijk te zien. Dat jaar vindt in een islamitisch land als Pakistan 13 procent van de bevolking geweld ‘soms’ of ‘vaak’ geoorloofd. Van de 157 miljoen moslims in Pakistan accepteren er dus 20 miljoen geweld. In andere dichtbevolkte islamitische landen als Egypte is dat 29 procent en in Bangladesh 26 procent.

Leuk bedacht NRC. Maar dat is niet hoe Koopmans aan dat getal komt. Die doet dat zo.

‘Het Westen moet zich veel weerbaarder opstellen’ | Nieuws | AD.nl

Je moet vaststellen dat van het miljard moslims bijna de helft een intolerante vorm van de islam aanhangt, waarbinnen haat jegens afvalligen en homoseksuelen en het schenden van vrouwenrechten normaal zijn. Van die 500 miljoen mensen, blijkt uit onderzoek, is tien tot twintig procent bereid om geweld te accepteren – ook tegen burgers – om de islam te verdedigen. Dat zijn minstens 50 miljoen moslims. Dan weet je waar die ‘eenzame wolven’, die terreuraanslagen plegen, vandaan komen. Die zijn helemaal niet eenzaam.”

Dit is een factchecken die vergelijkbaar is met een klok die om 12 uur stil staat. Dan heb je in ieder geval twee dagen per jaar gelijk. Daarbij weten we dan nog niks over de omstandigheden waaronder geweld geoorloofd zou zijn volgens mensen. Dus wellicht dat het cijfer klopt (ik stel dan ook niet voor niets dat het cijfer niet onaannemelijk was), maar wat het betekent en hoe we het cijfer moeten interpreteren? Geen idee.

En Koopmans was op de radio:

Ruud Koopmans: ‘Het Westen moet zich beter weren tegen de radicale islam’ – De Ochtend – NPO Radio 1

Het Westen onderschat nog altijd het gevaar van de radicale islam. Wereldwijd zijn minstens 50 miljoen moslims bereid om geweld te accepteren. Ook tegen burgers om de islam te verdedigen. In Nederland moet 45 procent van de moslims van Turkse en Marokkaanse komaf worden beschouwd als ‘fundamentalistisch’. Dat stelde socioloog Ruud Koopmans, socioloog in Berlijn, gisteren in het AD.

Sven Kockelmann praat met Koopmans over de stelling: ‘Het Westen moet zich beter weren tegen de radicale islam’

En:
Wat is er allemaal aan de hand? – Medium

Deze bijdrage is bedoeld als een kritische reflectie op het onderzoek en de uitspraken van Ruud Koopmans in het interview in het Algemeen Dagblad. Niets meer en niets minder. Door: Willem Sonneveld en Joost Jansen

‘Vijftig miljoen moslims accepteren geweld’ – Een check op de factcheck – Nieuwwij

Op nrc.nl werd op 4 januari een ‘fact check’ gepubliceerd die nagaat of enkele uitspraken van socioloog Ruud Koopmans in een interview met het Algemeen Dagblad wel kloppen. Zijn uitspraken impliceerden immers dat enorme aantallen moslims, 50 miljoen (!), geweld accepteren. Het NRC-artikel tracht de feitelijkheid van deze stelling na te gaan door te grasduinen in een aantal onderzoeken en komt tot de conclusie dat deze bewering van Koopmans waar is. De wijze waarop die conclusie bereikt wordt, en het gebrek aan noodzakelijke nuanceringen, doet echter de vraag rijzen of deze fact check zelf niet om een fact check vraagt.

Door: Jonas Slaats

En:
Overdrijf dreiging van extremistische moslims niet – NRC

Koopmans benoemt twee van de zes kenmerken van radicalisme (één interpretatie van de Koran en het eigen superieure gedachtengoed) en één van de drie extra kenmerken van extremisme (geweld). Hij geeft hiermee een onvolledig beeld en overschatting van de omvang en de dreiging van de radicale en extremistische islam (in Nederland). Extremisme (geweld op basis van een overtuiging) komt voort uit radicalisme en veronderstelt een bredere en diepere overtuiging dan fundamentalisme. Binnen ons salafismeonderzoek scoort 4,2 procent van de Nederlandse moslims 4 of hoger op een 6-punts radicalisme-schaal. Voor 5 of hoger is dat 1 procent. Dat is dus maar een klein deel van de 45 procent die Koopmans noemt. Als hiervan 10 tot 20 procent geweld legitimeert om zijn geloof te verdedigen, zoals Koopmans inschat, dan gaat dat om een kleine groep. Een niet te verwaarlozen en belangrijke groep, maar niet zo omvangrijk als Koopmans suggereert.

Door: Jean Tillie

Margreet van Es in AD: moslims spreken zich wel degelijk uit tegen terreur – Universiteit Utrecht

Dr. Margreet van Es (Religiewetenschap) reageert in het Algemeen Dagblad (11 januari) op de stelling dat moslims zich meer zouden moeten uitspreken tegen terroristische aanslagen. Volgens haar doen moslims dat al genoeg, en het is hoog tijd dat Nederland dat erkent.

Klopt dit wel: ’50 miljoen moslims steunen geweld uit naam van geloof’ – Wetenschap – Voor nieuws, achtergronden en columns

Berichten verspreiden zich vaak razendsnel, of ze nu kloppen of niet. Wij proberen de zin van de onzin te scheiden. Vandaag: vijftig miljoen moslims steunen geweld voor hun geloof.

‘Geweld gebruiken is iets anders dan geweld accepteren’ | Lezersbrieven | AD.nl

Het interview van AD-verslaggever Wierd Duk met socioloog Ruud Koopmans kreeg deze week talloze reacties. Dit is de mening van schrijver Hans Maarten van den Brink.

Lezer schrijft: klopte die factcheck nu wel of niet? – NRC

Over die factcheck – en het voorpagina-interview dat er de basis van was – barstte een hevige discussie los. Enkele tientallen lezers reageerden met – kritische en instemmende – berichten aan de auteur van factcheck, redacteur Binnenland Maarten Huygen, die Koopmans eerder interviewde voor NRC.

Ook op de redactie van NRC liepen de meningen sterk uiteen: was dit gewoon een feit of tendentieus? Op websites verschenen kritische stukken over het interview en de factcheck. Rechts-revolutionaire sites zagen in de ophef vooral stuiptrekkingen van de politiekcorrecte elite en media.