Zoals van tevoren aangekondigd bestaat het Project Nora tot een week na de verkiezingen en het twitter account heeft nu een slotje. Voor de rest zijn alle bijdragen toegankelijk, lees ze eens! Na deel 1 met een algemene terugblik op Project Nora en deel 2 met een beschouwing over mijn participatie, nu deel 3: de lessen van Nora.

Project Nora leert een paar lessen als het gaat om het terugpraten naar het dominante vertoog over islam en moslims.

1) Het tegendraadse spektakel werkt: de presentatie van Nora met hoofddoek en de term islamofobie is genoeg om reacties op te roepen zoals in de realiteit het simpele bestaan van moslims en islam en het claimen van een stem en aanwezigheid al reacties oproepen. De reacties die pleiten voor een meer verbindende aanpak laten vooral zien hoe de politiek van verbinding dat bestaande vertoog niet kan ondermijnen of zelfs versterkt. Daarbij komt nog dat fase 2 van Nora (de verbindende fase), veel minder reacties krijgt. Wellicht hebben die wel impact, maar dat kunnen we niet zien.

2) Tot op zekere hoogte negeert Project Nora dat dominante vertoog. Immers, men beantwoordt niet de vragen of opmerkingen van politici, opiniemakers en activisten, maar bespreekt deze op een meta-niveau om vervolgens de inhoudelijke uitspraak te bekritiseren. In feite reageert men indirect tegen de volgende stellingen: Moslims worden voortdurend neergezet als ‘anders’ dan andere burgers op basis van verwijzingen naar hun cultuur en/of religie; De cultuur van moslims en hun religie staan haaks op de Westerse en bedreigen deze zelfs; vooral mensen van Turkse, Marokkaanse, Somalische, Syrische en Iraakse afkomst worden weergegeven op basis van hun toegeschreven culturele en/of religieuze essentie én hun land van herkomst (dat dan ook weer in essentie islamitisch zou zijn); moslims zijn religieuze wezens en solidair met moslims, meer dan anderen; vroeg of laat komt er een link met een transnationale beweging of trend: meestal ‘salafisme’ en/of Moslim Broederschap; vroom islamitisch gedrag wordt al snel gezien als teken van fanatisme en radicalisme; en na de vorige stap zijn islamisering en terrorisme nooit ver weg. De duiding van Project Nora is natuurlijk nooit het einde van discussie. Een dergelijke duiding is, net als alle andere vormen van duiding, nooit waardevrij en vertrekt altijd vanuit specifieke vooronderstellingen. Zo vertrekt Project Nora vanuit een idee van gelijkwaardigheid, het idee dat vrijheid en islam geen tegenstellingen zijn en het idee dat de samenleving pluralistisch is. Open deuren zegt u misschien, maar gezien de reacties ook gevoelige vooronderstellingen.

3) Moslims worden niet natuurlijk niet alleen aangesproken door dominante vertogen die hen door anderen worden opgelegd. Ook onder moslims zijn er zaken te bespreken zoals anti-zwart racisme, seksisme, homofobie, anti-semitisme, enzovoorts. En moslims hebben te maken met dominante vertogen die ook anderen worden opgelegd: homofobie, seksisme, anti-zwart racisme, enzovoorts Project Nora richt zich echter vooral, of uitsluitend, op die dominante vertogen over islam en moslims door anderen en meet de eigen reactie daaraan af. Ik vraag me af hoe een meer intersectionele Project Nora eruit zou zien.

3) De meta-duiding die Project Nora geeft, heeft nog een vooronderstelling: ‘Wij zeggen nu even hoe het echt zit, hoe deze uitspraak echt gelezen en geduid moet worden.’ Daar vallen twee argumenten tegenin te brengen. Ten eerste, de duiding wordt gedaan door wetenschappers, maar wetenschappelijke debatten staan ook niet stil en er is verschil van standpunt: zie de verschillende termen islamofobie, moslimfobie, moslimhaat en anti-moslim racisme, die deels op dezelfde fenomenen betrekking hebben, maar toch ook niet helemaal hetzelfde zijn. De duidingen geven een zekere eenduidigheid terwijl die er in het academische circuit niet is. Het is dus nooit het definitieve antwoord, maar wordt nu wel gebruikt in het hele spel van de strijd over posities en definities in het debat over islam en moslims. Ten tweede, de duiding gaat soms voorbij aan wat werkt in het publieke debat. De term moslimhaat lijkt bijvoorbeeld makkelijker geaccepteerd te worden dan de term islamofobie. Als we dan die scheiding tussen die twee niet accepteren, slaan we dan niet de argumenten uit handen van degenen die discriminatie en dergelijke willen bestrijden met de term moslimhaat en spannen we zo niet het paard achter wagen?

4) De macht van taal. Het is makkelijk gezegd dat Nora zich drukker maakt om de vorm en toon van het debat dan om de inhoud. Dat suggereert een scheiding tussen toon en inhoud die maar ten dele vol te houden is maar wel heel vaak wordt gemaakt in het debat. Iemand een hond noemen is een inhoudelijke opmerking, maar de toon is hier ook inhoud. Immers, iemand van wie je houdt noem je geen hond (en als dat wel zo is ga er dan maar snel van weg). Met andere woorden de toon is inhoud en dat laat Project Nora door haar eigen spektakel zelf zien en legt dat ook bloot.

5) Anonimiteit is een groot goed. Anonimiteit beschermt de mensen van Project Nora. Gezien de bagger die Enis Odaci over zich heen heeft gekregen, zorgt anonimiteit voor veiligheid. Anonimiteit zorgt ervoor dat de aandacht uit kan gaan naar de inhoud van teksten en dat het lezen ervan en de waardering ervan niet wordt afgeleid door de persoon. Maar toch doet zich hier wel een probleem voor: representatie. Ten eerste was Project Nora niet anoniem: Enis Odaci was het gezicht van Project Nora tijdens de looptijd van het project. Ten tweede had Project Nora een eigen symbool: een vrouw met hoofddoek. We kunnen best stellen dat Nora niet bestaat (het is een acroniem), maar feit is wel dat velen Project Nora aanvankelijk vooral vereenzelvigden met Odaci. En in tweede instantie natuurlijk met mij. Dat levert Project Nora een dijk van een representatie probleem op. Twee mannen die het gezicht zijn van een project met een avatar van vrouw met hoofddoek en die vereenzelvigd worden met die avatar. Dat gaat weliswaar volledig voorbij aan hoe Project Nora zich gepresenteerd heeft en het gegeven dat Nora helemaal niet bestaat als persoon (het is een acroniem), maar zo ziet een deel va het publiek dat natuurlijk niet. Die ziet of een moslimvrouw gereduceerd  tot een symbolisch trucje om de aandacht te trekken of mannen die zich voordoen als vrouw of een trol of een combinatie daarvan. Weliswaar geschiedt een dergelijke reductie en vereenzelviging vooral als reactie op slechts een klein aantal posts, maar die krijgen dan wel de overhand. Aan de andere kant, het is vrij makkelijk voor te stellen wat de reacties geweest zouden zijn als er wel een vrouw was opgestaan als gezicht van Project Nora: zie de reacties op de allereerste tweet.

6) Het was best een goed idee om mee te doen, al zal niet iedereen dat met mij eens zijn. Natuurlijk zitten er grenzen aan tot hoever je als antropoloog kunt participeren, maar wat mij betreft bleef dit ruim binnen de grens. Immers, ik ben geen onderdeel van het kernteam en daarmee nog steeds een buitenstaander (de participatie was dus beperkt). Het project bood de mogelijkheden om wetenschappelijke kennis over racisme om te zetten in maatschappelijk relevant commentaar. Het het project was zelf een leerzame gebeurtenis zowel in de sterke als zwakke punten; enerzijds om te zien hoe het publieke debat kan werken en anderzijds hoe men effectief kan terugpraten naar het dominante verhaal over islam en moslims. Uiteindelijk ben ik niet anoniem gebleven, maar de manier waarop is toch onhandig. Mijns inziens moeten wetenschappers met open vizier werken als dat hun veiligheid niet in gevaar brengt, maar deze vorm (aanvankelijk anoniem en daarna met mijn naam eronder) is toch wat halfslachtig. Of je doet een project anoniem (liever niet dus) of je doet het vanaf het begin met je eigen naam erbij.

7) Ik heb een idee voor een vervolg op Project Nora.

Deel 1: Nieuwsgierig, Onderzoekend, Religieus en Assertief
Deel 2: De Onuitstaanbare Nora