Gastauteur: Jamila Faloun

Afgelopen zaterdag hebben vier krachtige vrouwen, Berna Toprak, Ibtissam Abaaziz, Nawal Mustafa en Saida Derrazi geschiedenis geschreven door het organiseren van de eerste Nederlandse Muslim Women’s March  tegen de structurele uitsluiting van moslimvrouwen in Nederland en voor zelfbeschikkingsrecht.

Hoewel het blok van de Muslim Women’s March binnen het geheel van de 15.000 mensen tellende Women’s March niet de grootste was in aantallen, was het zeker één van de krachtigste en luidruchtigste. Zelfs de leuzen werden overgenomen door andere blokken die meeliepen in de Mars. Een mars gekenmerkt door intersectionaliteit en diversiteit. Samen met elkaar tegen onderdrukking, omdat elke vorm van onderdrukking met elkaar in connectie staat en jouw rechten, mijn rechten niet tegen elkaar in te wisselen zijn of onderhandelbaar.

Het voelde goed toen de leus Baas over eigen hoofd en Raise your voice; my body my choiche werrd mee gescandeerd door mensen die niet kunnen weten wat de (gevoels)impact is van Islamofobie op de moslimvrouw en dat zij het strijdtoneel is over wiens hoofd (letterlijk en figuurlijk) wordt gevochten. Ook voelde het goed dat mensen van de Oecumenische Synode, mannen en vrouwen die zelf geen moslims zijn meeliepen uit pure solidariteit, die zeggen “Ik sta met jullie omdat jij die uitsluiting voelt en dat is genoeg voor mij”!

Tegelijkertijd voelde ik ook pijn, teleurstelling en boosheid, want er waren niet of nauwelijks moslimmannen die tijdens de mars meeliepen. Het kan toch niet zo zijn dat er in dit blok van de Women’s March maar een handjevol moslimmannen aanwezig waren? Tijdens de mars heb ik niet willen stilstaan bij deze gevoelens omdat dit de kracht en getoonde liefde van de deelnemers tekort zou doen.

Want waar waren onze geestelijken, imams, moskeebestuurders, en koepelorganisaties tijdens de Muslim Women’s March? En de politieke vertegenwoordigers van (islamitische) politieke partijen? Realiseren ook zij zich wel dat in 90% van de meldingen over Islamofoob-geweld vrouwen de slachtoffer ervan zijn? Waarom wel opstaan en je stem laten horen als een moskee wordt aangevallen of een islamitische school wordt gesloten, maar niet aanwezig zijn tijdens deze mars? Islamofoob geweld tegen vrouwen verdient dezelfde massale aandacht en verontwaardiging uit de moslimgemeenschappen!  Het mandaat nemen om de spirituele, theologische en maatschappelijke ‘noden’ van je geloofsgemeenschappen te faciliteren betekent dat jullie tijdens de Muslim Women’s March naast ons hadden moeten staan.

De strijd tegen de uitsluiting van moslimvrouwen verdient ook solidariteit en erkenning vanuit de politiek. Deze strijd kan niet alleen gedragen worden of de solidariteit getoond door de vrouwen van NIDA DENK PVDA, of BIJ1. De rest van de politieke partijen hebben het volledig laten afweten in aanwezigheid van zowel vrouwen als mannen. Staan voor een inclusieve samenleving, waarin je de stem bent van de gemarginaliseerde maakt solidariteit van essentieel belang en juist omdat er moslimvrouwen bewegen in jullie midden was jullie aanwezigheid, als man, een morele plicht.

En hoe zit het met het maatschappelijk middenveld? Al die zgn. gesprekspartners van de overheid en media, die voor de belangen “staan” van de ‘minderheidsgroepen? Die er als de kippen bij zijn als het een ‘high-profile’ event/gebeurtenis betreft. Waar waren jullie? Of is de uitsluiting van moslimvrouwen niet ‘high-profile’ genoeg?

Ben ik boos? Ja! Maar ik voel mij vastberadener en meer gesterkt dan ooit want als wij, als moslimvrouwen, deze strijd niet zelf aangaan dan kunnen we lang wachten op verandering. Zoals het vrouwencollectief S.P.E.A.K. al schreef;  ‘we don’t need to be on your menu. We don’t need a seat at your table. We have our own tables.’Waar het echter omgaat is dat de strijd voor gelijkwaardigheid en tegen uitsluiting intersectioneel is en we alleen samen tegen onderdrukking kunnen strijden.

Het is mijn bedoeling stellig te zijn omdat het belang van de moslimvrouw in haar strijd tegen uitsluiting alle andere belangen overstijgt, en pas als erkend wordt dat patriarchaal denken verweven zit in de haarvaten van de samenleving kan er structurele verandering plaatsvinden. Het gaat niet om individuen maar om het groter geheel van partijen, instituties en organisaties die vastgeroest zitten in eigen denkstructuren en waarbij vrouwen nog altijd in de minderheid zijn met name op de posities waar besluiten worden genomen of invloed uitoefenen mogelijk is.

Ik geloof in het rimpel-effect, dus elk steentje dat we in de zee gooien zal uiteindelijk leiden naar een tsunami maar soms gaat het niet snel genoeg en dan gooien we rotsen.

Jamila Faloun is politiek actief bij NIDA en lijstduwer voor de Provinciale Staten. Ze is maatschappelijk actief bij o.a. Divers Den Haag en werkzaam als jeugdverpleegkundige in de jeugdgezondheidszorg. En een deelnemer aan de Muslim women’s march!