NRC / Timor & Ramy El-Dardiry: We verzonnen onze eigen islam / moslims, koester uw verschillen

Komkommertijd, dat is de term waarmee veel ophef over Muskens en Wilders verklaard wordt. Volgens mij gaat komkommertijd echter niet zozeer om het opwaarderen van klein nieuws, maar om een soort vakantie-lamlendigheid waardoor we echt goede en belangrijke bericht vergeten.

Neem bijvoorbeeld het stuk van Timor en Ramy El-Dardiry in de NRC van gisteren. Timor El-Dardiry studeerde Internationale Economie en Internationale Betrekkingen in Maastricht en Washington DC. Hij woont en werkt in Maastricht; Ramy El-Dardiry (1985) is master student technische natuurkunde aan de Universiteit Twente. Hij bracht tijdens zijn studie enkele maanden door bij het Jaringan Islam Liberal in Jakarta. Hij studeert af in Amsterdam.

Hun stuk ‘We verzonnen onze eigen islam’ ademt de sfeer van een ‘knip- en plakislam’, maar dan niet één die inherent radicaal is en ook niet zomaar wat a-historisch gefröbel is (in die zin is de tekening van Oppenheimer erbij ook niet echt correct). Het gaat om een strijd over de definitie van de islam waarbij jongeren moeten onderhandelen met anderen: moslims en niet-moslims, en met zichzelf. Het is een stuk dat duidelijk maakt hoe de omgeving en ontwikkelingen in de lokale, nationale en mondiale omgeving deze onderhandelingen beinvloedt. Dat is altijd zo, maar wat de islam bijzonder maakt is dat deze veel meer dan welke religie ook een onderwerp van publiek debat is. Zij wijzen op de interessante paradox dat religie gezien wordt als privé-zaak. Dit is in toenemende mate sinds de jaren negentig het geval, maar juist in die jaren negentig wordt islam langzaam maar zeker een publiek onderwerp. Zolang dat blijft is het overigens nagenoeg onmogelijk dat islam echt een privé-zaak wordt.

Het stuk is hieronder integraal weergegeven. Naar mijn bescheiden mening het beste en meest interessante stuk dat sinds lange tijd in de opinie-pagina’s is verschenen: goed geschreven, evenwichtig met veel voer voor discussie.

Wij zijn rooms-islamitisch opgevoed. Voor het slapen gaan deden we een schietgebedje naar Mekka. Met Kerst sloten we de avond af met cognac-overgoten Christmaspudding.

God zat met wijselijke barmhartigheid op Zijn witte wolk en lachte ons bemoedigend toe. Als onze moeder het nodig vond, kwam als waarschuwing een duiveltje te voorschijn. Zo werden ons de manieren van de gegoede burgerij bijgebracht.

Op de rooms-katholieke voetbalvereniging en de basisschool van Onze-Lieve-Vrouw waren we de geaccepteerde buitenstaanders.

Onze vriendjes deden communie en ondergingen het mysterieuze Heilig Vormsel, wij hadden vrij met het suikerfeest en we gingen, gehuld in twee handdoeken, op kleine bedevaart. Religie was een natuurlijk onderdeel van onze jeugd. In het pittoreske Limburgse dorpje aan de Maas was iedereen godsdienstig en wij, die rare moslims met die mooie zwarte krullen, werden enigszins begrepen en opgenomen.

Na de basisschool gingen we In hun dorp in Limburg waren Timor en Ramy El-Dardiry ‘rare moslims met mooie krullen’. Ze hoorden erbij. Alles is nu anders. Opeens gaat het over teksten. Een ‘e x e g e t i s ch welles-nietes-steekspel’.

naar de stad. Op het gymnasium was geloven opeens niet vanzelfsprekend meer: nagenoeg iedereen was atheïst. Leerlingen en leraren bevroegen ons. Elk dag een fantastisch woordenspel. We weigerden natuurlijk zomaar te seculariseren en onze jeugd op te geven.

We verdedigden onszelf. Ons woord en onze merkwaardige vorm van godsdienst werden al snel voor de enige juiste aangenomen.

Zo werden wij voor de dwalenden en de heidenen een religieuze autoriteit. De brave klasgenootjes zagen met ons de machtig zware deur naar de Oriënt op een kiertje gaan. Vanzelfsprekend konden wij op dat moment die deur niet hard in hun gezicht dichtgooien. Dat zou onbeleefd zijn geweest.

We verzonnen dus onze eigen islam, en werden daarbij apologetisch.

We benadrukten en herhaalden koranverzen die ons goed uitkwamen tot vervelens toe. Vrouwonderdrukkende verzen plaatsten we in de context van het zevende eeuwse Arabische schiereiland, of we vergaten ze gewoon.We maakten een mal en goten daar ons geloof in. Net zoals christenen toen ze met de midwinterfeesten in aanraking kwamen, of moslims die op elk Indonesisch eiland lokale tradities opnamen in hun godsdienst.

We kneedden de islam in elke gewenste vorm. De zandkorrel werd een schijnende parel. Mohammed werd een heilige maagd: Onze Lieve Man. Amen.

Dat kon niet lang goed gaan.

Reizen naar de geboortestad van onze vader, Alexandrië, lieten ons zien dat de islamitische wereld zoals wij die bij elkaar hadden gefantaseerd niet bestond. Het was allemaal net wat strenger en meer op de regels. De paus had op het Egyptische vasteland minder macht. Wij waren de echte Oriëntalisten geworden. Wijlen Edward Said had er een interessante studie van kunnen maken. 11 september kwam. Ons verhaal werd door klasgenootjes niet langer geloofd. Van de ene op de andere dag werden we niet meer voor vol aangezien door zowel moslims als niet-moslims. De misselijkmakende goedpraatverhaaltjes kwamen onszelf nu ook de neus uit. Het was laf geweest, te makkelijk. We besloten er even geen zin meer in te hebben. We vermeden discussies over religie.

Er was rust.

In dezelfde tijd kookte de rest van de wereld. Meer dan ooit werd de islam een studieobject. Tekstanalyses verschenen. Marokkaanse reljongeren, kunstenaars, van het Rifgebergte geplukte imams, ja zelfs wiskundedocenten: iedereen had opeens een mening over de islam. [•Vervolg allah: pagina 7]

Moslims, koester uw verschillen

allah

Die mening was bijna altijd gebaseerd op dezelfde teksten: de Koran en de hadith.

Dat is op zichzelf niet raar: de Koran is het heilige der heiligen in het islamitische geloof.

Voor moslims is de Koran Gods zoon op aarde. Toch wordt aan het belang van de letterlijke Koran te veel waarde gehecht. Critici en trouwe gelovigen bevinden zich op hetzelfde vlak en zijn het gevoel voor diepte kwijt. Beide groepen verengen de islam tot een simpele literatuurstudie. Daaruit zijn maar twee conclusies mogelijk: óf de Koran toont aan dat de islam een gewelddadige en onderdrukkende godsdienst is, óf ze bewijst dat de islam superieur en boven kritiek verheven is. De voorwaarden voor een exegetisch welles-nietes steekspel zijn geschapen.

Volgens de critici heeft de islam nooit een Verlichting gekend, en nemen moslims het woord van de Koran dus en masse letterlijk.

Zo schrijft Gerry van der List in 2005 een artikel in Elsevier. Terwijl christenen hun Bijbel nu op een humanistische wijze interpreteren, lijken volgens Van der List „de meeste moslims…een dergelijke geestelijke distantie tot de Koran echter niet te kunnen opbrengen.

Zij nemen alles letterlijk en verabsoluteren het woord van Allah.” Herman Philipse verklaarde in 2004: „Ik maak me zo druk over de islam omdat ik niet veel op heb met een godsdienst waarvan het heilige boek oproept tot het, desnoods met geweld, vestigen van een theocratie.” Deze en vele andere opiniemakers menen dat de Koran letterlijk geïnterpreteerd dient te worden, al is het maar omdat moslims dat blijkbaar ook doen.

Ondertussen worden de betogen steeds vijandiger en potsierlijker. Bovenstaande rederingen hebben ertoe geleid dat binnen de vrijheidslievende VVD dit jaar stemmen opgingen om alleen verspreiding van een gecensureerde koran toe te staan. Geert Wilders gaat zoals gewoonlijk een stapje verder door de Koran in zijn geheel te willen verbieden.

Islamcritici krijgen steeds opnieuw de [•Vervolg van pagina 1] mogelijkheid voor open doel te scoren. De voorzetten wordt gegeven door figuren als Mohammed B., die na zijn misdaad koranteksten achterliet op het lichaam van Theo van Gogh. Gematigde moslims zijn niet in staat gebleken een betekenisvol antwoord te geven op dit soort fundamentalisten, die zich beroepen op dezelfde Koran als zij. In plaats daarvan ontvluchten zij iedere vorm van kritiek door krampachtig vol te houden dat de Koran geweld afkeurt, en de islam dus vredelievend is. De heilige tekst en de profeet (vrede zij met hem, wees gegroet) behoren niet bekritiseerd te worden. De verontwaardigde reacties na Submission en de Deense cartoons tonen aan dat de collectieve moslimtenen nog altijd te lang zijn. Mohammed Arkoun, islamitisch geleerde aan de Sorbonne, zag het zes jaar geleden al: „Er is geen enkele intellectuele ontwikkeling te bekennen in islamitisch Nederland.”

Het is opmerkelijk hoe droge tekstanalyses zoveel oproer, misverstand en pijn kunnen veroorzaken. Logischerwijs leidt de discussie dan ook tot niets. We zijn sinds de kogel door de moskee ging alweer een half decennium verder, maar het gaat nog steeds over hoofddoekjes en boerka’s. Die zijn saai en vermoeiend. Het schiet zo niet op.

Terwijl het islamdebat verzandde in verhitte tekstanalyses, staken wij de wereldzeeën over op zoek naar avontuur en ademruimte.

De één zag in Indonesië hoe moslims verenigd in het Liberal Islam Network een kritische benadering van islam uitdragen.

In plaats van een letterlijke interpretatie van de Koran doen zij een beroep op de menselijke rede om daarmee de islam te vertalen naar de moderne tijd. In het oosten van Jakarta strijden zij samen met vrijdenkers, journalisten en kunstenaars voor vrijheid van meningsuiting, persvrijheid en vrijheid van religie.

Opmerkelijk genoeg hebben veel van de meest liberale Indonesische moslims een traditionele achtergrond en hebben ze een zeer religieuze opleiding gevolgd. Zij zijn hierdoor van jongsaf aan vertrouwd geraakt met het feit dat de islam op uiteenlopende manieren wordt beleefd. In plaats van zich monomaan op de Koran te concentreren, kennen ze de verschillende tradities en interpretaties binnen de islam. Pluralisme beschouwen zij als normaal, en zelfs wensel ijk.

Vergelijk dit eens met fundamentalistische moslimintellectuelen in Indonesië. Die hebben vaak een moderne achtergrond: ze zijn in de stad opgegroeid en hebben veelal exacte wetenschappen gestudeerd. Ze maken pas tijdens hun studie aan seculiere universiteiten grondig kennis met de islam.

Dat gebeurt veelal via radicale organisaties, gefinancierd vanuit Arabische landen. Die bieden niet alleen een sociaal netwerk, maar ook een simplistische versie van de islam, waarin goed makkelijk van kwaad te onderscheiden is. De vrome moslim houdt zich aan de strenge regels, de afvallige en de ongelovige niet. Ironisch genoeg zijn het dus juist deze jonge, uiterst moderne mensen die analytische methoden tot hun academische discipline beperken, en hun religie daardoor beschermen tegen een kritische benadering. Die verstrekkende realiteit is niet uit de leggen door alleen te kijken naar de Koran of de hadith.

Tegelijkertijd bevond de ander zich in de Verenigde Staten, waar hij ervoer dat religie er veel meer dan in Europa geaccepteerd wordt in het publieke domein. Deze vanzelfsprekendheid van godsdienstbeleving is een belangrijke reden waarom de integratie van moslims er minder problematisch verloopt dan in Europa. De socioloog José Casanova stelt dat publiek uitgedragen religieuze identiteit in de Verenigde Staten van groot belang is voor de integratie van nieuwkomers.

Terwijl immigranten in de Verenigde Staten ontdekken dat religiositeit hun kansen bevordert, worden zij in Europa juist gezien als een dubbel probleem. Ze zijn niet alleen arm, maar ook nog eens religieus. Dat kan de integratie alleen nog maar méér belemmeren, is hier de gedachte. In Europese ogen laat de ideale immigrant zijn of haar religie netjes bij de grens achter. De snelste manier waarop moslims in Nederland écht volwaardige kansen voor zichzelf kunnen creëren is om radicaal seculier, maar liever nog atheïst te worden.

Niet alleen islam, maar religie an sich wordt door veel Nederlandse islamcritici als achterlijk gezien, en daardoor afgewezen als een legitieme publieke identiteit. Het eeuwenoude trauma van godsdienststrijd is nog steeds niet afdoende verwerkt. Dat maakt duidelijk waarom het islamdebat in zulke absolute termen gevoerd wordt. De Europese oplossing, de heilige secularisering, interpreteert men nog altijd als het radicaal verbannen van religie naar de huiskamers.

Het is daardoor niet mogelijk een grondig publiek debat te voeren over hoe een religie beleefd wordt: dat is immers een privézaak. Dat mag dan zo zijn, maar die privézaak verklaart wél waarom de ene moslim radicaliseert en de andere niet. Tekstanalyse alléén schiet daarin tekort: beiden lezen immers dezelfde Koran.

Inmiddels zijn we beiden weer terug in Nederland. Toegegeven, het was geruststellend om dit land in dezelfde staat aan te treffen als waarin wij het verlieten. Maar inmiddels begint het gebrek aan vooruitgang ons te vervelen en te verontrusten. Er hangt te veel van het islamdebat af om te blijven steken in gezever over eeuwenoude verzen.

Want bijna iedereen verliest in een strijd tussen moslimfundamentalisten en islamcritici, die allemaal uitsluitend uit de Koran citeren om hun gelijk te halen. De gemiddelde Nederlander ontwaart een angstaanjagend zwart- wit beeld van de islam. Gematigde en liberale moslims raken vervreemd en onttrekken zich aan de discussies. Alleen de terrorist is tevreden, omdat hij op zijn mooie bruine ogen wordt geloofd wanneer hij volhoudt zuiver volgens de Koran te handelen.

En dat terwijl ook hij de Koran vrijelijk interpreteert. Immers: of hij wil of niet, hij leeft in een moderne samenleving. Als we de islam als een kleurloze monoliet blijven beschouwen, geven we de extremisten daarmee vrij spel.

Zowel moslims als bezorgde westerse intellectuelen dienen een begin te maken met het ontheiligen van de tekst in het debat, om zo tot een constructieve dialoog te komen.

Het is hoog tijd dat we pluralisme en kleurverschillen onderkennen en aanmoedigen.

Dat vereist ook een minder geforceerde houding tegenover religie in de publieke ruimte.

Moslims moeten ervoor waken dat hun religie het slachtoffer wordt van een vervlakkende globalisering. Dat we overal op de wereld dezelfde smakeloze hamburgers kunnen verorberen, is al erg genoeg. Om op dezelfde manier de islam uit te leveren aan enkele met oliedollars gefinancierde, fundamentalistische stromingen is triest en zelfs gevaarlijk. Moslims: koester de diversiteit binnen uw religie. Critici zouden er op hun beurt verstandig aan doen radicalen te wijzen op de verschillen binnen de islam, in plaats van steeds weer te hameren op de zogenaamd onoverbrugbare verschillen tussen de islam en het Westen.

Mocht God bestaan, dan zit Hij er hoogstwaarschijnlijk niet op te wachten dat Hij louter via Zijn eigen tekst aangevallen of aanbeden wordt. Hij had de mens toch wat creatiever neergezet. Die tekst zal namelijk voor iedereen verschillend blijven. Daarom konden wij ons rooms-islamitische geloof prima verkopen. Onze godsdienstbeleving was natuurlijk een curiositeit, maar ze was even authentiek als dat van moslims in Jakarta, Washington of Amsterdam. Ze was even oprecht als dat van liberale, extremistische of orthodoxe geloofsgenoten. Geen enkel geschrift heeft betekenis in een vacuüm.

Als moslims hun geloof alleen met de tekst beleven en blijven verdedigen, zijn ze verloren; als criticasters religie alleen op de tekst aanvallen, zal er niets veranderen.

One thought on “NRC / Timor & Ramy El-Dardiry: We verzonnen onze eigen islam / moslims, koester uw verschillen

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*
*
Website