De Marokkaanse Uitzondering?

Guest Author: Nina ter Laan

Marokko staat in het westen bekend als één van de meest liberale landen van Noord Afrika. Wat wij in Nederland over Marokko te weten komen wordt vaak gezien door de lens van migratie en integratiedebatten. We moeten echter niet vergeten dat de economische drijfveren (armoede) van de Marokkaanse gastarbeiders (voornamelijk uit de Rif) in de jaren ‘60 en ‘70 van de vorige eeuw, destijds voortkwamen uit politieke onderdrukking. Dezelfde misstanden die nu door bevolkingen in het MO aan de kaak worden gesteld. Is er zoveel veranderd in de tussenliggende jaren in Marokko? Want tot nu toe krijgt de revolutionaire geest die momenteel over landen in het MO waart geen vat op het land. Er zijn wel reacties vanuit de bevolking gekomen. Kleine protesten werden al geïnitieerd in steden als Tanger en Fes en een viertal mensen stak zichzelf in brand, in de hoop een vergelijkbare protestactie als in Tunesië te ontketenen. Ook via sociale media roepen kleine groepen op tot protest. Maar dit alles heeft niet hetzelfde effect gehad als in Tunesië, Egypte of zelfs Algerije.

De overheid reageerde ook. De Marokkaanse minister van informatie Khalid Naciri zei tijdens een persconferentie dat de Marokkaanse regering de volken in de Arabische wereld steunt, maar benadrukte tegelijkertijd het belang van stabiliteit van Marokko voor de rest van de regio. Bovendien zei hij dat het koninkrijk al lang het pad van meer democratie en vrijheden is opgegaan. Het vertrouwen in het veronderstelde voltooide democratisering proces van Marokko staat echter haaks op de onmiddellijke verhoging van de subsidies op voedselprijzen en het verplaatsen van militaire troepen van de Westelijke Sahara naar de binnenlanden als reactie op de onrust in Tunesië.

Of Marokko daadwerkelijk al gedemocratiseerd is, zoals Naciri beweert, valt te betwijfelen. Wel is het het enige land in de regio dat reeds sinds eind jaren negentig van de vorige eeuw al een geleidelijk democratiseringsproces heeft ondergaan. Als antwoord op het einde van de koude oorlog en onder druk van internationale mensenrechtenorganisaties werden er aan het einde van het bewind van Hassan II, de toenmalige koning van Marokko, hervormingen doorgevoerd. De Marokkaanse bevolking ging onder zijn bewind namelijk gebukt onder repressie. Tijdens zijn bewind trad hij hardhandig op tegen binnenlandse tegenstanders van het regime. Deze periode wordt ook wel “De loden jaren” genoemd. In 1970 en 1972 werden er door het leger aanslagen gepleegd op de koning. Beide aanslagen mislukten en de daders werden geëxecuteerd en hun families gearresteerd en jarenlang vastgehouden in mensonterende omstandigheden. Ook de Berbertalige bevolking uit de Rif is meerdere malen in opstand gekomen tegen repressies van het regime zoals tijdens de opstand in de jaren vijftig en later de jaren 80. Beide opstanden werden hardhandig neergeslagen door het leger. Na de laatste Rif opstand zette Hassan geen voet meer in het gebied en liet de regio aan haar lot over. De hervormingen zetten een nieuwe koers in en kwamen in een stroomversnelling toen Mohammed 6 zijn vader na zijn dood opvolgde in 1999. Nu, na een decennium Mohamed 6 aan het bewind lijkt er meer speling te zijn, zeker in vergelijking met de buurlanden. De armoede in Marokko is niet onderdrukkend, de kosten van levensonderhoud zijn relatief laag, er heerst niet al decennia lang een noodtoestand (zoals bijvoorbeeld in Egypte of Algerije), waardoor protesten tot op zekere hoogte getolereerd worden.

Toch zijn ook veel Marokkanen ontevreden met de huidige situatie met name door armoede (15% leeft onder de armoede grens), werkeloosheid (10%), slecht onderwijs, analfabetisme (40%) en beperkte politieke vrijheid. Het is een harde klassenmaatschappij met een traditie van patroon-cliënt-relaties en de daarmee gepaarde corruptie. Er is een enorme kloof tussen rijk en arm en een relatief kleine hoogopgeleide middenklasse. Volgens het tijdschrift Forbes is de koninklijke familie in het bezit van ongeveer 2,5 miljard dollar en worden belangrijke posities steeds gedomineerd door dezelfde hooggeplaatste families. Het is niet vreemd dus dat er toch oproepen tot protest zijn. Een groep jonge Marokkanen genaamd “le mouvement du 20 fevrier” heeft afgelopen donderdag opgeroepen om op 20 februari massaal de straat op te gaan om economische hervormingen te eisen, maar ook om een politiek geluid te laten horen tegen de regering, tegen de clan die het koningshuis omringt, maar ook tegen de koning. De groep, die opereert via netwerksite Facebook, claimt nu al ongeveer 5000 aanhangers te hebben. Ze eisen: ontbinding van het parlement, een nieuwe grondwet, een overgangsregering, vrijlating van politieke gevangenen, en sociaal economische rechten.

Regeringsvorm: constitutionele monarchie
Eén van de verklaringen waarom Marokko anders reageert op de opstanden dan overige Arabische landen moet gezocht worden in de regeringsvorm van het land en de centrale positie van de koning daarin. Marokko is geen militaire dictatuur zoals Algerije of Egypte, maar een constitutionele monarchie waarvan de afstamming van het staatshoofd terugvoert tot de profeet Mohammed via de Alawieten dynastie die Marokko nu reeds sinds 400 jaar regeert. De koning is Amir al Muminin, leider der gelovigen. De politieke macht van de monarch in Marokko is groot en reikt ver. Naast koning is hij ook opperbevelhebber van het leger en voorzitter van de Hoge Raad. Via artikel 19 van de grondwet staat hij boven alle andere politieke partijen en hij heeft de bevoegdheden ministers persoonlijk te benoemen en fatwa’s uit te vaardigen. Ook in het bedrijfsleven heeft de koning een aardige vinger in de pap. De Koninklijke familiebedrijven, zoals o.a. ONA, zijn tezamen goed voor 6 procent van het Marokkaanse BBP. Parallel aan het koningshuis beschikt Marokko ook over een democratisch bestel, met een parlement, politieke partijen en een minister president en verkiezingen. Het democratisch gehalte van dit staatsbestuur is echter niet zo groot. Het parlement en de kliek rondom de koning zijn gebaseerd op patroon-cliëntrelaties waarbij giften en invloedrijke posities gegeven worden in ruil voor politieke loyaliteit. Ook al heb je in Marokko nog zo’n goede opleiding, wanneer je niet de juiste connecties hebt kom je niet ver.

Koning Mohammed VI, geliefd monarch, hervormer of despoot?
Onder de invloed van de revoluties in Tunesië en Egypte gaan er nu wel stemmen op om de macht van de koning in te perken tot een meer ceremoniële positie, zoals in Zweden of Nederland. Echter, tegelijkertijd wordt de koning als enig geloofwaardig en betrouwbaar lid van het parlement gezien. Ondanks de corruptie en de ongelijke verdeling van macht geniet de koning toch een enorme legitimiteit onder een groot deel van de Marokkaanse bevolking. Dit is bijvoorbeeld te merken in de reacties van Marokkaanse jongeren via de sociale media: op Facebook hebben jongeren allerlei foto’s van Egyptische demonstranten gepost met teksten en steunbetuigingen en liefdesverklaringen aan de koning. Er is zelfs een beweging tegen de “mouvement du 20 fevrier” opgekomen, genaamd “de mars van de liefde”, waarin facebookers werden opgeroepen om op Valentijnsdag hun profielfoto te veranderen in een foto van Mohammed VI. De nog jonge koning (nu 47 jaar) heeft zijn populariteit niet alleen te danken aan zijn religieuze legitimiteit en de breuk die hij heeft gemaakt ten opzichte van dictatoriale beleid van zijn vader, maar ook aan zijn ondernemersgeest. Koninklijke initiatieven en hervormingen, zoals ontwikkeling van infrastructurele projecten – de bouw van havens, en wegen – maar ook sociale hervormingen zijn op tijd klaar en worden efficiënt uitgevoerd. Met als gevolg dat de Marokkanen een betere infrastructuur hebben gekregen en er voor vrouwen meer rechten zijn dan voorheen dankzij de herziening van de moudawana. Ook is er meer persvrijheid dan voorheen, en sommige minderheden zagen hun eisen ingewilligd.

Dit alles maakt dat de koning door velen over het algemeen minder als een despoot wordt gezien en meer als een weldoener en een geliefd monarch. De loyaliteit van de bevolking naar de koning is dus groot, terwijl de regerende klasse vaak wordt gezien als een falende en corrupte kliek die elkaar al jaren lang in het zadel houdt, de bevolking armer maakt en eerlijke kansen op werk ontneemt. Deze regering wordt echter benoemd door de koning die zelf ook deel uitmaakt van deze eeuwen oude klasse (Makhzen). De keerzijde is dat de massa vaak nog niet van de hervormingen heeft kunnen profiteren en dat, hoewel slachtoffers van de loden jaren hun verhalen mogen doen voor het gerechtigheid en verzoeningscomité, er geen vervolging van de daders plaats vindt. Daarbij wordt oppositie of kritiek op de koning niet geduld.

Pers
Dit is onder andere te merken in de pers. Ondanks het feit dat de persvrijheid de afgelopen jaren is verbeterd, moeten journalisten toch nog regelmatig voor enkele dagen de cel in wanneer zij zich kritisch uitlaten over de onderwerpen waar je in Marokko absoluut niet kritisch over mag schrijven: de onafhankelijkheid van de Westelijke Sahara, de islam, en de positie van de koning. De toename van persvrijheid lijkt het afgelopen jaar echter weer tanende. In 2010 werden maar liefst twee liberaal kritische tijdschriften uit de lucht gehaald: “Le Journal Hebdo” en “Nichane. Nichane was in 2006 al in de problemen geraakt door een artikel over humor en de grappen die Marokkanen maken over islam, seks en de koning. De schrijvers van het artikel werden vervolgd en kregen een boete en voorwaardelijke straffen. Na een publicatie van een populariteitspoll van de koning werd in oktober vorig jaar het tijdschrift subtiel de nek omgedraaid door met name een advertentieboycot van ONA, het bedrijf dat in handen is van het koningshuis. Het enige liberaal kritische tijdschrift dat nu nog bestaat is het Franstalige Telquel.

Oppositie en co-optatie
Wat Marokko ook onderscheidt van andere landen in het MO is dat het land een breed scala aan georganiseerde protestbewegingen en culturele politieke bewegingen kent, waarvan sommige buiten het politieke systeem opereren. Zij bemiddelen tussen de politieke macht en het volk via cultureel politieke organisaties en oefenen een belangrijke invloed uit op het politieke beleid. In tegenstelling tot zijn vader onderdrukt de huidige koning deze bewegingen niet. Ze worden getolereerd en gecontroleerd en er wordt geprobeerd hen in de machtscirkel te trekken door middel van coöptatie-strategieën. Met andere woorden het regime organiseert haar eigen oppositie. Dit is onder andere bij de Berberse beweging gebeurd, door middel van de oprichting van het koninklijk berber instituut (IRCAM), waar sommige voormalige Berberse activisten een aanstelling hebben gekregen als ambtenaar of onderzoeker. Een goed voorbeeld vormen de hoogopgeleide werklozen. Deze groep organiseert sinds een aantal jaren driemaal daags demonstraties voor het parlement in Rabat om de regering om werk in de publieke sector te vragen. Het gaat hier om een doordacht systeem van georganiseerde afgestudeerde werkelozen die hun bestaan zichtbaar maken door middel van straatprotesten in de hoofdstad van Marokko met als doel een baan in de publieke sector te verkrijgen. De regering houdt de demonstranten afhankelijk door jaarlijks banen te verstrekken ( in volgorde van wie het langst en trouwst geprotesteerd hebben). Hierdoor wordt dit systeem in stand gehouden, er wordt de schijn van democratie gewekt zonder dat het structurele probleem wordt aangepakt.

Politiek en islam
Na 9/ 11 en de aanslagen door jihadisten in 2003 in Casablanca is Marokko een nieuwe koers gaan varen. Er werd hardhandig opgetreden tegen leden van islamitische bewegingen en tegelijkertijd werd er een nationale campagne tegen terrorisme georganiseerd, waarbij de nadruk lag op een tolerante en moderne Islam. Hiermee werd niet alleen aan de internationale gemeenschap getoond dat de Marokkaanse islam een moderne en liberale islam is, maar ook bood men op deze manier een tegenwicht tegen ´radicalisering´. De nadruk op het soefisme als de pacifistische variant van de islam, als een basispeiler in de herformulering van een Marokkaanse islam staat hierin centraal. Men hoopt op deze manier de islamistische oppositie die sterk groeit in populariteit, onder de duim te houden. Een deel daarvan is toegelaten in het parlement (PJD), gecoöpteerd in het regime, waardoor het redelijk controleerbaar blijft. Echter, de grootste politieke islamistische beweging de al ‘adl wa l Ihsane is uitgesloten van politieke participatie vanwege hun standpunt jegens de koning, wier religieuze legitimiteit zij in twijfel trekken.

Marokkaanse jongerencultuur, globalisering en liberalisering van de culturele sfeer
In 2003, vlak na de aanslagen in Casablanca, werd een aantal heavy metal artiesten gearresteerd op verdenking van satanisme. Na een juridisch proces werden de muzikanten op verzoek van de koning vrijgelaten. Dit was een doorbraak voor een jongerencultuur die daarvoor verborgen was gebleven. Rap, techno en heavy metal liefhebbers en muzikanten kwamen aan de oppervlakte en speelden hun muziek op festivals die plots gesponsord of zelfs georganiseerd werden door de overheid. Rappers die maatschappijkritische liederen opvoeren werden uitgenodigd op het koninklijk paleis. Na de aanslagen liet de koning de teugels verder vieren. Hij gaf daarmee ruimte aan een generatie jongeren die in een plek opeist in de geglobaliseerde wereld waarin ze leeft. Deze muziekscene, Nayda ( van het Marokkaans Arabische woord Nod, dat opstaan betekent) stond aan de wieg van een nieuw soort patriottisme, tegen terrorisme en voor vrijheid van meningsuiting, voor een eerlijk en vrij Marokko. Een patriottisme dat niet conservatief is, maar open naar de wereld. Wellicht heeft de koning getracht deze muziekscene (voornamelijk stedelijk) te beïnvloeden en te controleren door middel van financiële en morele steun. Tegelijkertijd echter, is er daarmee een belangrijke uitlaatklep gecreëerd waarin, net als bij de georganiseerde protesten, een gefrustreerde bevolking haar gevoelens tot uiting kan brengen. Hierdoor kunnen rappers als Don Bigg nummers uitbrengen als Baraka men al Khouf (Genoeg met de angst).

[youtube:http://www.youtube.com/watch?v=0vWy4ZNa2tc]>

What’s next?
Wat ook de uitkomst zal zijn, het is onwaarschijnlijk dat de koning zal vertrekken. De koning in Marokko heeft een haast goddelijke rol, en slechts weinigen durven hem te bekritiseren. Met zijn aantreden is er zeker modernisering en democratisering gekomen, maar vele van de door de koning geïnitieerde hervormingen lijken vooral symbolisch van aard aangezien ze niet altijd ten goede zijn gekomen van de massa. Toch hebben de Marokkanen slechtere tijden gekend van onderdrukking, volksopstanden en militaire coups. De herinnering aan de Loden jaren boezemt (zeker bij de nog oudere generatie) nog steeds angst in. Tegelijkertijd bieden de geleidelijke hervormingen zichtbare verbeteringen en vooral hoop en vertrouwen. Dit biedt zekerheid en stabiliteit en legitimiteit van de status quo. Misschien hebben de Marokkanen teveel te verliezen om aan een revolutie te beginnen? Daarbij zijn er sinds het aantreden van Mohammed VI meer uitlaatkleppen ontstaan zoals de mogelijkheden van (gecontroleerde) straatprotesten en muziekfestivals. Deze vrijheden werken als katalysatoren tegen mogelijke onrust en conflict. Marokko is misschien niet reeds gedemocratiseerd, zoals Naciri beweert, maar wel zijn er reeds sinds enkele jaren onderhandelingen gestart over de vrijheid van meningsuiting tussen de staat en de bevolking via cultuur, protest en politieke bewegingen over de grenzen van expressie van collectieve onvrede.

Of deze geleidelijke verbeteringen werkelijk richting een democratisering van het land gaan, of gericht zijn op de consolidatie van het huidige bewind valt te bezien. De vraag is of de pas der geleidelijkheid snel genoeg gaat voordat de onvrede over armoede, ongelijke machtsverdeling, corruptie en werkeloosheid wellicht toch ook overslaat naar Marokko.

Nina ter Laan is promovendus in het onderzoeksprogramma ‘Islam and the performing arts in the Middle East and Europe: from cultural heritage to cultural citizenshipaan de afdeling Islam en Arabisch van de Radboud Universiteit Nijmegen . Haar onderzoek richt zich op nieuwe ontwikkelingen op het terrein van islamitisch entertainment en kunst in het Midden-Oosten, in het bijzonder Marokko.

Tekst: Baraka men al Khouf/ Genoeg met de angst
Artiest: Don Bigg ( Al Khasser)

Baraka!
Laten we stoppen met bang zijn
Hef je hoofd oh ware Marokkanen
En laten we stoppen met bang zijn
Hef je handen en laat de angst niet in jullie harten huizen
Jullie zijn bang voor de politie, voor de gemeenschap en voor de rijken
Jullie zijn bang voor iedereen maar niet voor God

Er zijn er die bang zijn voor de politie
Er zijn er die bang zijn voor de ambtenaar
En dan zijn er ook die immuun tegen hen zijn
Dan zijn er hen die bang zijn voor mij
En ook zij die bezorgd zijn om mij
Er zijn er die onrechtvaardigheid hebben doorleefd
En er zijn er die zichzelf opblazen
Er zijn er die een politieke partij representeren
En er zijn er die zichzelf representeren
Er zijn er die mensen voorliegen
Er zijn er die stelen en dan liegen dat ze hebben gestolen
Er zijn er die zich verloren voelen en God de schuld geven
Er zijn er die naar me luisteren en anderen die bang zijn voor mijn woorden
Er zijn er die dood zijn.
Er zijn er die mensen vermoord hebben en nog steeds vrij rondlopen
Er zijn er die de Koran kennen maar niets te zeggen hebben in de pers
Er zijn er die miljarden verdienen maar nog geen dirham spenderen
Er zijn mensen die in Tel quel schrijven en daarvoor gearresteerd worden.

We zijn met jullie broeders!

Vertaling: Nina ter Laan

2 thoughts on “De Marokkaanse Uitzondering?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*
*
Website