Purification and Resistance: Glocal Meanings of Islamic Fundamentalism in the Netherlands

Promotoren:
Prof.dr. H.G. van de Bunt

Co-promotors:
Dr. D. Zaitch

Datum
13 januari 2012 11:30

Locatie:
Woudestein, senaatszaal

Faculteit
Erasmus School of Law (ESL)

Nederlandse moslimfundamentalisten vrij westers en modern
Promotieonderzoek aan Erasmus Universiteit Rotterdam

Nederlandse moslimfundamentalisten zijn in veel opzichten heel modern en westers. Dat is in tegenspraak met het beeld dat vooral radicale moslims door hun strikte overtuigingen erg van andere Nederlanders verschillen. Dit stelt criminologe Fiore Geelhoed in haar proefschrift ‘Purification and Resistance: Glocal Meanings of Islamic Fundamentalism in the Netherlands’. Ze promoveert op vrijdag 13 januari 2012 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR).

De publieke opinie is dat radicale moslims door hun strikte overtuigingen erg van andere Nederlanders verschillen. Maar Fiore Geelhoed schetst in haar proefschrift een ander, meer genuanceerd beeld van moslimfundamentalisten, waaronder zowel rechtlijnige, niet-activistische orthodoxen als activistische radicalen en activistische extremisten die een gewelddadige jihad prediken worden verstaan.

De criminologe interviewde 40 moslims met verschillende religieuze oriëntaties, deed observaties in voornamelijk Salafistische moskeeën waar ze gesprekken had met een groot aantal aanwezigen en analyseerde online discussies op Marokko.nl. Moslimfundamentalisten blijken in veel opzichten juist heel modern en westers te zijn.

Moderne en westerse kenmerken
De moderne, Westerse trekken zijn in vier opzichten zichtbaar. Kijkend naar de religieuze en etnische achtergrond laat het onderzoek zien dat er onder Nederlandse fundamentalisten niet alleen jongeren uit moslimgezinnen zijn. Er zijn ook bekeerlingen met andere etnische achtergronden, zoals met een autochtone Nederlandse achtergrond.
Daarnaast zijn de overtuigen divers van aard. Moslimfundamentalisten lijken anti-westerse opvattingen uit te dragen die direct voortkomen uit fundamentalistische ideologieën. Maar de diverse soorten kritiek, en mate daarvan, die de moslims in dit onderzoek uiten, lijken juist deels gebaseerd op de erkenning van westerse grondrechten, zoals de vrijheid van meningsuiting. De respondenten bekritiseren Nederland en andere Westerse landen onder meer omdat ze vinden dat deze grondrechten in de westerse landen niet in gelijke mate voor moslims gelden.

Ook het gedrag is vaak westers en modern. Veel moslimfundamentalisten zonderen zich niet zo sterk af zoals wel wordt gedacht. Ze blijven allemaal tot op bepaalde hoogte participeren in het alledaagse leven in Nederland en komen via werk en vriendschappen met niet-moslims in aanraking. Daarnaast blijken ze vaak pragmatischer in de leer te zijn dan het begrip ‘fundamentalist’ doet vermoeden, bijvoorbeeld door toch een hand te geven aan een persoon van het andere geslacht als hun werksituatie dit vereist.

Tenslotte is ook de manier waarop sommige moslims in Nederland kiezen voor fundamentalisme westers en eigentijds. Deze keuze is namelijk vooral onderdeel van een continue zoektocht naar een passende identiteit, een zoektocht die ze delen met andere Westerse burgers. De veranderlijkheid van keuzes die deze zoektocht kenmerkt, blijkt uit het feit dat meerdere respondenten in de loop van het onderzoek (deels) terugkwamen op hun fundamentalistische visies en in sommige gevallen binnen korte tijd ‘deradicaliseerden’. Deze veranderlijkheid geldt even sterk voor keuzes die andere moderne Westerse burgers maken. Radicalisering is dus geen lineair proces, maar kan schoksgewijs verlopen en veel richtingen uitgaan (waaronder deradicalisering).

Verschil
Een andere bevinding van Geelhoed is dat er een verschil is tussen enerzijds de orthodoxe en anderzijds de radicale en extremistische moslims in dit onderzoek. Laatstgenoemde groepen geven blijk van een grotere gevoeligheid voor sociale uitsluiting en een gebrek aan erkenning. Veranderde belevingen en inzichten in de loop van de tijd wijzen er wel op dat deze gevoeligheid een momentopname kan zijn.

Volgens Geelhoed werkt het averechts om moslims over één (kritische) kam te scheren. Ook moet de indruk worden vermeden dat ze ongelijk worden behandeld ten opzichte van niet-moslims. Dit zou juist polarisatie en radicalisering kunnen vergroten. Om overmatige generalisaties te voorkomen, inclusief de termen ‘moslimfundamentalist’ en ‘radicaal’ zonder nadere differentiatie, is het onder meer nodig om orthodoxie, radicalisme en extremisme van elkaar te onderscheiden.

Daarnaast is het volgens de promovendus van belang om zich te blijven realiseren dat de stelling ‘eens een radicaal, altijd een radicaal’ niet opgaat. Radicale en extremistische denkbeelden kunnen in de loop van de tijd worden gematigd of zelfs volledig worden losgelaten.

Om polarisatie en radicalisering tegen te gaan, zou beleid meer uit moeten gaan van de belangrijke overeenkomsten die er tussen moslimfundamentalisten en andere Nederlandse burgers zijn.
Nadere informatie:

Persvoorlichting Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR), (010) 408 1216 of press@eur.nl

vrijdag, 06 januari 2012
Bron: Persbericht EUR