De kracht van de aangifte tegen Wilders

Zo dat is toch een behoorlijke lading aan aangiftes tegen Geert Wilders met zijn racistische uitspraken. En ik denk bijna net zoveel gedoe over de aangiftes, want niet effectief, het geeft hem een platform, dit is politiek debat en dat voer je niet in de rechtbank en er zijn tal van aangiftes die nu moeten wachten. Ik kreeg ook veel vragen of ik dat nu wel of niet ging doen. Ik vond het zelf een lastige afweging, moet je nu wel of niet aangifte doen? Ik weet niet wat het beste is.

Er zijn goede redenen om wel aangifte te doen.

Moreel-juridisch
Als je een misdrijf ziet, moet je aangifte doen. Dat is je recht en misschien ook wel je burgerplicht. In die zin zijn oproepen om géén aangifte te doen toch wat merkwaardig. AT5 kopte ‘Slachtoffer misdrijf dupe van aangiftes tegen Wilders’ . Dat is een beetje raar. Racisme is in dit land ook verboden volgens de wet en degene die het doelwit is van racistisch handelen is dus net zo goed slachtoffer als een slachtoffer van beroving of wat dan ook. De kop van AT5 en veel boze reacties op Twitter suggereren echter anders: we hebben racisme en (serieuze) misdaad.

Dat past wel in een breder patroon waarin racistische uitlatingen niet gezien worden als misdrijf, maar als vorm van debat of “het zijn slechts woorden.” Zo’n argument zagen we ook ten tijde van de Submission I, de Mohammed Cartoons, Fitna en The Innocence of Muslims: de bedoeling is niet haatzaaien, belediging of iets dergelijks wordt er dan gesteld en het is maar een film of maar een tekening. Dat reduceert racistische expressies als deze tot op zichzelf staande uitlatingen en de maker draagt dan ook geen verantwoordelijkheid voor de sociale gevolgen ervan. Als er dus agressieve protesten zijn, ligt de oorzaak en de verantwoording daarvoor puur bij degenen die tot die acties overgaan en niet bij degenen die bepaalde uitlatingen doen. De mensen die protesteren zouden dergelijke expressies niet begrijpen of de vrijheid van meningsuiting niet begrijpen of bewust met voeten treden.Het gaat dan dus om de intenties van de individuele mensen, niet om de sociale relaties die dergelijke acties voortbrengen en of het kader waarbinnen deze plaatsvinden (bijvoorbeeld institutioneel racisme). Een dergelijke redenering waarbij degene die de racistische handeling doet altijd wordt vrij gepleit, werkt echter alleen als dergelijke redeneringen breder ingang vinden en dat lijkt zeker het geval gezien het gegeven dat zo’n 40% het eens is met Wilders’ uitspraken over ‘Marokkanen’ volgens een recente peiling van Een Vandaag.

Toch blijft het een vreemde redenering dat alleen de intenties van degenen die reageren op uitlatingen .e.d ertoe doen. In het geval van belediging, laster, smaad en doodsbedreigingen doen we dat niet. Immers, als persoon A persoon B met de dood bedreigd en persoon B doet daarvan aangifte dan zal een beroep op vrijheid van meningsuiting niet veel zin hebben; bedreigingen zijn strafbaar en de intenties van persoon B doen er niet toe. Dit is logisch want net als bij belediging, laster en smaad kunnen doodsbedreigingen schade toe brengen aan sociale relaties in een samenleving die zelfs verder kan gaan dan de schade tussen A en B. Zeker doodsbedreigingen kunnen tot gevolg hebben dat anderen dan persoon B hun mond niet meer open durven te doen. Voor racistische uitspraken geldt dat ook; het is niet voor niets dat premier Rutte contact opnam met het jeugdjournaal om Marokkaans-Nederlandse kinderen gerust te stellen. Dat er aandacht is voor wat die uitspraken met kinderen (en anderen) doen is dan ook terecht ook al vinden sommigen dat dit politiek bedrijven is over de rug van kinderen.

Er zijn ook veel opmerkingen over het feit dat de politie zich nu ineens wel dienstbaar opstelt (dat is overigens niet de eerste keer; dat deed men ook ten tijde van Fitna). Daar zit wel een punt want de politie lijkt niet zo happig te zijn op aangiftes suggereerde Altijd Wat enige tijd geleden al. Dat geldt echter net zo goed voor aangifte wegens discriminatie zoals Ahmed Marcouch en Leila Kallal enige tijd terug opmerkten. Dit is dus niet zozeer een argument tegen dit optreden van de politie, maar een argument voor een pleidooi voor een beter politieoptreden in het algemeen.

De politiek van de aangifte

De aangiftes zouden deel uitmaken van een demoniseringscampagne tegen de PVV en tegen Wilders. Voor een deel is dat misschien wel zo. De commotie over Wilders, waar de aangifte onderdeel van is, verbloemt natuurlijk aardig de verkiezingsnederlaag van VVD en PvdA. Daarbij hebben verschillende mensen erop gewezen dat aangifte wellicht ook wat hypocriet is. Met name PvdA-ers zouden eveneens vergelijkbare racistische uitspraken hebben gedaan en daarbij komt nog dat partijen als PvdA en VVD de ingenieurs zijn van een racistisch beleid dat z’n wortels al heeft in koloniale tijden. Wilders is dan ook niet alleen verantwoordelijk voor het racistische debat over minderheden in Nederland; hij is een aanjager ervan en een product van eerder beleid en debat. Het is ook niet zo dat Wilders’ opvattingen mainstream zijn geworden; dat waren ze al. Wilders trekt het racistische karakter ervan alleen door tot in het extreme.

Dat heeft Wilders goed begrepen en zijn tegenaangifte is misschien wat kinderachtig maar toch ook wel slim. Als zijn tegenstanders hierin niet volgen dat zetten ze zichzelf deels te kijk als een oppositie die met twee maten meet. Tegelijkertijd geeft hij impliciet ook aan dat zijn tegenstanders gelijk hebben: als ik dit niet mag, mogen jullie hetzelfde ook niet.

Natuurlijk is de retoriek van de PvdA e.a. niet hetzelfde als die van Wilders. De eersten spelen niet met de gedachte van een Nederland zonder migranten en hun nazaten; iets wat Wilders nadrukkelijk wel doet en Wilders gebruikt nadrukkelijk een geweldspraak om zijn punt kracht bij te zetten. De demagogie van Wilders past dan ook in een veel rabiatere traditie dan die van PvdA en VVD.

Geestdriftig verzet
Kritiek op degenen die aangifte deden komt ook voort uit het verwijt dat aangifte niets oplost, de vrijheid van meningsuiting aantast en het politieke debat aantast. Als we iets tegen Wilders hebben moeten we geen aangifte doen, maar in debat gaan. Aangifte zou daarbij een vorm van moreel exhibitionisme zijn: kijk mij eens correct zijn! Misschien speelt dat een rol, maar ik denk dat er nog wel wat meer is. Ten eerste, hoewel social media deels draait om jezelf zo goed mogelijk presenteren, gaat het ook om verbindingen met anderen leggen en in stand te houden. Dat was nu ook zo. Mensen werden aangesproken als ze aangifte hadden gedaan of (nog) niet hadden gedaan, er ontstonden op twitter en facebook maar ook daarbuiten allerlei discussies. Soms tussen mensen die dat al vaker doen, maar regelmatig ook door mensen die voorheen niet met elkaar in gesprek waren.

Ten tweede kwam ik vrij vaak opmerkingen tegen in de trant van “Ja, nu kunnen we eindelijk iets doen!”, “Eindelijk, er gebeurt iets!”; men leek bijna blij dat Wilders deze opmerkingen gedaan had. Velen zijn hem en zijn racistische retoriek en geweldspraak natuurlijk al lang zat, maar er leek geen moment te zijn waarop er iets mogelijk was na zijn vrijspraak eerder. Nu was het wel zo ver en leek er zelfs zoiets te zijn als een momentum: een mogelijk kantelmoment of de hoop daarop. Naast de woede over zijn uitspraken werd dus ook enthousiasme geëtaleerd en mensen voelden zich mede door elkaars enthousiasme aangemoedigd om een sterk emotioneel gebaar te maken: de aangifte betekende dat men eindelijk iets kon doen, iets goeds en iets betekenisvols in een situatie waarin men zich al tijden machteloos voelt. Mensen hadden plotseling het gevoel niet alleen te staan mede door een gedeelde verontwaardiging en andere emoties, een sterk idee van goed en fout en een sterk idee en gevoel dat het zin had en effectief was om aangifte te doen.

Ten derde een groot deel van de mensen die aangifte deed (5.000) of melding maakte (15.000) van discriminatie, behoort niet tot de gebruikelijke opinieleiders. Dat plaatst het argument dat Wilders in debat en niet in de rechtszaal aangepakt moet worden in een iets ander licht. Dit argument is veelvuldig te horen onder politici en opinieleiders; inderdaad de mensen die toegang hebben tot dat maatschappelijke en politieke debat in de media of in de politieke vergaderzalen. Maar niet iedereen heeft die toegang of is even rap van de tongriem gesneden; zij doen dus niet mee aan het maatschappelijke debat. Stellen dat Wilders dan ook niet met aangiftes moet worden bestreden, maakt dan ook die groep monddood terwijl men nu met de aangifte wel een krachtig signaal af kon geven tegen Wilders en de PVV. In die zin zijn oproepen in de media om geen aangifte te doen of het belachelijk maken van degenen die dat wel doen gemakzuchtig geredeneerd vanuit degenen die wel het privilege van toegang hebben en spreekt er ook een zeker misplaatst dedain uit voor degenen met geen of minder toegang.

Deze drie laatste punten brengen mij wel tot enkele vragen. Wat nu als het OM weer besluit om niet te gaan vervolgen? Of als men wel gaat vervolgen, maar opnieuw vrijspraak gaat eisen net zoals in de vorige klucht die de rechtszaak tegen Wilders eigenlijk toch was? De regering verklaart voortdurend dat racisme en discriminatie bestreden moeten worden en politie en OM hebben een verplichting om dit ook serieus te nemen, maar hoe krachtig is een dergelijk voornemen eigenlijk als je besluit niet te gaan vervolgen of vrijspraak te eisen? Wordt dan artikel 1 van de Grondwet eigenlijk niet een lege huls? Wat gebeurt er met de geestdrift van de mensen die aangifte deden en nu het gevoel hadden eindelijk iets te kunnen doen, als het OM die hoop de bodem in slaat? Wat betekent dat voor het vertrouwen in de rechtstaat en democratie en voor de ideeën over burgerschap?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*
*
Website