Een van de meest omstreden kledingstukken voor vrouwen is de gezichtssluier. In populair spraakgebruik wordt deze meestal aangeduid als de boerka. Dat verwijst echter naar de volledige bedekking van de vrouw (inclusief de ogen met een gaasje) die mensen vooral herkennen van de beelden van Afghanistan. Deze wordt in Nederland echter zeer zelden gedragen. De gezichtssluier die vaker voorkomt is de nikab, waarbij de ogen nog wel zichtbaar zijn. Daarbij zijn verschillende stijlen mogelijk. Zo is in de Golfstaten de khaliji-stijl populair, terwijl in Nederland meestal een losse sluier voor het gezicht gebruikt wordt. Inmiddels ligt er een nieuw voorstel van de regering om de gezichtssluier te verbieden door middel van een voorstel over gezichtsbedekkende kleding. Hier een kort overzicht van de geschiedenis en recente gebeurtenissen.

16 jaar debat
In het publieke debat over de islam neemt de hoofddoek in het algemeen en de gezichtssluier in het bijzonder een belangrijke plek in. In 2000 stelde de PvdA in Kamervragen naar aanleiding van de nota over het integratiebeleid de vraag of ‘een vrouw wier gezicht goeddeels onzichtbaar is’ wel kan participeren in de samenleving. In dat jaar had de Commissie gelijke behandeling (CGB) een leerlinge die een opleiding volgde voor apothekersassistente gelijk gegeven in haar protest tegen de school die haar verbood een gezichtssluier te dragen. In 2003 was er een zaak waarbij drie Marokkaans-Nederlandse meiden op een Amsterdams ROC weigerden om de gezichtssluier af te doen in de school. Die weigerde hen vervolgens de toegang en werd daarin gelijkgesteld door de CGB. Aan de Leidse universiteit weigerden in datzelfde jaar twee studentes om hun gezichtssluier af te doen hetgeen tot bezwaren leidde bij de docenten. Daaropvolgend hebben de Universiteit Leiden en enkele andere universiteiten een verbod op de gezichtssluier opgenomen in hun huisregels. In 2004 ging het om een onterechte weigering van een school om met een moeder te communiceren en in 2005 speelde een casus in de hulpverlening.

In 2005 diende Geert Wilders een motie in om te komen tot een verbod op de gezichtssluier in openbare ruimtes; die werd aangenomen door het parlement. In 2008 besloot het toenmalige kabinet toch geen algeheel verbod in te voeren, maar het wilde wel een verbod op enkele specifieke terreinen. In 2011 kwam de minderheidsregering van VVD en CDA, met gedoogsteun van de PVV, met een nieuw voorstel waarin de gezichtssluier vanaf 2013 verboden zou worden. Nadat dit kabinet viel, kwam het kabinet Rutte II met een plan om de gezichtssluier te verbieden.

Symbolisch snijpunt

In de debatten over de gezichtssluier komen, zo laat Moors zien in haar rapport, vier thema’s voortdurend terug: vrouwenonderdrukking, onveiligheid, communicatieproblemen en segregatie. Deze thema’s worden vanuit politiek en debat verbonden met de gezichtssluier en met de vrouwen. Op deze manier komen ideeën over de correcte kleding van vrouwen, religie ic islam in de publieke ruimte, veiligheid en samen leven & cultuur bij elkaar in de gezichtssluier. Met name Geert Wilders brengt het punt naar voren dat de ‘boerka’ een vorm van vrouwenonderdrukking is en de emancipatie belemmert. Deze zorg leeft echter niet alleen bij Wilders, maar ook bij andere (linkse en rechtse) partijen.

Het openbare-orde-argument kwam naar voren bij de ROC-zaak uit 2003 en het is ook dit argument dat een grote rol speelt bij de plannen voor het verbod op gelaatsbedekkende kleding in 2008. Het veiligheidsargument maakt het mogelijk dat een verbod niet langer specifiek op moslims van toepassing is, maar op alle burgers. Dit argument past ook in de bredere discussie over veiligheid en privacy na 9/11 waarbij het idee is dat burgers in het openbaar herkenbaar en identificeerbaar dienen te zijn. Gerelateerd daaraan bestaat er de angst voor een radicale islam en de gezichtssluier wordt daarmee direct in verband gebracht. Ten einde een open samenleving te behouden, zou het aanpakken van de gezichtssluier noodzakelijk zijn. Zo stelde het kabinet in een brief in 2008:

Deze gelaatsbedekkende kleding wordt bovendien als vrouwonvriendelijk beschouwd en staat voor velen symbool voor een fundamentalistische islam die niet past in de Nederlandse samenleving. Voorts roept deze kleding bij een groot deel van de bevolking een gevoel van onbehagen en onveiligheid op.

Daarmee zijn we gelijk beland bij het derde thema: communicatieproblemen. Het idee bestaat (ook al aanwezig bij de Kamervragen van de PvdA in 2000) dat een gezichtssluier de communicatie zou beperken; iets wat niet alleen praktische problemen geeft, maar ook volwaardige participatie van de draagsters als actieve burgers zou belemmeren. Het vierde argument gaat nog een stapje verder: het gaat niet om de gezichtssluier als belemmering voor burgerschap, maar om segregatie en het zich actief afwenden van de samenleving. Dat gaat gepaard met sterke gevoelens van onbehagen die zich uiten door uitdrukkingen zoals ‘het eng vinden’, ‘schrikken als je met iemand in boerka geconfronteerd wordt’, ‘zich ongemakkelijk voelen’, ‘zich er niet prettig bij voelen’ en het vergelijken van de vrouwen die een gezichtssluier dragen met ‘spoken’. In het debat zien we dan ook voortdurend een oppositie terug. Enerzijds, en Moors wijst daar ook op, wordt de gezichtssluier ervaren als een teken van onderschikking en onderdrukking, anderzijds wordt het gezien als teken van macht, opdringerigheid en agressie. En enerzijds wordt de Nederlandse samenleving gepresenteerd een betere samenleving waarin vrouwen geëmancipeerd zijn, een samenleving die open is, waar mensen vrij zijn, maar die anderzijds beschermd moet worden tegen islam.

Het huidige voorstel

Het huidige voorstel past eigenlijk in de trend, als het gaat om de thema’s die hier besproken zijn met daarbij de nadruk dat ‘we elkaar moeten kunnen aankijken’. In het voorstel wil de regering gezichtsbedekkende kleding verbieden in die situaties waar de regering dat essentieel acht:

Het kabinet ziet geen grond voor een algemeen verbod dat op alle openbare plaatsen zou gelden. Het oude wetsvoorstel over gezichtsbedekkende kleding dat door het vorige kabinet is aangeboden aan de Tweede Kamer, wordt daarom ingetrokken. Het nieuwe wetsvoorstel is de uitwerking van een afspraak tussen de coalitiepartners in het regeerakkoord.

Wie het gezicht op locaties waar dat verboden is toch bedekt, kan een boete krijgen van maximaal 405 euro. Het is wel toegestaan gezichtsbedekkende kleding te dragen die nodig is voor uitoefening van een beroep of sport, ter bescherming, of bij deelname aan feestelijke en culturele activiteiten. Dit is ook toegestaan bij zorginstellingen in privévertrekken zoals slaap- en verblijfsruimten.

Zie ook de Memorie van Toelichting.

Dit voorstel betekent dat het verboden zou worden om gezichtsbedekkende kleding te dragen in onderwijsinstellingen, overheidsinstellingen en zorginstellingen met uitzondering van cliënten, patiënten of hun bezoekers in residentiële delen van zorginstellingen, wanneer dit noodzakelijk is in verband met de gezondheid of de veiligheid, uitoefening van een beroep of de beoefening van een sport of passend in verband met het deelnemen aan een feestelijke of een culturele activiteit. Zorginstellingen mogen deze kleding wel toestaan in niet-residentiële delen van de zorginstelling voor cliënten of patiënten die daar voor onbepaalde tijd verblijven, of hun bezoekers. Vergeleken met eerdere plannen is dit een sterke beperking van een mogelijk verbod, maar niettemin is het advies van de Raad van State toch negatief en beschouwt men het als een schending van de vrijheid van religie.

Actie

Al Nisa 2011

Er is niet veel verzet tegen de plannen voor een verbod: een paar vrouwenorganisaties hebben een protest laten horen of zouden er nog mee komen, er is een klacht ingediend bij het College van de Mensenrechten en Al Yaqeen heeft een bericht gepubliceerd. Er is voor zover ik weet nauwelijks protest vanuit mensenrechtenorganisaties (met uitzondering van Amnesty met verschillende berichten) of christelijke of niet-religieuze vrouwenorganisaties. Dat heeft ongetwijfeld te maken met het gegeven dat het slechts een zeer kleine groep is die een gezichtssluier draagt en er veel moslims en niet-moslims zijn die de gezichtssluier afkeuren. Niettemin is er wel degelijk protest. In 2006 trekt een petitie veel aandacht en is er een kleine demonstratie en in 2007 is er opnieuw een petitie ditmaal van niqaab.org. In 2011 is er eveneens een kleine demonstratie georganiseerd door BehindBars en een opiniestuk op Al Yaqeen. De lage opkomst bij de demonstraties heeft overigens vrijwel zeker ook te maken met het feit dat er verschil van mening is of demonstraties islamitisch gezien wel zijn toegestaan. In 2011 pleit Al Nisa voor bescherming van het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen. Dat het protest eerder toch betrekkelijk klein (hoewel wel goed zichtbaar) was, heeft volgens betrokkenen ook te maken met de inschatting eerder dat een (totaal-)verbod kansloos zou zijn. Dat zou dan betekenen dat er geen noodzaak was voor een protest.

Met betrekking tot het huidige verbod, was er in mei al een petitie opgezet door Aysun Fidan (die zelf geen gezichtssluier draagt) en die inmiddels ruim 5700 keer is ondertekend. Ook laat onder andere de artsenorganisatie KNMG van zich horen:

Giliam Kuijpers, directeur beleid KNMG: “Mensen moeten zich vrij voelen om naar de dokter te gaan, ongeacht hun levensovertuiging of wijze van kleding. Een verbod op gezichtsbedekkende kleding kan patiënten met dergelijke kleding belemmeren de zorginstelling te bezoeken. Voor de openbare ruimtes in de zorginstelling gaat een verbod te ver. Het is ook niet nodig, want voor identificatie door het tonen van het gezicht aan de balie van bijvoorbeeld het ziekenhuis bestaat al jaren een identificatieplicht.”

Tegelijk moet een arts goede zorg kunnen verlenen en daarvoor kan het nodig zijn om iemands gezicht wel te zien. Kuijpers: “Daarom zal een arts vrouwen met gezichtsbedekkende kleding vaak vragen om het gezicht te tonen. Dat levert in de spreekkamer zelden tot nooit problemen op.” Weigert een patiënt dit, dan is het aan de zorgverlener om te beoordelen of verantwoorde zorgverlening mogelijk is. Dit zal afhangen van de specifieke situatie en is ter beoordeling aan de zorgverlener.

Ook deze keer is er actie door moslima’s en opnieuw wordt er gekozen voor een schriftelijk protest, ditmaal in de vorm van een klacht bij de Commissie voor Mensenrechten en brandbrief. De brandbrief is opgesteld door de Werkgroep Blijf van mijn niqaab af. Deze werkgroep heeft daarnaast deelgenomen aan dialogen met politie en gemeente en ook geparticipeerd in de week van de dialoog in Utrecht om “zo ook normale burgers zoals ons te spreken en te laten zien dat je ook met een gezichtssluier kunt communiceren en een steentje kunt bijdragen.” Op de facebookpagina ‘Blijf van mijn niqaab af’ is het volgende te lezen:

Brandbrief aan de Raad van State

Burgers van de Nederlandse samenleving worden onderdrukt en uitgesloten door de Tweede kamer!

Als Nederlandse, vrouwelijke, gezichtsbedekkende burgers, onze vertegenwoordigers, onze bondgenoten en alle overige benadeelden door het wetsvoorstel voor een beperkt verbod op gezichtsbedekkende kleding, zijn wij van mening dat de overheid van Nederland tekort schiet in het waarborgen van de rechten van haar burgers en het naleven van haar plichten.
[…]
Het wetsvoorstel voor een beperkt verbod op gezichtsbedekkende kleding afwijzen, omdat het in strijd is met de Nederlandse wet en met de internationale mensenrechten. En de huidige wetgeving naleven in het beschermen van elke burger ongeacht zijn kledingkeuze. […] Het is onrechtvaardig deze vrouwen uit te sluiten en ze te isoleren omdat er sprake is van een subjectief angstgevoel bij bepaalde burgers. Laten we onze ogen niet sluiten voor deze dubbelzinnige Europese trend in het volgen van het verbieden jezelf te uiten. Heb het lef om u niet volledig te laten leiden door de politieke waan van de dag, waarin de gezichtssluier mede door de media in een negatief daglicht is geplaatst, maar baseer u op de realiteit!

[…]

Met vriendelijke groet,

Werkgroep Blijf-van-mijn-Niqaab-af

 

Lees vooral de hele tekst van de Werkgroep Blijf van mijn Niqaab af:

Brandbrief.Naar aanleiding van het wetsvoorstel omtrent het niqaabverbod die vrijdag 27 november is ingediend bij de…

Posted by Blijf van mijn Niqaab af on Thursday, 3 December 2015

 

Werkgroep blijf van mijn niqaab af

Werkgroep blijf van mijn niqaab af

Volgens de brandbrief (ondertekend door 60 individuen en organisaties) is een verbod op de gezichtssluier een aantasting van de vrijheid van expressie, vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst, het opdringen van een specifiek beeld over hoe vrouwen zich dienen te ‘profileren’, hetze en bangmakerij, gebaseerd op ondeugdelijke en oneigenlijke argumenten (zoals communicatie en veiligheid), onderdrukking van moslimvrouwen, werkt het polarisatie en onveiligheid juist in de hand en bedreigt het het welzijn en gezondheid van vrouwen. Het zijn interessante argumenten omdat ze de discussie die over deze vrouwen gevoerd wordt eigenlijk compleet omdraaien. In principe verwijten de schrijfsters de overheid dat die zich niet houdt aan haar eigen idealen en doelen. Eén van de initiatiefnemers schreef ook een ingezonden stuk voor NRC Handelsblad.

En tot slot: waarom ik de brandbrief ondertekend heb
Het verbod op de gezichtssluier (want laten we de rest vooral niet serieus nemen, het gaat om de gezichtssluier) is enerzijds een typisch voorbeeld van de huidige situatie en anderzijds een belangrijke breuk. Het is een typisch voorbeeld omdat de overheid een (kleine) groep burgers problematiseert op basis van betekenissen die zij toeschrijft aan (in dit geval) de kleding van deze groep. Vervolgens wordt op basis van deze opgelegde betekenissen gelegitimeerd dat er een onderscheid tussen deze groep burgers en andere burgers gemaakt mag worden. Het is simpelweg een mechanisme dat we ook zien bij integratiebeleid en anti-radicaliseringsbeleid: wat de individuele burger doet, is van geen belang voor debat en beleid. Er wordt over hen gesproken en over hen besloten terwijl hun eigen stemmen niet of nauwelijks doorklinken en al helemaal niet serieus worden genomen. Dit racistische aspect van integratie en anti-radicaliseringsbeleid is niet persé strijdig met liberale vrijheden; deze zijn immers altijd selectief geweest, maar een uitzondering maken voor één specifieke groep heeft is nooit aan de orde geweest.

Deze selectiviteit heeft ook nooit in de weg gestaan van de institutionalisering van de islam in Nederland. Moslims hebben godsdienstvrijheid en dit heeft geresulteerd in een redelijk aantal islamitische voorzieningen variërend van moskeeën tot regelingen voor halal slacht tot begraafplaatsen en scholen enzovoorts: allemaal keurig binnen het Nederlandse systeem en mogelijk gemaakt door dat systeem dat voor alle godsdiensten geldt.

Het verbod op de gezichtssluier (al is het een gedeeltelijk verbod) is een forse inbreuk op het gelijkheidsprincipe, zelfbeschikking van vrouwen en religieuze vrijheid: voor het eerst wordt een specifieke groep gelovigen apart gezet en aangetast in hun eigen geloofsbeleving op basis van veelal oneigenlijke argumenten: moslims, en in het bijzonder moslimvrouwen. Daarmee is het verbod op de gezichtssluier een institutionalisering van zowel islamofobie als seksisme. Het is alsof men wil zeggen: omdat de gezichtssluier een kledingsstuk is dat haaks staat op liberale vrijheden (in de ogen van de overheid) moeten we de liberale vrijheden beschermen door iets te doen dat haaks staat op de liberale vrijheden. In die zin hebben de opstellers van de brandbrief gelijk in (althans zoals ik het interpreteer) hun boodschap: de Nederlandse staat verloochent hier haar eigen idealen over de rug van een kleine groep moslimvrouwen. Ik sta dus volledig achter de inhoud van de brief.