In deel 1 heb ik gisteren een toelichting gegeven op het artikel in de Volkskrant en het interview op Nieuwwij over de racialisering van moslims. In deel 2 ga ik in op een laatste kritiekpunt en vervolgens laat ik zien wat de verschillende tegenreacties blootleggen. Mijns inziens zijn dat vooral twee zaken: de vanzelfsprekendheid van de racialisering van moslims en de aversie tegen de term racisme.

Kritiek
Ja, nee en de islam dan? – 2
Het gaat hier natuurlijk ook om het punt dat we ideeën die we afwijzen nu eenmaal moeten kunnen bekritiseren zoals vrijwel alle critici beweren onder meer Hans de Jong. En zoals te lezen is in de volgende reactie in de Volkskrant:

Het idee dat termen als racisme en islamofobie dienen om het debat over islam monddood te maken wordt vaak naar voren gebracht. Jonathan van het Reve stelde gisteren iets soortgelijks in de Volkskrant:

Maar bezwaren tegen religie, of zelfs angst voor gelovigen, daar kan best iets in zitten. De manier waarop heilige boeken de waarheid claimen en hoe intolerant veel gelovigen daarmee omgaan, is een harde realiteit. Al eeuwen. Je kunt het alsnog onterecht vinden dat zo’n religie wordt gevreesd of bespot, maar dan zul je toch echt moeten uitleggen waarom. Vertel maar: wat is er zo mooi en waardevol aan dat geloof? Dat valt in de praktijk nog niet mee, en het gebeurt dus ook nooit. Vaak is het beste wat je erover kunt zeggen dat veel gelovigen de leer met een korreltje zout nemen. Maar anders dan bij racisme, zul je op religiekritiek toch echt inhoudelijk moeten reageren.

Van het Reve negeert hier de specifieke moslim stemmen die wel degelijk (het internet staat er vol mee) vertellen hoe mooi zij islam vinden en hoe islam een bron van inspiratie is voor allerlei goede zaken. Het gaat Van het Reve echter alleen om de intolerantie. Die is er zeker ook. Dat kan ook bekritiseerd worden. En dat kan zonder racialiserend en/of racistisch taalgebruik.

Van het Reve stelt dat termen als racisme en islamofobie gebruikt worden om het debat te verhinderen, maar ook al wordt dat soms zeker geprobeerd het is een spectaculair onsuccesvolle strategie als we de afgelopen 15 jaar bekijken. Sterker nog, het benoemen van islamofobie en racisme leidt juist tot een stroom van artikelen en andere reacties die vooral benadrukken dat er toch echt een probleem is met ‘de islam’. Net zoals het benoemen van racisme in de Zwarte Piet traditie leidt tot een uitbarsting in racistische commentaren zoals we in de afgelopen jaren hebben kunnen zien.

Ten aanzien van racialisering is de kritiek overigens ook weer niet helemaal onbegrijpelijk. Onder dat begrip kan in sommige gevallen ook kritiek an sich geschaard worden wanneer dat gepaard gaat met andere vormen van racialisering, zoals in de brief over de joden in het vorige punt (deel 1) naar voren komt. Het idee dat joden christus niet erkennen is simpelweg theologische kritiek, maar hoort bij een bredere context van de racialisering van joden en het product daarvan: anti-semitisme. Omgekeerd wil dit natuurlijk niet zeggen dat iedere kritiek per definitie racialiserend is, dit zal telkens per geval in de specifieke context bekeken moeten worden.

Deze commentaren in de trant van ‘ja maar kritiek moet mogelijk zijn’ negeren overigens twee zaken. Ten eerste gaan de uitspraken van Zijlstra en anderen verder dan kritiek (of zoals Van het Reve zegt het ontwijken juist van die kritiek): er wordt gepleit voor een andere benadering van moslims dan van andere burgers. Dus omdat er moslims zijn die intolerant zijn en dat mogelijkerwijze baseren op islam, moeten we (Nawijn) geen islamitisch onderwijs toelaten of hoort hun religie niet bij Nederland. Nawijn kan in alle rust ‘de islam’ bekritiseren, maar islamitisch onderwijs valt simpelweg onder de vrijheid van onderwijs. Hij wil moslims dus een recht ontnemen dat alle burgers hebben simpelweg omdat hij iets tegen ‘de islam’ heeft. Dat gaat wel degelijk verder dan kritiek.

Ten tweede, als we kijken naar de rapporten van de islamofobie meldpunten in Europa, dan zien we dat het bij anti-moslim racisme ook gaat om uiterlijk en huidskleur. Voor de objecten van racialisering en de slachtoffers van geweld gaat het dus wel degelijk om verschillende elementen en de opeenstapeling daarvan. Opnieuw geldt hier dat racialisering dus niet alleen betrekking heeft op slechts één idee over de Ander, maar dat verschillende ideeën bij elkaar komen.

Lijnen van racialisering
Interessant is dat uit de reacties diverse manieren te halen zijn waarop moslims geracialiseerd worden. Ik noem de belangrijkste:
theologische racialisering

Deze termen [zoals dhimmi en shirk] en hun zonder uitzondering negatieve lading zijn veel meer dan slechts woorden uit een grijs verleden, zij spelen elke dag een rol in dogma en praktijk. De reeks koranverzen en ahadith (aan Mohammed toegedichte spreuken en handelingen) die oproepen de ongelovigen te bekeren, bestrijden of zelfs te verdelgen is schier eindeloos. Dat veel gelovigen zich zelfs in de 21e eeuw aan deze geboden houden, weet eenieder die wel eens een krant openslaat of naar een nieuwssite surft. Van het relatief onschuldige uitdelen van 15.000 korans op Bevrijdingsdag in Nederland, via de vervolging (en massamoord) op secularisten in Zuid-Azië, naar de genocide op ongelovigen in de Islamitische Staat: de minderwaardige status binnen de islam van de on- (of onvoldoende) gelovige is een feit dat zelfs door Martijn de Koning niet valt te ontkennen.

Dit is een fragment van Schuts reactie op mijn stuk die, net als Tervoort, stelt dat mijn redenering ertoe leidt dat de islam racistisch is (zie de weerlegging daarvan in deel 1). Volgens Schut is er een direct verband tussen genocide en het uitdelen van de Koran enerzijds en de termen uit de Koran die een negatieve betekenis geven aan ‘ongelovigen’ anderzijds. Het handelen van de moslim (nou ja velen) wordt bepaald door de doctrines en zo kun je misstanden onder moslims (of wat je vindt dat misstanden zijn) aan elkaar koppelen door je eigen interpretatie van de religieuze doctrines ook al worden die op zeer verschillende wijze door moslims geïnterpreteerd en al dan niet gepraktiseerd of ten dele genegeerd. Op zich laat de brede range aan fenomenen (van het uitdelen van de Koran tot genocide) al zien dat dit heel weinig zegt, maar dat doet aan deze theologische racialisering weinig af. Het is een type racialisering dat we ook terugvinden bij Ayaan Hirsi Ali, Wilders en zijn PVV, maar bijvoorbeeld niet of nauwelijks bij Fortuyn.

Etnische racialisering
In zijn reactie stelde Jan Jaap de Ruiter het volgende:

Zo er zijn moslimstemmen vanuit het PvdA- en VVD-establishment die wel degelijk tot de ‘Nederlandse waardengemeenschap’ behoren zoals die van de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb of die van VVD-Kamerlid Azmani. En wat te denken van de Turks-Nederlandse columniste Ebru Omar die om haar vermeende beledigende tweets jegens Erdogan in haar tweede vaderland Turkije vastzit?

Daar is hij flink op aangevallen, in het bijzonder dat hij Ebru Umar moslimstem zou noemen. Op zijn facebookpagina stelt hij daarover het volgende:

Er is nogal wat discussie op Twitter over de moslimstemmen die ik opvoer, met name die van VVD-Kamerlid Azmani en columniste Ebru Umar. Kern van de kritiek is dat ik ze onder ‘moslimstemmen’ schaar terwijl ze dat naar eigen zeggen helemaal niet -meer- zouden zijn. Ik heb dat gedaan omdat beiden oorspronkelijk een moslimachtergrond hebben en ze het racialiseringsperspectief volgend daarom niet tot de waardengemeenschap zouden horen. Of toch wel? Volgens mij horen ze wel degelijk tot de waardengemeenschap. Wat ik hier wil aankaarten is de vraag wie of wat moslims eigenlijk zijn. Wat is de definitie? Dat vind ik een van de zwakke punten van de racialiseringanalyse van Martijn de Koning. Ik verzet me dus op alle punten tegen het hokjesdenken dat voortvloeit uit de racialiseringstheorie.

Ten eerste geldt hier dat het racialiseringsperspectief juist aanknopingspunten biedt om te bekritiseren dat mensen buitengesloten worden: het zijn politici als Buma en Nawijn die mensen opsluiten in hun label. Los daarvan zien we hier dat afkomst gaat gelden als criterium om iemand te benoemen als moslimstem. Het is niet per se racialiserend, maar het kan wel onderdeel daarvan zijn. Moslims worden hier niet zozeer bedoeld als religieuze groep, maar als etnische groep zeker gezien het intro waarin De Ruiter zegt: “Moslims zijn mondiger dan ooit en even divers als wij.” Die “wij” zijn dan immers niet de christenen of joden, maar de Nederlanders. Deze etnische racialisering kan ook op een andere manier wanneer we kijken naar de racistische uitspraken van PvdA voorman Spekman zoals ik uitleg in het interview op Nieuwwij:

‘De Marokkanen die niet willen deugen moet je vernederen, voor de ogen van hun eigen mensen.’ Dat is een uitspraak die racistisch is en racialiserend ten opzichte van Marokkaanse Nederlanders. Immers het gaat hier om het neerzetten van een groep Nederlanders als apart van anderen, die zo hun eigen cultuur hebben en die je dienovereenkomstig moet behandelen. Tegelijkertijd zijn die Marokkaanse Nederlanders vaak ook de steen des aanstoots in het hele debat over islam en moslims. Dus hoewel dit geen anti-moslim racisme is, kan het wel bijdragen aan de racialisering van moslims.”

In de praktijk van racialisering en islamofobie in beleid, debat en in de motieven van gewelddadige aanvallen zien we dat ideeën over religie en afkomst voortdurend door elkaar heen lopen.

Kritiek & cultuurleer
In plaats van een rassenleer die de diversiteit van mensen reduceert tot homogene rassen, reduceren we die diversiteit tegenwoordig via een cultuurleer (meer daarover in het essay). Hier komen meestal diverse aspecten die hier genoemd zijn bij elkaar onder de noemer cultuur en deze vorm van racialisering gaat meestal gepaard met etnische racialisering. Een voorbeeld daarvan is de volgende ingezonden brief

Op de een of andere manier is het vanzelfsprekend dat als mensen in verschillende landen in de wereld iets doen, dat zou moeten leiden tot een debat hier over de islam. Het is iets dat zelden gebeurt over ‘Het westen’, maar we kunnen specifieke gebeurtenissen en handelingen volledig los maken van hun sociale, politieke en economische context wanneer het over islam gaat (waarschijnlijk speelt de theologische racialisering hier een rol). Het is een mechanisme dat ook terugkomt wanneer we moslims vragen afstand te nemen van terreuraanslagen elders. Zijlstra, Fortuyn, Buma en Nawijn gaan nog een stap verder: op basis van dit mechanisme sluiten zij moslims uit van het ideaal van de eigen gemeenschap. In bovenstaande reactie zien we eveneens hoe een doembeeld van de praktijken van moslims tegenover een ideaalbeeld van de eigen samenleving wordt gezet. Het is een ideaalbeeld. Immers, hoe politieke steun aan een illegale oorlog met talloze doden in Irak door de VS zich verhoudt tot tolerantie is niet geheel duidelijk (om maar wat te noemen). Dat wil inderdaad niet zeggen dat het ook bedoeld is om moslims uit te sluiten, maar indirect dragen deze uitingen daar wel aan bij. Het maakt moslims hier verantwoordelijk voor iets waar ze part noch deel aan hebben en schrijft ook nog voor dat ze zich moeten verantwoorden. Daar zitten alle elementen van racialisering wel in.

We zien dat ook terug in het artikel van Van het Reve afgaande op bovenstaand fragment. Volgens Van het Reve is een pleidooi voor het ontzeggen van de vrijheid van onderwijs aan moslims niet meer dan kritiek op de islam. De term ‘kritiek’ dient hier om het vanzelfsprekend en natuurlijk te maken dat er toch echt iets is met islam en dus met moslims. Het klinkt natuurlijk alleszins redelijk de term kritiek, maar werkt hier verhullend en als codewoord om moslims rechten te ontzeggen op basis van wat buitenstaanders vinden hun van de islam in al haar abstractie. Zo wordt het idee dat moslims een probleem zijn vanwege hun religie vanzelfsprekend gemaakt en beschouwen we die problematische islam als een bijna natuurlijk kenmerk van moslims als groep. Sterker nog, in tegenstelling tot wat Van het Reve echt racisme vindt, “zul je op religiekritiek toch echt inhoudelijk moeten reageren”. In dit geval zijn het dus niet politici als Nawijn die verantwoording moeten afleggen over discriminerende pleidooien, maar ligt de bal bij de moslims. Het zijn dus moslims die verantwoordelijk zijn voor racistische praktijken jegens hen, want het is vanzelfsprekend dat er iets is met islam. Daarmee is de cirkel van racialisering zo goed als rond.

De term racisme
Vrijwel alle critici richten zich tegen de term racisme omdat men racisme ziet als iets slechts en irrationeels. Dat kunnen we beschouwen als een anti-racistisch statement. Het is iets dat we voortdurend zien in debatten over racisme en dat serieus genomen moet worden, maar toch een paar kanttekeningen erbij als afsluiting.

In de populaire discussies over racisme wordt racisme vaak gereduceerd tot biologische ideeën over ‘ras’ zoals ik gisteren al stelde. Ten eerste laat de geschiedenis van racisme juist een mengeling zien van ideeën over biologische, religieuze, culturele en gender-ideeën wanneer het gaat om het vasttellen van wie er wel of niet bij hoort. Ten tweede worden in deze discussies vaak de Tweede Wereldoorlog en soms de KKK genomen als ijkpunten van racisme. Dat is begrijpelijk, maar ook onterecht aangezien dit specifieke vormen van racisme zijn die in de context van specifieke tijden en plaatsen bezien moeten worden. Racisme verandert per plaats en tijd en per groep die het object is van racisme.

Van het Reve’s punt dat echt racisme irrationeel zou zijn en islamofobie niet, deel ik niet. Voor racisten is hun racisme volstrekt logisch en rationeel en door de tijd heen zijn er ook allerlei wetenschappelijke rationaliseringen voor verzonnen die weliswaar later zijn weerlegd. Wat Van het Reve doet met zijn punt dat kritiek moet kunnen, is eigenlijk een uitstekend voorbeeld van het rationaliseren van islamofobe handelingen omdat hij het discriminerende effect van bijvoorbeeld het pleidooi van Nawijn volledig achterwege laat.

Een ander punt van kritiek is dat in de correctie op deze populaire definities van racisme allerlei zaken op één hoop worden gegooid (iets wat Van het Reve stelt). Dat is ook zo en dat maakt het begrip racialisering en racisme lastig als analytisch begrip (maar zie mijn commentaar van gisteren daarover), maar het is ook een typische opmerking van mensen die geen ervaring hebben met racisme. Kijken we naar hoe mensen die object zijn van racisme en racialisering dat ervaren en analyseren, dan zien we dat het voor hen wel degelijk van belang is dat het gaat om een voortdurende opeenstapeling van verschillende vormen van racisme en racialisering: in het dagelijks leven, in beleid, in debat, op basis van toegeschreven culturele, religieuze en biologische kenmerken. Het is niet het één of het ander dat van invloed is op hun leven, maar de combinatie, de opeenstapeling en de herhaling ervan op verschillende momenten en plaatsen.

Om enigszins te begrijpen wat er aan de hand is, kun je niet alleen het (witte) buitenstaanders perspectief erkennen, maar zul je ook de stemmen van degenen die het object van racisme en racialisering zijn serieus moeten nemen. Het gaat in de discussie of het wel of niet racisme is en wel of niet islamofobie, namelijk ook om de definitiemacht. Daarbij is het, bijvoorbeeld, simpelweg onjuist om te stellen dat degenen die zich geen moslim meer noemen, zoals Van het Reve stelt zich ook niet meer aangesproken hoeven te voelen. Zoals ik in mijn essay laat zien wordt zelfs degene die zich expliciet geen moslim meer noemt, nog steeds aangesproken door anderen in het dagelijks leven op islam en de daden van moslims.

Het reduceren van racisme tot iets van WOII of de KKK is daarmee niet alleen historisch incorrect en een reductie van eeuwen geschiedenis, maar maakt ons, in de woorden van Ann Stoler, ook woordenloos om de constructie van groepen mensen als onacceptabele en inferieure Ander te begrijpen en woordenloos om de reacties van degenen die het object ervan zijn te begrijpen. Mijn essay over Fortuyn, mijn artikel in De Volkskrant, het interview bij Nieuwwij zijn de eerste stappen voor mij om dit beter te kunnen te analyseren in mijn onderzoek.

——————————————————————-

Over de racialisering van moslims:

Een ideologische strijd met de islam – Fortuyns gedachtegoed als scharnierpunt in de racialisering van moslims | Karakter Uitgevers BV
fortuyn
Waarom islamofobie wel degelijk racistisch is | Binnenland | de Volkskrant

“Racialisering moslims zo ver voortgeschreden dat het burgerrechten van moslims bedreigt” – Nieuwwij

Naar aanleiding van de kritiek

Islamofobie & De racialisering van moslims – Een toelichting / 1 | C L O S E R
Islamofobie & De racialisering van moslims – Een toelichting / 2 | C L O S E R
Islamofobie & De racialisering van moslims – Een toelichting / 3 | C L O S E R

En dan de commentaren natuurlijk:

Martijn de Koning behandelt moslims als kinderen zonder stem | Jan Jaap de Ruiter | de Volkskrant

Racialiseren vervangen door culturaliseren biedt geen soulaas | Paul Voestermans & Theo Verheggen – Cultuur & Psychologie blog

Islamofobie: de stand in het land (deel 3) – Jan Tervoort (Amsterjan) – Batavirus

Islamofobie is een onzinnig begrip | Jonathan van het Reve | de Volkskrant

Weer een raar stukje · Hans’ blog

Islamofobie II · Hans’ blog

Ayaan Hirsi Ali en de raciali­sering van moslims | MO