Mobiliseren en ridiculiseren van onbehagen – Over kutmarokkanen, haatbaarden en tokkies

Het is een geliefde bezigheid, het ridiculiseren van aanhangers van islam en van Geert Wilders. Termen als haatbaarden (gereserveerd voor alles wat op radicale moslims lijkt en met Rage Boy als een bijna archetypische verbeelding ervan) en tokkies (meest recent gereserveerd voor aanhangers van Geert Wilders die in beeld kwamen tijdens de eerste dag van het proces tegen hem. Het filmpje was gemaakt door Rutger van Geenstijl onder meer met als doel eens het bloed onder de nagels te halen van het gebruikelijke Geenstijl publiek. Hoe iemand er vervolgens bij komt bij komt om een reportage van Geenstijl ook maar enige journalistieke waarde toe te kennen (net als bij het geknipte en geplakte filmpje over Vogelaar) mag Joost weten, maar feit is wel dat het her en der is opgepikt onder het mom dit zijn nou de typische PVV-stemmers: achterlijke mensen, domme mensen, tokkies, enzovoorts enzovoorts. En inderdaad de mensen in de reportage waren bepaald niet welbespraakt of in ieder geval niet al te fijnzinnig. Wat ze in ieder geval lijken te overtreden is de norm voor gedragingen in het publiek, zoals ook bij sommige moslims gebeurt of kandidaten voor TON. Media-training, zo heb ik gemerkt, behelst ook onder meer dat: het bijschaven (of beschaven)van de communicatie van individuen zodat hij of zij goed overkomt in kranten, tijdschriften en op radio en tv. Goed volgens de normen van ‘ons soort mensen’; meestal blanke, gemiddeld tot hoger opgeleide mannen. Goed de mensen die in beeld kwamen, hadden duidelijk geen media training achter de rug. Degenen die dat wel hadden of echt niet nodig hebben kwamen of niet aan bod voor een interview of zijn er waarschijnlijk uitgeknipt.

Het is makkelijk deze mensen te ridiculiseren (en blijkens de HP/De Tijd undercover reportage over de PVV doen de PVV-ers daar zelf ook flink aan mee) net zoals het ‘haatbaardje’ die zijn ongezouten mening over joden, zionisten en israeliërs (allemaal één pot nat) voor de camera spuwt (maar niet mee doet aan de protestactie). Zowel dit haatbaardje als de tokkies van de PVV zijn uit de hand gelopen vormen van straatinterviews; iets dat een grote vlucht heeft genomen volgens sinds Pim Fortuyn toen ‘we’ erachter kwamen dat het plebs ook serieus genomen moet worden. En het levert natuurlijk vermakelijke filmpjes op, met een duidelijke morele boodschap van de makers: zo moet het dus niet en wij zijn beter dan zij. Het zijn geen filmpjes die een realistisch en representatief beeld moeten geven, maar het zijn filmpjes gericht op effectbejag. Eén van de effecten is dat het tokkie-gehalte van de aanhangers op de één of andere manier Wilders’ PVV aangerekend wordt. Alsof het afbreuk doet aan zijn politieke propaganda. Het filmpje wordt ingezet om een maximaal disassociatie effect te bereiken: met dat publiek wil toch immers geen weldenkend mens ge-associeerd worden (in ieder geval niet openlijk). Eerder willen we net als Peter R. de Vries in het publiek een PVV aanhanger voor schut zetten vanwege zijn, volgens De Vries, domme voorkeur. In feite komt het neer op het buitenspel zetten en niet serieus nemen van een groep mensen omdat ze niet aan onze voorkeur voldoen. Uitsluiting dus, vaak het begin van een heleboel ellende. En niet geheel onwaarschijnlijk gaat hier een behoorlijke hypocrisie achter schuil. Zoals politici zoals Wilders zich vaak opwerpen als verdediger van progressieve waarden, gebruikt men deze om moslims uit te sluiten waar linkse politici dan weer erg veel moeite mee hebben. In het geval van de Tokkies verdedigt men eveneens de tolerantie en het fatsoen tegen deze verwilderde mensen terwijl men in veel gevallen twee fundamentele uitgangspunten deelt: 1. de islam is een godsdienst van buiten (en dus niet van ‘ons’) en 2. de islam is een probleem. Het verschil tussen de ‘fatsoenlijken’ en de ‘tokkies’ is dus niet zo groot als uit de commentaren zou blijken.

We kunnen ze dus maar beter wel serieus nemen, die kutmarokkanen, haatbaarden en ja ook de tokkies. Dat men niet al te intellectueel is, niet al te fijnbespraakt en wellicht ook wat wereldvreemd, neemt nog niet weg dat men ook daadwerkelijk wat te melden heeft. Maar eerlijk is eerlijk, dat plaatst ons dan wel weer voor een lastig punt. In zijn recente boek Hoezo mislukt? – De nuchtere feiten over de integratie in Nederland stelt Frans Verhagen een vraag die mij ook al enige tijd bezighoudt:

‘Als heel Volendam wegens een hekel aan allochtonen op de PVV stemt, terwijl er in het dorp geen allochtoon woont, dan moet het probleem serieus genomen worden. Maar waarom gaat het precies? Dat de Volendammers kennelijk van alles weten over een groep die ze niet kennen?’

In de Volkskrant noemt Anet Bleich dit commentaar in haar lovende bespreking van dit boek ‘van een bevrijdende satire’, maar is dat daadwerkelijk zo bevrijdend? Een ander, eigen, voorbeeld. Als ik een lezing geef in een zaal met nogal wat PVV-stemmers over Fitna, waarin ik de film beeld voor beeld ontleed en per beeld laat zien dat Wilders in deze film liegt, verdraait en verdonkeremaand als het gaan om de Koran-citaten en de krantenknipsels? Niet als mening, maar gewoon ontleed, met bronnen erbij (in het geval van de krantenkoppen de originele berichten). En na afloop komen er twee mensen naar mij toe en die zeggen, ja dat klopt allemaal wat u zegt, alleen toch heeft Geert Wilders gelijk in deze film. Maar wat is dan zijn gelijk? Doet het er eigenlijk wel toe wat hij precies zegt? En wat zeggen deze mensen nu eigenlijk? En waar zijn wij nu eigenlijk helemaal mee bezig?

Natuurlijk is het de schuld van de media. In zijn boek geeft Verhagen een voorbeeld van mijn ervaringen met Pauw en Witteman nadat ik de redactie duidelijk had gemaakt dat de dominante tendens onder de jongeren in mijn Goudse onderzoek niet radicalisering is, maar conflictvermijding:

dat is goed nieuws voor Nederland en goed nieuws voor de moslims, maar daar zitten wij niet op te wachten’.

(Even terzijde, dat is geen reactie op het afnemende belang van geinstitutionaliseerde religie zoals Verhagen en Bleich – in haar bespreking – lijken te suggereren).

Verhagen gaat daarbij verder op een punt dat ik hier ook al gemaakt heb naar aanleiding van dat en andere incidenten: onderzoek naar islam en moslims wordt bekeken binnen vaste kaders die moeten passen binnen het beperkte aantal verhalen dat mogelijk is en binnen een aantal woorden en/of seconden die beschikbaar zijn. Daarbij heeft de journalistiek nog enige verslagleggende, objectieve pretenties terwijl het bij sites als Geenstijl vooral gaat om de infotainment, vorm boven inhoud en boven de (ingewikkelde) realiteit. De verslaglegging over Wilders’ aanhangers lijkt niet veel beter te zijn. Dit is geen afdoende verklaring, bovendien is dit er één van de kip of het ei: gaat de media zo met deze onderwerpen om, omdat het zo scoort of scoort het zo omdat de media zo met deze onderwerpen om gaat? In ieder geval is ook van belang de rol van politieke entrepeneurs zoals Wilders en Peter R. de Vries en Ellian die gebruik kunnen maken van allerlei onbestemde gevoelens van onbehagen en deze kanaliseren in de richting van een (nog te scheppen) duidelijke vijand. En het kenmerk van dergelijke politieke entrepeneurs is dat ze zo fatsoenlijk, verstandig en welbespraakt over komen en dat beeld ook proberen te cultiveren door te wijzen op de onbeschaafdheid van de ander.

4 thoughts on “Mobiliseren en ridiculiseren van onbehagen – Over kutmarokkanen, haatbaarden en tokkies

  1. Het kan best zijn dat je een goed punt hebt maar wat meer zorgvuldigheid waar het krapuul.nl betreft lijkt me wel op zijn plaats.

    Jij doet het hierboven voorkomen alsof er op krapuul.nl over “typische PVV-stemmers” wordt gesproken die “achterlijk” zouden zijn.

    Dit is niet correct.

    Ten eerste link jij met jouw woorden “typische PVV-stemmers” naar een berichtje op krapuul dat gaat over rechts-extremistische deelnemers aan de pro-Geert demonstratie. Er staat nergens dat dat typische PVV-stemmers zouden zijn.

    Daarnaast link jij met het woordje “achterlijk” naar een berichtje op krapuul over Fleur Agema die Maarten van Rossem heeft benaderd voor een functie bij de PVV.

    Dit heeft ook niks met het ridiculiseren van PVV-stemmers te maken, hoogstens is de titel van dat berichtje “en dan mag je PVV-ers niet achterlijk noemen” een (humoristische) verwijzing naar reacties zoals de jouwe waarin je zegt dat je geen PVV-stemmers moet ridiculiseren.

    Wat mij wel is opgevallen van de “typische PVV-stemmer” is dat ze moord en brand schreeuwen over het einde der tijden, burgeroorlogen, het einde van de Nederlandse rechtsstaat, etc., maar dat de “typische PVV-stemmer” uiteindelijk te beroerd is om daar dan iets aan te doen, bijvoorbeeld toen Geert Wilders had opgeroepen tot een zo groot mogelijke demonstratie. En dat is voor mij inderdaad wel aanleiding om al dat moord en brand geschreeuw minder serieus te nemen.

  2. Het eerste staat gelinkt, naar een stuk getiteld ‘Geerts demonstranten’ daarmee schrijf je de rechts-extremisten direct toe aan Wilders en generaliseer je de gehele groep demonstranten onder het kopje rechts-extremisten. Maar vooruit een link naar Kafka of de Volkskrant was misschien beter op z’n plaats geweest, hoewel jij nog meer generaliseert dan die twee.

    De tweede lijkt me overduidelijk en de spijker op z’n kop en gaat inderdaad over dat ‘achterlijke’.

  3. Het verbaast mij dat juist jij iemand anders durft te verwijten dat ie generaliseert, gezien dit artikeltje.

    Dat tweede linkje gaat niet eens over PVV-aanhang.

  4. Het doet er niet toe dat het niks met de PVV aanhang te maken heeft, het gaat erom hoe mensen denken over de PVV aanhang; achterlijk dus.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*
*
Website