Carmen Becker onderzocht de invloed van internet op het geloof van jonge Nederlandse en Duitse moslims die de Salafiyya volgen. Internet biedt hen een ontmoetingsplaats, een godsdienstige ruimte én de mogelijkheid om zelf op zoek te gaan naar bronteksten en hun betekenis. Dat zal traditionele vormen van religieus gezag veranderen, stelt Becker, die op op 9 september 2013 promoveert aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Net als de jongeren om wie het gaat, spreekt Carmen Becker niet over salafisten maar over ‘moslims die de Salafiyya volgen’. ‘Volgelingen van de Salafiyya streven ernaar de profeet Mohammed en de eerste drie generaties moslims, de zogenaamde vrome voorvaderen, zo nauwkeurig mogelijk te volgen. “Salafisten” worden vaak in verband gebracht met radicalisering en geweld. Maar het hebben van zeer orthodoxe, soms radicale opvattingen, betekent niet dat je dús voor radicaal gedrag en geweld bent.’
Volgens de Duitse Verfassungsschutz (binnenlandse veiligheidsdienst) zijn er in Duitsland 3800 actieve Salafiyya-volgelingen, jong en oud; in Nederland houdt de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding het op 3000 volgelingen. ‘Dat zijn echter schattingen die op hun eigen definities zijn gebaseerd en waarvan niet altijd duidelijk is hoe ze tot stand zijn gekomen.’

Voor haar onderzoek volgde Becker tussen 2007 en 2010 veel gesprekken en activiteiten op fora en in chatrooms en sprak uitgebreid met 47 jongeren. Soms nam ze ook deel aan gesprekken op internet, waarbij ze zichzelf altijd bekendmaakte als onderzoekster.

Moslim worden in een chatroom
Internet is, stelde Becker vast, voor deze moslimjongeren niet alleen een plek om informatie uit te wisselen, maar ook een godsdienstige ruimte waar ze hun geloof kunnen beleven. ‘Ze kunnen er praten, bidden, naar lezingen en preken luisteren, maar moslim worden in een chatroom kan ook, mits er getuigen zijn die vaststellen of de geloofsbelijdenis overtuigend wordt uitgesproken. Internet tast dus niet de kern van het ritueel aan.’

Zelf op zoek
Op een ander vlak kan de invloed van internet groter zijn, denkt ze: ‘Traditioneel wordt kennis over het ware geloof overgedragen in de moskee, door een imam of een ander gezaghebbend persoon. Maar op internet, zeker nu er steeds meer bronteksten in verschillende talen gedigitaliseerd worden, kun je zelf die teksten bestuderen. Dat is niet eenvoudig: het zijn vaak geen eenduidige, niet mis te verstane teksten, en veel vertalingen uit het Arabisch zijn ronduit slecht. Bovendien mag je als gelovige jezelf niet overschatten en denken dat je de Koran even kunt interpreteren. Het gezag van erkende autoriteiten zoals de islamitische geleerden is dus nog steeds groot. Maar daarnaast gaan mensen zelf op zoek naar bewijsplaatsen voor bepaalde uitspraken en bespreken ze met andere gelovigen teksten en interpretaties.’

Moslim in het westen
De jongeren die Becker onderzocht, luisteren graag naar lokale deskundige geloofsgenoten die erin slagen om de leer en het leven te verbinden. ‘Dat kan een jonge prediker zijn, of een populaire bekeerde moslim – belangrijk is dat ze zich kunnen verplaatsen in het leven van jonge orthodoxe moslims in het westen én hun taal spreken. Hun teksten worden druk besproken, omdat ze minder gaan over de vraag: wat wat heeft de profeet gedaan, maar: wat zou de profeet gedaan hebben onder deze omstandigheden.’

Losser? Anders
Concluderen dat het orthodoxe geloof van jongeren die de Salafiyya volgen ‘losser’ wordt onder invloed van internet, wil Becker niet. ‘Het is nog te vroeg om te kunnen zeggen wat uiteindelijk de invloed zal zijn. Maar dat internet geloofspraktijken verandert – dat denk ik zeker.’

Carmen Becker (Lindlar, Duitsland, 1977) studeerde politicologie (specialisatie: Midden-Oosten) aan de Freie Universität Berlin Vanaf 2004 werkte zij voor het Duitse Ministerie van Buitenlandse Zaken. In 2007 startte ze haar promotieonderzoek bij de afdeling Arabisch en Islam/ Research Institute for Philosophy, Theology and Religious Studies van de Radboud Universiteit. Beckers promotieonderzoek maakt deel uit van een groter onderzoeksprogramma aan de Radboud Universiteit naar Salafisme, waarvoor de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) in 2007 subsidie verstrekte.