Wilders als racist? – Wat leert de zaak Wilders ons over hoe het begrip ‘ras’ werkt?

Enige jaren geleden vroeg ik mijn studenten of ze zichzelf konden indelen in een categorie waarvan zij dachten dat het een ‘ras’ was. Onvermijdelijk ontstonden er verschillen van mening. Zijn mensen uit het Midden-Oosten een ‘ras’ op zich? Vallen Marokkaanse Nederlanders onder een ander ‘ras’ dan Turkse Nederlanders? Zijn Spaanse Nederlanders nu wit of vallen zij onder dezelfde categorie als Marokkaanse Nederlanders? En Basken? En allochtonen en autochtonen?

De volgende stap in de discussie was dat studenten zichzelf moesten bevragen over de basis van hun ideeën. Sommigen hielden vast aan de wet, anderen stelden dat mensen allemaal één ras vormen, maar de meesten konden eigenlijk geen goede eenduidige basis vinden voor hun ideeën. Helemaal niet als we dan gingen kijken wat nu de criteria waren om mensen in een ras in te delen: haar, huidskleur, kleur ogen, enzovoorts. Maar wat dan te denken van mensen met lichtbruin of zelfs blond haar en een redelijk lichte huid uit Afghanistan of Turkije? En mensen met zwart haar, getinte huidskleur en bruine ogen uit Zuid-Europa? Ze kwamen er niet uit en dat is geen wonder: er bestaat geen eenduidige indeling in rassen die daadwerkelijk iets zinnigs zegt over verschillen tussen mensen.

Wat is een ras?
Dit is geen argument om te stellen dat ‘rassen’ niet bestaan. Want inderdaad, het indelen van de mensheid in ‘rassen’ mag dan wetenschappelijk wel zo goed als achterhaald zijn, maar de realiteit is wel dat we de mensheid wel degelijk indelen op basis van ideeën over wat een ras is. Zie de geschiedenis van zwarte mensen, joden en moslims (geen uitsluitende categorieën) en hun hedendaagse ervaringen. Hoe inconsequent, ambivalent en vloeiend die ook mogen zijn. Neem bijvoorbeeld de term ‘halfbloed’. Iemand die een kind is van een witte en zwarte ouder wordt soms met die term aangeduid en sommigen duiden zich ook zelf met die term aan.

Er zit iets vreemds aan die term. Want als je een witte ouder hebt (1) en een zwarte ouder (1), dan zou je ook kunnen stellen dat we te maken hebben met dubbelbloed (1+1=2), maar we noemen de persoon halfbloed. Dat komt omdat we in het Nederlands taalgebruik uitgaan van wit als de norm. De nakomeling is dan niet meer helemaal wit: vandaar halfbloed. De indeling hier is dus geladen met ideeën over bloedverwantschap, raciale hiërarchie en wit privilege. Deze constructie maakt deel uit van wat we de sociale constructie van ras noemen in plaats van ‘ras’ als biologische verwantschap.

Dat betekent niet dat de verwantschap niet echt is of dat die verwantschap geen gevolgen heeft. De verwantschap, de uiterlijke kenmerken van individuen zijn allemaal echt en hebben consequenties: hoe we dat benoemen en hoe we mensen aanduiden is geen feit, maar een sociale constructie. Hoe een dergelijke constructie ontstaat, welke ideeën mensen hebben over de criteria om mensen in te delen, welke waardeoordelen mensen daaraan hangen en welke ideeën mensen hebben over hoe om te gaan met individuen die wie ingedeeld hebben, kunnen we onderzoeken met het begrip racialisering. De uitkomst van een dergelijke constructie kan onder andere racisme zijn.

Hoe maken we een ‘ras’
Of een groep een ras kan zijn, staat dus niet vast. Een boom of een berg bestaat, ongeacht wat mensen ervan denken, maar een ras niet. En hoewel er culturele verschillen tussen groepen kunnen zijn, kunnen we die niet indelen op basis van ideeën over rassen. Maar dat doen we dus wel. Bij een ras hangt het ervan af of mensen op het idee komen om een bepaalde groep als ras aan te duiden of als zodanig te behandelen. Soms gebeurt dat direct, meestal met zwarte mensen.

Soms gebeurt dat indirect, bijvoorbeeld via de term allochtoon. Deze lijkt (of leek) objectief samengesteld te zijn op basis van een onderscheid tussen Westers en niet-Westers, maar is in werkelijkheid gebaseerd op ideeën over verwantschap, herkomst, cultuur, kleur en religie: de typische allochtoon is tegenwoordig de moslim terwijl de typische autochtoon wit is in het populaire taalgebruik.

Soms gebeurt het categoriseren niet: met witte mensen. Witte mensen zijn de onbesproken norm: een idee dat nog het best tot uiting komt in de zelfidentificatie ‘blank’. Het is voor witte mensen dan ook vaak confronterend of een eye-opener om wel als ‘wit’ geïdentificeerd te worden; hun vanzelfsprekendheid wordt aangetast.

Dat ‘ras’ een constructie is met zeer reële consequenties bleek afgelopen week uit het proces tegen Geert Wilders. De juridische constructie van ras waarin verschillende zaken zoals kleur, afkomst, nationaliteit en etniciteit bij elkaar komen, is enerzijds een uiting van het gegeven dat wetenschappelijk ‘ras’ niet is vast te stellen en anderzijds een uiting van hoe nu en in het verleden ‘ras’ toch een sociale realiteit is.

Het juridische verhaal
In het requisitoir van het OM draaide het deels om de vraag of discrimineren van Marokkanen op basis van hun etniciteit discriminatie op basis van ras is. Volgens de Nederlandse wet en het verdrag voor de eliminatie van alle vormen van raciale discriminatie is dat zo. Dat ‘ras’ als een juridische constructie bestaat leert ons enkele belangrijke zaken over ‘ras’. Ten eerste, ook al zijn rassen geen zinvol biologisch onderscheid, het gebruik van de term dient toch enig nut want anders bestond het niet.

Ten tweede, omdat ‘rassen’ niet bestaan maar de term wel nut heeft, zullen we moeten beslissen wat dan een ‘ras’ is. De wet en internationale verdragen zijn te zien als uitkomsten van dat sociaal-politieke beslissingsproces.

Ten derde, die consensus is tijd en plaats gebonden en niet iedereen zal het ermee eens zijn. Dan krijgen we een strijd om te bepalen wiens definitie doorslaggevend is en welke definitie opgelegd kan worden. De juridische invulling is één van de uitkomsten van dat proces. Het is de politieke en juridische elite die de definitie bepaalt. En het gaat daarbij zelden om definities die leven onder de objecten van raciale hokjesgeest die lager op de ladder staan dan witte mensen. En de macht van de wet bepaalt dat deze definitie opgelegd kan worden. Het is vervolgens ook de staat die bepaalt of discriminatie tot vervolging leidt: slechts 25% aangiften wordt behandeld.

In het geval van de minder-minder uitspraken is er alle reden om dit aan te merken als racisme, ook los van de juridische definities. Wilders identificeert hier als leider van een politieke beweging een diverse groep Nederlanders als ‘Marokkanen’ (en daarmee per definitie als outsiders), met generaliserende negatieve kwalificaties die als rechtvaardiging te dienen ‘om te regelen’ dat er minder van dienen te zijn. Hier wordt een groep van de bevolking uitgezonderd van de rest op basis van afkomst en negatieve kwaliteiten. Hoewel er zeker verschil van opvatting is onder academici over racisme, valt bij de meeste een dergelijke uitspraak wel degelijk onder racisme precies omdat er een bevolkingsgroep wordt uitgezonderd van de rest op basis van hun afkomst. En ook dat laatste dan nog eens heel specifiek, want de volgende afstammelingen van Marokkaanse migranten worden waarschijnlijk niet bedoeld:

De post-raciale constructies van ‘ras’
Dat maakt ook een belangrijk verschil met de vorige zaak. De juridische constructie lijkt zo te werken dat het specifiek moet gaan om wat herkend wordt als bevolkingsgroep. De islam is dat blijkbaar niet: er wordt dan een verschil gemaakt tussen een idee en een groep mensen ook al is dat in de realiteit een zeer ingewikkeld en nogal kunstmatig onderscheid want mensen maken nu eenmaal de islam en de islam als godsdienst bestaat niet zonder mensen. Die constructie zorgt ervoor dat het niet onder het juridische begrip ras valt en maakt zeer vergaande dehumaniserende uitspraken mogelijk.

Interessant waren ook de tegenreacties. Marokkaans is een nationaliteit en geen ‘ras’ en ‘rassen bestaan niet’ of ‘er is maar één mensenras’ en dus is er per definitie geen sprake van discriminatie op basis van ‘ras’. We zouden deze uitspraken kunnen zien als voorbeelden van ‘deracialisering’ en/of antiracisme, maar deze uitspraken werden veelal gedaan door voorstanders van Wilders en dienen om discriminerende uitspraken juist mogelijk te maken. Daarbij negeren dergelijke reacties, opnieuw, dat raciale indelingen met name voor zwarte mensen en moslims (geen uitsluitende categorieën) wel degelijk een alledaagse realiteit zijn. De tegenwerping van veel politici dat de minder minder uitspraken van Wilders niet in de rechtbank thuishoren, maar in het parlement is eveneens veelzeggend. Het zijn immers politici die de antiracisme en anti-discriminatie wetgeving ontworpen hebben, maar het is natuurlijk niet de bedoeling dat deze wetgeving tegen hen gebruikt kan worden. We kunnen wel een eenvoudige witte burger aanpakken die racistische uitspraken doet, soms zelfs de staat en het bedrijfsleven, maar de politici moeten vrijelijk mogelijk racistische uitspraken kunnen doen.

Deze tegenstelling zien we ook in de zaak Wilders waar zowel door het OM als door de verdediging de zaak wordt ingekaderd in de tegenstelling vrijheid van meningsuiting en het verbod op discriminatie en haatzaaien. Dat is een vreemde tegenstelling, immers het grondwettelijke artikel van de vrijheid van meningsuiting brengt een beperking aan: ‘behoudens iedere verantwoordelijkheid volgens de wet’. Met andere woorden er is, juridisch, geen tegenstelling tussen vrijheid van meningsuiting en het discriminatieverbod; het discriminatieverbod is onderdeel van de vrijheid van meningsuiting en een reeds vastgelegde bestaande inkadering. Juist het opwerpen van die schijntegenstelling maakt het mogelijk voor Wilders om politieke munt te slaan uit deze vervolging en draagt bij aan het normaliseren van racisme en discriminatie.

Een testcase
De zaak tegen Wilders is een belangrijke testcase voor aanklachten tegen haatzaaien en discriminatie op basis van ‘ras’. Hoe robuust is de constructie van ‘ras’ zoals die gebruikt wordt? Kan de gewone boze burger ook een machtsmiddel inzetten ter genoegdoening en herstel van de schade? Het relatieve lage aantal vervolgingen in het algemeen en de lage boete die ge-eist is voor Wilders, 5000 euro, zijn niet hoopvol, maar dat juist een politicus vervolgd wordt is wel een belangrijk signaal.

3 thoughts on “Wilders als racist? – Wat leert de zaak Wilders ons over hoe het begrip ‘ras’ werkt?

  1. Natuurlijk bestaan rassen. De definitie is; Als individuen binnen een groep meer lijken op individuen van die groep dan op buitenstaanders, spreek je al van ‘ras’. Deze term een andere inhoud willen geven dient geen enkele doel behalve de discussie smoren. Je bent echter wel bezopen als je in dit tijdperk nog een ‘ras-zuiver’ mens denkt te kunnen vinden.

  2. Mark:We weten allemaal dat de vraag of we minder Marokkanen willen, niets te maken heeft met racisme, maar alles met het gedrag van bepaalde mensen.En Geert Wilders’ ‘minder minder’-uitspraak niet ging over het ‘ras Marokkanen’, maar over de nationaliteit.Dan geldt vanaf nu dus ook dat eenieder die b.v. de blanke Nederlandse burgerbevolking (dan vaak bewust “witte” genoemd) op onderscheidende (d.i. dus discriminerende) wijze van andere als groep op negatieve wijze aanvalt zich schuldig maakt aan groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie.Veel mensen raken in de war van het begrip (biologisch) ras. Juridisch gezien heeft een biologisch ras al heel lang geen betekenis meer.De laatste keer dat het begrip (biologisch) ras in Europese wetgeving werd gedefinieerd is in de Neurenberger wet.Daarbij komt dat ras niet belangrijk is, daarom is de juridische term verbreed naar meer zinvolle begrippen als nationaliteit, culturele of religieuze entiteit. Deze verbreding is door de UNO ingesteld en door de lidstaten (waaronder Nederland) geïmplementeerd.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*
*
Website