In deze blog serie wil ik een overzicht bieden van wat we zoal weten in de studie van islam in Europa, in het bijzonder Nederland, over de islam als een mondiale religie in relatie tot staten, religieuze en politieke bewegingen en burgers in Europa, ic Nederland. Ik schrijf dit tegen de achtergrond van het Parlementaire onderzoek ‘ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen’ dat nu al enige weken loopt en in de komende weken in het kader zal staan van de hoorzittingen in de Tweede Kamer. De serie zal dan ook voortdurend heen en weer springen tussen academische achtergrondkennis en het onderzoek van de commissie.

Startpunt in deze blog serie is dat, zoals reeds gesteld, islam een mondiale religie is. Met andere woorden, waar islam geworteld is in de Nederlandse geschiedenis en in de hedendaagse samenleving, overstijgt deze ook de landsgrenzen, symbolen en belangen van de Nederlandse natie-staat. Deze notitie neemt als analyse kader grofweg het kader zoals dat ontwikkeld is door antropoloog John Bowen over islam als transnationale ruimte. Met transnationaal wordt hier bedoeld enerzijds een fenomeen dat de landsgrenzen overstijgt en anderzijds dat nauw verbonden is met het bestaan van die grenzen. Het transnationale aspect van de islam valt uiteen in drie aan elkaar verbonden dimensies:

  • Stromen van geld, goederen, mensen en middelen. Mensen, geldstromen, handel en kennis zijn geen statische fenomenen, maar ‘reizen’ over de wereld. Nederland heeft een lange geschiedenis met de overzeese islam en, in beperkte mate, ook met islam in het Europese Nederland tot de jaren ’50. Daarna zijn door migratie, gezinshereniging, gezinsvorming, asiel er diverse etnische groepen komen, waarbij ook varianten van islam meekwamen. Die etnische verdeling bleef grotendeels intact toen deze migranten zich in de jaren ’80 in toenemende mate op een leven en toekomst in Nederland gingen richten. Ook wanneer we naar de huidige tweede en derde generatie kijken, zien we dat de etnische onderverdeling nog steeds sterker is dan de intra-islamitische onderverdelingen.
  • Vormen van identiteit en verbondenheid. Onder moslims zien we, zoals bij iedereen, verschillende identiteiten en vormen van verbondenheid. Deels geschoeid op nationale leest zoals verbondenheid met Nederland en Turkije, deels geschoeid op religieuze leest zoals verbondenheid met het idee van een universele en universalistische islam die los staat van culturele praktijken of juist één die sterk verbonden is met de lokaal gegroeide verhoudingen in bijvoorbeeld Nederland en Marokko. We zien ook vormen van verbondenheid die geënt zijn op het leven in steden, bijvoorbeeld de verbondenheid met Amsterdam en met Paramaribo. En we zijn bij individuen eigenlijk alle mogelijke mengvormen van verbondenheid.
  • Islam als transnationale ruimte. De islam is dus geworteld en is zich verder aan het wortelen in Nederland en daarbij doen zich specifieke vraagstukken voor. Kan een openbare oproep tot gebed? Hoe zit met halal voedsel, en als het halal is, is het dan ook tayyib? Maar deze discussies zijn ook weer niet exclusief Nederlands en ook niet exclusief voor deze tijd. Met andere woorden in de islamitische tradities bestaan debatten die landsoverstijgend zijn, maar binnen ieder land wel weer een specifieke uitwerking en gezicht krijgen.

Binnen dit kader kunnen we al gelijk stellen dat invloeden van buitenaf logisch zijn en ook dat het voor de hand ligt om te veronderstellen dat staten die zich vereenzelvigen met islam of juist niet, van die invloed een kwestie maken. Sommige staten en ook religieuze bewegingen willen juist invloed andere staten willen dat juist niet of slechts op een bepaalde manier. Wat kunnen we nu stellen over die invloeden op basis van de academische literatuur? Dat komt later. Eerst over #Pocob!

Achtergrond: POCOB

De Parlementaire ondervragingscommissie ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen (POCOB) onder leiding van Michel Rog (CDA)  heeft als doel “meer inzicht te krijgen in ongewenste beïnvloeding van maatschappelijke en religieuze organisaties in Nederland, zoals moskeeën, uit onvrije landen.” Volgens POCOB richt dit onderzoek zich enerzijds “op het verkrijgen van inzicht welke beïnvloeding  plaatsvindt en anderzijds op mogelijke oplossingen en maatregelen om ongewenste beïnvloeding tegen te gaan.”

Er lopen verschillende onderzoeken overigens, maar Pocob  is in feite een verkorte parlementaire enquête waardoor het mogelijk is om getuigen en deskundigen onder ede te horen. De commissie is er gekomen op initiatief van de kamerleden Van der Staaij (SGP) en Karabulut (SP). De openbare verhoren vinden plaats in februari 2020. Directe aanleiding voor dit onderzoek is de berichtgeving in NOS Nieuwsuur en de NRC over financiering van Nederlandse islamitische instellingen vanuit het buitenland. Volgens NOS Nieuwsuur en NRC zou de overheid hebben over zeker dertig islamitische organisaties in Nederland die afgelopen jaren financiering hebben aangevraagd in Golfstaten of daadwerkelijk geld hebben ontvangen uit deze landen. Dat is natuurlijk best een belangrijk verschil: financiering aanvragen of deze ook daadwerkelijk krijgen. Dat dat onbekend is geeft aan dat de validiteit van deze informatie misschien toch niet al te hoog is. Het zou volgens de berichtgeving gaan om miljoenen euro’s uit Koeweit en Saudi-Arabië. Dat zou kunnen natuurlijk. Het is waarschijnlijk veel hoger (wat er aangevraagd is) en het is vrijwel zeker hoger dan het bedrag waarvan men stelt dat het binnen gekomen is.

Deze discussie uit 2018 was niet nieuw. Eigenlijk is de transnationale beïnvloeding een kwestie zolang Nederland bestaat. Of het nu ging om de rooms-katholieken en de Pauselijke invloed, de invloed van de panarabische islam op moslims in het Europese Nederland of in Indonesië, de anti-semitische complottheorie de Protocollen van de Wijzen van Zion, de ‘lange arm van koning Hassan’ in de jaren ‘90 of die van Erdogan hedentendage, het stimuleren van sinterklaasfeestjes met zwarte piet, op allerlei manieren maken deze kwesties deel uit van langjarige debatten over ongewenste invloeden, soevereiniteit en de identiteit van Nederland. Religieuze instituties zijn daarvoor belangrijk, zij kunnen projecten voor meer secularisme stimuleren of juist proberen te dwarsbomen, democratische protesten mobiliseren of juist anti-democratische protesten, op verschillende manieren een rol spelen in de overgangen van dictaturen naar democratieën en vice versa, enzovoorts.

Enkele weken geleden werd duidelijk dat twee islamitische organisaties die opgeroepen zijn voor de openbare verhoren, zo hun bedenkingen hebben: As Soennah uit Den Haag en AlFitrah uit Utrecht. Omdat de tweede, alFitrah, heeft aangegeven niet mee te werken onderzoekscommissie naar de rechter gestapt, om het inzien van documenten af te dwingen.

De commissie won die zaak (zoals verwacht), maar alFitrah heeft tot op heden nog geen informatie af gestaan. Volgens de voorzieningenrechter is Pocob  ‘niet buiten haar bevoegdheden getreden. Het opvragen van de gegevens voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit en is niet in strijd met het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel dan wel de vrijheid van godsdienst.’ Uit de  uitspraak blijkt dat het niet alleen gaat om AlFitrah, maar ook om andere Utrechtse organisaties: Ahlussunnah Liga, Al-Istiqaamah, al-Rhazi, Bayt al-Khayr en Tarbiyah consultancy. Ook zij moeten alle gevraagde documenten overhandigen aan de Pocob.

Wat gaat de Pocob doen? De commissievoorzitter zelf legt het als volgt uit:

Planning openbare verhoren

Inmiddels is ook het verhoorschema bekend. Op dag 1:  dhr D. Schoof, directeur-generaal Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD); dhr. R. Sandee, terreurdeskundige; dhr. M. Roscam Abbing, voorzitter Taskforce Problematisch Gedrag en Ongewenste Buitenlandse Financiering (PG&OBF). Het gaat dan om de vraag of er beïnvloeding is. Een vraag die duidelijk wordt ingestoken vanuit veiligheidsperspectief en waar moslims zelf blijkbaar niet gevraagd zijn.

Op dag 2, komen aan bod: dhr. D. El Boujoufi, vicevoorzitter Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO), dhr. A. Laaouej en mevrouw H. Harzi, respectievelijk voorzitter en  penningmeester Al Wasatia, mevrouw K. Yücel, integratiedeskundige en voormalig Kamerlid, dhr. L. Meijs, Factor Veiligheid. Op deze tweede dag gaat het dan om ‘gevolgen voor de gemeenschap’. Schijnbaar hebben we hier ‘de gemeenschap’ van moslims. Verrassend (voor mij althans) is de aanwezigheid van dhr. Laaouej en mevrouw Harzi: zij hebben zich in het verleden af gescheiden van Stichting Islamitisch Centrum Westelijke Mijnstreek nadat deze in opspraak kwam.

Op Dag 3 komen aan bod: dhr. J. van der Blom, voorzitter Vereniging Landelijk Platform Nieuwe Moslims, secretaris Stichting Europe Trust Nederland en voorzitter van Stichting de Blauwe Moskee, dhr. N. El Damanhoury, voormalig directeur Stichting Waqf, dhr. M. Rijssenbeek, Financieel Expertise Centrum (FEC). Zij moeten inzicht geven in het antwoord op hoe financiering en beïnvloeding plaatsvindt, maar hebben blijkbaar een andere status (als ‘partijdig’?) dan die op de eerste dag?

In de week erop komen drie casussen aan bod: As-Soennah moskee, AlFitrah moskee en Diyanet. Over As Soennah komen aan het woord: dhr. S. Bouharrou, vice-voorzitter van de Raad van Marokkaanse Moskeeën Nederland (RMMN); dhr. A. Taheri, voormalig bestuursvoorzitter As-Soennah moskee; Mevrouw P. Krikke, voormalig burgemeester gemeente Den Haag. Over AlFitrah: mevrouw T. Pels, emeritus hoogleraar en senior onderzoeker bij het Verweij-Jonker Instituut; dhr. S. Salam, bestuursvoorzitter en geestelijk leider van de stichting alFitrah; dhr. J. van Zanen, burgemeester gemeente Utrecht. En over Diyanet: dhr. E-J. Zürcher, hoogleraar Turkse talen en culturen aan de universiteit van Leiden; dhr Türkmen, secretaris van de Islamitische Stichting Nederland (ISN) / Hollanda Diyanet Vakfi.

De systematiek achter de uitnodigingen en de casusselectie is mij niet helemaal helder. Opvallend verder is dat de Pocob  nu al vragen krijgt of er pogingen zijn ondernomen om ambassademedewerkers van de Golfstaten te horen. Want Nieuwsuur en NRC hadden toch laten zien hoe belangrijk die waren? De vraag is of die inderdaad zo belangrijk zijn nog overigens. Ook opvallend is dat de Pocob geen informatie heeft opgevraagd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Maar daar ligt de informatie toch echt. De informatie van de andere ministeries en NCTV was in het verleden grotendeels daarvan afkomstig. Misschien dat dat nu anders is? Opvallend is dat er geen wetenschappers gehoord worden die op basis van eigen onderzoek en publicaties iets kunnen zeggen over beïnvloeding en financiering in het algemeen. Al met al, ben ik toch wel benieuwd hoe grondig en gebalanceerd dat onderzoek naar financiering en beïnvloeding gaat worden.

Voor de hele serie over transnationale islam in Nederland tegen de achtergrond van de Parlementaire Onderzoekscommissie Ongewenste Beïnvloeding, zie Transnationale Islam series.