Mythe vijf: Islamofobie bestaat niet

De stellingen dat de term islamofobie een uitvinding is van Khomeiny of van de OIC (nee dus), dat islamofobie geen racisme is (fout, maar…), dat islamofobie slechts zou slaan op een (logische) individuele angst (nee dus) en dat islamofobie niet dodelijk is (helaas wel), leiden velen tot de misvatting dat islamofobie niet bestaat. Dit betekent dat er drie vormen van oppositie tegen de term islamofobie zijn: 1) islamofobie is geen valide categorie (naast anti-semitisme en anti-zwart racisme) want het fenomeen bestaat simpelweg niet omdat er geen discriminatie plaatsvindt van moslims omdat ze moslims zijn. 2) islamofobie is een logische en zelfs begrijpelijk antwoord op (radicale) islam. En 3) Islamofobie zou slechts een tactische term zijn om kritiek op islam onmogelijk te maken en dan volgt er meestal een riedeltje waarin ergens de uitdrukking ‘vrijheid van meningsuiting’ voor komt.

Kritiek op islam en islamofobie

Maar op zich is dat laatste natuurlijk volstrekte onzin. Er is niemand die zal beweren dat je een islamofobe uitspraak doet wanneer je kritiek hebt op de jihaddoctrine in islamitische theologie of op het onderscheid dat in islamitische wetten gemaakt wordt tussen mannen en vrouwen, gelovigen en ongelovigen en de mogelijkheid tot lijfstraffen. Wel heb je een heleboel mensen die zeuren (want dat is het) dat je zulke dingen vast niet mag zeggen over islam omdat je dan beschuldigd wordt van islamofobie. Maar niemand doet dat dus al is het maar omdat we al ruim 15 jaar schreeuwen over islam en pas de laatste 3 jaar de term islamofobie heel minimaal ingeburgerd is geraakt.

Het is(indachtig de eerder gegeven definitie) pas islamofobie wanneer je, bijvoorbeeld, stelt dat gegeven het feit dat de islamitische tradities doctrines kennen over jihad, moslims anders zijn en/of dat je daarom moslims anders moet behandelen dan anderen. Het is islamofobie wanneer je op generaliserende wijze stelt dat het Westen superieur is aan islam (en dus moslims), het is islamofobie wanneer je stelt dat er geen moskee mag komen want er is genoeg islam of islam/moslims hebben al voor ellende gezorgd, het is islamofobie wanneer je stelt dat angst voor islam en alle moslims logisch of terecht is omdat er moslims zijn die terroristische aanslagen plegen, het is islamofobie wanneer je stelt dat de term islamofobie aanstellerij is omdat er andere moslims zijn die christenen en joden vervolgen, het is islamofobie wanneer je stelt dat moslims moeten integreren vanwege islam, het is islamofobie wanneer je stelt dat moslims minder rechten zouden moeten krijgen wegens islam/moslims, het is islamofobie wanneer je stelt dat een moslim liegt wanneer hij/zij zegt dat islam vrede is want volgens jouw interpretatie is islam dat niet en moeten moslims dus anders behandeld worden, enzovoorts.

Macht en definities

Waar het om gaat is dat islamofobie niet gewoon een uitdrukking is van haat of afkeer jegens moslims en islam. Islamofobe uitingen, gedragingen en beleidsmaatregelen definiëren islam en moslims zo dat de manieren waarop moslims zelf islam en moslimidentiteit definiëren er nauwelijks nog toe doen. Behalve wanneer ze de islamofobe definities ondersteunen.

Islamofobie kan zich uiten door verbale en fysieke aanvallen op personen en instituties die als islamitisch en moslim gezien worden. Islamofobie kan zich ook manifesteren in beleid en politiek waarbij degenen die als moslim benoemd worden een andere behandeling krijgen dan degenen die daar niet onder vallen of (en dit is een veel voorkomende) wanneer hun recht op gelijke behandeling niet even vanzelfsprekend en nadrukkelijk verdedigd wordt als bij anderen. Islamofobie doet zich ook voor bij incidentele en systematische demonisering van moslims en islam bijvoorbeeld in relatie tot specifieke handelingen van mensen die als typisch islamitisch gezien worden (denk aan de bespiegelingen dat de massamoord in Noorwegen door Breivik een aanval van moslims was gezien de gebruikte tactiek).

Wanneer als gevolg van deze islamofobe uitingen er specifiek beleid komt gericht op moslims of wanneer, zoals in het integratiebeleid, gevoelens van aversie jegens moslims en islam gebruikt worden om een specifieke focus op islam en moslims te rechtvaardigen, valt dat ook onder islamofobie. Of bijvoorbeeld wanneer die islamofobe manifestaties ertoe leiden dat moslims in de bureacratie (bijvoorbeeld bij aangifte van discriminatie) of in de rechtbank minder goed behandeld worden dan anderen. Het gaat er om dat er een extra last op de schouders van moslims wordt gelegd die niet op anderen wordt gelegd.

Islam en vrije keuze

Nu kunnen we stellen dat moslim zijn een keuze is en dat hun positie daarmee per definitie afwijkt van andere groepen die het slachtoffer zijn van anti-semitisme, racisme, seksisme, xenofobie of homofobie. En ten dele is dat zo. Maar dat is niet het hele verhaal. Voor debatten over islam en moslims, voor het beleid, en voor alledaagse vormen van discriminatie doet het er niet veel toe wat de positie van het individu is. Specifieke groepen zoals Marokkaanse, Turkse en Iraanse Nederlanders worden vaak als moslim gezien. Deels gebaseerd op het idee van hun herkomst, deels gebaseerd op basis van uiterlijk (huidskleur of kleding), deels op basis van specifieke gewoonten. Met andere woorden individuen worden gedefinieerd en gemarkeerd als moslim op basis van hoe anderen specifieke signalen en kenmerken lezen als signalen van moslim zijn en islam.

Hun lichamen en gewoonten worden als het ware gemarkeerd met een highlighter die het woord islam op hun voorhoofd schrijft. Het idee van vrije keuze doet er niet toe dus en is ook vaak een schijnargument want een andere islamofobe kritiek op islam is dat islam onderdrukkend is en dat, met name vrouwen, onderdrukt worden. Dan geldt het argument van de vrije keuze ineens niet meer. De geschiedenis laat ook zien dat zelfs als moslims zich bekeren tot bijvoorbeeld christendom, ze nog steeds slachtoffer kunnen worden van systematische vervolging van moslims omdat ze moslim zijn zoals tijdens en na de val van Granada in 1492. Maar ook meer recent (en gelukkig minder gewelddadig) zien we hoe moslims een specifieke categorie zijn in het integratiebeleid (ook al zijn we inmiddels bij derde generatie moslims van na de Tweede Wereldoorlog men geldt toch nog als buitenstaander) zonder dat de definitie van het individu zelf ertoe doet.

Islamofobie is daarmee deels vooroordelen en stereotyperingen, maar ook deels een geheel van interventies en categoriseringen door overheidsinstanties, politici en opiniemakers die moslims in het geheel eruit pikken als specifieke groep waarvoor specifieke maatregelen nodig zijn. Islamofobie is daarmee deels gebaseerd op emoties (angst en haat), op religieuze en culturele argumenten (islam is heidens of islam is strijdig met democratie of moslims zijn geen Nederlanders) en deels een vorm van machtspolitiek.

De rest van de serie:
Mythe 1: Islamofobie is een uitvinding van Khomeiny
Mythe 2: Islamofobie is angst voor islam
Mythe 3: Islamofobie is geen racisme, want islam/moslims is geen ras
Mythe 4: Islamofobie is niet dodelijk