Het programma Moslims Zoals Wij wordt gemaakt in een voormalige ambtswoning van meneer pastoor in Neer, een pastorie. Een geschikte plek om maar eens een stevig gesprek over het leven te voeren. En dat gebeurde op de derde dag in aflevering twee dan ook bij Moslims zoals wij. Hoe ga je om met elkaar? Ga je in alles met elkaar mee of stel je grenzen? En als je grenzen stelt, hoe doe je dat dan? En hoe ga je om met anderen die grenzen stellen die niet van jou zijn? Ga je daar in mee? Het zorgde voor opnieuw een aflevering met een lach en een traan, maar was ook verdiepender dan de eerste aflevering.

Het begint dan ook meteen in de uitzending over homoseksualiteit, het onderwerp dat wordt aangesneden door Döne. Er zijn mensen die er heel ‘chill’ over zijn, maar er zijn er ook bij die heel ‘veroordelend’ zijn: “ik ben lesbisch voor jullie informatie”. Ze wil open kunnen zijn naar iedereen en duidelijk maken dat ze niet alleen uit religieuze en culturele diversiteit spreekt, maar ook uit seksuele diversiteit: een door God gegeven iets zoals ze stelt. Ze heeft in het verleden, 2014, de Turkse Boot tijdens de Amsterdamse gay pride heeft georganiseerd. Mohamed, die het lastig vindt om erop te reageren, maakt een verschil tussen hoe mensen zijn en wat mensen doen. Als jij een keuze voor jezelf maakt is het tussen jou en God, maar hij wil ook niet zeggen doe maar. “Wat ik je als broeder wil meegeven is, hoe je band met Allah sterk.”

Döne wilde het eerst voor zich houden om de oordelen af te wachten, maar nu kan ze lekker kletsen en doen, zonder na te denken of ze partner moet zeggen of ook vriendin kan zeggen. Het kenbaar maken geeft haar vrijheid geeft ze aan, maar niet iedereen kan er mee leven blijkt ook uit haar verhaal over haar familie.

Hazjir was agnost en is nu op zoek. En hij is barman: “Het feit dat ik een biertje tap wil niet zeggen dat ik het bestaan van God moet ontkennen.” Op vrijdag stelt hij voor om naar een van de oudste familiebedrijven van Neer te gaan: een bierbrouwerij. Sommigen doen gelijk twee stappen naar achteren. “Alsof je aan een veganist vraagt of deze mee gaat naar een slachthuis”, aldus Fitria. Voor Hazjir is gaat het niet zozeer om alcohol verkopen, maar om een beleving. Ook Arbi is fel tegen: “er zijn mensen kapot gegaan hieraan”. Hazjir: “Goed, dan gaan we niet naar de bierbrouwerij.”

Ze gaan wel op bezoek in een jongerencentrum in de wijk Donderberg in Roermond en spelen spelletjes met jongeren en praten met hen. Cemil voelt zich gelijk thuis en gaat met de jongeren in gesprek. Het gesprek gaat onder andere over racistische benaderingen waar de jongeren mee te maken krijgen. De agressie is niet nieuw voor Cemil. Vervolgens gaan ze naar de moskee. De vrouwen gaan via de zijkant nadat Döne de hoofddoek heeft opgedaan. Hazjir blijft alleen buiten: ‘ik ben niet klaar om naar de moskee te gaan. Ik ken het niet eens, wat ga ik daarbinnen doen. Hun moment, hun dingetje, niet van mij.’ Hij snapt dat anderen dit aan hem willen meegeven, ‘dat is mooi’, maar hij is niet zover. En dan wordt het druk en dan ‘mijn intentie niet zuiver’. Arbi vindt het jammer: Ik gun het hem, ik heb even mijn moment gehad, een moment van bezinning en dat wens ik hem enorm toe.”. Fitria: “Hier gaat het om, mijn relatie mijn God.”

De vrouwen positioneren zich als feministe tegen een, zoals Joanne zegt, een kleine positie van de vrouw. Het bezoek aan de moskee heeft indruk gemaakt op Döne. Deze moskee vertegenwoordigt voor haar de afwijzende kant van de familie. Ze was wel blij dat de vrouwenruimte er mooi uit zag. Een belangrijk punt dat ook door de andere vrouwen bevestigd wordt. Fitria stelt dat het misschien meer met cultuur te maken heeft dan met het geloof als het er niet goed uitziet. Voor Döne is dat ook zo: anders had ze zich geen moslim en feminist tegelijk genoemd. En Fitria, teruggrijpend naar het begin van islam: en voor vrouwen was islam in het begin niet zoals het nu is. Döne ging mee voor het groepsgevoel en ‘met de andere meiden’ en heeft ook meegebeden, maar ze ervaart het ook als mensen die haar afwijzen om haar geaardheid. Döne belt met haar moeder (van wie ze spiritueel veel heeft meegekregen): Stel dat de mensen het zouden weten, dan zouden ze niet zo vriendelijk reageren, stelt ze over haar en haar geaardheid.

Mohamed vindt dat een plek gemaakt moet worden voor de ‘orthodoxe moslim’. Fitria wijst het op het belang van balans. Ze probeert zelf zoveel mogelijk te doen aan haar moslimzijn: ‘ik ben besloten verdieping te zoeken in het geloof, daar bewijzen uit te halen en dat toe te passen.’ Volgens haar is het onwetendheid van mensen dat islam een slechte naam heeft: “onbekend maakt onbemind”.

Mohamed ziet zijn slechtziendheid als een beperking met een gouden randje: ik kan 80 mooie dingen noemen die ik heb gekregen dankzij mijn ogen.” En: “Ik ben naar Nederland gekomen waar ik kansen heb die ik in Somalië zeker niet heb.” Het is dan ook niet zozeer een beproeving die ogen van hem, maar een “geschenk van Allah en zeker geen straf”. Fitria bewondert Mohamed en hij doet haar denken aan hoe groot Allah is en hoe dankbaar we moeten zijn. En Mohamed, the preacher, gaat een verhaal over liefde, dankbaarheid en vergeving houden, dat haar raakte en emotioneerde: “Allah houdt van de mensen die om vergeving vragen.” En Fitria realiseerde zich: “ja, God houdt echt van mij. En ja toen schoot ik vol.” Moge Allah jullie allemaal zegenen, besluit Mohamed. Fitria legt uit waarom ze zo emotioneel is, ze betrekt het heel erg op haar dagelijkse leven. Misschien is het ook tijd om te eten, ik weet het niet” met een snik en een glimlach.

Terugkijken kan HIER. Vanavond de tweede aflevering om 22:55 op NPO2 bij de NTR.

Besprekingen
Terugkijken kan HIER. Vanavond de tweede aflevering om 22:55 op NPO2 bij de NTR.

Aflevering 1: Geloof, vertrouwen en geluk

Aflevering 3: Tot jezelf, tot God en tot de Ander komen.

Aflevering 4: Worsteling, werk en wroeging

Aflevering 5 en slotbespreking: Diversiteit als beleving