Europese Dag tegen Islamofobie – CMO en het Meldpunt Voorvallen Islamitische Instellingen
Afgelopen weekend lanceerde het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO) een meldpunt voor moskeebesturen om islamofobe voorvallen te melden: Meldvin. Vandalisme, bedreigingen, fysieke agressie komen regelmatig voor bij moskeeën en tegen moskeebezoekers, maar een structureel beeld over de omvang ontbreekt. Waar de politie meldt dat vorig jaar 414 keer moslimdiscriminatie werd gemeld, waarvan 20 keer specifiek bij moskeeën, weten we uit ander onderzoek dat de cijfers hoger moeten liggen.
Europese dag tegen islamofobie: Islamofobie kunnen we zien als vorm van racisme die draait om afkeer van (vermeende) moslims omwille van hun identiteit en geloof. Gezien de bloedige geschiedenis van Europa zeer relevant, ook nu in grote en kleine vormen https://t.co/Jf39C4Oo2T pic.twitter.com/aV0KW12DrO
— Martijn de Koning (@Martijn5155) September 21, 2026
In een item voor het NOS journaal legt CMO-voorzitter Muhsin Köktas uit waarom mensen niet melden: er gebeurt vaak niets met een melding, of slachtoffers horen achteraf niet wat ermee is gebeurd, of mensen denken dat het toch geen zin heeft. Deze ervaring zien we voortdurend terugkeren in onderzoek naar islamofobie en kennen we ook van andere organisaties als Meld Islamofobie, Collectief tegen Islamofobie en Discriminatie (CTID) en Muslim Rights Watch Nederland (MRWN). De bereidheid om te melden hangt immers ook af van de vertrouwenswaardigheid van de overheid; het omgekeerde echter telt ook: wat niet gemeten wordt bestaat bestuurlijk gezien nauwelijks. Binnen moslimgemeenschappen zelf speelt bovendien ook een vorm van normalisering: “het hoort erbij”, “geen problemen maken.” Dit verhoogt ook de drempel om te melden.
De moskee als projectiescherm
Agressie tegen moskeeën is niet nieuw, we kennen dit zeker vanaf 1976 toen in Schiedam tijdens rellen tegen de lokale Turkse gemeenschappen een moskee in brand werd gestoken. Maar we kunnen zelfs wijzen op de koloniale context toen de Masjid Raya moskee werd vernietigd tijdens de eerste Nederlandse invasie. Ewoud Butter houdt voor Republiek Allochtonië een lijst bij die teruggaat tot 2001.
In het huidige Nederlandse politieke en religieuze landschap lijkt de moskee een projectiescherm te zijn geworden, een zondebok zo u wilt, voor allerlei maatschappelijk ongenoegen over religie, criminaliteit, migratie, het onder druk staat van witte suprematie, de woningcrisis, de stikstofcrisis en persoonlijke frustraties van mensen. Het gaat bij geweld en agressie niet alleen om de materiële schade en de schade aan lijf en leden: het is ook een symbolische boodschap over wie er wel en niet welkom is en wie gezien wordt als de verpersoonlijking van maatschappelijke kwaden.
De logica die hieraan ten grondslag ligt en die in sterke mate genormaliseerd is, is dat het niet vreemd is om moslims hier aan te spreken (in de breedste zin van die term) op gedragingen van mensen elders omdat de islam een probleem is waar iets mee moet gebeuren. Of het nu gemeenten zijn die in reactie op aanslagen elders, heimelijke onderzoeken tegen de locale moskeeën opzetten, of de individuele burger die uit woede over die aanslagen dezelfde moskee beklad of de PVV aanhanger die een brandbom naar diezelfde moskee gooit: de uitingen zijn anders maar de logica blijft gelijk.
De aandacht voor islamofobie
Het is niet zo dat islamofobie nooit aandacht krijgt: met name ernstige vernielingen, brandstichting, en aanslag krijgen we wel degelijk aandacht. Zeker na aanslagen. Tot op zekere hoogte lijkt er een correlatie tussen aanslagen door moslims en aanslagen tegen moslims. Maar die correlatie is geen causatie en bovendien gecompliceerder. Het zijn met name die aanslagen door moslims die veel media-aandacht krijgen en die door politici worden gebruikt om moslims te dehumaniseren, die correleren met agressie tegen moslims. Het problematiseren van islam in politiek en media zaait twijfel over de hele moslimgemeenschap, en verpakt verbale en fysieke agressie tegen moslims en moskeeën als islamkritiek. Dat is geen extreemrechts frame alleen, maar een structureel frame.
Imam Ismail Mercimek plaatst, in het NOS item, de vernielingen en bedreigingen nadrukkelijk naast subtielere vormen van uitsluiting: bij sollicitaties, in “flauwe grappen”. Dat is een belangrijke toevoeging. Fysiek geweld tegen moskeeën en alledaagse, moeilijker meetbare islamofobie zijn geen aparte fenomenen, maar liggen op hetzelfde continuüm. Een meldpunt dat zich richt op incidenten bij gebouwen loopt het risico dat alleen het scherpe uiteinde zichtbaar wordt, terwijl het patroon eronder onaangeroerd blijft. Temeer omdat dit eigenlijk opnieuw betekent dat de gemeenschappen die het doelwit zijn van racistische afkeer, gedwongen worden om te laten zien dat dit verschijnsel en de verschillende vormen überhaupt bestaan; iets waar onderzoekers als Egbert Alejandro Martina maar ook Meld Islamofobie al eerder op hebben gewezen. Racisme is pas ‘echt’ en als zodanig begrijpbaar als het gegoten kan worden in aantallen en statistieken of, een enkele keer, in verhalen. Vervolgens is dan de vervolgvraag: wat zeggen deze cijfers.
Het islamitisch maatschappelijk middenveld
Niet de overheid maar het maatschappelijk middenveld van moslimorganisaties neemt zelf initiatieven ter bestrijding van islamofobie uitingen. Het CTID richt zich vooral op bewustwording en demonstraties, Stichting Meld Islamofobie vooral als kenniscentrum, en Muslim Rights Watch Nederland via juridische strijd, bewustmaking en het vormen van een beweging. We zien dit ook in andere landen zoals België (met Muslim Rights Watch Belgium en Baas Op Eigen Hoofd – BOEH) en Engeland (MEND en CAGE).
Maar uit de kritiek op het cijferspel en de ervaringen van die andere initiatieven kunnen we ook leren dat registratie nog geen bestrijding is. Wat er daarna gebeurt, maar ook hoe dit meldpunt wordt uitgerold onder de verschillende moskeekoepels en de aangesloten organisaties is cruciaal. Maar ook is van belang hoe instituties van de overheid zich hiertoe gaan verhouden. De politie lijkt een actieve rol te willen spelen en is ook opnieuw begonnen om moslimdiscriminatie apart te gaan tellen. De optredens van het Openbaar Ministerie echter suggereren een sterk gebrek aan urgentie en, tot voor een paar jaar geleden, gaven medewerkers van de NCTV aan dat het toch logisch was geweld tegen synagogen als een grotere bedreiging te zien voor de nationale veiligheid dan geweld tegen moskeeën.
Drie terugkerende reacties maken van geweld tegen moskeeën iets kleiners dan het is: een voorval wordt gereduceerd tot een op zichzelf staand incidenteel iets, zonder oog voor het racistische patroon erachter; de nadruk verschuift naar integratie en antiradicalisering, waarmee de verantwoordelijkheid voor het geweld bij moslims zelf komt te liggen; of het geweld wordt gesplitst: het zou tegen een gebouw of tegen “de islam” gericht zijn, niet tegen mensen. Voor moslimorganisaties levert dit een lastige positie op: enerzijds zijn zij het doelwit van vijandigheid, anderzijds worden zij geacht zelf te bewijzen dát die vijandigheid bestaat en vervolgens zelf de registratie, duiding, belangenbehartiging en actie te organiseren.
Afgelopen zondag werd in beperkte kring het Meldpunt gelanceerd. Met alle genoemde kanttekeningen denk ik dat dit toch een nuttig initiatief kan zijn mits het intern goed uitgerold wordt en de samenwerking wordt gezocht met andere organisaties in het maatschappelijk middenveld (moslims en anderen).
Gebaseerd op mijn lezing tijdens de CMO bijeenkomst op 20 september waar het meldpunt gelanceerd werd in het kader van de Europese dag voor de bestrijding van islamofobie.