Articles in the Murder on theo Van Gogh and related issues Category
Gouda Issues, ISIM/RU Research, Murder on theo Van Gogh and related issues, My Research, Religious and Political Radicalization, Ritual and Religious Experience, Young Muslims, Youth culture (as a practice), [Online] Publications »
Multiculti Issues, Murder on theo Van Gogh and related issues, Public Islam, Religious and Political Radicalization, Ritual and Religious Experience, Young Muslims »
Roger Hardy is one of the best journalists when it comes to religion and how religion affects people’s daily lives. Right after the murder of Theo van Gogh he made a program about Dutch Muslims. A few weeks ago he returned to the Netherlands and his report will be aired on BBC’s Heart and Soul on Wednesday 28 March. UPDATE: 28-04-2010 (podcast available)
ISIM/RU Research, International Terrorism, Murder on theo Van Gogh and related issues, Religious and Political Radicalization »
Mohammed Chentouf is nadat hij zijn straf wegen terrorisme gerelateerde activiteiten heeft uitgezeten, uitgezet naar Marokko alwaar hij spoorloos is verdwenen. En hij is niet de enige De zaak van Mohammed Chentouf e.a. doet vrezen dat de steun voor de rechtsstaat helemaal niet zo principieel is. De rechtsstaat is dan niet bedoeld om de vrijheid van de individuele burger ten opzichte van de staat te waarborgen, maar om de burger onder controle te houden. Een omkering van de situatie waar niemand erg blij mee zou moeten zijn.
ISIM/RU Research, Internal Debates, Murder on theo Van Gogh and related issues, Religious and Political Radicalization »
Enkele jaren gelden werd Muhammad el Fizazi, de spirituele leider van de Salafia Jihadia in Marokko, veroordeeld tot 30 jaar cel. Hij zou banden gehad hebben met cq de inspirator zijn van de mensen die aanslagen in Casablanca in 2003 en 9/11 (de Hamburg cel) gepleegd hebben. In juli 2009 zou El Fizazi een brief naar zijn dochter in Hamburg hebben gestuurd waarin hij zich distantieert van aanslagen op doelen in het Westen. Dat mag opmerkelijk genoemd worden want daarmee distantieert hij zich volgens mij ook van Al Qaeda. Voor de goede orde, hij wijst gewapende strijd niet af, maar het gaat om een heroriëntering op de doelen van dat geweld. Hoe authentiek deze brief is, is onduidelijk en niet iedereen gelooft het dan ook en/of is bereid het na te volgen. Zijn brief die hier geplaatst is, behandelt in ieder geval een belangrijke vraag: wat zijn de grenzen van de gewelddadige Jihad.
Blogosphere, ISIM/RU Research, Murder on theo Van Gogh and related issues, Religious Movements, Religious and Political Radicalization »
Suspected Female Terrorist Malika El-Aroud Arrested With 13 Others | wowOwow
Suspected Female Terrorist Malika El-Aroud Arrested With 13 Others
By The Staff at wowOwow.comMalika El-Aroud
A suspected female terrorist known as the “Internet jihadist” was arrested last night on the eve of the European Union Summit in Brussels, a Belgian police source told CNN.
Malika El-Aroud — who once described the “love” she and her late terrorist husband felt for Osama bin Laden — was one of 14 suspected terrorists arrested for her alleged involvement in the plan to execute an attack during the EU summit. It’s been said that El-Aroud calls herself a female holy warrior for al-Qaeda and has become one of the most prominent “Internet jihadists” in Europe, spreading hate messages through chat rooms and discussion boards.
“It’s not my role to set off bombs — that’s ridiculous,” she said to The New York Times. “I have a weapon. It’s to write. It’s to speak out. That’s my jihad. You can do many things with words. Writing is also a bomb.”
Her late husband, Dahmane Abd al-Sattar, killed anti-Taliban resistance leader Ahmad Shah Massoud — two days before the September 11, 2001, attacks.
In a 2006 interview with CNN, El-Aroud proclaimed her “love” for deadly terrorist leader, Bin-Laden. “Most Muslims love Osama. It was he who helped the oppressed. It was he who stood up against the biggest enemy in the world, the United States. We love him for that.”
Police say that they had no time to waste. According to CNN’s source, the 14 detained had contacts at the “highest levels of al-Qaeda.”
Suspected Female Terrorist Malika El-Aroud Arrested With 13 Others | wowOwow
Suspected Female Terrorist Malika El-Aroud Arrested With 13 Others
By The Staff at wowOwow.comMalika El-Aroud
A suspected female terrorist known as the “Internet jihadist” was arrested last night on the eve of the European Union Summit in Brussels, a Belgian police source told CNN.
Malika El-Aroud — who once described the “love” she and her late terrorist husband felt for Osama bin Laden — was one of 14 suspected terrorists arrested for her alleged involvement in the plan to execute an attack during the EU summit. It’s been said that El-Aroud calls herself a female holy warrior for al-Qaeda and has become one of the most prominent “Internet jihadists” in Europe, spreading hate messages through chat rooms and discussion boards.
“It’s not my role to set off bombs — that’s ridiculous,” she said to The New York Times. “I have a weapon. It’s to write. It’s to speak out. That’s my jihad. You can do many things with words. Writing is also a bomb.”
Her late husband, Dahmane Abd al-Sattar, killed anti-Taliban resistance leader Ahmad Shah Massoud — two days before the September 11, 2001, attacks.
In a 2006 interview with CNN, El-Aroud proclaimed her “love” for deadly terrorist leader, Bin-Laden. “Most Muslims love Osama. It was he who helped the oppressed. It was he who stood up against the biggest enemy in the world, the United States. We love him for that.”
Police say that they had no time to waste. According to CNN’s source, the 14 detained had contacts at the “highest levels of al-Qaeda.”
ISIM/RU Research, International Terrorism, Murder on theo Van Gogh and related issues, Religious and Political Radicalization »
Wat betekent dat nu eigenlijk ’sympathisanten van de internationale gewelddadige jihad’? Alleen willen meedoen en geld overmaken?
AIVD: broer opgepakte moslima is staatsgevaar – Binnenland – de Volkskrant
AIVD: broer opgepakte moslima is staatsgevaarVan onze verslaggeefsters Janny Groen, Annieke Kranenberg
DEN HAAG – De AIVD heeft twee broers in het vizier van de Nederlandse moslima die half oktober in Engeland is opgepakt wegens mogelijke betrokkenheid bij terrorisme. Beiden zijn volgens de dienst ‘sympathisant van de internationale gewelddadige jihad’.
Otman C. (35) is volgens de dienst een ‘gevaar voor de nationale veiligheid’. Hij zou willen meedoen aan de jihad en daartoe contacten in Libanon financieel hebben ondersteund. Nederland wil hem uitzetten naar zijn geboorteland Marokko. Het naturalisatieverzoek van zijn 20-jarige broer is afgewezen. De broers ontkennen alle aantijgingen van de dienst.
Hoewel de AIVD niet rept van de arrestatie van zus Houria (40) in Engeland, vermoedt C. dat zijn dreigende uitzetting daar wel mee te maken heeft.
‘In Marokko wordt mijn man zeker gemarteld’ – Binnenland – de Volkskrant
‘In Marokko wordt mijn man zeker gemarteld’Van onze verslaggeefsters Janny Groen, Annieke Kranenberg
DEN HAAG – ‘Politie! Politie!’, riep de 4-jarige dochter maandagochtend vroeg door de eenvoudige woning van de familie C. in Den Haag. Even later overhandigde de politie Otman C. (35) twee brieven van het ministerie van Justitie. Het blijken onheilsbrieven, die het gezin in een ongewisse toekomst storten.
Otman is volgens de AIVD een ‘sympathisant van de internationale gewelddadige jihad’ en heeft ‘contacten met gelijkdenkenden’. Justitie wil hem uitzetten naar zijn geboorteland Marokko, want de ‘nationale veiligheid’ weegt zwaarder dan ‘uw belang bij een ongestoord familie- of gezinsleven’.
Dat is een ramp, zegt zijn 26-jarige vrouw, een Nederlandse bekeerde moslima. Ze wil anoniem blijven omdat ze problemen vreest op haar werk in de kinderopvang. ‘Ons gezin wordt uiteen gerukt. In Marokko wordt mijn man zeker gemarteld als hij in verband wordt gebracht met jihad. Ze gaan daar echt niet controleren of het klopt.’
Otman en zijn vrouw zijn orthodoxe moslims, maar houden niet vast aan een traditioneel rollenpatroon. Otman, die vijf jaar geleden naar Nederland kwam, is huisman. ‘Met drie kleine kinderen heb je echt geen tijd voor iets anders. Zij gaan voor alles’, zegt hij.
Volgens de AIVD wil Otman echter participeren in de jihad en heeft hij daartoe contacten in Libanon financieel ondersteund. Otman zegt dat hij nooit geld heeft geschonken aan Libanezen. Hij is het oneens met Al Qaida en keurt aanslagen af. ‘Dat heb ik ook vaak tegen andere mensen gezegd.’
Otman heeft niets te verbergen, zegt hij. Daarom wil hij zijn verhaal vertellen in de krant. Hij vermoedt dat de AIVD-informatie over hem en zijn 20-jarige broer – die ook jihad-sympathisant zou zijn – alles te maken heeft met de arrestatie van zijn zus Houria (40) op 17 oktober in Longsight (Manchester). Houria wordt verdacht van betrokkenheid bij terrorisme. In haar woningen in Engeland en Den Haag werden zoekingen verricht. Tussen haar spullen werd een usb-stick aangetroffen, die verdacht materiaal zou bevatten. De familie heeft geen idee wat haar precies wordt verweten. Ze mogen geen contact hebben met Houria omdat de zaak ‘onder beperkingen’ is.
De familie weet zeker dat Houria onschuldig is, maar vreest dat zij voldeed aan een ‘jihadistisch profiel’. Ze draagt een gezichtssluier, reisde veel tussen Engeland en Nederland, nodigde op felle wijze uit tot de islam en had contact met een Nederlandse moslima die als getuige in terreuronderzoeken opdook. ‘Dan loop je al snel in het vizier’, zegt Otmans vrouw.
Houria was zoekende, een beetje labiel, zegt Otman. Na achttien jaar huwelijk is ze gescheiden. Ze heeft zes kinderen. Net als veel andere orthodoxe moslims, wilde Houria zich in een Arabisch land vestigen zodat ze haar drie jongste kinderen in een islamitische omgeving kon opvoeden. Ongeveer anderhalf jaar geleden ging ze naar Libanon om zich daar te oriënteren. ‘Nee, ik heb in die tijd geen geld overgemaakt naar mijn zus’, reageert Otman, verwijzend naar de aantijging van de AIVD.
Een half jaar geleden viel Houria’s oog op Engeland, waar de afgelopen jaren veel Nederlandse moslims zich vestigden. ‘Ze zijn er meer gewend, ze kijken niet raar op als je met een niqab over straat gaat’, zegt Otmans vrouw.
Hoewel de AIVD met geen woord over Houria rept, is het volgens Otman geen toeval dat hij nu wordt beschouwd als staatsgevaarlijk. ‘Het hangt samen met Engeland, maar hoe, weten we niet’, zegt Marq Wijngaarden, advocaat van de broers. Zij gaan in beroep tegen de beslissingen van Justitie. Maar inzage krijgen in het AIVD-bronnenmateriaal is schier onmogelijk. ‘Je hebt geen faire kans. Tegenbewijs kun je niet leveren, want je weet niet waartegen je je moet verdedigen’, aldus Wijngaarden.
De AIVD laat weten niet in te gaan op de zaak.
Wat betekent dat nu eigenlijk ’sympathisanten van de internationale gewelddadige jihad’? Alleen willen meedoen en geld overmaken?
AIVD: broer opgepakte moslima is staatsgevaar – Binnenland – de Volkskrant
AIVD: broer opgepakte moslima is staatsgevaarVan onze verslaggeefsters Janny Groen, Annieke Kranenberg
DEN HAAG – De AIVD heeft twee broers in het vizier van de Nederlandse moslima die half oktober in Engeland is opgepakt wegens mogelijke betrokkenheid bij terrorisme. Beiden zijn volgens de dienst ‘sympathisant van de internationale gewelddadige jihad’.
Otman C. (35) is volgens de dienst een ‘gevaar voor de nationale veiligheid’. Hij zou willen meedoen aan de jihad en daartoe contacten in Libanon financieel hebben ondersteund. Nederland wil hem uitzetten naar zijn geboorteland Marokko. Het naturalisatieverzoek van zijn 20-jarige broer is afgewezen. De broers ontkennen alle aantijgingen van de dienst.
Hoewel de AIVD niet rept van de arrestatie van zus Houria (40) in Engeland, vermoedt C. dat zijn dreigende uitzetting daar wel mee te maken heeft.
Blogosphere, ISIM/RU Research, Murder on theo Van Gogh and related issues, My Research, Religious and Political Radicalization, Some personal considerations, Young Muslims »
ISET aims to bring an interdisciplinary approach to research questions
arising from transformations taking place across Europe and in Europe’s
relations with the wider world. The ISET Working Paper Series presents works in progress, and key ideas and findings, relating to ISET’s main research interests in the transformations taking place across Europe and in Europe’s relations with the wider world.
My paper Identity in transition. Connecting online and offline internet practices of Moroccan-Dutch Muslim youth, has been published on their website:
In the last 5 years the Internet has become the principal platform for the dissemination and mediation of the ideology of Islamic movements, ranging from purist (non-violent) to politically engaged movements to Jihadi networks. Certainly in intelligence and security circles the Internet is considered the single most important venue for the radicalization of Muslim youth. On the other hand the Internet is seen as a means for people to transcend ethnic and religious divisions that are pervasive in other spheres of life.
In this paper I will argue that both premises seem to result from a lack of understanding of the relationship between online and offline realities and still more from the difficulty of ascertaining the extent to which websites influence wider audiences and users. In order to understand the reception of Internet messages the local context and the way global narratives are appropriated in the local context, should be taken into account.
My argument will be based on my empirical study of the practices of Muslim youth with regard to the Internet; I will explore how they act simultaneously as performers and observers in these virtual spaces.
ISET aims to bring an interdisciplinary approach to research questions
arising from transformations taking place across Europe and in Europe’s
relations with the wider world. The ISET Working Paper Series presents works in progress, and key ideas and findings, relating to ISET’s main research interests in the transformations taking place across Europe and in Europe’s relations with the wider world.
My paper Identity in transition. Connecting online and offline internet practices of Moroccan-Dutch Muslim youth, has been published on their website:
In the last 5 years the Internet has become the principal platform for the dissemination and mediation of the ideology of Islamic movements, ranging from purist (non-violent) to politically engaged movements to Jihadi networks. Certainly in intelligence and security circles the Internet is considered the single most important venue for the radicalization of Muslim youth. On the other hand the Internet is seen as a means for people to transcend ethnic and religious divisions that are pervasive in other spheres of life.
In this paper I will argue that both premises seem to result from a lack of understanding of the relationship between online and offline realities and still more from the difficulty of ascertaining the extent to which websites influence wider audiences and users. In order to understand the reception of Internet messages the local context and the way global narratives are appropriated in the local context, should be taken into account.
My argument will be based on my empirical study of the practices of Muslim youth with regard to the Internet; I will explore how they act simultaneously as performers and observers in these virtual spaces.
Murder on theo Van Gogh and related issues »
Regios – Brabant – ‘De één was nog stoerder dan de ander’ | Brabants Dagblad
‘De één was nog stoerder dan de ander’door Tom Vos.
UDEN – Er bestaan in Uden wijdverbreid misverstanden over de drie jongens die in 2004 de islamitische basisschool Bedir in brand staken, vaak door geruchten die een eigen leven gingen leiden.
Regios – Brabant – ‘De één was nog stoerder dan de ander’ | Brabants Dagblad
‘De één was nog stoerder dan de ander’door Tom Vos.
UDEN – Er bestaan in Uden wijdverbreid misverstanden over de drie jongens die in 2004 de islamitische basisschool Bedir in brand staken, vaak door geruchten die een eigen leven gingen leiden.
ISIM/RU Research, International Terrorism, Murder on theo Van Gogh and related issues »
Rechtspraak.nl – Uitspraak gerechtshof Den Haag in terrorismezaak
Den Haag, 2 oktober 2008 – Het gerechtshof ’s-Gravenhage veroordeelde op 2 oktober 2008 vier verdachten wegens het plegen van terroristische misdrijven tot gevangenisstraffen variërend van vier tot negen jaar. Een vijfde verdachte kreeg drie maanden gevangenisstraf voor een vuurwapendelict zonder terroristisch oogmerk.
Het Haagse hof achtte het Openbaar Ministerie ontvankelijk in zijn vervolging van de verdachten, ondanks enkele onregelmatigheden in dit grootschalige onderzoek. Deze onregelmatigheden zijn voor het hof geen reden geweest om bewijsmiddelen uit te sluiten of lagere straffen op te leggen. Het hof vond het niet aannemelijk dat er sprake was van opzettelijke misleiding van de rechter. Bovendien zijn de tekortkomingen in hoger beroep hersteld. Het hof zag in het kader van deze strafzaken geen reden om onderzoek te doen naar mogelijke meineed van mr. Plooij.
De rol van de AIVD oordeelde het hof rechtmatig.
Het hof vond deelname van vier verdachten aan een organisatie met een terroristisch oogmerk bewezen op grond van verscheidene factoren. Voorbeelden hiervan zijn het circuleren van vuurwapens binnen de groep, de aanwezigheid van munitie, het houden van een schietoefening, belangstelling voor bomgordels en het aanhangen van een radicale gewelddadige geloofsopvatting. De verdachten hadden papieren voorhanden met namen van Nederlandse politici en zochten actief naar hun adressen. Van één van de verdachten is een gefilmd zelfmoordtestament aangetroffen.
De integrale tekst van de uitspraak is HIER te lezen.
Rechtspraak.nl – Uitspraak gerechtshof Den Haag in terrorismezaak
Den Haag, 2 oktober 2008 – Het gerechtshof ’s-Gravenhage veroordeelde op 2 oktober 2008 vier verdachten wegens het plegen van terroristische misdrijven tot gevangenisstraffen variërend van vier tot negen jaar. Een vijfde verdachte kreeg drie maanden gevangenisstraf voor een vuurwapendelict zonder terroristisch oogmerk.
Het Haagse hof achtte het Openbaar Ministerie ontvankelijk in zijn vervolging van de verdachten, ondanks enkele onregelmatigheden in dit grootschalige onderzoek. Deze onregelmatigheden zijn voor het hof geen reden geweest om bewijsmiddelen uit te sluiten of lagere straffen op te leggen. Het hof vond het niet aannemelijk dat er sprake was van opzettelijke misleiding van de rechter. Bovendien zijn de tekortkomingen in hoger beroep hersteld. Het hof zag in het kader van deze strafzaken geen reden om onderzoek te doen naar mogelijke meineed van mr. Plooij.
De rol van de AIVD oordeelde het hof rechtmatig.
Het hof vond deelname van vier verdachten aan een organisatie met een terroristisch oogmerk bewezen op grond van verscheidene factoren. Voorbeelden hiervan zijn het circuleren van vuurwapens binnen de groep, de aanwezigheid van munitie, het houden van een schietoefening, belangstelling voor bomgordels en het aanhangen van een radicale gewelddadige geloofsopvatting. De verdachten hadden papieren voorhanden met namen van Nederlandse politici en zochten actief naar hun adressen. Van één van de verdachten is een gefilmd zelfmoordtestament aangetroffen.
De integrale tekst van de uitspraak is HIER te lezen.
ISIM/RU Research, International Terrorism, Murder on theo Van Gogh and related issues »
nrc.nl – International – Extended prison sentence for four terror plotters
By the Associated Press
An appeals court on Thursday increased the prison sentences of four Islamic radicals accused of plotting attacks on Dutch politicians, convicting them of the additional charge of membership in a terrorist organisation.
The Hague appeals court re-convicted the four Dutch nationals of Moroccan descent for plotting attacks, and said trial evidence showed they were part of a single group, as prosecutors had argued.
Judges cited their adherence to a single violent belief system, their training with firearms, and their coordinated efforts to find the addresses of Dutch politicians on a hit-list, including the prime minister.
The court’s judges added a year to the sentence of ringleader Samir A., 22, giving him a total of nine years in prison. A. had videotaped a suicide testament.
No compassion
Both defendants and prosecutors had appealed the original ruling. The defendants asked for acquittal and the prosecutors sought longer sentences, including 15 years for A.
A. “has made it apparent that he despises Dutch society,” judges said in a written ruling. “He has shown that he has no respect for those who have different views and knows no compassion for the potential victims of the acts he planned.”
A. evaded jail twice in investigations into alleged terrorist activities. The first time, he was caught with bomb-making materials, but he was released without charge on a technicality.
He later was charged with planning an attack, but was acquitted when the judges ruled his preparations were not advanced enough to prove a terrorist intent.
While testifying as a defence witness in a case against several of his friends, A. told judges: “We reject your system. We hate you. I guess that about sums it up.”
Machine gun
Among the other defendants in the appeal, Nouredine al F. received a sentence doubled to eight years. Al F. presided over indoctrination sessions of potential recruits and was arrested with a machine gun on a train platform. The sentence of his ex-wife, Soumaya S., was increased to four years from three.
Mohammed C. was sentenced to six years, up from four.
The judges rejected defence arguments that Dutch secret service evidence was used improperly in the case and that prosecutors withheld evidence and lied about doing so.
A. defence lawyer Victor Koppe declined to comment. Bart Nooitgedagt, defending S., described the decision as “bungled” and said he would appeal to the Supreme Court.
Under Dutch journalistic practise, only the initials of suspects and criminals are used to protect their identity.
nrc.nl – International – Extended prison sentence for four terror plotters
By the Associated Press
An appeals court on Thursday increased the prison sentences of four Islamic radicals accused of plotting attacks on Dutch politicians, convicting them of the additional charge of membership in a terrorist organisation.
The Hague appeals court re-convicted the four Dutch nationals of Moroccan descent for plotting attacks, and said trial evidence showed they were part of a single group, as prosecutors had argued.
Judges cited their adherence to a single violent belief system, their training with firearms, and their coordinated efforts to find the addresses of Dutch politicians on a hit-list, including the prime minister.
The court’s judges added a year to the sentence of ringleader Samir A., 22, giving him a total of nine years in prison. A. had videotaped a suicide testament.
No compassion
Both defendants and prosecutors had appealed the original ruling. The defendants asked for acquittal and the prosecutors sought longer sentences, including 15 years for A.
A. “has made it apparent that he despises Dutch society,” judges said in a written ruling. “He has shown that he has no respect for those who have different views and knows no compassion for the potential victims of the acts he planned.”
A. evaded jail twice in investigations into alleged terrorist activities. The first time, he was caught with bomb-making materials, but he was released without charge on a technicality.
He later was charged with planning an attack, but was acquitted when the judges ruled his preparations were not advanced enough to prove a terrorist intent.
While testifying as a defence witness in a case against several of his friends, A. told judges: “We reject your system. We hate you. I guess that about sums it up.”
Machine gun
Among the other defendants in the appeal, Nouredine al F. received a sentence doubled to eight years. Al F. presided over indoctrination sessions of potential recruits and was arrested with a machine gun on a train platform. The sentence of his ex-wife, Soumaya S., was increased to four years from three.
Mohammed C. was sentenced to six years, up from four.
The judges rejected defence arguments that Dutch secret service evidence was used improperly in the case and that prosecutors withheld evidence and lied about doing so.
A. defence lawyer Victor Koppe declined to comment. Bart Nooitgedagt, defending S., described the decision as “bungled” and said he would appeal to the Supreme Court.
Under Dutch journalistic practise, only the initials of suspects and criminals are used to protect their identity.
ISIM/RU Research, International Terrorism, Murder on theo Van Gogh and related issues, Religious and Political Radicalization »
There is no excerpt because this is a protected post.
International Terrorism, Murder on theo Van Gogh and related issues, Religious and Political Radicalization »
There is no excerpt because this is a protected post.
International Terrorism, Murder on theo Van Gogh and related issues, Religious and Political Radicalization »
Zoeken naar Soumaya – Buitenland – de Volkskrant
Door Janny Groen en Annieke Kranenberg
Soumaya S. is een van de verdachten die voor de rechtbank verschijnen in de zogeheten Piranhazaak, die vandaag begint. Voordat ze vorig jaar werd opgepakt, was Soumaya wekenlang zoek. De veiligheidsdienst AIVD zocht toenadering tot haar familie en speelde bij de opsporing een dubieuze rol. Een reconstructie. Door Janny Groen en Annieke Kranenberg die een onthutsend inkijkje geven in het wespennest van de terreurbestrijding.
Op 5 mei 2005 komt Hanan stilletjes voorrijden in een groene Peugeot. Soumaya pakt haar spullen, stapt in en rijdt mee naar het huis van haar vriendin. Weg van haar ouders en haar ex-man. Een nieuw leven tegemoet met haar kersverse echtgenoot Nouredine el F.
Soumaya weet op dat moment, zegt ze later, nog niet dat Nouredine een voortvluchtige verdachte is die deel zou uitmaken van de zogeheten Hofstadgroep. Hij is illegaal in Nederland en staat ingeschreven op het adres van Lahbib en Hanan in de Vaalrivierstraat. Bij dat echtpaar – dat een half jaar later uiterst belastende verklaringen zal afleggen in de Piranhazaak – logeren Soumaya en Nouredine geregeld gedurende de zes weken van haar verdwijning. Op 22 juni 2005 worden ze gearresteerd.
Het mislukte huwelijk met de orthodoxe moslim Abdelhakim is eigenlijk de reden dat Soumaya met Nouredine trouwt. Ze is na anderhalf jaar van Abdelhakim gescheiden omdat hij haar dwong thuis te blijven, terwijl Soumaya wilde studeren en lezingen geven. Abdelhakim kan de scheiding niet verkroppen, wil haar terug en stalkt haar.
Soumaya zit met de handen in het haar. Ze vreest dat haar ouders haar terug willen sturen naar Abdelhakim. Ze weet niet dat de familie – een doorsnee moslimgezin met zeven moderne kinderen, van wie alleen Soumaya orthodox is – dat niet echt van plan is. Het gezin vindt Abdelhakim veel te radicaal. Maar met terugsturen wordt wel gedreigd. De ouders vinden dat Soumaya te veel hooi op haar vork neemt – zo verzorgt ze lezingen en helpt ze moslimzusters. Ze moet eerst haar diploma voor doktersassistente halen, menen haar ouders. Maar het dreigement werkt averechts.
Op een vrijdag na een lezing in de moskee vertelt Hanan dat ze een geschikte huwelijkskandidaat heeft voor Soumaya – een goede broeder, die godvrezend is. Soumaya twijfelt, maar Hanan dringt aan. Zo kan ze ontsnappen aan Abdelhakim.
Via Hanan leert Soumaya Nouredine kennen. Ze valt niet op hem vanwege zijn uiterlijk, maar is onder de indruk van zijn kennis van het geloof. Op 5 april trouwt ze op z’n islamitisch met Nouredine. Haar ouders weten van niets.
Als de familie begin mei ontdekt dat Soumaya ervandoor is, stellen ze alles in het werk om haar terug te vinden. Ze gaan langs alle orthodoxe moskeeën in Nederland; een zus hijst zich in een boerka om undercover vragen te stellen. Intussen belt Soumaya dagelijks met haar familie, waarmee ze, ondanks de meningsverschillen, een warme band heeft. Ze veinst dat ze in het buitenland zit. De ene keer zegt ze dat ze in Milaan op een vlucht naar Saoedi-Arabië wacht; dan doet ze weer alsof ze in Irak of Jemen verblijft. Als iedereen denkt dat ze het land uit is, zal Abdelhakim haar niet meer zoeken, meent ze.
De familie belt met ambassades en luchtvaartmaatschappijen om te controleren of ze weg is. Ze blokkeren haar bankrekening, in de hoop dat ze zal aankloppen voor geld. Onderwijl is ook Abdelhakim op zoek naar Soumaya. De familie gaat met hem samenwerken, omdat hij betere contacten heeft in orthodoxe islamitische kringen. Ze komen erachter dat zij helemaal niet in buitenland zit, maar gewoon ergens bij hen in de Schilderswijk rondloopt. Als ze belt, speelt de familie het spelletje mee: ‘Hoe is het weer in Jemen?’
Begin juni krijgt een familielid opmerkelijk bezoek van een vrouw die een pasje toont van Binnenlandse Zaken. Ze werkt voor de AIVD. De vrouw weet dat de familie Soumaya zoekt. Ze zegt dat Soumaya tot voor kort niet bekend was bij de AIVD en de politie; dat ze is gehersenspoeld door radicale types, maar dat ze geen terroriste is.
De AIVD’ster wil helpen met de zoektocht en vraagt het gezin alle informatie met de dienst te delen. Ze geeft een telefoonnummer en een aantal codes: ‘code 1’ betekent dat ze in een bepaald warenhuis afspreken. Ze moeten niet te veel over de telefoon bespreken, benadrukt de AIVD’ster. Wellicht dat de politie meeluistert. Het gezin mag ook niet met de media praten. Dan kan hun veiligheid in het geding komen. Er lopen immers nog ‘terroristen’ vrij rond. Evenmin mogen ze met de Nationale Recherche en het Openbaar Ministerie contact hebben: die lekken informatie naar de media en zijn alleen maar uit op een arrestatie en vervolging.
De familie is opgelucht. Eindelijk krijgen ze hulp. Op aanraden van de AIVD’ster proberen diverse gezinsleden Soumaya over de telefoon informatie te ontfutselen en haar zo lang mogelijk aan de lijn te houden, zodat ze haar kunnen traceren.
Door eigen speurwerk is het gezin inmiddels te weten gekomen dat Soumaya in het gezelschap van Nouredine verkeert. Via een kennis komen ze erachter dat Soumaya een mailtje heeft gestuurd vanuit een Amsterdams internetcafé. Onderweg naar Amsterdam krijgen ze op de snelweg een telefoontje van de AIVD’ster. Ze zegt dat ze terug moeten naar Den Haag om aangifte te doen van Soumaya’s vermissing. Ze benadrukt dat Nouredine gevaarlijk is en dat ze niet in actie kunnen komen als de familie niet meewerkt. Drie zaken moeten in de aangifte komen: Hofstadgroep, Nouredine en dat ze ‘iets goeds wil doen’.
Het is hen niet om Soumaya te doen – zij zal alleen worden verhoord, meldt de AIVD. Hoewel het gezin onderling verdeeld is, volgen ze de instructies op. Wellicht leert Soumaya een lesje als ze stevig wordt aangepakt in een verhoor. Diezelfde dag doet de moeder aangifte van vermissing en vermeldt daarbij de ingefluisterde steekwoorden.
De daaropvolgende week blijven familieleden zelf ook speuren, maar hen wordt te verstaan gegeven dat dit niet de bedoeling is. Als het gezin wordt gebeld door kennissen die Soumaya hebben zien lopen in de straat, belt de AIVD’ster dat ze haar niet mogen zoeken. Alles is onder controle.
Intussen is Soumaya gespot in een groene Peugeot. Abdelhakim, die het kenteken van de auto heeft doorgekregen, ziet de wagen staan bij een Turks eethuis en alarmeert de familie. Die herinnert zich dat Soumaya’s vriendin Hanan ook zo’n auto heeft. Bovendien houdt Soumaya van buitenlands eten. Dat kan niet missen: Soumaya is bij Hanan en Lahbib. Een wilde achtervolging wordt ingezet – de familie in de auto, Abdelhakim op de fiets. Wanneer het stoplicht op rood springt, gaat Abdelhakim op het kruispunt staan, maant auto’s te stoppen, zodat de familie kan doorrijden.
Even later arriveert het gezelschap in de Vaalrivierstraat en zien ze Hanan en Lahbib hun woning binnengaan met tassen vol eten. Als ze op het punt staan aan te bellen, gaat de telefoon over. Het is de AIVD’ster. Ze zegt dat ze moeten wegwezen. Dat hun veiligheid niet gegarandeerd kan worden, dat ‘zij’ het over zullen nemen. Overrompeld maken ze rechtsomkeert.
Diezelfde avond worden Nouredine, Soumaya en een vriendin bij station Lelylaan in Amsterdam gearresteerd. Nouredine heeft een schietklaar machinepistool op zak. Even later valt een rechercheteam het ouderlijk huis binnen. Een zus, die ook Hanan heet, wordt meegenomen naar het bureau. Moeder raakt overstuur. Een andere dochter sust haar. De politie heeft zich vast vergist en komt er straks wel achter dat ze die andere Hanan S. uit de Vaalrivierstraat moet hebben. Dat blijkt niet het geval.
Intussen wordt het ouderlijk huis overhoop gehaald. Iedereen is geëmotioneerd. Wat doet de politie hier? Moeten ze niet naar het huis van Lahbib en Hanan? Want ze weten toch dat Soumaya daar is gesignaleerd? Het gezin is totaal verbijsterd. Het heeft zijn volledige medewerking verleend. Sterker: ze zijn zelf als een soort detectives te werk gegaan en hebben al hun informatie met de AIVD gedeeld. Door aangifte te doen, hebben ze Soumaya praktisch cadeau gedaan.
De AIVD’ster spreekt af met een gezinslid in een restaurant. Ze zegt dat Soumaya nu in goede handen is en dat ze, als ze meewerkt met de politie, binnen een paar dagen thuis is. Op vragen van de recherche mag de familie slechts algemene antwoorden geven, zegt ze. Voorts worden ze bedankt voor de geweldige hulp. Het gezinslid krijgt 500 euro om op vakantie te gaan naar Marokko, en een dure zilveren armband.
Maar Soumaya – die tegenover de politie zegt dat ze niets van het machinepistool afwist – komt niet thuis. De AIVD stuurt twee ambtsberichten naar het OM met belastende informatie uit afgeluisterde telefoongesprekken die Soumaya met een zus en een broer voerde. Daaruit zou blijken dat ze wel op de hoogte was van het wapen. De familie is uit het lood geslagen. Ze hebben Soumaya bewust rare vragen gesteld om informatie los te peuteren. Haar moeder vroeg: ‘Wil je een aanslag plegen?’ Soumaya antwoordde: ‘Nee, mama absoluut niet!’ Waarom zit dat gesprek niet in het dossier? De AIVD zegt dat het OM over de vervolging gaat, dat de dienst daar buiten staat.
In oktober wordt Soumaya veroordeeld tot negen maanden celstraf, waarvan drie voorwaardelijk, wegens mede-wapenbezit. Na haar vrijlating in december wordt ze opnieuw aangeklaagd in de Piranhazaak: gedurende de zes weken van haar verdwijning zou ze met onder anderen Nouredine en Samir A. hebben deelgenomen aan een terroristische organisatie.
De familieleden voelen zich bedrogen en misleid door de AIVD. Hun eigen gegraaf was kennelijk een storende factor in het inlichtingenwerk. Ze weten zeker dat Soumaya nooit als verdachte zou zijn bestempeld, als ze er zelf in waren geslaagd haar te vinden – wat werd tegengehouden. Dan was ze niet in gezelschap opgepakt, met Nouredine en met een machinepistool. Als ze de dienst niet hadden geholpen, hadden ze haar zelf gevonden en mee naar huis genomen.
Ze kunnen ook niet bevatten waarom de politie niet heeft omgekeken naar Lahbib en Hanan. Iedereen die ook maar enig contact had met Soumaya, is na haar arrestatie verhoord, behalve die twee.
Het echtpaar wordt drieënhalve maand later wel gearresteerd, als de ‘groep’ rond Samir A. op 14 oktober wordt opgepakt. Hanan en Lahbib zijn de enigen die zeer uitgebreid verklaringen afleggen, onder andere over wapens die van en naar Brussel zijn vervoerd, en over schietoefeningen in het Amsterdamse Bos. Ze zeggen dat ze werden geïntimideerd en bedreigd door Nouredine. Lahbib en Hanan worden de belangrijkste getuigen in de Piranhazaak; ze worden ook geplaatst in een getuigenbeschermingsprogramma.
Voordat Soumaya begin september opnieuw wordt opgepakt in verband met de Piranhazaak, heeft de familie nog een aantal gesprekken met de dienst. De AIVD’ster erkent dat niet alles goed is gegaan, maar zegt dat het doel soms de middelen heiligt. De AIVD biedt een gezinslid een grotere huurwoning aan, zodat Soumaya bij hen kan intrekken. Maar het gezin heeft geen interesse in een huis dat vast en zeker is behangen met afluisterapparatuur.
Het gezin verdrinkt in verdriet. Ze zijn er zelf min of meer schuldig aan dat Soumaya is weggelopen, en hebben haar vanwege een blind vertrouwen in de rechtsstaat in de nesten gewerkt. Als een gezinslid aangeeft dat de dokter een verwijsbrief heeft gegeven voor een psycholoog, komt de AIVD opnieuw in actie. De inlichtingendienst zal voor een speciaal voor dit doel gescreende psycholoog zorgen. Die kan helpen te relativeren. Het familielid is daar nog steeds onder behandeling.
De AIVD bedankt de familie van Soumaya voor de geweldige hulp. Een gezinslid krijgt 500 euro, voor een reisje naar Marokko, en een dure zilveren armband.
Zoeken naar Soumaya – Buitenland – de Volkskrant
Door Janny Groen en Annieke Kranenberg
Soumaya S. is een van de verdachten die voor de rechtbank verschijnen in de zogeheten Piranhazaak, die vandaag begint. Voordat ze vorig jaar werd opgepakt, was Soumaya wekenlang zoek. De veiligheidsdienst AIVD zocht toenadering tot haar familie en speelde bij de opsporing een dubieuze rol. Een reconstructie. Door Janny Groen en Annieke Kranenberg die een onthutsend inkijkje geven in het wespennest van de terreurbestrijding.
Murder on theo Van Gogh and related issues, Religious and Political Radicalization »
Plooij legde onjuiste verklaring af in proces Samir A. – Binnenland – de Volkskrant
Van onze verslaggeefsters Janny Groen en Annieke Kranenberg
Officier van Justitie Koos Plooij heeft dinsdag voor het Haags gerechtshof toegegeven dat hij als getuige in het hoger beroep van het Piranhaproces tegen Samir A. en vier medeverdachten een verklaring heeft afgelegd die niet strookt met de werkelijke gang van zaken.
‘Een vergissing’, noemde Plooij deze misstap. Hij zei ook dat de suggestie dat hij opzettelijk een valse verklaring heeft afgelegd, hem zeer heeft geraakt. Het is eerder zo, zei hij keer op keer, dat hij nauwelijks concrete herinneringen had aan wat zich heeft afgespeeld.
Op verzoek van het Openbaar Ministerie werd Plooij voor de tweede keer opgeroepen als getuige. Advocaat-generaal Derk Kuipers wilde opheldering over wat Victor Koppe, een van de advocaten van Piranha-verdachten Samir A. en Nouredine el F., eerder had aangeduid als een ‘evident onjuiste en mogelijk zelfs leugenachtige’ verklaring van de officier.
Plooij had op 19 augustus gezegd dat hij wist dat het OM in 2005 enkele passages heeft geschrapt uit een verklaring van de zus van terreurverdachte Soumaya S., die ook in het Piranhaproces terecht staat.
Het ging om opmerkingen waarin de zus meldde dat haar familie contact had met de AIVD. Volgens Plooij werd de verklaring gekuist om de familie te beschermen, de verdediging meent dat vooral ontlastende delen zijn geknipt.
De zus van S. werd destijds als verdachte gehoord. Die zaak werd geseponeerd. Plooij zei op 19 augustus dat hij er altijd van uit is gegaan dat haar verklaring nooit in andere zaken zou worden gebruikt. Maar op 5 juli 2005 heeft hij de gekuiste versie zelf ingebracht, zo blijkt uit een raadkamerdossier over de hechtenis van Sumaya S. en Nouradine el F. waarop Plooij’s handtekening staat.
Dinsdag zei hij, na de beschuldiging van mogelijke meineed, in zijn agenda te hebben gekeken. ‘Ik heb begrepen dat ik inderdaad op 5 juli raadkamer heb gedaan, maar ik heb daar geen concrete herinningen aan.’ En over de gekuiste verklaring in het raadkamerdossier: ‘Als ze erbij hebben gezeten, zal ik er een blik op hebben geworpen.’
Het OM heeft in hoger beroep straffen van 8 tot 15 jaar celstraf geeist, wegens het voorbereiden van terroristische aanslagen. Het hof doet op 2 oktober uitspraak.
Plooij legde onjuiste verklaring af in proces Samir A. – Binnenland – de Volkskrant
Van onze verslaggeefsters Janny Groen en Annieke Kranenberg
Officier van Justitie Koos Plooij heeft dinsdag voor het Haags gerechtshof toegegeven dat hij als getuige in het hoger beroep van het Piranhaproces tegen Samir A. en vier medeverdachten een verklaring heeft afgelegd die niet strookt met de werkelijke gang van zaken.
‘Een vergissing’, noemde Plooij deze misstap. Hij zei ook dat de suggestie dat hij opzettelijk een valse verklaring heeft afgelegd, hem zeer heeft geraakt. Het is eerder zo, zei hij keer op keer, dat hij nauwelijks concrete herinneringen had aan wat zich heeft afgespeeld.
Op verzoek van het Openbaar Ministerie werd Plooij voor de tweede keer opgeroepen als getuige. Advocaat-generaal Derk Kuipers wilde opheldering over wat Victor Koppe, een van de advocaten van Piranha-verdachten Samir A. en Nouredine el F., eerder had aangeduid als een ‘evident onjuiste en mogelijk zelfs leugenachtige’ verklaring van de officier.
Plooij had op 19 augustus gezegd dat hij wist dat het OM in 2005 enkele passages heeft geschrapt uit een verklaring van de zus van terreurverdachte Soumaya S., die ook in het Piranhaproces terecht staat.
Het ging om opmerkingen waarin de zus meldde dat haar familie contact had met de AIVD. Volgens Plooij werd de verklaring gekuist om de familie te beschermen, de verdediging meent dat vooral ontlastende delen zijn geknipt.
De zus van S. werd destijds als verdachte gehoord. Die zaak werd geseponeerd. Plooij zei op 19 augustus dat hij er altijd van uit is gegaan dat haar verklaring nooit in andere zaken zou worden gebruikt. Maar op 5 juli 2005 heeft hij de gekuiste versie zelf ingebracht, zo blijkt uit een raadkamerdossier over de hechtenis van Sumaya S. en Nouradine el F. waarop Plooij’s handtekening staat.
Dinsdag zei hij, na de beschuldiging van mogelijke meineed, in zijn agenda te hebben gekeken. ‘Ik heb begrepen dat ik inderdaad op 5 juli raadkamer heb gedaan, maar ik heb daar geen concrete herinningen aan.’ En over de gekuiste verklaring in het raadkamerdossier: ‘Als ze erbij hebben gezeten, zal ik er een blik op hebben geworpen.’
Het OM heeft in hoger beroep straffen van 8 tot 15 jaar celstraf geeist, wegens het voorbereiden van terroristische aanslagen. Het hof doet op 2 oktober uitspraak.
Murder on theo Van Gogh and related issues, Religious and Political Radicalization »
There is no excerpt because this is a protected post.
ISIM/RU Research, International Terrorism, Murder on theo Van Gogh and related issues, Religious and Political Radicalization »
Tot 15 jaar geëist tegen Samir A. en medeverdachten – Binnenland – de Volkskrant
Tot 15 jaar geëist tegen Samir A. en medeverdachten
Van onze verslaggeefsters Janny Groen, Annieke Kranenberg
gepubliceerd op 01 september 2008 18:38, bijgewerkt op 1 september 2008 21:09
AMSTERDAM – Het Openbaar Ministerie heeft in hoger beroep in de Piranhazaak tegen Samir A. en vier medeverdachten straffen geëist tot vijftien jaar cel. Anders dan de Rotterdamse rechtbank acht het OM bewezen dat de Piranhaverdachten deel uitmaken van een terroristische organisatie die bezig was aanslagen voor te bereiden op Nederlandse politici en het AIVD-gebouw.
Volgens het OM werd de kern van de organisatie gevormd door Samir A., Nouredine el F. en Mohammed C. Tegen de laatste twee werden straffen van vijftien jaar cel geëist. De eis tegen Samir A. viel iets lager uit, dertien jaar, omdat hij eerder al onherroepelijk was veroordeeld tot vier jaar cel voor soortgelijke feiten. Die straf wilde het OM meewegen in de eis. El F. werd eerder dit jaar in hoger beroep in de Hofstadzaak vrijgesproken.
Beïnvloeden
Soumaya S. en Mohammed H. behoorden volgens de advocaten-generaal weliswaar niet tot de kern van de groep, maar hadden zich dermate laten beïnvloeden door de radicale jihadistische ideologie van met name El F. dat ze ook als actieve leden van de terreurorganisatie kunnen worden beschouwd. Tegen S., die door de rechtbank was veroordeeld tot drie jaar cel, werd tien jaar geëist. H., die eerder was vrijgesproken, moet volgens het OM tot acht jaar worden veroordeeld.
De groep had wapens in haar bezit en alle leden hebben die vervoerd, aangeraakt of tenminste gezien, aldus het OM. H. werd verweten dat hij zich niet had gedistantieerd van de groep, terwijl hij wist dat de leden geweld wilden plegen.
Gestuctureerd contact
In het vonnis van 1 december 2006 oordeelde de Rotterdamse rechtbank dat de Piranhaverdachten onderling onvoldoende gestructureerd contact onderhielden om te kunnen spreken van een organisatie. De advocaten-generaal D. Kuipers en R. Terpstra stelden echter dat de Piranhaorganisatie ‘een voortzetting is van de Hofstadgroep’. De verdachten werkten dus al voor het Piranha-onderzoek in meer en mindere mate samen. Het OM rekent de groep extra zwaar aan dat zij met hun radicale activiteiten zijn doorgegaan na de moord in november 2004 op Theo van Gogh. En na de grimmige arrestatie op 10 november 2004 van ‘twee granaatwerpende Hofstadleden’. ‘Ze wisten dus welk een enorme impact deze gebeurtenissen hadden op de Nederlandse samenleving’.
De beslissing over een onderzoek naar de eventuele meineed van officier van justitie Koos Plooij, die in de Piranhazaak is gehoord als getuige, werd gisteren door het Haagse hof opgeschort. De verdediging van Samir A. wilde Plooij nogmaals oproepen om tegenstrijdigheden in zijn verklaring en dossierstukken op zitting te kunnen ophelderen. Vanwege de ‘verstrekkende gevolgen’ van dit verzoek, vroeg het hof meer bedenktijd. Mogelijk komt het hof op dit punt terug met een tussenvonnis.
Tot 15 jaar geëist tegen Samir A. en medeverdachten – Binnenland – de Volkskrant
Tot 15 jaar geëist tegen Samir A. en medeverdachten
Van onze verslaggeefsters Janny Groen, Annieke Kranenberg
gepubliceerd op 01 september 2008 18:38, bijgewerkt op 1 september 2008 21:09
AMSTERDAM – Het Openbaar Ministerie heeft in hoger beroep in de Piranhazaak tegen Samir A. en vier medeverdachten straffen geëist tot vijftien jaar cel. Anders dan de Rotterdamse rechtbank acht het OM bewezen dat de Piranhaverdachten deel uitmaken van een terroristische organisatie die bezig was aanslagen voor te bereiden op Nederlandse politici en het AIVD-gebouw.
Volgens het OM werd de kern van de organisatie gevormd door Samir A., Nouredine el F. en Mohammed C. Tegen de laatste twee werden straffen van vijftien jaar cel geëist. De eis tegen Samir A. viel iets lager uit, dertien jaar, omdat hij eerder al onherroepelijk was veroordeeld tot vier jaar cel voor soortgelijke feiten. Die straf wilde het OM meewegen in de eis. El F. werd eerder dit jaar in hoger beroep in de Hofstadzaak vrijgesproken.
Beïnvloeden
Soumaya S. en Mohammed H. behoorden volgens de advocaten-generaal weliswaar niet tot de kern van de groep, maar hadden zich dermate laten beïnvloeden door de radicale jihadistische ideologie van met name El F. dat ze ook als actieve leden van de terreurorganisatie kunnen worden beschouwd. Tegen S., die door de rechtbank was veroordeeld tot drie jaar cel, werd tien jaar geëist. H., die eerder was vrijgesproken, moet volgens het OM tot acht jaar worden veroordeeld.
De groep had wapens in haar bezit en alle leden hebben die vervoerd, aangeraakt of tenminste gezien, aldus het OM. H. werd verweten dat hij zich niet had gedistantieerd van de groep, terwijl hij wist dat de leden geweld wilden plegen.
Gestuctureerd contact
In het vonnis van 1 december 2006 oordeelde de Rotterdamse rechtbank dat de Piranhaverdachten onderling onvoldoende gestructureerd contact onderhielden om te kunnen spreken van een organisatie. De advocaten-generaal D. Kuipers en R. Terpstra stelden echter dat de Piranhaorganisatie ‘een voortzetting is van de Hofstadgroep’. De verdachten werkten dus al voor het Piranha-onderzoek in meer en mindere mate samen. Het OM rekent de groep extra zwaar aan dat zij met hun radicale activiteiten zijn doorgegaan na de moord in november 2004 op Theo van Gogh. En na de grimmige arrestatie op 10 november 2004 van ‘twee granaatwerpende Hofstadleden’. ‘Ze wisten dus welk een enorme impact deze gebeurtenissen hadden op de Nederlandse samenleving’.
De beslissing over een onderzoek naar de eventuele meineed van officier van justitie Koos Plooij, die in de Piranhazaak is gehoord als getuige, werd gisteren door het Haagse hof opgeschort. De verdediging van Samir A. wilde Plooij nogmaals oproepen om tegenstrijdigheden in zijn verklaring en dossierstukken op zitting te kunnen ophelderen. Vanwege de ‘verstrekkende gevolgen’ van dit verzoek, vroeg het hof meer bedenktijd. Mogelijk komt het hof op dit punt terug met een tussenvonnis.
Blogosphere, Gender, Kinship & Marriage Issues, ISIM/RU Research, Murder on theo Van Gogh and related issues, Religious Movements, Religious and Political Radicalization »
Belgian woman wages war for Al Qaeda on the Web – International Herald Tribune
Belgian woman wages war for Al Qaeda on the Web
Belgian’s online jihad reflects rise of female extremists
By Elaine Sciolino and Souad Mekhennet
Tuesday, May 27, 2008BRUSSELS: On the street, Malika El Aroud is anonymous in an Islamic black veil covering all but her eyes.
In her living room, El Aroud, a 48-year-old Belgian, wears the ordinary look of middle age: a plain black T-shirt and pants and curly brown hair. The only adornment is a pair of powder-blue slippers monogrammed in gold with the letters SEXY.
But it is on the Internet that El Aroud has distinguished herself. Writing in French under the name Oum Obeyda, she has transformed herself into one of the most prominent Internet jihadists in Europe.
She calls herself a female holy warrior for Al Qaeda. She insists that she does not disseminate instructions on bomb-making and has no intention of taking up arms herself. Rather, she browbeats Muslim men to go and fight, and rallies women to join the cause.
“It’s not my role to set off bombs – that’s ridiculous,” she said in a rare interview. “I have a weapon. It’s to write. It’s to speak out. That’s my jihad. You can do many things with words. Writing is also a bomb.”
El Aroud has not only made a name for herself among devotees of radical forums where she broadcasts her message of hatred toward the West. She also is well known to intelligence officials throughout Europe as simply “Malika” – an Islamist who is at the forefront of the movement by women to take a larger role in the male-dominated global jihad.
The authorities have noted an increase in suicide bombings carried out by women – the American military reports that 18 women have conducted suicide missions in Iraq so far this year, compared with 8 all of last year – but they say there is also a less violent yet potentially more insidious army of women organizers, proselytizers, teachers, translators and fund-raisers, who either join their husbands in the fight or step into the breach as men are jailed or killed.
“Women are coming of age in jihad and are entering a world once reserved for men,” said Claude Moniquet, president of the Brussels-based European Strategic Intelligence and Security Center. “Malika is a role model, an icon who is bold enough to use her own name. She plays a very important strategic role as a source of inspiration. She’s very clever – and extremely dangerous.”
El Aroud began her rise to prominence because of a man in her life. Two days before the attacks of Sept. 11, 2001, her husband carried out a bombing in Afghanistan that killed the anti-Taliban warlord Ahmed Shah Massoud at the behest of Osama bin Laden. Her husband was killed, and she took to the Internet as the widow of a martyr.
She remarried, and she and her new husband were convicted in Switzerland for operating pro-Qaeda Web sites. Now, according to the Belgian authorities, she is a suspect in what the authorities say they believe is a plot to carry out an attack in Belgium.
“Vietnam is nothing compared to what awaits you in our lands,” she wrote to a supposed Western audience in March about wars in Iraq and Afghanistan. “Ask your mothers, your wives to order your coffins.” To her followers she added: “Victory is appearing on the horizon, my brothers and sisters. Let’s intensify our prayers.”
Her prolific writing and presence in chat rooms, coupled with her background, makes her a magnet for praise and sympathy. “Sister Oum Obeyda is virtuous among the virtuous; her life is dedicated to the good on this earth,” a man named Juba wrote late last year.
The rise of women comes against a backdrop of discrimination that has permeated radical Islam. Mohamed Atta, the Sept. 11 hijacker, wrote in his will that “women must not be present at my funeral or go to my grave at any later date.” Last month, Ayman al-Zawahri, Al Qaeda’s second in command, said in an online question-and-answer session that women could not join Al Qaeda.
In response, a woman wrote on a password-protected radical Web site that “the answer that we heard was not what we had hoped,” according to the SITE monitoring group, adding, “I swear to God I will never leave the path and will not give up this course.”
The changing role of women in the movement is particularly apparent in Western countries, where Muslim women have been educated to demand their rights and Muslim men are more accustomed to treating them as equals.
El Aroud reflects that trend. “Normally in Islam the men are stronger than the women, but I prove that it is important to fear God – and no one else,” she said. “It is important that I am a woman. There are men who don’t want to speak out because they are afraid of getting into trouble. Even when I get into trouble, I speak out.”
After all, she said, she knows the rules. “I write in a legal way,” she said. “I know what I’m doing. I’m Belgian. I know the system.”
That system has often been lenient for her. She was detained last December with 13 others in a suspected plot to free a convicted terrorist from prison and to mount an attack in Brussels. But Belgian law required that they be released within 24 hours because no charges were brought and searches failed to turn up weapons, explosives or incriminating documents.
Now, even as El Aroud remains under constant surveillance, she is back home rallying militants on her Web site – and collecting more than $1,100 a month in government unemployment benefits.
“Her jihad is not to lead an operation but to inspire other people to wage jihad,” said Glenn Audenaert, the director of Belgium’s federal police force. “She enjoys the protection that Belgium offers. At the same time, she is a potential threat.”
Born in Morocco, raised from a young age in Belgium, El Aroud did not seem destined for the jihad.
Growing up, she rebelled against her Muslim upbringing, she wrote in a memoir. Her first marriage, at 18, was unhappy and brief; she later bore a daughter out of wedlock.
She was unable to read Arabic, but her discovery of the Koran in French led her to embrace a strict version of Islam and eventually to marry Abdessatar Dahmane, a Tunisian loyal to Osama bin Laden.
Eager to be a battlefield warrior, she hoped to fight alongside her husband in Chechnya. But the Chechens “wanted experienced men, super-well trained,” she said. “They wanted women even less.” In 2001, she followed her husband to Afghanistan. As he trained at a Qaeda camp, she was installed in a camp for foreign women in Jalalabad.
For her, the Taliban were a model Islamic government; reports of their mistreatment of women were untrue. “Women didn’t have problems under the Taliban,” she insisted. “They had security.”
Her only rebellion was against the burka, the restrictive garment the Taliban forced on women, which she called “a plastic bag.” As a foreigner, she was allowed to wear a long black veil instead.
After her husband’s mission, El Aroud was briefly detained by Massoud’s followers. Frightened, she was put in contact with the Belgian authorities, who arranged for her safe passage home.
“We got her out and thought she’d cooperate with us,” said one senior Belgian intelligence official. “We were deceived.”
Judge Jean-Louis Bruguière, who was France’s senior counterterrorism magistrate at the time, said he interviewed El Aroud because investigators suspected that she had shipped electronic equipment to her husband that was used in the killing. “She is very radical, very sly and very dangerous,” he said.
El Aroud was tried with 22 others in Belgium for complicity in the Massoud murder. A grieving widow in a black veil, she persuaded the court that she had been doing humanitarian work and knew nothing of her husband’s plans. She was acquitted for lack of evidence.
Her husband’s death, though, propelled her into a new life. “The widow of a martyr is very important for Muslims,” she said.
She used her enhanced status to meet her new “brothers and sisters” on the Web. One of them was Moez Garsalloui, a Tunisian several years her junior who had political refugee status in Switzerland. They married and moved to a small Swiss village. There, they ran several pro-Qaeda Web sites and Internet forums that were monitored by Swiss authorities as part of the country’s first Internet-related criminal case.
After the police raided their home and arrested them at dawn in April 2005, El Aroud described extensively what she called their abuse.
“See what this country that calls us neutral made us suffer,” she wrote, claiming that the Swiss police beat and blindfolded her husband and manhandled her while she was sleeping unveiled.
Convicted last June of promoting violence and supporting a criminal organization, she received a six-month suspended sentence; Garsalloui, who was convicted of more serious charges, was released after 23 days.
Despite El Aroud’s prominence, it is once again her husband whom authorities view as a bigger threat. They suspect he was recruiting for the feared Christmastime attacks last December and that he has connections to terror groups operating in the tribal areas of Pakistan.
The authorities say that they lost track of him after he was released from jail last year in Switzerland. “He is on a trip,” El Aroud says cryptically when asked about her husband’s whereabouts. “On a trip.”
Meanwhile, her stature has risen with her claims of victimization by the Swiss. The Web site Voice of the Oppressed described her as “our female holy warrior of the 21st century.”
El Aroud’s latest tangle with the law hints at a deeper involvement of women in terror activities. When she was detained last December in the suspected plot to free Nizar Trabelsi, a convicted terrorist and a one-time professional soccer player, El Aroud was one of three women taken in for questioning.
Although the identities of those detained were not released, the Belgian authorities and others familiar with the case said that among those detained were Trabelsi’s wife and Fatima Aberkan, a friend of El Aroud and a 47-year-old mother of seven.
“Malika is a source of inspiration for women because she is telling women to stop sleeping and open their eyes,” Aberkan said.
El Aroud operates from her three-room apartment above a clothing shop in a working-class Brussels neighborhood where she spends her time communicating with supporters on her main forum, Minbar-SOS.
Although she insists she is not breaking the law, she knows the police are watching. And if the authorities find way to put her in prison, she said: “That would be great. They would make me a living martyr.”
Basil Katz contributed reporting from Paris.
Belgian woman wages war for Al Qaeda on the Web – International Herald Tribune
Belgian woman wages war for Al Qaeda on the Web
Belgian’s online jihad reflects rise of female extremists
By Elaine Sciolino and Souad Mekhennet
Tuesday, May 27, 2008BRUSSELS: On the street, Malika El Aroud is anonymous in an Islamic black veil covering all but her eyes.
In her living room, El Aroud, a 48-year-old Belgian, wears the ordinary look of middle age: a plain black T-shirt and pants and curly brown hair. The only adornment is a pair of powder-blue slippers monogrammed in gold with the letters SEXY.
But it is on the Internet that El Aroud has distinguished herself. Writing in French under the name Oum Obeyda, she has transformed herself into one of the most prominent Internet jihadists in Europe.
She calls herself a female holy warrior for Al Qaeda. She insists that she does not disseminate instructions on bomb-making and has no intention of taking up arms herself. Rather, she browbeats Muslim men to go and fight, and rallies women to join the cause.
“It’s not my role to set off bombs – that’s ridiculous,” she said in a rare interview. “I have a weapon. It’s to write. It’s to speak out. That’s my jihad. You can do many things with words. Writing is also a bomb.”
El Aroud has not only made a name for herself among devotees of radical forums where she broadcasts her message of hatred toward the West. She also is well known to intelligence officials throughout Europe as simply “Malika” – an Islamist who is at the forefront of the movement by women to take a larger role in the male-dominated global jihad.
The authorities have noted an increase in suicide bombings carried out by women – the American military reports that 18 women have conducted suicide missions in Iraq so far this year, compared with 8 all of last year – but they say there is also a less violent yet potentially more insidious army of women organizers, proselytizers, teachers, translators and fund-raisers, who either join their husbands in the fight or step into the breach as men are jailed or killed.
“Women are coming of age in jihad and are entering a world once reserved for men,” said Claude Moniquet, president of the Brussels-based European Strategic Intelligence and Security Center. “Malika is a role model, an icon who is bold enough to use her own name. She plays a very important strategic role as a source of inspiration. She’s very clever – and extremely dangerous.”
El Aroud began her rise to prominence because of a man in her life. Two days before the attacks of Sept. 11, 2001, her husband carried out a bombing in Afghanistan that killed the anti-Taliban warlord Ahmed Shah Massoud at the behest of Osama bin Laden. Her husband was killed, and she took to the Internet as the widow of a martyr.
She remarried, and she and her new husband were convicted in Switzerland for operating pro-Qaeda Web sites. Now, according to the Belgian authorities, she is a suspect in what the authorities say they believe is a plot to carry out an attack in Belgium.
“Vietnam is nothing compared to what awaits you in our lands,” she wrote to a supposed Western audience in March about wars in Iraq and Afghanistan. “Ask your mothers, your wives to order your coffins.” To her followers she added: “Victory is appearing on the horizon, my brothers and sisters. Let’s intensify our prayers.”
Her prolific writing and presence in chat rooms, coupled with her background, makes her a magnet for praise and sympathy. “Sister Oum Obeyda is virtuous among the virtuous; her life is dedicated to the good on this earth,” a man named Juba wrote late last year.
The rise of women comes against a backdrop of discrimination that has permeated radical Islam. Mohamed Atta, the Sept. 11 hijacker, wrote in his will that “women must not be present at my funeral or go to my grave at any later date.” Last month, Ayman al-Zawahri, Al Qaeda’s second in command, said in an online question-and-answer session that women could not join Al Qaeda.
In response, a woman wrote on a password-protected radical Web site that “the answer that we heard was not what we had hoped,” according to the SITE monitoring group, adding, “I swear to God I will never leave the path and will not give up this course.”
The changing role of women in the movement is particularly apparent in Western countries, where Muslim women have been educated to demand their rights and Muslim men are more accustomed to treating them as equals.
El Aroud reflects that trend. “Normally in Islam the men are stronger than the women, but I prove that it is important to fear God – and no one else,” she said. “It is important that I am a woman. There are men who don’t want to speak out because they are afraid of getting into trouble. Even when I get into trouble, I speak out.”
After all, she said, she knows the rules. “I write in a legal way,” she said. “I know what I’m doing. I’m Belgian. I know the system.”
That system has often been lenient for her. She was detained last December with 13 others in a suspected plot to free a convicted terrorist from prison and to mount an attack in Brussels. But Belgian law required that they be released within 24 hours because no charges were brought and searches failed to turn up weapons, explosives or incriminating documents.
Now, even as El Aroud remains under constant surveillance, she is back home rallying militants on her Web site – and collecting more than $1,100 a month in government unemployment benefits.
“Her jihad is not to lead an operation but to inspire other people to wage jihad,” said Glenn Audenaert, the director of Belgium’s federal police force. “She enjoys the protection that Belgium offers. At the same time, she is a potential threat.”
Born in Morocco, raised from a young age in Belgium, El Aroud did not seem destined for the jihad.
Growing up, she rebelled against her Muslim upbringing, she wrote in a memoir. Her first marriage, at 18, was unhappy and brief; she later bore a daughter out of wedlock.
She was unable to read Arabic, but her discovery of the Koran in French led her to embrace a strict version of Islam and eventually to marry Abdessatar Dahmane, a Tunisian loyal to Osama bin Laden.
Eager to be a battlefield warrior, she hoped to fight alongside her husband in Chechnya. But the Chechens “wanted experienced men, super-well trained,” she said. “They wanted women even less.” In 2001, she followed her husband to Afghanistan. As he trained at a Qaeda camp, she was installed in a camp for foreign women in Jalalabad.
For her, the Taliban were a model Islamic government; reports of their mistreatment of women were untrue. “Women didn’t have problems under the Taliban,” she insisted. “They had security.”
Her only rebellion was against the burka, the restrictive garment the Taliban forced on women, which she called “a plastic bag.” As a foreigner, she was allowed to wear a long black veil instead.
After her husband’s mission, El Aroud was briefly detained by Massoud’s followers. Frightened, she was put in contact with the Belgian authorities, who arranged for her safe passage home.
“We got her out and thought she’d cooperate with us,” said one senior Belgian intelligence official. “We were deceived.”
Judge Jean-Louis Bruguière, who was France’s senior counterterrorism magistrate at the time, said he interviewed El Aroud because investigators suspected that she had shipped electronic equipment to her husband that was used in the killing. “She is very radical, very sly and very dangerous,” he said.
El Aroud was tried with 22 others in Belgium for complicity in the Massoud murder. A grieving widow in a black veil, she persuaded the court that she had been doing humanitarian work and knew nothing of her husband’s plans. She was acquitted for lack of evidence.
Her husband’s death, though, propelled her into a new life. “The widow of a martyr is very important for Muslims,” she said.
She used her enhanced status to meet her new “brothers and sisters” on the Web. One of them was Moez Garsalloui, a Tunisian several years her junior who had political refugee status in Switzerland. They married and moved to a small Swiss village. There, they ran several pro-Qaeda Web sites and Internet forums that were monitored by Swiss authorities as part of the country’s first Internet-related criminal case.
After the police raided their home and arrested them at dawn in April 2005, El Aroud described extensively what she called their abuse.
“See what this country that calls us neutral made us suffer,” she wrote, claiming that the Swiss police beat and blindfolded her husband and manhandled her while she was sleeping unveiled.
Convicted last June of promoting violence and supporting a criminal organization, she received a six-month suspended sentence; Garsalloui, who was convicted of more serious charges, was released after 23 days.
Despite El Aroud’s prominence, it is once again her husband whom authorities view as a bigger threat. They suspect he was recruiting for the feared Christmastime attacks last December and that he has connections to terror groups operating in the tribal areas of Pakistan.
The authorities say that they lost track of him after he was released from jail last year in Switzerland. “He is on a trip,” El Aroud says cryptically when asked about her husband’s whereabouts. “On a trip.”
Meanwhile, her stature has risen with her claims of victimization by the Swiss. The Web site Voice of the Oppressed described her as “our female holy warrior of the 21st century.”
El Aroud’s latest tangle with the law hints at a deeper involvement of women in terror activities. When she was detained last December in the suspected plot to free Nizar Trabelsi, a convicted terrorist and a one-time professional soccer player, El Aroud was one of three women taken in for questioning.
Although the identities of those detained were not released, the Belgian authorities and others familiar with the case said that among those detained were Trabelsi’s wife and Fatima Aberkan, a friend of El Aroud and a 47-year-old mother of seven.
“Malika is a source of inspiration for women because she is telling women to stop sleeping and open their eyes,” Aberkan said.
El Aroud operates from her three-room apartment above a clothing shop in a working-class Brussels neighborhood where she spends her time communicating with supporters on her main forum, Minbar-SOS.
Although she insists she is not breaking the law, she knows the police are watching. And if the authorities find way to put her in prison, she said: “That would be great. They would make me a living martyr.”
Basil Katz contributed reporting from Paris.
International Terrorism, Murder on theo Van Gogh and related issues »
Vonnis terreurzaak overtreft eis – Binnenland – de Volkskrant
Vonnis terreurzaak overtreft eis
Van onze verslaggeefsters Janny Groen, Annieke Kranenberg
ROTTERDAM – De rechtbank in Rotterdam heeft het echtpaar Lahbib B. (30) en Hanan S. (26) dinsdag veroordeeld tot 3 jaar cel wegens deelname aan een terroristische organisatie en het voorbereiden van aanslagen op politici.
Het vonnis is opmerkelijk omdat eind 2006 vijf medeverdachten – onder wie Samir A. – op basis van dezelfde feiten in de zogenoemde Piranhazaak werden vrijgesproken van het vormen van een terreurorganisatie.
Het Openbaar Ministerie had tegen B. en S. niet meer dan een jaar cel geëist, waarvan onvoorwaardelijk een periode van de duur van hun voorarrest. De officier van justitie vroeg om deze korte straffen omdat zij een beperkte rol binnen de organisatie speelden en ‘opening van zaken’ gaven. De twee legden als kroongetuigen belastende verklaringen af tegen de andere Piranhaverdachten, over wapenvervoer naar België, schietoefeningen en een lijst namen van politici.
In de Piranhazaak beoordeelden de rechters – eveneens van de Rotterdamse rechtbank – deze getuigenissen deels als ongeloofwaardig. Mede door dat vonnis moest het OM de kroongetuigen, die nog altijd in een getuigenbeschermingsprogramma zitten, wel vervolgen. De groep met Samir A. kreeg celstraffen van 3 tot 8 jaar voor het beramen van aanslagen, maar vrijspraak volgde voor deelname aan een terreurorganisatie, omdat de contacten onderling ‘te weinig, te divers en te sterk wisselend van intentie’ waren.
Vijftien maanden later oordelen andere rechters uit Rotterdam heel anders. De twee worden wel geloofwaardig bevonden en volgens de rechters hadden zij een faciliterende rol in de organisatie. ‘De wijze waarop een aantal mededaders hun terroristische idealen wilden vormgeven, getuigt van haat tegen de Nederlandse democratie en andersdenkenden, wier leven voor hen kennelijk geen waarde heeft.’ Dat B. en S. zo’n gedachtegoed naar eigen zeggen niet aanhingen, maakt niet uit. Voldoende is volgens de rechtbank dat ze er ‘weet’ van hadden.
B. en S. hebben altijd verklaard dat ze meededen uit angst dat Samir A. en Nouredine el F. hen zouden verketteren als afvalligen en zouden doden. In de strafmaat heeft de rechtbank hiermee rekening gehouden, alsmede met de ‘coöperatieve houding’ en de ‘ongetwijfeld zeer ingrijpende gevolgen’ van het beschermingsprogramma. Anders hadden B. en S. tussen de 8 en 10 jaar cel gekregen, aldus de rechtbank.
B. en S. hebben onmiddellijk hoger beroep ingesteld. Zij hoeven niet naar de gevangenis zolang er geen onherroepelijke uitspraak is. B. moet op 15 april getuigen in de Piranhazaak, waarvan momenteel het hoger beroep dient.
Vonnis terreurzaak overtreft eis – Binnenland – de Volkskrant
Vonnis terreurzaak overtreft eis
Van onze verslaggeefsters Janny Groen, Annieke Kranenberg
ROTTERDAM – De rechtbank in Rotterdam heeft het echtpaar Lahbib B. (30) en Hanan S. (26) dinsdag veroordeeld tot 3 jaar cel wegens deelname aan een terroristische organisatie en het voorbereiden van aanslagen op politici.
Het vonnis is opmerkelijk omdat eind 2006 vijf medeverdachten – onder wie Samir A. – op basis van dezelfde feiten in de zogenoemde Piranhazaak werden vrijgesproken van het vormen van een terreurorganisatie.
Het Openbaar Ministerie had tegen B. en S. niet meer dan een jaar cel geëist, waarvan onvoorwaardelijk een periode van de duur van hun voorarrest. De officier van justitie vroeg om deze korte straffen omdat zij een beperkte rol binnen de organisatie speelden en ‘opening van zaken’ gaven. De twee legden als kroongetuigen belastende verklaringen af tegen de andere Piranhaverdachten, over wapenvervoer naar België, schietoefeningen en een lijst namen van politici.
In de Piranhazaak beoordeelden de rechters – eveneens van de Rotterdamse rechtbank – deze getuigenissen deels als ongeloofwaardig. Mede door dat vonnis moest het OM de kroongetuigen, die nog altijd in een getuigenbeschermingsprogramma zitten, wel vervolgen. De groep met Samir A. kreeg celstraffen van 3 tot 8 jaar voor het beramen van aanslagen, maar vrijspraak volgde voor deelname aan een terreurorganisatie, omdat de contacten onderling ‘te weinig, te divers en te sterk wisselend van intentie’ waren.
Vijftien maanden later oordelen andere rechters uit Rotterdam heel anders. De twee worden wel geloofwaardig bevonden en volgens de rechters hadden zij een faciliterende rol in de organisatie. ‘De wijze waarop een aantal mededaders hun terroristische idealen wilden vormgeven, getuigt van haat tegen de Nederlandse democratie en andersdenkenden, wier leven voor hen kennelijk geen waarde heeft.’ Dat B. en S. zo’n gedachtegoed naar eigen zeggen niet aanhingen, maakt niet uit. Voldoende is volgens de rechtbank dat ze er ‘weet’ van hadden.
B. en S. hebben altijd verklaard dat ze meededen uit angst dat Samir A. en Nouredine el F. hen zouden verketteren als afvalligen en zouden doden. In de strafmaat heeft de rechtbank hiermee rekening gehouden, alsmede met de ‘coöperatieve houding’ en de ‘ongetwijfeld zeer ingrijpende gevolgen’ van het beschermingsprogramma. Anders hadden B. en S. tussen de 8 en 10 jaar cel gekregen, aldus de rechtbank.
B. en S. hebben onmiddellijk hoger beroep ingesteld. Zij hoeven niet naar de gevangenis zolang er geen onherroepelijke uitspraak is. B. moet op 15 april getuigen in de Piranhazaak, waarvan momenteel het hoger beroep dient.
Murder on theo Van Gogh and related issues »
There is no excerpt because this is a protected post.
International Terrorism, Murder on theo Van Gogh and related issues »
Terror law in tatters as extremists go free – Times Online
Five British Muslim men have been freed, pending a retrial, after being convicted of terrorism-related crimes.
Sean O’Neill, Crime and Security Editor
Dozens of anti-terrorist investigations and prosecutions are in jeopardy after senior judges yesterday quashed the convictions of five young Muslims for downloading extremist propaganda. Three Court of Appeal judges, led by the Lord Chief Justice, questioned whether they should ever have been prosecuted for merely possessing the material. The ruling means that in future the prosecution will have to prove that defendants intended to commit terrorist attacks.
The men, four university students and a schoolboy, who ran away from home saying that he wanted to die fighting jihad, are the first people to have convictions for Islamist terrorism overturned since the War on Terror began in 2001. The judges ordered that Irfan Raja, 20, Awaab Iqbal, 20, Aitzaz Zafar, 21, Usman Malik, 22, and Akbar Butt, 21 – who were in the dock to hear the judgment – be freed immediately. Three hours after the judgment was handed down, the five men walked out the front door of the court.
Mr Butt said: “Whatever happened has happened and I’m just happy to be out now. I won my freedom back.”
The judges’ ruling dealt a severe blow to the body of anti-terrorism legislation in Britain by rewriting two key sections of the Terrorism Act 2000. Sections 57 and 58 – which outlawed the possession of items likely to be of use or connected to terrorism – have been used by police and prosecutors to spearhead the fight against the radicalisation and recruitment of young Muslims.
Related Links
The police regard the sections as a means of intervening early to prevent potential recruits going over seas to wage jihad or to receive terror training.Continuing investigations will be urgently reviewed, cases awaiting trial under the legislation may have to be abandoned and a number of people convicted of terror offences, including Samina Malik, the so-called Lyrical Terrorist, are expected to lodge appeals.
Detectives said that the five men freed had large collections of extremist material and were planning to travel to Afghanistan to wage jihad.
Mr Raja left a farewell note for his parents and said that he would see them in Paradise. The trial judge said that the men had become “intoxicated” by extremism.
But human rights lawyers and Muslim community leaders claimed that no evidence of a terrorist plot had been uncovered. They argued that the Terrorism Act 2000 had been used to criminalise young people simply for harbouring radical thoughts.
The appeal court described the terror legislation as imprecise and uncertain and said that it allowed police to define terrorist offences far too widely.
The judges ordered that, in future cases, the Crown would have to prove that defendants clearly intended to engage in terrorism or that the items they possessed were of practical use to a terrorist.
They said the intention of the legislation had been to criminalise possession of items that might be used in making a bomb. The appellants, however, had only possessed literature.
The judgment said: “Literature may be stored in a book or on a bookshelf, or on a computer drive, without any intention on the part of the possessor to make any future use of it at all.”
The Crown Prosecution Service said that it was studying the judgment and considering an appeal to the House of Lords.
Terror law in tatters as extremists go free – Times Online
Five British Muslim men have been freed, pending a retrial, after being convicted of terrorism-related crimes.
Sean O’Neill, Crime and Security Editor
Dozens of anti-terrorist investigations and prosecutions are in jeopardy after senior judges yesterday quashed the convictions of five young Muslims for downloading extremist propaganda. Three Court of Appeal judges, led by the Lord Chief Justice, questioned whether they should ever have been prosecuted for merely possessing the material. The ruling means that in future the prosecution will have to prove that defendants intended to commit terrorist attacks.
ISIM/RU Research, International Terrorism, Murder on theo Van Gogh and related issues, My Research, Religious and Political Radicalization »
Rechtspraak.nl – uitspraak hofstadzaak
Hof: ‘Hofstadgroep’ geen terroristische organisatie
De strafkamer van het Gerechtshof ’s-Gravenhage heeft vandaag in hoger beroep uitspraak gedaan in de zogenoemde “Hofstadzaak”.
Het hof heeft – anders dan de Rechtbank in eerste aanleg -geoordeeld dat er bij de Hofstadgroep geen sprake is van een criminele en terroristische organisatie, omdat er geen duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband kon worden vastgesteld en evenmin een gemeenschappelijk gedeelde ideologie. Ook was er volgens het hof geen sprake van dat de verdachten als groep het oogmerk hadden geweldsfeiten of opruiingsdelicten te begaan. Alle verdachten zijn dan ook vrijgesproken van deelname aan een criminele en terroristische organisatie.
Jason W. is door het hof wel veroordeeld tot 15 jaar cel voor het gooien van een handgranaat naar leden van het arrestatieteam van de Politie Den Haag en het in zijn bezit hebben van meerdere handgranaten. Ismail A. is van het medeplegen van het gooien van de handgranaat vrijgesproken, maar wel tot 15 maanden gevangenisstraf veroordeeld voor het in zijn bezit hebben van handgranaten. Volgens het hof kan niet bewezen worden dat Ismail A. van tevoren een afspraak had gemaakt dat Jason W. de handgranaat zou gooien. Het hof vond niet bewezen dat Jason W. en Ismail A. de handgranaten in hun bezit hadden met de bedoeling daar terroristische daden mee te plegen. Ook het gooien van de handgranaat door Jason W. is volgens het hof geen terroristische daad geweest, omdat niet bewezen kan worden dat hij dat heeft gedaan met als doel de bevolking erge vrees aan te jagen.
Het openbaar ministerie (OM) eiste eerder veroordeling van de Hofstadverdachten voor deelname aan een criminele en terroristische organisatie tot celstraffen van 22 maanden tot 2 jaar. Tegen Jason W. en Ismail A. had het OM een celstraf van 18 jaar geëist voor deelname aan de Hofstadgroep en het gooien van de handgranaat als terroristische daad. In maart 2006 oordeelde de Rechtbank Rotterdam dat de Hofstadgroep wel een criminele en terroristische organisatie was en veroordeelde de verdachten tot celstraffen van één tot vijf jaar. Jason W. werd daarnaast ook veroordeeld voor het gooien van de handgranaat en het in zijn bezit hebben van handgranaten en kreeg 15 jaar celstraf. Ismail A. werd ook veroordeeld voor het medeplegen van het gooien van de handgranaat en het in het bezit hebben van handgranaten en kreeg 13 jaar celstraf.
Rechtspraak.nl – uitspraak hofstadzaak
Hof: ‘Hofstadgroep’ geen terroristische organisatie
De strafkamer van het Gerechtshof ’s-Gravenhage heeft vandaag in hoger beroep uitspraak gedaan in de zogenoemde “Hofstadzaak”.
Het hof heeft – anders dan de Rechtbank in eerste aanleg -geoordeeld dat er bij de Hofstadgroep geen sprake is van een criminele en terroristische organisatie, omdat er geen duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband kon worden vastgesteld en evenmin een gemeenschappelijk gedeelde ideologie. Ook was er volgens het hof geen sprake van dat de verdachten als groep het oogmerk hadden geweldsfeiten of opruiingsdelicten te begaan. Alle verdachten zijn dan ook vrijgesproken van deelname aan een criminele en terroristische organisatie.
Jason W. is door het hof wel veroordeeld tot 15 jaar cel voor het gooien van een handgranaat naar leden van het arrestatieteam van de Politie Den Haag en het in zijn bezit hebben van meerdere handgranaten. Ismail A. is van het medeplegen van het gooien van de handgranaat vrijgesproken, maar wel tot 15 maanden gevangenisstraf veroordeeld voor het in zijn bezit hebben van handgranaten. Volgens het hof kan niet bewezen worden dat Ismail A. van tevoren een afspraak had gemaakt dat Jason W. de handgranaat zou gooien. Het hof vond niet bewezen dat Jason W. en Ismail A. de handgranaten in hun bezit hadden met de bedoeling daar terroristische daden mee te plegen. Ook het gooien van de handgranaat door Jason W. is volgens het hof geen terroristische daad geweest, omdat niet bewezen kan worden dat hij dat heeft gedaan met als doel de bevolking erge vrees aan te jagen.
Het openbaar ministerie (OM) eiste eerder veroordeling van de Hofstadverdachten voor deelname aan een criminele en terroristische organisatie tot celstraffen van 22 maanden tot 2 jaar. Tegen Jason W. en Ismail A. had het OM een celstraf van 18 jaar geëist voor deelname aan de Hofstadgroep en het gooien van de handgranaat als terroristische daad. In maart 2006 oordeelde de Rechtbank Rotterdam dat de Hofstadgroep wel een criminele en terroristische organisatie was en veroordeelde de verdachten tot celstraffen van één tot vijf jaar. Jason W. werd daarnaast ook veroordeeld voor het gooien van de handgranaat en het in zijn bezit hebben van handgranaten en kreeg 15 jaar celstraf. Ismail A. werd ook veroordeeld voor het medeplegen van het gooien van de handgranaat en het in het bezit hebben van handgranaten en kreeg 13 jaar celstraf.
International Terrorism, Murder on theo Van Gogh and related issues, My Research, Religious and Political Radicalization »
There is no excerpt because this is a protected post.
ISIM/RU Research, Murder on theo Van Gogh and related issues, Religious and Political Radicalization, Young Muslims, Youth culture (as a practice) »
Toevalligerwijs in een slechte actiefilm – New Articles – de Volkskrant
Toevalligerwijs in een slechte actiefilm
Door Janny Groen en Annieke Kranenberg
De laatste keer dat Rachid zijn beste vriend sprak, maakten ze ’s avonds na elven een wandeling rond de Sloterplas in Amsterdam-West. Ze waren met z’n drieën: Rachid, Mohammed B. en een buurjongen. De drie kenden elkaar uit dezelfde betonnen flat in de Hart Nibbrigstraat. Ze spraken over vroeger, toen ze nog jong en onbezonnen waren. Rachid moest lachen. Mohammed niet. Hij was heel stil, herinnert Rachid zich. ‘Mohammed vond dat de groep niet serieus bezig was met het geloof. Ik zei dat ik voortaan beter mijn best zou doen zijn leer te begrijpen.’ Zo namen ze afscheid.
De volgende dag, op 2 november 2004, hoorde Rachid van zijn broertje dat Theo van Gogh was vermoord. Hij zette de televisie aan en hoorde het signalement van de dader: baard, bril, djellaba. Rachid dacht onwillekeurig aan zijn vriend, maar verwierp die gedachte weer snel.
Dat werd anders toen het rond vijf uur ’s middags voor zijn ouderlijk huis in de Hart Nibbrigstraat wemelde van de legeruniformen van de explosieven opruimingsdienst. Het begon Rachid te dagen en vervolgens deed hij het ‘domste’ wat hij had kunnen doen. Hij reed naar Mohammeds woning in de Marianne Philipsstraat. Hij hoopte dat zijn vriend met een glimlach open zou doen, maar de deur bleef dicht. ‘Op dat moment wist ik: hij heeft het gedaan.’
In een roes reed hij terug, niet wetende dat de recherche hem volgde. Bij een splitsing werd hij klemgereden. Agenten met getrokken pistolen kwamen op hem af. ‘Wat heeft dit te betekenen?’, vroeg Rachid geschrokken. ‘Mond houden!’, schreeuwden ze.
Toen nam zijn leven een drastische wending. Door zijn vriendschap met Mohammed belandde hij veertien maanden in een cel en werd hij gezien als lid van de Hofstadgroep. Een terroristische organisatie die volgens het Openbaar Ministerie vroeg of laat over zou gaan tot geweld. Nog steeds heeft Rachid – een schrandere en bedeesde Marokkaanse Nederlander – het gevoel dat hij in een slechte actiefilm moest meespelen. Ook al wees hij de scenarioschrijvers keer op keer op het ongeloofwaardige script, ze waren niet voor een eerlijker alternatief te porren.
Daarom wil Rachid eenmaal zijn visie geven op wat zich tijdens de zogenoemde huiskamerbijeenkomsten afspeelde. ‘Het beeld dat het OM heeft neergezet, klopt niet.’ Ook wil hij duidelijk maken wat de consequenties zijn van een terrorisme-etiket, en dat er net zoveel leugens als waarheden zijn verkondigd over Mohammed. Een vriend met wie hij maar weinig woorden hoefde te wisselen om elkaar te kunnen begrijpen. Over de islam dachten ze evenwel volstrekt verschillend: ‘Geweld kan nooit een oplossing zijn.’
Op het moment van zijn arrestatie had Rachid nog geen seconde aan de enveloppes gedacht die hij vijf dagen eerder van Mohammed in bewaring had gekregen. Drie waren er voor de ‘familie B.’ In een enveloppe zat 1.650 euro en in de andere twee een testament en een afscheidsbrief, zo bleek nadien.
Of Rachid die enveloppen aan Hassan (Mohammeds broer) wilde geven ‘als er iets met mij gebeurt’, vroeg Mohammed. ‘Wat kan er gebeuren dan?’, informeerde Rachid, die vermoedde dat Mohammed van plan was naar Syrië te reizen voor een koranstudie. ‘Het is beter om het niet te weten’, antwoordde Mohammed. ‘Ik dacht dat hij het niet vertelde, omdat hij bang was dat mensen hem van zijn Syrië-reis wilden afhouden. Je ziet aan hem wanneer je niet moet doorvragen. Als Mohammed ‘nee’ zei, vroeg je niet door.’
De vierde enveloppe was gericht aan Zakaria, die later ook werd vrijgesproken in de Hofstadzaak. Daarin zat een usb-stick met jihadistische teksten. In eerste instantie verklaarde Rachid tegenover de politie dat hij Zakaria niet kende. ‘Dat is de enige leugen die ik heb verteld’, stelt Rachid. ‘Die moord* Straks dachten ze dat ik daarmee te maken had. Natuurlijk was dat niet zo. Anders had ik die brieven wel verstopt en was ik niet naar Mohammeds huis gereden. Als ik wist wat hij van plan was, had ik er alles aan gedaan om het te voorkomen. Voor Theo, voor Mohammed en voor zijn ouders.’
Rachid leerde zijn buurjongen Mohammed op zijn 12de kennen tijdens het voetballen op straat. Echte vrienden werden ze toen ze samen een krantenwijk hadden. Iedere dag fietsten ze vanuit West naar het chiquere Zuid om daar het NRC-Handelsblad te bezorgen. ‘We verstopten onze krantentas in de bosjes, omdat we er in onze buurt niet mee gezien wilden worden. Dat was niet stoer.’
Rachid en Mohammed trokken naar elkaar toe, omdat ‘we wat wilden maken van ons leven’. Er was een duidelijke scheidslijn in de buurt, legt Rachid uit. Tussen jongens die hosselen (crimineel bezig zijn) en jongens die keurig hun zakgeld verdienden.
Rachid wilde per se op het rechte pad blijven, nadat hij als 12-jarige een tijdje had opgetrokken met ‘jongens die nu kut-Marokkanen worden genoemd’. Ze maakten zich vooral schuldig aan diefstal. Nadat Rachid drie dagen had vastgezeten, had hij z’n lesje geleerd.
‘Ik was een meelopertje, zweverig. Mohammed niet. Hij was altijd zichzelf en zwichtte nooit voor de groepsdruk.’ Hoewel Mohammed het isolement niet zocht, was hij ergens een loner. Rachid herinnert zich dat Mohammed als tiener al zei: ‘Ik wil de wereld over reizen, alleen op een boot.’
Een bedaarde, serieuze jongen die een voorbeeldfunctie wilde vervullen. Dat was een kant van Mohammed. Hij was ook temperamentvol, zegt Rachid. Hij kon moeilijk tegen kritiek. ‘We hadden samen een schoonmaakbaantje. Mohammed deed erg z’n best, stofte achter kastjes, zodat de baas hem niet kon bekritiseren. Ik was makkelijker, maar ik kan ook beter tegen kritiek.’
Soms werd Mohammed agressief. ‘Zodra hij het gevoel kreeg dat iemand over zijn grens ging en hem negatief bejegende kon hij letterlijk en figuurlijk van zich afslaan. Maar hij zocht niet zelf de confrontatie.’ Door dat onverhoedse temperament belandde hij in de zomer van 2001 drie maanden in de cel wegens openlijke geweldpleging en bedreiging.
De detentieperiode had Mohammed aan het denken gezet. Hij was de Koran gaan lezen. ‘Destijds waren we niet zo met het geloof bezig. We wilden wel, maar waren onrustig. Niet helemaal happy. We dachten dat de islam ons rust zou brengen.’ Mohammed had genoeg van z’n puberale levensstijl (Rachid wil hierover uit respect voor zijn en Mohammeds familie niet uitweiden, maar uit andere informatie blijkt dat de jongens toen blowden en dronken). Afscheid nemen van zijn oude leventje was niet eenvoudig. Zijn woning aan de Marianne Philipsstraat was verworden tot een jongerensoos . ‘Het was open huis bij Mohammed’, zegt Rachid. ‘Het was er altijd gezellig.’
Rachid kan zich een moment nog haarscherp herinneren. ‘Mohammeds moeder was ernstig ziek. Zijn huis zat vol, iedereen was afwezig. Ik zag dat Mohammed in zichzelf was gekeerd: zo kan het niet langer. Hij wilde z’n verantwoordelijkheid nemen.’
Na de dood van zijn moeder, in het najaar van 2001, maakte Mohammed schoon schip. Hij meldde zich als vrijwilliger bij buurtcentrum Eigenwijks. En hij wilde van zijn woning af, die hij te veel met zijn oude bestaan associeerde. Een vriend kende een paar Marokkaanse jongens die illegaal in Nederland verbleven en het huis wilden onderhuren. Dat waren Nouredine el F. en Zine L.A. Zij kenden de Syriër Abu Khaled, die door de AIVD wordt beschouwd als de geestelijk leider van de Hofstadgroep. ‘Zo is het gekomen.’
Dit groepje verkondigde een strikte geloofsopvatting, waarbij niet-moslims en andersgelovigen worden verketterd (takfir). Door de komst van Abu Khaled ontstond een ‘soort strijd onder jongeren in de buurt’, zegt Rachid. Wilde je bij de gematigde moslims horen of bij het clubje van Abu Khaled, dat zich moeilijk liet verenigen met een leven hier? ‘We zaten in de auto en Mohammed twijfelde. Hij wist niet wat hij van die mensen moest vinden, maar voelde zich wel tot hun leer aangetrokken.’ Mohammed wilde niet de weg van de minste weerstand kiezen, hij wílde beproefd worden.
Langzaamaan raakte hij begeesterd en bezocht hij regelmatig zijn eigen onderverhuurde duplexwoning. In de kleine woonkamer verzamelden zich jongens uit de buurt om wat op te steken over het geloof. Althans, dat was de bedoeling, zegt Rachid. ‘Iedereen had z’n eigen motivatie om te komen. De een kwam omdat hij zich verveelde, de ander omdat hij vroeger ook al kwam.’ Rachid ging voor Mohammed. ‘Niet heel vaak, daarvoor had ik het te druk. En ik houd niet zo van grote groepen.’
Het was niet zo, zegt Rachid, dat er op bepaalde dagen en tijdstippen georganiseerde lessen werden gegeven. ‘We praatten over de islam, maar ook over politiek en ditjes en datjes.’ Rachid heeft nooit het gevoel gehad dat hij iets deed wat niet mocht. ‘Er werden dingen gezegd die anderen misschien verwerpelijk vinden, maar ik dacht niet dat dat strafbaar was.’ Zo vonden Abu Khaled en zijn geestverwanten dat een goede moslim niet mag stemmen, omdat alleen de wetten van Allah deugen. ‘Ik ging daar tegenin, want je kunt niet negeren dat je hier leeft. Zij vonden dat je geen geen rekening hoeft te houden met je omgeving. En: hoe meer mensen je tegen de haren in strijkt, hoe oprechter je bent in je geloof. Daar maakten ze naar mijn mening een denkfout.’
Rachid zag dat Mohammed zich alleen nog maar op het geloof richtte. ‘Dat vond ik jammer. Ik zei dat hij best kon werken. Ook Abu Khaled drong er bij Mohammed op aan dat hij moest solliciteren. Maar hij wilde niet.’ In juni 2004 werd Mohammeds uitkering stopgezet. Kort daarna zegde hij zijn huur op. ‘Financieel zat hij klem.’
Intussen bezocht Rachid steeds minder vaak Mohammed. Hij voelde zich niet senang bij de leer. Die zorgde ervoor dat hij vervreemde van niet-moslims. ‘Ik wist niet meer zo goed wie ik was.’
Hij merkte dat Mohammed de periode voor de moord zwaarmoediger werd. ‘De meeste jongens kwamen voor de gezelligheid. Mohammed zei: ‘Het is hier geen coffeeshop!’ Hij wilde dat ze serieus over de islam praatten. Mohammed begon zijn geloof in de groep te verliezen.’
De veertien maanden detentie zijn Rachid bijzonder zwaar gevallen. Hij was weliswaar braaf, maar ook een a-typische gevangene. ‘Sommige bewaarders gingen milder met moordenaars om dan met mij. Eentje probeerde me er telkens in te luizen. Toen ik zeep wilde halen, beweerde hij dat ik had geprobeerd te telefoneren. Ik kreeg tien dagen isoleer, echt een hel. Die bewaarder kreeg later zelf een taakstrafje wegens het mishandelen van zijn vrouw.’
Exact een jaar na de moord op Van Gogh moest moest hij weer de isoleer in. In zijn cel werd een soort gum op de muur aangetroffen.‘Dat zat er al toen ik kwam. Maar de directrice wist zeker dat het semtex was. Dat hadden de speurhonden geroken.’ Onderzoek wees uit dat het om boetseerklei uit de recreatieruimte ging.
Het moment dat er iets bij hem knapte, weet Rachid nog precies. ‘Dat was na zes maanden. Opeens bleven alle geluiden in mijn hoofd steken.’ Normaal heb je een filter voor overbodig geluid. Bij mij is alles voortdurend aanwezig.’ Mentaal is hij zwaar beschadigd, constateerden ook de artsen. ‘In mijn werk kan ik moeilijker functioneren dan voorheen: mijn concentratie is weg, ik slaap slecht. Ik ben overgevoelig geraakt voor geluid. Een buitenstaander denkt misschien: het valt wel mee. Maar dat is niet zo. Ik heb mijn mening over gevangenissen, dat het hotels zijn, grondig bijgesteld.’
Op 10 maart 2006 werd Rachid vrijgesproken. Zeven Hofstadverdachten staan momenteel terecht in hoger beroep. Het gerechtshof doet op 23 januari uitspraak. Los van de jongens die echt wat hebben gedaan, zoals granaatwerper Jason W., meent Rachid dat een aantal van hen vrijgesproken dient te worden. ‘Die kwamen meer voor de lol bij Mohammed.’
Rachid vertelt z’n verhaal niet om hen vrij te pleiten, benadrukt hij. Het zijn vage kennissen, met wie hij geen contact heeft. De enige die hij graag zou willen spreken is zijn oude vriend. Maar die wil niet, zo liet Mohammeds broertje weten. ‘Zo is Mohammed. Hij berust in zijn situatie: hij heeft het gedaan, dan moet je niet zeuren.’
Rachid zou hem willen vragen hoe het met hem gaat. ‘Dat is alles. Ik verwijt hem niet wat er met mij is gebeurd. Het zal een doel hebben. Moslims geloven dat je in je leven wordt beproefd. Maar toch* Waarom ik? Ik ben vrijgesproken, maar ik ben nog niet vrij.’
Rachid wil alleen met zijn voornaam in de krant.
Toevalligerwijs in een slechte actiefilm – New Articles – de Volkskrant
Toevalligerwijs in een slechte actiefilm
Door Janny Groen en Annieke Kranenberg
De laatste keer dat Rachid zijn beste vriend sprak, maakten ze ’s avonds na elven een wandeling rond de Sloterplas in Amsterdam-West. Ze waren met z’n drieën: Rachid, Mohammed B. en een buurjongen. De drie kenden elkaar uit dezelfde betonnen flat in de Hart Nibbrigstraat. Ze spraken over vroeger, toen ze nog jong en onbezonnen waren. Rachid moest lachen. Mohammed niet. Hij was heel stil, herinnert Rachid zich. ‘Mohammed vond dat de groep niet serieus bezig was met het geloof. Ik zei dat ik voortaan beter mijn best zou doen zijn leer te begrijpen.’ Zo namen ze afscheid.
De volgende dag, op 2 november 2004, hoorde Rachid van zijn broertje dat Theo van Gogh was vermoord. Hij zette de televisie aan en hoorde het signalement van de dader: baard, bril, djellaba. Rachid dacht onwillekeurig aan zijn vriend, maar verwierp die gedachte weer snel.
Murder on theo Van Gogh and related issues, Religious and Political Radicalization »
There is no excerpt because this is a protected post.
International Terrorism, Murder on theo Van Gogh and related issues, Religious and Political Radicalization, Young Muslims »
There is no excerpt because this is a protected post.
