Apr 24 2008
Zoeken naar een ‘zuivere’ Islam - Media overzicht
Hieronder een overzicht van de interviews met mij over het onderzoek Zoeken naar een ‘zuivere’ Islam. Continue Reading »
Apr 24 2008
Hieronder een overzicht van de interviews met mij over het onderzoek Zoeken naar een ‘zuivere’ Islam. Continue Reading »
Apr 19 2008
Most of the debates in the Netherlands about Islam and integration focus on Moroccan-Dutch youth. There is little research done on the ways they are religious and how they construct their Muslim identity in relation to others. In my Ph.D. thesis I show how Islam has become the most important frame of reference for Moroccan-Dutch youth to reflect upon who they are and what they want to be.
The book is out now in Dutch. You can request an english summary of the thesis by sending my an email. Information in Arab can found HERE.
Apr 19 2008
Mijn proefschrift is inmiddels verschenen en te bestellen via diverse winkels:
Selexyz (kan ook telefonisch)
Apr 18 2008
Enter your password to view comments
Apr 05 2008
| April 17, 2008 | ||
| 1:45 pm |
Vrije Universiteit Amsterdam: Wetenschapsagenda
Zoeken naar een ‘zuivere’ islam
Datum 17.04.2008
Tijd 13:45
Lokatie: Aula
Dissertatie Zoeken naar een ‘zuivere’ islam. Geloofs-beleving en identiteitsvorming van jonge Marokkaans-Nederlandse moslims.
Promovendus M.J.M. de Koning
Promotor(es) prof.dr. A.F. Droogers & prof.dr. J. Tennekes (†)
Onderdeel Faculteit der Sociale Wetenschappen
Wetenschapsgebied Sociale wetenschappen
Van 1999 tot en met 2005 deed Martijn de Koning onderzoek naar identiteit en religieuze beleving onder Marokkaans-Nederlandse jongeren in Gouda. Deze periode kenmerkte zich door grote maatschappelijke en politieke veranderingen en onrust zowel in Nederland als daarbuiten. De aanslagen van 11 september 2001, de verkiezingscampagne met Fortuyn, het optreden van Hirsi Ali, de moord op Van Gogh en de nasleep daarvan hebben moslimjongeren in het middelpunt van maatschappelijke en politieke aandacht geplaatst. De problemen met betrekking tot Marokkaans-Nederlandse jongens in het onderwijs en op de arbeidsmarkt en de hoge criminaliteitscijfers van deze groep zorgden er mede voor dat de publieke aandacht vooral op Marokkaans-Nederlandse moslimjongeren gericht werd. Na 2004 kwamen ook processen van radicalisering van moslimjongeren aan het licht. Deze toenemende aandacht voor moslims in combinatie met de religieuze overdracht door ouders, de opkomst van de salafibewegingen, de eigen religieuze ervaringen en internationale politieke ontwikkelingen maken de islam tot het kader waardoor, waarmee en waarbinnen de jongeren kunnen reflecteren op wie ze zijn en wat ze in de toekomst willen. Voor vrijwel alle jongeren staat hun moslimidentiteit in het teken van het zoeken naar de ‘echte’ islam in combinatie met een zoektocht naar het eigen ‘ik’. De wijze waarop dit gebeurt wordt sterk beïnvloed door de ervaring dat er een toenemende verwijdering is tussen hen als moslims en autochtone Nederlanders. Dit uit zich onder andere doordat kritische uitingen over de islam bijna direct worden ervaren als aanvallen op de islam, op hen als moslims en op hen als persoon.
Het proefschrift wordt uitgegeven bij Bert Bakker.
Mar 22 2008
The second book of Gabriel Marranci, The Anthropology of Islam, will be available at the end of this month. As a prelude he provides with a short excerpt from the introduction: an elenchos which is question–answer dialogue that aims to clarify a topic through deconstructing other arguments; in this case, how‘Islam’ may be understood within the field of anthropology:
ELENCHOS
STUDENT: What is Islam?
To find the anthropological answer to that question read his website:
The Anthropology of Islam « Islam, Muslims, and an Anthropologist
Mar 12 2008
| April 17, 2008 | ||
| 1:45 pm | to | 5:00 pm |
Ph.D. Defense by Martijn de Koning
Searching for a ‘pure’ Islam. Religious Beliefs and Identity Construction among Moroccan-Dutch Youth
17 April 2008 - 17 April 2008
Venue: Aula Vrije Universiteit Amsterdam, De Boelelaan 1105, Amsterdam
Time 1.45 pm
Most of the debates in the Netherlands about Islam and integration focus on Moroccan-Dutch youth. There is little research done on the ways they are religious and how they construct their Muslim identity in relation to others. In my Ph.D thesis I show how Islam has become the most important frame of reference for Moroccan-Dutch youth to reflect upon who they are and what they want to be. I will defend my Ph.D on 17 April at the Vrije Universiteit Amsterdam. Continue Reading »
Jan 23 2008
Rechtspraak.nl - uitspraak hofstadzaak
Hof: ‘Hofstadgroep’ geen terroristische organisatie
De strafkamer van het Gerechtshof ’s-Gravenhage heeft vandaag in hoger beroep uitspraak gedaan in de zogenoemde “Hofstadzaak”.
Het hof heeft – anders dan de Rechtbank in eerste aanleg -geoordeeld dat er bij de Hofstadgroep geen sprake is van een criminele en terroristische organisatie, omdat er geen duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband kon worden vastgesteld en evenmin een gemeenschappelijk gedeelde ideologie. Ook was er volgens het hof geen sprake van dat de verdachten als groep het oogmerk hadden geweldsfeiten of opruiingsdelicten te begaan. Alle verdachten zijn dan ook vrijgesproken van deelname aan een criminele en terroristische organisatie.
Jason W. is door het hof wel veroordeeld tot 15 jaar cel voor het gooien van een handgranaat naar leden van het arrestatieteam van de Politie Den Haag en het in zijn bezit hebben van meerdere handgranaten. Ismail A. is van het medeplegen van het gooien van de handgranaat vrijgesproken, maar wel tot 15 maanden gevangenisstraf veroordeeld voor het in zijn bezit hebben van handgranaten. Volgens het hof kan niet bewezen worden dat Ismail A. van tevoren een afspraak had gemaakt dat Jason W. de handgranaat zou gooien. Het hof vond niet bewezen dat Jason W. en Ismail A. de handgranaten in hun bezit hadden met de bedoeling daar terroristische daden mee te plegen. Ook het gooien van de handgranaat door Jason W. is volgens het hof geen terroristische daad geweest, omdat niet bewezen kan worden dat hij dat heeft gedaan met als doel de bevolking erge vrees aan te jagen.
Het openbaar ministerie (OM) eiste eerder veroordeling van de Hofstadverdachten voor deelname aan een criminele en terroristische organisatie tot celstraffen van 22 maanden tot 2 jaar. Tegen Jason W. en Ismail A. had het OM een celstraf van 18 jaar geëist voor deelname aan de Hofstadgroep en het gooien van de handgranaat als terroristische daad. In maart 2006 oordeelde de Rechtbank Rotterdam dat de Hofstadgroep wel een criminele en terroristische organisatie was en veroordeelde de verdachten tot celstraffen van één tot vijf jaar. Jason W. werd daarnaast ook veroordeeld voor het gooien van de handgranaat en het in zijn bezit hebben van handgranaten en kreeg 15 jaar celstraf. Ismail A. werd ook veroordeeld voor het medeplegen van het gooien van de handgranaat en het in het bezit hebben van handgranaten en kreeg 13 jaar celstraf.
Jan 23 2008
Nieuwsbrief 080122 - Bob de Graaff: Terrorismewetenschappers vertrouwen te veel op de ratio
Prof.dr. Bob de Graaff: ‘Wetenschappers kunnen overheden helpen bij hun pogingen de toekomst op de terroristen te herwinnen.’
Slechts weinig wetenschappers hebben het belang van religie voor het hedendaags terrorisme voorzien, aldus terrorismehoogleraar Bob de Graaff. Ze vertrouwen te veel op de ratio als drijfveer van menselijk handelen. Vandaag, 22 januari, sprak De Graaff zijn oratie uit.
De Graaff waarschuwde voor de valkuil waar vooral westerse wetenschappers gemakkelijk in trappen. Zij zijn geneigd om gedragingen van mensen vooral te willen verklaren vanuit rationele handelingen en overwegingen, en kennen veel gewicht toe aan de motivering die door de daders van terroristische acties zelf wordt gegeven. Maar, waarschuwt De Graaff, ‘actie gaat vaak vóór de ideologie uit en veel gedragingen komen onbewust en op emotionele gronden tot stand. En dat geldt in het bijzonder voor politiek geweld. Extreme ideologieën en kritisch denken gaan zelden samen. Veel terroristen zijn utopisten en daardoor extreem moeilijk voorspelbaar in hun concrete gedragingen. Of zij bedrijven hun praktijken gewoonweg omdat anderen het doen.’ Hoezeer de ratio wordt overschat door wetenschappers blijkt ook uit het feit dat maar heel weinigen onder hen de revival van religie als belangrijke factor in de samenleving voorzien hadden.
Jan 18 2008
Googelend op zoek naar zingeving - Kerk & Godsdienst - Reformatorisch Dagblad
AMSTERDAM - Internet heeft grote invloed op de religie van zowel christelijke als islamitische jongeren. Dat was gisteren een van de centrale stellingen tijdens het seminar ”Ze geloven het wel” aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam. Het seminar was georganiseerd door het Blaise Pascalinstituut (VU) en de Faculteit voor Katholieke Theologie (UvT) te Utrecht.
Clazien Broekhof, dienstverlener voor jongerenpastoraat in het decanaat IJssellanden, zei dat het grootste deel van de rooms-katholieke jongeren tussen 15 en 25 jaar in haar regio weinig kerkelijke binding heeft. Zij willen vooral leuk en gezellig leven. Voor hen zijn de vriendengroep en internet heel belangrijk, ook als het gaat om zingevingvraagstukken. „Er wordt bij vragen over leven en dood heel wat afgegoogeld.”
Broekhof vroeg zich af of de jongeren gelukkiger worden van de antwoorden die ze vinden. Ook stelde ze de vraag hoe het zoeken van zingeving door die jongeren zich verhoudt tot het aanbieden van zingeving op internet door lokale parochies. Ze vindt het nodig dat er onderzoek naar deze groep gedaan wordt, zodat men te weten komt of ze religie alleen maar nodig hebben om problemen als ziekte en rouw te kunnen verwerken of dat ze godsdienst nodig hebben voor het leven van elke dag. Ze is ook benieuwd hoe deze jongeren tegen Jezus aankijken en of het kiezen voor Jezus gevolgen heeft voor hun gedrag. Volgens Broekhof is een instituut onontbeerlijk voor het beleven van de religie.
IslamicTube
Eenzelfde soort ontwikkeling doet zich voor bij moslimjongeren, die in tegenstelling tot de eerste generatie moslims volop gebruik maken van internet. Umar Mirza van de site ”Wij blijven hier.nl” zei dat moslimjongeren bezig zijn een eigen cultuur te kweken in Nederland. Hij sprak zelfs van een Nederlandse islam die bezig is te ontstaan. IslamicTube is de islamitische versie van YouTube. Er is een internetforum voor hen die zich tot de islam bekeerd hebben. Jongeren kunnen op internet vragen stellen aan imams. Samu Yusuf is een religieuze popzanger, die bezig is een idool te worden in de islamitische wereld. Tijdens een concert in Nederland trok hij 6000 jongeren. „Het gaat in de richting van een EO-jongerendag”, aldus Mirza. Hij noemde ook Nina, een gesluierd moslimmeisje dat eigentijdse muziek zingt. Haar voorbeeld vindt bij talloze moslima’s navolging.
Drs. Martijn de Koning, onderzoeker bij het ISIM (The International Institute for the Study of Islam in the Modern World) zei dat de religieuze beleving van de islam een grote plaats heeft op internet. Er zijn sites met uitleg over de Koran, maar ook filmpjes en foto’s met wonderafbeeldingen. Bij dat laatste moet men denken aan afbeeldingen met de naam van Allah in de wolken of van een boom die in gebedshouding naar Mekka gericht is.
Bij het vormen van een mening is internet bij moslimjongeren een veel geraadpleegd medium. Als ze willen weten of het gebruik van de pil wel of niet geoorloofd is, zoeken ze allerlei informatie op, waaronder ook de algemene informatie van hun huisarts.
Belevenissen
Drs. J. Roeland, onderzoeker aan de VU, die onderzoek doet onder evangelische jongeren, stelde dat de evangelische beweging met name in het gebruik van nieuwe audiovisuele media en hedendaagse popmuziek een verschuiving heeft teweeggebracht in de protestantse kerken. „Het betekent onder meer een verandering van een type religiositeit waarin de zintuigen slechts beperkt worden aangesproken. Het geloof was immers uit het gehoor. De verandering gaat naar een type religiositeit waarin de nadruk ligt op beleven en belevenissen.”
Roeland verwacht dat zich op den duur ook veranderingen in de kern van de godsdienst zullen voordoen. Door de nadruk op beleving van de popmuziek, het aangeraakt worden door de muziek en het ervaren van de aanwezigheid van God, is een verandering van het Godsbeeld mogelijk, schat hij in.
Hij vindt overigens dat dance-events, zoals Sensation, ook een religieuze dimensie hebben. Roeland citeerde iemand die vertelde tijdens zo’n event losgetrokken geweest te zijn van zichzelf en opgenomen geweest te zijn in een groter geheel, wat die persoon een spirituele ervaring had gegeven.
Een dergelijke „spirituele ervaring” willen ook (vooral) atheïstische jongeren die in online games virtuele werelden bezoeken, waarbij ze een andere identiteit aannemen. Volgens Stef Aupers, onderzoeker aan de Erasmus Universiteit, willen jongeren die dit spel spelen graag geloven, maar kunnen ze het in het werkelijke leven niet. In het spel kunnen ze toveren en magische handelingen verrichten. Ze zoeken contact met het hogere zelf, aldus Aupers.
Jan 15 2008
Op 17 januari 2008 vindt het seminar ‘Ze geloven het wel’ plaats aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Het is een seminar voor mensen die de thematiek jongeren en religie aan het hart gaat, en die een beroepsmatige affiniteit met jongeren hebben. Wij denken daarbij aan wetenschappers die onderzoek doen op dit vlak en aan sleutelfiguren uit het bredere maatschappelijke veld.
De dag is allereerst bedoeld als impulsdag. Het programma biedt veel ruimte voor ontmoeting en discussie tussen wetenschappers en mensen uit de praktijk van het jongerenwerk. Inhoudelijk wordt gepoogd inzicht te krijgen in het hoe, wat, waar, wanneer en waarom jongeren geloven, en in het typerende van de religiositeit van de generatie jongeren die na 1980 geboren is. De organisatoren van deze dag hebben daartoe al geruime tijd gewerkt aan een state of the art van het Nederlandse onderzoek naar deze thematiek, dat in het ochtendprogramma van het seminar gepresenteerd zal worden. Deze presentatie zal gevolgd worden door coreferaten van prof. dr. Hijme Stoffels (Vrije Universiteit, Amsterdam) en Clazien Broekhoff (dekenaat IJssellanden, Zwolle). ’s Middags vinden twee discussiesessies plaats: één sessie over religie en nieuwe organisatievormen, ingeleid door dr. Ton Zondervan (Universiteit van Tilburg) en Carolien Roos (Xnoizz Flevo Festival), en één sessie over religie en nieuwe media, ingeleid door drs. Johan Roeland (Vrije Universiteit, Amsterdam) en Umar Mirza ( Wijblijvenhier.nl). Daarna worden drie verrassende onderzoeken gepresenteerd:
Sep 05 2007
Volgens minister Ter Horst zijn naar schatting tussen de 20.000 en 30.000 mensen mogelijk te beïnvloeden door de ideeën van het salafi bewegingen, ultraorthodoxe sociale bewegingen die geinspireerd zijn door salafistische tradities in de islam. Er zijn ongeveer 2500 “potentiële activisten”. Ze weigerde echter, ondanks aandringen van enkele volksvertegenwoordigers, te zeggen hoeveel salafistische predikers er zijn. Dat is volgens de bewindsvrouw operationele informatie, die ze niet in het openbaar wil delen.
Met activisme dienen we niet direct te denken aan geweld. Onder activisme kunnen ook zendingsactiviteiten en bekeringsactiviteiten worden verstaan evenals een maatschappij-kritische houding ten opzichte van de samenleving en de nationale en internationale politiek.
In de afgelopen twintig jaar zijn in vele steden in de islamitische wereld en het Westen kantoren gevestigd die vaak met Saoedisch geld – het salafisme propageren. Salafisten hebben een omstreden reputatie door hun trikte houding jegens niet-moslims en andere moslims, en door politiek en soms geweldadig activisme. Tegelijkertijd lijken sommige groepen radicalisering van jongeren te voorkomen: zij sterken jongeren zodat ze hun problemen van discriminatie en uitsluiting het hoofd kunnen bieden. De bewegingen dienen dan ook zeker niet op één hoop gegooid worden.
In het kader van het ISIM /RU onderzoek naar salafisme, wordt eind september de conferentie ‘Salafisme als Transnationale beweging’ georganiseerd. Toonaangevende wetenschappers komen daarvoor naar Nederland: Bernard Haykel van Princeton University (VS) zal zich richten op het salafisme in Jemen; Madawi Rasheed, King’s College (VK) op Saoedi Arabië; Khaled Hroub, Cambridge University Arab Media
Project (VK) op Hamas; en Reuven Paz op salafisme op het internet. Samen met 16 collega’s zullen ze ingaan op randende vragen als: wat houdt salafisme in? Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen de puristische, de politieke en de jihadi stromingen binnen het islamisme? Waarop richt zich de strijd met gematigde en
traditionele islamitische stromingen? Behalve op ideologische aspecten, zal de conferentie zich ook afvragen hoe het universele karakter van salafisme zich verhoudt tot zijn lokale versies; en hoe salafisten lokale moslimbevolkingen mobiliseren.
Deze conferentie is semi-publiek. De aftrap vindt plaats op 27 september door middel van een publiek debat. Informatie daarover volgt nog.
Jul 30 2007
de Volkskrant - Binnenland - Hofstadleden doorgezaagd over islam
Hofstadleden doorgezaagd over islam
Achtergrond Van onze verslaggeefsters Janny Groen, Annieke Kranenberg
AMSTERDAM - Wat betekent la ilaha ill-Allah? Bestaat de scheiding tussen kerk en staat? Wanneer is een moslim een afvallige? Moet de sharia worden ingevoerd in Nederland? Is het bezit en het bloed van ongelovigen halal?
Aan het woord is geen islamdocent die zijn koranstudenten overhoort, maar de voorzitter van het gerechtshof in het hoger beroep tegen zeven Hofstadveroordeelden. Zeer gedetailleerd heeft voorzitter Van Dijk de afgelopen maanden – met wekenlange tussenpozen – de verdachten doorgezaagd over hun geloof. Veel uitvoeriger dan de rechtbank dat deed, die negen Hofstadleden veroordeelde tot straffen van een tot vijftien jaar. Zij werden schuldig bevonden aan lidmaatschap van een terroristische organisatie die bedreigde, opruide en aanzette tot haat.
Continue Reading »
Jul 30 2007
Violence won’t work: how author of ‘jihadists’ bible’ stirred up a storm
Revisionist message from prison cell shakes al-Qaida colleagues
Ian Black Cairo
Friday July 27, 2007
The Guardian
In a prison cell south of Cairo a repentant Egyptian terrorist leader is putting the finishing touches to a remarkable recantation that undermines the Muslim theological basis for violent jihad and is set to generate furious controversy among former comrades still fighting with al-Qaida.
Sayid Imam al-Sharif, 57, was the founder and first emir (commander) of the Egyptian Islamic Jihad organisation, whose supporters assassinated President Anwar Sadat in 1981 and later teamed up with Osama Bin Laden in Afghanistan in the war against the Soviet occupation.
Sharif, a surgeon who is still known by his underground name of “Dr Fadl”, is famous as the author of the Salafi jihadists’ “bible” - Foundations of Preparation for Holy War. He worked with Ayman al-Zawahiri, another Egyptian doctor and now Bin Laden’s deputy, before being kidnapped in Yemen after 9/11, interrogated by the CIA and extradited to Egypt where has been serving a life sentence since 2004.
Sharif recently gave an electrifying foretaste of his conversion by condemning killings on the basis of nationality and colour of skin and the targeting of women and children, citing the Qur’anic injunction: “Fight in the cause of God those who fight you, but do not transgress the limits; for God loveth not transgressors.” Armed operations were wrong, counterproductive and must cease, he declared sternly.
Continue Reading »
Jul 19 2007
UNESCO Documents and Publications - UNESDOC/UNESBIB
Burgess, J. Peter
Promoting human security: ethical, normative and educational frameworks in Western Europe:
A new kind of precariousness is touching Europe. The robust structures of social support that had become a commonplace in the post-war European welfare state are being increasingly challenged in almost invisible ways. The societybased guarantees of industrial late modernity are gradually giving over to more economic, political, social, cultural and even moral vulnerability. Although Europeans still hold fast to the basic ideas of security in terms of classical principles of economic and social welfare, these principles map less and less on to the globalized reality that shapes European lives.
The purpose of this report is to chart the basic contours of this new vulnerability in terms of human security. The inspiration and genealogy of human security are by now well known. Human
security is an influential diagnostic concept that emerged from the remnants of the Cold War ideological battlefield. As the attention of the world was released from the logic of bipolar geopolitics, a vast world of development challenges revealed itself. Human security emerged not as a new empirical object, but as a new epistemology. In other words, human security is not so much a new discovery as a new kind of knowledge, a new way of organizing the constellation of facts, values, priorities, views and ideologies.
In this report one chapter is about the Netherlands (by Bartels, De Koning, Knibbe and Salemink):
Given the rapid and rather extreme transition of a public discourse of cultural relativism and tolerance to a discourse emphasizing integration and assimilation and the closing of state borders for migration, the Dutch case exemplifies tendencies towards insecurity present in several countries in Western Europe. This is illustrated by the 2005 riots in the French suburbs as well as the 2006 German discussion about the security of teachers and children in multi-ethnic public schools. These trans-European concerns for cultural security are not only comparable, but also mutually influencing through transnational networks, as events and developments in one country may affects the situation in other countries as well. The recent transnational and international controversy over cartoons published in Denmark is a case in point. Finally, the threat of terror attacks (Madrid, London, political murders in the Netherlands) and the corresponding public and political responses make clear that the present insecurity over identity issues have a deep impact on people’s sense of physical security, thus violating the ‘freedom from fear’ dimension of human security. In other words, the way that people define their cultural identity is part and parcel of their subjective sense of human security – first and foremost in terms of cultural security, but eventually in terms of their physical safety.
Jun 14 2007
nu.nl/internet | Internetles voor rechters Hofstadzaak
nternetles voor rechters Hofstadzaak lees voor
Uitgegeven: 14 juni 2007 16:01
AMSTERDAM - Het gerechtshof en de raadslieden van de verdachten in het Hofstadproces kregen donderdag in de Bunker in Amsterdam-Osdorp college over het gebruik van internet.
ANP
Een in internet gespecialiseerde rechercheur trad daar op als getuige in de hoger beroepszaak tegen de leden van de Hofstadgroep, die van terrorisme worden verdacht. Het getuigenverhoor moest de rechters duidelijkheid verschaffen over de manier waarop de verdachten gebruikmaakten van het internet en wat de inhoud van de onderlinge communicatie was. Continue Reading »
May 25 2007
UPDATED (ZIE ONDERAAN)
Op Netwerk een uitzending over Bouchra el H. die in een Engelse gevangenis zit onder terrorisme-gerelateerde aanklachten.
De 24-jarige Bouchra El H. is de eerste Nederlandse jonge moslima die op verdenking van terrorisme in het buitenland gevangen zit. Al acht maanden zit ze in een Engelse gevangenis wegens het achterhouden van informatie die zou duiden op terroristische activiteiten. De inhoudelijke behandeling van de zaak is gisteren in Londen begonnen. Een reportage. Continue Reading »
May 23 2007
de Volkskrant - Binnenland - Zutphense voor Britse rechter
Zutphense voor Britse rechter
Achtergrond Van onze verslaggeefsters Janny Groen, Annieke Kranenberg
AMSTERDAM - Gekleed in een zwarte gezichtssluier en met handschoentjes verscheen de Nederlands-Marokkaanse Bouchra el H. (24) in september 2006 voor een rechtbank in Londen. Ze noemde slechts haar naam en geboortedatum en luisterde zwijgend naar de aanklacht.
El H., opgegroeid in Zutphen, wordt door de Britse justitie verdacht van het achterhouden van informatie over ophanden zijnde terroristische activiteiten. Dat is strafbaar volgens de Engelse antiterrorismewet uit 2000.Vandaag begint in Londen de inhoudelijke behandeling van de zaak tegen de eerste Nederlandse moslima die in het buitenland wordt vervolgd voor een terroristisch delict.
El H.’s zaak is gevoegd met die van haar Syrisch-Britse echtgenoot Yassin N. (27), die ze in 2003 leerde kennen tijdens een stage in Engeland voor haar opleiding tot assistent exportmedewerker. Kort daarop staakte El H. haar studie aan het ROC Aventus in Zutphen. Continue Reading »
Nov 18 2006
Maarten Huygen wijst op een interessant fenomeen met betrekking tot moslims in Nederland.
Helaas deelt Nederland naar CDAmodel de publieke ruimte in religies op. Voor Turkse en Marokkaanse Nederlanders die de samenleving nog niet kennen, komt dat neer op religieuze apartheid. Turkse en Marokkaanse Nederlanders worden alleen aangesproken als moslims maar velen praktiseren niet. Ook onder actieve moslims groeit de ergernis over de reductie van hun identiteit tot hun geloof. In Marokko of Turkije worden burgers niet aangesproken als gelovigen maar als onderdanen van de Turkse staat of de Marokkaanse koning. Zo niet hier. „In Nederland worden wij niet gezien als gewone mensen maar als religieuze doelgroepâ€, aldus Can-Engin. „De fundamentalisten beheersen dan het debat.â€
Het zou even absurd zijn, bedenk ik, als alle Europese immigranten in het religieuze Amerika als ‘de atheïsten’ zouden worden beschouwd en dat de regering naarstig op zoek ging naar ‘gematigde leiders’ van het Humanistisch Verbond, de Naturistenbond, de Internationale van Trotskisten en de wereldregering van Transcendente Meditatie die dan subsidie en een contactorgaan krijgen. Dan ga je ook ‘atheïstische ’ voorzieningen vragen. Op elke werkplek gratis naaktsauna’s.
Voor imams en religieuze gezagsdragers komt de nadruk op de moslimreligie goed uit. Can-Engin geeft een voorbeeld: „Mijn werkkamer is wat klein. Als ik vraag om een gebedskamer in te richten, kan niemand mij belemmeren. Daar kan ik dan mensen ontvangen. Zo werken veel religieuze vertegenwoordigers. Ze speuren de wet af naar bepalingen waar ze gebruik van kunnen maken.
Dat kun je hen niet kwalijk nemen, want zo werkt het hier.â€
Hij heeft hier een interessant punt. Om een voorbeeld uit mijn eigen onderzoeken aan te halen. Aisha is een meisje van 16 jaar. Tot voor kort het enige meisje dat ik kende dat zich expliciet geen moslim noemde: zij was gothic. Mooi lang zwart haar, zware zwarte make up, gothic kleding enzovoorts. Zij vertelde mij dat ze gek werd van alle vragen die zij kreeg over moslims. Dat nam ik altijd met een korreltje zout totdat ik op een gegeven moment ergens zag dat een man die ik ook kende haar vraag: waarom draag jij geen hoofddoek, vindt de islam dat goed? Die man wist dat zij de islam voor zichzelf verlaten had. Maar schijnbaar toch niet voor hem.
Een dergelijk verschijnsel, met name bij beleidsmakers, is door Sunier ook wel de islamisering van migranten genoemd: Continue Reading »
Sep 15 2006
Nova had gisteren dus fragmenten van de video van Samir. Ik ben op het moment aan het werken aan een publicatie over de spirituele en politieke boodschap van de Nederlanse jihadi’s (en voormalige jihadi’s). Het duurt nog wel even voordat deze gepubliceerd wordt (pas na mijn proefschrift en dat duurt ook nog wel enkele maanden). Het gaat er daarbij om om uit te gaan van wat zij zelf zeggen. Niet om alles maar klakkeloos over te nemen, maar wel om recht te doen aan het uitgangspunt dat het hier om zelfstandige individuen gaat die zelf beslissingen nemen, doelen in het leven hebben, hun eigen wensen en verlangens, politieke en spirituele behoeften. Op basis daarvan binnen de gegeven economische, juridische, sociale en politieke omstandigheden maken zij hun keuzes met betrekking tot datgene wat zij zien als de zuivere islam. Continue Reading »
Sep 13 2006
Ik denk niet dat er iemand is die serieus denkt dat Donner de Shari’a wil invoeren. Hij spreekt over een puur hypothetische zaak, maar stipt wel een belangrijk principe aan. Als je moslims als volwaardig accepteert, accepteer je dus ook dat er moslims zijn die op basis van hun geloofsovertuiging zich in het publieke en politieke debat mengen net zo goed als er christenen zijn of hindoes of atheisten die dat doen. Mensen die het daar niet mee eens zijn, melden zich maar in datzelfde debat. De opvatting dat religie niet in het publieke debat hoort is een seculiere norm die wordt opgelegd aan mensen, maar wel één die net zoveel rechtsgeldigheid heeft als de opvatting dat er religie er wel in thuis hoort. Continue Reading »
Sep 01 2006
Middle East Salafism and the Radicalization of Muslim Communities in Europe
MIDDLE EAST SALAFISM’S INFLUENCE AND THE RADICALIZATION OF MUSLIM COMMUNITIES IN EUROPE
Juan José Escobar Stemmann*
This article discusses the Salafi ideology behind the recent terror attacks in Europe, including the Madrid (March 2004) and London bombings (July 2005) and the role of such attacks in the radicalization process among certain sectors of Europe’s Muslim communities.
Jun 16 2006
Zo net thuis. Een beetje meewarig gevoel kan ik niet helemaal onderdrukken. In 1995/1996 ben ik als student Antropologie/Etnische Studies terechtgekomen bij moskee Nour in Gouda. Deze moskee had samen met St. Woonhuis, een instelling voor jeugdhulpverlening, de VU gevraagd een onderzoek in te stellen naar de eigen activiteiten. Dit onderzoek moest deze activiteiten kritisch doorlichten, leiden tot aanbevelingen voor verbetering en voor behoud van continuïteit. Mijn onderzoek ging vooral over onderwijsproblematiek en mijn werk verrichtte ik vooral bij de huiswerkbegeleiding. Deze vond plaats in de moskee: boven voor de meisjes en beneden voor de jongens. De jongeren werden geholpen met het maken van hun huiswerk door Marokkaanse en Nederlandse vrijwilligers; in al die jaren was de oudste vrijwilligster rond de 80 en de jongste rond de 16, mannen en vrouwen, oud-leerkrachten, oud-artsen, oud-bouwvakkers, enzovoorts enzovoorts.
De meeste vrijwilligers zochten een zinvolle dagbesteding en wilden uiting geven aan hun maatschappelijke betrokkenheid en nieuwsgierigheid over die Marokkaanse jongeren. Waar gemeente Gouda al die jaren had kunnen kiezen voor een vlucht vooruit door het project van harte te ondersteunen en waar nodig te verbeteren, besloot men voor een dubbeltje op de eerste rang te gaan zitten. Genoeg geld om niet dood te gaan, niet genoeg om van te leven. Wel ’s avonds op de stoep staan bij de moskee als er weer eens ergens problemen waren in Korte Akkeren of Oosterwei en van de moskeebestuurders eisen dat ze moesten bemiddelen, maar de moskeebestuurders niet tegemoetkomen in hun wensen omtrent de eigen activiteiten. Sterker nog, er niet eens over mee willen denken en tweedracht zaaien. Tegen de moskee zeggen, dat de huiswerkbegeleiding een kans van bestaan heeft als Stichting Woonhuis eruit gaat en tegen Stichting Woonhuis zeggen dat de huiswerkbegeleiding een kans heeft als de moskee eruit gaat.
Uiteindelijk zijn beiden weggegaan. Woonhuis door een fusie met RCJ en later de overname van RCJ door STEK Jeugdzorg. De moskee heeft de activiteiten laten gaan met in het achterhoofd als deze plek dan zo’n obstakel is, dan maar ergens anders. Dus bij STEK. Die kreeg de huiswerkbegeleiding door de genoemde overname cadeau met een flinke smak geld voor vier jaar uit de onderwijsachterstandsbestrijdings-gelden. STEK maakte vanaf het begin duidelijk dat zij op de lange duur duur geen heil zag in het project. Het had geen meerwaarde voor hun activiteiten, huiswerkbegeleiding is geen taak van het onderwijs en er zit vooral preventie in voor de jeugdhulpverlening. Deels ging het ook om jeugdhulpverlening, maar een belangrijk kenmerk van het project is altijd geweest dat jongeren er ook terecht konden als ze geen grote problemen (en dus geen indicatiestelling hadden voor jeugdzorg) hadden.
Dus houdt het project nu op. Want ook de gemeente is van mening dat het onderwijs dit moet doen. Er geen rekende meehoudende dat dit niet hetzelfde is als huiswerkbegeleiding op school, dat school veel meer problemen heeft om de preventieve functie waar te maken en dat je niet alles op het onderwijs kunt afschuiven. De Brede School is wellicht een optie geweest voor dit project, maar die is in Gouda vooral gericht op het basisonderwijs (slechts een kleine groep voor het project waar alleen groep 8 zit). Wellicht was het een onverstandig besluit geweest in de jaren ‘90 om het project ‘professioneel’ aan te pakken; werd voorheen alles door vrijwilligers gedaan, nu werden er professionele krachten aangetrokken. Hierdoor moet je precies in de subsidie-potjes passen anders krijg je geen geld. Doordat de huiswerkbegeleiding een inloopproject was, waar jongeren met en zonder problemen zaten, met leer- en/of gedragsproblemen, zich op ouders én kinderen richten, pastte het nergens in.
Het project is daarmee gestruikeld over de politieke onwil van gemeente Gouda, het gebrek aan maatschappelijke verantwoordelijkheid van STEK Jeugdzorg en de te grote ambities van moskee Nour en Woonhuis. Een trieste constatering wat mij betreft. Het was voor gemeente Gouda een prachtkans geweest om de binding met Marokkanen in Gouda in stand te houden zonder bang te hoeven te zijn voor een probleem met de scheiding kerk-staat. Het ging immers niet om het ondersteunen van religieuze inhouden, maar om sociaal-culturele activiteiten. Wat de gemeente zich niet lijkt te realiseren is dat het telkens op het matje roepen en de hulp inroepen van een moskee zo zijn grenzen heeft, als niet aan de wensen van de achterban van de moskee wordt voldaan. Het mandaat van het bestuur loopt daarmee namelijk op grenzen. Zeker nu er eindelijk sprake lijkt te zijn van enkele hoopvolle ontwikkelingen in die moskeebesturen in Gouda (waar ik verder nog niet op in wil gaan), zou gemeente Gouda dat met beide handen moeten aangrijpen. De huiswerkbegeleiding was een project waarin Marokkanen en Nederlanders samen werkten en waar moslims en niet-moslims welkom waren als leerling. STEK Jeugdzorg had kunnen laten zien juist met de huiswerkbegeleiding, aangezien het project goed werkte en werkt,
en dat de nieuwe wet op de Jeugdzorg juist preventieve taken van de jeugdzorg op de helling zet. Je komt immers alleen bij Jeugdzorg op indicatie: als mensen al een probleem met een jongere hebben dus. De huiswerkbegeleiding zat daarvoor en kon daarbij ook nog eens de toeleiding van jongeren en hun ouders naar de jeugdzorg bevorderen.
Dit zegt ook nog eens iets over de wijze waarop we met onze jongeren omgaan; niet alleen de Marokkaanse jongeren. Schijnbaar zijn we helemaal niet in hen geinteresseerd, tenzij ze ons problemen bezorgen. Net zoals politici de moskee alleen bezoeken als er problemen zijn met Marokkaanse jongeren (gelukkig vrij vaak zou je bijna zeggen) of als er verkiezingen zijn. Traditioneel worden vooral meisjes daar de dupe van en laat het project nu net voor hen al jaren het grootste succes zijn: enkele honderden hebben er de afgelopen jaren gebruik van gemaakt.
Voor de professionele medewerkers is het allemaal te overzien: zij vinden wel weer werk want ze zijn deskundig en ervaren genoeg. Voor de vrijwilligers is het ook vervelend, maar zij komen er ook wel. De jongeren ook daar niet van; ze vinden hun weg wel en anders gaan ze maar lekker op straat hangen (bij het gemeentehuis of zo). Nog een puntje trouwens over de vrijwilligers. Een zeer onderschatte groep. Als ik nu nog jongeren tegenkom die in het verleden bij de huiswerkbegeleiding zaten, dan hebben ze het nog over vrijwilligers zoals Johan, mevr. Cary, meneer Filip, meneer Johan, Fatima en Farida. Zeker voor de Marokkaanse jongeren hebben de autochtone, vaak Christelijke, vrijwilligers een zeer belangrijke rol vervuld. Hoezeer sommige van de jongeren ook de Nederlandse samenleving zouden afwijzen, hoezeer ze ook het gevoel hebben dat er een strijd tegen de islam aan de gang, ze wijzen altijd op de vrijwilligers om aan te geven dat ‘de meeste Nederlanders eigenlijk helemaal niet zo beroerd zijn’. Moet ik de relevantie daarvan uitleggen? Lijkt me niet. Dat dit alles verdwijnt, is treurig en niet alleen omdat alle vrijwilligers en de beroepskrachten (waaronder ik dus ook een tijdlang) en moskeebestuurders en Woonhuis-beroepskrachten, er zo hard voor gewerkt en geknokt hebben. Helaas lijkt het een trend (maar kan het niet staven met cijfers overigens) dat laagdrempelige voorzieningen voor jongeren verdwijnen en alleen de voorzieningen voor de probleemgevallen (al dan niet met justitie als stok achter de deur) overblijven. Nogmaals een trieste manier om met jongeren om te gaan die zowel politiek als jeugdzorg zich zouden mogen aantrekken.
Hieronder een artikel dat ik schreef voor het tijdschrift voor sociale interventie over het project, geplaatst in een wat breder kader van institutionalisering van de islam en de ontwikkelingen in de jeugdzorg. Continue Reading »
Jun 15 2006
Het lijkt erop dat we sinds de moord op Van Gogh over een nieuw buzz-woord beschikken en wel salafisme. Wanneer we spreken over radicalisering en terreurdreiging door moslims, spreken we tegenwoordig vooral over salafisten. Het gebruik van dit woord suggereert dat we weten wat ermee bedoeld wordt: een homogene groep die anti-westers, anti-integratie en gewelddadig is. Men zou verwachten dat de Voortgangsrapportage Terrorismebestrijding wat preciezer en zorgvuldig is. Als we terroristen willen bestrijden is het immers handig om duidelijk aan te geven wie dat wel zijn en wie niet. Helaas, ook hierin worden alle verschillende groepen onder één noemer gebracht. Salafi’s worden gelijkgesteld aan terroristen en radicalen. Het op één hoop gooien van alle groepen die zich salafi noemen is onterecht, eenzijdig en strategisch gezien bijzonder onverstandig. Waar gaat het eigenlijk om en waarom moet er verschil worden gemaakt?
De term salaf verwijst naar de ‘vrome voorgangers’. Dit zijn de eerste drie generaties moslims van wie wordt verondersteld dat zij de meest pure vorm van islam naleefden. Onder deze vrome voorgangers zouden de metgezellen van de profeet en hun volgelingen vallen. De term kan worden teruggevoerd worden naar de islamgeleerde Ibn Taymiyya die leefde in de 13e en 14e eeuw. Hij pleitte voor een terugkeer naar de salaf om het slechte functioneren van moslims tegen te gaan. Het hedendaagse salafisme wordt tegenwoordig vaak gelijkgesteld met het Saoedische Wahhabisme. Dit is een orthodoxe stroming binnen de Islam die vooral in Saoedi Arabië verspreid is. Een groot gedeelte van deze salafi’s is zeer gezagsgetrouw aan de Saoedische overheid, maar in de jaren zestig en zeventig is er een revolutionaire vorm ontstaan. De meest radicale variant hiervan zijn de jihadisten die in de jaren negentig hun opmars maakten tijdens de oorlog in Afghanistan. Veel meer nog dan de Koran is de Soenna (het voorbeeld van de profeet Mohammed) te zien als het centrale aspect van de salafi doctrine. Iedere stap buiten de Koran en de Soenna betekent dat men zich verwijdert van de gedachte over de tawheed, de eenheid van God, terwijl iedere handeling die in overeenstemming is met de Koran en de Soenna beschouwd kan worden als een daad van aanbidding. Dit betekent dat bepaalde culturele gebruiken, zoals een gedwongen huwelijk of de wijze waarop Marokkanen het huwelijk vieren, buiten de islam geplaatst worden. Eén van de centrale doelen van de salafi beweging is dan ook de deculturalisering van de islam: het scheiden van cultuur en religie. Dit betekent in de praktijk dat men zeer kritisch is ten opzichte van de religieuze praktijken van eerste generatie moslimmigranten en de bestaande moskeeën. Dit is een praktijk die goed aansluit bij wat jongeren in het algemeen doen; of ze nu wel of niet deel uitmaken van de salafi’s, of ze nu fundamentalistisch of liberaal zijn vrijwel allemaal maken ze onderscheid tussen religie en cultuur.
Het lijkt erop dat de opstellers van de voortgangsrapportage terrorisme bestrijding vooral naar de hierboven gemelde overeenkomsten in religieuze dogma’s heeft gekeken en niet is nagegaan hoe salafigroepen zelf omgaan met hun dogma’s. Hoe ze deze interpreteren en hoe ze deze toepassen in de dagelijkse praktijk. We kunnen namelijk globaal drie groepen onderscheiden. Allereerst de salafi dawa, ook wel a-politieke salafi genoemd. Dit zijn de salafi die van oorsprong zeer loyaal zijn aan de Saoedische autoriteiten en zich in Nederland verre houden van de politiek en fel gekant zijn tegen de gewelddadige jihad. De salafi dawa hebben onder andere recent een folder uitgebracht waarin zij uitleggen waarom zelfmoord niet is toegestaan in de islam. Deze folder is duidelijk gericht tegen het plegen van zelfmoordaanslagen.
De tweede groep is die van de meer politiek geëngageerde salafi’s. Zij hebben evenals de eerst genoemde groep de neiging om zich te isoleren van de maatschappij, maar zij maken op dit moment de inschatting dat de situatie van moslims in Nederland en daarbuiten zo precair is dat zij wel moeten opkomen voor moslims. Vandaar bijvoorbeeld de kritiek van imam Fawaz van de Haagse As Soennah moskee op Hirsi Ali en Wilders. Andere moskeeën die tot deze stroming gerekend kunnen worden zijn Fourqaan in Eindhoven en Tawheed in Amsterdam. Jongeren die zich tot deze stroming rekenen keuren de gewelddadige jihad niet altijd af (bijvoorbeeld Palestijnse kwestie, de oorlog in Irak en Afghanistan), maar deze organisaties proberen jongeren weg te houden van de gewelddadige jihad. Men is wel zeer kritisch op bepaalde aspecten van de Nederlandse samenleving zoals de positie van de vrouw en homoseksuelen. Voor beide groepen geldt overigens dat ze zich niet volledig isoleren van de maatschappij. Ze zijn ook gericht op dawa (missie of zending) om moslims en niet-moslims te overtuigen van hun boodschap. De derde groep wordt gevormd door de Jihadi’s en takfiri’s. Zij zien de situatie voor moslims als zo erbarmelijk, dat zij een gewapende strijd noodzakelijk achten en dit ook als één van de hoogste vormen van aanbidding zien.
Er zijn dus belangrijke verschillen onder salafi’s die niet zozeer samenhangen met de religieuze dogma’s, maar wel met de inschatting en interpretatie van de nationale en internationale context. De eerste twee genoemde groepen kennen opvattingen die omstreden zijn in de Nederlandse samenleving, maar dat wil nog niet zeggen dat ze hetzelfde denken als de jihadi’s. Hun inschatting van de politieke en maatschappelijke situatie is geheel verschillend en hun oplossingen voor de problemen eveneens. Dat de meer politiek geëngageerde salafi’s felle kritiek hebben op de uitzending van Nederlandse soldaten naar Afghanistan en dat deze groepen kritiek hebben op de, volgens hen, commerciële uitbuiting van Westerse vrouwen, maakt hen omstreden maar nog niet meteen anti-westers, radicaal of terroristisch. Ze kunnen ook gezien worden als een groep kritische en mondige burgers die vanuit hun religieuze bril het functioneren van de samenleving bekijken. Het generaliseren van alle salafi’s is dus onjuist en eenzijdig. Het is zelfs erg onverstandig. In de discussies tussen salafi’s op internet wordt over dit generaliseren wel gesteld dat Nederland zich niet richt op terroristen, maar op alle moslims die hun geloof praktiseren. De woede over de beschuldiging van terrorisme kan ertoe leiden dat de bereidheid afneemt om de overheid te helpen met het tegengaan van radicalisering. Dat lijkt mij een uitkomst die ook het NCTb niet zoekt.
Apr 12 2006
Het hele opinie-artikel van Ayaan Hirsi Ali, afgelopen zaterdag in de Volkskrant.
Confrontatie, geen verzoening
Door: Ayaan Hirsi Ali
A