Niet mijn schuld, wel mijn zorg: structureel racisme en wit privilege in Nederland

Posted on November 25th, 2013 by martijn.
Categories: Activism, Multiculti Issues.

Eén van Neerlands meest uitgesproken bestrijders van het racisme in de traditie van Zwarte Piet, Zihni Özdil vertelde gisteravond op twitter over een kennismaking met de familie van een toenmalige vriendin. Dat verhaaltje ziet u hier:


Daarop kwam het volgende antwoord:

Hetgeen bij Zihni Özdil de verzuchting teweegbracht:

En daar heeft hij natuurlijk een punt. Ik zou namelijk deels dezelfde kritiek kunnen geven op de Nederlandse samenleving en op specifieke tradities met racistische elementen. Er is echter niemand die mij met de jij-bak van de Armeense genocide zal bestoken. Toen ik dat opmerkte op twitter stelde Tofik Dibi:


Opnieuw kun je vaststellen dat met welke kritiek ik ook kom in de reacties er geen verwijzing naar de Westelijke Sahara komt of naar Iran.
En even later KaiYin Or:


Opnieuw, niemand die mij zal beantwoorden met een verwijzing naar China en Tibet.

Dat is geen wonder ook toch? Ik ben immers een blanke autochtoon. Maar zo vanzelfsprekend is het niet. Alledrie bemoeien ze zich met debatten in/over/van Nederland omdat Nederland hun samenleving is. Net zo goed als de mijne. In de reacties op hen echter worden zij gereduceerd tot vertegenwoordigers van een etnische groep die niet als volwaardig Nederlands wordt gezien. Meestal gaat het ook om een zaak die hun opponent ziet als belangrijker en erger dan waar zij het over hebben. Met andere woorden waar maak je je druk over, bij ‘jullie’ is het nog veel erger. Op die manier wordt door opponenten tegelijkertijd het idee van de eigen superioriteit tentoon gespreid en in feite geprobeerd om deze drie en anderen de mond te snoeren. Men heeft geen recht van spreken want men is geen Nederlander, maar een representant van een etnische groep. Men heeft geen recht van spreken want ‘hun’ etnische groep doet wel ergere dingen. Men heeft geen recht van spreken want ‘wij’ zijn superieur.

Het feit dat dat met mij niet gebeurt, is een teken dat ik een voorkeurspositie heb. Als blanke autochtoon hoef ik me niet te verantwoorden in het Nederlandse publieke debat over wat mijn mede blanke autochtonen uitvreten of hebben uitgevreten. Dat wil niet zeggen dat ik geen kritiek krijg, maar ik word in ieder geval niet gereduceerd tot mijn huidskleur, afkomst en/of etnische groep en hoef daar verder ook niet over te na te denken. Waar ik dat aan te danken heb? Nergens aan, behalve dan aan mijn afkomst, kleur en/of etnische groep die toevallig hier dominant is en de norm is: blanke autochtonen.

Dat privilege strekt zich ver uit. Net als mijn mede blanke autochtonen hoef ik me geen zorgen te maken over zaken als ethnic profiling, over mogelijke hogere straffen als gevolg van mijn huidskleur, ik hoef niet mijn naam ‘Nederlandser’ te maken als ik ergens ga solliciteren en er is niemand die zegt als ik antwoord op de vraag waar ik vandaan kom, ‘nee, waar kom je echt vandaan. uit welk land?’. Ik zal niet geweigerd worden bij een radio of tv programma met als excuus dat er al zoveel ‘Nederlanders’ zijn geweest deze week. Ik hoefde vroeger niet bang te zijn dat ik automatisch in het rijtje probleemleerlingen zou belanden puur vanwege mijn naam en afkomst zoals ik later wel zag gebeuren bij Marokkaans-Nederlandse leerlingen.

Dat privilege wijst op een structureel probleem: structureel of geinstitutionaliseerd racisme. Is dat mijn schuld? Nee, daar heeft het niks mee te maken. Ik heb er tenslotte ook niet om gevraagd en je kunt je afvragen in hoeverre dit ook allemaal bewust gebeurt. Sterker nog, deze ongelijkheid ontleent zijn kracht juist aan het gegeven dat het niet mijn schuld is en dat ik ook niet bewust mezelf een dergelijke positie toe-eigen. Daardoor wordt deze ongelijkheid namelijk onzichtbaar, subtiel en vanzelfsprekend. Maar het wordt wel mijn verantwoordelijkheid als ik bijdraag aan het voortduren en reproduceren van deze structurele ongelijkheid. Het is wel mijn zorg dus.

****
Nog een voorbeeld:

4 comments.

Dutch Foreign Fighters – Some Testimonials from the Syrian Front (part II: Abu Walae)

Posted on November 13th, 2013 by martijn.
Categories: Activism, Guest authors, Headline, Religious and Political Radicalization, Society & Politics in the Middle East.

Guest Author: Pieter van Ostaeyen

The Story of 28 year old Chokri Massali – Abu Walae
Died on Sunday July 28

Untitled4

In an earlier post I presented you the story of Abu Baseer, who died in the Battle of Khan Touman. Here is the story of one of his older brothers, who died only a few months later.

Untitled5

Abu Walae and two other brothers from the Netherlands were waiting for Iftaar in their base camp, when via the radio they heard that a group of Mujahideen was surrounded by al-Assad’s troops in a village nearby. The brothers quickly prepared for battle and left camp. When they arrived on the scene they were immediately fired upon by snipers. Nonetheless the war party breached the enemy ranks; after heavy fighting Abu Walae and ten other brothers were ordered to control the left flank of the occupied village.

It was a pitch dark night; they only had limited sight on the frontline. After a little while they stumbled upon Bashar’s troops and opened fire. Abu Walae turned his weapon on automatic and stormed forward; he almost immediately took a bullet through the head. This action, led by Abu Walae, resulted in the death of all 22 enemy soldiers. On our side only Abu Walae got killed, another brother got shot in his leg. Abu Walae never feard the Kufar, he was a brave man …

A man asked: “Who is the superior Martyr?” The Prophet answered: “Those who stand in the line of battle and do not turn their heads until they die. They will dwell in highest region of Paradise, their Lord will smile at them. And when Allah smiles at one, there will be no reckoning on Judgement Day.” [at-Targheeb wa’t-Tarheeb]

Earlier this week, in the wonderful battle of Khan Asal in which the life of our Belgian brother Abu Mujahid was taken, several brothers witnessed Abu Walae killing six or seven soldiers all by himself. In the end we took over the town, killing about 250 Kufar.

When the Mujahideen captured soldiers of Bashar’s army on the battle field of Khan Asal, Abu Walae offered one of the captives some of his soft drink; laughing “They don’t even realize they’ll get a one way ticket to hell.” He told another soldier “hey, I know you ! Aren’t you one of the Mujahideen from our group ?” The soldier thought he found a way to escape death and replied “yes, that’s right ! I was in your group but they captured me at the checkpoint and made me fight you guys.” Abu Walae turned to one of the brothers: “Put your weapon on automatic and shoot this guy …”

Abu Walae prayed to God frequently, asking Him to kill lots of enemies before dying as a martyr himself. He dreamt of being united in Paradise with his younger brother Abu Baseer. And Insha’allah his prayers have been answered in this Holy month of Ramadan. May these two martyred brothers be offered the favors of the Shuhadaa. What an honor for this family to have two of their sons martyred.

For a Mujahid it is very important to be tolerant towards others, for in this Jihad you will be meeting people from different nations, with different habits and cultures. Furthermore you are in a completely different country, far away from life as you knew it. You have to adapt to the situation and the variety of people you will deal with. If you do not have an open heart and are impatient then you will probably not persevere this Jihad. It is during Jihad that you will truly get to know your comrades; it is here your true friends will be revealed.

One may believe the only thing you will deal with in Jihad are bullets and shelling. A Mujahid however must also stand hunger, pain, insomnia. He must be patient with the people he meets and has to adapt to a whole new situation. Sometimes you will have to stay put for weeks, enduring hunger, cold, rain … This asks for endurance and patience.

I knew Abu Walae for years, he was my best friend. I knew him for years at home and I got to know him better, thousands of kilometers away from home, fighting on the Syrian battle field. It was an honor to get to know him better whilst fighting together. He was a great man, he became even more exalted in Jihad. The same goes for all the other brothers I knew back home and here, both in good as in harder times. Me and Abu Walae were friends, for five years we shared everything. We left for Syria together, we followed each other from basecamp to basecamp, we fought side by side on the battle field. We shared everything, every day with him was a pleasure. We spent many hours at nights sitting together drinking tea or coffee, talking with other brothers. Daily we talked about Martyrdom and how it would be like to die like a Shaheed. He always stated firmly “if that bullet comes, so be it.”

Abu Walae was a well-informed brother, his Arabic was excellent and both at home as in Syria he was very involved with Dawah. He offered help to other brothers translating Arabic for them. If the brothers had any questions, he patiently took his time to explain everything in length. He did this in a humble way, never humiliating them with his knowledge. Other wise people could learn from Abu Walae. He was straightforward in his words yet easily forgiving.

Jihad without patience is impossible and our brother Abu Walae was a very patient man. Here you have to cope by yourself; there is no loving mother here cooking and washing for you. Here you learn to be independent. Jihad is a school of life; it’s not only fighting, you learn to be obedient and disciplined. If you fail to be patient, if you do not have these virtues, you will fail in Jihad. In a way your Jihad starts before you leave for the battle field. You will have to fight your own will, your doubts and fears. You will be in two minds, thinking about your family, you will worry. You have to be strong to overcome these feelings and to take the next step.

Abu Walae enjoyed Jihad even despite the hardship and sacrifices. Those who didn’t wage Jihad will hardly understand but for Muslims here’s a comparison. The Holy Month of Ramadan means fasting during the day and praying at night time. Both the fasting and praying are hard to endure, yet we see Ramadan as a time of joy, time flies by because of this. The same stands for Jihad; as in Ramadan, we are surrounded with brothers and close friends, you feel close to Allah.

It is quite evident why Abu Walae enjoyed Jihad. Jihad bestows the Ummah with life and nobleness, it is a source of victories for the Muslims. As we witnessed, leaving Jihad means indignation and dismay. Although at times you will have no food, no shelter, sleeping under trees or on a concrete floor, the Mujahid feels joy and satisfaction. Compare this with living in the West, where, despite having all they need, people live in sorrow and depression.

About a month ago, a brother had a dream about Abu Walae. He saw him drinking and asked what it was. Abu Walae said he was drinking the wine of Paradise. This brother saw this dream as a prediction of his Martyrdom. He later talked Abu Walae about this dream and Abu Walae answered that there was no worth in this life, that he wanted to be with Allah. Indeed a few weeks later Abu Walae was martyred.

Abu Walae’s mother had a similar dream. She saw her son entering the living room wearing his qamis, his gun over his left shoulder. He approached his mother and embraced her firmly. “My son, did you return?” “No,” he said, “I came to see you and will go back.” This dream was like a confirmation for his family that Abu Walae would die as a Martyr.

My family told me about the faith and perseverance the family of Abu Walae shows. This mother sacrificed two of her sons and when Allah will ask her what she did in her life she can tell Him she raised two sons whom she sacrificed for Allah’s cause. How many are there who can claim that these days ? Is there a greater sacrifice any mother can make ? May Allah protect her and unite her with her two martyred sons in Paradise.

If parents in the Netherlands love their children, they shouldn’t stand between them and Paradise. Indeed, they should give their children the example by first sending in the fathers to fight Jihad. Abu Walae cared deeply for his mother, he understood why for Islam it is so important to take good care of your mother. If he heard about one of the brothers not calling home for a long time, he would reprimand them. He would talk to the brother and convince him to call home. He was one of the brothers who took good care for the younger brothers from The Netherlands.

We ask Allah to accept our brother as a Martyr and to reunite us all in Paradise. Oh Allah, favor us with martyrdom and take our blood, our possessions, our effort and our sacrifices until it favors you.

Your Brothers from Bilad as-Sham

Pieter van Ostaeyen is a Belgian historian, Arabist and islamicist on current affairs in the Middle East. He is also active on Twitter: @p_vanostaeyen. This post was previously pbulished on Jihadology.net and is also to be found on his own blog. This is the second of a series of articles on Dutch foreign fighters in Syria. You can read the first here.

0 comments.

Welkom in Eurabia III: Islamofobie

Posted on November 2nd, 2013 by martijn.
Categories: Activism, Islam in the Netherlands, islamophobia, Multiculti Issues, Notes from the Field, Public Islam.

Op 18 oktober vond de islamofobieconferentie in Amsterdam plaats, georganiseerd door Euro-Mediterraan Centrum voor Migratie en Ontwikkeling (Emcemo) en het Collectief Tegen Islamofobie en Discriminatie (CTID; een initiatief van Emcemo). Ik kon alleen ‘s middags, maar had de eer om één van de workshops te mogen voorzitten. In het ochtendprogramma waren er maar liefst zeven sprekers (wat mij echt veel te veel lijkt) onder wie Ineke van der Valk (onderzoeker en schrijver van Islamofobie en Discriminatie, Universiteit van Amsterdam/MDRA Amsterdam). U kunt haar lezing terugvinden bij Republiek Allochtonië. Jan Jaap de Ruiter was ook aanwezig en zijn verslag staat op NieuwWij: islamofobiedebat zonder islamofoben. Inderdaad waren er geen islamofoben aanwezig. Geen idee waarom, maar wat mij betreft een prima ding. Je gaat ook geen racismedebat voeren en vervolgens racisten uitnodigen. Dat wil niet zeggen dat er geen kritiek op de term was. Die was er zeker wel; in ieder geval in de workshop die ik leidde met als experts Ineke van der Valk en Ties Prakken (Emeritus-Hoogleraar Strafrecht aan de Universiteit van Maastricht. Advocaat in 2010-2011 rechtszaak tegen Geert Wilders).

In mijn workshop waren er dus wel degelijk vraagtekens over de term en ook over de oorzaken ervan. Ik zet eerst een paar aspecten op een rij.

Islamofobie bestaat

Ik hanteer hier een eigen definitie (mede ontleend aan een recente expertmeeting) dat islamofobie gaat om een reactie tegen mensen die beschouwd worden als buitenstaander en tegen een negatieve generaliserende en essentialistische definitie van islam die leidt tot een rationalisering om moslims op een bepaalde manier te onderscheiden van anderen. Hier zitten dus drie stappen in:

  1. Ondanks dat Nederland al eeuwen een geschiedenis heeft met islam, wordt de islam door velen (ook door moslims overigens) nog steeds beschouwd als iets van buiten. Dit heeft weliswaar natuurlijk vooral te maken met het feit dat het gros van de moslims in Nederland bestaat uit voormalige gastarbeiders en hun nazaten, maar laten we wel wezen die zijn hier toch ook al weer enkele generaties. Tegelijkertijd is dit gebaseerd op, en wordt er een definitie gemaakt van islam die vooral bestaat uit: geweld, intolerantie, vrouwenonderdrukking, strevend naar dominantie, enzovoorts. Allemaal zaken die de meeste mensen negatief vinden en waarbij men er (in het geval van islamofobie) vanuit gaat dat moslims dat tot op zekere hoogte allemaal onderschrijven simpelweg vanwege het feit dat dit in de Koran zou staan, of in andere geschriften of door schriftgeleerden en predikers verspreid worden. Moslims die dat niet zouden onderschrijven zouden geen praktiserende moslims zijn (maar nog steeds moslim) en/of uitzonderingen op de regel. Terwijl mensen en hun daden die dat beeld bevestigen worden gezien als de regel.
  2. De nadruk op die essentialistische definitie leidt ertoe dat we moslims zien als alleen moslim op een negatief beeld van islam. Moslims en/of islam zouden dan de typische Nederlandse waarden en normen en sociale cohesie bedreigen omdat ze dat negatieve beeld aanhangen. Natuurlijk weet iedereen ook wel dat dat niet per definitie zo is, maar dat kun je nou eenmaal niet altijd van tevoren zien en weten, dus zitten eigenlijk alle moslims in het verdachtenbankje. Wel wordt er hier een onderscheid gemaakt tussen radicale moslims en liberale/gematigde moslims in een poging islam zodanig te incorporeren dat het passend is bij de Nederlandse samenleving. En dan wordt niet de samenleving van de Hells Angels, de SGP of de boeren bedoeld, maar een seculier-christelijk ideaalbeeld van de Nederlandse samenleving waarin de centrale waarden draaien om seculier liberale vrijheden en seksuele vrijheden. En omgekeerd; precies die vrijheden zouden onder druk staan door moslims (in het algemeen of door de radicalen). Wanneer men de opvatttingen van de Hels Angels of SGP aanhoudt, zal men eerder radicaal genoemd worden (hetgeen bij SGP en Hells Angels natuurlijk niet gebeurt).
  3. De uitkomst kan verschillend zijn. Een integratiebeleid dat eigenlijk alleen maar over moslims gaat tot een radicaliseringsbeleid dat specifiek over radicale moslims zou gaan, de politieke retoriek van Wilders, de nepwetenschap van Geenstijlcolumnisten Annabel Nanninga en Hans Jansen, uitsluiten van moslima’s vanwege hun hoofddoek, tot gewelddaden tegen moslims en hun instituties.

Islamofobie kan dus betrekking hebben op allerlei uitingen, maar ook op oude en bestaande structurele aspecten van een samenleving zoals ongelijkheid, de regeling van religie, beleid, machtsverschillen, de representatie van geschiedenis, taalgebruik, enzovoorts.

De geschiedenis van islamofobie

Het oudste werk voor zover bekend, dat de term islamofobie gebruikt is het boek uit 1910 van Alain Quellien La politique musulmane dans l’Afrique Occidentale en het artikel van Maurice Delafosse, L’état actuel de l’Islam dans l’Afrique occidentale française (Revue du monde musulman, vol. XI, n°V, 1910, p. 57). Vaak wordt ook verwezen naar het boek uit 1918, Het leven van Mohammed – de Profeet van God, van Etienne Dinet en Sliman Ben Ibrahim. Zij gebruikten het in dit werk en latere werken om de vijandigheid van Europa tegenover islam te bespreken en de rol die ‘islamofoben’ zoals tal van missionarissen en Gladstone, Cromer, Balfour en de aartsbisschop van Canterbury speelden. In het Engels duikt de term voor het eerst in 1925 op (Stanley A.Cook, Chronicle. The history of religions, Journal of Theological Studies, n°25, 1924, p. 101-109, zonder verwijzing naar de Fransen) en later weer in 1976 (Georges C. Anawati, Dialogue with Gustave E. von Grynebaum, International Journal of Middle East Studies, vol. 7, n°1, 1976, p. 12). Er is dus geen sprake van dat de term islamofobie een recente term is gelanceerd door Iraanse fundamentalisten, de moslim broeders of de Organisatie Islamitische Conferentie (OIC) zoals wel eens gesuggereerd wordt (zie ook “Islamophobie”: une invention française).

Alleen het gebruik van de term is niet voldoende natuurlijk. De geschiedenis van racisme is immers ook ouder dan de term racisme. Dit betekent dat islamofobie ook geanalyseerd kan worden als een historisch fenomeen en wel één die nauw verbonden is met de geschiedenis van racisme, anti-semitisme en het idee van Europa als wit continent. In verschillende vormen is er van de tijd van de kruistochten, Martin Luther, Johannes Calvijn, Kant, Karl Barth een lijn te ontwaren waarin moslims/islam als de grote Ander zijn neergezet. In de tijd van het kolonialisme en de opkomst van het nationalisme zijn er in alle delen van Europa verschillende ideologische repertoires ontstaan waarin de figuur van de ‘slechte moslim’ een grote rol speelde.

Islamofobie en ‘ras’

Wanneer we naar de geschiedenis kijken zien we ook gelijk dat racisme nooit alleen gebaseerd was op fenotypische elementen (uiterlijkheden die aan een ‘ras’ worden toegeschreven), maar ook altijd een cultureel en religieus element heeft gehad. ‘Moslim’ is dan als sociale categorie weliswaar niet zomaar vergelijkbaar met ‘zwart’, maar dat geldt ook voor de categorie ‘joods’ die pas na lange tijd is verworden tot een ogenschijnlijk biologische categorie. Bij anti-semitisme is het religieuze element ook nooit verdwenen, maar hoogstens gemaskeerd door de nadruk op ‘ras’. Bosnische Moslims werden ‘etnisch gezuiverd’ nadat ze steeds meer werden gezien als aparte raciale groep door mensen die fenotypisch, cultureel en taalkundig gezien gelijk waren. Niemand die zich druk maakte over hoe vaak een Bosnische Moslim naar een moskee ging: men werd op basis van afstamming gecategoriseerd als Moslim. Dit heeft ook consequenties dus voor het argument dat islamofobie geen racisme kan zijn, omdat religie geen ras is. Dan vergeten we dus dat a) een ras niet bestaat maar een sociale constructie is die we zelf maken en b) ras nooit alleen om ‘kleur’ gaat.

Dat argument (dat religie geen ras is) dat religie iets vrijwilligs is, iets dat je kiest, past mooi bij een hedendaagse secularistische opvatting over religie waarbij religie steeds meer wordt gereduceerd tot een privekeuze en een mening, maar is slaat volslagen de plank mis. Mensen kunnen religie ervaren als iets diepgaands, doorleefds; iets dat je niet zomaar van je kunt afschudden. Het meest interessante voorbeeld is misschien nog wel van Nadia Ezzeroili die een indrukwekkend stuk in Vonk schreef over afscheid van God; zowel afvalligheid en moslim zijn, zijn diepe ervaringen die geestelijk en lichamelijk beleefd en geïnternaliseerd worden. Het is niet iets wat je zomaar van je kunt afschudden; al helemaal niet wanneer je als kind in een gelovig gezin geboren bent. Daar kies je immers ook niet voor en je ouders, je directe omgeving en de wijdere omgeving beschouwen je dan ook als moslim, jood, christen of hindoe als je ouders dat ook zijn. Verder kiest ook niemand ervoor om in een samenleving te wonen waarin de buitenwereld je voortdurend het etiket moslim opplakt of je nu wil of niet. Er is ook geen moslim die zeggenschap heeft in de definities van de overheid of media over wie een moslim is.

Islamkritiek

Een argument dat sterk naar voren kwam in mijn workshop is dat de term islamofobie niet gebruikt mag worden om kritiek op de islam onmogelijk te maken. Dit is een argument dat we vaker horen en dat uitgaat van een tegenstelling tussen islamofobie en vrijheid van meningsuiting. Dat laatste is echter geen leeg absoluut begrip, maar een die een specifieke invulling heeft gekregen in de politieke geschiedenis van ons land. Die invulling is gepaard gegaan met beperkingen onder meer op het terrein van copyright, smaad, laster, haatzaaien, (vroeger) blasfemie en opruiing. Daar hoeft het aanpakken van islamofobie dus helemaal niet haaks op te staan; beperkingen zijn inherent aan de vrijheid van meningsuiting. Islamkritiek is heel goed mogelijk zonder over te gaan op islamofobe redeneringen. Dus zonder generalisaties, zonder uit te gaan van een causale relatie tussen een eigen definitie van islam en het handelen van moslims, zonder uit te gaan van moslims als buitenstaanders of exceptionele categorie mensen. Die islamkritiek bestaat overigens ook, maar dan niet systematisch in Nederland.

Daarnaast kwam het argument naar voren dat Marokkanen/moslims ook de hand in eigen boezem moeten steken en aan hun eigen problemen moeten werken omdat die (mede) aanleiding geven tot islamofobie. De stelling van Jan Jaap de Ruiter en Carel Brendel dat er geen islamkritische geluiden te horen waren en er geen vraagtekens werden gezet bij het begrip islamofobie of hoe dat gebruikt wordt, klopt dan ook niet. Althans niet voor mijn workshop. Daar was voortdurend het punt te horen, met name vanuit de oude seculier-linkse hoek onder Marokkaanse Nederlanders, dat er problemen zijn en de moslims / Marokkaanse Nederlanders hun eigen problemen moeten aanpakken omdat die mede leiden tot islamofobie. Ten dele zal het inderdaad zo werken en er zijn inderdaad mensen (buiten de conferentie) die juist daarom beweren dat islamofobie terecht is want islam is ook gevaarlijk. Of mensen die stellen dat moslims misschien best last kunnen hebben van islamofobie, maar dat is dan hun eigen schuld want moslims doen ook vreselijke dingen. Of mensen die beweren dat moslims nu eenmaal minder rechten hebben omdat er moslims zijn die verschrikkelijke dingen doen.

Nu wil ik niet beweren dat het niet goed is wanneer mensen zelfreflectie toepassen en werken aan hun problemen, integendeel, maar voor de discussie over islamofobie is het mijns inziens irrelevant. Niemand die bij joden gaat stellen, dat joden eerst de hand in eigen boezem moeten steken of aan hun eigen problemen moeten werken om anti-semitisme uit de wereld te helpen. Of die bij racisme tegen zwarte mensen erop gaat wijzen dat er zwarte mensen zijn die misdrijven gaan plegen. Inderdaad er zijn er onder joodse en zwarte mensen ook individuen en groepen die wandaden plegen. Maar er is niemand die erop gaat wijzen dat racisme of anti-semitisme daarom goed of zelfs noodzakelijk is. Dergelijke overwegingen moeten zeker een rol spelen in de analyses van islamofobie, racisme en anti-semitisme, maar dat doet niets af van het feit dat het geen rechtvaardigingsgrond is. De overwegingen moeten meegenomen worden omdat deze een cruciaal onderdeel vormen van islamofobie, racisme en anti-semitisme; ze maken het mogelijk dat mensen onderbuikgevoelens zodanig rationaliseren dat er een aannemelijk argument lijkt (!) te ontstaan om groepen over één kam te scheren en uit te sluiten.

Het lijkt me goed om islamofobie, anti-semitisme en racisme tegen zwarte mensen gezamenlijk aan te pakken; het zijn nu en historisch verwante verschijnselen. De problemen die er zijn om islamofobie als aparte registratiegrond bij discriminatie aangemerkt te krijgen hebben wellicht deels te maken met de complexiteit van het verschijnsel en het gegeven dat uitingen over godsdienst op zich moeilijk aan te pakken zijn. Daarvoor moet dus misschien wat anders gevonden worden. Gelukkig is de wetenschap de laatste jaren bezig met een inhaalslag als het gaat om verdieping van het theoretische debat over het begrip waardoor het daar wat meer uit de politiek-activistische hoek gehaald wordt, maar waardoor er tegelijkertijd ook meer aanknopingspunten zijn om aspecten van dat verschijnsel aan te pakken.

Islamofobie en zwarte piet: zeggenschap

Maar er speelt ook nog wat anders en dat wordt duidelijk volgens mij wanneer we het vergelijken met de discussie over racisme tegen zwarte mensen. De recente discussie over zwarte piet en de verwensingen die daarmee gepaard gaan aan het adres van mensen als Quincy Dario laten (ga terug naar je eigen land) laten zien dat er sprake is van een felle ontkenning bij sommige mensen over het aanwezige racisme; soms geuit op een manier die uitermate racistisch is. Hoe tegenstrijdig het ook mag klinken, veel van deze mensen zijn ervan overtuigd dat zij geen racist zijn, willen ook geen racist zijn, want racisme is iets slechts. Het gaat soms ook om mensen die hardnekkig weigeren om verhoudingen in termen van kleur te zien; juist uit een aversie tegen racisme; men is kleurenblind. En alleen gekken en extremisten zijn racistisch. Dat mag oprecht zijn, het is ook een ontkenning van het feit dat de Nederlandse geschiedenis bol staat van racisme en dat met name blanke autochtone mannen in Nederland voordelen hebben die alleen te maken hebben met het feit dat ze geboren als blanke autochtone mannen. Nederland is er groot mee geworden zeg maar via slavernij en kolonialisme.

Een ander aspect dat een rol speelt is dat het gaat om zeggenschap en wie er onderdeel is van de morele gemeenschap. Voor veel blanke autochtonen horenzwarte mensen en moslims wel tot de Nederlandse samenleving, maar niet bij de categorie ‘ons’. De vraag wordt dan wie bepaalt er in dit land wat Nederlandse tradities zijn, hoe die eruit zien en wat de grenzen van deze tradities zijn? Hier speelt de ‘kleur’ wel degelijk een rol evenals een idee van afstamming ook al zijn de zwarte gemeenschappen al eeuwen onderdeel van Nederland en zijn al die zwarte mensen niet bij toeval en willekeurig aan komen waaien. Het idee is nu dat de ‘wij’ categorie van blanke autochtone inwoners zichzelf ziet als de natuurlijke eigenaar, bewoner van het land Nederland en als de norm en degene die de norm bepaalt (en daarmee bepaalt wie er in en uit de morele gemeenschap staat). De discussie over zwarte piet laat zien dat niet iedereen het daarmee eens en dat geldt ook voor de pogingen van zelforganisaties om islamofobie op de agenda te krijgen.

Verwant daarmee is dat velen onder blanke autochtonen het idee hebben dat juist zij degenen zijn die de minderheid gaan vormen of al zijn. We zien dat ook terug in de discussie over moslims in relatie tot tolerantie. Daarbij is tolerantie veranderd van betekenis. Tolerantie is niet langer iets wat anderen gegund wordt, maar wat anderen verplicht wordt: nieuwe Nederlanders moeten tolerantie accepteren want anders horen ze hier niet. Van iets dat een dominante groep geeft aan een minderheidsgroep, is het iets geworden dat de dominante groep eist van een minderheidsgroep. Daarbij ligt zeer sterk de nadruk op persoonlijke autonomie en de overtuiging dat de Ander, ic de moslim, persoonlijke autonomie veel minder waardeert en zijn waarden wil opleggen aan de autochtone Nederlanders, niet-moslims. De vertaling naar zwarte piet lijkt me hier eenvoudig. De racisme/islamofobie kaart wordt dus al snel ervaren als een manier van buitenstaanders om hun wil op te leggen op een moment dat blanke autochtone Nederlanders in de verdrukking zouden zitten. En vergis je niet, autochtone blanke Nederlanders zitten ook in het nauw, maar de vraag is of dat niet meer te maken heeft met processsen als mondialisering (EU, migratie), individualisering, terugtrekkende overheid, minder vertrouwen in de overheid en bezuinigingen. En dat alles geldt net zo goed voor zwarte Nederlanders en/of moslim Nederlanders.

Tot slot

De activiteiten van de laatste tijd rondom het thema islamofobie staan in het teken van pogingen om voor elkaar te krijgen dat islamofobie een aparte registratiegrond wordt bij discriminatie zoals dat ook het geval is bij anti-semitisme. Het moge helder zijn dat de afwegingen hierboven nauwelijks een plaats hebben bij die registratie. Het moet gaan om juridisch duidelijke gevallen van islamofobie die aantoonbare schade met zich meebrengen en/of een gevaar voor de openbare orde leveren. Dat is maar een klein aspect van islamofobie en kan alleen maar betrekking hebben op islamofobische uitingen en niet op de islamofobische structuren in beleid en samenleving. Dit wil niet zeggen dat men deze pogingen maar moet laten varen (integendeel), maar het betekent wel dat dit slechts één deel van de aanpak van islamofobie kan zijn. Uiteindelijk gaat het hier ook om macht. Zijn het de blanke, seculiere/christelijke autochtonen die bepalen wat de Nederlandse samenleving is, waar de grenzen van de vrijheden liggen of zijn de opvattingen, grieven en historisch bepaalde posities van zwarte mensen en moslims gelijkwaardig?

Eerder in de serie Welkom in Eurabia:

Deel 1: Voor een islamisering van de samenleving

Deel 2: De Protocollen van de Wijzen van Mekka

4 comments.

Dutch Foreign Fighters – Some Testimonials from the Syrian Front

Posted on November 1st, 2013 by martijn.
Categories: Activism, Guest authors, Headline, Religious and Political Radicalization, Society & Politics in the Middle East.

Guest Author: Pieter van Ostaeyen

Introduction:

A while ago I documented Belgian Jihadi’s in Syria quite meticulously, even though source material is rather limited. Especially on social media the Belgian fighters seem to be keeping a rather low profile. Exactly the opposite stands for their “colleagues” from The Netherlands. It didn’t take too much trouble to stumble upon quite lengthy posts on all kinds of social media platforms. As opposed to my earlier work on the Belgians, I will not give an overview of who left, got killed or returned home; in these posts I will present some personal stories of the Dutch foreign fighters. This will be the first part in a series of posts on the topic.

Their Armor:

The armor of the Dutch Mujahideen:

  • A Kalashnikov AK46 and 6 extra magazines
  • A Makarov pistol
  • Two handgrenades: one defensive, one offensive
  • A sharp knife
  • A Casio watch

This photo was taken an hour before a battle in the larger Homs area. The operation counted 150 fighters against about 400 regime forces.

Untitled

Perhaps the most important belonging of a Dutch fighter is a translation of the Qur’an.

(This one is the translation by Fred Leemhuis (ISBN 90 269 4078 5), without any doubt the best translation of the Qur’an in Dutch)

Untitled2

[Edit 1-11-2013. Correction: This is not the translation by Leemhuis. This is ‘De Edele Koran’ (The Noble Qur’an), a translation by Sofian S. Srinegar. MdK – With permission of the author. Thanks to PC and AY.]

The story of Mujahid Mourad Massali – Abu Baseer

Untitled3

It was at the end of 2012 when we in Holland said goodbye to Abu Baseer. We were going training that evening but Abu Baseer came with the intention of saying farewell to the brothers. At first Abu Baseer didn’t want to participate in the training but after some brothers insisted he joined in. After the training we said farewell, Abu Baseer embraced us and asked for forgiveness. We later found out that this was to be the last night Abu Baseer was amongst us.

Abu Baseer is a brother who inspired many in The Netherlands to take the path of Jihad. He always called for truth, whether at work, in the streets, in the Mosque and even from Syria. He called us from Syria and told us about the beauty of Jihad; we would be foolish not to come over. This brother had everything he could wish for living in The Netherlands; he had a college degree, was married at the age of 20 and was soon to become father, he had a good job and lived with his wife in his own house. He was a lucky young man and yet he choose to sacrifice his life fighting for the cause of Allah.

It was not only the love for Allah that made Abu Baseer leave for Syria, but more importantly his love for the Ummah. For when a Muslim sees the suffering of the Syrian people, he sees them as if they were his own parents, his own children. It cannot be that the tears from our mothers in The Netherlands are more important than the tears of the hundreds of thousands Syrian mothers. These Syrian women lose husbands, children and family daily. These women get killed, raped or tortured. These women we see as our own mothers, we feel their grief as if it was our own. The same applies for the Syrian men and children who we see as our own kin.

If I would have to describe Abu Baseer in one word, I would use ‘Izz (honor). He was a man of honor and strength loyal to his Brothers. When he heard some Muslims were in hardship he always was the first to start collecting money to help them out. Whenever you were in trouble, Abu Baseer was there to help you out.

We arrived in Syria a month after him, we had to wait before meeting him because he was on a mission protecting the borders. Me and the Brothers were in the [military] training camp at that point. He was on his mission on the front for over 40 days. On missions like this you are at guard, facing the enemy constantly. Sometimes sleeping in your battle gear.

It was later that evening I saw Abu Baseer again. It had been about two months ago. We embraced; a moment not to forget. We spent hours with the brothers around a fire, talking about The Netherlands. And there we were in the blessed land of as-Sham al-Mujahideen. It was a dream to be participating in Jihad and Allah’s blessing to be in the company of an old group of friends.

Abu Baseer always had a prominent role on the battlefield. His courage and caring for wounded brothers are remembered. He was always the first on the frontline; even though he was younger, he engaged us all in Jihad.

The Battle of Khan Touman

We heard about a major battle coming up. It was directed against a major army base. That morning we left in several groups towards Khan Touman. Our orders were strict; no prisoners were to be taken and there was no such thing as retreat. We said goodbye to each other, we made some photos …

We divided into seven platoons. In total we were about 500 taking on about 2000 or more in open field. We were to attack after dusk. The platoon of Abu Baseer, led by Abu Baraa al-Homsi, was one of the first in battle. After initial silence, suddenly fire broke loose on Abu Baseer’s front. The group had overrun al-Assad’s troops and penetrated deep into enemy frontlines. Those who returned, told me bullets and bombs were all around but didn’t hit the brothers. One of the wonders they told about was that a mortar grenade landed in their middle and didn’t explode.

The next day me, Abu Baseer’s brother and other brothers we knew from The Netherlands, were sent to reinforce another frontline. Abu Baseer was there, he welcomed us and we decided to fight side by side. A dream came true. Every Muslim caring for Jihad dreams about fighting side by side with his brothers. Fighting the enemies of the Ummah. Who would have known this when we were in The Netherlands ?

After the evening prayer the enemy had fallen back to its original positions. I would protect this outpost together with Abu Baseer and four other Ansar during nighttime. It was a cold night and we were hungry. We had almost no blankets and slept on a concrete floor. Some of us hadn’t slept in over 48 hours. And yet in turn we had to take guard and stay on the look-out for the enemy. It is in times like this you experience Jihad an-Nafs fully; the internal strife you’re going through is but a reflection of the external battle you experience. But if you lose your internal strife it will reflect on battle and vice versa.

After we prayed Fajr we were going to the front line and awaited the enemy. This time they returned with more heavy weapons, covered by tank fire and heavy artillery. At a certain point I lost track of Abu Baseer and went out looking for him at the front. After I didn’t find him there, I returned to the other Dutch brothers. It is at this time we ran into Abu Baseer; he was carrying a box of food and fruit. We never knew where he got it, but he by himself thus provided over twenty men with breakfast. This is how Abu Baseer always thought about his brothers first and why we loved him so deeply.

After we ate Abu Baseer told me it would be better if we would reinforce the right flank because fighting was heavier there. We asked the Amir for permission to go there. Once arrived we ran into some brothers with food and drinks. One of them offered us some energy drinks; Abu Baseer took one and put it in my vest saying “here, take this, you’ll need it.” When the brother offered Abu Baseer one, he decisively said: “no, no, not for me, today I will drink in Paradise.”

The fighting was heavy, it was the last outpost of the enemy. We were under heavy fire from tanks. Luckily the Mujahideen as well had tanks and anti-tank rockets. Our Amir Abu al-Baraa had a rocket launcher he wanted to use on one of the tanks that shelled us constantly. He asked for volunteers to approach the tank. Abu Baseer was the first one to volunteer, I went with him.

The three of us now had to cross an open field, with only some high grass as cover. One of the brothers helped us cutting the barbed wire and we ran into the open land. They fired upon us with all they had; machine guns and snipers. The tank didn’t spot us yet but we were under heavy fire. Abu al-Baraa and Abu Baseer were three feet in front of me, they were going to fire the rocket at the tank which was only fifty feet away. When the tank spotted us it fired at us with its heavy machine gun and soon the shelling started.

The rocket, although it was brand new, blocked. Abu al-Baraa ordered me to go back to the others and return with the brother specialized in using these rockets. So once again I had to run across the field while the enemy had us in sight. The last thing I heard was Abu Baseer advising me to keep to the right. This was to be the last time he spoke to me…

When I arrived back I explained the situation to the others, the brother was to prepare to return back with me. Suddenly we heard via the radio one of us was martyred at the right flank. Some rushed in to get the body of the martyr. When I saw Abu al-Baraa and the others returning with a body, I knew Abu Baseer got what he wanted; to die as a Shaheed. Abu Baseer had been shot in the neck. We buried our friend the same day, a smile on his face.

A few hours after Abu Baseer died we took over the enemy base, after only two days of battle. We later destroyed the tank that caused Abu Baseer’s death. We captured 27 hidden bunkers stuffed with weapons and ammunition and two million liters of diesel. This was a marvelous victory, a glorious day to die as a Martyr. We later realized it was only because Allah wanted it we were victorious in this battle.

A month later I ran into Abu al-Baraa again; he told us he asked Abu Baseer moments before his death whether he was afraid. He answered: “Why should I be afraid when I will be in Paradise soon?”

We ask Allah to take care of Abu Baseer’s relatives and to accept him as true Martyr. We ask Allah to reunite us in Paradise, Oh Allah favor us with martyrdom, take our blood, our belongings and our endeavors untilled You are satisfied with us.

Your brother Abu Jandal

Pieter van Ostaeyen is a Belgian historian, Arabist and islamicist on current affairs in the Middle East. He is also active on Twitter: @p_vanostaeyen. This piece was originally posted on Jihadology.net and is also to be found on his own blog.

2 comments.

Goede media, slechte media: de naam van Allah in de wolken en in afval

Posted on October 30th, 2013 by martijn.
Categories: Activism, Public Islam, Ritual and Religious Experience.

Gastauteur: Peter Burger

In een tekenfilmpje over de hondjes Woezel en Pip ontwaarden moslims de afgelopen dagen de naam van Allah in een hoop afval. ‘Ik ben al 3 dagen achter elkaar beledigd. Mensen hebben echt geen respect.’ De producent betuigde spijt en veranderde snel de aanstootgevende beelden. Tegelijkertijd is een ander filmpje een hit onder moslims op Facebook: de naam van Allah verschijnt in wolken boven een Amsterdamse moskee – een wonder, gefilmd door AT5.

In het tekenfilmpje maken Woezel en Pip – twee hondjes die zijn bedacht door GTST-actrice Guusje Nederhorst – voor hun tante een taart zoals kinderen dat kunnen doen, van gras, botjes, zand en afval, waaronder een visgraat. In die visgraat herkenden een aantal moslims afgelopen week de naam van de allerhoogste. Men vermoedt een complot: ‘Hierbij doe ik een beroep op elke gelovige moslim om jullie kinderen niet meer te laten kijken naar tekenfilms die door de kuffaar [ongelovigen, PB] zijn geproduceerd’, aldus een op Facebook gedeelde oproep. ‘De kuffaar proberen op een hele sluwe wijzen tot het mentale gedeelte van uw kind door te dringen en schade aan te richten.’

Mijn zoontje is helemaal gek op ze, zegt een verontwaardigde moeder, ‘maar is nu ook voor het laatst dat hij ernaar kijkt. Weg ermee vieze smeerlappen.’

You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video

Heethoofden proberen een nieuwe cartooncrisis te ontketenen door Nederlandse protesten op te schalen naar internationaal niveau (‘Take a notice of this and see how the Kuffar offend our Creator in a cartoon’) en het adres van de producent te publiceren. Anderen zijn sceptisch: ‘oke er staat Allah en nu moet je goed nadenken als je zelf vis eet heb je ook een vissengraat waar Allah opstaat en dat je weg gooit dus niet overdrijven.’

De producent van Woezel en Pip reageert snel met een verontschuldigende boodschap op de website en per e-mail: de gelijkenis tussen de vissengraat en Arabische letters is toeval, ‘het is nooit onze bedoeling om iemand te kwetsen’, en past de beelden aan. Doe boodschap wordt door velen met vreugde begroet, maar niet iedereen is overtuigd: het is een poging tot mind control, de Illuminati zitten erachter, het kan gewon geen toeval zijn.

De naam van Allah in autobanden en ijsjes

Het is niet voor het eerst dat moslims claimen dat de naam van Allah en de profeet op geniepige wijze te schande worden gemaakt. In 1992 haalde een Japanse fabrikant autobanden terug omdat het profiel leek op Allah in Arabisch schrift, in 1994 protesteerden moslims tegen Arabische teksten op een jurk van Karl Lagerfeld, geshowd door Claudia Schiffer en in 2007 werd de naam van God ontdekt in ijsverpakkingen van Burger King. Al jaren gaat ook het verhaal dat het Coca-Cola-logo in spiegelbeeld de Arabische woorden ‘Nee tegen Mohammed, nee tegen Mekka’ laat zien.

Dat ook andere gelovigen zich door verborgen beeldtaal belaagd kunnen voelen, bleek kort geleden toen een reformatorische school in Kampen drieduizend agenda’s innam omdat er een plaatje in stond van het vredesteken, een vermeend duivels symbool.

Een wonder op AT5

Media kunnen een poort zijn waardoor het kwaad jou en je kinderen kan aanraken – zoals memorabel verbeeld in het Japanse spook met de lange haren dat in de horrorfilm The Ring uit de televisie kruipt. Maar media kunnen ook een plek zijn waarin het heilige zich openbaart.

Een ander filmpje over de naam van Allah verspreidt zich sinds deze week nog sneller over Facebook dan dat van Woezel en Pip. Op 27 oktober zette de Amsterdamse Taqwah-moskee een video van AT5 uit januari op de eigen Facebook-pagina, onder de kop ‘Allah’s WONDER of toeval???’ – drie vraagtekens, maar de CAPS LOCK hint naar het juiste antwoord. Boven de moskee spellen wolken de naam van Allah. Het filmpje ontving in drie dagen 3.000 likes, het werd 1200 keer gedeeld en kreeg 600 merendeels positieve commentaren.

De naam van Allah in wolken boven de Westpoort-moskee in aanbouw, AT5, januari 2013

Waar het hart vol van is

Wie erin gelooft, ziet de naam van God. Spelbrekers (‘Dat is rook uit de pijp van de vuilverbranding’) zijn in de minderheid op de Facebookpagina’s waar deze beelden worden gedeeld. Wetenschappers noemen het menselijke talent om dergelijke patronen te zien pareidolia. In de greep van emoties als verliefdheid en rouw kunnen we allemaal het gezicht van iemand die er niet is herkennen in een onbekende. Waar het hart vol van is, daar loopt het oog van over.

Na een jaar of vijftien als wetenschapsjournalist is Peter Burger momenteel docent en onderzoeker bij de studie Journalistiek en Nieuwe Media van de Universiteit Leiden. Hij doet onderzoek naar moderne sagen. In 2014 promoveert hij op een onderzoek naar verhalen over misdaad in kranten en op webfora onder de titel Monsterlijke verhalen. Dit stuk verscheen eerder op zijn blog De Gestolen Grootmoeder.

0 comments.

Dr. Nelly Lahoud: "Is Jihadism An Enduring Threat?"

Posted on October 29th, 2013 by martijn.
Categories: Activism, International Terrorism, Religious and Political Radicalization.

On January 22, 2013, Dr. Nelly Lahoud gave a lecture at the World Trade Center in Baltimore, MD (US) on the topic “Is Jihadism An Enduring Threat?” In this lecture she does not present a yes or no answer this question, but instead discusses two issues:
1) What do we really mean by Jihadism?
2) How has the jihadi threat been conceptualized, in particular by the counter-terrorism community she thinks is ‘obsessively Al Qaeda centered’.

She proposes a different approach to jihadism that is aware of the performative power of branding groups as Al Qaeda. As she states, not every store that sells fried chicken, is a Kentucky Fried Chicken. When we brand jihadists as Al Qaeda it becomes part of their mission to attack the US. Referring to the situation in Mali she explains that branding Jihadists who are not affiliated with Al Qaeda, as Al Qaeda is empowering them and providing with authority and a global platform they would not be able to craft on their own.

You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video
Nelly Lahoud is Associate Professor at the Department of Social Sciences at the U.S. Military Academy at West Point and Senior Associate at the Combating Terrorism Center (CTC) at West Point. She completed her Ph.D. in 2002 at the Research School of Social Sciences — Australian National University. In 2003, she was a postdoctoral scholar at St John’s College, University of Cambridge — UK. In 2005, she was a Rockefeller Fellow in Islamic studies at the Library of Congress and in 2008-09 she was a Research Fellow at the Belfer Center for Science and International Affairs, Harvard University. Prior to her current position, Lahoud was an Assistant Professor of political theory, including Islamic political thought, at Goucher College.

0 comments.

Dr. Nelly Lahoud: “Is Jihadism An Enduring Threat?”

Posted on October 29th, 2013 by martijn.
Categories: Activism, International Terrorism, Religious and Political Radicalization.

On January 22, 2013, Dr. Nelly Lahoud gave a lecture at the World Trade Center in Baltimore, MD (US) on the topic “Is Jihadism An Enduring Threat?” In this lecture she does not present a yes or no answer this question, but instead discusses two issues:
1) What do we really mean by Jihadism?
2) How has the jihadi threat been conceptualized, in particular by the counter-terrorism community she thinks is ‘obsessively Al Qaeda centered’.

She proposes a different approach to jihadism that is aware of the performative power of branding groups as Al Qaeda. As she states, not every store that sells fried chicken, is a Kentucky Fried Chicken. When we brand jihadists as Al Qaeda it becomes part of their mission to attack the US. Referring to the situation in Mali she explains that branding Jihadists who are not affiliated with Al Qaeda, as Al Qaeda is empowering them and providing with authority and a global platform they would not be able to craft on their own.

You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video
Nelly Lahoud is Associate Professor at the Department of Social Sciences at the U.S. Military Academy at West Point and Senior Associate at the Combating Terrorism Center (CTC) at West Point. She completed her Ph.D. in 2002 at the Research School of Social Sciences — Australian National University. In 2003, she was a postdoctoral scholar at St John’s College, University of Cambridge — UK. In 2005, she was a Rockefeller Fellow in Islamic studies at the Library of Congress and in 2008-09 she was a Research Fellow at the Belfer Center for Science and International Affairs, Harvard University. Prior to her current position, Lahoud was an Assistant Professor of political theory, including Islamic political thought, at Goucher College.

0 comments.

Saoedi-Arabië: De Lange Weg naar Autorijden

Posted on October 26th, 2013 by martijn.
Categories: Activism, Gender, Kinship & Marriage Issues, Society & Politics in the Middle East.

Gastauteur: Annemarie van Geel

1990. 2011. 2013. Het zijn de jaren waarin Saoedische vrouwen campagnes begonnen om het recht op autorijden te verwerven. Zaterdag 26 oktober 2013 is de dag van de derde poging. Driemaal is scheepsrecht?

Saoedi-Arabië is het laatste land ter wereld waar vrouwen niet mogen autorijden. Er is echter geen wet in het land die autorijden voor vrouwen verbiedt; er worden simpelweg geen Saoedische rijbewijzen afgegeven aan Saoedische vrouwen. Die overigens regelmatig in het buitenland een rijbewijs halen en dáár wel rijden. Ook op het platteland en in de woestijn, uit het zicht van de religieuze en reguliere politie, rijden Saoedische vrouwen wél auto. Een directrice van een school op het platteland haalt en brengt haar kinderen al 10 jaar zonder problemen met de auto van en naar school. In Dhahran, de thuisbasis van de Saoedische oliemaatschappij Aramco waar ook veel buitenlanders werken, rijden alle vrouwen auto – ook de Saoedische. En sommige expat-vrouwen gaan op ’n vrije middag de woestijn in, om even lekker te kunnen rijden.

Wat wél mag, is het besturen van een glider. Een aantal vrouwen hebben dan ook bij de Aviation Club in Jeddah al vlieglessen genomen en hun “vliegbewijs” gehaald. Zowel internationaal als in Saoedi-Arabië zelf heeft de aankondiging van de autorijd-campagne veel teweeg gebracht. De internationale media doken er bovenop, en Saoedische activistes hebben het op Twitter de afgelopen weken over vrijwel niets anders meer dan autorijden. Zie vooral #?????_26?????? op Twitter, waar in het Arabisch én Engels continue wordt gesproken over de nieuwe campagne. Ook op Instagram, populair in Saoedi-Arabie, vind je veel steunbetuigingen. De website die de activistes lanceerden had binnen een dag 6.000 steunbetuigingen verzameld maar werd, hoogstwaarschijnlijk door de autoriteiten, snel uit de lucht gehaald. Inmiddels is de site weer online en ook beschikbaar in het Engels.

De mannen en vrouwen van de “26 Oktober campagne” stellen op de website dat de campagne geen religieuze of politieke agenda heeft. Ze benadrukken dat de Saoedische Basic Law vrijheid van beweging garandeert voor alle Saoediërs – zowel mannen als vrouwen. In de online petitie, die inmiddels door meer dan 16.500 mensen is ondertekend, staat dat het niet meer volstaat dit recht af te wimpelen onder het motto “we wachten op maatschappelijke consensus”, maar dat er een duidelijke beslissing van de autoriteiten moet komen die vrouwen toestaat te rijden.

Ook adviseert de campagne vrouwen alleen te rijden als ze een rijbewijs hebben, een familielid of vriendin mee te nemen en dus niet alleen de weg op te gaan, niet te demonstreren, een foto of video te maken en deze zelf of via de campagne online te zetten, en als je niet kan autorijden een foto van jezelf te nemen achter het stuur als steunbetuiging:

Driving info

Op de Post-It enkele belangrijke telefoonnummers, en tot slot nog advies voor de mannen:

Mannelijke burgers: leer haar autorijden. Autobestuurders: dit is je kans om je van je galante kant te laten zien. En politieagenten: dank u voor uw medewerking.

Eierstokken – en testikels
Op YouTube worden al wekenlang elke dag filmpjes ge-upload van autorijdende vrouwen in verschillende Saoedische steden. Bijvoorbeeld deze vrouw die in Riyadh autorijdt en gefilmd wordt door haar moeder, die in het filmpje uitlegt dat haar dochter rijdt omdat haar man op zijn werk is en de kinderen moeten worden opgehaald van school. De virtuele auto-optocht werd onlangs kort maar ruw onderbroken door sjeik Saleh al-Lohaidan, die zei dat autorijden schadelijk is voor de eierstokken van een vrouw. Enkele mannen vroegen zich schertsend af of zij zich dan ook zorgen moesten gaan maken om hun testikels.

Onderstaand plaatje deed de ronde op de sociale media: eierstokken vóór (plaatje rechts) en ná (plaatje links) autorijden met daaronder de vraag: “Is dit wat je wil voor je vrouwen?”.
Ovaries pic

Vrouwen maakten het plaatje onmiddellijk belachelijk: “Oh, geweldig” schreef een vrouw, “dus mijn eierstokken worden groen als ik autorijd? Wat moet ik dan doen om gouden eierstokken te krijgen?” Een andere vrouw antwoordde “Ze worden goud na het baren van je vijftiende zoon. Echt, je zult verstelt staan”. Sarcasme als wapen tegen extremisme.

Religieuze geleerden en “het blokkeren van de middelen”
Lang niet alle religieuze geleerden zijn tegen autorijden door vrouwen. Maar zij, die er wel tégen zijn, halen vaak het religieuze principe van “het blokkeren van de middelen” aan. Daarmee bedoelen zij dat alle handelingen die in zichzelf niet moreel verwerpelijk zijn maar kunnen leiden tot moreel verval niet geoorloofd zijn vanuit religieus perspectief. Autorijden door vrouwen zien zij als een handeling die, bijvoorbeeld in geval van panne, kan leiden tot het in contact komen van een vrouw met een vreemde man – hetgeen volgens deze geleerden haram, verboden is.

Ook kan autorijden leiden tot het zelfstandig op pad gaan van de vrouw, bijvoorbeeld naar een afspraakje met een vreemde man – hetgeen volgens deze geleerden haram, verboden is. En omdat mannen niet gewend zijn aan het zien van autorijdende vrouwen het kan leiden tot het lastigvallen van vrouwen door mannen – hetgeen volgens deze geleerden haram, verboden is.

Tegenstanders van autorijden voor vrouwen zeggen verder dat de Saoedische maatschappij “niet klaar is voor autorijdende vrouwen”, dat “een vrouw niet verantwoordelijk gehouden zou moeten kunnen worden voor ongelukken”, en dat “een vrouw niet zomaar blootgesteld kan worden aan de rijstijl van Saoedische mannen”.

Afgelopen dinsdag en donderdag (22 & 24 oktober) probeerden enkele vrouwen – tevergeefs – een rijbewijs aan te vragen. Op dinsdag verzamelden zich, alsof getimed om samen te vallen met de aanvraag van de vrouwen, een groep van zo’n honderd conservatieve religieuze geleerden zich voor het koninklijk paleis in Riyadh om zich uit te spreken tegen “de samenzwering van autorijdende vrouwen” en om “verwestering, vooral van vrouwen” tegen te gaan. Eerder dit jaar, toen koning Abdallah vrouwen toeliet tot zijn adviesraad, en toen vrouwen toegestaan werd in lingeriewinkels te werken, protesteerden zij ook in Riyadh. Enkele uren na het protest gaf het Ministerie van Binnenlandse Zaken een verklaring uit, die aan de ene kant de protesterende religieuze geleerden tegemoet leek te komen en aan de andere kant juist de vrouwen. Een woordvoerder van het Ministerie gaf echter vlug aan dat autorijden door vrouwen verboden is.

Rijstijl, ongelukken, en luie mannen
Ook zijn niet alle vrouwen het eens met de nieuwe campagne. Asrar, een jonge vrouw van 19 die voor een charitatieve organisatie in Jeddah werkt, vertelde me:

“Het zou onze mannen alleen maar nog luier maken. Kijk maar naar Koeweit. Daar mogen vrouwen wel zelf autorijden, en die arme vrouwen moeten nu écht alles zelf doen.” Asrar vindt ook dat het niet veilig is voor vrouwen om auto te rijden: “In Riyadh rijden ze als gekken. Het is levensgevaarlijk op de weg. En tussen de steden…. moet ik dan van Riyadh naar Jeddah gaan rijden, duizend kilometer op lange, eenzame wegen door de woestijn, zonder faciliteiten? Veel te gevaarlijk.”

Ook haalt Asrar het eerdergenoemde argument dat mannen autorijdende vrouwen lastig zullen vallen aan:

“Wat als ik zou autorijden en een ongeluk zou krijgen? Alle politieagenten zijn mannen. Dan moet ik dus alles regelen, alleen, met een man die geen familie van me is. Ik moet er niet aan denken.”

Asrar’s vriendin Neda bekijkt dit probleem heel praktisch:

“Dan moeten ze maar vrouwelijke agentes gaan aannemen. Of mannen en vrouwen op verschillende tijdstippen laten autorijden. Of een aparte snelweg aanleggen voor vrouwen zodat iedereen langzaamaan kan wennen aan vrouwen op de weg. Opgelost!”

Neda vervolgt:

“Autorijden, het is belangrijk, maar niet het allerbelangrijkste voor de Saoedische vrouw. Een veel groter probleem is bijvoorbeeld het feit dat we voor zo’n beetje alles de toestemming van onze mannelijke voogd nodig hebben.”

Kamelen en auto’s
Een van de activistes die nu een drijvende kracht is achter de 26 oktober campagne vertelt me dat ze het wat betreft dat laatste eens is met Neda:

“Ja, de mannelijke voogd is het grootste obstakel voor de Saoedische vrouw. Maar we moeten ergens beginnen. Autorijden is de eerste stap, en de rest volgt dan wel. Als we niet kunnen autorijden, hoe kunnen we dan straks onze andere rechten uitoefenen?”

Met argumenten van religieuze geleerden dat autorijden tegen de Islam is maakt deze vrouw in één adem korte metten:

“Wat betreft die zogenaamde religieuze argumenten tégen autorijden: in de tijd van de profeet reden vrouwen op kamelen, dus waarom zouden wij nu geen auto mogen rijden? Auto’s bestonden niet eens de tijd van Mohammed, dus hoe kan de Islam nu tegen het autorijden door vrouwen zijn?”

Voorstanders van autorijden voor vrouwen, zoals deze activiste, vinden dat vrouwen zelf moeten kiezen of ze al dan niet achter het stuur kruipen. Dat vrouwen zelf van en naar hun werk, universiteit, of familie moeten kunnen rijden. Dat zij zelfstandig met de auto boodschappen moeten kunnen doen, en zelf haar kinderen naar school zou moeten kunnen brengen.

Het waren deze laatste twee dingen die Manal al-Shareef in het voorjaar van 2011 deed besluiten achter het stuur te kruipen, hetgeen haar wereldberoemd maakte. Als gescheiden vrouw, met ouders die in een stad ver weg van de hare wonen, heeft ze geen mannelijke familieleden die haar naar haar werk en andere plekken kunnen brengen, en haar zoontje naar school. Saoedi-Arabië kent geen openbaar vervoer en een privé-chauffeur – voor veel vrouwen de oplossing voor het autorijd-probleem en vaak ‘inwonend’ bij de familie voor wie hij rijdt– was voor Manal geen optie daar ze in de Saoedische maatschappij als jonge, ongetrouwde vrouw een man die geen familielid is geen onderdak kan bieden.

Hoewel Manal dus een rijbewijs heeft, is ze voor vervoer afhankelijk van taxi’s. Een prijzige en bovenal onpraktische aangelegenheid, zeker met een klein kind. Dus op 21 mei 2011 stapte Manal in de auto, startte de motor, en reed door haar stad. Ze werd gefilmd door Wajeha al-Huwaider, een prominente Saoedische vrouwenactiviste, en plaatste het filmpje op YouTube. Niet lang daarna werd Manal gearresteerd en belandde ze in de gevangenis. Pas toen haar vader bij de koning aanklopte, die haar vervolgens ‘gratie’ gaf, kon ze weer naar huis. Ze brengt nu een groot deel van haar tijd in het buitenland door. Eerder dit jaar deed Manal op TedGlobal haar verhaal (met Nederlandse ondertiteling).

Mannen
Hoewel veel mannen tégen autorijdende vrouwen zijn, of er niet echt een mening over hebben, zijn er ook mannen die het beu zijn dat vrouwen niet kunnen autorijden. Abdallah, een student van 22, vertelt me: “We kunnen vrouwen niet voor altijd als minderjarigen blijven behandelen. Plus, het is ook gewoon heel praktisch. Ik heb helemaal geen zin om mijn zussen en moeder maar rond te blijven rijden. Ik heb wel wat beters te doen met mijn tijd. En wie betaalt de chauffeur? Juist, de man in het gezin. Het is hartstikke duur. Dat geld kunnen we wel beter besteden.” Het zijn veelgehoorde argumenten, vooral van mannen.

En het zijn ook niet alleen vrouwen die foto’s en filmpjes van zichzelf achter het stuur delen op de sociale media. Ook enkele mannen twitteren foto’s van hun autorijdende vrouw, zoals Abdullah al-Alami. Al-Alami is een Saoedische schrijver die enkele jaren geleden het boek “Wanneer zal de Saoedische vrouw autorijden?”schreef. In 2012 nog diende hij een voorstel in bij de adviesraad van de koning, maar hij mocht zijn voorstel niet komen toelichten. Veel van de filmpjes die mannen uploaden laten zien hoe zij hun vrouw of zus leren autorijden.

Logo 26OctDriving
Ook gaan er opnames rond van mannen die hun steun uitspreken voor de vrouwen. En zowel het logo als de slogan van de campagne (zie hiernaast) zijn ontworpen door een man. En enkele mannelijke advocaten hebben reeds toegezegd bereid te zijn vrouwen bij te staan die door autorijden in de problemen komen met de autoriteiten.

Hoeren en taarten

Wanneer de Saoedische vrouw zal autorijden is een vraag die de 47 vrouwen die tijdens het allereerste protest van november 1990 in optocht door Riyadh reden zich met regelmaat stellen. Het was toen de tijd van de Golfoorlog, tijdens welke westerse (Amerikaanse) troepen gestationeerd waren in Saoedi-Arabië. De actie van de vrouwen werd, onder andere wegens die politieke situatie, slecht ontvangen in het land. De vrouwen werden beschuldigd van het proberen te verwesteren van het land, een buitenlandse agenda na te streven, en de eenheid van het land te willen breken. Zij die voor de overheid werkten werden op staande voet ontslagen, en de vrouwen én hun mannen mochten een tijd lang het land niet verlaten. Ook werden de vrouwen publiekelijk voor hoer uitgemaakt.

De vrouwen van toen komen nog steeds elke jaar in november bijeen om een taart te eten met een auto erop, om hun historische actie van november 1990 te herinneren. Ze hopen dat de groepsfoto die ze maakten in 1990 vlak na hun protest ooit in een museum komt te hangen.

Vrouwen als bliksemafleider voor politieke hervormingen
De afgelopen weken kregen de actievoerende vrouwen meer ruimte van de Saoedische autoriteiten voor hun acties dan tijdens de eerdere campagnes van 1990 en 2011. Eén van de drijvende krachten achter de campagne werd op 16 oktober van de weg geplukt en meegenomen naar een politiebureau, waar zij én haar mannelijke voogd een verklaring moesten ondertekenen dat ze het niet weer zou doen.

Toch gaan er nog steeds vrouwen de weg op, en vrijwel allemaal zonder tegengehouden te worden door de autoriteiten. Zoals deze vrouw, die tweemaal politie passeert die niet ingrijpt. Maar de ruimte die deze vrouwen krijgen gaat niet enkel om het autorijden zelf: vrouwen functioneren als nationale bliksemafleider in het land, zowel vanwege binnenlandse- als buitenlandse politiek.

Ja, vrouwen mogen stemmen en zich verkiesbaar stellen in de gemeenteraadsverkiezingen van 2015. En ja, in januari benoemde koning Abdullah, die overigens door de meeste vrouwen wordt gezien als zijnde “met de Saoedische vrouw”, 30 vrouwen tot lid van zijn adviesraad. Ja, vrouwen mogen sinds kort fietsen (zie ook mijn column “Een Filmpje Pakken in Saoedi-Arabië” over de Oscargenomineerde film die hierover ging). En ja, in sommige beroepen mogen vrouwen nu werken zonder toestemming van hun mannelijke voogd. Het zijn ontwikkelingen die, net als de autorijdcampagne, allemaal krantenkoppen zijn in de internationale media. Maar wat er intussen óók in het land gebeurt is een crackdown op activisten die meer structurele hervormingen voorstaan op bijvoorbeeld politiek of justitieel gebied.

Zo werden begin dit jaar de mensenrechtenactivisten Mohammed al-Qahtani en Abdulla al-Hamid tot respectievelijk 10 en 11 jaar gevangenisstraf veroordeeld voor “het verbreken van de alliantie met de koning” en “het opzetten van een ongeoorloofde organisatie” (de Saudi Civil and Political Rights Association). De activist Raif Badawi werd drie maanden geleden veroordeeld voor het oprichten van het internetforum “Free Saudi Liberal” waarmee hij volgens de rechter “islamitische waarden schaadt en het liberale gedachtegoed propageert”. De rechtbank heeft de website doen sluiten en veroordeelde Raif tot 7 jaar gevangenisstraf en 600 zweepslagen. En dan heeft hij in zeker opzicht nog “geluk”: in 2012 werd hij beschuldigd van afvalligheid, waar in Saoedi-Arabië de doodstraf op staat.

En slechts enkele weken geleden werd mensenrechtenactivist Waleed Abualkhair, oprichter van de Monitor of Human Rights in Saudi Arabia opgepakt voor het organiseren van discussiebijeenkomsten (diwaniya’s) in zijn huis in Jeddah. Abualkhair is de advocaat van eerdergenoemde Qahtani en Hamid, en advocaat en schoonbroer van Raif Badawi. Abualkhair werd snel weer vrijgelaten, maar hij en zijn vrouw vrezen dat dit van korte duur zal zijn.

Ook vrouwenactivisten zijn doelwit: de bekende activistes Wajeha al-Huwaider (die in mei 2011 de autorijdende Manal al-Shareef filmde) en Fawzia al-Oyouni, die zich inzetten voor een vrouw die zei dat zij en haar kinderen door haar man zonder eten en drinken in huis werden opgesloten, werden recentelijk veroordeeld voor “het opzetten van een vrouw tegen haar echtgenoot”. De twee vrouwen denken dat deze veroordeling meer gaat over hun eerdere activiteiten als activisten dan om dit specifieke geval.

Tientallen activisten mogen het land niet meer uitreizen. Hun aantal neemt nog steeds toe. Vele anderen worden beschuldigd van zaken als “het opzetten van ongeoorloofde organisaties” en “het geven van een verwrongen beeld van Saoedi-Arabië”. Weer anderen worden de stilte in geïntimideerd. Juist dit zijn zaken die internationaal veelal onderbelicht blijven en níet de internationale voorpagina’s behalen, maar veelzeggend zijn over de houding van het regime ten opzichte van hervormingen. “Saoedische vrouwen” zijn een onderwerp waar zowel de internationale media als het Saoedische publiek zich druk mee bezighoudt. En onderwijl gaat het inperken van de weinige ruimte die (mensenrechten)activisten hadden gestaag door. Vrouwen als bliksemafleider dus, zowel vanwege binnenlandse- als buitenlandse politiek.

Zaterdag 26 oktober
Aanstaande zaterdag zullen vrouwen, net als de afgelopen weken, met hun rijbewijs op zak en het logo van de campagne op hun autoruit, de weg op gaan. De instructies zijn duidelijk: neem een familielid mee, ga niet met meer dan twee auto’s tegelijk de straat op, maak er geen demonstratie van, en doe geen gekke dingen. Ga gewoon, zelf, je dagelijkse activiteiten ondernemen. Manal al-Shareef heeft in een interview al aangegeven dat “26 oktober” een maandelijkse event zou moeten worden, totdat de eerste Saoedische vrouw haar rijbewijs krijgt.

Zal het lukken? Er zijn negatieve en positieve indicatoren. Een enkele vrouw is meegenomen naar een politiebureau – maar snel weer vrijgelaten. Mid-september werd de campagnewebsite snel na het openen uit de lucht gehaald – maar een nieuwe site was snel online en is nog steeds beschikbaar. Het hoofd van de religieuze politie zei vorige maand: “Er staat niets in de shari’a dat vrouwen verbiedt auto te rijden”. Enkele vrouwelijke leden van de adviesraad van de koning hebben inmiddels voorgesteld dat vrouwen mogen autorijden .

Dit alles lijkt te wijzen op een milder wordende houding van de autoriteiten ten opzichte van dit onderwerp. Aan de andere kant zou de toegenomen spanning van de afgelopen dagen kunnen leiden tot een steviger optreden van de autoriteiten.

Intussen gaat het uploaden van de filmpjes van en door autorijdende vrouwen door. Wat de filmpjes gemeen hebben is hun kader: namelijk de nadruk op de noodzaak voor vrouwen om auto te rijden. De boodschap is duidelijk: het gaat niet om plezier en frivoliteiten, maar om kinderen naar school brengen, een ziek familielid in het ziekenhuis opzoeken, en van en naar het werk te komen. Ook de continuïteit is opvallend: de actie is geen éénmalig evenement, zoals een provocerende optocht van autorijdende vrouwen in een land waar demonstraties verboden zijn, maar een campagne van vrouwelijke ongehoorzaamheid die geleidelijk aan steeds meer tractie krijgt. Noodzaak en geleidelijkheid als een slimme tactiek om de lange weg naar autorijden mee op te rijden.

Wil je de campagne van dichtbij volgen de komende dagen? Hieronder enkele links:

Zelf wat doen? Uit al toeterend je steun via de “Honk for Saudi Women Campaign” op Twitter of Facebook.

Annemarie van Geel (1981) ontving haar Masterdiploma in Internationale Betrekkingen met het Midden-Oosten als specialisatie van de Universiteit van Cambridge in 2003. Ze heeft gewoond in Egypte, de Westelijke Jordaanoever, Syrië en Jemen en reisde uitgebreid door de regio. Ze heeft gewerkt bij Instituut Clingendael, het voormalig ISIM (International Institute for the Study of Islam in the Modern World) en de Midden-Oosten afdeling van Amnesty International Nederland. Sinds 2011 begon is ze als promovendus verbonden aan de afdeling Islam en Arabisch van de Radboud Universiteit te Nijmegen waar ze onderzoek doet naar gender segregatie in Saoedi-Arabië en Koeweit. Annemarie van Geel heeft haar eigen website Faraasha.nl, waar dit stuk eerder is verschenen.

0 comments.

Pietitie, Blackface Pete and Nativism: Commodifying Popular Dissent Through Facebook

Posted on October 25th, 2013 by martijn.
Categories: Activism, Multiculti Issues.

As is the case in the last five or what years, the Netherlands is having a debate on Black Pete again. According to Dutch folklore, Sinterklaas arrives in the Netherlands via steamship every November, rides into town on his horse, and is assisted by his helper Zwarte Piet (Black Pete), to hand out gifts to children. It is one of the most important festivities in the Netherlands, highly commercialized, with an emphasis on making the children happy.

A Dutch tradition

Black Pete, Zwarte Piet: The Documentary is a film about the blackface tradition of Zwarte Piet, a Dutch folklore character associated with the celebration of Sinterklaas.

This year the debate appears to have gained significance and the reactions among some white native Dutch people border on racism (or cross that border by a few lightyears). They want to defend their culture, which they call Dutch culture, against the critique on the racist aspects of the feast and attempts to do away with Black Pete. This shows that in times of conflict racist statements are made easily even though there is a taboo on it as well. More important probably then racist slur, is a racial discourse that attempts to safeguard the privilege of native Dutch whites as the norm, as the ones who constitute the Dutch moral community and Dutch culture, based on the idea of ‘we were here first, so do not mess with our traditions.’ Overt racist remarks (although clearly present in the debate and often legitimized by saying well this is the Internet, emotions are running high, I’m not a racist, but.., and so on) maybe taboo in general, the racial ideology present here is used to safeguard the positions of whites (which of course doesn’t mean that it divides society and black and white over this issue since people from both groups support the various standpoints).

Supporting the petition

An interesting thing in the current discussion is the so-called Pietitie. This is a Facebook page with an online petition calling to preserve the tradition of Black Pete. On their FB page they claim it is a page for people who want to stand up against banning the Sinterklaasfeest even though hardly anyone talks about that it; the critique is about the Zwarte Piet phenomenon. On the site for the petition the makers claim:

‘What a nonsense! Banning Black Pete? Never! Black Pete is Black Pete and should remain so. […] We, all Dutch people who are in favour of the tradition of Sinterklaas (including Zwarte Piet) note that this is a tradition that takes place in the Netherlands for years. Currently Zwarte Piet is never compared with slavery and it is nothing to do with discrimination! […] Black Pete should remain black/brown!”

Now clearly there are people who do connect Zwarte Piet with slavery and discrimination, if not they would not need this initiative. One is left wondering who constitutes the categories of ‘we’, and ‘Dutch people’ the petition is constructing here. Presented in the media as a spontaneous popular initiative on the internet the page got about 2 million likes in a few days; a record in Dutch Facebook history. However on Red Light Politics Flavia Dzodan shows something else is happening here:

Zwarte Piet, racism and gaslighting as a culture wide phenomenon in The Netherlands – Red Light Politics

I pointed out that contrary to media claims, the petition to leave Zwarte Piet unchanged was not a grassroots effort. The campaign was initiated by a marketing agency seeking to make a “test case” for their customers on the effective use of social media to gather public support. They are now advertising the campaign on their website as a “success” that proves their expertise on artificially influencing public opinion. Screen capture of this agency’s marketing (link here, but I am screencapping in case they change or remove it): in Dutch, a “portfolio” of this marketing agency’s customers where, at the bottom, there is a message in Dutch stating “The proof that social media works: from 0 to 720,000 “likes” in 20 hours”, followed by a link to the racist petition. (The number of “likes” at the time of this writing is at 2.1 million).

(screenshot via Red Light Politics)

The line at the bottom reads ‘Proof social media works. In 20 hours from 0 to 720.000 likes!’ This was also tweeted by the CEO of Xtra Digital Agency Chris Meeusen where Kevin van Boeckholtz and Bas Vreugde (who set up the FB page) work.

Commodifying Dissent

In a few interviews the initiators claim to be surprised by the overwhelming reactions which is plausible because in their wildest dreams they would not have guessed this becoming the most popular Dutch Facebook campaign so far. They work for Xtra Digital Agency; a firm that works on e-commerce, social marketing and online campaigns. Their apparent success is used again in their own marketing wherein they try to show how effective marketing on social media can be. Of course with them as the experts and kings of facebook marketing; Pietitie proofs just that under the guise of ‘saving Black Pete‘.

UPDATE
Below, in the comment section Bas Paternotte added a few interesting details (read the whole comment, including his questions). ThePostOnline (where BP publishes) calculated the media value of the FB page: 900.000euro. The value of the profiles of the people who like approach 25 million Euro. These sums of money cannot be cashed in immediately, but if they support a product on their page, this will be of value.

What is happening here is called commodifying dissent. Nothing new here of course except that commodification I think usually pertains to a process in which marketers commercially re-appropriate attitudes and practices that oppose status quo (such as aspects of popular culture). Here however a symbol, a practice, that is very much connected to the status quo of race relations, minority vs majority politics and racism in the Netherlands is used to sell a particular service: using social media for commercial ad campaigns. As said, Sinterklaas is a highly commercialized feast and it is not so surprising marketers step into the debate. Of course not as such but through a form of guerilla marketing commercial intentions are disguised by a mode of activism.

An important critique on commodifying dissent is that this type of dissent never opposes the status quo but reinforces it since the dissent becomes part of mainstream conformity and consumerism through its commodification. In this case it leads to exposure for a commercial agency that is, among other things, specialized in online campaigning. Furthermore as commidified dissent usually does, it strengthens that status quo. The strong conclusion by Flavia Dzodan is not surprising:

To sum it up, a business is making money out of enforcing anti Black racism and exploiting the legacy of slavery. And yet, two million people will willfully adhere to this campaign claiming it “represents them”, obviously ignoring that each time they support it, they are merely a number for a corporate enterprise to make $ out of the whole ordeal. Then, a rather significant number of those two million people will viciously attack anyone who opposes them either using the gaslighting described above or, when that doesn’t render the desired results (i.e. silencing opposition), sending open threats of violence (beatings, rape, “I will find you and teach you a lesson” etc etc).

The myth of tolerance in The Netherlands is nothing more than an empty word to hide abuse and terror for anyone who dares resist. The “tolerant” ones, either making money out of enforcing racism or hiding behind gaslighting and rhetoric violence, willing to say anything to maintain the status quo. This is what a culture of abuse looks like.

A challenge nevertheless?

One might wonder if the success of the Pietitie is not only an affirmation of the status quo but, despite my considerations made above, also of a growing challenge to that status quo. The debate about Black Pete is going on for years now, at least is far back as the beginning of the 1990s. The anti Black Pete activists and intellectuals have gained momentum for their cause, have been able to reach mainstream media albeit with considerable racist backlash and ridicule. But these strong counter-reactions are a sign of movement and success as well; in the past one could easily ridicule them and go on. And now, to the agony of many, the debate goes on and on. It does not go away and will not go away because there is a new generation of Dutch intellectuals who will not accept people telling them to just go away, go back where they came from and who claim to be part of the Netherlands and to have a say in how the Dutch moral community as much as the any other (white) intellectual.

13 comments.

PhD candidate for the NWO funded research project 'Forces that bind or divide?'

Posted on October 19th, 2013 by martijn.
Categories: Activism, anthropology, Headline, My Research, Research International.

PhD candidate for the NWO funded research project ‘Forces that bind or divide?’

Faculty of Social and Behavioural Sciences – Department of Sociology and Anthropology

Publication date
18 October 2013
Level of education
University
Salary indication
€2,083 to €2,664 gross per month
Closing date
15 November 2013
Hours
38 hours per week
Vacancy number
13-340

The Department of Sociology and Anthropology is one of the departments in the Faculty of Social and Behavioural Sciences (FMG). Research and education are carried out by special institutes. The College of Social Sciences (CSS) and the Graduate School for the Social Sciences (GSSS) are responsible for the undergraduate and graduate teaching programmes in the social sciences. Research takes place under the aegis of the Amsterdam Institute for Social Science Research (AISSR), a multidisciplinary research institute, the biggest one of its kind in the Netherlands and possibly in Europe. The broad scope and pluralism of our education and research programmes are inspired by and reflect a strong degree of internationalisation.

The Amsterdam Institute for Social Science Research and the Department of Sociology and Anthropology at the University of Amsterdam are looking for a PhD candidate who will participate in the research project ‘Forces that bind or divide? Muslim interventions in the public realm 1989 – 2016’, directed by Annelies Moors.

Project description

Conflicts related to the public presence and representation of Islam have had an enormous impact on European societies over the past decades and have triggered debates about the binding or dividing function of religion in secular societies. Whereas most research considers Muslims as the object of integration policies, this proposal focuses on Muslims as active participants and investigates how their interventions produce ties that bind or divide both between Muslims and non-Muslims and amongst Muslims. Have such interventions contributed to development of a Muslim public sphere? To what extent and along which lines is this public sphere fractured? How does such a Muslim public intersect with other religious and non-religious publics? What transformations have taken place in the binding or dividing force of Islam in the Netherlands?

Although men have a far stronger presence in this field than women, the position of Muslim women is one of the main topics of debate. The PhD researcher will focus on the gendered ways of participation in the debates, the gendered construction of particular topics in the debates and in particular the theme of ‘Living Islam’ with its debates and contestations about marriages and dress. Fieldwork will be conducted mainly in the Netherlands but possibly also in Western Europe.

The PhD candidate will be based at the AISSR, which offers a stimulating intellectual environment across several social science disciplines. The PhD student will participate in courses and meet with supervisors and other faculty members to develop a detailed research proposal. The PhD student will contribute to the scholarly activities related to the project, conduct and report ethnographic field research and complete the PhD-thesis.

Tasks

  • Conduct ethnographic field research;
  • 10% teaching;
  • collaborate with supervisors and peers on research and publications;
  • write a PhD thesis and articles to be submitted to refereed journals;
  • maintaining contact with societal partner organization (ImagineIC) and our societal network;
  • participate in the AISSR PhD program;
  • participate in conferences, workshops, seminars and other scholarly activities.

Requirements

Candidates will have the following credentials:

  • a completed MA degree in socio-cultural anthropology or closely related discipline;
  • knowledge of the theoretical debates in the fields of Islam in Europe, gender, (social) media and/or activism;
  • knowledge of recent developments among Muslims in Europe; in particular the Netherlands;
  • demonstrated ability to write academic texts;
  • demonstrated ability to conduct ethnographic research;
  • strong social skills and willingness and ability to work collegially with other members of the research team and participate actively in the activities;
  • excellent written and spoken Dutch and English. Knowledge of other languages is an advantage.

Further information

For any additional information, contact senior researcher:

Appointment

The full-time appointment will be for a period of four years (12 months plus a further 36 months contingent on a satisfactory performance during the first
year), starting 1 January 2014.

The gross monthly salary will be €2,083 in the first year and €2,664 in the fourth year, in accordance with the Dutch salary scales for PhD candidates.
Secondary benefits at Dutch universities are attractive and include 8% holiday pay and an 8.3% end of year bonus.

Job application

Applications must include, in a single PDF file:

  • a curriculum vitae;
  • a motivation letter (maximum 400 words);
  • a pre-liminary note on preferred research themes and sites (maximum 400 words);
  • names and contact details of three references;
  • as separate files: two writing samples (thesis and/or essay or and/or article) which provide evidence of writing, analytical and theoretical skills.

All correspondence will be in English. Applications must be sent as e-mail attachments to
application-soca-fmg@uva.nl before 15 November 2013. E-mail message subject lines and attachment names must consist of the text ‘Muslim Interventions PhD applicant’s-last-name’.

0 comments.

PhD candidate for the NWO funded research project ‘Forces that bind or divide?’

Posted on October 19th, 2013 by martijn.
Categories: Activism, anthropology, Headline, My Research, Research International.

PhD candidate for the NWO funded research project ‘Forces that bind or divide?’

Faculty of Social and Behavioural Sciences – Department of Sociology and Anthropology

Publication date
18 October 2013
Level of education
University
Salary indication
€2,083 to €2,664 gross per month
Closing date
15 November 2013
Hours
38 hours per week
Vacancy number
13-340

The Department of Sociology and Anthropology is one of the departments in the Faculty of Social and Behavioural Sciences (FMG). Research and education are carried out by special institutes. The College of Social Sciences (CSS) and the Graduate School for the Social Sciences (GSSS) are responsible for the undergraduate and graduate teaching programmes in the social sciences. Research takes place under the aegis of the Amsterdam Institute for Social Science Research (AISSR), a multidisciplinary research institute, the biggest one of its kind in the Netherlands and possibly in Europe. The broad scope and pluralism of our education and research programmes are inspired by and reflect a strong degree of internationalisation.

The Amsterdam Institute for Social Science Research and the Department of Sociology and Anthropology at the University of Amsterdam are looking for a PhD candidate who will participate in the research project ‘Forces that bind or divide? Muslim interventions in the public realm 1989 – 2016’, directed by Annelies Moors.

Project description

Conflicts related to the public presence and representation of Islam have had an enormous impact on European societies over the past decades and have triggered debates about the binding or dividing function of religion in secular societies. Whereas most research considers Muslims as the object of integration policies, this proposal focuses on Muslims as active participants and investigates how their interventions produce ties that bind or divide both between Muslims and non-Muslims and amongst Muslims. Have such interventions contributed to development of a Muslim public sphere? To what extent and along which lines is this public sphere fractured? How does such a Muslim public intersect with other religious and non-religious publics? What transformations have taken place in the binding or dividing force of Islam in the Netherlands?

Although men have a far stronger presence in this field than women, the position of Muslim women is one of the main topics of debate. The PhD researcher will focus on the gendered ways of participation in the debates, the gendered construction of particular topics in the debates and in particular the theme of ‘Living Islam’ with its debates and contestations about marriages and dress. Fieldwork will be conducted mainly in the Netherlands but possibly also in Western Europe.

The PhD candidate will be based at the AISSR, which offers a stimulating intellectual environment across several social science disciplines. The PhD student will participate in courses and meet with supervisors and other faculty members to develop a detailed research proposal. The PhD student will contribute to the scholarly activities related to the project, conduct and report ethnographic field research and complete the PhD-thesis.

Tasks

  • Conduct ethnographic field research;
  • 10% teaching;
  • collaborate with supervisors and peers on research and publications;
  • write a PhD thesis and articles to be submitted to refereed journals;
  • maintaining contact with societal partner organization (ImagineIC) and our societal network;
  • participate in the AISSR PhD program;
  • participate in conferences, workshops, seminars and other scholarly activities.

Requirements

Candidates will have the following credentials:

  • a completed MA degree in socio-cultural anthropology or closely related discipline;
  • knowledge of the theoretical debates in the fields of Islam in Europe, gender, (social) media and/or activism;
  • knowledge of recent developments among Muslims in Europe; in particular the Netherlands;
  • demonstrated ability to write academic texts;
  • demonstrated ability to conduct ethnographic research;
  • strong social skills and willingness and ability to work collegially with other members of the research team and participate actively in the activities;
  • excellent written and spoken Dutch and English. Knowledge of other languages is an advantage.

Further information

For any additional information, contact senior researcher:

Appointment

The full-time appointment will be for a period of four years (12 months plus a further 36 months contingent on a satisfactory performance during the first
year), starting 1 January 2014.

The gross monthly salary will be €2,083 in the first year and €2,664 in the fourth year, in accordance with the Dutch salary scales for PhD candidates.
Secondary benefits at Dutch universities are attractive and include 8% holiday pay and an 8.3% end of year bonus.

Job application

Applications must include, in a single PDF file:

  • a curriculum vitae;
  • a motivation letter (maximum 400 words);
  • a pre-liminary note on preferred research themes and sites (maximum 400 words);
  • names and contact details of three references;
  • as separate files: two writing samples (thesis and/or essay or and/or article) which provide evidence of writing, analytical and theoretical skills.

All correspondence will be in English. Applications must be sent as e-mail attachments to
application-soca-fmg@uva.nl before 15 November 2013. E-mail message subject lines and attachment names must consist of the text ‘Muslim Interventions PhD applicant’s-last-name’.

0 comments.

Impressie van een islam van Nederland in debat

Posted on October 16th, 2013 by martijn.
Categories: Activism, Islam in the Netherlands, islamophobia, Multiculti Issues, Notes from the Field, Public Islam.

Het voorafje

Het debat in De Balie was natuurlijk al begonnen voordat het begonnen was. De commotie over de gescheiden plekken voor vrouwen die, op verzoek van die vrouwen, geregeld waren door De Balie was groot. De Balie heeft hier onhandig gecommuniceerd. Aan de andere kant, men had kunnen communiceren tot men een ons woog; voor sommige criticasters was dit een vorm van islamisering of zelfs shariaisering. En dat nog wel in De Balie, de tempel van de vrijheid van meningsuiting. Ook onder moslims leidde het tot beroering: moesten déze moslims met déze arabist in debat? Drie extremen dat kan tot niets leiden, was de mening onder velen, temeer omdat, zo vond men, ze het alledrie eens zijn over het gegeven dat islam en Nederland niet zomaar compatible zijn. Jongerencentrum Argan zette een tegendebat op. Zie HIER voor het verslag van Jan Jaap de Ruiter.

Uiteindelijk bleven de speciaal voor deze vrouwen gereserveerde stoelen onbezet. Wellicht had men gezien de commotie eieren voor hun geld gekozen of vond men de afscheiding met mannen toch niet voldoende.

Ik was voor de verandering eens ruim op tijd (ja, ik doe echt mijn best mijn leven op dit punt te verbeteren) en genoot van een kopje koffie in De Balie. Na even een praatje gemaakt te hebben met Hans Jansen, O. en met Ibrahim Wijbenga ging ik bij de ingang nog even wat bekenden groeten. Daar werd ik vervolgens bij gestoord door Tom Staal van Powned; zoals de redactie daar al lang weet (want dat heb ik keurig uitgelegd aan een mevrouw van de redactie al een jaar of zo terug) praat ik niet met Powned. Niettemin drong Tom Staal zich toch op en vroeg of ik wat wilde zeggen. Mijn antwoord was dus ‘nee’ en daar nam hij geen genoegen mee. Ik móest uitleg geven. Mijn uitleg is ‘daarom’ want ik blijf mezelf natuurlijk niet herhalen. Daaropvolgend wist hij ongeveer tien keer te melden dat dat slap was van mij. Gelukkig reageerde hij dus heel gevat.

Bij het begin van het debat was er een klein opstootje omdat enkele moslims aan het bidden waren. Volgens directeur Yoeri Albrecht was dat hinderlijk zo in de gang en is De Balie ook geen gebedshuis. Dat laatste maakt voor het islamitisch gebed niet veel uit, maar ok. Ik heb het niet gezien, maar hij maakte er een einde aan. Bidden voor de ingang van de zaal of in de gang lijkt me ook niet verstandig in ieder geval, los van of het nu wel of geen provocatie is. Volgens mij was er ook een moskee in de buurt. Ik heb er verder weinig over gehoord, dus ik heb niet het idee dat men daar verder heel boos over was. Zie het verslag van AT5. Ik vraag me overigens af of het gebed echt verstoord werd; wat ik begreep waren ze klaar met het gebed maar ik kan me vergissen.

Moeilijke debatten

De speciale stoelen voor de dames blijven leeg. Foto via @ananninga

 

Albrecht opende het debat en stelde dat moeilijke debatten in De Balie thuishoren. Hij gaf daarna het woord aan Van Praag; de uitgever van de boeken van Hans Jansen. De opzet van het debat was vrij helder; Van Praag stelde vragen / legde stellingen voor aan Okay Pala en Abdul-Jabbar van de Ven op basis van wat Hans Jansen over islam geschreven heeft en Hans Jansen mocht toelichting geven en reageren op beiden (en zij weer op hem natuurlijk). Daarmee stonden Pala en Van de Ven eigenlijk al 1-0 achter omdat het debat zo het karakter kreeg van mensen te verantwoording roepen. De heren probeerden zich daar wel uit te worstelen door af en toe de aanval te kiezen. Zo stelde Abdul-Jabbar van de Ven dat hij toen hij in Nederland landde al hoorde over het gedoe van die plaatsen voor vrouwen en hij dacht: “Op het moment dat ik voet zette in Nederland, hoorde ik van de stennis rond dit debat en ik dacht: typisch Nederland, dat kleinzerige gedoe.”

Abdul-Jabbar van de Ven kreeg als eerste de vraag die vrij aardig aangaf in welke toon we de rest van dit debat moesten zoeken, namelijk of God eigenlijk niet vrouwelijk is. Van de Ven gaf aan dat dit een onzinvraag was aangezien God niet menselijk is, geen menselijke eigenschappen heeft en dus ook niet op die manier vergeleken kan worden.

De discussie ging vrij snel over islam en democratie en over sharia en democratie en de ambities die de islam daarbij zou hebben (van dergelijke soortgelijke phrases moeten we echt eens af; het is niet de islam die iets doet. het zijn moslims die iets doen, of niet doen.). Volgens Pala is zijn organisatie Hizb ut Tahrir (HuT) niet bezig met het invoeren van sharia in Nederland en Van de Ven wees erop dat het invoeren van de sharia complex is en dat mensen beter eerst bij zichzelf kunnen beginnen alvorens een shariastaat te claimen. Hans Jansen stelde dat sharia in feite een license to kill is voor moslims ten opzichte van niet-moslims en dat de rechten die ongelovigen hebben onder sharia geen rechten zijn, maar gunsten. Volgens hem zijn ongelovigen dus niet beschermd zoals de situatie in Egypte laat zien. Van de Ven komt daarop met islamitische bronnen die het ongelijk van Jansen moeten aantonen en in ieder geval laten zien dat het inderdaad complexer is dan hij stelt. Onder moslims kan dit op bijval rekenen van velen (maar niet allemaal), maar voor de rest van het publiek is dit niet erg overtuigend.

Als het gaat om democratie is de situatie volgens Pala vrij helder: islam en democratie horen niet samen. Hij stemt dan ook niet. Opvallend genoeg is de Hizb ut Tahrir een politieke partij, maar volgens Pala niet één zoals we dat kennen van het Westerse democratische systeem. Volgens hem hebben moslims de politiek ook niet nodig. De voorzieningen die moslims nodig hebben zijn er in Nederland en die zijn er gekomen ondanks de politici. De nuances die Van de Ven en Pala aanbrengen zijn nauwelijks besteed aan het publiek; althans niet aan een deel van het niet-moslim publiek dat tegen islam als geheel is. Sterker nog men vond dat Pala en Van de Ven daarmee om de hete brij heen draaiden, niet eerlijk waren en niet lieten zien zoals het echt was. Dat was ook voortdurend het punt van Hans Jansen. Hoewel hij zijn geloofwaardigheid in de wetenschap al lang is kwijt geraakt door de eenzijdige en soms zelfs verdraaide weergave van de realiteit in zijn boekjes, staat hij bij een islamofoob publiek nog steeds in aanzien. Tegenwoordig is hij columnist bij Geenstijl; inderdaad dezelfde site waarvan Annabel Nanninga (nadat Telegraaf erover publiceerde) een boosmakertje bakte over de gescheiden plekken voor vrouwen in De Balie.

Identiteit & Ideologie
Op een gegeven moment stelt Van Praag de vraag aan Pala en Van de Ven of zij zich Hollands voelen; de vraag is nadrukkelijk niet voor Jansen. Dat kan alleen verklaard worden door het gegeven dat Jansen geen moslim is hetgeen aardig de insteek van deze voorzitter liet zien. Als hij neutraal was geweest en niet de boekverkoper van Hans Jansen had hij ook hem die vraag gesteld. Van de Ven maakt duidelijk dat hij zich ziet als Hollands, maar ook als wereldburger en dat hij zich mede door het debat in Nederland niet thuis voelt. Manchester, waar hij woont, is op dat punt beter stelt hij.

Vervolgens gaat het in debat in de richting van shariaenclaves (het voorbeeld van de Schilderswijk wordt genoemd; ja het gaat echt alle kanten op). Op momenten dat het debat dreigt te gaan over alles wat buiten Nederland plaatsvindt, wijzen Pala en Van de Ven dat af: “Dat is niet het onderwerp.” De voorzitter wil toch graag echt weten wat moslims nu idealiter nastreven. Dat zijn er nogal wat: ruim 1.000.000.000 maar ok, het gaat om Pala en Van de Ven natuurlijk. Beiden maken duidelijk dat de ideale situatie volgens hen is dat islam overal regeert. Dat is toch ook logisch zegt Van de Ven, iedereen wil toch dat de eigen ideologie overal geldt? “Het Westen doet dat ook, met leugens en geweld. Denk aan de oorlog in Irak.” Het is niet zo stelt hij dat als je verklaart tegen democratie te zijn, dat je dan voor dictatuur bent. Dat gaat er, zo stelt hij, van uit dat democratie vrij is van onderdrukking hetgeen natuurlijk niet zo is verklaart hij met een verwijzing naar de situatie van zwarte burgers in de VS in het verleden.

Foto via O.

 

Waarheden
Volgens Hans Jansen zijn de nuances die Van de Ven en Pala aanbrengen, geen nuances, maar leugens. Bijvoorbeeld wanneer het gaat om Syrië. De rebellen daar willen volgens hem sharia. “Dat mensen daar niet voor uit willen komen en zich ervoor schamen is begrijpelijk met zo’n verschrikkelijk systeem, maar van jullie verwacht ik meer.” Pala wil niks zeggen over Syrië maar wel wil kwijt dat het vertrek van Nederlanders naar Syrië om daar te vechten niet de aanpak van HuT is. De stichting van het kalifaat dient volgens hem te gebeuren als een intellectuele en politieke onderneming, maar niet met kogels. Als iemand wil gaan, dat is tegen onze methode, maar dat is zijn vrijheid. En als het van de Nederlandse staat mag, wat is het probleem dan?

“Beperkingen (die Van de Ven en Pala aanbrengen voor het verwezenlijken van sharia zoals haalbaarheid en draagvlak en de verschillen tussen moslimlanden en niet moslimlanden, MdK) van plaats en tijd zijn uitsluitend van tactische aard. Jullie zijn bang om eerlijk te zeggen wat jullie willen. Zo wordt het slaapverwekkend.” stelde Hans Jansen. Tactiek is inderdaad niemand vreemd, maar dat toepassing van islamitische principes ook volgens het begrip dat Van de Ven en Pala hebben in een niet-islamitische omgeving complex en genuanceerd is (zoals zij benadrukten) was niet wat het publiek wilde horen. Dat kwam ook naar voren in het onderwerp geloofsafval; een punt dat Jansen al eerder naar voren had gebracht. Pala en Van de Ven zijn het erover eens dat dat tegen de islam is. Van de Ven stelt dat je in Nederland zo iemand adviseert en die persoon gaat dan zijn of haar eigen weg. Pala vult aan dat dit het probleem van de persoon in kwestie is hier, zijn keuze.

Zaalvragen
Vervolgens is de zaal aan bod hetgeen leidt tot nog meer verwarring en hak op de tak gedoe dan al het geval was. Joods-christelijk pastor Ben Kok stelt dat als islam vrede is, hoe het dan kan dat er overal geweld is met moslims (voor een preciezere uitleg zie zijn site). Van de Ven stelt daarop dat we spreken over islam en niet over moslims. Kijk ook naar Engeland zegt hij en hoeveel moslims daar vast zitten. ‘Maar niet omdat ze moslim zijn’ roept iemand uit de zaal. Niet geheel onterecht wordt dat bestreden door Van de Ven.

Ook Maiwand al-Afghani komt aan bod en begint een lang betoog. Na een uitgebreide begroeting waarin hij onder andere moslims vrede wenst, reageert Van Praag direct door te stellen: “Dus mij wens je geen vrede toe?”. Maiwand Al Afghani stelde verder onder meer: “Wij moslims moeten niet bang zijn om de waarheid te zeggen. We moeten de zaken niet verdraaien. Wij willen het liefst op vreedzame wijze de islam laten domineren. Net als de profeet dat aanvankelijk ook deed. Maar op een gegeven moment werd hij gedwongen tot de jihad.” Hij zei nog veel meer, maar zijn lange verhaal leidde tot ongenoegen en ongeduld bij veel aanwezigen onder wie Annabel Nanninga die riep dat hij naar huis moest gaan. Ik denk dat velen daardoor de crux van zijn betoog misten en ook de zware lading ervan. Ik ga er hier niet verder op in. In zijn antwoord wijst Van de Ven Maiwand op het belang van goede manieren en vraagt hij zich af hoe lang Maiwand de islam al bestudeert: “Laten we het anders zeggen, dat ik na jaren van studie tot ander inzicht kom.” Hans Jansen herhaalde zijn eerdere opmerking dat hij zich ook zou schamen voor een gedachtegoed als dat van shari’a. Hij vond het wel wat laf was dat als Pala en Van de Ven, er omheen blijven draaien. Volgens mij was dit zo ongeveer het moment dat Van de Ven en Pala het debat lieten voor wat het was. De lichaamstaal van Van de Ven sprak in deze boekdelen volgens velen: die kwam ongeïnteresseerd over volgens sommige moslims en niet-moslims. (Zie het verslag van Maiwand Al Afghani).

Op een gegeven moment, ben even kwijt hoe, gaat de discussie over het doden van ongelovigen. Van de Ven stelt dat Jansen alles uit de context haalt waarop Pala de hele context van het vers aanhaalt. Eerder had Van de Ven ook al de islamitische bronnen gebruikt (hadith) en de toehoorders gevraagd of die betrouwbaar waren (de hadithverzamelingen); waarop diverse moslims in het publiek dat beaamden. Ibrahim Wijbenga kwam terug op de verwerping van democratie en de stelling dat moslims de politiek niet nodig hebben. ‘Hoe wil je dan moslims een stem geven tegen de PVV’? zegt hij. ‘Wat heb jij dan bereikt’ riposteert Pala.

Na Al Afghani is er nog iemand uit het publiek die een statement wil geven (nadat iemand had gepleit om het nu eens eindelijk over het thema de toekomst van de islam te hebben). Volgens mij maakte deze man het statement namens een groepje autochtone niet-moslims in het publiek en hij stelde dat hij ervan overtuigd is na dit debat dat hij geen sharia wil en dat sharia betekent het aanvallen van niet-moslims. ‘Sharia is eeuwige broedermoord’. Hetgeen Pala verleidt tot het antwoord: ‘U weet inderdaad niet veel van islam.’

Een vrouw uit het publiek stelt vervolgens de vraag wat haar toekomst onder sharia is aangezien zij getrouwd is met een vrouw. Pala en Van de Ven geven daar niet echt antwoord op wat op afkeuring van een deel van het publiek kan rekenen. Hans Jansen wijst er nogmaals op dat sharia een ‘suprematie ideologie’ is waarna Van de Ven stelt dat de toekomst van islam in Nederland een ander thema is dan de toekomst van Nederland onder islamitische dominantie.

Pala brengt dan een belangrijk punt aan de orde: “De toekomst van moslims in Nederland is een beter onderwerp. Wij zijn minderheid en wij vragen of jullie nog met ons willen samenleven?” Volgens Hans Jansen kan dat niet: de intolerantie van de islam kan niet geaccepteerd worden. Maar stelt hij, als moslims zich afkeren van de sharia en niet overal eisen gaan stellen, dan kunnen moslims best hier worden.

Van de Ven stelt opnieuw dat Jansen alleen het, volgens Jansen, negatieve van de sharia belicht en zo alles uit de context haalt. Van de Ven verwijst naar een filmpje van hem op Youtube waarin hij ‘met bewijzen’ aantoont dat Jansen een kwakzalver is. Dat is zo ongeveer het einde van het debat, zeker als enkele moslims weer ‘Takbir!’ en ‘Allahu Akbar!’ roepen. Ik schud nog wat bekenden de hand onder wie Van de Ven en vertrek vervolgens.

Foto via @ananninga

 

Een paar losse eindjes

Er valt genoeg te zeggen over dit debat. Maar laat ik me beperken tot een paar punten.

  • Net als het eerdere debat in De Balie met Haitham al Haddad had dit debat veel weg van het ter verantwoording roepen van radicale moslims en het proberen hen te ‘ontmaskeren’. Dat zorgt voor een debatsetting die bepaalt niet constructief is en het is de vraag of Pala en Van de Ven zich vrij voelden om alles te zeggen wat ze wilden.
  • Nuances die werden aangebracht, voorwaarden die werden aangegeven, het toelichten van de context en complexiteit van sharia werden niet gezien als een constructieve bijdrage door Jansen en zijn supporters, maar als om de hete brij heendraaien of zelfs liegen. Waarschijnlijk lieten Van de Ven en Pala ook niet het achterste van de tong zien, maar dat had waarschijnlijk ook te maken met het gegeven dat vanaf het begin een negatieve definitie van islam en sharia aan hen werd opgedrongen door Jansen en de voorzitter en enkelen uit publiek. Beaamde men het punt van Jansen dan zou dat ongetwijfeld leiden tot een ‘zie je wel, dat is islam, ik heb het altijd al gezegd’ effect en tot meerdere eer en glorie van Jansen. Gingen ze er tegenin dan was het ongeloofwaardig of zelfs een leugen. Zowel Pala als Van de Ven konden dat dus nooit ‘winnen’ en daar ging het ook om. Een deel van het publiek was gekomen om de ‘ontmaskering’ van deze radicalen te zien gezien de verzuchting van sommigen wanneer ze nu eindelijk eens de waarheid spraken of in sommige gevallen dat nu eindelijk de waarheid van de islam duidelijk werd. Anderen waren juist gekomen om de ontmaskering van Jansen te zien, maar dat kon amper in de structuur van dat debat. Het gegeven dat Jansen niet werd gevraagd naar zijn identificatie met Nederland en de andere twee wel, geeft goed aan dat het geen debat op basis van gelijkwaardigheid was.
  • Het verwijt klonk uit de zaal dat het hele debat helegaar niet over de toekomst van islam in Nederland ging (beterschap). Na enig aandringen zei de voorzitter dat ze daar toch al de hele avond invulling aangaven. Dat was precies wat er gebeurde; er werd een manipulatieve invulling gegeven aan dat (veel te) brede en vage onderwerp. Een invulling die rechtstreeks ontleend was aan de boeken van Hans Jansen. Zonder twijfel hadden beide heren Van de Ven en Pala veel diepgaander kunnen antwoorden op de vragen die hen gesteld werden, maar de complexiteit van de islamitische jurisprudentie op deze gebieden vergt dan wel een lange uiteenzetting. De helft van het publiek was dan waarschijnlijk afgehaakt of had de uitleg weggejoeld. Geen van beide heren is in de valkuil getrapt om dan maar makkelijke oneliners te geven, maar ook ging geen van hen de diepte in. Dat was begrijpelijk. Dan moet je een wetenschappelijke opponent hebben en een publiek dat die discussies snapt en kent. Dat was er niet in De Balie. Het gevolg was wel de begrijpelijke indruk bij veel leken dat de heren om de hete brij heen draaiden. Niet dat de heren logen zoals sommigen suggereerden. Daar is geen enkel bewijs voor geleverd. Niets van wat ze zeiden is in tegenspraak met lezingen of publicaties, maar sommige vragen kunnen niet in enkele seconden met een simpel ja of nee beantwoord worden. Niet dat tegenstanders overtuigd zullen worden door een uitgebreide verhandeling over fiqh, maar bij sommige onderwerpen was dat eigenlijk wel noodzakelijk.
  • Dat de heren op de vlakte bleven, betekent wel dat velen in de zaal die niet per definitie pro of anti waren, hun zorgen en vragen eigenlijk niet echt besproken zagen worden. Voor hen was deze avond tijdsverspilling begreep ik van enkelen.
  • Juist de aanwezigheid van mensen als Maiwand Al Afghani die Van de Ven en Pala bekritiseerde toont ook aan dat de heren niet zomaar wat kunnen zeggen. Wat ze zeggen daar moeten ze achter kunnen staan (ook al vergt het precieze antwoord meer tijd en uitleg) en verdedigen ook tegen hen die wel (meer of minder) kennis hebben van islamitische jurisprudentie en aanverwante zaken. In mijn interpretatie ga ik er dus vanuit dat wat Van de Ven en Pala zeiden klopt vanuit hun interpretatie van islam.
  • Dat er geen livestream van het debat was, is zeer te betreuren. Maar wel begrijpelijk. Juist het voorbeeld van Hans Jansen die inderdaad voortdurend Koranverzen e.d. uit de context rukt, is het voorbeeld van hoe bepaalde uitspraken geknipt en geplakt kunnen worden en verspreid kunnen raken zonder dat ooit nog iemand weet in welke context ze gedaan werden. Aan de andere kant, als de opname gewoon online zou staan, zou daar altijd naar terug verwezen kunnen worden. Niet dat het werkt overigens geen livestream en een verzoek om niet te filmen: Youtube.  Inmiddels heeft ook De Balie het hele debat online gezet. En zie ook DeoVolente dat Van de Ven wil uitnodigen voor een debat.
  • Het punt van islam en democratie is een belangrijke. Niet alleen in principieel opzicht, maar ook in pragmatisch opzicht. Ga je als moslim meedoen met het politieke spel met het gevaar ingekapseld te worden door het systeem? Waarbij je zelfs medeplichtig kunt worden aan de misstanden en misdaden die een uitkomst zijn van dat systeem? Maar waarbij je wel degelijke enige invloed hebt? Of blijf je buitenspel staan waardoor je je geweten zuiver houdt, maar waarbij je invloed hoogst waarschijnlijk marginaal is of zelfs averechts werkt aangezien men bang van je wordt en je wantrouwt? Een klassiek dilemma dat bekend is in diverse sociale bewegingen en dat we ook deze avond zagen. Het is jammer dat de discussie tussen Ibrahim Wijbenga en het panel niet meer uitgediept werd; eindelijk ging het ergens over. Niet dat de heren het eens zouden worden, maar islamitisch en ook politiek gezien zijn dit belangrijke onderwerpen en er is het nodige over te zeggen.
  • In de zaal zaten duidelijk supporters van de drie panelleden, maar ook anderen. Die anderen zetten deze panelleden vooral weg als extremisten met wie per definitie niet te praten valt. Voor veel niet-moslims in de zaal waren Van de Ven en Pala extremisten, geloofsgekkies en leugenaars; zeker bij degenen die op de hand van Jansen waren en hem zagen als wetenschapper. Onder de moslims zaten er veel die vonden dat Jansen afging, loog en draaide.
  • De gespreksonderwerpen waren een recycling van 13 jaar islamdebat is de meest gehoorde kritiek. Dat klopt denk ik wel. Daardoor kon iedereen op bekend terrein blijven en hoefde niemand echt na te denken over de consequenties van het eigen gedachtegoed. Ik denk tenminste niet dat Pala en Van de Ven ook maar één origineel thema hebben gehoord in De Balie. En Jansen natuurlijk al helemaal niet.
  • De avond draaide deels om het vraagstuk van pluriformiteit. Hoeveel pluriformiteit kan deze samenleving aan en kan deze samenleving ook moslims aan die een bepaalde structuur principieel en pragmatisch verwerpen en die als moslim zelf ook door anderen fundamenteel verworpen worden? Heeft een islam, zelfs al wordt die politiek-radicaal beleefd, plek in Nederland? En kunnen mensen die moslims en islam per definitie weg willen hebben, wel functioneren in dit land? De vraag naar de toekomst van islam in Nederland is namelijk in zoverre onzinnig dat de islam hier is, al behoorlijk lang en echt niet weg gaat en ook zich ook niet altijd manifesteert als religieuze en politieke voorlieden zouden willen.
  • Je kunt je afvragen (en veel moslims op Facebook deden dat ook) waarom Okay Pala en Abdul Jabbar van de Ven meedoen met zo’n debat waarbij van tevoren duidelijk is dat zij degenen zijn die zich moeten verdedigen en verantwoorden.

Tot slot, of het nog niet lang genoeg is, een bloemlezing van de tweets:

 

13 comments.

Bidden in het openbaar

Posted on October 12th, 2013 by martijn.
Categories: Activism, Multiculti Issues.

TruestoryASA had een idee. Bidden in het openbaar.

Hii, so we had an idea for a video, it was to Pray in Public and to film what reactions we would get. So, we decided to get a compass, do wudu, go out and pray sunnah (2 rakkahs) for Allah and to film what reactions we would get. Our intention was to show the world that Muslims are more peaceful then what they think. Almost everybody was so nice and respected us for being dedicated and faithful to our religion. Hope you guys enjoyed the video and SPREAD the LOVE! thanks! much LOVE
-TrueStoryASA

Nu kan bidden in het openbaar nogal een ding zijn gezien het recente verbod op het openbaar bidden in Parijs en soms wordt het ook gebruikt als protestmiddel. De reacties van voorbijgangers in dit filmpje zijn duidelijk van andere aard. Men is verwonderd en nieuwsgierig en een enkeling wellicht ook wat angstig (let op de man met koptelefoon). Niet iedereen lijkt het er mee eens te zijn of misschien dat sommigen het hinderlijk vinden; de nadruk op respect zoals één vrouw doet geeft iedereen de gelegenheid door te gaan waar men al mee bezig was.

You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video

Ik vind dit wel een interessante invulling van activisme. Misschien dat we dit in de toekomst meer gaan zien?

H/T: A.M.

1 comment.

Stand Up, Speak Out – President Peres and the body politics of a statement

Posted on October 7th, 2013 by martijn.
Categories: Activism, Gender, Kinship & Marriage Issues, Multiculti Issues, Notes from the Field, Society & Politics in the Middle East.

Every now and then Israeli politicians visit the Netherlands. Last year Netanyahu was here. Last week Israeli President Peres was in the Netherlands. One of the events in which he participated was the TV show Collegetour where in a one-to-one interview a guest is confronted with questions from the audience; mostly students. This concept has already produced several interesting episodes. The episode with Peres was, in my opinion, quite boring. There weren’t many critical questions but at one point this changed. Look at the next fragment (it’s in English, with Dutch subtitles).
You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video
video appears after 30 seconds
On the Dutch blog Wij Blijven Hier (We are here to stay) Nazir Bibi Naeem, the lady who asked the question reported about her experience. Interestingly she describes it as a bodily experience:

“My heart pounded. For a moment I thought I would hyperventilate because I was so nervous. There were threehundred people in the room. Enough security. And something I’m not used to at all: cameras and a microphone. But it was also something I really looked forward to. I concentrated on my breathing and I realized that I did not want to go home like others to say I saw mr. Peres. No. I was going to say something. Mind you, not ask, but SAY something.

I stood up and fortunately the presenter saw me. He pointed at me and the microphone came to me. I took a deep breath and said one of the things I could have said. I tried to stay calm, because I did not want to come across as ‘that angry girl with the little headscarf’. I sat down after my ‘question’. An uncomfortable look appeared on the face of the presenter, which I would translate as ‘Boy, that escalated quickly’.

She did not really bother about the answer (‘Yeah yeah. Talk yourself out of it, again.) After the meeting was over, the audience applauded and left, she stayed for a moment. When she left, she received several compliments from the audience, but her reaction was: “People. Please. Don’t. Do. that. If you believe in something, stand up. Literally.” She wanted to take the opportunity to criticize Peres not only among likeminded people, but in a meeting where she could confront him.

I’m interested in this relation between modes of activism and bodily experiences. What Nazir Bibi Nazeem so vividly describes here is probably familiar to everyone who has spoken in public and who has spoken out on issues that are close to one’s heart. With her saying that she doesn’t want to appear as the angry girl with the little headscarf she appears to refer to a common stereotype in Dutch Islam debates about angry Muslims (called ‘booslims’; a combination of the Dutch word for angry – boos – and Muslim – moslim). Not much is needed to get that stereotype imposed; speaking out is sufficient. Trying to remain calm and reserved and speaking clearly she apparently realizes that her body is part of what signifies an accepted but (in the case of Muslims) not expected mode of debating.

What public speakers often do is cultivating self-control but at the same time the body is never completely in control. Many noted, in the above example, president Peres appeared physically uncomfortable when the question was asked. As indeed most of the questions were not very critical and he could indeed elaborate on how Israel was to be protected, this question probably came as an unpleasant surprise. Others however, on Twitter, stated that her remarks were displaying a lack of respect and decency, referred to her as ‘angry little headscarf’ and ‘radical Muslims’ (yes, there you go) ‘agressive’ and thought Peres responded with dignity, wisdom and grace.

The way a public speaker sees him/herself (body image) and tries to model herself into the accepted ways of debating shows and gives him/her a sense of place in the world and a connection to others. A person’s body image and the ways in which he/she tries to shape it, influence posture, movement, tactility and speaking out and is informed by the idea the speaker has of other bodies and that other bodies have of the speaker. People’s bodies therefore are not separated from the mind nor are they merely physical entities. The body is the medium through which the mind speaks and there is a myriad of ways in which society is inscribed on the body. Furthermore it is not that the body just stands for the accepted modes of public speaking, it ís speaking as the speaker’s reference to angry Muslims and headscarves illustrate.

0 comments.

Ritueel, Commercie & Belangenbehartiging: moslims en het offerfeest

Posted on September 24th, 2013 by martijn.
Categories: Activism, Islam in the Netherlands, Notes from the Field, Ritual and Religious Experience.

Moslimorganisaties in Helmond willen volgende maand geen schapen slachten voor het offerfeest. In een persbericht lezen we:

Via dit officiële bericht willen de moskeeën Al fadjr en de Grote Moskee kenbaar maken dat hun leden dit jaar (2013) geen schapen zullen slachten met het offerfeest. De reden hiervoor is dat er door de schapenboeren en slachthuizen al jaren geprofiteerd wordt van de moslims in Nederland, door de prijs van het schaap en de kosten van het slachthuis ieder jaar te verhogen. Men verwacht dat de kosten die gepaard gaan met het slachten van een schaap tijdens het offerfeest 2013 bijna dubbel zo hoog liggen als normaliter door het jaar heen. De moslims van de bovengenoemde moskeeën willen doormiddel van deze boycot actievoeren en vragen U (moslims, moskeeën en moslimorganisaties) om mee te doen en dit jaar ook geen schapen te slachten.

Het Eindhovens Dagblad heeft verder navraag gedaan:

Moslims Helmond boycotten dure schapenhandel

„De prijzen rijzen de pan uit”, zegt woordvoerder Moustafa van de Al Fadjr Moskee. „Het kopen en laten slachten van een schaap loopt tegen de 300 euro. Voorheen was dat 120 tot 140 euro.”

Zo zijn de slachtkosten alleen al gestegen van 25 naar 50 euro. „En de verwachting is dat die naar de 65 euro gaan. Voor tien minuten werk.” Het maakt volgens hem niet uit welk slachthuis je kiest. „De prijzen liggen overal op dit niveau. Voor de aanschaf van een schaap betaal je nu zo’n 3,75 euro per kilo.

In dat artikel kunnen we verder lezen dat men een halt wil toeroepen aan het stijgen van de prijzen en dat men in de toekomst wellicht collectief gaat inkopen om zo de prijs te drukken. Vooralsnog is dit een Helmonds initiatief, maar men hoopt navolging te krijgen. Volgens een islamitische slager in dat artikel ligt de prijs van een schaap hoger rond het Offerfeest (“een paar tientjes”), maar die legt de schuld daarvoor bij de transporteurs en boeren.

Volgens tijdschrift Boerderij is het onduidelijk waar bovenstaande bedragen precies vandaan komen:

Boerderij.nl – Moslims boycotten te dure schapen

De totaalprijs na het slachten (zonder uitbenen) ligt al snel tussen de 250 en 300 euro.

Uit historische prijsgegevens van Boerderij blijkt dat de prijs van slachtschapen in de periode rondom het offerfeest wel wat stijgen. De prijsstijging is echter niet zo groot dat prijzen rond de 300 euro uit komen. Een ramlam van boven de 25 kilo kost momenteel rond de 130 euro. Vorig jaar lag de prijs in dezelfde week op 140 euro en steeg met 5 euro in de laatste weken voor het offerfeest.

Ook in 2010 en 2011 steeg de prijs van ramlammeren voor het offerfeest, maar nooit meer dan 12 euro per dier.

Waar het enorme verschil in prijs vandaan komt, rond het offerfeest, is niet duidelijk. Een zwaar ramlam kost immers maximaal 130 euro, slachten rond de 50 euro, waar de overige 120 euro blijft is niet duidelijk.

You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video
Een en ander doet een beetje denken aan een boycot in het Belgische Mechelen, maar de aanleiding voor de boycot daar is dat het stadsbestuur moslims een belasting oplegt van 15 euro om bij te dragen in de kosten van het offerfeest. Het stadsbestuur zou geld kwijt zijn aan het afvoeren van slachtafval en het inzetten van stadwachten voor de openbare orde.

Inmiddels heb ik de nodige positieve reacties gezien op FB over dit Helmondse initiatief. Enkelen vinden dat er wel geslacht moet worden, maar dat men dat in een ander land moet doen en vervolgens het vlees onder de armen moet verdelen. Er zijn verschillende uitspraken van schriftgeleerden hierover die er op wijzen dat men het offeren wel verplicht vindt, hoewel er volgens mij wel verschil van mening is. Of het voldoende is om dit in een ander land te doen, is mij niet helemaal duidelijk. Anderen zijn echter negatiever en wijzen erop dat moslims nu hun eigen ritueel en symbool ondermijnen op een moment dat die toch al onder vuur liggen. Weer anderen bestrijden dat de prijzen echt veel hoger liggen, terwijl sommigen vinden dat dat wel zo is. Er zijn ook mensen die vinden dat dit ritueel niet gelaten moet worden omwille van het geld tenzij men het echt niet heeft natuurlijk. Voor velen lijkt een Offerfeest zonder een geslacht schaap sowieso onvoorstelbaar.

Uit het initiatief en uit de positieve en negatieve commentaren erop kun je eigenlijk drie zaken afleiden die lijken te spelen voor veel moslims en moslimorganisaties:

  1. Een vrees voor een verlies aan of verarming van islamitische rituelen in Nederland. Zeker degenen die tegen initiatief zijn lijken te vrezen dat steeds meer moslims steeds minder aan islamitische rituelen gaan doen. De vrees dat toekomstige generaties dan helemaal niet meer aan het ritueel doen wordt groter als moslims nu zelf hun eigen ritueel boycotten.
  2. Het gebrek aan krachtige moslimorganisaties. Enerzijds wordt de stap van de Helmondse organisaties gewaardeerd, maar anderzijds wordt ook gewezen op het gegeven dat dit wel een laatste moment actie is. Men heeft een heel jaar de tijd gehad om geld in te zamelen of iets te ondernemen.
  3. Commercialisering islam: Islam is handel. Sommige bedrijven of dat nu met de slacht of met hajj-reizen is, hebben dat goed begrepen. Dat is een ontwikkeling die niet alleen in Nederland te zien is, maar in heel Europa (en waarschijnlijk ook erbuiten). Deze commercialisering zeker als die de vorm krijgt van woekerprijzen wordt gezien als een aantasting van de rituelen, maar ook als tegen de islam.

Interessant om te volgen hoe dit verder loopt.

0 comments.

Ritueel, Commercie & Belangenbehartiging: moslims en het offerfeest

Posted on September 24th, 2013 by martijn.
Categories: Activism, Islam in the Netherlands, Notes from the Field, Ritual and Religious Experience.

Moslimorganisaties in Helmond willen volgende maand geen schapen slachten voor het offerfeest. In een persbericht lezen we:

Via dit officiële bericht willen de moskeeën Al fadjr en de Grote Moskee kenbaar maken dat hun leden dit jaar (2013) geen schapen zullen slachten met het offerfeest. De reden hiervoor is dat er door de schapenboeren en slachthuizen al jaren geprofiteerd wordt van de moslims in Nederland, door de prijs van het schaap en de kosten van het slachthuis ieder jaar te verhogen. Men verwacht dat de kosten die gepaard gaan met het slachten van een schaap tijdens het offerfeest 2013 bijna dubbel zo hoog liggen als normaliter door het jaar heen. De moslims van de bovengenoemde moskeeën willen doormiddel van deze boycot actievoeren en vragen U (moslims, moskeeën en moslimorganisaties) om mee te doen en dit jaar ook geen schapen te slachten.

Het Eindhovens Dagblad heeft verder navraag gedaan:

Moslims Helmond boycotten dure schapenhandel

„De prijzen rijzen de pan uit”, zegt woordvoerder Moustafa van de Al Fadjr Moskee. „Het kopen en laten slachten van een schaap loopt tegen de 300 euro. Voorheen was dat 120 tot 140 euro.”

Zo zijn de slachtkosten alleen al gestegen van 25 naar 50 euro. „En de verwachting is dat die naar de 65 euro gaan. Voor tien minuten werk.” Het maakt volgens hem niet uit welk slachthuis je kiest. „De prijzen liggen overal op dit niveau. Voor de aanschaf van een schaap betaal je nu zo’n 3,75 euro per kilo.

In dat artikel kunnen we verder lezen dat men een halt wil toeroepen aan het stijgen van de prijzen en dat men in de toekomst wellicht collectief gaat inkopen om zo de prijs te drukken. Vooralsnog is dit een Helmonds initiatief, maar men hoopt navolging te krijgen. Volgens een islamitische slager in dat artikel ligt de prijs van een schaap hoger rond het Offerfeest (“een paar tientjes”), maar die legt de schuld daarvoor bij de transporteurs en boeren.

Volgens tijdschrift Boerderij is het onduidelijk waar bovenstaande bedragen precies vandaan komen:

Boerderij.nl – Moslims boycotten te dure schapen

De totaalprijs na het slachten (zonder uitbenen) ligt al snel tussen de 250 en 300 euro.

Uit historische prijsgegevens van Boerderij blijkt dat de prijs van slachtschapen in de periode rondom het offerfeest wel wat stijgen. De prijsstijging is echter niet zo groot dat prijzen rond de 300 euro uit komen. Een ramlam van boven de 25 kilo kost momenteel rond de 130 euro. Vorig jaar lag de prijs in dezelfde week op 140 euro en steeg met 5 euro in de laatste weken voor het offerfeest.

Ook in 2010 en 2011 steeg de prijs van ramlammeren voor het offerfeest, maar nooit meer dan 12 euro per dier.

Waar het enorme verschil in prijs vandaan komt, rond het offerfeest, is niet duidelijk. Een zwaar ramlam kost immers maximaal 130 euro, slachten rond de 50 euro, waar de overige 120 euro blijft is niet duidelijk.

You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video
Een en ander doet een beetje denken aan een boycot in het Belgische Mechelen, maar de aanleiding voor de boycot daar is dat het stadsbestuur moslims een belasting oplegt van 15 euro om bij te dragen in de kosten van het offerfeest. Het stadsbestuur zou geld kwijt zijn aan het afvoeren van slachtafval en het inzetten van stadwachten voor de openbare orde.

Inmiddels heb ik de nodige positieve reacties gezien op FB over dit Helmondse initiatief. Enkelen vinden dat er wel geslacht moet worden, maar dat men dat in een ander land moet doen en vervolgens het vlees onder de armen moet verdelen. Er zijn verschillende uitspraken van schriftgeleerden hierover die er op wijzen dat men het offeren wel verplicht vindt, hoewel er volgens mij wel verschil van mening is. Of het voldoende is om dit in een ander land te doen, is mij niet helemaal duidelijk. Anderen zijn echter negatiever en wijzen erop dat moslims nu hun eigen ritueel en symbool ondermijnen op een moment dat die toch al onder vuur liggen. Weer anderen bestrijden dat de prijzen echt veel hoger liggen, terwijl sommigen vinden dat dat wel zo is. Er zijn ook mensen die vinden dat dit ritueel niet gelaten moet worden omwille van het geld tenzij men het echt niet heeft natuurlijk. Voor velen lijkt een Offerfeest zonder een geslacht schaap sowieso onvoorstelbaar.

Uit het initiatief en uit de positieve en negatieve commentaren erop kun je eigenlijk drie zaken afleiden die lijken te spelen voor veel moslims en moslimorganisaties:

  1. Een vrees voor een verlies aan of verarming van islamitische rituelen in Nederland. Zeker degenen die tegen initiatief zijn lijken te vrezen dat steeds meer moslims steeds minder aan islamitische rituelen gaan doen. De vrees dat toekomstige generaties dan helemaal niet meer aan het ritueel doen wordt groter als moslims nu zelf hun eigen ritueel boycotten.
  2. Het gebrek aan krachtige moslimorganisaties. Enerzijds wordt de stap van de Helmondse organisaties gewaardeerd, maar anderzijds wordt ook gewezen op het gegeven dat dit wel een laatste moment actie is. Men heeft een heel jaar de tijd gehad om geld in te zamelen of iets te ondernemen.
  3. Commercialisering islam: Islam is handel. Sommige bedrijven of dat nu met de slacht of met hajj-reizen is, hebben dat goed begrepen. Dat is een ontwikkeling die niet alleen in Nederland te zien is, maar in heel Europa (en waarschijnlijk ook erbuiten). Deze commercialisering zeker als die de vorm krijgt van woekerprijzen wordt gezien als een aantasting van de rituelen, maar ook als tegen de islam.

Interessant om te volgen hoe dit verder loopt.

0 comments.

Anatomie van een relletje op een Haagse trapveldje

Posted on September 13th, 2013 by martijn.
Categories: Activism, anthropology, islamophobia, Method, Notes from the Field, Public Islam, Ritual and Religious Experience.

De aftrap

Vorige week was er wat commotie over een vlag, een ADO-veldje en een stel moslims. Zie hier. Het gaat hier om een groepje moslims dat met enige regelmaat samenkomt in Den Haag om te voetballen, te barbecueën en met elkaar te zitten. Enkelen van hen worden regelmatig in verband gebracht met de Syriëgangers, maar er zijn ook tal van anderen bij.

Op zondag 8 september jl. ben ik er ook bij. Ik had al eerder gevraagd om er bij te kunnen zijn. Eigenlijk om twee redenen. De meesten ken ik via social media, demonstraties en debatten. Dit geeft mij de mogelijkheid om mensen ook eens in een andere omgeving te zien die veel minder politiek geladen is. Ten tweede is het een uitstekende manier om nieuwe mensen te leren kennen en bij te praten met oude bekenden in een rustige omgeving. Ten derde, want zo loopt het echt altijd, is het een manier om vragen over mijn onderzoeken te beantwoorden en erover te discussiëren met die groep waar ik ook over schrijf. Dat voedt mijn denken, mijn achtergrondkennis, mijn kennis over waar de gevoeligheden liggen en het is ook een manier van verantwoording afleggen aan de groep met wie ik werk.

De eerste helft

Afijn, ik ga dus op zondagmiddag naar Den Haag. Het voetbal zou niet plaatsvinden op het zelfde veldje maar in het Zuiderpark. Op het laatst wordt mij dan via Whatsapp medegedeeld dat het verplaatst is naar de Hondiusstraat in verband met het slechte weer. In alle gevallen, voor de goede orde, ging het naar mij toe om een uitnodiging om het voetbal en de barbecue bij te wonen. Ik moet even zoeken aangezien ik de buurt wel ken, maar die precieze straat niet. Pas als ik vlakbij de ingang ben hoor en zie ik de mannen die aan het voetballen zijn.

Ik loop door, begroet enkele bekenden en stel me voor aan anderen. Naast, naar ik schat, ongeveer 50 mannen van diverse leeftijden zijn er ook diverse kleine kinderen aanwezig. Mij wordt direct verteld dat er geen barbecue gaat plaatsvinden, maar een walima. Eén van de mannen was net getrouwd en wil, zoals een onderdeel is van een islamitisch huwelijk, zorgdragen voor het eten. Een soort huwelijksbanket zeg maar. Hij heeft voorgesteld om niet meer te barbecueën, maar om het vlees te regelen via een catering.

De tweede helft

Ik zit op een muurtje te praten met diverse jongens en tegelijkertijd te kijken naar het voetbal. Op het moment dat ik één van die mannen iets wil vragen, wordt onze  aandacht getrokken door een grote groep agenten (een stuk of vijftien à twintig) die het veld betreden. De mannen op het voetbalveld worden verzocht hun identiteitsbewijs te laten zien. Dit weigeren ze en vervolgens worden ze in cordon van het veld verdreven naar een hoek achter op het terrein. Ik sta op en film het gebeuren net als veel anderen.

Er wordt door de aanwezigen duidelijk gemaakt dat ze het onzin vinden dat ze hun identiteitsbewijs moeten laten zien; ‘we doen niks verkeerds’. Ze willen ook weten wat de aanleiding was voor dit verzoek. Volgens één van de agenten, zo begrijp ik, gaat het om het feit dat er gebarbecued wordt. Dat is echter niet het geval en dat zou ook niet gaan gebeuren. De mannen vertellen dat aan de agenten, maar meer toelichting kregen ze niet; de agenten blijven hetzelfde verhaal herhalen.

Ik besluit om bij de groep te blijven; ik ben immers hun gast, vind het interessant wat er gebeurt en ik zou zelf ook niet kunnen vertrekken zonder mijn identiteitsbewijs te laten zien. Mijn inschatting is op dat moment dat de mannen ook een punt hebben met hun weigering. Voor zover ik weet moeten agenten een reden geven voor hun verzoek aan mensen om zich te legitimeren en mij bleef op dat moment onduidelijk wat precies die reden was. Ook dienen, volgens mij, agenten zich te kunnen legitimeren als hen daar om gevraagd wordt.

Langzaam maar zeker worden we verder in een hoek gedreven en veel mannen discussiëren met de agenten en drijven de spot met hen. Er zijn agenten in gewoon uniform met witte blouse, anderen hebben een donker tenue met fluorescerend hesje en met wapenstok.  Opnieuw verzoeken enkele mannen dat de agenten hun ID laten zien voordat zij zich legitimeren; dat gebeurt niet.

Groepsdynamiek: druk, eenheid en schermutselingen

Op een gegeven moment wordt de discussie feller en het aantal agenten op het trapveldje is dan toegenomen tot ongeveer 30. Twee van de aanwezige mannen worden tegen de grond gewerkt en vangen de nodige klappen van de agenten met hun handen en stokken. Ze worden afgevoerd terwijl de anderen ‘Takbir!’ en vervolgens ‘Allahu Akbar’ roepen. Dat gebeurde daarvoor ook al en daarna nog diverse keren; telkens in reactie op het politie-optreden. Het cordon voor ons (achter ons staat een gebouw en zijn er hoge hekken) maakt de hoek waar we ons bevinden kleiner. Ik probeer voortdurend een beetje aan de rand van de groep te staan tot ik door agenten ook naar het midden van de hoek wordt gedreven. De agenten doen dat met zachte hand en één van de voetballers trekt mij rustig met zich mee aangezien ik de agenten achter mij niet zie.

Het is opmerkelijk dat iedereen in die hectiek erg bezig is met zichzelf (de eigen veiligheid, hoe men zich opstelt ten opzichte van andere voetballers en de agenten) en tegelijkertijd ook opgaat in een groep. Nou ja opmerkelijk, dat kan iedereen zich waarschijnlijk wel voorstellen, maar nu ervaar ik het zelf weer eens. Zo’n gebeurtenis lijkt op dat moment zowel het idee van individualiteit te versterken als het idee deel  uit te maken van een grotere groep. De gemoederen zijn dan al aardig verhit en de sarrende opmerkingen naar agenten zijn omgeslagen in woede die zich, in het heetst van de ‘strijd’ ook af en toe naar mij richt; iets wat na afloop keurig is uitgesproken en afgedaan.

De afloop

Langzaam wordt het weer rustiger en is er overleg met de agenten. Eén van de mannen gaat een lezing geven. Of eigenlijk twee, maar als het laatste deel van de lezing net op gang is, worden we onderbroken door de politie. Zij geven aan dat dit de laatste kans is voor iedereen om het legitimatiebewijs te tonen anders wordt iedereen die dat niet doet gearresteerd.  Ik vraag me af wat ik ga doen. Of ik nu vertrek of blijf, brengt dat mijn eigen positie als antropoloog niet in gevaar? Maak ik dan ongewild een politiek statement wat ik op dat moment helemaal niet wil? Als de rest besluit zich niet te identificeren en ik blijf bij hen, overschrijd ik dan niet een ethische grens in de zin dat een onderzoeker zich natuurlijk ook aan de wet moet houden?

Het wordt al snel duidelijk dat iedereen wel gewoon weg wil en gaat toegeven; men is moe, heeft honger en zo is de situatie uitzichtloos. Eén voor één loopt men met de agenten mee en na verloop van tijd ga ik ook mee.  De agent is vriendelijk en vraagt mij wat mijn reden is om hier te zijn. Ik leg dit aan hem uit en zegt dat ik verbonden ben aan de Radboud Universiteit.  Mijn paspoort wordt bekeken en er wordt een foto van gemaakt. Ik vraag me af hoe dat zich dan weer verhoudt tot de identificatieplicht, maar ik laat het gaan. Vervolgens word ik naar buiten begeleid en verzocht links het terrein te verlaten. Ik loop door naar enkele andere mannen die ik herken en ga bij hen staan.

Na verloop van tijd lopen we terug richting de ingang van het trapveldje waar de laatste jongens vandaan komen. Al het eten is buiten verzameld en de politie stelt zich opnieuw in cordon op en verzoekt iedereen nu te vertrekken. Dat gebeurt ook. Er moet toch zo’n 500 meter gelopen worden voordat we van de politie af zijn. Ook als we de auto van één van de mannen inladen duurt het snel te lang volgens de agenten. Nadat we dat gedaan hebben lopen we weg; ik ga met twee mannen mee omdat we naar het Zuiderpark gaan om te eten. Na wat oponthoud rijden we door naar het Zuiderpark. Daar aangekomen regent het nog harder dan het al deed en elders blijken jongens aan het schuilen te zijn. Het gaat nu vrij lang duren en ik besluit toch maar huiswaarts te gaan aangezien ik nog het nodige werk moet doen voor onderwijs. Ik word keurig afgezet bij Holland Spoor en vertrek.

Het relletje in vijf vragen:

Was het een manifestatie?

Achteraf blijkt dat het de politie niet te doen was om een illegale barbecue (niet dat iemand dat serieus nam; daar stuur je immers geen twintig agenten met wapenstok op af), maar om een ‘manifestatie’ op te breken. Het is mij onduidelijk wat bedoeld wordt met de term ‘manifestatie’. Wel is het zo dat een publieke manifestatie de politie het recht geeft op mensen om hun legitimatiebewijs te vragen. De intentie volgens mij van vrijwel alle aanwezigen was om een gezellige middag te hebben, te voetballen en met z’n allen te eten. Wel werd opnieuw de islam vlag opgehangen al voor de politie er was. Er was inderdaad ook een lezing, zoals u hierboven kunt lezen, maar deze lezing was spontaan en een reactie op het hele gebeuren op dat moment. De leuzen die werden geroepen, werden geroepen na het arriveren van de politie en tijdens en na de schermutselingen.

Hoe zit dat nu met die vlag?

De groep voetballers komt niet bij elkaar als sharia4(vul in); men komt bij elkaar als moslims en als ‘broeders’.  De islam vlag, waarop staat, “Niets of niemand heeft het recht om te mogen worden aanbeden, behalve Allah” is de vlag waaronder men verzamelt als het ware. Het is volgens hen niet bedoeld als politiek statement of manifestatie, maar simpelweg hun identiteit. Voor velen is het een vlag om trots op te zijn ook al vonden enkele aanwezigen het ‘niet handig’ om het zo te tonen. Anderen stellen echter dat ze in ieder geval nooit met een andere vlag zullen zwaaien aangezien een vlag symbool staat voor een land. Deze zwarte vlag, zo stellen zij, staat voor de Wet van Allah waar zij 100% achter staan. Overigens zijn er vaak ook niet-praktiserende moslimjongeren en niet-moslims die met het voetballen meedoen.

De eerste keer dat de vlag in deze context in de publiciteit kwam, was deze mee genomen om ‘rustig’ ergens op te hangen. Sommigen vergelijken het ook wel met een Ajax fan die met een israelische vlag zwaait of een oranje supporter die een Nederlandse vlag zwaait. Het was geen afgesproken werk zo stelt men om dat te doen. Eén van de jongens was de eerste keer nog niet klaar om te bidden en zag de rest op gebedstijd naast elkaar staan. Hij vroeg toen een andere jongen om wat foto’s te maken terwijl hij spontaan die vlag pakte (die toen niet was opgehangen) en het veld opliep achter de biddende mannen. Het was dus volgens hen niet bedoeld om te provoceren. Men stelt dat de intentie was om de foto’s onderling met elkaar te delen. Weliswaar werden ze publiekelijk gedeeld op Facebook, maar niemand van hen had verwacht dat ‘mensen zich druk zouden gaan maken om een vlag’. Via via is dit terechtgekomen bij een twitteraccount van ISIS (die wordt geassocieerd met Al Qaeda) in Syrië die een tekst erbij zette: ‘Onze broeders van Holland staan achter ons”.

Afgelopen zondag was de vlag opnieuw meegenomen en enkele mannen wilden laten zien dat ze ondanks (of juist dankzij) de commotie erover niemand vrezen en gewoon door zouden gaan met wat ze al deden: “voetballen met elkaar, gezellig eten en onze vlag erbij”, zoals één van de voetballers stelt. In beide gevallen zou je kunnen stellen dat de vlag zowel een serieuze ondertoon heeft als iets ludieks, maar voor veel buitenstaanders toch ook een politiek statement of provocatie. Men stelt dus dat dat laatste niet de bedoeling was, maar je kunt je dan wel afvragen of de mannen de politieke context en de wijze waarop in de publieke opinie tegen hen wordt aangekeken niet onderschat hebben. De vlag wordt geassocieerd met Al Qaeda en AQ gebruikt de vlag inderdaad. Maar niet alleen zij en de correcte benaming zou moeten zijn islam vlag. De associatie dat het een Al Qaeda vlag is, is dus niet altijd terecht. Maar in de huidige politieke context en met mannen van wie er enkelen verbonden zijn met de kringen van Syriëgangers zijn dergelijke associaties en categoriseringen snel gemaakt.

Waren het ‘radicale’ moslims?

Dat hangt natuurlijk van de definitie af. Maar het waren zeker geen mensen van Sharia4Belgium. Er waren mensen van andere vergelijkbare netwerken, maar ook mensen die daar niets mee te maken hadden en het ook niet altijd eens zijn met de werkwijze van dat soort netwerkjes. Daarbij was ook niet iedereen het eens met het standpunt om geen ID te laten zien. Sommigen wilden dat juist wel en spraken dat tijdens en na afloop ook uit. Ook vonden enkelen aanwezigen het ophangen van de vlag nodeloos provocerend en aandachttrekkend. Toen de situatie echter hectisch werd, verdwenen dat soort meningsverschillen: door de politie in een hoek gedreven worden is erg goed voor eenheid en ‘bonding’. Na afloop is er wel weer over gesproken. Alle aanwezigen over één kam scheren is derhalve geen accurate weergave van de situatie.

Wat zijn de reacties achteraf onder moslims?

Voor veel aanwezigen was het hele incident een bewijs voor en een illustratie van hoe er wordt omgegaan met moslims. Vrijwel iedereen was na afloop boos en teleurgesteld: ‘zonde van zo’n mooie middag!’. Enkelen laten duidelijk zien dat dit hele gebeuren hen sterkt in het idee dat ze op het juiste pad zitten en vooral moeten doorgaan met ze doen: “als jullie dit zo willen zien so be it”. Enkelen zijn kritisch over de opstelling van anderen naar de politie toe, het ophangen van de vlag en het weigeren om hun ID te laten zien. In de dagen erna worden de aanwezigen zowel geprezen als bekritiseerd. Er zijn er die hen prijzen omdat ze hebben laten zien dat moslims niet over zich heen laten lopen. Anderen bekritiseren de aanwezigen vanwege, wat zij zien als, nodeloze provocaties en aandachttrekkerij; wat volgens hen niet des islams zou zijn en moslims opnieuw een slechte naam zou geven. Deze reacties zijn overigens vooral gebaseerd op de berichten in de media hierover en dus op het idee dat het een homogene groep was. Overigens wordt de aanvankelijke media-aandacht door iedereen bekritiseerd, maar later in de week meer gewaardeerd.

Kun je als wetenschapper nog wel objectief zijn als je midden in zo’n groep staat en de politie staat voor je?

Mijn onderzoek en antropologisch veldwerk in het algemeen is gericht op het begrijpen van de wijze waarop mensen betekenis geven aan de wereld om hen heen. Daarbij werk je over het algemeen met kleine groepen en door middel van observatie en informele gesprekken. Deze manier van werken kenmerkt zich door distantie én onderdompeling. Wat er in dit concrete geval gebeurde is dat je  je helemaal ondergedompeld raakt in de groepsdynamica van dat moment. Het is moeilijk afstand te bewaren (letterlijk en figuurlijk) hoewel het filmen van het hele gebeuren wel helpt. Ik realiseer me dat ik, toen de politie ons in een hoek dreef, ik zelf behoorlijk geïrriteerd was  over het feit dat het voetballen werd opgebroken. De reden die men gaf, de aanwezigheid van zoveel  agenten op het veld, daaromheen en nog een helikopter in de lucht, kwamen op mij zwaar overdreven en intimiderend over.

Het hele gebeuren was  ook wel enigszins beklemmend, hoewel ik moet zeggen dat door de over het algemeen correcte opstelling van de agenten en de zorgzaamheid van de aanwezige voetballers ik me eigenlijk de hele tijd veilig heb gevoeld. Wat voor mij erg zwaar telde is dat ik uitgenodigd was en daar dus was als hun gast. Dat betekent voor mij dat het methodisch en ethisch niet correct was om te vertrekken. Reflectie en verantwoording achteraf stelt je in staat het hele incident en de eigen positie van een afstand te bekijken. Daarbij, zo merkte ik, is juist het aanwezig zijn en er (voor een deel althans) deel van uit maken een voorwaarde om de reacties van de mannen (en de verschillen daarbij) te begrijpen en de nuances te zien.

 

Rest mij de aanwezigen te bedanken voor hun hartelijke ontvangst, de open gesprekken voor / tijdens /  en na, de goede zorgen voor / tijdens /  en na en het keurig afzetten bij het station.

 

 

 

 

 

10 comments.

Brekend: Moslims + Barbecue + Voetbal in Den Haag

Posted on September 5th, 2013 by martijn.
Categories: Activism, Blind Horses, Notes from the Field, Panoptic Surveillance, Public Islam.

Stop de persen! Brekend nieuws! Wist u dat er bij de moslims in Den Haag iedere 60 seconden één minuut voorbij gaat?

Ik denk dat Geenstijl, Spitsnieuws, Telegraaf en andere boosmakerbakkers hier best mooie koppen van kunnen maken à la ‘Tijdbom in Den Haag’. Want zoiets is er wel aan de hand als een stel opgeschoten kinderen in Sliedrecht al leidt tot grote krantenkoppen en als een islam vlag al leidt tot diverse berichten in de media en kamervragen.

Wat was er aan de hand?

Een groep moslims in Den Haag gaat regelmatig met elkaar barbecueën, voetballen en hangen op een veldje. Het zijn vooral mensen uit Den Haag, maar soms ook mensen van elders. Meestal wordt er een oproep op Facebook geplaatst evenals afgelopen week; toen met een ludieke flyer: (Een gedeelte van de tekst van de flyer is verwijderd ter bescherming van de privacy)

Het voetballen vond plaats op een ADO veldje. ADO Den Haag nam daar gelijk afstand van; iets dat niet nodig was. Het is immers niet meer dan een veldje dat mede door hen betaald is zoals je ook Cruijff veldjes en Krajicek courts hebt.  De groep mensen die bij elkaar komt zijn mensen die op verschillende manieren verbonden zijn aan, in contact staan met voormalige clubjes als BehindBars  (tegenwoordig beter bekend als ‘Syriëgangers’), maar niet allemaal. Volgens eigen zeggen spelen soms ook anderen (inclusief niet-moslims) mee: “We zijn allemaal voetballiefhebbers.”

En wat nog meer?

Het gedoe ontstond om de volgende foto:

Die foto werd door een van de aanwezigen geplaatst op Twitter (maar was ook al op Facebook voorbijgekomen). U ziet de mannen in gebedshouding staan en één van de mannen met een islam vlag. Al Sham had via via ook de beschikking over foto’s en die bewerkte er één en zette die nieuwe versie Twitter:

Daarbij staat vermeld “vanuit Nederland in steun van de Islamitische Staat” (met het laatste wordt verwezen naar Iraq en Syrië). Deze tweet werd vervolgens op twitter opgepikt door mijn gewaardeerde Belgische collega Pieter van Ostaeyen waarna ook Harald Doornbos het oppikte. Daarna was de beer los en namen diverse media het over en de PVV (die een paar jaar geleden allochtonen nog wilde uitsluiten van voetbalclubs) gaat kamervragen stellen. Bij Omroep West werd een en ander in verband gebracht met Hizb ut Tahrir (Hizbal Tahrir?). Dat klopt niet en dat liet de HuT ook weten. Uit hun uitzending bleek dat de afbeelding wat angst maar vooral onzekerheid en vragen oproept:

 

Die vlag, he
Op diverse plekken is gesteld dat dit een Al Qaeda vlag, jihadvlag of zelfs terroristenvlag is. Ergens zag ik zelfs tegenkomen dat dit alles deel uitmaakt van een trainingskamp. Dat laatste is onzin. Het eerste ligt wat genuanceerder. Er zijn namelijk vlaggen en er zijn vlaggen. Dat is al zo sinds de profeet Mohammed zijn eerste banier gebruikte: de Raya. Daarnaast zijn er zwarte vlaggen met de shahada, vlaggen met een afbeelding van de het zegel van de profeet en één die vaak wordt aangeduid als de Al Qaeda vlag die dateert van de Islamitische Staat van Iraq.

Met andere woorden niet al deze vlaggen zijn Al Qaeda vlaggen. De bewuste vlag kan als zodanig gebruikt zijn en worden gebruikt door aan Al Qaeda geaffilieerde groepen, maar in zijn algemeenheid hoeft dat niet zo te zijn. Dat hangt van de context af en je zult de vlag ook tegenkomen bij mensen die niet AQ/ISIS steunen. Dat wil niet zeggen dat men de jihadistische strijd niet steunt, maar dat is niet per definitie uit de foto af te leiden. Overigens was er, journalistiek gezien, een revolutionaire en spectaculaire manier geweest om een en ander te checken: wederhoor.

Eindoordeel

Het lijkt me verstandig als onderzoekers terughoudend zijn met het (re-)tweeten van (potentieel) nieuws waar moslims bij betrokken zijn, zonder dat er iets duidelijk is van de context. Voordat je het weet hebben stukjesbakkers en politici het overgenomen voor hun eigen commerciële, sensatiegerichte en politieke doeleinden. Daar kun je beter buiten blijven totdat je weet wat er aan de hand is.

Uiteindelijk gaat het hier om mensen die hier geen strafbaar feit plegen, die voetballen, barbecueën en met elkaar praten. Dat lijkt mij geen probleem in een rechtstaat.

Doorlopen. Next!

Zie ook de reacties op De Ware Religie:
Geenstijl doet een GVA’tje | DeWareReligie.nl

De Gazet van Antwerpen (GVA) maakte slechts enkele dagen geleden nog een misser. Nu doet Geenstijl het nog eens ‘dunnetjes‘ over. Zo bericht de rechts radicale en anti-islamitische haatblog over een groep moslims die op een veldje in Spoorwijk aan het bidden zijn. Althans, dat is te zien op de foto. Geenstijl trekt vervolgens gelijk de vergelijking door naar een executie in een land die duizenden kilometers hiervandaan ligt. Maar wat gebeurde er nu werkelijk? Wat is de context van de foto? 

Nederlandse vlag of Allahu Akbar in Denhaagistan | DeWareReligie.nl

Hierbij willen wij onze “welgemeende” excuses aanbieden voor het gebruiken van de ‘terroristenvlag’. Wij zullen voortaan ook niet meer in het openbaar het gebed verrichten omdat het algemeen bekend is dat leden van Al Qaida ook vijf keer per dag het gebed verrichten richting Mekka.  En trouwens, als het jullie pleziert kunnen we zelfs overwegen om voortaan vijf keer per dag een andere richting op te bidden. Denk aan de Tweede Kamer of Het Witte Huis. Ja, met het schaamrood op onze kaken kunnen wij bevestigen dat Al Qaida moslims zijn en uhm…ja hoe moet ik het zeggen… wij ook!

2 comments.

R4bia – The Symbolic Construction of Protest

Posted on September 1st, 2013 by martijn.
Categories: Activism, Society & Politics in the Middle East.

In the last few weeks a new symbol has emerged in the Middle East, online and offline, to remember the crackdown of the Rabaa al-Adawiya protest camp whereby many pro-Mursi citizens were killed. The ‘four-fingered’ salute is a black hand on a bright yellow background and posted on several social networking sites by people who want to express their solidarity with, remembrance of and anger about the death of the Rabaa protesters.
You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video

The name of the square refers to Rabia Al-‘Adawiyya whose birth, according to the stories, has been announced to her father in a dream. After much misfortune she was sold as a slave but remained steadfast in her faith. She was released and started to live in the desert and became an important Sufi saint. Râbi’a is the feminine form of fourth in Arabic; see also the insightful story by Zainab Salbi on HuffPo. (Arba’a is four). Rabî’ means springtime which maybe a reference to the Arab Spring as some observers noted (although I haven’t seen that connection anywhere yet, and as a Dutch colleagues notes below the association of rabî’ with four is not that self evident; it is usually associated with generosity or opulence).

You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video
Symbols like this one are always important in cases of protest. Anthropologist Anthony Cohen’s The Symbolic Construction of Community  on belonging and attachment is very useful here to understand what is going on.  According to Cohen (1985: 118) communities can best be seen as repositories and communities of meaning: “people construct community symbolically, making it a resource and repository of meaning, and a referent of their identity”. Communities are in Cohen’s words symbolic constructions of similarity and difference: people experience that they have something in common which distinguishes them from other categories of people in society (Cohen 1985: 12).

This symbol for most people clearly marks the boundary between pro-coup and anti-coup protesters in Eygpt. As the work of Cohen (1985) however makes clear; individual members may share symbols of community but do not necessarily share their meaning; these symbols therefore do not just stand for something else but enable individual members to generate their own meaning and to find their own way of expressing themselves.

The construction of meaning

A Turkish multilingual website R4bia.com has been launched explaining (or rather claiming one particular interpretation of) the symbol.
What is R4BIA? | DON’T FORGET R4BIA

What is R4BIA?

R4BIA is a symbol of freedom

R4BIA is the birth of a new movement for freedom and justice

R4BIA is the birth of a new world

R4BIA is the return of Muslims to world stage

R4BIA means justice, freedom and conscience

R4BIA is the place where the so-called values of the West collapsed

R4BIA means the Egyptian heroes who became free by dying

R4BIA is Egypt, Syria, Palestine and the whole geography of Islam

R4BIA is the name of those who wake all the Islamic world with their death

R4BIA is the place of people who show the death is a revival

R4BIA is our daughter Asma

R4BIA is the grandchildren of Hasan Al Banna

R4BIA is the new name of our children who will change the world

R4BIA is a new breath to humanity

R4BIA is justice for everyone against rotten Western values

R4BIA is the soul of a free man and a free woman

R4BIA is the tear, the sadness, the sobbing

R4BIA is the joy, the happiness, the good news

R4BIA is the child, the woman, the young, the old

R4BIA is a man like a man

R4BIA is straight as an Aleef, humble as Waw

R4BIA is a pure martyrdom

R4BIA is a new world

R4BIA is Ummah

R4BIA is solidarity, togetherness, brotherhood

R4BIA is unification of Islamic World

R4BIA is the shame of the accomplice of the massacres

R4BIA is the end of munafiqeen who support the massacres

R4BIA is the end of oil sheikhs

R4BIA is the end of capitalists

R4BIA is the end of Zionists

R4BIA is the end of immoral press

RABIA is the arena of martyrdom

R4BIA is the mother of martyrs

R4BIA is a smiling martyrdom

[…]
“This is the ‘Rabia sign.’ ‘Rabia’ means four or fourth in the Arabic language. The name of this square comes from Rabia al-Adawiya, a blessed lady among the pious servants of Allah. She received the name Rabia because she was the fourth child in the family. We use the sign to cherish her legacy.”
“The second reason why this sign bears significance is the fact that Mohamed Morsi was the fourth President of Egypt after Gamal Abdel Nasser, Anwar Sadat and Hosni Mubarak. We make the sign to remind people of his presidency.”
“In addition, those who gather in Tahrir Square to support the military coup prefer the V sign made with the two fingers. We cannot be the same as those people. We use and spread the Rabia sign in order to distinguish ourselves from them.”
When pro-democracy demonstrators made this explanation at the early hours of 14 August, the Egyptian army moved into Rabia al-Adawiya to unleash the biggest civilian massacre that history has ever witnessed. It is likely that those few people who explained what the sign meant were martyred as well. This website contains photos and video footage of those who made the sign for the last time, right before the killings.
Following the massacre in Egypt, the Rabia sign came to be better recognized, and from then on began spreading across the entire Muslim world.

And on their facebook page we can find the following quote:

Rabaa” meaning four or the fourth in Arabic has become the sign of anti-coup protests in ?#?Egypt? worldwide. It is the symbol of war against military regime & support for those who were martyred while protesting against military coup. The massacre on August 14 near Masjid ?#?Rabia? of anti-coup protesters in Egypt tried to voice their demands to the world by raising their four fingers. Rabaa al-Adawiya Square is around 180 feet wide road and almost 6 miles long & it was fully decorated by the gathering of anti-coup protesters, it is as famous as ?#?Tahrir? Square in Cairo due to resistance of hundreds of thousands of anti-coup protesters going on for more than two months. It has witnessed one of the gravest massacres of recent years. Let’s all change our DP to ?#?R4BIA? to show solidarity with our ?#?Egyptian? brethren.

For these people the sign incorporates many things ranging from humanity, freedom and justice to the Muslim Brotherhood and the victims of the violence against the Muslim Brotherhood (such as Asma Beltagy, the daughter of a senior MB leader) and martyrdom. For many this symbol appears to replace (for now) the traditional ‘V’ sign symbolizing among other things victory and solidarity.

The rise of ‘R4bia’

According to Al-Arabiya it was the Turkish prime minister who was one of the first to promote if not instigate the trend:

The contestation re-asserts the value of such practices and re-affirms its value in negotiations with others (Cohen 1985: 297). Through this symbolic re-investment such moral practices become the boundary between insiders and outsiders.

Four-finger salute: Egypt rivals use ‘Rabaa hand’ to turn Facebook yellow – Alarabiya.net English | Front Page

During a speech delivered on August 17 to mark the launch of an urban renovation project in Bursa, Erdogan, a staunch opponent of Mursi’s ouster and the deadly violence which ensued, saluted the crowds several times with this sign.

The sign was also raised by several Turkish footballers after scoring goals. It is believed the first player who raised it was Emre Belözoglu, a Fenerbahçe midfielder who formerly played at Inter Milan.

Then the symbol appears to have been adopted by international activists and subsequently a Turkish humanitarian aid group ‘merchandized‘ the symbol by handing out T-shirts and badges. I have also seen it on twitter and facebook of European (including Dutch) Muslims (some of them known activists).

Contested meanings: War of the fingers

Cohen’s (1985) argument that the idea and symbols of a community can be different things for different people opens up the possibility for including a space for ambiguity and contestation. The rise of a new symbol usually means that other people will try to attach and claim new meanings or to create countersymbols. Al Arabiya gives a few examples:

Four-finger salute: Egypt rivals use ‘Rabaa hand’ to turn Facebook yellow – Alarabiya.net English | Front Page

One of the images circulating in response to the four-fingered salute is a hand brandishing five fingers, a traditional Egyptian sign to banish away bad luck or a “curse.”

The phrase beneath the hand, pictured on many social media sites, shows a statement in support of Egypt’s military commander General Abdel Fatah al-Sisi.

Another image, also in support of the military, shows two hands making “OK” signs. The fingers however are curved in the form of two “C” shapes, intending to show “C-C.” Say it, and you’ll be saying the army general’s name.

An interesting one is a parody on the sign featuring the actress Sophia Loren:

This re-appropration of the symbol is of course not really pleasing the activists who support and spread the R4bia sign in the first place but some don’t mind particular jokes such as the one with Sophia Loren:

Four-finger salute: Egypt rivals use ‘Rabaa hand’ to turn Facebook yellow – Alarabiya.net English | Front Page

“Describing something as yellow in Arabic is pronounced ‘Safra’ – a similar sound to the pronunciation of her name in Arabic. So they put her picture instead of her name, against the yellow background. Somebody must have really been bored to do that!”

 

I have also come across a different meaning being give to R4bia: Ready for Brotherhood Independent Army often denouncing the Muslim Brotherhood as a terrorist entity.

There is also opposition from others, Salafi oriented, who claim the sign is against Islam and more in particular against the doctrine of Tawhid (the unity and uniqueness of God). They use several arguments against the symbol: It is shirk (idolatry), because it suggests a belief in four gods instead of the one; it is bid’ah (innovation) since the prophet Muhammad used such a symbol or raitawhid sed four fingers. It is not allowed since Muslims are only allowed to raise one’s index fingers (symbolizing tawhid). Some have then re-appropriated the r4bia sign into a tawhid sign. Another reason r4bia is criticized is that some feel it represents nationalism which for them is also against Islam. Also here we see how one sign can be a repository of several contested meanings.

Others, within the same circles, however have opposed these contestations and stated there is nothing in the symbol that is against Islam: the prophet and companions did on occasion raise four fingers in a similar style. The idea that it would represent four gods, makes no sense since it refers to the clashes on the square and is not about God or gods (also I dont think anyone so far claimed it was an Islamic symbol). Furthermore the link with nationalism also doesn’t make sense for them since it is not associated with any country at all. Others however fear that this symbol will replace their own flags (the black banners) and that Muslims should be careful in taking up signs that do not originate in Islamic tradition. Also the people using the symbol are regarded as righteous but also as people who stand up against a dictator out of nationalist motives rather than for the sake of God; nationalism for them is against Islam as it divides the Muslim community. As Muslims in other places are suffering too, it is better to use the tawhid sign, since all Muslims are in this.

I’m not arguing here what is correct or not; as an outside observer it doesn’t matter. What matters here is that the contestation re-asserts the value of such signs and re-affirms its value in negotiations with others. Furthermore it creates a language in which supporters and opponents can negotiate. Take for example a white flag, if you use that during a battle to surrender, you opponent will get it. If you are waving your own flag when you want to surrender, chance is that other things will happen.Through this re-investment in symbolic status such signs become symbolic markers of the boundary insiders and outsiders creating both difference and similarity on different sides of the boundary but also across the boundary.

“I have two ways of loving You:
A selfish one
And another way that is worthy of You.
In my selfish love, I remember You and You alone.
In that other love, You lift the veil
And let me feast my eyes on Your living Face.”

-Rabaa Adawiya

4 comments.

Australian flash mob protest – Egypt, Syria and Silence is Betrayal

Posted on August 28th, 2013 by martijn.
Categories: Activism, Society & Politics in the Middle East.

Flash mobs are so [fill in whatever year]. Are they? The video below is, I think, an example of how powerful a flash mob can be. It shows a flash mob protest by Muslim youth in at Darling Harbour in Sydney, Australia, on the 19th May 2012 to raise awareness of the oppression of the people of Syria by the Assad regime.

They have a facebook page to coordinate the flash mobs (next one will be coming Sunday). Interestingly, they also yes the yellow black rab4a symbol that appears to gain currency from a symbol of solidarity among Turkish people with the victims of the bloodshed in Egypt to a global symbol against violence, intolerance and oppression and for justice, freedom and peace. This particular movement, Silence is Betrayal!, presents itself on their facebook page as a

A movement of young people with a vision of raising awareness for justice in the world. If we remain silent, then we betray our moral obligations by not speaking out for justice and against injustice.

You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video

H/T: A.A.

1 comment.

Hongerstaken & Vasten in Gitmo: Dwangvoeding en het stelen van de pijn?

Posted on July 11th, 2013 by martijn.
Categories: Activism, International Terrorism.

Al enige tijd zijn ruim honderd gevangenen op Guantanamo Bay in hongerstaking. Ongeveer veertig van hen worden onder dwang gevoed. Gisteren is voor de meeste moslims de Ramadan begonnen. De vraag is of dwangvoeding dan mag doorgaan; de Amerikaanse autoriteiten vinden van wel maar hebben in een oefening van culturele sensitiviteit besloten rekening te houden met het tijdstip van het verbreken van de vasten.

Het verbeelden van het onzichtbare

Er zijn diverse campagnes aan de gang tegen Guantanamo in het algemeen (dat zou gesloten worden, weet u nog?) en tegen dit dwangvoeden in het bijzonder. Maar het is moeilijk om duidelijk te maken wat dwangvoeden nu precies betekent. De Amerikaanse acteur en rapper Mos Def, tegenwoordig Yasiin Bey, heeft daarom samen met de mensenrechtenorganisatie Reprieve besloten om de Standard Operating Procedure voor dwangvoeding in beeld te brengen door deze procedure zelf te ondergaan. Het resultaat is een schokkende video:
You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video
De video is de start van een campagne om steun te vergaren voor de Gitmo gevangenen die in hongerstaking zijn uit protest tegen hun gevangenschap zonder enige aanklacht of rechtszaak. De campagne vraagt mensen om tijdelijk mee te doen in een solidariteitshongerstaking.

Het zichtbaar maken van concrete vormen van onderdrukking en marteling is een krachtige manier om onrecht aan de kaak te stellen. Het is dan ook een goede zaak dat deze video gemaakt is. Dat gezegd hebbende, toch een kanttekening. Die kan ik het beste uitleggen aan de hand van het volgende onderschrift bij de titel van een ooggetuige verslag van het maken van deze video:

When Yasiin Bey was force-fed Guantánamo Bay-style – eyewitness account | World news | The Guardian

When Yasiin Bey was force-fed Guantánamo Bay-style – eyewitness account

In an instant, he was no longer Mos Def – rapper and Hollywood star – but a powerless prisoner, experiencing what hunger strikers in Guantánamo Bay endure daily

Hier wordt Bey dus neergezet als iemand die tijdelijk iemand anders was: een Gitmo-gevangene. Graciella Brunswick op twitter had dezelfde bedenkingen als ik kreeg na het lezen van bovenstaande regels:
[View the story “Yasiin Bey: “Stealing the pain of others?”” on Storify]

De pijn van de ander

Haar verwijzing ‘stealing the pain of others’ verwijst naar een prachtig artikel van Sherene Razack: Stealing the Pain of Others: Reflections on Canadian Humanitarian Responses. In dat artikel gaat zij in op hoe Canadese documentaires, boeken en rapporten proberen het leed van anderen inzichtelijk te maken om er voor te zorgen dat ‘iets’ nooit meer gebeurt. Razack stelt echter dat dergelijke campagnes dat effect helemaal niet hebben en dat we er ook niet boos over worden, maar dat we in plaats daarvan ‘we have engaged in a peculiar process of consumption, one that is the antithesis to genuine outrage and which amounts to what I call “stealing the pain of others.”‘

Brunswick verwijst ook naar Lauren Berlant en haar notie van ‘nationale sentimenten‘. Dit heeft betrekking op een manier van relaties aangaan en onderhouden waarbij emoties een grote rol spelen omdat ze iets authentieks zouden zeggen over de mensen waarvoor anderen moeten openstaan en respect voor moeten hebben. De emoties die wij voelen bij het kijken naar het filmpje van Bey, de pijn die hij overduidelijk voelt en het feit dat dit gedeeld wordt, zorgen voor een verbinding tussen gelijkgestemden, een gevoel van verbondenheid en van individualiteit.

Het in beeld brengen van, in de casus die Razack behandelt, de pijn van de Rwandezen zorgt er niet voor dat we hen zien als mensen zoals wij, maar het dehumaniseert hen juist terwijl het ‘ons’ (die meeleven) juist tot superieure wezens maakt. Bey’s actie die van hem een tijdelijke Gitmo gevangene maakt zorgt er juist voor dat de echte Gitmo gevangenen naar de achtergrond verdwijnen en tegelijkertijd blijft Bey’s geprivilieerde positie ten opzichte van die gevangenen onzichtbaar: voor hem is het maar tijdelijk. Dit is niet één van de vele schendingen van de mensenrechten en vernederingen die hem aangedaan worden en in tegenstelling tot de gevangen ondergaat hij de dwangvoeding vrijwillig. Razack maakt ook een belangrijk punt als het gaat om ‘pijn’. Hoe meer ‘pijn’ op de voorgrond wordt gesteld, hoe meer de focus komt te liggen op de pijn die Bey ervaart en niet op de pijn van de echte Gitmo gevangene en die gevangene zelf en de situatie waarin hij verkeert. De nadruk ligt niet op de alledaagse vernederingen, machteloosheid, rechteloosheid en geestdodende routine van Gitmo, maar op het sensationele, dramatische en theatrale empathie.

We zouden hier kunnen spreken van de werkelijkheid geweld aandoen. Dit is een vorm van symbolisch geweld dat plaatsvindt wanneer mensen gereduceerd worden tot een klein, representatief geacht deel van hun wereld en waarbij er vervolgens op basis van de kleine deel vergaande conclusies worden getrokken over een mens (of groep) als geheel. Die mens is alleen een object voor degenen die optreden als hun zaakwaarnemer. Een dergelijke fenomeen zien we nogal eens optreden wanneer bijvoorbeeld blanke mannen zo nodig zwarte vrouwen willen redden van hun zwarte mannen. Een voorbeeld daarvan is het verbod op de gezichtssluier. Eén van de vooronderstellingen is dat het dragen ervan te maken heeft of zelfs bewijs is van een vrouwenonderdrukkende religie en het zijn vooral blanke mannen die het op zich hebben genomen om de draagsters te redden van deze onderdrukking door hen (!) te verbieden de gezichtssluier te dragen. Zo komen deze blanke mannen over als redelijke, rationele, heldhaftige en ge-emancipeerde wezens. De vrouwen in kwestie is door hen meestal niets gevraagd.

Het spektakel van de zaakwaarnemer

Met andere woorden de verontwaardiging die we voelen bij het zien van het filmpje van Bey leiden, Berlant’s en Razack’s redeneringen volgend, helemaal niet tot het ter discussie te stellen van onrecht (weg ermee!), maar tot een spektakel van pijn die we onszelf toe-eigenen en vervolgens proberen te delen met andere (moet je dit nou toch eens zien!). Ik doe niets af aan de intenties van Bey, ik geloof wel dat (voorzover ik dat kan bepalen) ze oprecht en eerlijk zijn, maar ik wijs op de consequenties van zijn actie om te spreken namens anderen. De wijze waarop hij dat doet laat niet alleen de alledaagse context van Gitmo verdwijnen, maar ook Bey’s geprivilieerde positie. Hij ís geen gevangene en dat is toch wel een cruciaal verschil met de gevangenen van Gitmo. Iedere suggestie dat hij dat wel is (zoals in bovenstaand citaat) doet de werkelijkheid geweld aan en komt neer op het stelen van de pijn van de anderen om wie het zou moeten gaan. Zoals in het geval van het verbod op de gezichtssluier, leidt het spreken door blanke mannen met een geprivilieerde positie namens anderen met een minder machtige positie uiteindelijk wellicht niet tot een bevrijding van de laatsten maar tot het tegendeel: het inperken van hun vrijheid. Het gaat dus niet alleen om wat iemand zegt of laat zien, maar ook om wie dat doet. Als ik hetzelfde doe als Bey, als hoogopgeleide, blanke academicus en man, zou dit nog problematischer zijn dan in het geval van Bey.

De vraag die nu komt is natuurlijk: kun je het wel ooit goed doen? Moet je dan helemaal stil blijven als je onrecht ziet? Moet je alleen spreken over onrecht als het betrekking heeft op een groep waartoe je wel behoort? En wie bepaalt dan waar je bijhoort? Of kun je ongeacht alles toch gewoon spreken namens anderen? Altijd stil blijven lijkt me geen optie, maar soms niet willen optreden als zaakwaarnemer kan wel eens de meest verstandige optie zijn. Wanneer je dan toch spreekt namens anderen dien je je altijd bewust te zijn en zichtbaar te maken wat je eigen achtergrond is, je eigen machtspositie en wat de nadelige effecten kunnen zijn wanneer jij degene bent die zich uitspreekt en van de manier waarop je dat doet. Het lijkt mij dat Bey’s film sterker was geweest wanneer hij die effecten en zijn achtergrond (in het bijzonder dat hij iemand is die niet gevangen zit) ook had verhelderd. In mijn geval, mijn spreken over de gevangenen van Guantanamo gebeurt altijd vanuit een ongelooflijk luxe positie als blanke man met een goede baan. Ik bén dus nooit een Gitmo gevangene.

0 comments.

Hongerstaken & Vasten in Gitmo: Dwangvoeding en het stelen van de pijn?

Posted on July 11th, 2013 by martijn.
Categories: Activism, International Terrorism.

Al enige tijd zijn ruim honderd gevangenen op Guantanamo Bay in hongerstaking. Ongeveer veertig van hen worden onder dwang gevoed. Gisteren is voor de meeste moslims de Ramadan begonnen. De vraag is of dwangvoeding dan mag doorgaan; de Amerikaanse autoriteiten vinden van wel maar hebben in een oefening van culturele sensitiviteit besloten rekening te houden met het tijdstip van het verbreken van de vasten.

Het verbeelden van het onzichtbare

Er zijn diverse campagnes aan de gang tegen Guantanamo in het algemeen (dat zou gesloten worden, weet u nog?) en tegen dit dwangvoeden in het bijzonder. Maar het is moeilijk om duidelijk te maken wat dwangvoeden nu precies betekent. De Amerikaanse acteur en rapper Mos Def, tegenwoordig Yasiin Bey, heeft daarom samen met de mensenrechtenorganisatie Reprieve besloten om de Standard Operating Procedure voor dwangvoeding in beeld te brengen door deze procedure zelf te ondergaan. Het resultaat is een schokkende video:
You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video
De video is de start van een campagne om steun te vergaren voor de Gitmo gevangenen die in hongerstaking zijn uit protest tegen hun gevangenschap zonder enige aanklacht of rechtszaak. De campagne vraagt mensen om tijdelijk mee te doen in een solidariteitshongerstaking.

Het zichtbaar maken van concrete vormen van onderdrukking en marteling is een krachtige manier om onrecht aan de kaak te stellen. Het is dan ook een goede zaak dat deze video gemaakt is. Dat gezegd hebbende, toch een kanttekening. Die kan ik het beste uitleggen aan de hand van het volgende onderschrift bij de titel van een ooggetuige verslag van het maken van deze video:

When Yasiin Bey was force-fed Guantánamo Bay-style – eyewitness account | World news | The Guardian

When Yasiin Bey was force-fed Guantánamo Bay-style – eyewitness account

In an instant, he was no longer Mos Def – rapper and Hollywood star – but a powerless prisoner, experiencing what hunger strikers in Guantánamo Bay endure daily

Hier wordt Bey dus neergezet als iemand die tijdelijk iemand anders was: een Gitmo-gevangene. Graciella Brunswick op twitter had dezelfde bedenkingen als ik kreeg na het lezen van bovenstaande regels:

De pijn van de ander

Haar verwijzing ‘stealing the pain of others’ verwijst naar een prachtig artikel van Sherene Razack: Stealing the Pain of Others: Reflections on Canadian Humanitarian Responses. In dat artikel gaat zij in op hoe Canadese documentaires, boeken en rapporten proberen het leed van anderen inzichtelijk te maken om er voor te zorgen dat ‘iets’ nooit meer gebeurt. Razack stelt echter dat dergelijke campagnes dat effect helemaal niet hebben en dat we er ook niet boos over worden, maar dat we in plaats daarvan ‘we have engaged in a peculiar process of consumption, one that is the antithesis to genuine outrage and which amounts to what I call “stealing the pain of others.”‘

Brunswick verwijst ook naar Lauren Berlant en haar notie van ‘nationale sentimenten‘. Dit heeft betrekking op een manier van relaties aangaan en onderhouden waarbij emoties een grote rol spelen omdat ze iets authentieks zouden zeggen over de mensen waarvoor anderen moeten openstaan en respect voor moeten hebben. De emoties die wij voelen bij het kijken naar het filmpje van Bey, de pijn die hij overduidelijk voelt en het feit dat dit gedeeld wordt, zorgen voor een verbinding tussen gelijkgestemden, een gevoel van verbondenheid en van individualiteit.

Het in beeld brengen van, in de casus die Razack behandelt, de pijn van de Rwandezen zorgt er niet voor dat we hen zien als mensen zoals wij, maar het dehumaniseert hen juist terwijl het ‘ons’ (die meeleven) juist tot superieure wezens maakt. Bey’s actie die van hem een tijdelijke Gitmo gevangene maakt zorgt er juist voor dat de echte Gitmo gevangenen naar de achtergrond verdwijnen en tegelijkertijd blijft Bey’s geprivilieerde positie ten opzichte van die gevangenen onzichtbaar: voor hem is het maar tijdelijk. Dit is niet één van de vele schendingen van de mensenrechten en vernederingen die hem aangedaan worden en in tegenstelling tot de gevangen ondergaat hij de dwangvoeding vrijwillig. Razack maakt ook een belangrijk punt als het gaat om ‘pijn’. Hoe meer ‘pijn’ op de voorgrond wordt gesteld, hoe meer de focus komt te liggen op de pijn die Bey ervaart en niet op de pijn van de echte Gitmo gevangene en die gevangene zelf en de situatie waarin hij verkeert. De nadruk ligt niet op de alledaagse vernederingen, machteloosheid, rechteloosheid en geestdodende routine van Gitmo, maar op het sensationele, dramatische en theatrale empathie.

We zouden hier kunnen spreken van de werkelijkheid geweld aandoen. Dit is een vorm van symbolisch geweld dat plaatsvindt wanneer mensen gereduceerd worden tot een klein, representatief geacht deel van hun wereld en waarbij er vervolgens op basis van de kleine deel vergaande conclusies worden getrokken over een mens (of groep) als geheel. Die mens is alleen een object voor degenen die optreden als hun zaakwaarnemer. Een dergelijke fenomeen zien we nogal eens optreden wanneer bijvoorbeeld blanke mannen zo nodig zwarte vrouwen willen redden van hun zwarte mannen. Een voorbeeld daarvan is het verbod op de gezichtssluier. Eén van de vooronderstellingen is dat het dragen ervan te maken heeft of zelfs bewijs is van een vrouwenonderdrukkende religie en het zijn vooral blanke mannen die het op zich hebben genomen om de draagsters te redden van deze onderdrukking door hen (!) te verbieden de gezichtssluier te dragen. Zo komen deze blanke mannen over als redelijke, rationele, heldhaftige en ge-emancipeerde wezens. De vrouwen in kwestie is door hen meestal niets gevraagd.

Het spektakel van de zaakwaarnemer

Met andere woorden de verontwaardiging die we voelen bij het zien van het filmpje van Bey leiden, Berlant’s en Razack’s redeneringen volgend, helemaal niet tot het ter discussie te stellen van onrecht (weg ermee!), maar tot een spektakel van pijn die we onszelf toe-eigenen en vervolgens proberen te delen met andere (moet je dit nou toch eens zien!). Ik doe niets af aan de intenties van Bey, ik geloof wel dat (voorzover ik dat kan bepalen) ze oprecht en eerlijk zijn, maar ik wijs op de consequenties van zijn actie om te spreken namens anderen. De wijze waarop hij dat doet laat niet alleen de alledaagse context van Gitmo verdwijnen, maar ook Bey’s geprivilieerde positie. Hij ís geen gevangene en dat is toch wel een cruciaal verschil met de gevangenen van Gitmo. Iedere suggestie dat hij dat wel is (zoals in bovenstaand citaat) doet de werkelijkheid geweld aan en komt neer op het stelen van de pijn van de anderen om wie het zou moeten gaan. Zoals in het geval van het verbod op de gezichtssluier, leidt het spreken door blanke mannen met een geprivilieerde positie namens anderen met een minder machtige positie uiteindelijk wellicht niet tot een bevrijding van de laatsten maar tot het tegendeel: het inperken van hun vrijheid. Het gaat dus niet alleen om wat iemand zegt of laat zien, maar ook om wie dat doet. Als ik hetzelfde doe als Bey, als hoogopgeleide, blanke academicus en man, zou dit nog problematischer zijn dan in het geval van Bey.

De vraag die nu komt is natuurlijk: kun je het wel ooit goed doen? Moet je dan helemaal stil blijven als je onrecht ziet? Moet je alleen spreken over onrecht als het betrekking heeft op een groep waartoe je wel behoort? En wie bepaalt dan waar je bijhoort? Of kun je ongeacht alles toch gewoon spreken namens anderen? Altijd stil blijven lijkt me geen optie, maar soms niet willen optreden als zaakwaarnemer kan wel eens de meest verstandige optie zijn. Wanneer je dan toch spreekt namens anderen dien je je altijd bewust te zijn en zichtbaar te maken wat je eigen achtergrond is, je eigen machtspositie en wat de nadelige effecten kunnen zijn wanneer jij degene bent die zich uitspreekt en van de manier waarop je dat doet. Het lijkt mij dat Bey’s film sterker was geweest wanneer hij die effecten en zijn achtergrond (in het bijzonder dat hij iemand is die niet gevangen zit) ook had verhelderd. In mijn geval, mijn spreken over de gevangenen van Guantanamo gebeurt altijd vanuit een ongelooflijk luxe positie als blanke man met een goede baan. Ik bén dus nooit een Gitmo gevangene.

0 comments.

Postcard from England: Make Tea Not War

Posted on July 9th, 2013 by martijn.
Categories: Activism, Multiculti Issues, Notes from the Field, Religious and Political Radicalization.

Hello my dear readers, I’m back in the Netherlands again. I was in England between 18 June and 3 July and I have talked to many people in London, Birmingham, Manchester and Leicester. This time I was not only there for my research on Muslims from the Netherlands who have migrated to the UK and their identity, lifestyles and memories, but also to talk with as many people as I could about the kind of ‘in your face’ activism some Muslims deploy in the UK, the Netherlands, Belgium and Germany as part of a research project I’m working on with a several colleagues.

Woolwich
It was clear from the all the talks that the events of Woolwich were still very much alive in people’s mind. Almost every talk I had came to that topic at least once. The verbal and physical assaults against Muslims and other acts of agression against mosques were treated with what one might call ‘Hollandse nuchterheid’ or ‘Dutch down-to-earth-mentality’ although there is probably a good English equivalent for that as well. Sure in particular the bomb device set off at Aisha Mosque in Walsall scared many people I talked to, but many also warned not to engage in all kinds of scaremongering about Muslims getting attacked everywhere and to treat the number of Islamophobic incidents with caution. One reason for doing that, is that some feared that those incidents are changing the terms of the debate. While after Woolwich many of the people I spoke to were abhorred by the attack and the subsequent theatrical performance of one of the perpetrators, they also observed that the incidents against Muslims triggered feelings of the need to defend and moreover, to retaliate.

That is a justified fear I think; it is indeed proven in many other cases that violent incidents can cause a chain reaction of more violence and counter-violence and violent rhetoric destroying the language of peace, dialogue, inclusion and civility. A noteworthy event that was told many times was the York mosque who invited the EDL demonstrators into the mosque for a cup of tea and together they ended the evening with a football match. It appears that not only violent events can change the terms of the debate but also peacefull tactics can suddenly change the whole scene. Also the idea of ‘Making tea, not War’ was seen as the deployment of a tactic that has a typical ‘British ring’ to it. For many of my interlocutors the York story was seen as a nice example of how Muslims should act. It is one of things I’m interested: in what tactics can change debates and how do these tactics emerge and what are the assumptions and intra-Muslim debates behind it?

StarTV
I’m not going to elaborate on every meeting I had, but I do want to share one interesting event I went to. On Sunday 30 June in the Hilton Hotel in Ealing I attended the launch of a new television channel StarTV. (See also the short report at the Somiland Blog by Goth Mohamed Goth.) It is a really remarkable experience by the way to come to that hotel in London, see all these incrediby nice British Somali people going to the same room as you and the first that happens when you enter the room is that you are welcomed in Dutch.

The channel, an initiative by Dutch Somali Phd-student, youth worker and now also entrepeneur Mohamed Hassan and several others, is going to make programs for Somalis in the diaspora. The evening was one as usual: many many speeches by lots of different people. Not the most exciting thing maybe but as a ritual it is important as it gives you a clue as to who matters and how broad the potential support for the channel might be. Interestingly there was a Somali-Dutch speaker as well who showed a keen interest in cooperating with this channel in order to show their content (they already have) to a wider TV audience.

Such speeches are not only about content but also at establishing or maintaining and publicly performing a particular type of social relationship with the audience and the organizers of such an event. At the end of the reception one of the guests came forward asking what this channel has to offer compared with the already existing Somali TV channels. This older man reminded me of several of these events in the Netherlands where it is usually some older man (sometimes an older woman) who comes forward and asks the one million dollar question, addresses the elephant in the room. Often these are people who appear to be a little peculiar but still liked and respected at the same time.

Mohamed Hasan responded (in Somali, it was translated to the audience) very clear I think that this channel, contrary to the others, will be a diaspora channel, focussing on the issues and preferences of the diaspora audience with regard to life in Europe and the situation in Somalia and Somaliland. Throughout the evening many speakers, in particular young and female speakers, addressed the need to take up issues such as khat, problems of Somali youth and so on in a critical manner. A few people told me that this might turn some of the programs of the channel into controversial ones but they emphasized that there is a need for that, in particular among young people.

There were a few politicians and institutional spokespersons as well. Some from within the community, showing their support for the channel and emphasizing their view that the Somali community is an invisible community (despite having ‘many docters and lawyers’ as was repeated many times during the evening) and the channel may or should contribute to making it more visible. There were several white non-Somali speakers as well, one of them saying that he is willing to appear in programs of the channel and that he will take up the issue of female circumcision, according to him a form of violence against women. Somehow I often get really uncomfortable when (white) politicians and policy makers do that: speaking about female circumcision at a public event that is not about female circumcision but is organized by a community that is connected to that practice. I’m not sure why I feel that way. Is it about discussing something that, to me anyway, is so private at an event that is not related to it? Is it about the white man trying to save black women (not withstanding the fact that there are many among Somalis who are against it as well)? Or do I pick up the unease among the audience? Or is the latter a case of projection on my part?

Home and away through sound and visibility
I think StarTV is an interesting combination of diaspora politics, Somali entrepeneurship, community work and transnational citizenship. A few days before the launch I already had a little tour at their office showing me some of their programs. Here also the events of Woolwich came back in the talks but also in the try outs of a few programs they made that featured some street interviews.

One of the programs about cooking by the way had a tune that will be recognized by many Dutch Somalis and other Dutch people as it was the tune of a very well known long standing Dutch TV program. This made me think of the role of sound in people’s sense of belonging, recognition, home, familiarity, and so on. When I heard the tune it completely took me by surprise although Mohamed ‘warned’ me by saying ‘you have to listen to this, you will recognize it’. It also brought me back to my home situation wherein many people amongst family and friends love that program (I do not by the way). I guess with many Dutch Somalis this will also be a strong embodied moment of belonging although perhaps with different meanings attached to it. One wonders if the eagerness many Dutch Somalis in England have to talk Dutch with me (even if their Dutch sometimes is buried deep in their childhood memories) is not only about speaking it but also about hearing Dutch from me and hearing themselves speak Dutch?

The other issue, emphasized during the launch of StarTV pertains to visibility. What is actually meant by this? There is an abundance of media reports about the problems of Somali youth in the UK; this is not the kind of visibility one is after of course. The idea that there are many lawyers and doctors also suggests a particular kind of visiblity; one that is good but not enough as it came often up in reference to lacking Somali police officers. Another question comes up then: visible to whom? So it could be about having people in public functions visible to the public; splitting the latter into two: the wider public including Somalis who want to be protected against crime and a smaller public of Somalis including the Somali victims and perpretrators of crime who want a police force they can relate to. Speculation of course, but it would be interesting to explore this issue a little more. I also wonder, although it didn’t come up in the talks, what the Olympic medal of Mo Farah means in this case. It was a medal for England by a Somali runner. Visibility could therefore also have something to do with being visible to a wider public as part of England (or the UK?) as British ánd Somalis. This also came up in some of the speeches during the launch of StarTV and the little tour I had at their offices. Visibility then becomes an ambition to feel at home and to be recognized (in different meanings of that word) as being at home in the UK, in the Somali diaspora and perhaps in Somalia as well.

Closing

My trip to England was very useful again and also a very nice experience again. I like to say thanks to everyone who was willing to talk to me now or next time.

PS

During my stay in England I received the news that the Dutch Organization for Scientific Research (NWO) decided to fund a research proposal on Muslim activism that I wrote together with Annelies Moors and Sarah Bracke. In this research we will analyse the varieties in positions Muslim activists have taken in the Dutch Islam debates after 1989, with in particular attention to gender and to social media. Needless to say, I’m very happy with this and look forward cooperating with others involved. Also best wishes for my other colleagues who received funding and I hope that others whose application was refused and who also had a very good proposal will have more luck next time.

PPS

A blessed Ramadan!

1 comment.

OntdekIslam Conferentie – Groene Vogels

Posted on June 25th, 2013 by martijn.
Categories: Activism, ISIM/RU Research, Notes from the Field, Religious and Political Radicalization, Society & Politics in the Middle East, Young Muslims.

Naar aanleiding van het voortdurende conflict in Syrië en de berichten van moslimjongeren die afreizen om aldaar deel te nemen aan de gewapende strijd, heeft OntdekIslam een conferentie georganiseerd.

De titel van de conferentie verwijst naar het idee dat de zielen van martelaren in de strijd worden gedragen in de harten van groene vogels die hen naar het paradijs brengen. Volgens een Hadith Qudsi zou God over deze martelaren hebben gezegd: “Hun zielen bevinden zich in groene vogels, die lantaarns hebben hangen aan de Troon, zij vliegen vrij door het Paradijs, waar zij maar willen, en dan zoeken zij beschutting in deze lantaarns”.

In de conferentie komen vragen aan bod als:

Wat is nu de exacte wijze waarop de islamitische wet- en regelgeving zich verhoudt tot de keuzes van enkele moslimjongeren om te strijden in Syrië? En is het aan de mens om een ander tot martelaar te betitelen, of behoort dit oordeel toe aan Allah swt? Deze en andere vraagstellingen worden besproken in bijdragen door broeder Khalid Benhaddou en imam Remy Soekirman. Broeder Anouar Ethawri zal middels spoken word een bijdrage leveren en ook zal er ruimte zijn voor interactie met het publiek.

Datum: Zaterdag 6 juli 2013
Adres: Centrum de Middenweg, Kerdijkstraat 16 Rotterdam.

Tijdstip: 17.30 inloop, aanvang 18.00 uur, einde 21.00 uur.
Geplaatst op verzoek van de organisatie

1 comment.

Syriëgangers op de TV

Posted on May 29th, 2013 by martijn.
Categories: Activism, Notes from the Field, Religious and Political Radicalization.

Inleiding
Wat een drukte he, deze week. Eerst nieuws over het Motivaction onderzoek over Syriëgangers. ‘s Avonds de uitzending van het NCRV programma Altijd Wat over Nederlandse jongeren, idealen, engagement, activisme en strijd; daarin ook een van de pleitbezorgers van de de Syriëgangers. Daarna in Knevel en Van de Brink nog één. En op woensdag dan het programma De Vijfde Dag ‘Op zoek naar Zakariya’ over een bekeerde moslims die vecht in Syrië. En natuurlijk een hoop gedoe op de twitter hierover. En hier een overzicht.

Wat is de vraag

De kern van dit onderzoek betreft de volgende probleemstelling:

  1. Wat is de houding en opvatting van Nederlandse moslims en autochtonen ten aanzien van de burgeroorlog in Syrië?
  2. Wat is de houding en opvatting van Nederlandse moslims en autochtonen ten aanzien van Syrië-gangers?

De volgende onderzoeksvragen staan daarbij centraal:

  1. In hoeverre is er draagvlak voor het interveniëren door de Nederlandse overheid in Syrië (financieel en/of militair)?
  2. In hoeverre is er begrip voor Nederlandse moslims die naar Syrië vertrekken om te vechten tegen het regime van president Assad?
  3. Wat is de houding ten aanzien van personen die moslims werven om in Syrië te gaan vechten (de ‘ronselaars’)?
  4. Hoe dient omgegaan te worden met moslims die naar Syrië willen vertrekken?
  5. Dienen Syrië-gangers die terugkomen vanuit Syrië naar Nederland gestraft te worden? Zo ja, wat is dan een gepaste straf?

Kort commentaar:
Waarom maakt men een onderscheid tussen autochtonen en Nederlandse moslims? Ook autochtonen kunnen immers moslim zijn.
Waarom noemt men het eigenlijk een burgeroorlog? Waarom niet een gewelddadig schaakspel tussen mondiale en regionale grootmachten, nationale strijdgroepen en het Syrische regime? Of iets anders?
Wordt er bij draagvlak voor interventie in de rapportage vergeleken met soortgelijke vragen uit het verleden? (nee)
Wat is in vredesnaam ‘begrip’? (Is dat begrijpen, goedkeuren, accepteren ?)

Wat is jihad?

Jihad: In de voorgelegde vragenlijst is de volgende toelichting gehanteerd voor jihad; jihad is de heilige strijd voor de normen en waarden van de islam.

De term ‘jihad’ is afkomstig van ‘jahada’: streven naar, zich inspannen, zich bekwamen. Jihad kan verschillende betekenissen hebben, afhankelijk van de context, waaronder ook militaire. Gedurende de tijd is de militaire jihad steeds meer een defensieve jihad geworden tegen aggressie van niet-moslims, vergelijkbaar met de concepten van ‘rechtvaardigde oorlog’ zoals die ontwikkeld is door christelijke denkers zoals Augustinus en Thomas van Aquino en met internationaal oorlogsrecht hoewel er ook wel de nodige verschillen zijn. Er is behoorlijk verschil van mening over toepassing van de jihad-doctrines in de moderne tijd, zo stellen sommigen dat er sprake moet zijn van een kalief die oproept tot jihad (die is er niet) en verschilt men van mening hoe om te gaan met andersdenkende moslims. Wat bedoelt nu in bovenstaande definitie? Die zou ook betrekking kunnen hebben op humanitaire hulp. Anderen stellen dat er geen sprake is van jihad want geen kalief, anderen vinden dat er geen sprake kan zijn van jihad want het gaat om een oorlog tussen moslims en weer anderen stellen dat Assad cs. helemaal geen moslims zijn. Het gaat er mij niet om welke definitie juist is, maar je weet met bovenstaande definitie niet precies wat je meet.

Wie is moslim?

Nederlandse moslims: In Nederland woonachtige moslims met een Turkse en of Marokkaanse achtergrond (zij zelf of hun ouders zijn geboren in Turkije of Marokko). Gekozen is voor deze afbakening, omdat de Turkse en Marokkaanse Nederlanders de grootste moslimgemeenschap vormen in Nederland. Zij benadrukken dat het hier dus geen moslims betreft met bijvoorbeeld een Surinaamse of Indonesische achtergrond en ook geen tot de islam bekeerde autochtone Nederlanders.
Autochtonen: Dit betreft personen die zelf, maar ook hun ouders, in Nederland zijn geboren. Verder hebben wij voor de zuivere vergelijking de enkele autochtoon die de islam aanhangt uit deze steekproef gefilterd.

Dit is natuurlijk uiterst problematisch. Zoals ik eerder al schreef in mijn reflectie hoofdstuk in het SCP rapport Moslim in Nederland (wat echt een mijlenver veel beter rapport is). De tegenstelling autochtonen vs. Moslims bestendigt het beeld dat de islam een migratiegodsdienst is: we vergeten wel eens dat Nederland al in de koloniale tijd veel moslims binnen de grenzen had en dat we inmiddels al tweede- of zelfs derdegeneratiemoslims hebben die hier geboren en opgegroeid zijn. Hoelang blijven we islam dan nog zien als migratiegodsdienst? Waarom geen nadere uitsplitsing gemaakt tussen jong en oud? Waarom ook geen andere autochtone en allochtone religieuze groepen genomen? Er is, onderzoekstechnisch gezien, geen enkele reden om autochtonen als norm te nemen.

Motivaction stelt religie waarschijnlijk als volgt vast. Men maakt een profiel van iedereen die deelneemt aan hun panels op basis van naw-gegevens, samenstelling huishouden, opleidingen, mentality, (gezins-)inkomen en opleiding van hoofdkostwinner en tot slot culturele achtergrond.
Bij culturele achtergrond vraagt men:
– In welk land ben je geboren?
– In welk land is je moeder geboren?
– In welk land is je vader geboren?

Waar men hier naar vraagt is dus etniciteit en niet religie. De verklaart ook dat men autochtone Nederlanders er buiten laat.

Bevragen

Het onderzoek is gebaseerd op twee representatieve steekproeven:

  1. Een representatieve steekproef onder autochtone Nederlanders tussen de 18 en 70 jaar (n=570).
  2. Een representatieve steekproef onder Turkse en Marokkaanse moslims in Nederland in de leeftijd van 18 tot 60 jaar (n=370). Er is gekozen voor deze afbakening, omdat Nederlandse moslims voor het overgrote deel bestaan uit Turkse- en Marokkaanse Nederlanders.
    Voor de dataverzameling voor de steekproef onder autochtonen is gebruikgemaakt van het StemPunt-panel van Motivaction (www.stempunt.nu) waar momenteel ongeveer 70.000 Nederlanders lid van zijn.

Betekent dit dat er 570 autochtonen gevraagd zijn in een panel van 70.000 Nederlanders? En de rest? Moslims en non-respons? (Wat is de non-respons eigenlijk?). Ook heel opvallend, voor Turkse en Marokkaanse Nederlanders is gebruik gemaakt van een combinatie van online en face-to-face-veldwerk: “Door analfabetisme en digibetisme onder deze groep is het niet mogelijk om een online representatieve steekproef te realiseren.”

Het lijkt me dat het verschil in methodes tussen beide groepen op z’n zachtst gezegd onhandig is en het is ook maar de vraag of bepaalde groepen in Nederland, ook onder autochtonen, wel goed vertegenwoordigd zijn in die onlinepanels.

Conclusies

Dit alles maakt conclusies trekken zeer lastig. Want hoe moeten we de resultaten nu eigenlijk lezen? Wat heeft men precies gevraagd? Kunnen mensen eigenlijk meerdere, tegenstrijdige meningen hebben? Bijvoorbeeld dat men vindt dat er sprake is van een gerechtvaardige strijd, geen jihad, moedige strijders en dat men toch vindt dat ze beter niet kunnen gaan? De gesprekken die ik totnutoe heb gehad laten namelijk zien dat mensen ermee worstelen, dat ze helemaal geen eenduidige mening hebben.

Met de term ‘moslim’ wordt een en ander religieus geduid, maar men bevraagt etnische groepen. Het is niet duidelijk hoe belangrijk religie is voor Turkse en Marokkaanse Nederlanders die onderzocht zijn, hoe belangrijk Syrië is. Dus, misschien vindt men religie superbelangrijk, maar Syrië niet of andersom, maar vindt men het wel een jihad. Of men vindt religie onbelangrijk, Syrië ook, vindt men het geen jihad, maar de jongemannen wel helden. Als we dus al uit kunnen gaan van de conclusies, dan laat het onderzoek vooral het algemene patroon zien en niet de diversiteit.

Motivaction rapport

AltijdWat
Get Microsoft Silverlight

Knevel en Van den Brink
Get Microsoft Silverlight
Bekijk de video in andere formaten.

Makkelijk praten achterafDe Vijfde Dag
Get Microsoft Silverlight
Bekijk de video in andere formaten.

Eerdere uitzending
Get Microsoft Silverlight
Bekijk de video in andere formaten.

Het rondje langs de kwettervelden

Tot Slot
Het Twitter-overzicht is een impressie meer niet natuurlijk. Representatief zijn de afgebeelde meningen in ieder geval niet. Ik heb geprobeerd een diversiteit aan posities op te nemen, zonder de afzonderlijke tweets compleet uit hun verband te halen. Op de twittervelden blijkt ontzettend weinig begrip te zijn, maar ik vermoed dat dat een vertekening is. Mensen van wie ik weet dat ze veel positiever zijn over de Syriëgangers hebben zich stil gehouden, maar ook anderen met uitgesproken meningen heb eigenlijk weinig laten horen. Wel zijn er veel reacties in mijn mail waar ik nog even doorheen ga (u krijgt allemaal antwoord, maar het zal niet snel gaan). Er zijn enkele opvallende uitspraken gedaan in de uitzendingen waar ik hier niet op inga.

Gezien de enorme hoeveelheid media-aandacht, leeft bij wel de vraag in hoeverre hedendaagse media de strijd van de jongeren in Syrië, hun pleitbezorgers hier, maar ook die van hun islamitische tegenstanders, het geweld en het bloedvergieten in Syrië reduceert tot sensatie, spektakel en entertainment. Dat gold voor de programma’s afzonderling (met uitzondering van Knevel en Van den Brink) niet zozeer denk ik, maar er zijn natuurlijk al genoeg andere voorbeelden geweest. Er is in ieder geval ook veel discussie over of dit soort verhalen op TV moeten. Om begrip te kweken en de mensen zelf hun positie te laten definiëren en verhelderen lijkt me dit niet slecht. Zeker het programma AltijdWat droeg daar aan bij. Knevel en Van den Brink was meer een inquisitie en de Vijfde Dag eigenlijk een herhaling van wat we eerder gehoord hadden. Voor degenen die hier niks mis mee hebben (moslim en niet-moslim) was het een bijna pijnlijk en boosmakend iets om naar te kijken. Voor anderen was het een feest van herkenning, erkenning en inspiratie.

4 comments.