You are looking at posts in the category Multiculti Issues.
| M | T | W | T | F | S | S |
|---|---|---|---|---|---|---|
| « Sep | ||||||
| 1 | 2 | 3 | 4 | |||
| 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 |
| 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 |
| 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 |
| 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | |
Posted on November 27th, 2012 by martijn.
Categories: Gender, Kinship & Marriage Issues, Islam in the Netherlands, islamophobia, Multiculti Issues, Public Islam.
Woningcorporatie Eigen Haard ging in op woonwensen van moslims. Het Parool noemde dit halalwoningen en haalde zo secularistische gevoeligheden omhoog. Hier een overzicht van multicultureel bouwen in Nederland en van de discussie naar aanleiding van de publicatie in Het Parool.
Als antropoloog kom ik graag bij de mensen thuis. Dan zie je nog eens wat. Want hoe eenvormig de huizen tegenwoordig ook mogen lijken, de meeste mensen geven er toch een persoonlijk tintje aan gebaseerd op wat men ‘mooi’, ‘praktisch’ en ‘gepast’ vindt. Daar zit dan vervolgens ook weer een bepaald patroon in aangezien dat soort zaken altijd met de sociaal-culturele context van mensen te maken heeft. Dat is voor autochtonen zo en ook voor allochtonen. De tijd is voorbij dat we 35 mannelijke gastarbeiders in pensions stopten die eigenlijk amper geschikt waren voor één groot gezin.
‘Multicultureel’ bouwen in Nederland
Inmiddels zijn er dan ook tal van woningbouwprojecten die rekening houden met de behoeften van allochtone inwoners, in het bijzonder voor wat betreft de functionaliteit van een huis; zeg maar de praktische inrichting en plattegrond. Den Haag heeft Schilderswijk (Punt Komma in 1988), Verzorgingshuis Schildershoek (ruimte voor christelijke, joodse en islamitische gelovigen), de Bazar (ondernemers), Rotterdam Biz Botuluyuz en Oude Noorden, Dordrecht Noorderkwartier, Amsterdam Hudsonhof, Indische buurt, en het Centraal Park Noord. Niet alles is gerealiseerd overigens en sommige projecten waren niet meer dan studieprojecten. Ook plaatsen als Wageningen, Nijmegen, Boxtel en Utrecht kennen projecten; voornamelijk gericht op ouderen.
Eén van de oudste projecten in Nederland waar gebruik is gemaakt ‘uitheemse’ invloeden is denk ik Kasbah in Hengelo uit 1973, maar in feite staat architectuur door de eeuwen heen bloot aan invloeden van buitenaf die ook de woonwensen van mensen hier beïnvloeden. Woningen kunnen daarbij op verschillende manieren aangepast aan de wensen van bewoners: geschikt voor ouderen, samenwonen van meerdere generaties, gescheiden leefcircuits, licht en donker verdeling, enzovoorts. Weliswaar hielden de projecten rekening met de wensen van allochtonen, maar ze werden vaak ook zeer gewaardeerd door autochtone bewoners. In sommige steden (Arnhem en Rotterdam) is geprobeerd de specifieke eisen op te nemen in de standaardeisen. Opvallend is het Rotterdamse Oleanderproject (1993), bedoeld als de mooiste ‘Turkse wijk in Europa’. Eén van de reden dat dit losgelaten is, was omdat Turkse Nederlanders geen wijk wilden die teveel door Turkse Nederlanders gedomineerd zou worden. Ook in andere projecten, zoals het Rotterdamse Le Medi (discussie 2002/2003), kwam de vrees naar voren dat er ‘getto-vorming’ (zoals dat werd genoemd) zou ontstaan en ‘dat de islam door islamitische bouwstijlen sterker zou worden’. Met name die projecten die zich richten op een ‘duidelijke’ identiteit en multiculturele expressie werden vaak gaandeweg bijgesteld. En wel op zo’n manier dat die specifieke identiteit minder opviel.
Halalwoningen
Afgelopen zaterdag wist Het Parool te melden dat woningcorporatie Eigen Haard in Bos en Lommer (Amsterdam) een complex van 188 appartementen speciaal heeft aangepast aan de wensen van moslims: ‘halal-woningen’. In het uitgebreidere stuk in het PS katern van Parool kunnen we lezen in het stuk ‘Zo woont Mustapha het liefst‘ dat het onder meer gaat om een extra grote keuken, een ruim voorportaal met een schoenenkast (maar die staat dan weer niet bij de voordeur, slimmeriken), satellietschotels, extra waterleidingaansluitingen voor ritueel reinigen (de familie in het stuk gebruikt die echter niet) en schuifdeuren zodat woonkamer en keuken gescheiden kunnen worden (wat de vrouw in het artikel bijvoorbeeld doet als er visite is die ‘niet zo intiem’ is).
Het complex is onder renovatie vanaf 2010; daarvoor was het een aardig verloederd en uitgewoond pand. Voor de renovatie is gekozen voor uitgebreide inspraak met onder meer een vrouwenraad en een kinderraad. Het bleek met name de vrouwenraad te zijn die hamerde op een vrouwendomein en een scheiding met het mannendomein. In het Parool stuk wordt daarbij verwezen naar Koerdische gebruiken uit Oost-Turkije: “Daar eten mannen en vrouwen apart”. Een hemelsblauwe keuken werd afgewezen omdat ‘Hollanders dat niet willen’ en ‘je moet flexibel blijven’. De woningen zijn ook groter geworden tegen een redelijk vriendelijke prijs. Er blijken ook meer ‘Nederlanders’ te wonen dan voorheen.
Eén van de vragen die opgeworpen worden in het stuk is of het wel de taak is van de woningcorporatie om rekening te houden met de religieus-culturele wensen van de huurders. UvA-socioloog Veldboer betwijfelt dit gezien de grote en snelle veranderingen in de wereld onder meer door secularisering (ontkerkelijking). Hij ziet wel een overeenkomst met een andere aanpak van corporaties: plaatsingsbeleid op grond van leefstijl. Hij erkent dat dat in het geval van ‘moslimleefstijl’ gevoelig is, maar als dat met andere leefstijlgroepen wél kan dan waarom hier niet.
Aanpassen aan moslims
In het grotere stuk staat nergens dat Eigen Haard stelt dat het gebouw is aangepast voor ‘moslims’; wel word er verwezen naar religieus-culturele wensen. Op de voorpagina echter stelt men wel dat EH het heeft aangepast aan de woonwensen van moslims. De politiek reageert daarop:
Volgens de gemeenteraadsleden Daniel van der Ree (VVD) en Marijke Shahsavari (CDA) zouden woningcorporaties zich niet moeten bezighouden met het aanbieden van woningen die specifiek inspelen op de woonwensen van moslims. “Dat komt de integratie niet ten goede.”
[…]
Integratiedeskundige Han Entzinger noemt het een sympathiek initiatief, maar waarschuwt voor concentraties van moslims. “De corporatie zegt wel dat ze braaf zal toewijzen via de regels, maar je loopt wel een risico dat er vooral moslims komen wonen.”Van der Ree zegt dat het zo aanpassen van woningen geen corporatietaak is. “Je geeft zo het signaal af dat je specifiek bouwt voor moslims. Mensen mogen wonen waar ze willen, maar het is niet de bedoeling dat wij moslims naar een plek leiden om er met z’n allen onder elkaar te wonen.”
Volgens Shahsavari bestaat het gevaar dat het gebouw een moslimenclave wordt, doordat het in de praktijk vooral voor hen geschikt is. “En dan is dat allesbehalve bevorderend voor de integratie. Ik vind dit een heel vreemde ontwikkeling.”
Volgens Wim de Waard van Eigen Haard is er geen gevaar dat de woningen exclusief door moslims zullen worden bewoond. “We hebben geluisterd naar de wensen van onze bewoners, maar de woningen zijn net zo goed geschikt voor niet-moslims. Er is geen sprake van dat we zullen selecteren op religieuze achtergrond.”
En op pagina vier wordt gesproken over ‘moslimenclaves’
“En wat dan als er katholieken komen die bij hun huis graag een kapelletje willen?” zegt Shahsavari. “Dat wordt natuurlijk nooit toegestaan.”
Van der Ree en Shahsavari vinden dat de extra aanpassingen niet voor rekening van de belastingbetalers mogen komen. Wim de Waard van Eigen Haard stelt dat de kosten niet hoog zijn en verwerpt dat het complex een enclave wordt. “Inmiddels is het percentage niet-moslims toegenomen. De aanpassingen maken het onze moslimbewoners gewoon gemakkelijk, maar het kraantje dat de moslim gebruikt voor het ritueel reinigen, kan de niet-moslim gebruiken om zijn gieter te vullen.”
Entzinger noemt het een ‘beetje een ouderwets initiatief.’ “Aan de Molukkers vroegen we destijds ook: wat voor huizen willen jullie? Dat heeft niet veel zoden aan de dijk gezet.”
Hoewel de aanpassingen inderdaad gelegitimeerd kunnen worden op basis van de verwijzingen van mensen naar de islam, wordt dat in de bijlage niet gedaan. Hoogstens is er een verwijzing naar etnische patronen die de scheiding tussen mannen en vrouwen legitimeren. Het is echter nog maar de vraag wat dit nu allemaal met islam te maken, behalve wellicht dan dat veel bewoners moslim zijn. Er zijn genoeg redenen om het zo doen die te maken hebben met alledaagse praktische overwegingen die deels te maken hebben specifieke culturele gevoeligheden en patronen zoals Ferdows Kazemi laat zien.
Overigens in de voorbereiding op de renovatie is de woningcorporatie wel degelijk uitgegaan van een idee over wat moslims belangrijk zouden kunnen vinden:
“Daarnaast hebben we ook speciale bijeenkomsten voor vrouwen, omdat vrouwen uit een moslim-cultuur vaak niet met mannen in één ruimte samen willen zijn. Dat is het maandelijkse koffie-overleg. De deelneemsters hebben duidelijke eigen wensen, bijvoorbeeld de al bekende dichte keuken, waar vrouwen apart kunnen zitten, maar ook een betere wasgelegenheid in het toilet in plaats van het kleine handenwasbakje. Het lijkt niet spectaculair, maar het is belangrijk dat ze weten dat ze worden gehoord.”
Ook hieruit blijkt dat het de vrouwen waren die de nadruk legden op specifieke voorzieningen voor vrouwen. Je kunt je natuurlijk afvragen of men hier dan niet een heel specifieke selectie van vrouwen te pakken heeft. Zoals vaak het geval is bij inspraak is er een specifieke groep die de inspraak namens anderen verzorgd. Moslims die gruwen van een mogelijke scheiding tussen mannen en vrouwen zijn misschien niet aanwezig geweest. Overigens geldt daarbij nog wel de opmerking dat velen die een scheiding verwerpen, dat verwerpen voor publieke domeinen en niet voor privé-domeinen. Overigens, het rekening houden met specifieke etnisch-religieuze woonwensen (als dat het geval zou zijn) is natuurlijk nog niet hetzelfde als exclusief voor moslims bouwen.
De islamisering van minderheden
In de discussies die volgen op het Parool artikel gaat het met name om het vermeende islamitische aspect hiervan. Er wordt dan ook verwezen naar ‘halal-woningen’ (halal als in toegestaan in islamitische tradities). Het artikel zelf, de geschreven tekst, was nog niet eens zo heel slecht zoals ook Carel Brendel betoogt. Wat Brendel echter ook, terecht, betoogt is dat aan de veelbesproken plattegrond van de woningen niet te zien is of het islamitisch is en wat er islamitisch aan is. Hij geeft het voorbeeld van huizen in de Oekraïne, je zou ook aan grote woonboerderijen kunnen denken. De term halalwoning is daarom belangrijker dan menigeen suggereert. Die term op zich betekent weinig; het gaat niet om halal geslacht vlees, er is geen gezaghebbende instantie die het huis halal of haram kan verklaren. De term halalwoning krijgt betekenis en gezag doordat die voortdurend herhaald wordt: in andere krantenberichten, op blogs, twitter (RT’s) en Facebook (like & share). Het is de herhaling die van een onbestemde realiteit De Waarheid maakt.
Geenstijl duikt erop en vergroot het moslimaspect nog eens. Het aanpassen van woningen op basis van sekse (want onderdrukt!) en geloof kan niet. En columnist Jan Bennink schreef een stuk in de Volkskrant waarin hij zich beklaagt dat moslims voorgetrokken worden. Hij is er niet zozeer op tegen dat er rekening wordt gehouden met de woonwensen van mensen, maar wel wanneer dit zou gebeuren op basis van geloof in plaats van bijvoorbeeld inkomen. Het project zou een uiting zijn van een sluipende islamisering via commerciële kanalen. In haar programma gaat Eva Jinek in gesprek met minister Plasterk ook in tegen het idee van het aanpassen van woningen op basis van religieuze voorkeuren en zeker wanneer dat onder andere gaat om het scheiden van mannen en vrouwen en zeker zeker wanneer dat de overheid dat financiert. Plasterk relativeert dat, maar stelt ook dat we niet zo moeten gaan bouwen dat niet-moslims er niet meer willen wonen. De VVD in Amsterdam vindt het prima dat moslims onder elkaar willen wonen, maar met deze halalwoningen worden moslims toch een ‘verkeerde kant’ op gestuurd wat integratie niet ten goede zou komen. Daarbij gaat het hier om belastinggeld want sociale huurwoningen worden dubbel gesubsidieerd en dus moeten we er voorzichtig en efficiënt mee om gaan volgens hen. Dat betekent dat als mensen een eigen huis kopen of voor eigen rekening huren, ze zelf verantwoordelijk zijn voor indeling en inrichting. ‘Bij sociale huurwoningen ligt dit tot echt anders.’, aldus de VVD.
Seculiere neo-liberale gevoeligheden
In deze discussie zitten diverse interessante patronen;
Dikke seculier neo-liberale haram?
De obsessie met moslims zorgt ervoor dat we dit soort aanpassingen en huizen meteen zien als des moslims en islamisering ook al gaat het grotere artikel in het Parool daar nauwelijks over (in tegenstelling tot de kleinere teasers in het Parool). Dat is genoeg om vanuit secularistische overwegingen ‘Haram!‘ / ‘Mag Niet!’ te roepen. Op zo’n manier wordt het duidelijk dat het onderscheid tussen religieus – seculier, publiek – privé, integratie – segregatie, man-vrouw niet zozeer vastomlijnde heldere scheidingen zijn, maar het resultaat van politieke overwegingen en neo-liberale belangen. Het gaat daarbij niet eens zozeer om moslims vs. seculiere samenleving, maar eerder om verschillende invullingen van de liberale, seculiere multiculturele samenleving door verschillende instanties en politieke partijen. Er zijn ook tegengeluiden dus er is zeker geen eensgezindheid over waar de grenzen liggen. In plaats van scheidingen tussen bijvoorbeeld seculier / religieus als absolute scheidingen te nemen, kunnen we ze beter opvatten als verschillende posities in publieke debatten over de grenzen tussen verschillende domeinen en over het type samenleving dat we willen zijn.
Overzicht andere sites/blogs
Posted on November 27th, 2012 by martijn.
Categories: Gender, Kinship & Marriage Issues, Islam in the Netherlands, islamophobia, Multiculti Issues, Public Islam.
Woningcorporatie Eigen Haard ging in op woonwensen van moslims. Het Parool noemde dit halalwoningen en haalde zo secularistische gevoeligheden omhoog. Hier een overzicht van multicultureel bouwen in Nederland en van de discussie naar aanleiding van de publicatie in Het Parool.
Als antropoloog kom ik graag bij de mensen thuis. Dan zie je nog eens wat. Want hoe eenvormig de huizen tegenwoordig ook mogen lijken, de meeste mensen geven er toch een persoonlijk tintje aan gebaseerd op wat men ‘mooi’, ‘praktisch’ en ‘gepast’ vindt. Daar zit dan vervolgens ook weer een bepaald patroon in aangezien dat soort zaken altijd met de sociaal-culturele context van mensen te maken heeft. Dat is voor autochtonen zo en ook voor allochtonen. De tijd is voorbij dat we 35 mannelijke gastarbeiders in pensions stopten die eigenlijk amper geschikt waren voor één groot gezin.
‘Multicultureel’ bouwen in Nederland
Inmiddels zijn er dan ook tal van woningbouwprojecten die rekening houden met de behoeften van allochtone inwoners, in het bijzonder voor wat betreft de functionaliteit van een huis; zeg maar de praktische inrichting en plattegrond. Den Haag heeft Schilderswijk (Punt Komma in 1988), Verzorgingshuis Schildershoek (ruimte voor christelijke, joodse en islamitische gelovigen), de Bazar (ondernemers), Rotterdam Biz Botuluyuz en Oude Noorden, Dordrecht Noorderkwartier, Amsterdam Hudsonhof, Indische buurt, en het Centraal Park Noord. Niet alles is gerealiseerd overigens en sommige projecten waren niet meer dan studieprojecten. Ook plaatsen als Wageningen, Nijmegen, Boxtel en Utrecht kennen projecten; voornamelijk gericht op ouderen.
Eén van de oudste projecten in Nederland waar gebruik is gemaakt ‘uitheemse’ invloeden is denk ik Kasbah in Hengelo uit 1973, maar in feite staat architectuur door de eeuwen heen bloot aan invloeden van buitenaf die ook de woonwensen van mensen hier beïnvloeden. Woningen kunnen daarbij op verschillende manieren aangepast aan de wensen van bewoners: geschikt voor ouderen, samenwonen van meerdere generaties, gescheiden leefcircuits, licht en donker verdeling, enzovoorts. Weliswaar hielden de projecten rekening met de wensen van allochtonen, maar ze werden vaak ook zeer gewaardeerd door autochtone bewoners. In sommige steden (Arnhem en Rotterdam) is geprobeerd de specifieke eisen op te nemen in de standaardeisen. Opvallend is het Rotterdamse Oleanderproject (1993), bedoeld als de mooiste ‘Turkse wijk in Europa’. Eén van de reden dat dit losgelaten is, was omdat Turkse Nederlanders geen wijk wilden die teveel door Turkse Nederlanders gedomineerd zou worden. Ook in andere projecten, zoals het Rotterdamse Le Medi (discussie 2002/2003), kwam de vrees naar voren dat er ‘getto-vorming’ (zoals dat werd genoemd) zou ontstaan en ‘dat de islam door islamitische bouwstijlen sterker zou worden’. Met name die projecten die zich richten op een ‘duidelijke’ identiteit en multiculturele expressie werden vaak gaandeweg bijgesteld. En wel op zo’n manier dat die specifieke identiteit minder opviel.
Halalwoningen
Afgelopen zaterdag wist Het Parool te melden dat woningcorporatie Eigen Haard in Bos en Lommer (Amsterdam) een complex van 188 appartementen speciaal heeft aangepast aan de wensen van moslims: ‘halal-woningen’. In het uitgebreidere stuk in het PS katern van Parool kunnen we lezen in het stuk ‘Zo woont Mustapha het liefst‘ dat het onder meer gaat om een extra grote keuken, een ruim voorportaal met een schoenenkast (maar die staat dan weer niet bij de voordeur, slimmeriken), satellietschotels, extra waterleidingaansluitingen voor ritueel reinigen (de familie in het stuk gebruikt die echter niet) en schuifdeuren zodat woonkamer en keuken gescheiden kunnen worden (wat de vrouw in het artikel bijvoorbeeld doet als er visite is die ‘niet zo intiem’ is).
Het complex is onder renovatie vanaf 2010; daarvoor was het een aardig verloederd en uitgewoond pand. Voor de renovatie is gekozen voor uitgebreide inspraak met onder meer een vrouwenraad en een kinderraad. Het bleek met name de vrouwenraad te zijn die hamerde op een vrouwendomein en een scheiding met het mannendomein. In het Parool stuk wordt daarbij verwezen naar Koerdische gebruiken uit Oost-Turkije: “Daar eten mannen en vrouwen apart”. Een hemelsblauwe keuken werd afgewezen omdat ‘Hollanders dat niet willen’ en ‘je moet flexibel blijven’. De woningen zijn ook groter geworden tegen een redelijk vriendelijke prijs. Er blijken ook meer ‘Nederlanders’ te wonen dan voorheen.
Eén van de vragen die opgeworpen worden in het stuk is of het wel de taak is van de woningcorporatie om rekening te houden met de religieus-culturele wensen van de huurders. UvA-socioloog Veldboer betwijfelt dit gezien de grote en snelle veranderingen in de wereld onder meer door secularisering (ontkerkelijking). Hij ziet wel een overeenkomst met een andere aanpak van corporaties: plaatsingsbeleid op grond van leefstijl. Hij erkent dat dat in het geval van ‘moslimleefstijl’ gevoelig is, maar als dat met andere leefstijlgroepen wél kan dan waarom hier niet.
Aanpassen aan moslims
In het grotere stuk staat nergens dat Eigen Haard stelt dat het gebouw is aangepast voor ‘moslims’; wel word er verwezen naar religieus-culturele wensen. Op de voorpagina echter stelt men wel dat EH het heeft aangepast aan de woonwensen van moslims. De politiek reageert daarop:
Volgens de gemeenteraadsleden Daniel van der Ree (VVD) en Marijke Shahsavari (CDA) zouden woningcorporaties zich niet moeten bezighouden met het aanbieden van woningen die specifiek inspelen op de woonwensen van moslims. “Dat komt de integratie niet ten goede.”
[…]
Integratiedeskundige Han Entzinger noemt het een sympathiek initiatief, maar waarschuwt voor concentraties van moslims. “De corporatie zegt wel dat ze braaf zal toewijzen via de regels, maar je loopt wel een risico dat er vooral moslims komen wonen.”Van der Ree zegt dat het zo aanpassen van woningen geen corporatietaak is. “Je geeft zo het signaal af dat je specifiek bouwt voor moslims. Mensen mogen wonen waar ze willen, maar het is niet de bedoeling dat wij moslims naar een plek leiden om er met z’n allen onder elkaar te wonen.”
Volgens Shahsavari bestaat het gevaar dat het gebouw een moslimenclave wordt, doordat het in de praktijk vooral voor hen geschikt is. “En dan is dat allesbehalve bevorderend voor de integratie. Ik vind dit een heel vreemde ontwikkeling.”
Volgens Wim de Waard van Eigen Haard is er geen gevaar dat de woningen exclusief door moslims zullen worden bewoond. “We hebben geluisterd naar de wensen van onze bewoners, maar de woningen zijn net zo goed geschikt voor niet-moslims. Er is geen sprake van dat we zullen selecteren op religieuze achtergrond.”
En op pagina vier wordt gesproken over ‘moslimenclaves’
“En wat dan als er katholieken komen die bij hun huis graag een kapelletje willen?” zegt Shahsavari. “Dat wordt natuurlijk nooit toegestaan.”
Van der Ree en Shahsavari vinden dat de extra aanpassingen niet voor rekening van de belastingbetalers mogen komen. Wim de Waard van Eigen Haard stelt dat de kosten niet hoog zijn en verwerpt dat het complex een enclave wordt. “Inmiddels is het percentage niet-moslims toegenomen. De aanpassingen maken het onze moslimbewoners gewoon gemakkelijk, maar het kraantje dat de moslim gebruikt voor het ritueel reinigen, kan de niet-moslim gebruiken om zijn gieter te vullen.”
Entzinger noemt het een ‘beetje een ouderwets initiatief.’ “Aan de Molukkers vroegen we destijds ook: wat voor huizen willen jullie? Dat heeft niet veel zoden aan de dijk gezet.”
Hoewel de aanpassingen inderdaad gelegitimeerd kunnen worden op basis van de verwijzingen van mensen naar de islam, wordt dat in de bijlage niet gedaan. Hoogstens is er een verwijzing naar etnische patronen die de scheiding tussen mannen en vrouwen legitimeren. Het is echter nog maar de vraag wat dit nu allemaal met islam te maken, behalve wellicht dan dat veel bewoners moslim zijn. Er zijn genoeg redenen om het zo doen die te maken hebben met alledaagse praktische overwegingen die deels te maken hebben specifieke culturele gevoeligheden en patronen zoals Ferdows Kazemi laat zien.
Overigens in de voorbereiding op de renovatie is de woningcorporatie wel degelijk uitgegaan van een idee over wat moslims belangrijk zouden kunnen vinden:
“Daarnaast hebben we ook speciale bijeenkomsten voor vrouwen, omdat vrouwen uit een moslim-cultuur vaak niet met mannen in één ruimte samen willen zijn. Dat is het maandelijkse koffie-overleg. De deelneemsters hebben duidelijke eigen wensen, bijvoorbeeld de al bekende dichte keuken, waar vrouwen apart kunnen zitten, maar ook een betere wasgelegenheid in het toilet in plaats van het kleine handenwasbakje. Het lijkt niet spectaculair, maar het is belangrijk dat ze weten dat ze worden gehoord.”
Ook hieruit blijkt dat het de vrouwen waren die de nadruk legden op specifieke voorzieningen voor vrouwen. Je kunt je natuurlijk afvragen of men hier dan niet een heel specifieke selectie van vrouwen te pakken heeft. Zoals vaak het geval is bij inspraak is er een specifieke groep die de inspraak namens anderen verzorgd. Moslims die gruwen van een mogelijke scheiding tussen mannen en vrouwen zijn misschien niet aanwezig geweest. Overigens geldt daarbij nog wel de opmerking dat velen die een scheiding verwerpen, dat verwerpen voor publieke domeinen en niet voor privé-domeinen. Overigens, het rekening houden met specifieke etnisch-religieuze woonwensen (als dat het geval zou zijn) is natuurlijk nog niet hetzelfde als exclusief voor moslims bouwen.
De islamisering van minderheden
In de discussies die volgen op het Parool artikel gaat het met name om het vermeende islamitische aspect hiervan. Er wordt dan ook verwezen naar ‘halal-woningen’ (halal als in toegestaan in islamitische tradities). Het artikel zelf, de geschreven tekst, was nog niet eens zo heel slecht zoals ook Carel Brendel betoogt. Wat Brendel echter ook, terecht, betoogt is dat aan de veelbesproken plattegrond van de woningen niet te zien is of het islamitisch is en wat er islamitisch aan is. Hij geeft het voorbeeld van huizen in de Oekraïne, je zou ook aan grote woonboerderijen kunnen denken. De term halalwoning is daarom belangrijker dan menigeen suggereert. Die term op zich betekent weinig; het gaat niet om halal geslacht vlees, er is geen gezaghebbende instantie die het huis halal of haram kan verklaren. De term halalwoning krijgt betekenis en gezag doordat die voortdurend herhaald wordt: in andere krantenberichten, op blogs, twitter (RT’s) en Facebook (like & share). Het is de herhaling die van een onbestemde realiteit De Waarheid maakt.
Geenstijl duikt erop en vergroot het moslimaspect nog eens. Het aanpassen van woningen op basis van sekse (want onderdrukt!) en geloof kan niet. En columnist Jan Bennink schreef een stuk in de Volkskrant waarin hij zich beklaagt dat moslims voorgetrokken worden. Hij is er niet zozeer op tegen dat er rekening wordt gehouden met de woonwensen van mensen, maar wel wanneer dit zou gebeuren op basis van geloof in plaats van bijvoorbeeld inkomen. Het project zou een uiting zijn van een sluipende islamisering via commerciële kanalen. In haar programma gaat Eva Jinek in gesprek met minister Plasterk ook in tegen het idee van het aanpassen van woningen op basis van religieuze voorkeuren en zeker wanneer dat onder andere gaat om het scheiden van mannen en vrouwen en zeker zeker wanneer dat de overheid dat financiert. Plasterk relativeert dat, maar stelt ook dat we niet zo moeten gaan bouwen dat niet-moslims er niet meer willen wonen. De VVD in Amsterdam vindt het prima dat moslims onder elkaar willen wonen, maar met deze halalwoningen worden moslims toch een ‘verkeerde kant’ op gestuurd wat integratie niet ten goede zou komen. Daarbij gaat het hier om belastinggeld want sociale huurwoningen worden dubbel gesubsidieerd en dus moeten we er voorzichtig en efficiënt mee om gaan volgens hen. Dat betekent dat als mensen een eigen huis kopen of voor eigen rekening huren, ze zelf verantwoordelijk zijn voor indeling en inrichting. ‘Bij sociale huurwoningen ligt dit tot echt anders.’, aldus de VVD.
Seculiere neo-liberale gevoeligheden
In deze discussie zitten diverse interessante patronen;
Dikke seculier neo-liberale haram?
De obsessie met moslims zorgt ervoor dat we dit soort aanpassingen en huizen meteen zien als des moslims en islamisering ook al gaat het grotere artikel in het Parool daar nauwelijks over (in tegenstelling tot de kleinere teasers in het Parool). Dat is genoeg om vanuit secularistische overwegingen ‘Haram!‘ / ‘Mag Niet!’ te roepen. Op zo’n manier wordt het duidelijk dat het onderscheid tussen religieus – seculier, publiek – privé, integratie – segregatie, man-vrouw niet zozeer vastomlijnde heldere scheidingen zijn, maar het resultaat van politieke overwegingen en neo-liberale belangen. Het gaat daarbij niet eens zozeer om moslims vs. seculiere samenleving, maar eerder om verschillende invullingen van de liberale, seculiere multiculturele samenleving door verschillende instanties en politieke partijen. Er zijn ook tegengeluiden dus er is zeker geen eensgezindheid over waar de grenzen liggen. In plaats van scheidingen tussen bijvoorbeeld seculier / religieus als absolute scheidingen te nemen, kunnen we ze beter opvatten als verschillende posities in publieke debatten over de grenzen tussen verschillende domeinen en over het type samenleving dat we willen zijn.
Overzicht andere sites/blogs
Posted on November 20th, 2012 by martijn.
Categories: Guest authors, Multiculti Issues.
Guest Author: Zihni Özdil
Being active on social media brings many benefits. For me social media has been a very useful vehicle for sharing articles, blogs, news and activities with others. Another main benefit has been exchanging thoughts, and sometimes humorous rants, with like-minded people.
It turns out there are others besides me who find academic culture to have – generally speaking – quite a narrow spectrum. Especially in the ‘humanities’ field. Academics who are willing to listen to, let alone agree on, viewpoints that take established frameworks to task seem to be scarce.
It may actually be quite universal that real critical thought on one’s own society, history or culture is filtered out somewhere along the way from kindergarten to the post-doc.
I for example remember vividly how I was punished in first grade when I explained to my classmates that Sinterklaas (Dutch Santa Claus) cannot be real since delivering packages to all children in one night is impossible. Most of them understood and agreed.
When my teacher found out I was the source of this deviant idea, she chastised me in front of the other kids. She then completed the punishment by putting an impossibly difficult puzzle in my hands and banishing me into a corner of the classroom. I learnt an important lesson that day: never question established ideas too much.
Nevertheless, an amusing discussion on twitter gave me the idea to draw up a top 10 of the most ignorant statements made by academics. These quotes are real. They have been uttered at events like faculty luncheons, private discussions and sometimes even academic seminars.
Obviously I have kept the names of the persons who said these things anonymous. After all, it does not really matter who has said what. What matters are the tragi-comic results that academic filtering can yield:
Note: this top 10 was made with contributions by:
Sara Salem
Tamara Soukotta
Khaibar Sarghandoy
Sya Taha
Zihni Özdil is junior lecturer and PhD candidate at Erasmus University’s School of History, Culture and Communication. His PhD research centers on state-building and non-sunni Muslim religious minorities in early Republican Turkey. More specifically, he focuses on the interplay between state-led secularization and the formation of Alevi and ‘Nusayri’ identity during the ‘First Turkish Republic’ (1923-1960). He teaches courses on the history of the Middle East and North Africa.
This contribution was also published on his website.
Follow Zihni Özdil on Twitter.
Posted on November 18th, 2012 by martijn.
Categories: Blind Horses, Deep in the woods..., islamophobia, Multiculti Issues, Some personal considerations.
Doc. Smalhout, u kent ‘m wel. De islamspecialist dokter van de Telegraaf. Nu zijn we in het geval van de Telegraaf wel een en ander gewend als het gaat om niet al te waarheidsgetrouwe racistische of fascistische prietpraat. Neem bijvoorbeeld journalist Koolhoven die niet alleen een nepverhaal verzon over onrust in een wijk met veel moslims, maar dat ook nog eens deed om zijn zakelijke vrienden te bevoordelen. Een ander figuur is Rob Hoogland voor wie Marijnissen fout is vanwege een maostisch verleden, maar die geen moeite heeft om grappig (!) te suggeren dat andere journalisten vanuit een vliegtuig in zee moeten worden gekieperd.
Doc Smalhout is dus de migratiedeskundige en islamdeskundige. Maar dan wel in het rijtje kwakzalvers Afshin Ellian, Hans Jansen en Ayaan Hirsi Ali. Zo schreef hij dat het een illusie is om te denken dat de islam in de Westerse wereld gematigder zal worden en dat het eerder zo zal zijn dat ‘onze’ maatschappij zich zal aanpassen. Dat baseert hij dan op onder andere een boek van twee ‘islamexperts’:
Kort voor Pasen gaf de leider van de PVV, Geert Wilders, een gloednieuw boek cadeau aan de leden van de Tweede Kamer. Het was in het Engels geschreven door twee islamexperts. De titel luidde: ’Al-Hijra’ met als ondertitel ’Islamitische doctrine van immigratie’ (Pilcrow Press 2009). Dit lijkt voor de gemiddelde Nederlander geen tekst om wakker van te liggen. Maar de inhoud is uiterst onrustbarend.
De twee vooraanstaande expers zijn Sam Solomon en Al Maqdisi. Smalhout verwijst vervolgens in de column waar dat citaat uitkomt naar de Khadaffi, of dat de grootste mufti aller tijden is, volgens wie alle immigranten kleine religieuze centra moeten stichtien om zo de Westerse samenleving te transformeren. En wij zijn naïef:
Het grote gevaar in het Westen is ongelooflijke naïviteit, die geleid heeft tot een levensgevaarlijk cultuurrelativisme. Wij denken dat onze vrijheid van godsdienst, onze gelijkwaardigheid van beide geslachten en de scheiding van kerk en staat universele begrippen zijn. Maar dat is het niet in de islam. Wij zijn, als burgers van een joods-christelijke beschaving, in de ogen van de imams en de ullahs slechts inferieure wezens die in een islamitische staat altijd tweederangs burgers zullen blijven, de zogenaamde dhimmi’s.
Tsja als Doc Smalhout het zegt en hij baseert zich dan ook nog eens op heul belangrijke islamexperts dan moet het wel kloppen of niet? Nou dat valt nogal mee. Het fonds van de uitgever van het boek bestaat uit vijf boekjes over ‘the islamic threat’ en heeft drie aanbevelingen: de directeur van Institute for the Study of Islam and Christianity (geen idee), ene N. Keas (nergens te vinden) en (tada) Geert Wilders. Ja, diegene van wie Smalhout dat boekje heeft gehad en die vervolgens ook de column van Smalhout op zijn site zet. Op Drogredenen gaat Ritzen ook op deze kwestie in en nog meer: Smalhout snapt het idee van cultureel-relativisme blijkbaar niet en is ook al in de onsmakelijke grap van ‘joods-christelijke’ beschaving getrapt.
Maar Doc Smalhout heeft wel wat migratie. Nu heeft ie ontdekt dat ene Willem Janssen (pseudoniem) een boek probeerde te slijten als Sadik Khamsa (pseudoniem van pseudoniem dus):
Een heftige roman van een Marokkaan – Pim Fortuyn Forum
Het door hem schetsmatig opgezette boek ging over een totaal mislukte integratie in de Nederlandse samenleving. Hij fantaseert dat hij vele andere Marokkanen, bij wie eveneens de integratie is mislukt, tot een agressieve eenheid kan smeden die ten slotte, onder de hogere leiding van Allah, heel Nederland verovert en tot een zuiver moslimland maakt.
Meesterstukje
Een korte samenvatting van dit (niet-bestaande) boek zond Willem Jansen in 2004, onder het eerder vermelde pseudoniem Sadik Khamsa, naar tientallen politici, gemeenteraden, burgemeesters, ministeries, journalisten en uitgeverijen. Van de meesten kreeg hij een welwillend antwoord dat geheel anders klonk dan wat hij gewend was toen hij nog onder zijn eigen Nederlandse naam schreef. De introductiebrief naar al die personen en instanties is al een klein meesterstukje. Het luidt als volgt:
„Een goede dag voor U en allen die U na zijn. Vergeef mij U lastig te vallen. Laat ik mij eerst voorstellen: ik ben Sadik Khamsa. Ik heb een boek geschreven dat dik is en goed en nodig. Ik noem het ’ OPROER ’ .” En dan beschrijft hij hoe de allochtone opstandelingen een ondergrondse militante bende vormen tegen de heersende blanke klasse. Ze gaan op zoek naar de gehate autochtone overheersers, „de varkens, de ongelovigen, de hoeren als waren die ongedierte”. En dat alles „in de naam van Allah, omdat Hij dat wil. Want Zijn wil is goed” .
De meeste reacties van politici en zo zijn ‘bemoedigend’. Khamsa moet vooral doorgaan. Alleen Plasterk zegt dat hij het beter bij een islamitische uitgever kan proberen. De juist reactie volgens Smalhout:
Een heftige roman van een Marokkaan – Pim Fortuyn Forum
Het is opvallend dat eigenlijk alleen Plasterk de juiste diagnose stelde, namelijk een ronselpoging om fundamentalisten te verzamelen om daarmee de Staat der Nederlanden omver te werpen. Maar niemand, werkelijk níémand, van de velen die Sadiks geschrift hadden ontvangen, reageerde met grote verontwaardiging in de zin van bijvoorbeeld: „Zeg Sadik, ben je nu helemaal van de pot gerukt? Eerst in ons land een veilig en beschermd onderdak vinden, geld ontvangen van de Nederlandse gemeenschap en dan een bende fundamentalistische terroristen om je heen verzamelen die Nederland moeten veroveren en islamiseren. Bovendien ons ook nog varkens noemen en onze vrouwen en dochters ongelovige hoeren. Waarom donder je niet op naar waar je vandaan komt?”
Inderdaad, fundamentalisten dat we moeten we toch niet willen? Alleen migranten en nakomelingen die zich gedragen zoals Doc Smalhout wil, mogen blijven. Uit eerdere colums blijkt al Doc Smalhout’s fascinatie met zuivere autochtone cultuur (de blanke top der duinen) die volgens hem zo helaas teloor is gegaan. En wat ook blijkt uit bovenstaand fragment: schijnbaar kan Smalhout het onderscheid tussen Willem Janssen – Sadik Khamsa – het verhaal niet maken. En hij vindt dus dat een fictief persoon uitgezet moet worden. Fictief persoon Sadik Khamsa dan he. Niet fictief persoon Willem Janssen want die heeft een Hollandse naam en zal dus wel een blanke top der duinen zijn. Ik hoop dat hij bij zijn operaties destijds beter was in het onderscheiden van hart en longen en dergelijke. Daar komen namelijk ongelukken van, Doc! En dat zien we gelijk in de laatste alinea:
Een heftige roman van een Marokkaan – Pim Fortuyn Forum
De schrijver van ’Beste Sadik’, die zich thans voorlopig schuilhoudt achter het pseudoniem Willem Jansen, heeft met zijn boekje duidelijk aangetoond hoe zwak en karakterloos de klasse van de zogenaamde leidinggevende intellectuelen is ten opzichte van het grote immigratieprobleem dat onze cultuur bedreigt. Wat dat betreft zijn we, qua politiek bewustzijn, niet veel verder dan begin 1940, toen een Nederlandse journalist werd gearresteerd omdat hij een kritisch artikel over het nazi-Duitsland van Adolf Hitler had geschreven. Dat werd toen beschouwd als ’belediging van een bevriend staatshoofd’. Eerst toen de Wehrmacht in mei 1940 ons land binnenviel, werd de arrestant vrijgelaten.
Waar de schrijver in 1940 de dreiging van nazi-Duitsland wel zag in tegenstelling tot de politieke elite, ziet die elite nu de dreiging van het immigratieprobleem niet. Echt waar, onder welke steen heeft Doc gezeten de laatste jaren? Om in 1940 vervolgens de Wehrmacht over ons heen te krijgen. Smalhout maakt hier dus een directe vergelijking tussen nazi-Duitsland met haar Wehrmacht en migratie en migranten. Het is alsof ik hier zou schrijven dat Doc. Smalhout zich gedraagt als een Dr. Mengele die tijdens nazi-duitsland medische experimenten op mensen verrichte en Smalhout nu dus gedachtenexperimenten over mensen. Of dat we gezien het verleden van de Telegraaf ten tijde van de oorlog niet al te vreemd moeten opkijken van dit soort Der Stürmer taal. Een vergelijking die volledig over the top, historisch onjuist en regelrecht gevaarlijk is. Immers, we zijn niet van die Wehrmacht afgekomen door thee met ze te gaan drinken of wel?
PS
Overigens, binnenkort op Closer een serie: Welkom in Eurabia
Posted on November 14th, 2012 by martijn.
Categories: Activism, Guest authors, Headline, Islam in the Netherlands, islamophobia, Multiculti Issues, Public Islam, Society & Politics in the Middle East.
Guest Author: Roel Meijer
The following is excerpted from the Introduction of the Muslim Brotherhood in Europe. Editors Roel Meijer and Erwin Bakker. New York / London: Columbia University Press / Hurst Publishers. 2012
Introduction
The Muslim Brotherhood is perhaps one of the most contested Islamic organisations in the world. Founded in 1928 by Hasan al-Banna in Egypt, it established a counterweight to the growing Westernisation of the country under British rule. It is, furthermore, regarded as the oldest Islamic organisation that turned Islam into a political activist ideology. In Egypt itself, the Brotherhood rapidly became more popular as it supported Islamic issues, such as the Palestinian revolt in 1936, and more so as the Egyptian monarchy collapsed and politics became radicalised. With its paramilitary youth organisations, it followed a militant trend that the political parties had already pioneered. It distinguished itself, however, by establishing a secret organisation, which developed into a terrorist cell that plotted the assassination of public figures and carried out bomb attacks on Jewish warehouses and institutions. Banned in 1948, its leader Hasan al-Banna was assassinated in 1949.
Since then, the Brotherhood has experienced a bumpy history. Legalised in 1950, it supported the military takeover of the Free Officers two years later, only to become involved in an unequal power struggle ending, in 1954, in its renewed banishment. The subsequent period of trial (mihna) would last until the early 1970s when President Sadat released the Brothers from prison. The agreement was made that they were allowed to operate and exercise da‘wa, as long as they did not become involved in politics. Aside from a brief clamp-down on their movements just before the assassination of Sadat, the honeymoon with the regime would last until the end of the 1980s, when, once again, the regime started to distrust the movement and its intentions. Despite the Brotherhood’s participation in elections in coalition with political parties or as independents, even winning 88 seats (of 454 seats) in 2005, over the last twenty years, its leaders have been constantly harassed, arrested and released in a cat and mouse game with the Mubarak regime.
The muslim brotherhood in Europe
The presence of the Brotherhood in Europe dates from the 1960s, when leaders such as Said Ramadan and other refugees from Egypt and Syria settled there to escape persecution of the military regimes. As the different chapters of this volume make clear, these migrants never intended to stay and mainly saw Europe as a base to recuperate and eventually reclaim the homeland from the regimes that had banished them. To what extent the rapidly expanding student organisations were part of the Brotherhood remains unclear. In Spain and Germany, the local organisations set up by Egyptians, Syrians and others were extensions of the Middle Eastern organisations of which they were members. In France and the UK, relations were looser and more informal. What is clear is that these organisations gradually became more involved in European society, by helping to build mosques and Muslim societies with and for migrant workers from Turkey, Morocco, Algeria, Pakistan and India. It was only in the 1980s and 1990s, when many of the students and migrants decided to stay in Europe, that these communities started to build the network of Muslim organisations that today cover the continent.
Research and Politics
It would be naive to think that research into the Muslim Brotherhood could be carried out in a political vacuum. The movement’s political ambitions, totalizing ideology and violent history have dogged the movement itself. Moreover, it has put a heavy burden on its current leaders and affiliated organisations, which are always pursued by its past and held in suspicion. At a time when Islam is regarded as a threat to the West and the Brotherhood is considered to be one of its most important political movements, the Brotherhood has come to embody this threat. Thus, researchers are immediately confronted with its negative image. Any volume on the Brotherhood should, therefore, address this negative image and try to separate the valid arguments from the spurious ones.
A cursory glance on the Internet and in newspapers shows that the differences of opinion run deep and emotions evoked by the Brotherhood regularly reach new heights. A dividing line in Europe runs between those politicians, journalists and researchers who believe, on the one hand, that organisations associated with the Brotherhood promote the integration of Muslims into European society and those, on the other side, who regard them as an obstacle to integration.
Accusing the Muslim Brotherhood
The most commonly heard accusation is that Brotherhood-affiliated organisations speak with a forked tongue. While they present themselves as democrats towards the European authorities, with the purpose to acquire good standing and influence, its leaders are suspected to actually be intolerant militants when speaking to their own following.
Another means of discrediting the Brotherhood is to point out the persistent popularity and influence of its historic leaders, specifically those who condoned or promoted violence, such as the Egyptians Hasan al-Banna (1906-49) and Sayyid Qutb (1906-66), and the Pakistani Abu A’la alMawdudi (d. 1973). The Brotherhood’s slogan, ‘Allah is our goal, the messenger is our model, the Quran is our constitution, jihad is our means, and martyrdom in the way of Allah is our aspiration’ is cited ad nauseam. In France, some talk of the ‘secret ambitions’ of the UOIF and its ‘discours de façade’,or ‘le double langage’.
The Muslim Brotherhood is frequently associated with terrorism. Some
critics regard it as the source of all Islamic terrorism, of which Al-Qaeda is
the latest manifestation. However, the most common way to discredit the Brotherhood and its affiliated organisations is to link them to Hamas, regarded by the United States as a terrorist organisation. By far the most fundamental accusation is that the Muslim Brotherhood is taking advantage of the freedom of organisation and expression in Europe in order to take over the continent and Islamise it. Once inside the halls of power, critics discern that the Brotherhood tries to put its plan of infiltration into practice, even becoming the ally of the state in its struggle against terrorism. In the UK, for instance, members of the Muslim Association of Britain (MAB) and the Muslim Council of Britain (MCB) were appointed by the government to the Mosques’ and Imams’ National Advisory Board (MINAB) to fight extremism. But many believe that, ‘far from being an ally in the fight against extremism, the MCB is part of the problem.’
The complexities of the Brotherhoods
This volume is meant to contribute to the discussion on Brotherhood-affiliated organisations. It aims to show that the role of these organisations is a far more complex story than that which is typically portrayed in the press or the political arena. Moreover, it investigates the extent to which the various arguments against the Muslim Brotherhood can be considered valid, one-sided or unfounded.
As with all conspiracy theories that try to portray the enemy as a solid front, the critics often forget that the Brotherhood has been wracked with internal disputes. For instance, the Brotherhood in Egypt supported the Khomeini revolution in 1979, while those branches in Saudi Arabia (organised in the Sahwa) did not. Likewise, the Brotherhood in Egypt supported the invasion of Kuwait in 1990-1, in opposition to the Kuwaiti branch, which was opposed. During the first years of the American invasion of Iraq, the Islamic Party of Iraq was one of the closest allies of the Americans, while other Brotherhood organisations called for resistance against American occupation.
However, not only between branches, but also within national branches, the front has been far from united. Many internal disputes started in the lands of origin and were transported to Europe. For instance, disputes within the Syrian community contributed to the decline of the Brotherhood’s presence in Spain (Chapter 9). In France, the followers of the Syrian Isam al-Attar, organised in l’Association des étudiants islamiques de France (AEIF), clashed with the UOIF, which followed the Egyptian Brotherhood.
As far as we know, the Syrian disputes also spilled over into Germany; and in the UK, the divisions between Egyptian, Iraqi and Syrian branches often complicate internal cooperation. In the past, the fabled organiser Said Ramadan seems to have clashed with Mustafa Mashhur, who is supposedly the founder of Brotherhood International. However, growing preoccupation with the local situation may decrease the impact of disputes in the country of origin on their affiliated organisations in Europe.
As all the authors in this volume point out, the Brotherhood in Europe was founded by students who had fled the Middle East. And it remains, basically, an elitist organisation. Nowhere have the Brotherhood-affiliated organisations succeeded in becoming mass organisations. Neither has its position as an interlocutor with the state always been that advantageous. In France, many Muslims complain about the meekness of the UOIF. In fact, this seems to be the universal flaw of the Brotherhood: becoming interlocked with the state in a pas de deux that revolves around the issue of power, rather than mobilising its followers. The Collectif des musulmans de France criticised the UOIF of spawning the ‘new Muslim notables of the Republic’. Another flaw in the criticism is that critics do not make a distinction between the branches in the Middle East and those in Europe. They neglect these groups’ tremendous differences, which are growing, as several chapters in this volume make clear. Local circumstances induce Brotherhood-affiliated organisations to revise their concepts and create a European version of the Brotherhood’s heritage.
Challenges of Brotherhood heritage.
It seems that, in the European context, it is more useful to look at ideological and practical changes that are made on a daily basis in relation to mixité, headscarves, and citizenship, rather than to keep on pointing at the continued reference to Hasan al-Banna and Sayyid Qutb. Despite this call for a more conscientious analysis of Brotherhood-affiliated organisations in Europe, there are reasons for being critical thereof.
One of the pressing issues is their secrecy, both on the level of the organisations as well as the flow of their money. Some movements seem to be aware of the need to create greater transparency. The suspicions are fed by the categorical denial of all the organisations’ leaders that they are affiliated with the Muslim Brotherhood. Stefan Meining (Chapter 10) shows how the suspicions between the Verfassungsschutz and the IGD feed on each other. Thus, both sides have become locked into an endless game of accusations and denials, which derives from the misconception that the Muslim Brotherhood is an antidemocratic, totalitarian movement opposed to the German Constitution.
Finally, the ideology of the Muslim Brotherhood itself still poses problems. Although one should look at the daily influence of, for instance, the European Council for Fatwa and Research (ECFR), the major ideological lines are still not exclusively positive. Even if many of the authors in this volume are able to explain it, the most perplexing aspect of the Brotherhood is the peaceful coexistence of the most contradictory currents of thought. This is evident in Egypt (see Chapters 11 and 12), but is also apparent in Europe.
This book deals primarily with the establishment and expansion of the Muslim Brotherhood in Europe since the 1960s, when its European affiliated branches began to acquire their own dynamics. But clearly developments concerning the Muslim Brotherhood across the Mediterranean cannot be ignored. Due to constant personal, intellectual and financial transnational contacts, the Middle East and Europe have influenced each other. For this reason, we have divided the book into three sections. The first section focuses on more general European and transnational trends within the Brotherhood and Brotherhood-affiliated organisations. It also poses general questions, such as: what are the transnational relations?; are they centrally organised, or should we regard them as networks? In addition, the nature of these organisations will be discussed along with the long-term trends, such as the secularisation of the movement. In the second section, more attention is given to developments in specific countries. Despite a number of prominent works, the history of many of these national organisations is still to be written.
Roel Meijer teaches modern Middle Eastern history at Radboud University in Nijmegen and is senior researcher at the Netherlands Institute of International Relations. He has published widely on Islamist movements, most recently the book Global Salafism: Islam’s New Religious Movement.
You can find the book on Columbia University Press, Hurst Publishers, Amazon.com
You can download the full introduction chapter here:
Posted on November 6th, 2012 by martijn.
Categories: anthropology, Gender, Kinship & Marriage Issues, ISIM/RU Research, Islam in the Netherlands, Multiculti Issues, Public Islam, Ritual and Religious Experience.
Moslims in nederland
Den Haag, 6 november 2012
Persbericht
- Er zijn in Nederland naar schatting 825.000 moslims.
- De meerderheid is van Turkse of Marokkaanse komaf.
- Vrijwel alle Turkse (94%) en Marokkaanse (97%) Nederlanders noemen zichzelf moslim, maar er is grote diversiteit in geloofsbeleving tussen en binnen groepen.
- Steeds meer moslims van de tweede generatie bezoeken minstens 1 x per week de moskee. Tussen 1998 en 2011 steeg dit bij Marokkaanse moslims van 9% naar 33% en bij Turkse moslims van 23% naar 35%.
- 20% van de Turkse moslims is niet-praktiserend; nog eens 20% volgt alleen de voedselvoorschriften (halal eten en meedoen aan de ramadan).
- Onder Marokkaanse en Somalische moslims is bijna iedereen praktiserend. Meer dan de helft van de uit Iran afkomstige moslims zijn niet-praktiserend.
- 64% van de Turkse en 76% van de Marokkaanse moslims vindt het vervelend wanneer hun kind zou trouwen met een niet-moslim.
- Een groot deel van de Turkse (63%) en Marokkaanse (80%) Nederlanders vindt dat Nederlanders veel te negatief tegenover de islam staan.
- Hoofddoekdragende moslima’s ervaren niet meer discriminatie dan nietdraagsters.
Dit zijn enkele conclusies uit het rapport Moslim in Nederland 2012 van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Het rapport is geschreven door dr. Mieke Maliepaard en dr. Mérove Gijsberts en richt zich op de religieuze beleving van verschillende moslimgroepen in Nederland. Op basis van grootschalig enquêteonderzoek onder moslims in Nederland laat deze studie zien wat voor hen de betekenis is van de islam en hoe de religieuze participatie en beleving zich ontwikkelt.
Weinig aanwijzingen voor secularisering
Er zijn in Nederland volgens het CBS naar schatting 825.000 moslims. Het merendeel is van Turkse of Marokkaanse herkomst. Daarnaast zijn er moslims uit Afghanistan, Irak, Iran en Somalië. In 2004 constateerde het SCP bij moslims een voorzichtige trend naar secularisering. In 2011 valt vooral de diversiteit in geloofsbeleving op. Onder de tweede generatie neemt het moskeebezoek de laatste jaren toe. Ook voor weinig praktiserende moslims blijft de islam een belangrijke leidraad in het leven. Zo blijft er bij huwelijken een sterke voorkeur bestaan voor een moslimpartner (uit de eigen etnische groep), hoewel deze tegenwoordig wel steeds vaker in Nederland geboren en getogen is.Wisselend praktiserend
Van zowel de Turkse als de Marokkaanse tweede generatie gaat een groeiend aandeel wekelijks naar de moskee. Bij de Turken is het aandeel dat nooit de moskee bezoekt ook toegenomen sinds 1998 (van 10 naar 22%). Een aanzienlijk deel van de moslims van Turkse origine en van de moslims uit vluchtelingengroepen bidt niet, gaat niet naar de moskee, maar houdt zich wel aan de voedselvoorschriften (halal eten en meedoen aan de ramadan). Moslims van Marokkaanse en Somalische origine volgen de geloofsregels het meest trouw.
Groot verschil tussen Turkse en Marokkaanse moslims
Marokkaanse moslims vertonen een hogere mate van religieus gedrag dan moslims van Turkse herkomst. Ze bidden vaker vijf keer per dag (76% tegenover 27%), doen vaker mee aan de ramadan (93% tegenover 66%) en eten vaker iedere dag halal (93% tegenover 66%). Ook vinden ze bijvoorbeeld vaker dat moslims moeten leven volgens de regels van het geloof (73% tegenover 54%). Marokkaans-Nederlandse vrouwen dragen bovendien vaker een hoofddoek dan de vrouwen van Turkse herkomst (64% tegenover 48%). Voor alle groepen geldt dat vrouwen minder naar de moskee gaan, maar dat ze vaker dan de mannen zeggen vijfmaal daags te bidden.Veel verschil in religieuze betrokkenheid tussen vluchtelingengroepen
Somalische moslims vertonen van de vier kleinere moslimgroepen duidelijk de hoogste mate van religieuze participatie. Ze gaan het vaakst naar de moskee (36% gaat minimaal iedere week), bidden het meest vijfmaal daags (69%), de vrouwen onder hen dragen vaak een hoofddoek (80%) en de grote meerderheid doet alle dagen mee aan de ramadan (72%). De uit Iran afkomstige moslims participeren op alle fronten veruit het minst. De Afghaanse en Iraakse moslims zitten daartussen.
Beperkte generatieverschillen in geloofsbeleving
In opvattingen over het geloof is de eerste generatie wat strikter dan de tweede, maar de verschillen zijn relatief gering, vooral in de Marokkaanse groep. Ook met betrekking tot het vasten en halal eten zijn er weinig verschillen tussen de generaties. Van de eerste generatie Marokkaanse moslims geeft 83% aan vijfmaal per dag te bidden. Onder de tweede generatie ligt dit aandeel lager, maar bidt nog steeds een ruime meerderheid (63%) vijfmaal daags. Wel een groot verschil tussen de generaties is te zien in het dragen van een hoofddoek: 58% van de Turkse en 79% van de Marokkaanse moslimvrouwen van de eerste generatie dragen een hoofddoek. Onder de tweede generatie moslimvrouwen liggen deze aandelen op respectievelijk 20% voor de Turkse en 38% voor de Marokkaanse vrouwen.Hoogopgeleide moslims van Marokkaanse en Somalische origine zijn bewust bezig met hun geloof
Voor de meeste groepen geldt dat hoe hoger men is opgeleid, hoe minder sterk de geloofsbeleving is. Turkse moslims met een hogeronderwijsdiploma participeren duidelijk minder en gaan losser met de regels om dan de lager opgeleide herkomstgenoten. Dit geldt niet voor de hoogopgeleide moslims van Marokkaanse en Somalische herkomst. Een deel van hen is heel bewust bezig met het geloof. Zij gaan vaak op zoek naar informatie over de islam op internet en praten veel over hun geloof.
Religieuze moslims meer binding met land van herkomst en conservatiever
Moslims die meer belang aan hun geloof hechten, voelen zich sterker verbonden met hun land van herkomst en minder met Nederland. Bovendien verkeren zij vaker in eigen etnische kring en denken zij conservatiever over de positie van vrouwen en homoseksuelen.
Moslims voelen zich niet altijd geaccepteerd
Een groot deel van de Turkse en Marokkaanse Nederlanders (resp. 63% en 80%) vindt dat Nederlanders veel te negatief tegenover de islam staan. Van de vluchtelingengroepen is ongeveer de helft deze mening toegedaan. Ook een aanzienlijke groep (een zesde tot een kwart) vindt dat migranten in Nederland veelvuldig gediscrimineerd worden. Het dragen van een hoofddoek hangt niet samen met het ervaren van meer discriminatie of minder acceptatie.SCP-publicatie 2012/25, Moslim in Nederland 2012 van Mieke Maliepaard en Mérove Gijsberts, Den Haag, Sociaal en Cultureel Planbureau, november 2012, ISBN 978 90 377 0621 5, prijs € 27,00
Bovenstaande is overgenomen van het persbericht van het SCP.
Dit nieuwe rapport van het Sociaal-Cultureel Planbureau bevat ook een tweetal reflecties op de onderzoeksresultaten. Het ene is geschreven door Joep de Hart die vanuit een godsdienstsociologisch perspectief naar de resultaten kijkt. De tweede reflectie is van mijn hand. Ik bekijk de onderzoeksaanpak en de resultaten vanuit een kritisch kwalitatief (antropologisch) perspectief. Het siert de auteurs Mieke Maliepaard en Merove Gijsberts dat ze dergelijke reflecties in hun eigen rapport opnemen en het was dan ook een eer om dit te mogen doen en betrokken te mogen zijn bij de besprekingen. Hieronder volgt de inleiding, de rest leest u in het rapport zelf.
Moslims tellen. Reflectie op onderzoek naar islam, moslims en secularisering in Nederland
Introductie
Toen het onderzoek Moslim in Nederland uitkwam in 2004 (Phalet en Ter Wal 2004) mocht het zich in een grote belangstelling verheugen: klaarblijkelijk doen moslims ertoe. Die belangstelling is niet los te zien van een politieke context waarin islamofobische gedachten zijn door gedrongen in beleid en media. De categorie ‘moslims’ lijkt verworden te zijn tot een politieke categorie waarmee ‘iets’ moet gebeuren (Sunier 2009). Vooral na 2001 en 2004 is er een enorme hausse gekomen aan onderzoek over mogelijke radicalisering en staat de discussie over islam steeds meer in het teken van geweld en mogelijke dreigingen
(Roggeband en Vliegenthart 2007). Wetenschap dient echter ook enigszins los te staan van de waan van de dag. Een van de manieren om dit te doen, is een reflectie aan de hand van de vraag wat voor kennis wetenschappelijk onderzoek oplevert. Draagt het onderzoek bij aan bestendiging van bestaande ongelijkheden of juist niet? Is het beeld dat wetenschappers over een verschijnsel produceren eenzijdig? En, zeker in een situatie waarin het onderzoeksveld per definitie gepolitiseerd is zoals bij moslims en islam, wat is de relatie tussen de kennis die we als wetenschappers produceren en moslims als onderwerp van publiek debat en object van beleid (vgl. Jackson 2007)? Een kritische reflectie op onderzoek is dan ook niet alleen noodzakelijk, het is simpelweg betere wetenschap.In deze reflectie op het onderhavige onderzoek richt ik me op twee elementen: de definiëring van het onderzoeksveld en de oppositie tussen seculier en religieus. Allereerst dient in elk wetenschappelijk onderzoek het onderzoeksveld gedefinieerd te worden. Twee vragen, die ik in de volgende twee paragrafen zal behandelen, staan daarbij centraal: wat is islam en wie bedoelen we met moslims? Bij het eerste gaat het om de analyse van religieuze voorstellingen en praktijken die verwijzen naar islamitische tradities. Bij het tweede gaat het om het analyseren hoe mensen betekenis geven aan de wereld om hen heen op basis van bepaalde voorstellingen en praktijken. Deze vragen zijn niet los te zien van de bredere context van wetenschappelijk onderzoek naar religie in Nederland, waarbij een oppositie wordt gemaakt tussen religieus en seculier. Aan de hand van Moslim in Nederland 2012 zal ik deze tegenstelling ter discussie stellen in paragraaf 4 en laten zien dat dit denken in opposities slechts een beperkt begrip van islam in Nederland oplevert. In de slotparagraaf zet ik een en ander nog eens op een rij.
Download: Moslims in Nederland 2012
Naar aanleiding van dit rapport een klein gesprekje op NOS op 3. In vier delen:
Voor de hele context zie NOSop3.
Posted on November 5th, 2012 by martijn.
Categories: Guest authors, islamophobia, Multiculti Issues, Public Islam, Society & Politics in the Middle East.
Guest Author: Zihni Özdil
Thierry Baudet greep de dag van de verschrikkelijke moord op Theo van Gogh aan om te pleiten voor nóg meer generalisatie over ‘de’ islam.
‘Daarom is het jammer dat generalisaties over de islam worden gemeden’ schrijft Baudet. Het zogeheten ‘islam-debat’ van het afgelopen decennium heeft dus schijnbaar bol gestaan van de nuanceringen.
Het meest frappante aan zijn pleidooi is het argument dat wetenschap ‘algemene conclusies trekken uit waarnemingen’ is. Baudet’s betoog toont echter aan dat hij het onderdeel ‘waarnemen’ niet al te serieus neemt. Bovendien mijdt hij het tweede component van een gedegen wetenschappelijk bedrijf; kennisverdieping door middel van toenemende nuancering in de vorm van falsificatie.
Imam Baudet
Op een ontzettend originele, en in de afgelopen jaren nooit eerder gedane, wijze gaat ook Baudet op de stoel van een imam zitten en ons eens haarfijn uitleggen wat dé islam in essentie zou zijn. Namelijk, niet compatibel met democratie. Imam Baudet onderbouwt dit vervolgens met drie generalisaties.
Zijn eerste punt is de drogredenering dat omdat de koran voor moslims het woord van god is herinterpretatie en relativering onmogelijk zouden zijn. Het feit dat sinds het ontstaan van de islam de koran aan ontelbare herinterpretaties, relativeringen en zelfs aanvullingen heeft blootgestaan neemt Baudet schijnbaar niet waar in zijn generalisatie-exercitie.
Als de islam zo monolithisch is vanwege de aard van het beestje ben ik benieuwd naar zijn verklaring voor de enorme diversiteit aan islamitische stromingen, sektes en ‘scholen’ die er bestaan. En die bovendien hemelsbreed van elkaar kunnen verschillen in religieuze en liturgische opvattingen.
Of zijn Hanefi Soennieten, Ahmadiya, Zevener Sjiieten, Nusayri – om maar slechts enkelen te noemen – geen echte moslims? Het lijkt erop dat volgens Baudet de enige ware islam die van de ultraorthodoxe Salafisten is, hetgeen zij overigens zouden beamen.
Over de bijbel schrijft hij vervolgens dat ‘het boekwerk’ voor christenen niet het woord van god zelf zou zijn. Ik vraag me af hoe een gemiddelde christen uit de bible belts van deze wereld hierop zou reageren.
De bijbel staat vol met passages waarin god oproept tot genocide, homofobie en vele andere daden die ‘moeilijk in te passen zijn in een democratie’. Hetzelfde geldt voor de koran; er zijn hele verzen waarin religieuze tolerantie wordt gepropageerd en er zijn hele verzen waarin geweld wordt bepleit.
Oorlogszuchtige dader
Baudet’s tweede generalisatie poogt een verklaring te geven voor zijn stelling dat het voorbeeld voor moslims (Mohammed) ‘een oorlogszuchtige dader’ zou zijn en het voorbeeld voor christenen (Jezus) ‘een vredelievend slachtoffer dat de andere wang toekeerde’. Ook hier etaleert Baudet zijn volstrekte gebrek aan historische kennis of überhaupt enig begrip van religie als sociaal, politiek en cultureel instrument.
Hij zou bijvoorbeeld eens de toespraak van Paus Urbanus II in Clermont kunnen lezen. Net als een vredelievend slachtoffer dat de andere wang toekeert roept hij zijn volgelingen in naam van Jezus op tot het ‘uitroeien van een duivels ras’.
Als dat te lang geleden is voor Baudet moet hij nog maar eens het manifest van de christentempelier Anders Breivik openslaan. Of het betoog van Timothy McVeigh, die voor bijbel en vaderland honderden mensen de dood injoeg. Of de websites van de vele fundamentalistisch christelijke clubs in de USA die oproepen tot een heilige oorlog tegen iedereen die afwijkt van het woord van Jezus.
Toen Tariq ibn Ziyad enkele eeuwen voor Urbanus II op het punt stond over te steken naar Spanje gaf hij zijn soldaten het George W. Bush argument: ‘we gaan de bevolking verlossen van een tiran’. Helaas voor mensen als Baudet is het een historisch gegeven dat moslimrijken andere religies niet per definitie vervolgden. Daarom vluchtten de meeste Spaanse joden bijvoorbeeld naar het Osmaanse Rijk toen zij door de brute christelijke reconquista werden verdreven.
Sharia
Baudet’s derde punt over de sharia snijdt meer hout. Hoewel ook ‘dé’ sharia niet bestaat klopt het dat inherent regressieve, patriarchale en discriminerende ideologieën – even los van de daadwerkelijke uitwerking hiervan in de echte wereld – geen grondslag kunnen zijn voor een democratische samenleving. Maar ook hier is Baudet selectief aan het generaliseren door te doen alsof democratie voortkomt uit de kernwaarden van het christendom.
Baudet onderbouwt deze stelling met het welbekende zinnetje uit het oeuvre van Jezus: ‘aan de keizer wat des keizers is, en aan God wat God toebehoort’. Zo ken ik er ook nog wel een paar. Ex-post facto democratische interpretaties geven aan selectief gekozen citaten uit teksten van duizenden jaren geleden is een zinloze exercitie. Zelfs vroegmoderne denkers die het ‘keizer en god’ zinnetje aanhaalden werden later door veel Verlichtingsdenkers op dit punt tegengesproken.
In werkelijkheid was het juist een radicale verwerping van christelijke invloed in matters of state die onze moderne westerse opvattingen over secularisme en democratie mogelijk heeft gemaakt. Niet in het minste voortbordurend op oude islamitische denkers zoals Ibn Rushd (Averroes) die betoogden dat religie niet de enige manier is om de wereld te begrijpen.
Daarnaast herhaalt Baudet het ‘Innocence of Muslims’ voorbeeld zonder daarbij te melden dat wereldwijd slechts 0.0006% van de moslims de straat opgingen. Detijds notabene gefact-checked door zijn eigen krant. Bovendien zijn alleen al de dag na de aanslag in Benghazi bijna het dubbele aantal moslims boos de straat opgegaan om de daders te veroordelen.
Deze beelden zijn nooit te zien in de meeste media en schijnbaar is Baudet hier ook blind en doof voor. Net als voor de jarenlange democratische strijd van miljoenen moslims over de hele wereld, meestal bruut onderdrukt door ‘onze’ dictators.
Wel consistent, want als je wilt generaliseren heb je niks aan feiten die je generalisatie de prullenbak ingooien.
Generalisatie fetisjisten
Een elementair begrip van religie als sociaal instrument wil maar niet doordringen tot figuren als Thierry Baudet. Daarom is het zogeheten islamdebat in beginsel net zo wezenloos absurd als bijvoorbeeld een ‘balpennendebat’. Er valt niks te debatteren want met een balpen kun je de mooiste gedichten schrijven en je kunt er iemand de nek mee insteken.
Kortom, Baudet´s betoog is een vermoeiende herhaling van de selectieve generalisaties uit het afgelopen decennium. Het publieke debat wordt zodoende gekaapt door generalisatie fetisjisten. Dat zijn enerzijds neo-nationalisten als Baudet en anderzijds linkse doorgeschoten boerka-knuffelaars die met droge ogen durven te beweren dat een bikini dragen op het strand net zo misogyn is als een boerka dragen in het dagelijks leven.
Zihni Özdil is wetenschappelijk docent en promovendus aan de Erasmus Universiteit. Hij doceert over de geschiedenis van religie en samenlevingen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika.
Volg Özdil ook op Twitter
Dit stuk is ook te lezen op Joop.nl: Selectief islam-shoppen met Thierry Baudet
Naschrift MdK:
Zie ook de reactie van Marcel Hulspas op De Jaap De Rellerige Praatjes van Thierry Baudet
Zie ook de reactie van Bart Voorzanger op Republiek Allochtonië: Islam en Christendom
Posted on November 1st, 2012 by martijn.
Categories: Multiculti Issues, Notes from the Field, Public Islam, Religion Other, Ritual and Religious Experience.
Een ‘act of God’ is een juridische term die verwijst naar gebeurtenissen zoals orkanen, aardbevingen, enzovoorts. Datgene waar mensen geen invloed op kunnen uitoefenen en waarvoor dus ook niemand verantwoordelijk is. Met de recente orkaan Sandy in de VS zien we mensen die verwijzen naar deze orkaan als straf van God. Hetzij een straf omdat de VS homohuwelijken zou toestaan, hetzij vanwege de buitenlandpolitiek van de VS die dood en verderf brengt onder moslims, enzovoorts. Sarah Posner van Religion Dispatches bespreekt de verwijzingen naar de orkaan als straf van God met religiestudies onderzoekster Sarah Sentilles.
Goddelijke verontwaardiging
Sentilles maakt twee interessante opmerkingen hier. Allereerst het aspect van politiek opportunisme. Inderaad mensen die verwijzen naar de orkaan als straf van God lijken ervan uit te gaan dat God het met hen eens is. Anders gezegd, het feit dat de VS nog steeds de enige supermacht is zal door hen niet gezien worden als teken van God dat hij het eens is met de buitenlandpolitiek of het homo-huwelijk. Maar er is meer. Sentilles stelt dat een dergelijke opvatting iets zegt over het beeld van God dat men heeft. Volgens Sentilles is die verwijzing naar orkanen als straf van god een teken van een gebrek aan compassie en een verwijzing naar een God zonder compassie.
De reactie van Posner en Sentilles is zowel verbaal als non-verbaal niet positief. Het lijkt erop alsof het beeld van een God die naast barmhartig en goed ook hard maar ‘rechtvaardig’ is en die straft met mededogen uit ons beeld van een acceptabele religie is geschrapt. En als het wel naar voren gebracht, dan worden seculiere gevoeligheden geraakt.
In vrijwel alle religies kennen we tradities die laten zien dat God verschillende kanten heeft: vreedzaam en bereid tot geweld, mededogen en hard straffend, scheppend en vernietigend: de Heer neemt en geeft. Zo straft God wanneer mensen zondigen. En God kan hard straffen omdat zondigen niet simpelweg het overtreden van regels is, maar het aantasten (of zelfs verbreken) van de relatie met God. God is dan hard, krachtig en doortastend. Velen benadrukken echter liever dat God genadevol is, barmhartig, vergevingsgezind en vreedzaam.
Seculiere en gelovige verontwaardiging
Dat soort argumenten als ‘straf van God’ worden vaak fel afgekeurd door andere gelovigen en ook door seculiere mensen. In beide gevallen omdat het politieke opportunisme over de rug van slachtoffers heen vaak als misselijkmakend wordt beschouwd. In het geval van gelovige mensen ook omdat het tegen hun beeld van God als vredelievend, weldadig en goed indruist. In het geval van seculiere mensen ook omdat het voor hen vaak een voorbeeld is van irrationele religie die dan ook nog eens politiek gebruikt wordt.
Degenen die vanuit religieus oogpunt het idee van de orkaan als straf van God afwijzen, wijzen daarmee niet noodzakelijkerwijze het idee af dat de hand van God hier wel een rol speelt. Zelfs niet als men erkent dat er wetenschappelijke verklaringen zijn voor fenomenen als dit, zoals de uitspraken op OnIslam leert (Dank aan CB voor de link). Weer anderen zien de aanwezigheid van God op een andere manier. Zoals hier in een filmpje waarin we een compleet vernietigd gebied in Indonesië zien waar alleen de moskee nog overeind staat.
En bijvoorbeeld de volgende foto die op Twitter is rondgestuurd na het passeren van de orkaan Sandy en waarop een engel van God te zien zou zijn in de wolken:

De foto is volgens mij overigens niet genomen ten tijde van de orkaan Sandy, maar dat doet aan de betekenis niets af; de aanwezigheid van God’s macht die zich laat voelen en zien.
Religieuze en seculiere gevoeligheden
Voor de goede orde, waar sommige gelovigen dus discussiëren over de aard van God’s teken en de vraag of je er blij over mag zien (zie hier MEMRI, dank aan CB), houden andere gelovigen zich bezig met hulpverlening. Onder niet-gelovige / seculiere mensen is de weerzin tegen de opvatting ‘straf van God’ vrij groot en het woord ‘reli-gekkie’ valt dan al snel. Zie bijvoorbeeld de reacties op de uitspraken over de dramatische gebeurtenissen op Pukkelpop van een paar jaar terug als straf van God op de NRC site waarbij mensen aangeven er ‘kotsmisselijk’ van te worden. Om Pukkelpop te zien als straf van God moet je wel extreem zijn zo lijkt het idee en dus zijn de mensen die dat doen ook extreme, radicale of fundamentalistische gelovigen (gelijksoortige argumenten zie je overigens ook bij gelovigen die zich tegen dit specifieke idee van de straf van God keren).
Schijnbaar overtreden gelovigen die verwijzen naar natuurrampen als straf van God toch bepaalde ongeschreven normen. Het is in ieder geval een assertief politiek gebruik van religie wat in een seculiere samenleving gevoelig ligt en dan ook nog eens over de ruggen van slachtoffers (althans zo wordt dat beleefd). Religie moet in het publieke vooral onschuldig, niet prikkelend en niet opvallend zijn en vooral zich conformeren aan wat we tegenwoordig rationeel en beschaafd vinden. Gebeurt dat niet en worden seculiere gevoeligheden geraakt, zoals klaarblijkelijk met het idee van ‘straf van God’, dan kunnen mensen hun afkeer zelfs lichamelijk (misselijk) duiden.
Waarschijnlijk is de afkeer voor dit soort argumenten niet alleen te wijten aan het idee dat religie zich niet moet opdringen, maar kunnen we het ook terug herleiden naar de holocaust. Die holocaust zo vonden velen destijds kon en mocht niet de wil van God geweest zijn; want hoe moet je zoiets verschrikkelijks nu rijmen met God? Wat zegt dat over God? Het adagium, God’s wegen zijn ondoorgrondelijk, was duidelijk niet afdoende. Ik denk dat de afkeer van een straffende God dus ook iets met de holocaust te maken heeft en dat het als ongepast wordt gevonden om te wijzen op God’s straffende hand en het idee dat hij het leven geeft en wegneemt.
Ook het vermanende aspect van de verwijzingen van de straf van God wordt waarschijnlijk niet op prijs gesteld en gezien als een uiting van een religie die op opdringerige manier haar moraal aan de samenleving wil opleggen. Daarbij krijgt het vermanen in dit geval ook het karakter van aanklagen en verleiden; het aanklagen van de mensen vanwege hun ‘zondige’ gedrag (of dat van hun leiders) en het verleiden van mensen om zich toch maar neer te leggen bij de almacht van God; dat laatste zal ongetwijfeld bij veel gelovigen en niet-gelovigen nogal triomfalistisch zal overkomen.
Seculiere verzoekingen en beproevingen
Dat wil overigens niet zeggen dat er geen seculiere (of areligieuze) varianten op dit thema zijn. Zo stelde Oliver Stone dat de orkaan een straf was omdat we ‘Moeder Natuur‘ negeren. Zo zou Theo van Gogh ‘de hoogste prijs‘ betaald hebben voor de vrijheid die werd aangetast door onze vermeende welwillendheid ten opzichte van islamitische gevoeligheden. En zo was de oorlog in Irak noodzakelijk omdat het land niet democratisch was en een bedreiging voor de wereldvrede (nou ja zo werd het verkocht he). In alle gevallen gaat het erom dat de politieke elite of een andere kleine groep iets fout doet, zondigt tegen een sacrale waarde, dat de bevolking ervoor wordt bestraft en dat deze beproeving iets goeds oplevert zodra men zich maar overlevert aan specifieke transcendente waarden of entiteiten: Moeder Aarde, Vrijheid en Democratie. (Of Obama, Israel, Aliens) Niet voor niets staat bij herdenkingen van natuurrampen, aanslagen en oorlogen altijd voorop, wat hebben we ervan geleerd? Met andere woorden we deden eerst iets fout, daardoor kwamen we in de problemen, vervolgens werd dat rechtgebreid en nu hebben we ervan geleerd; we zijn dus betere mensen geworden.
Posted on October 20th, 2012 by martijn.
Categories: Arts & culture, Blind Horses, islamophobia, Multiculti Issues.
Het tentoonstellen (ja echt tentoonstellen) van zogenaamde inboorlingen was rond 1900 enorm populair in Europa. Dit gebeurde onder meer op de zogenaamde Wereldtentoonstellingen waar ieder land zijn kunst en bezittingen en kunde kon etaleren. Ook in Nederland kwam het tentoonstellen van ‘inboorlingen’ voor. En nee, daar werden niet de autochtone inwoners van het hedendaagse Nederland mee bedoeld, maar de autochtone inwoners van de koloniën. Kijk bijvoorbeeld de volgende reportage van Geschiedenis24: Amadou Seck: Het negerjongetje van de Nenijto
Vaak was er niet alleen sprake van een vertoon van inferioriteit van zwarte mensen, maar werden ook zogenaamde positieve gevolgen van bijvoorbeeld Afro-Amerikanen op de Amerikaanse maatschappij belicht; beide vanuit racistisch perspectief. Eén van de laatste grootste tentoonstellingen in Nederland werd in 1928 in Rotterdam georganiseerd tegelijkertijd met de Olympische Spelen in Amsterdam.
Eén van de beroemdste figuren in deze is Saartje Baarman ook wel bekend als de ‘hottentot-venus’. Lees HIER haar verhaal (en let ook op de rol van de wetenschap, waar ik toch behoorlijk plaatsvervangende schaamte van krijg).
Termen
De term ‘neger’ die daarbij werd gehanteerd, werd voor het eerst in de 17e eeuw gebruikt als benaming voor de ‘lading’ van een slavenschip en had tot 1863 de betekenis van ‘zwarte slaaf’. De term wordt, schat ik in, tegenwoordig door de meeste blanke Nederlanders niet meer verbonden met racisme en slavernij hetgeen vooral wijst op een racistische amnesie. Het zijn immers niet de zwarte burgers die de collectieve herinneringen en definities bepalen. Het stereotype kunnen we hedentendage makkelijk terugvinden als ‘zwarte piet’: donker kroeshaar, rode dikke lippen en brede mond. Daarnaast hebben stereotype afbeeldingen vaak platte en brede neuzen en donkere kleine ogen. Overigens lijkt het me onwaarschijnlijk dat mensen geen enkele connotatie bij de term hebben.
Afrikadorpen
Het laatste ‘negerdorp’ was te zien tijdens de Wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel waar mensen uit de Belgische kolonie Congo tentoon werden gesteld. Dat moet een, op z’n zachtst gezegd, vreemde gewaarwording zijn geweest voor de Congolese inwonders van België… Een variant op deze tentoonstellingen zijn zogenaamde ‘afrika-dorpen’ zoals die in het verleden in het Afrikamuseum in Berg en Dal. Maar ook recenter kunnen we deze terugvinden bijvoorbeeld in 2005 in het Duitse Halle, en in 2010 in Houston. Ook dichterbij komt dit voor. Ouwehands Dierenpark in Rhenen heeft Umkhosi (‘Afrikaans dorp met Afrikaanse dieren‘) en het Limburgse Brunssum kende een eigen Afrikadorp in 2008: Meet Afrika and Embrace it in Brunssum.
Mediatentoonstelling
De laatste variant zijn zogenaamde realityshows. Denk aan programma’s zoals Holy Shit, Groeten uit en Tribe. Natuurlijk is hier niets ‘reality’ aan; het is ‘staged reality‘ waarbij terug gegrepen wordt op aloude stereotypen die verder worden uitgespeeld en uitvergroot voor de camera. Het toppunt, en zonder claim naar de realiteit, zijn programma’s als Ushi en Dushi waarin allerlei stereotypes over Japanners worden uitgespeeld. In alle gevallen gaat het om het versterken, presenteren en produceren van Westerse mythes over de Ander (waar dan ook vandaan). We zien dit ook terug in tentoonstellingen over Midden-Oosten die tegenwoordig, heel modern, interactief zijn. Bekijk bijvoorbeeld de volgende afbeeldingen gemaakt in het Haagse Museon over de Arabische wereld:

Foto: Zihni Özdil
Hier de stereotypen ‘woestijn’, ‘moskee’ met wat Arabisch en geometrische figuren. De volgende foto van het interactieve ‘Arab Cloud’:

Foto: Zihni Özdil
Opnieuw ‘woestijn’ ‘islam’ ‘moskee’ ‘olie’ ‘burqa’ ‘waterpijp’ ‘djellaba’ enzovoorts. En let ook even op de achtergrondafbeelding. In dit geval gaat het vooral om orientalisme waarbij mensen uit het Midden-Oosten vaak worden weergegeven als gepassioneerder, gewelddadiger en barbaars en als mensen die door hun cultuur bepaald worden. Het ‘barbaarse’ karakter van de ander (uit Afrika of het Midden-Oosten) is vaak gebruikt als legitimering voor kolonisering en slavernij die dan ook vooral beschavingsprojecten zouden zijn (iets wat we nu nog wel zien wanneer gewezen wordt op de ‘positieve’ effecten van kolonialisme). De ‘andere landen’ zouden dan ook minder ontwikkeld zijn, passief en daarom van nature aangewezen op een ondergeschike rol.
Lering ende vermaak
Of het nu de Wereldtentoonstellingen zijn of de Afrikadorpen of de hedendaagse tentoonstelling in het Museon, altijd was er de combinatie van educatie en vermaak. Die wereldtentoonstellingen zijn voor ons nu vanzelfsprekend racistisch (hoop ik althans), dat laatste is het wellicht niet. Maar het is wel racisme (of in het geval van Museon, orientalisme). Racisme is een structureel fenomeen dat ingebed is in de samenleving en waarop sommige samenlevingen zijn ontstaan. Het interactieve model van Museon of ‘Groeten uit’ is (of lijkt) wellicht ontdaan van de directe repressie die vroeger gepaard ging met racisme, maar inmiddels zijn we zaken als ‘zwarte piet’, ‘Groeten uit…’ als ‘gewoon’gaan beschouwen. Niet als racistisch, maar als onderdeel van de eigen cultuur en/of ‘onschuldig’ vermaak. De scherpe randjes zijn als het ware onzichtbaar gemaakt, maar berusten uiteindelijk op dezelfde beelden van de Ander die voorheen vaak leiden tot discriminatie, barrieres voor sociale stijging, vervolging en onderdrukking.
Ze leiden ook tot legitimering van al die zaken. En zijn soms nauw verbonden met collectieve herinneringen van groepen die ermee te maken hadden; slachtoffers niet de daders. Waar de Belgen trots hun ‘Congolezen’ lieten zien in Brussel hadden ze er 15 miljoen (!) gedood in Congo. Om maar eens wat te noemen. Degenen die tentoongesteld werden, waren overlevenden van de slachtpartijen (ik vraag me af of in dit geval de term genocide op zijn plaats is). De eerder genoemde Saartje Baartman werd tentoongesteld in een kooi door een dierentrainer en zelfs nu zijn de Fransen niet bereid haar lichaam naar Zuid-Afrika over te brengen; haar hersenen en geslachtsdelen worden bewaard in het Musée de l’Homme in Parijs.
Alleen mensen die niet als blank werden beschouwd (bijvoorbeeld ook Filipino’s) werden tentoongesteld en vaak op systematische wijze. Alleen degene die als de Ander werd beschouwd werd geherdefinieerd als object, handelswaar of dier. Westerse kunst werd tentoongesteld in kunstmusea; die van Afrikanen in Musea voor Volkenkunde. Daarbij ging het bijna altijd om mensen een ‘kijkje te gunnen’ bij andere ‘culturen’ of ‘volkeren’. En dan vaak op stereotype wijze. Alsof er een tentoonstelling werd ingericht met Nederlanders op klompen, met tulpen, wiet en ergens en kamertje voor euthanasie; met de claim dit is het Nederlandse volk. Want, bijvoorbeeld in het geval van het Museon, waar is de literatuur uit het Midden-Oosten? Waar zijn de christenen en de joden? Waar zijn de metropolen, waar is de Egyptische film? In het geval van Afrika waar zijn eveneens de steden, de zakencentra, de winkels, kunst en cultuur, de wetenschappen? In plaats daarvan is het enige wat we te zien krijgen de rokjes, ontblote lichamen, woestijn, islam, geweld en de grappige domme zwarte man en vrouw die ons westerlingen toch nooit begrijpt (en wij hen niet). Met andere woorden het enige wat we te zien krijgen is datgene wat past in onze stereotypes van culturele artefacten, primitiveit en barbarisme. Waar in het verleden bij de Afrikanen vooral ‘Pygmeeen’ (alsof dat één groep is) tentoon werden gesteld, gaat het nu in verbeeldingen van het Midden-Oosten vooral over de wilde moslimman.
Of het dan ook tegenwoordig een Amerikaanse Republikeinse activist is die zei dat een uit de dierentuin ontsnapte gorilla een voorvader was van Michelle Obama of een Bert Brussen van DeJaap die Marokkaans-Nederlandse jongeren rifapen noemt; het is racisme. Het is racisme omdat het beelden, termen en ideeën zijn die voortkomen uit een racistische traditie die is ingebed in de samenleving die daarmee een onzichtbare (voor veel blanken althans) racistische structuur kent. Dergelijke ideeën, beelden en termen staan niet op zichzelf en komen niet uit de lucht vallen en zijn nauw verbonden met machtsverhoudingen in een samenleving. Het is niet de zwarte vrouw of moslimvrouw die uiteindelijk en doorslagevend bepaalt wat racistisch of orientalistisch is; dat zijn over het algemeen blanke mannen omdat dat de groep is die het hier voor het zeggen heeft. Waar racistisch radicaal-rechts vaak onbehouwen en weinig bereflecteerd is en daarom afgewezen wordt (zo gaan we hier niet met elkaar om) is dat van de midden- en hogere klasse vaak meer verleidend. Men probeert het in zo in te kleden dat het logisch lijkt (nee ik bedoel niet alle moslims en Marokkaanse-Nederlanders, Surinaamse en Antilliaanse en Afrikaanse Nederlanders, maar alleen die criminelen, die intoleranten, enzovoorts). En misschien bedoelt men dat wel echt, maar feit blijft dat de ideeën en termen thuishoren in dezelfde racistische structuur al zijn ze wat verleiderlijker gemaakt net als de hedendaagse televisie en interactieve tentoonstellingen.
Ook het idee van een beschavingsoffensief kunnen we tegenwoordig nog steeds vinden. Die wilde vreemdeling in ons midden moet onschadelijk gemaakt worden. En we moeten Marokko gaan vertellen dat abortus echt een recht is (ongeacht wat de vrouwenorganisaties in dat land die al jaren met dat onderwerp bezig zijn willen). Of we moeten Irak binnenvallen want we moeten de Irakezen bevrijden van onderdrukking en hen democratie schenken ook al kost dat weet ik hoeveel doden. En net als in Nederlands-Indië ging het ook daar om vrede en veligheid.Het leidt ook, minder dramatisch maar op z’n minst vervelend, tot de politie die aan ethnic profiling doet, zoals keer op keer op keer op keer vastgesteld wordt. En ook de rechtspraak gaat niet vrijuit (zie ook toelichting HIER).
Blank privilege
Het onvermogen van met name blanke Nederlanders om bovenstaande uitsluitingsvormen te herkennen als racisme of voortkomend uit racistische structuren of de pogingen om het racisme te ontkennen zijn uitingen van blanke privileges. Racistische incidenten die wel erkend worden (zoals recent in het voetbal) worden gezien als incidenten en niet als gevolg van een maatschappij die een racistische structuur heeft. Als daar al opgewezen wordt, dan wordt gesteld ja maar dat is (bijvoorbeeld) het voetbal of dat zijn nu eenmaal de voetbalsupporters.
Natuurlijk hebben ‘wij’ blanken geen last van zwarte piet als racisme; ‘wij’ zijn niet degenen wiens voorouders slaaf gemaakt zijn en gekoloniseerd zijn en degenen die nu in de Nederlandse samenleving een minderheidspositie in nemen. Stelt u zich voor dat we ieder jaar een feestdag invoeren waarbij iemand verkleed als Duitse soldaat zijn intrede doet op een paard met daarbij een groepje mensen verkleed als archetypische jood met tatoeage en al. Ik denk dat velen dan wél snappen waarom men dat als anti-semitisch, kwetsend, enzovoorts zien. Dat we het nu niet zien in het geval van bovengenoemde fenomenen is een gevolg van onze luxe positie als blanke meerderheid. Vandaar waarschijnlijk ook dat de woordvoerder van Alexander Pechtold (D66) kan beweren dat het onderwerp werkeloosheid onder allochtone jongeren niet interessant genoeg om naar de studio van De Halve Maan te komen. Eerder kon Pechtold wel meewerken aan een plan om de overlast van Marokkaans-Nederlandse jongeren terug te dringen. Want ja met overlast wordt de blanke voorkeurspositie wel onder druk gezet natuurlijk. Het is ook een gevolg van ons onderwijs waarin amper wordt ingegaan op de kwestie slavernij vanuit het oogpunt van de slaven en hun nakomelingen en waarin belangrijke episodes worden weggelaten. Immers, wat zegt de naam Tula? Of Trinta di Mei? (hint voor de laatste, één van de zeldzame keren dat het Nederlandse leger is ingezet tegen haar eigen bevolking).
Het blanke privilege draagt waarschijnlijk ook bij aan de dubbele moraal die we zo vaak zien. We kunnen wel massaal wijzen op het seksisme onder allochtone inwoners, maar hebben geen enkele moeite met ‘bikinibabes‘ in kranten of het afbeelden van naakte minderjarige meisjes op sites als Geenstijl. En als er gewezen wordt op racisme wordt het belachelijk gemaakt of er wordt gesteld dat het politiek correctgedrag is dat verhindert dat we problemen aan de kaak stellen of omdat het fenomeen ‘veel gelaagder‘ is dan racisme. Maar serieus mensen, als u geen problemen kunt benoemen zonder te vervallen in racistisch taalgebruik dan moet u toch echt uw eigen taalvaardigheden eens opschroeven.
De hier genoemde fenomenen zijn geen losstaande incidenten, maar komen voort uit en zijn onderdeel van een specifieke structuur en dat al tijden. Of we een en ander nu zien als lering ende vermaak of de beschuldiging van racisme als politieke correctheid, er is geen ontkomen aan. Racisme is een structureel fenomeen.
Met dank aan Zihni Özdil voor de foto’s. Bezoek zijn site: HIER.
Posted on October 14th, 2012 by martijn.
Categories: Gender, Kinship & Marriage Issues, Guest authors, Headline, Multiculti Issues.
Met Gastauteurs: Edien Bartels en Oka Storms
Het kabinet, in de vorm van staatssecretaris Teeven, ministers Leers en Donner, heeft in de week van 23 april een tweetal wetsontwerpen ingediend gericht op het bestrijden van huwelijksdwang. Afgelopen week stond dit onderwerp weer in de aandacht vanwege het kamerdebat over huwelijksdwang, vrouwenbesnijdenis en polygamie. Met betrekking tot huwelijksdwang wordt speciale aandacht besteed aan neef-nicht huwelijken. Sinds 1970 is het sluiten van een huwelijk met een verwant in de derde en vierde graad niet meer verboden in Nederland. Dit geldt voor alle westerse landen, behalve in ongeveer de helft van de staten in de USA waar een huwelijk met een verwant, derde en vierde graad, wel is verboden. Opmerkelijk is dat daar andere argumenten een rol spelen; het gaat daar om medische argumenten die door kenners als niet houdbaar worden gekwalificeerd. Waarom dan een verbod op dergelijke huwelijken in Nederland?
Het Wetsvoorstel
Het voorgestelde verbod op huwelijken met een verwant geldt zowel voor Nederlanders van autochtone afkomst als van allochtone afkomst. Maar het nieuwe wetsontwerp wordt gemotiveerd vanuit huwelijksdwang onder de nieuwe generatie van migrantenafkomst die een migratiehuwelijk willen aangaan. Daarbij baseert het kabinet zich op onze studie uit 2005 waarin onder andere wordt gesteld dat huwelijksdwang in geval van verwantschap van partners waarschijnlijk vaker zal voorkomen dan wanneer er geen verwantschap is. In diezelfde studie wordt ook aangegeven dat het hier om een vermoeden gaat omdat cijfers ontbreken en moeilijk naar boven te halen zijn. Een duidelijke omschrijving van dwang is evenmin te geven. Is sociale controle een vorm van dwang? Of is er van dwang alleen sprake wanneer er sancties aan partnerkeuze worden verbonden? Bovendien wordt nadrukkelijk gesteld dat gedwongen huwelijken afnemen. Dit wordt ook bevestigd in de verwerkte literatuur. In 2008 hebben we in Amsterdam onder verschillende groepen bewoners van migrantenafkomst een volgend onderzoek verricht naar partnerkeuze waarin ook gekeken is naar huwelijksdwang. Uit deze laatst genoemde studie komt tevoorschijn dat de trend van afname doorzet en dat het steeds vanzelfsprekender is dat deze jongeren zelf hun partner kiezen. Er komen ook steeds meer etnisch gemengde huwelijken en migratiehuwelijken worden meer en meer afgewezen omdat partners van het land van herkomst steeds meer worden ervaren als ‘van een andere cultuur afkomstig’. Dit wordt bevestigd door de cijfers. Het aantal migratiehuwelijken, tussen in Nederland woonachtige jongeren met een partner uit het herkomst land van hun ouders, is sterk afgenomen.
Waarom dan toch strafbaar stellen van consanguine huwelijken, huwelijken tussen verwanten, op basis van vermoedens uit een onderzoek van 2004-2005? In dat onderzoek werd immers juist aangegeven dat er een afnemende trend is die ook nog eens bevestigd is via onderzoek in 2008 en de cijfers van afname van migratiehuwelijken. Had het kabinet geen andere klussen dan huwelijkswetgeving om te stigmatiseren, of zoals de Volkskrant (24.3.2012. p.12) stelt: “Dat dit nagenoeg het enige bericht was waarmee de ministerraad vrijdag naar buiten kwam, lijkt te bewijzen dat het regeren op een laag pitje is gezet.”
Symboolwetgeving
Het voorstel van het oude kabinet komt neer op stigmatiserende symboolwetgeving over de rug van vrouwen. Er zal dispensatie gegeven worden wanneer blijkt dat er geen sprake is van dwang. Een dergelijke uitsluitingsclausule of omzeilingsclausule moet er wel in opgenomen worden omdat, zoals gemeld wordt, neef nicht huwelijken ook in Nederland van oudsher voorkomen en naar verwachting blijven voorkomen. Dergelijke huwelijken worden ook niet in strijd geacht met de Nederlandse rechtsorde zoals in de brief aan de voorzitter van de Tweede Kamer wordt gemeld. Huwelijken tussen verwanten worden alleen verboden omdat het vermoeden bestaat dat de kans dat het dan zou gaan om gedwongen huwelijken, groter is. De bewijslast wordt hier wel omgedraaid. Er moet bij het aangaan van het huwelijk een verklaring afgelegd worden over eventuele bloedverwantschap. Is dat het geval dan kan er toch nog wel gehuwd worden na een verklaring onder ede waaruit blijkt dat het geen gedwongen huwelijk is.
Kortom: in geval van huwelijken tussen neef en nicht moet bewezen worden dat het niet gaat om dwang terwijl dat in geval van huwelijken tussen niet-verwanten niet ‘bewezen’ of apart verklaard hoeft te worden. Omdat voor alle huwelijken die in Nederlands gesloten worden geldt dat er door de partners aan de ambtenaar van de burgerlijke stand wordt uitgesproken dat men in het huwelijk WIL treden, “Ja ik wil”, gaat het hier om een extra verklaring. Met andere woorden: een huwelijkspraktijk waar al tijden juridisch en moreel niets mis mee is, wordt nu alleen bij migranten gecriminaliseerd. Deze huwelijken zijn verdacht op basis van vermoedens, die inmiddels ter discussie staan en naar het zich laat aanzien achterhaald zijn, maar nooit onderzocht zijn. Voor allochtonen die met een verwant in de derde of vierde graad willen huwen, moet er dus twee maal verklaard worden dat men een huwelijk uit vrije wil aangaat: in een beëdigde verklaring en voor de ambtenaar. Mensen die met een niet-verwant huwen kunnen volstaan met slechts één verklaring voor de ambtenaar: ‘Ja ik wil’.
Een ander argument dat het hier gaat om symboolwetgeving is het feit dat neef nicht huwelijken in het buitenland gesloten, in Nederland erkend worden. Nederland wenst zich uiteindelijk niet buiten de internationale rechtsorde te plaatsen. Mensen die verwant zijn en willen trouwen kunnen dus in België of Duitsland terecht en waarna ze in Nederland hun huwelijk zonder problemen kunnen laten erkennen.
Tegen huwelijksdwang
Dat neemt niet weg dat maatregelen tegen huwelijksdwang genomen zouden moeten worden. In 2009 is er vanuit de Europese Unie veel aandacht aan huwelijksdwang besteed, ook in Nederland. Er zijn voorlichtingscampagnes geweest en er zijn meldpunten ingesteld. Er is discussie geweest over strafbaarstelling. In het Verenigd Koninkrijk is er een speciale vorm van hulpverlening, de forced marriage unit, in de meeste andere landen van Europa wordt de strijd tegen gedwongen huwelijken gevoerd via vrouwen- en migrantenorganisaties cq. meldpunten. In Nederland was een tussenvorm ontwikkeld met een steunpunt in Marokko en initiatieven tot uitbreiding voor Turkije. Maar het programma eer gerelateerd geweld is geëindigd en migrantenorganisaties worden gekort. De subsidie voor het SSR steunpunt in Noord-Marokko is afgestemd in de Tweede Kamer. Welk model Nederland ook kiest om huwelijksdwang tegen te gaan, het VK model met centrale unit, het model van verspreidde initiatieven door particuliere organisaties, of een tussenvorm, op dit moment is er niet veel meer over van het elan, de initiatieven en mogelijkheden tot bestrijding. Ondertussen gebruikt het kabinet huwelijksdwang als argument om migratiepolitiek te voeren.
Edien Bartels
Oka Storms
Martijn de Koning
Dr. Edien Bartels, is onderzoek aan de Vrije Universiteit en deed onder andere onderzoek naar gedwongen huwelijken en partnerkeuze. Dr. Martijn de Koning is onderzoeker aan de Radboud Universiteit Nijmegen en deed onder andere onderzoek naar partnerkeuze en gedwongen huwelijken. Momenteel is hij bezig met onderzoek naar Salafisme. MSc. Oka Storms is eveneens verbonden aan de Vrije Universiteit als onderzoeker en deed onder andere onderzoek naar partnerkeuze. Momenteel werkt zij samen met Edien Bartels aan onderzoek naar consanguine huwelijken.
Posted on October 5th, 2012 by martijn.
Categories: Activism, Multiculti Issues, Notes from the Field, Public Islam.
Diverse islamitische organisaties in Amsterdam Nieuw-West slaan de handen ineen om zich in te zetten voor betere humanitaire omstandigheden in het tentenkamp in de wijk. In dit tentenkamp bivakkeren enkele tientallen uitgeprocedeerde asielzoekers onder schrijnende omstandigheden. De groep bestaat uit volwassen mannen, maar ook kinderen en (zwangere) vrouwen. De samenwerkende islamitische organisaties hopen te voorzien in warme maaltijden, betere kleding en betere beschutting om de asielzoekers een meer menswaardig verblijf te kunnen geven.
“We zien in de media dat diverse politieke partijen hun handen aftrekken van deze groep mensen en hen letterlijk in de kou laten staan. De discussie gaat dan vooral over de reden van het protest,” zo stelt Nourdeen Wildeman van Stichting OntdekIslam. “Wij vinden dat wij als medemensen een verantwoordelijkheid dragen voor de minimale humanitaire voorzieningen, ongeacht ons standpunt over de inhoud van het protest. Wij zien kinderen, zwangere vrouwen en anderen in omstandigheden die een groot risico vormen voor de gezondheid.”
Onderdeel van de actie is een inzamelingsactie. Mensen worden opgeroepen een donatie te doen naar Stichting OntdekIslam via rekeningnummer 27.13.967 onder vermelding van ‘tentenkamp’. Via de website ontdekislam.nl zullen foto’s worden verspreid van de geleverde hulp.
De islamitische organisaties die zich inzetten voor het welzijn van de asielzoekers zijn onder andere de Blauwe Moskee uit Slotervaart, de Suleymaniye Moskee in Osdorp, Stichting OntdekIslam, het Landelijk Platform Nieuwe Moslims en diverse betrokken individuen. “Wij nodigen iedere andere (religieuze) organisatie uit om zich bij ons aan te sluiten – islamitisch of niet – zodat we ons kunnen inzetten voor onze medemens,” benadrukt Wildeman. “Wij bieden ook hulp aan alle bewoners van het kamp, ongeacht verblijfstatus, nationaliteit of religieuze achtergrond. Wij nemen als burgers onze verantwoordelijkheden en doen wat we kunnen. We hopen dat burgemeester van der Laan dat tijdens de beraadslaging vanavond ook zal doen.”

Deze informatie is afkomstig van een persbericht
Posted on October 5th, 2012 by martijn.
Categories: Activism, Multiculti Issues, Notes from the Field, Public Islam.
Diverse islamitische organisaties in Amsterdam Nieuw-West slaan de handen ineen om zich in te zetten voor betere humanitaire omstandigheden in het tentenkamp in de wijk. In dit tentenkamp bivakkeren enkele tientallen uitgeprocedeerde asielzoekers onder schrijnende omstandigheden. De groep bestaat uit volwassen mannen, maar ook kinderen en (zwangere) vrouwen. De samenwerkende islamitische organisaties hopen te voorzien in warme maaltijden, betere kleding en betere beschutting om de asielzoekers een meer menswaardig verblijf te kunnen geven.
“We zien in de media dat diverse politieke partijen hun handen aftrekken van deze groep mensen en hen letterlijk in de kou laten staan. De discussie gaat dan vooral over de reden van het protest,” zo stelt Nourdeen Wildeman van Stichting OntdekIslam. “Wij vinden dat wij als medemensen een verantwoordelijkheid dragen voor de minimale humanitaire voorzieningen, ongeacht ons standpunt over de inhoud van het protest. Wij zien kinderen, zwangere vrouwen en anderen in omstandigheden die een groot risico vormen voor de gezondheid.”
Onderdeel van de actie is een inzamelingsactie. Mensen worden opgeroepen een donatie te doen naar Stichting OntdekIslam via rekeningnummer 27.13.967 onder vermelding van ‘tentenkamp’. Via de website ontdekislam.nl zullen foto’s worden verspreid van de geleverde hulp.
De islamitische organisaties die zich inzetten voor het welzijn van de asielzoekers zijn onder andere de Blauwe Moskee uit Slotervaart, de Suleymaniye Moskee in Osdorp, Stichting OntdekIslam, het Landelijk Platform Nieuwe Moslims en diverse betrokken individuen. “Wij nodigen iedere andere (religieuze) organisatie uit om zich bij ons aan te sluiten – islamitisch of niet – zodat we ons kunnen inzetten voor onze medemens,” benadrukt Wildeman. “Wij bieden ook hulp aan alle bewoners van het kamp, ongeacht verblijfstatus, nationaliteit of religieuze achtergrond. Wij nemen als burgers onze verantwoordelijkheden en doen wat we kunnen. We hopen dat burgemeester van der Laan dat tijdens de beraadslaging vanavond ook zal doen.”

Deze informatie is afkomstig van een persbericht
Posted on September 28th, 2012 by martijn.
Categories: Activism, islamophobia, Multiculti Issues, Notes from the Field, Public Islam, Society & Politics in the Middle East.
Introductie
Er is veel te doen geweest en nog steeds over de film The Innocence of Muslims, vooral door de dood van de Amerikaanse ambassadeur in Libië. De woede, afkeer en walging van de film lijken breed gedragen onder moslims, maar zoals altijd verklaart dat niet de demonstraties. Daar is meer voor nodig; er zijn altijd meerdere groepen met ieder zo hun eigen belangen en motieven. Dat bleek bijvoorbeeld bij de protesten in Libanon, waar Hezbollah de toespraak van de paus bijwoonde en het protest uitstelde tot hij weg was en opriep tot religieuze tolerantie.
Een paar weken geleden vond op het Museumplein een demonstratie plaats tegen de Mohammed-film, het beledigen van de islam, ic. de profeet en tegen de Verenigde Staten en haar ‘war on terror’. Waarom ik zo laat ben met mijn verslag? Omdat ik nu eenmaal ook andere dingen te doen heb; ik word immers niet betaald voor dit blog. Een andere reden is dat we tegenwoordig gebaat zijn bij ‘slow research’; gedegen, diepgaand en niet meegaan met de waan van de dag. Dus neem ik rustig de tijd om goed na te denken over wat ik wel en niet publiceer in dit blog (of elders in andere professionele of meer wetenschappelijke publicaties).
De organisatie was in handen van Behind Bars / Straatdawah (over wie al eerder bericht HIER, HIER en HIER). Op de dag zelf werd bekend dat Sharia4Belgium/Sharia4Holland (s4b/s4h) ook aanwezig zou zijn; hetgeen gelijk verwachtingen schiep voor wat er ging gebeuren: geweld. Niet dat die verwachtingen er anders niet waren; de meest gestelde vraag van buitenstaanders aan mij tijdens de demo en erna was: ‘En? Rustig gebleven?’ of varianten daarop. Dat was ook de teneur van de berichtgeving later. Dat s4b eerder in Antwerpen een demo hield die uit de hand liep versterkte die indruk alleen maar. Het leidde ertoe dat één van de kandidaten voor het burgemeesterschap van Antwerpen (ja er zijn verkiezingen) stelde dat Antwerpen niet langer van iedereen kon zijn. Ook uit moslimhoek, imam Nordin Taouil, kwam kritiek op deze demo (waar geen vergunning voor was) en de rellen. S4b heeft een andere kijk op het hele gebeuren, zie het volgende filmpje:
De demo
Ik kom rond half vier aan bij het Museumplein. De vlaggen zijn van verre te zien waaronder de vlag met de zegel van de profeet. Dit is een vlag die door meerdere groepen wordt gebruikt, waaronder ook Al Qaeda vandaar dat de vlag in de volksmond ook wel de Al Qaeda vlag genoemd wordt. Er is veel pers aanwezig, ik schat zeker zo’n 40 journalisten. Daarnaast zijn er zichtbaar zeker 25 agenten aanwezig, maar waarschijnlijk meer aan de hoeveelheid mannen met oortjes te zien. Het aantal demonstranten bedraagt zo’n 120, over de hele dag schat ik zo’n 150.
De demonstratie vindt plaats veraf van het Amerikaanse consulaat; zo’n 200 meter omdat Behind Bars geen toestemming kreeg om dichterbij te demonstreren. Nu stonden ze eigenlijk midden op het Museumplein bij de doorgaande weg hetgeen als podium nog niet zo slecht was ook al was de organisatie aanvankelijk verontwaardigd over die afstand.
Aan de periferie van de demonstratie staan veel mensen te kijken en een enkeling voert discussie met sommige deelnemers. Dat gaat over het algemeen in een goede sfeer. Er zijn mensen die bepleiten dat ‘we niets hebben aan radicalisme’ en dat we vroeg of laat toch ergens in het midden moeten uitkomen; waarop een van de demonstranten stelt dat het midden niet meer bestaat sinds de laatste verkiezingen. Andere moslims wijzen omstanders erop dat de groep die hier demonstreert niet alle moslims vertegenwoordigt. Ze lijken het wel eens te zijn met de kritiek van de demonstranten, maar vinden deze demonstratie, de slogans en het vlagvertoon maar niets. ‘Je moet deze lui niet serieus nemen’ zegt iemand. Zie ook het filmpje bij AT5.
De demonstratie bestaat uit diverse toespraken en het roepen van slogans zoals takbier!, la illah illa Allah en ook ‘obama obama, wij zijn allemaal osama’. Volgens de woordvoerder hebben ze van tevoren nagedacht over wat ze zouden roepen. ‘Jullie zoeken de grens op, dan wij ook.’ Met grens verwijst hij naar de profeet Mohammed. Volgens hem hebben ‘jullie’ (het westen, amerika) onze grondstoffen al, onze landen, onze vrouwen (Aafia Siddiqui), maar van onze profeet blijf je af. Dit hoorde ik ook tijdens de toespraken waarin voortdurend verwezen naar het onrecht in de moslimlanden, de aanvallen van Amerika: ‘Maar niet onze profeet!’ (Afgelopen weekend had ook de As Soennah moskee in Den Haag een bijeenkomst, met als titel ‘Allesbehalve onze Profeet‘ waar ik helaas niet bij kon zijn vanwege verplichtingen in Duitsland; met andere woorden een gevoel/grens die breder wordt gedeeld in activistische kringen). In de toespraken werd ook voortdurend een beroep gedaan op moslims als ‘broeders’ om op te komen voor elkaar in de ‘oorlog tegen moslims’ en in de strijd van de moslims tegen de tawagheet (afgoden / tirannen). Met name de verwijzingen naar Jemen, waar Amerika voortdurend aanvallen uitvoert met drones, waren legio . Af en toe waren er verwijzingen naar de Nederlandse politiek, in het bijzonder Wilders. Opvallende andere slogans op borden waren ‘We are all…’ en dan volgde bijvoorbeeld Anwar Al Awlaki (gedood door de VS samen met zijn 16-jarige zoon Abdulrahman) en Mohammed Bouyeri.
Aan het einde van de demonstratie wordt er gebeden. Daarvoor wijst de organisatie erop dat mensen rustig en vreedzaam moeten vertrekken zoals de demonstratie ook begonnen is. Dit betekent niet massaal door de straten gaan, spullen inleveren bij de organisatie. De politie wijst later enkele individuen erop dat ze niet gemaskerd door de straat mogen. Tijdens de demonstratie bedekten velen hun gezicht. ‘We gaan terug naar huis, vreedzaam zoals we de demonstratie begonnen zijn, terug naar onze site’. De laatste is een verwijzing naar de website Dewaarheid.nl.
Het gebed wordt uitgevoerd door ongeveer 110 mensen. En zeer nauw gadegeslagen door de pers die de fotocamera bijna op de biddende mannen drukt. Het visuele aspect is klaarblijkelijk erg aantrekkelijk voor de journalisten. Na afloop van het gebed volgt er nog een oproep om geld in te zamelen voor ‘broeders in Syrië’. Ik praat nog wat na met de woordvoerder van Behind Bars en, (helaas maar heel kort, maar ik was al te laat voor een afspraak en moest dus weg) ook even met nog wat andere jonge jongens.
Video-impressies
Er was veel aandacht voor de demonstratie vanuit reguliere media. Zie Novum:
Maar ook door anderen zijn er verslagen gemaakt. Zie de filmpjes van Milatu Ibrahim.nl/Salafimedia.nl:
Hier een impressie van de organisatie zelf:
Controverse
Natuurlijk was er ook de nodige controverse over de demo. Ik laat de opinies van de gebruikelijke columnisten e.d. even buiten beschouwing; die zijn er teveel en voegen eigenlijk niks toe. Interessanter zijn de commentaren vanuit de hoek van moslims. Zo stelde Abdelkarimo op Joop.nl dat types als Sharia4Belgium (‘onkruid’) de stem van de moslims kapen en dat moslims daar zelf stelling tegen moeten blijven nemen. Een soortgelijk argument kwam van Samira Bouchibti die stelde af te willen van ‘wilde mannen’ die vrouwen de wet proberen voor te schrijven en het ‘aanzien’ van het geloof bepalen. Mohamed Azahaf vond dat moslims zich niet zo moeten laten provoceren door dit soort films en meer kennis op moeten doen over de islam zodat men met wijsheid kan reageren. Jongerencentrum Argan tenslotte riep op tot bezinning.
Abou Moussa, woordvoerder van Behind Bars, diende Abdelkarimo van repliek en vond diens stuk slordig, denigrerend en getuigen van weinig respect voor pluralisme onder moslims. Zie verder ook de discussie op dit blog waar Abou Moussa reageert: HIER en HIER. In de reactie op mijn stukken stelt Abou Moussa dat de demonstratie niet bedoeld was om de wij-zij tegenstelling te scheppen of te versterken. De indruk zou inderdaad gewekt kunnen worden dat ik dat stel, aangezien ik eerder beschrijf dat demonstraties in het algemeen dienen om de wij-zij tegenstelling aan te scherpen. De situatie ligt wat complexer dan ik hier kan uitleggen. Men was inderdaad tijdens de demonstratie erg voorzichtig om de tegenstelling tussen wij (als in Nederlanders) en zij (als in moslims) niet teveel de boventoon te laten voeren; men richtte zich vooral tegen de VS. Of dat ook echt lukte is natuurlijk de vraag gezien de slogans en de protestborden en ook gezien het feit dat de demo nu eenmaal geïnterpreteerd wordt binnen het kader van het islamdebat dat bol staat van de wij-zij tegenstellingen. Dus ook al is het niet de bedoeling dan nog kan dat wel gebeuren door de wijze waarop anderen er betekenis aan geven.
Niet onze profeet
Het belang van het idee ‘onze profeet’ kan het best duidelijk gemaakt worden aan de hand van een experiment dat W.J.T. Mitchell, de pionier van het vakgebied van Visual Studies, eens uitvoerde met zijn studenten. Ik heb er even over nagedacht omdat met enkele van mijn Twitter followers te doen, maar daar heb ik toch maar van afgezien. Het experiment verloopt ongeveer als volgt:
Haal een foto tevoorschijn van iemand die je zeer nabij staat, die je lieft hebt, maar die niet meer leeft. Stel nu dat ik je opdraag te spuwen op de foto, de ogen van de persoon op de foto door te prikken en het in brand te steken of in stukken te scheuren.
Zou je dat doen? Zeer waarschijnlijk geldt voor de meeste mensen dat ze dat niet zouden doen. En als ik de foto uit jouw handen zou grissen en het vervolgens zou bespuwen, de ogen doorprikken en in brand steken of in stukken scheuren? Zou je dat toelaten? En als ik het gedaan had, zou je me ermee weg laten komen? Ook hier geld; in de meeste gevallen waarschijnlijk niet.
En waarom eigenlijk niet? De foto is geen levende persoon. Het is maar een foto waarop iemand afgebeeld staat. Meer niet. Het is niet alsof we de persoon zelf bespuwen, de ogen uitsteken, verbranden of verscheuren. Toch? Of juist wel? De meeste mensen zullen een foto van een overleden dierbare (vriend, vriendin, partner, kind, vader of moeder) niet snel beschadigen of vernietigen. We behandelen de foto wel degelijk als een persoon ook al is het ‘slechts’ de afbeelding van die persoon; maar die afbeelding is natuurlijk wel verbonden met herinneringen, een gevoel van ergens bij te horen, het gemis van een bepaald persoon, de pijn die gevoeld wordt nu een persoon er niet meer is, het verlangen naar iemand, enzovoorts. Sommige afbeeldingen raken mensen dus, roepen bepaalde gevoelens en herinneringen op waar mensen op een bepaalde manier op reageren.
In het geval van de profeet Mohammed is dat voor sommige, en ik schat in veel, moslims min of meer gelijk (er zijn mensen voor wie de profeet Mohammed nog dierbaarder is dan hun ouders). In het volgende Youtube filmpje met een Amerikaanse woordkunstenaar wordt dat heel aardig verwoord:
Maar wat nu als iemand je moeder als oneindig slecht ziet en haar nakomelingen ook? En vervolgens doelbewust de foto besmeurt en vernietigt om een reactie uit te lokken. En dat niet één keer, ook niet twee keer, ook niet drie keer, ook niet vier keer, maar toch al zeker voor de vijfde keer? Hoe zou je dan reageren? En als je ‘verkeerd’ reageert zegt de dader ‘zie je wel’ en ‘wat doe je moeilijk, het is toch maar een plaatje’. En als je niet reageert, heeft de dader dan waar hij je wil hebben: murw, moegebeukt en uiteindelijk onderworpen? Of betekent geen reactie dat je uit het spel van actie-reactie stapt en niet meer mee doet met het spel? En is het inderdaad zo vreemd dat in deze omstandigheden iemand over gaat tot het gebruik van geweld, zoals ook Nuweira Youskine al begrijpelijk probeerde te maken in relatie tot de Mohammed film (tot ongenoegen van sommigen). En al is het gebruik van geweld voor degene die de foto ontheiligt wellicht een teken van irrationaliteit die met religie samenvalt, voor de gelovige kan het ontheiligen van de foto een daad van geweld zijn. Immers, de liefdevolle herinnering van moeders zoon of dochter moet op plotselinge, onverwachte en drastische wijze wijken voor de nare herinnering van de dader zonder dat de eerste daar enige zeggenschap of controle over heeft.
Slotoverwegingen
En dan mijn aanvankelijke idee om dit experiment uit te voeren met enkele volgers op Twitter. De reden waarom ik besloot het niet te doen, was om dat dit te diep in zou grijpen in de levens en gevoelens van mensen en ik hen niet wilde kwetsen maar alleen ‘gebruiken’ om een punt te maken. Ik besloot echter (na enkele tweets en een mail) dat dat het niet waard was en niet ethisch verantwoord voor mij als persoon en als onderzoeker. Is deze terughoudendheid nu zelfcensuur en heb ik de vrijheid van meningsuiting geweld aangedaan? Immers ‘gekwetst’ zijn is een subjectief begrip en dat kan iedereen wel roepen en buigen voor geweld is natuurlijk helemaal uit den boze. Verliest de vrijheid van meningsuiting daarmee niet een heel belangrijke dimensie, namelijk die van de vrijheid? De vrijheid namelijk om niks te zeggen, of je woorden anders in te kleden? Is de vrijheid niet geworden tot een dwangbevel om het liefst zo direct mogelijk te zijn en betekent direct zijn grof zijn en geen rekening houden met de gevoelens van anderen? Is dat een gevolg van het feit dat we zo nodig oprecht en authentiek moeten zijn en het idee dat je dat alleen bent als je niet beperkt wordt door wat anderen van jou en je opvattingen vinden? En de manier omdat te laten zien is door uitermate grof te zijn?
Laat het voorbeeld van die foto’s ook niet zien dat het waanidee van de absolute vrijheid van meningsuiting helemaal niets te maken heeft met een vrije uitwisseling van ideeen en democratisch debat? Dat, als je het idee van absolute vrijheid van meningsuiting aanhangt, er geen enkele reden meer is om doodsbedreigingen te verbieden? Of haatzaaien? Sterker nog dat het volkomen onlogisch is om dat te doen, Immers, dat is allemaal in ‘the eye of the beholder’ en daarmee niet objectief vast te stellen? En meer nog, als ik oproep tot geweld en iemand anders voert het uit, waarom zou dat dan mijn schuld zijn? Iemand is toch zeker verantwoordelijk voor zijn eigen daden? Of worden moeten doodsbedreigingen toch afgewezen worden omdat deze woorden misschien wel degelijk een daad van geweld inhouden. Immers, het beperkt anderen in hun autonomie; net zoals het opzettelijk ontheiligen van de foto van een dierbare dat ook doet?
Naast het aantasten van die autonomie, is er nog een ander punt dat uit bovenstaand voorbeeld komt: namelijk de relatie tussen mensen. Je zou kunnen stellen dat in het geval van mensen die je tot je eigen kring rekent, terughoudend bent om hen te kwetsen en dat je hen zeker niet doelbewust kwetst. De waarde die je dus aan bepaalde relatie hecht, bepaalt de waarde die je hecht aan bepaalde uitingsvormen. Daar zitten natuurlijk altijd gradaties in; je familie betekent over het algemeen meer dan je collega’s en je buren meer dan iemand ‘down under’. Vandaar ook dat iedereen wel eens een leugentje om bestwil vertelt of dat je bepaalde onderwerpen in bepaalde kringen niet aanroert. In alle situaties zeggen wat je denkt is dan ook niet het feest van de vrijheid van meningsuiting of heldendom, maar vooral moreel autisme. Soms is dat handig, als je vindt dat bepaalde dingen echt gezegd moeten worden, als taboes doorbroken moeten worden, enzovoorts.
De makers van deze film maken hun punt over de ruggen van joden en doelbewust ten koste van moslims tegen wie men eigenlijk zegt, we zien je niet als medemens. En in die zin valt de film zeker onder het kopje haatzaaien. Dat is kwalijk in een samenleving waarbij het belangrijk is om in tijden van globalisering en individualisering de sociale cohesie en sociale veiligheid te bewaren.
Posted on September 28th, 2012 by martijn.
Categories: Activism, islamophobia, Multiculti Issues, Notes from the Field, Public Islam, Society & Politics in the Middle East.
Introductie
Er is veel te doen geweest en nog steeds over de film The Innocence of Muslims, vooral door de dood van de Amerikaanse ambassadeur in Libië. De woede, afkeer en walging van de film lijken breed gedragen onder moslims, maar zoals altijd verklaart dat niet de demonstraties. Daar is meer voor nodig; er zijn altijd meerdere groepen met ieder zo hun eigen belangen en motieven. Dat bleek bijvoorbeeld bij de protesten in Libanon, waar Hezbollah de toespraak van de paus bijwoonde en het protest uitstelde tot hij weg was en opriep tot religieuze tolerantie.
Een paar weken geleden vond op het Museumplein een demonstratie plaats tegen de Mohammed-film, het beledigen van de islam, ic. de profeet en tegen de Verenigde Staten en haar ‘war on terror’. Waarom ik zo laat ben met mijn verslag? Omdat ik nu eenmaal ook andere dingen te doen heb; ik word immers niet betaald voor dit blog. Een andere reden is dat we tegenwoordig gebaat zijn bij ‘slow research’; gedegen, diepgaand en niet meegaan met de waan van de dag. Dus neem ik rustig de tijd om goed na te denken over wat ik wel en niet publiceer in dit blog (of elders in andere professionele of meer wetenschappelijke publicaties).
De organisatie was in handen van Behind Bars / Straatdawah (over wie al eerder bericht HIER, HIER en HIER). Op de dag zelf werd bekend dat Sharia4Belgium/Sharia4Holland (s4b/s4h) ook aanwezig zou zijn; hetgeen gelijk verwachtingen schiep voor wat er ging gebeuren: geweld. Niet dat die verwachtingen er anders niet waren; de meest gestelde vraag van buitenstaanders aan mij tijdens de demo en erna was: ‘En? Rustig gebleven?’ of varianten daarop. Dat was ook de teneur van de berichtgeving later. Dat s4b eerder in Antwerpen een demo hield die uit de hand liep versterkte die indruk alleen maar. Het leidde ertoe dat één van de kandidaten voor het burgemeesterschap van Antwerpen (ja er zijn verkiezingen) stelde dat Antwerpen niet langer van iedereen kon zijn. Ook uit moslimhoek, imam Nordin Taouil, kwam kritiek op deze demo (waar geen vergunning voor was) en de rellen. S4b heeft een andere kijk op het hele gebeuren, zie het volgende filmpje:
De demo
Ik kom rond half vier aan bij het Museumplein. De vlaggen zijn van verre te zien waaronder de vlag met de zegel van de profeet. Dit is een vlag die door meerdere groepen wordt gebruikt, waaronder ook Al Qaeda vandaar dat de vlag in de volksmond ook wel de Al Qaeda vlag genoemd wordt. Er is veel pers aanwezig, ik schat zeker zo’n 40 journalisten. Daarnaast zijn er zichtbaar zeker 25 agenten aanwezig, maar waarschijnlijk meer aan de hoeveelheid mannen met oortjes te zien. Het aantal demonstranten bedraagt zo’n 120, over de hele dag schat ik zo’n 150.
De demonstratie vindt plaats veraf van het Amerikaanse consulaat; zo’n 200 meter omdat Behind Bars geen toestemming kreeg om dichterbij te demonstreren. Nu stonden ze eigenlijk midden op het Museumplein bij de doorgaande weg hetgeen als podium nog niet zo slecht was ook al was de organisatie aanvankelijk verontwaardigd over die afstand.
Aan de periferie van de demonstratie staan veel mensen te kijken en een enkeling voert discussie met sommige deelnemers. Dat gaat over het algemeen in een goede sfeer. Er zijn mensen die bepleiten dat ‘we niets hebben aan radicalisme’ en dat we vroeg of laat toch ergens in het midden moeten uitkomen; waarop een van de demonstranten stelt dat het midden niet meer bestaat sinds de laatste verkiezingen. Andere moslims wijzen omstanders erop dat de groep die hier demonstreert niet alle moslims vertegenwoordigt. Ze lijken het wel eens te zijn met de kritiek van de demonstranten, maar vinden deze demonstratie, de slogans en het vlagvertoon maar niets. ‘Je moet deze lui niet serieus nemen’ zegt iemand. Zie ook het filmpje bij AT5.
De demonstratie bestaat uit diverse toespraken en het roepen van slogans zoals takbier!, la illah illa Allah en ook ‘obama obama, wij zijn allemaal osama’. Volgens de woordvoerder hebben ze van tevoren nagedacht over wat ze zouden roepen. ‘Jullie zoeken de grens op, dan wij ook.’ Met grens verwijst hij naar de profeet Mohammed. Volgens hem hebben ‘jullie’ (het westen, amerika) onze grondstoffen al, onze landen, onze vrouwen (Aafia Siddiqui), maar van onze profeet blijf je af. Dit hoorde ik ook tijdens de toespraken waarin voortdurend verwezen naar het onrecht in de moslimlanden, de aanvallen van Amerika: ‘Maar niet onze profeet!’ (Afgelopen weekend had ook de As Soennah moskee in Den Haag een bijeenkomst, met als titel ‘Allesbehalve onze Profeet‘ waar ik helaas niet bij kon zijn vanwege verplichtingen in Duitsland; met andere woorden een gevoel/grens die breder wordt gedeeld in activistische kringen). In de toespraken werd ook voortdurend een beroep gedaan op moslims als ‘broeders’ om op te komen voor elkaar in de ‘oorlog tegen moslims’ en in de strijd van de moslims tegen de tawagheet (afgoden / tirannen). Met name de verwijzingen naar Jemen, waar Amerika voortdurend aanvallen uitvoert met drones, waren legio . Af en toe waren er verwijzingen naar de Nederlandse politiek, in het bijzonder Wilders. Opvallende andere slogans op borden waren ‘We are all…’ en dan volgde bijvoorbeeld Anwar Al Awlaki (gedood door de VS samen met zijn 16-jarige zoon Abdulrahman) en Mohammed Bouyeri.
Aan het einde van de demonstratie wordt er gebeden. Daarvoor wijst de organisatie erop dat mensen rustig en vreedzaam moeten vertrekken zoals de demonstratie ook begonnen is. Dit betekent niet massaal door de straten gaan, spullen inleveren bij de organisatie. De politie wijst later enkele individuen erop dat ze niet gemaskerd door de straat mogen. Tijdens de demonstratie bedekten velen hun gezicht. ‘We gaan terug naar huis, vreedzaam zoals we de demonstratie begonnen zijn, terug naar onze site’. De laatste is een verwijzing naar de website Dewaarheid.nl.
Het gebed wordt uitgevoerd door ongeveer 110 mensen. En zeer nauw gadegeslagen door de pers die de fotocamera bijna op de biddende mannen drukt. Het visuele aspect is klaarblijkelijk erg aantrekkelijk voor de journalisten. Na afloop van het gebed volgt er nog een oproep om geld in te zamelen voor ‘broeders in Syrië’. Ik praat nog wat na met de woordvoerder van Behind Bars en, (helaas maar heel kort, maar ik was al te laat voor een afspraak en moest dus weg) ook even met nog wat andere jonge jongens.
Video-impressies
Er was veel aandacht voor de demonstratie vanuit reguliere media. Zie Novum:
Maar ook door anderen zijn er verslagen gemaakt. Zie de filmpjes van Milatu Ibrahim.nl/Salafimedia.nl:
Hier een impressie van de organisatie zelf:
Controverse
Natuurlijk was er ook de nodige controverse over de demo. Ik laat de opinies van de gebruikelijke columnisten e.d. even buiten beschouwing; die zijn er teveel en voegen eigenlijk niks toe. Interessanter zijn de commentaren vanuit de hoek van moslims. Zo stelde Abdelkarimo op Joop.nl dat types als Sharia4Belgium (‘onkruid’) de stem van de moslims kapen en dat moslims daar zelf stelling tegen moeten blijven nemen. Een soortgelijk argument kwam van Samira Bouchibti die stelde af te willen van ‘wilde mannen’ die vrouwen de wet proberen voor te schrijven en het ‘aanzien’ van het geloof bepalen. Mohamed Azahaf vond dat moslims zich niet zo moeten laten provoceren door dit soort films en meer kennis op moeten doen over de islam zodat men met wijsheid kan reageren. Jongerencentrum Argan tenslotte riep op tot bezinning.
Abou Moussa, woordvoerder van Behind Bars, diende Abdelkarimo van repliek en vond diens stuk slordig, denigrerend en getuigen van weinig respect voor pluralisme onder moslims. Zie verder ook de discussie op dit blog waar Abou Moussa reageert: HIER en HIER. In de reactie op mijn stukken stelt Abou Moussa dat de demonstratie niet bedoeld was om de wij-zij tegenstelling te scheppen of te versterken. De indruk zou inderdaad gewekt kunnen worden dat ik dat stel, aangezien ik eerder beschrijf dat demonstraties in het algemeen dienen om de wij-zij tegenstelling aan te scherpen. De situatie ligt wat complexer dan ik hier kan uitleggen. Men was inderdaad tijdens de demonstratie erg voorzichtig om de tegenstelling tussen wij (als in Nederlanders) en zij (als in moslims) niet teveel de boventoon te laten voeren; men richtte zich vooral tegen de VS. Of dat ook echt lukte is natuurlijk de vraag gezien de slogans en de protestborden en ook gezien het feit dat de demo nu eenmaal geïnterpreteerd wordt binnen het kader van het islamdebat dat bol staat van de wij-zij tegenstellingen. Dus ook al is het niet de bedoeling dan nog kan dat wel gebeuren door de wijze waarop anderen er betekenis aan geven.
Niet onze profeet
Het belang van het idee ‘onze profeet’ kan het best duidelijk gemaakt worden aan de hand van een experiment dat W.J.T. Mitchell, de pionier van het vakgebied van Visual Studies, eens uitvoerde met zijn studenten. Ik heb er even over nagedacht omdat met enkele van mijn Twitter followers te doen, maar daar heb ik toch maar van afgezien. Het experiment verloopt ongeveer als volgt:
Haal een foto tevoorschijn van iemand die je zeer nabij staat, die je lieft hebt, maar die niet meer leeft. Stel nu dat ik je opdraag te spuwen op de foto, de ogen van de persoon op de foto door te prikken en het in brand te steken of in stukken te scheuren.
Zou je dat doen? Zeer waarschijnlijk geldt voor de meeste mensen dat ze dat niet zouden doen. En als ik de foto uit jouw handen zou grissen en het vervolgens zou bespuwen, de ogen doorprikken en in brand steken of in stukken scheuren? Zou je dat toelaten? En als ik het gedaan had, zou je me ermee weg laten komen? Ook hier geld; in de meeste gevallen waarschijnlijk niet.
En waarom eigenlijk niet? De foto is geen levende persoon. Het is maar een foto waarop iemand afgebeeld staat. Meer niet. Het is niet alsof we de persoon zelf bespuwen, de ogen uitsteken, verbranden of verscheuren. Toch? Of juist wel? De meeste mensen zullen een foto van een overleden dierbare (vriend, vriendin, partner, kind, vader of moeder) niet snel beschadigen of vernietigen. We behandelen de foto wel degelijk als een persoon ook al is het ‘slechts’ de afbeelding van die persoon; maar die afbeelding is natuurlijk wel verbonden met herinneringen, een gevoel van ergens bij te horen, het gemis van een bepaald persoon, de pijn die gevoeld wordt nu een persoon er niet meer is, het verlangen naar iemand, enzovoorts. Sommige afbeeldingen raken mensen dus, roepen bepaalde gevoelens en herinneringen op waar mensen op een bepaalde manier op reageren.
In het geval van de profeet Mohammed is dat voor sommige, en ik schat in veel, moslims min of meer gelijk (er zijn mensen voor wie de profeet Mohammed nog dierbaarder is dan hun ouders). In het volgende Youtube filmpje met een Amerikaanse woordkunstenaar wordt dat heel aardig verwoord:
Maar wat nu als iemand je moeder als oneindig slecht ziet en haar nakomelingen ook? En vervolgens doelbewust de foto besmeurt en vernietigt om een reactie uit te lokken. En dat niet één keer, ook niet twee keer, ook niet drie keer, ook niet vier keer, maar toch al zeker voor de vijfde keer? Hoe zou je dan reageren? En als je ‘verkeerd’ reageert zegt de dader ‘zie je wel’ en ‘wat doe je moeilijk, het is toch maar een plaatje’. En als je niet reageert, heeft de dader dan waar hij je wil hebben: murw, moegebeukt en uiteindelijk onderworpen? Of betekent geen reactie dat je uit het spel van actie-reactie stapt en niet meer mee doet met het spel? En is het inderdaad zo vreemd dat in deze omstandigheden iemand over gaat tot het gebruik van geweld, zoals ook Nuweira Youskine al begrijpelijk probeerde te maken in relatie tot de Mohammed film (tot ongenoegen van sommigen). En al is het gebruik van geweld voor degene die de foto ontheiligt wellicht een teken van irrationaliteit die met religie samenvalt, voor de gelovige kan het ontheiligen van de foto een daad van geweld zijn. Immers, de liefdevolle herinnering van moeders zoon of dochter moet op plotselinge, onverwachte en drastische wijze wijken voor de nare herinnering van de dader zonder dat de eerste daar enige zeggenschap of controle over heeft.
Slotoverwegingen
En dan mijn aanvankelijke idee om dit experiment uit te voeren met enkele volgers op Twitter. De reden waarom ik besloot het niet te doen, was om dat dit te diep in zou grijpen in de levens en gevoelens van mensen en ik hen niet wilde kwetsen maar alleen ‘gebruiken’ om een punt te maken. Ik besloot echter (na enkele tweets en een mail) dat dat het niet waard was en niet ethisch verantwoord voor mij als persoon en als onderzoeker. Is deze terughoudendheid nu zelfcensuur en heb ik de vrijheid van meningsuiting geweld aangedaan? Immers ‘gekwetst’ zijn is een subjectief begrip en dat kan iedereen wel roepen en buigen voor geweld is natuurlijk helemaal uit den boze. Verliest de vrijheid van meningsuiting daarmee niet een heel belangrijke dimensie, namelijk die van de vrijheid? De vrijheid namelijk om niks te zeggen, of je woorden anders in te kleden? Is de vrijheid niet geworden tot een dwangbevel om het liefst zo direct mogelijk te zijn en betekent direct zijn grof zijn en geen rekening houden met de gevoelens van anderen? Is dat een gevolg van het feit dat we zo nodig oprecht en authentiek moeten zijn en het idee dat je dat alleen bent als je niet beperkt wordt door wat anderen van jou en je opvattingen vinden? En de manier omdat te laten zien is door uitermate grof te zijn?
Laat het voorbeeld van die foto’s ook niet zien dat het waanidee van de absolute vrijheid van meningsuiting helemaal niets te maken heeft met een vrije uitwisseling van ideeen en democratisch debat? Dat, als je het idee van absolute vrijheid van meningsuiting aanhangt, er geen enkele reden meer is om doodsbedreigingen te verbieden? Of haatzaaien? Sterker nog dat het volkomen onlogisch is om dat te doen, Immers, dat is allemaal in ‘the eye of the beholder’ en daarmee niet objectief vast te stellen? En meer nog, als ik oproep tot geweld en iemand anders voert het uit, waarom zou dat dan mijn schuld zijn? Iemand is toch zeker verantwoordelijk voor zijn eigen daden? Of worden moeten doodsbedreigingen toch afgewezen worden omdat deze woorden misschien wel degelijk een daad van geweld inhouden. Immers, het beperkt anderen in hun autonomie; net zoals het opzettelijk ontheiligen van de foto van een dierbare dat ook doet?
Naast het aantasten van die autonomie, is er nog een ander punt dat uit bovenstaand voorbeeld komt: namelijk de relatie tussen mensen. Je zou kunnen stellen dat in het geval van mensen die je tot je eigen kring rekent, terughoudend bent om hen te kwetsen en dat je hen zeker niet doelbewust kwetst. De waarde die je dus aan bepaalde relatie hecht, bepaalt de waarde die je hecht aan bepaalde uitingsvormen. Daar zitten natuurlijk altijd gradaties in; je familie betekent over het algemeen meer dan je collega’s en je buren meer dan iemand ‘down under’. Vandaar ook dat iedereen wel eens een leugentje om bestwil vertelt of dat je bepaalde onderwerpen in bepaalde kringen niet aanroert. In alle situaties zeggen wat je denkt is dan ook niet het feest van de vrijheid van meningsuiting of heldendom, maar vooral moreel autisme. Soms is dat handig, als je vindt dat bepaalde dingen echt gezegd moeten worden, als taboes doorbroken moeten worden, enzovoorts.
De makers van deze film maken hun punt over de ruggen van joden en doelbewust ten koste van moslims tegen wie men eigenlijk zegt, we zien je niet als medemens. En in die zin valt de film zeker onder het kopje haatzaaien. Dat is kwalijk in een samenleving waarbij het belangrijk is om in tijden van globalisering en individualisering de sociale cohesie en sociale veiligheid te bewaren.
Posted on September 20th, 2012 by martijn.
Categories: Activism, International Terrorism, islamophobia, Multiculti Issues, Notes from the Field, Public Islam, Religious and Political Radicalization, Society & Politics in the Middle East.
In the debates on the Innocence of Muslims I came across an interesting argument after learning that the French magazine Charlie Hebdo would publish cartoons about the prophet Muhammad. Several people on my Twitter told this was a great idea, ‘we should publish cartoons and films mocking Islam over and over again until the Muslims learn that they should not protest (violently) against it’. The most clear example is Pat Condell’s older video:
But also others, usually less islamophobic, people have expressed such sentiment: let’s teach them.
What do I mean by teaching them? governmentality | Tumblr
“Liberal democratic polities place limits upon direct coercive interventions into individual lives by the power of the state; government of subjectivity thus demands that authorities act upon the choices, wishes, values, and conduct of the individual in an indirect manner… The citizens of a liberal democracy are to regulate themselves… Citizens shape their lives through the choices they make about family life, work, leisure, lifestyle, and personality and its expression. Government works by ‘acting at a distance’ upon these choices, forging a symmetry between the attempts of individuals to make life worthwhile for themselves, and the political values of consumption, profitability, efficiency, and social order… The government of the soul depends upon our recognition of ourselves as ideally and potentially certain sorts of person, the unease generated by a normative judgement of what we are and could become, and the incitement offered to overcome this discrepancy by following the advice of experts in the management of the self. The irony is that we believe, in making our subjectivity the principle of our personal lives, our ethical systems, and our political evaluations, that we are, freely, choosing our freedom.”
— Nikolas Rose, Governing the Soul: The Shaping of the Private Self
It is about teaching citizens to become liberal subjects not by repression and direct power, but by making clear what normal behaviour is and what is deviant and by making them realize for themselves that it is better for them to be ‘normal’. The argument of free speech is often combined with saying something ‘Look, if you are offended by watching the film, then just don’t watch it’ (somewhat later followed by condemning those Muslims who protest but ‘didn’t even saw the film’). Now if magazines like Charlie Hebdo really were concerned with freedom of speech / freedom of the press they probably should consider running the photo’s of a naked Kate Middleton as well together with, for example, cartoons made by the Arab European League depicting Anne Frank with Hitler (they were fined for publishing these). But that is not what they or others do. It is directed at Islam and Muslims.
There seems to be this idea that it is religious people in general but in particular Muslims who feel offended (too) easily. Therefore ‘we’ make videos, cartoons and so on in order to make more thick-skinned. These videos and cartoons do not just depict Muslims or key symbols of Islam but they represent them in a way the makers know can be taken as an insult: terrorists, sexmaniacs and so on; the classic orientalist visualizations often like in the Innocence of Muslims by sexual references. In order to teach them the blame for all the reactions against the insult is put on the target of the insult:
The Innocence of White People – StumbleUpon
Innocence is simply the playground bully calling your mother a slut after already breaking your jaw, and then wondering why you can’t take a joke.
As I explained earlier in the case of the Qur’an burning by Jones:
The Ritual of Provocation I – Burn, burn the Quran – C L O S E R — C L O S E R
the insult, provocation or criticism is a ritual form of teaching a group subordination by way of humiliation (Guimarães 2003: 142). It is more or less like saying this is the way we do things here, and you better acknowledge that and act accordingly. It not only expresses and reproduces the desired social order but also reproduces and legitimizes the hierarchy between Muslims and non-Muslims and is form of including individuals Muslims in the group as long as they meet certain criteria that are determined by the dominant groups in society. At the same time the accusations by some Muslims that these films and the Quran burning constitute blasphemy is an attempt to block the transgression from the side of the secular or Christian politicians and opinion leaders.
Releasing ‘offending and provocative’ films and other performances is a means to express, legitimize and naturalize elements of the social order that are deemed fundamental in the discourses about how a society should be (non-Islamic), in times when these same elements are perceived as threatened (by Islam).
This already shows to some extent how humiliation may work. Joel Robbins, elaborating on Marshall Sahlins work on the study of cultural change in Melanesia, takes us a step further not only seeing humiliation as a psychological factor but also a cultural one. According to Robbins in Sahlins model humiliation gives an answer to the question as to why people ’embrace’ so-called Western values and development instead of maintaining cultural continuity. Humiliation instils a ‘global inferiority complex’ that results in people themselves wanting to change and to accommodate to Western dominance in multiple ways. But as Sahlins also explains this humiliation can also lead to a self-consciousness that makes people resist Western dominance. It should be clear then that humiliation is, apart from being psychological, also a social fact (as Robbins explains based upon other writers such as Rorty and Margalit) shaping experiences, expectations, motivations and social processes for example how people search for belonging and connections (and where). The emphasis on integration and becoming liberal subjects makes clear what Muslims ‘lack’ (according to some) but also gives the promise that it is possible to overcome it; much in the same way as religion, ic Islam, does. The latter can be used by militant activists as a way to mobilise people, while the former can be used by secularists to subordinate people.
An interesting way to dilute the power of humiliation is, I speculate, using humour. As their Dutch counterparts already did, Charlie Hebdo and Newsweek appear to have discovered that using particular stereotypes on Muslims sells. Newsweek came with the headline Muslim Rage featuring so-called angry Muslims on their cover (and with a piece by Ayaan Hirsi Ali). Instead of getting angry, many Muslims on Twitter turned the #muslimrage hashtag into a joke. Or does this form of resistance come about after discovering that getting angry is indeed less beneficiary? It remains to be seen what happens furthermore of course, on Monday ads will appear in the New York metro saying that civilized people should support Israel and counter jihad.
Posted on September 17th, 2012 by martijn.
Categories: Activism, International Terrorism, Multiculti Issues, Notes from the Field, Public Islam, Religious and Political Radicalization, Society & Politics in the Middle East.
6. Zijn de rellen irrationeel, zinloos en doelloos?
De meeste aandacht in relatie tot The Innocence of Muslims gaat uit naar de rellen. Termen als ‘haatbaarden’, ‘moslimgekkies’, ‘booslims’, en ‘wilde moslimmannen’ doen veelvuldig de ronde en ook de kwalificaties voor de makers van de film zijn geen haar beter. Alsof deze mensen alleen gedreven worden door haat en collectieve gekte en een ‘achterlijke’, ‘pre-moderne’, religie of ‘domrechtse’ ideologie. Rellen zijn echter zelden volledig spontaan en hebben vaak heldere doelen en regels en zijn in die zin, zoals veel onderzoekers al hebben laten zien, te vergelijken met rituelen.
Dat geldt ook voor de film. Net als Submission I, de Mohammed cartoons, het verbranden van de Quran en Fitna is de film gebaseerd op een provocatie ritueel dat meestal drie stappen kent: een selectie wordt gemaakt van de centrale symbolen die staan voor een bepaalde groep en vervolgens wordt de manier gekozen om die symbolen te ontheiligen. Als derde stap wordt de schuld voor alle reacties op die ontheiliging geschoven op het bordje van die bepaalde groep. Het is hun schuld dat er wordt geprotesteerd en dat er rellen zijn, de provocateurs staan daar los van. Het doel van deze provocatie is om een sterke wij-zij tegenstelling te scheppen op basis van bekende stereotype beelden die het hele verhaal een zeker logisch karakter verlenen omdat ze verwijzen naar reële personen of gebeurtenissen.
Demonstraties en rellen doen iets soortgelijks. Zij dragen eveneens een specifieke identiteit uit en hebben als doel deze tegelijkertijd te creeeren door significante plekken te bezetten of aan te vallen. Soms valt dit samen met een provocatie-ritueel; denk aan de Oranjemarsen in Noord-Ierland. Iets dergelijks kan puur symbolisch machtsvertoon zijn, maar ook de ‘zuivering’ van bepaalde publieke ruimten als doel hebben door ‘vreemde’ (als in niet-behorend tot of zelfs vijandig aan de eigen groep) elementen te verwijderen. Bijvoorbeeld door het aanvallen, plunderen en in de brand steken van bepaalde gebouwen. Daarbij gaat het ook om de controle van de publieke ruimte; wie is er de baas van de publieke ruimte en wie heeft zeggenschap / beschermt bepaalde symbolen? En daarmee ook wie heeft het voor het zeggen in de wijdere samenleving? (Zie bijvoorbeeld de reactie op ongeregeldheden in Antwerpen en de reactie in de VS op de gebeurtenissen in het Midden-Oosten.). Geweld en demonstraties kunnen zich ook op de eigen groep richten wanneer er mensen zijn die weigeren om mee te doen. Veel vaker overigens zie je ook dat organisatoren er juist op hameren dat er geen geweld gebruikt mag worden. In beide gevallen dienen demonstraties en (het gebrek aan) geweld ook om de eigen mensen te disciplineren.
Kijk je naar de film en naar de slogans van de demonstranten zie je verder dat de ‘tegenstander’ gedemoniseerd wordt door deze te presenteren als een bedreiging voor de integriteit, waardigheid en culturele waarden van de eigen groep. Hoe dit gebeurt of moet gebeuren is vaak weer onderwerp van heftige interne debatten. De rituele constructie van provocaties, demonstraties en rellen heeft dus als doel de eigen identiteit te presenteren, te versterken en te vormen. Tegelijkertijd maken ze gebruik van al eerder bestaande sjablonen: moslims kunnen niet tegen kritiek en vrijheid van meningsuiting / Het Westen, de VS, is anti-islam. Dat er geweld bij komt kijken is te betreuren, maar niet zo vreemd. Het vormen van een eigen identiteit gebeurt helaas ook vaak met behulp van geweld. Cynisch gesteld, er zijn weinig dingen zo goed voor een sterke eigen identiteit als betrokken zijn bij een gewelddadig conflict. Of dit nu de War on Terror is of the Global Jihad.
Tot slot, iedereen die in discussies, analyses, media en dergelijke ingaat op een dergelijk conflict wordt onderdeel van het ritueel op het moment dat men geen afstand houdt tot het wij-zij denken. Afbeeldingen en films zijn uitstekend materiaal in de propaganda strijd. We denken te weten wat we zien, maar in feite zijn het vaak krachtige verstoringen van de realiteit van de straat. We mogen de indruk hebben dat de halve wereld in brand staat, in werkelijkheid gaat het maar om een zeer klein aantal demonstranten. Mediaberichtgeving in termen van ‘de moslims’ of ‘de koptische christenen’ zijn geen weergave van wat er aan de hand is, of een duiding en analyse van de fenomenen, maar worden onderdeel van de strategieeen van verschillende groepen om de wij-zij tegenstelling op te roepen en te bestendigen.
7. Hoeveel slachtoffers zijn er nu?
Naast de Amerikaanse ambassadeur in Libië, zijn er helaas nog zeven slachtoffers te betreuren (and counting wellicht). Zet dat overigens ook even af tegen de ongeveer 100.000 doden tijdens de opstanden. Naast deze doden zijn de belangrijkste slachtoffers de Syrische burgers. Want wie heeft het nu nog over hen?
8. Hoe zit het met de vrijheid van meningsuiting?
In zijn algemeenheid, in het Westen, goed. Elders minder. Dat mensen het recht hebben een dergelijke film te maken, lijkt bij de veel opiniemakers buiten kijf te staan (maar zie Imran Khan). Er zijn pogingen geweest om ook op wereldschaal (bij de VN) het belasteren en belachelijk maken (defamation) van religie te verbieden. Je kunt inderdaad stellen dat de internationale mensenrechten een weerspiegeling zijn van seculiere liberale en democratische waarden, in plaats van die van religieuze (hoewel ze nauw verbonden zijn met christelijk erfgoed). Wat overigens niet wil zeggen dat religieuze mensen de huidige internationale mensenrechten niet willen (daar gingen onder meer de opstanden over in het Midden-Oosten). Een bescherming van religieuze waarden onder het mom van mensenrechten zou gezien kunnen worden als een correctie ten gunste van religies, maar dit is niet gelukt. Ook de Amerikaanse wet biedt geen mogelijkheden een dergelijke film te verbieden.
Ingewikkelder wordt het als vrijheid van meningsuiting onderdeel wordt van het spel van de politieke en religieuze entrepeneurs. Dan wordt het onderdeel van de wij-zij tegenstelling waarbij ‘wij’ westerlingen natuurlijk geen lange tenen hebben en voor de vrijheid staan terwijl ‘hullie’ moslims gewoon nergens tegenkunnen. Dan wordt een vreedzame demonstratie van moslims tegen de film ook al snel een demonstratie van extremisten puur vanwege het feit dat ze tegen een film demonstreren. En dan wordt iemand die de vrijheid van meningsuiting verdedigd al snel iemand die ook de film goedkeurt. Het is ook in dit licht dat we het maken van deze film moeten zien. Degene die film maakte, wilde scoren over de hoofden van Israelische joden tegen moslims en weet zich daarbij beschermd door de vrijheid van meningsuiting en de film wordt gezien als consequentie van de vrijheid van meningsuiting. De demonstraties van moslims klaarblijkelijk niet altijd.
9. Wat zegt dit over de Arabische Lente?
De term Arabische Lente is zo fout dat ik er een aparte post aan zou moeten wijden; andere keer misschien. Laten we het nu maar even gebruiken als label voor de golf aan opstanden in de Arabische wereld. Is dit nu het resultaat van de Arabische Lente? Is dit nu het gevolg van democratie in het Midden-Oosten? Dat soort commentaren zie je geregeld voorbij komen en de spijt en treurnis druipen ervan af; spijt en treurnis over Westerse belangen overigens in het algemeen. Maar als de Arabische Lente iets wegheeft van bijvoorbeeld de Val van de Muur of de Franse Revolutie dan weten we dat dit soort opstanden nooit direct leidt naar vrijheid en democratie, maar vaak nog een terugslag krijgt die juist haaks staat op de ontwikkeling naar democratie (mijn hemel je mag toch hopen dat men niet het patroon van na de Franse Revolutie gaat volgen…). De omwentelingen, of pogingen daartoe, zijn nog een maar amper een jaar oud en heel veel zinnigs valt er dus niet over te zeggen over de toekomst. Dergelijke opvattingen verraden vooral het racistische idee dat men vindt dat de moslim of de Arabier toch echt een andere mentaliteit heeft dan de Europeaan. En ieder geval zijn die Arabieren in dat gedachtegoed erg ondankbaar, want ‘we’ hebben ‘ze’ toch zo goed geholpen en nu vermoorden ‘ze’ ‘onze’ ambassadeur; kunnen ze niet wat dankbaarder zijn?
10. Wat gebeurt er in Europa?
Ik beperk me tot Engeland en Nederland aangezien dat de landen zijn die ik volg. In beide landen zijn er inmiddels demonstraties geweest, maar in beide landen zijn er ook grote twijfels of men wel de straat op moet gaan. Sommigen vrezen voor rellen, anderen zien er het nut er niet van in, anderen vrezen vereenzelvigd te worden met radicalen (zie hiervoor) en velen zijn ook teleurgesteld over de gewelddadige reacties die volgens hen meer kwaad doen aan de islam dan de film. Anderen vragen zich af of demonstreren wel des islams is, hoewel dat nu toch maar een beperkt sentiment lijkt te zijn.
In Engeland zijn tal van groepjes de straat op gegaan met allerlei flyers, brochures en boekjes over de islam en in het bijzonder de profeet Mohammed. Daarnaast was er een demonstratie in Londen, van ongeveer 150 man, bij de Amerikaanse ambassade waarbij betogers anti-Amerikaanse leuzen riepen en de Amerikaanse vlag verbrandden. In Nederland was er vrijdag op de Dam een kleine demonstratie van enkele tientallen mensen. Aanvankelijk wilde men naar het Museumplein, waar het Amerikaanse consulaat is, maar daar zag men toch van af. De demonstratie op de Dam verliep in mijn ogen (ik was aanwezig) rustig. De manifestatie was georganiseerd door stichting Cleopatra die zich overwegend bezighoudt met multiculturele activiteiten in de vorm van kooklessen en andere cursussen. Ik ken de organisatie niet, maar op het eerste gezicht heeft de club niet een heel erg politiek karakter behalve wellicht dan dat men zich erg verbonden voelt met de situatie in Egypte in soms niet mis te verstane (of juist wel?) teksten. Dit zeggen ze zelf over hun stichting:
Belangrijker denk ik overigens zijn de debatten op social media onder moslims over de film, over de daaropvolgende reacties in het Midden-Oosten en over de mogelijkheid om in Nederland en Engeland te demonstreren. Groepen als The Arrivalists keuren zowel de film als de gewelddadige protesten af en op WijBlijvenHier kunnen we iets soortgelijks vinden. De reactie van Hizb ut Tahrir daarentegen is veel militanter. Anderen verspreiden via Twitter en Facebook bijvoorbeeld de volgende flyers:


Op zondag 16 september was er een demonstratie op het Museumplein georganiseerd door Behind Bars. Er was veel pers aanwezig, ik schat zeker zo’n 40 journalisten. Daarnaast waren er zichtbaar zeker 25 agenten aanwezig, maar waarschijnlijk meer aan de hoeveelheid mannen met oortjes te zien. Het aantal demonstranten bedroeg zo’n 120, over de hele dag schat ik zo’n 150; ongeveer het aantal dat ik verwacht had. De demonstratie bestond uit diverse toespraken en het roepen van slogans. De gebruikelijke slogans, maar ook de slogan: obama obama, wij zijn allemaal osama. De woordvoerder erkent dat dit een gevoelige slogan is, maar ‘Jullie zoeken de grens op, dan wij ook.’ Met grens verwijst hij naar de profeet Mohammed. Volgens hem hebben ‘jullie’ (het westen, amerika) onze grondstoffen al, onze landen, onze vrouwen (hij verwijst naar Aafia Siddiqui), maar van onze profeet blijf je af. Dit hoorde ik ook tijdens de toespraken waarin voortdurend verwezen werd naar het onrecht in de moslimlanden, de aanvallen van Amerika: Maar niet onze profeet!
In die zin (zie ook één van de commentaren op het stuk van gisteren) is het terecht om in de verklaringen en analyses van de protesten niet te snel gevoelens over de film naar de prullenbak te verwijzen en alleen te kijken naar de politieke context, war on terror en het werk van politieke entrepeneurs. Je hoeft in analyses niet klakkeloos de uitlatingen van respondenten over te nemen, maar ze volkomen negeren en alleen verwijzen naar de politieke context betekent dat je de uitlatingen van mensen ook niet erg serieus neemt en eigenlijk stelt dat men leidt aan een vals bewustzijn. De uitlatingen van de woordvoerder zijn in die zin dan ook zeer verhelderend doordat ze het ongenoegen over de film en het beschimpen van de profeet plaatsen in die politieke context. In de toespraken werd ook voortdurend een beroep gedaan op moslims als ‘broeders’ om op te komen voor elkaar in de ‘oorlog tegen moslims’ en in de strijd van de moslims tegen de ‘tirannen’. Met name de verwijzingen naar Jemen waren legio waar Amerika voortdurend aanvallen uitvoert met drones. Af en toe waren er verwijzingen naar de Nederlandse politiek, in het bijzonder Wilders. Hier twee korte impressies die op Youtube geplaatst zijn (als u even goed kijkt, ziet u uw favoriete antropoloog ook nog heel even):
(Later deze week volgt een uitgebreider verslag van deze demo)
Deel 1 en Deel 2 zijn gebaseerd op eigen waarnemingen en gesprekken. Daarnaast is gebruik gemaakt van de volgende uitstekende bronnen:
“Was the Arab Spring Really Worth It?”: The Fascinating Arrogance of Power
Libya Recap: Snapshots from Social Media
“The Innocence of Muslims”: Rights, Responsibilities, and Cultural (and Political) Impositions | Castan Centre for Human Rights Law
An Annotated Map of Today’s Protests and of the ‘Muslim World’ – Max Fisher – The Atlantic
Of Stupid Men and Smart Machines
Romney Jumps the Shark: Libya, Egypt and the Butterfly Effect | Informed Comment
#NoToViolence (with images, tweets) · islamoyankee · Storify
Embassy attacks in Libya and Egypt are about more than religion – latimes.com
Beyond religion: Getting to the heart of the violence – CBS News
YouTube Terrorism | Culture | Religion Dispatches
tabsir.net » The “Muslim” Problem
(1) Wall Photos
Riots and Rituals: The Construction of Violence and Public Space in Hindu Nationalism – Peter van der Veer
Blowback of the ugliest kind: The lessons no one will learn from Benghazi – Opinion – Al Jazeera English
Activism in the Coptic Diaspora: A Brief Introduction
Dreaming of the Apocalypse – Opinion – Al Jazeera English
De uiteindelijke weergave en interpretatie is natuurlijk geheel mijn verantwoording. Wellicht volgt er eind van de week nog een update en dan wel over de Onschuld der Moslims als anti-semitische film.
Posted on September 16th, 2012 by martijn.
Categories: Activism, Blind Horses, International Terrorism, Multiculti Issues, Notes from the Field, Public Islam, Society & Politics in the Middle East.
1. Wat is er gebeurd?
Op 1 juli 2012 werd de film The Innocence of Muslims voor het eerst online gezet. Enkele maanden eerder draaide de film één keer in een theater in Hollywood. De film laat de profeet Mohammed zien als een vrouwengek, religieuze bedrieger en uitvreter; zeg maar de klassieke orientalistische beelden van de profeet en de Arabische man in het algemeen. De trailers van de film werden in het Arabisch vertaald en verspreid door een Egyptisch Amerikaanse blogger en koptische christen Morris Sadek. Op 8 september werd een korte versie uitgezonden op Al-Nas, een Egyptische zender. Op 11 september begonnen de protesten tegen de film in Egypte en Libië.
2. Wie zit er achter de film?
Een man uit Californië maakte deze film ongeveer 14 maanden geleden. Naar verluidt heeft mogelijkerwijze een koptische christen, Nakoula Basseley Nakoula, die zich voordeed als Israeli-Amerikaan, de film gemaakt. Andere koptische christenen zoals Morris Sadek en christelijke activisten zoals Steve Klein hebben de film gesteund. De film is gepromoot op hun Arabische sites en men heeft Terry Jones (die eerder de Quran wilde verbranden) binnengehaald voor de steun. Steve Klein is een militante christelijke activist en voormalig marinier die christelijke militia heeft getraind en protesten leidde tegen abortus klinieken, Mormon tempels en moskeeen. Intussen is het verhaal van de film er niet duidelijker op geworden bijvoorbeeld doordat de cast inmiddels afstand heeft genomen van de film omdat ze misleid zouden zijn. Het is duidelijk dat op sommige momenten in de film de acteurs iets anders zeggen dan je daadwerkelijk hoort. Opvallend is eveneens dat aanvankelijk de naam Sam Bacile de rondte deed, een joodse Israelisch-Amerikaanse makelaar die helemaal niet bestond. Een dergelijke afleiding zal niet toevallig zijn; wilde men bewust de joden in gevaar brengen? Hoewel de betrokken koptische christenen zeker niet staan voor alle koptische christenen, kan hun betrokkenheid waarschijnlijk niet los gezien worden van de jarenlange systematische onderdrukking, discriminatie en mishandeling van Egyptische koptische minderheid onder vorige (door het Westen met geld en wapens gesteunde) regimes. In het Westen lijkt het Mubarak regime nog steeds gezien te worden als beschermer van de kopten, maar niets is minder waar. Zij hebben op z’n minst toegekeken hoe militanten geweld gebruikten tegen hen of wellicht hen zelfs daartoe gestimuleerd. In deze context is het koptisch activisme buiten Egypte gegroeid inclusief militante activisten.
3. Hoe bereikte de film het Midden-Oosten?
De trailer (met twijfelachtige Arabische ondertiteling) is op youtube gezet. Het is waarschijnlijk deze versie die op een gegeven moment door een Egyptische zender, El Nas, is uitgezonden. Khader Abdullah, de presentator, is bekend om zijn opruiende commentaren over liberalen, kopten, secularisten enzovoorts. Andere radicale predikers deden dit daarna nog eens dunnetjes over en uiteindelijk was het alliantie van verschillende Salafis die opriep tot protesten. Volgens de organisator Wesam Abdel Warith was de bedoeling van de protesten om op wettige en vreedzame wijze de beledigingen tegen islam aan de kaak te stellen.
4. Wie demonstreerden er nou eigenlijk?
Het makkelijke antwoord is moslims. Of radicale moslims. Maar dat is toch wat te simpel. De eerste demonstratie in Cairo was een mix van salafis, ultra’s (voetbalhooligans; zij waren het waarschijnlijk die de Amerikaanse vlag omlaag haalden en de zogenaamde Al Qaeda vlag lieten wapperen) en kleine groepen koptische activisten. De situatie in Libië lijkt anders. Daar zouden de protesten wel eens een afleidingsmanoeuvre geweest kunnen zijn voor een geplande aanval waarbij helaas de Amerikaanse ambassadeur een tragische dood is gestorven. De groep die aanvankelijk demonstreerde werd daar vrij snel gevolgd door individuen met zware wapens en raketten. Dat is niet verbazingwekkend; niet alleen is Libië ongeveer verdronken in wapens tijdens de opstand, burgers hebben tijdens de opstand tegen Khadafi ook nog eens allerlei wapenopslagplaatsen van het leger geplunderd. De situatie waarin burgers veel zware wapens hebben is nog steeds niet veranderd en de overheid heeft geen enkele greep op de privé milities. Na Libië en Egypte volgden ook andere landen zoals Jemen, Saoedi-Arabië, Marokko, Somalië, Nigeria, Sudan, Irak, Iran, Pakistan, Bangladesh en de Golfstaten. In de Golfstaten waren de demonstraties meestal vreedzaam.
Zetten we de protesten uit op een kaart zoals The Atlantic deed dan zien we dat de generaliserende koppen zoals ‘moslims boos’, ‘protesten in de moslimwereld’enzovoorts niet helemaal hout snijden. De protesten vinden vooral plaats in het Arabische Midden-Oosten en Noord-Afrika. In India en Indonesië zijn nauwelijks protesten (een stuk of twee totnutoe). Sub-Sahara Afrika, centraal Azië, Zuidoost Azië, Turkije, Rusland, China, de VS en Europa kennen nauwelijks of geen protesten. De vraag is natuurlijk of ze in China überhaupt wel kunnen demonstreren, maar in landen als de VS, Nigeria, Turkije, Ethiopië en binnen de EU kan men dat wel. Wanneer je alle demonstranten totnutoe bij elkaar optelt en ziet dat het in de meeste landen telkens om enkele honderden demonstranten gaat, dan kom je in totaal over de gehele wereld uit op zo’n 12.000 demonstranten, van de 1,2 miljard moslims. Vergelijk dat even met de aantallen van vorig jaar op bijvoorbeeld het Tahrir-plein. Natuurlijk is het wel zo dat gewelddadige aanvallen op de Amerikaanse ambassades en de dood van de Amerikaanse ambassadeur in Libië deze demonstraties een extra zwaar gewicht geven (zie vraag 7).

Protest tegen het geweld in Libië. Foto Ahmed Sanalla
5. Waarom demonstreert men?
Ja, met 12.000 demonstranten zou je kunnen stellen, om 12.000 verschillende redenen. Iedere groep zal ook zo haar eigen redenen hebben. Laten we er vier clusters uitpikken. Allereerst de profeet Mohammed. Antropologe Saba Mahmood stelde zich ten tijde van de Mohammed Cartoons de vraag waarom sommige moslims niet alleen boos waren over de tekeningen, maar deze ook opvatten als een persoonlijke aanval. Zij stelt dat voor veel moslims de profeet Mohammed niet alleen een belangrijke profeet is en een bewonderenswaardig persoon, maar het ideaalbeeld voor een leven als goed mens. Hoe de profeet met vrouwen omging, hoe hij met vijanden omging is een voorbeeld voor het dagelijks leven van velen. Hem belachelijk maken roept dan ook zowel sterke religieuze als persoonlijke gevoelens op. Wil dat zeggen dat die 1,2 miljard – 12.000 dergelijke gevoelens niet hebben? Sommigen misschien, anderen hebben ze wel degelijk. Er is dus meer nodig dan alleen deze verklaring.
De demonstraties vinden vooral plaats in die landen die instabiel zijn vanwege de recente opstanden (Egypte, Libië en Jemen) en/of waar de VS nu en/of in het recente verleden actief was in verband met de war on terror (Libanon is the odd one out hier). Voor veel landen gold dat ten tijde van de opstanden de jihadisten eigenlijk nagenoeg irrelevant waren. Deze film is een ‘uitstekende’ gelegenheid om iets van hun verloren terrein terug te winnen; anti-Amerikaanse en pro Al Qaeda sentimenten zijn daarbij vruchtbare grond, maar het is wel de vraag of aanvallen op burgers hen verder zullen helpen. In Libië demonstreerden de dag na de dood van de ambassadeur enkele honderden vrome conservatieve moslims (ouderen en jongeren) tegen het geweld. De situatie in Egypte is nog steeds instabiel en de, voor internationale waarnemers, volkomen inadequate reactie van president Morsi is wellicht te verklaren door de interne tegenstellingen tussen verschillende facties van de moslimbroeders, salafis en counterrevolutionaire krachten waartussen hij moet schipperen en die ook een ruimte scheppen voor andere groepen. In Libië vond de aanval plaats na de dood van een hoogeplaatst Al Qaeda lid; dat lijkt geen toeval. Met name de burgers van Jemen hebben de afgelopen jaren, net als Pakistan en Afghanistan, veel te verduren gehad van Amerikaanse drone-aanvallen gebaseerd op een beleid waarin iedereen die eruit ziet als een al qaeda persoon een legitiem doelwit is. Hierbij zijn veel kinderen en andere onschuldige burgers gedood. Het anti-amerikanisme komt dus niet uit de lucht vallen. Tientallen jaren van Amerikaanse steun voor onderdrukkende regimes (en voor Israël), een invasie van Irak (tot stand gekomen doordat de VS iedereen bedroog) en daarop volgende verwoesting van het land, de drone-aanvallen, zouden wel eens veel belangrijkere verklaringen kunnen zijn voor de woede dan de film. Cynischer gesteld, wie is er eigenlijk barbaars?
Een ander cluster van opvattingen kom ik vooral in Europa tegen (Engeland, Duitsland en Nederland); het idee dat moslims moeten laten zien dat er niet met hen te sollen valt. De opvatting dat moslims zich niet zo moeten aanstellen vanwege een stomme film zien deze mensen als gevaarlijke onderdanigheid; de islam is sterk en dat moet je laten zien anders blijven mensen over je heen lopen. Men vindt dat reguliere moslimorganisaties zich verkocht hebben aan de overheid en daarmee moslims in een ondergeschikte en onwaardige positie hebben gebracht. Gezien de lage aantallen demonstranten in Europa (ook in het verleden) zou je kunnen stellen dat men niet zo succesvol is in dit opzicht, maar dit verhoogt juist het gevoel van urgentie. Een laatste cluster betreft de politiek-religieuze entrepeneurs. Ik noemde al de jihadisten die weer relevant willen worden en ook de andere bovenstaande sentimenten lenen zich uitstekend voor collectieve mobilisatie. Maar dat moet wel gebeuren. Rellen zijn zelden spontaan; ze worden geanticipeerd, kansen worden gepakt en ze worden gereguleerd. Tegenstellingen zijn nooit alleen etnisch of religieus (zie de verschillende groepen), maar de verschillende dimensies van bepaalde fenomenen worden door politieke entrepeneurs gereduceerd tot simpele wij-zij tegenstellingen; in dit geval op basis van religie. Dat gebeurde door de makers van de film en vervolgens door degenen die opriepen tot protesten of meer. De stemmen van de koptische kerk die fel afstand heeft genomen van de film of van de Amerikaanse ambassade in Cairo die voorafgaand aan de demonstraties de film veroordeelde, raken verloren in de ruis die optreedt door het werk van deze politieke entrepeneurs en de naweeën van de dood van de ambassadeur. Of sterker nog worden geïnterpreteerd als ongeloofwaardig of als onderdanigheid aan islam (dhimmi).

Ambassadeur Stevens in betere tijden
Morgen deel 2.
Posted on September 13th, 2012 by martijn.
Categories: Activism, islamophobia, Multiculti Issues, Notes from the Field, Public Islam, Religious and Political Radicalization.
Verkiezingen 2012: Neo-liberalisme & nationalisme

affiche 2010
Deze verkiezingen draaien vooral om Europa en de economie. Het moge lijken dat islam, immigratie en integratie naar de achtergrond verdwenen zijn, maar dat is slechts ten dele. Het PVV programma maakt een directe link tussen de EU en de immigratie van moslims en vrijwel alle partijen hebben in hun programma’s opmerkingen over religie die (als het al niet specifiek vermeld wordt) in het algemeen gaan over islam en moslims. Slechts een enkele partij weet daarbij een positieve opmerking te maken maar meestal toch snel gevolgd door zoiets als ‘…maar er zijn ook veel problemen.’ Onder moslims leefden deze verkiezingen aardig volgens mij en draaiden ook om de thema’s EU en economie én om hun positie als moslim in de samenleving. Hier een overzicht.
Debat in de moskee
Op de site van Amsterdam-West stond het volgende te lezen:
Groot verkiezingsdebat in de Badr Moskee – Stadsdeel West
Laat uw stem horen tijdens het grote verkiezingsdebat op 6 september in de Badr Moskee in Amsterdam West.
Laat uw stem horen tijdens het verkiezingsdebat in moskee Badr? Dat zullen de mannen van sharia4belgium en sharia4holland ook hebben gedacht:
Op youtube vinden we hun impressie van ‘De slag van Badr’ met uitleg voor hun actie:
Ik heb veel afwijzende reacties gezien op twitter en facebook van moslims tegen deze actie. Anderen (niet S4B of S4H) probeerden hun afwijzing van de democratie op een andere wijze uit te leggen:
Onder andere moslims die de democratie afwijzen kon de actie van S4H/S4B ook op afwijzing rekenen. De kritiek in zijn algemeenheid luidde dat dit niet de manier was om dawah (missie) te verrichten. Waarbij ik me overigens afvraag of S4H/S4B dit wel als dawah ziet. Ik denk dat zij dit beschouwen als deel van een religieuze plicht om ‘het goede te bevorderen en te waarschuwen voor het kwade’. Dat kan samenvallen met dawah volgens mij maar dat hoeft niet. In dit geval was dat denk ik niet zo omdat de kritiek van van S4H/S4B en enkele anderen ook tegen de moskee gericht was die een dergelijke bijeenkomst organiseerde. De kritiek en ook het weerwoord van S4H/S4B symphatisanten was veel specifieker en gedetailleerder soms, maar dit is niet de plek om daarop in te gaan. Wel kon ik vaststellen dat zowel het debat als de actie van S4H/S4B leidde tot discussies over democratie van een dusdanig niveau dat ik nog niet vaak gezien heb.
Andere organisaties waren zeer stellig in hun afwijzing van de verstoring, zie bijvoorbeeld de volgende verklaring:
‘Sharia4belgium, genoeg is genoeg’
“Deze groepen spelen op die manier ook andere extremisten uit bijvoorbeeld extreem rechts in de kaart door een hetze te ontketenen en door negatieve beeldvorming over de islam en de moslimgemeenschap aan te wakkeren. De actie van Sharia4Belgium vormt een bedreiging voor onze democratie en onze rechtsstaat.”
De organisaties van de Turkse en Marokkaanse gemeenschap verklaren te staan voor tolerantie, respect en democratie. Zij roepen daarom een ieder op zich niet te laten intimideren door de acties van deze extremistische groepen en op 12 september massaal naar de stembus te gaan.
Ze geven daarbij een stemadvies door te adviseren om te stemmen voor:
“- Een volwaardig burgerschap, voor sociale cohesie en solidariteit
– Tegen segregatie, sociale uitsluiting, racisme en alle vormen van discriminatie
– Een verloren stem is een stem op intolerantie, sociale uitsluiting en polarisatie”De verklaring is ondertekend door:
de Unie van Marokkaanse Moslim Organisaties (UMMON)
Turkse Arbeidersvereniging in Nederland HTIB
Stichting Aknarij
Inspraakorgaan Marokkanen Amsterdam (IOMA)
Euro Mediterraan Centrum voor Migratie en Ontwikkeling (EMCEMO)
Collectief tegen Islamofobie en Discriminatie (CTID)
Raad van Marokkaanse Moskeeën Noord Holland (RVM)
Opvallend was dat in de media de aandacht vooral uitgaat naar het incident met sharia4belgium. Dat doet mij denken aan een demonstratie waar journalisten in grote getalen op af kwamen (ongeveer even veel als demonstranten) en waar onder meer de heren van Novum nieuws en Powned vertrokken toen het wat langdradig werd onder het mom van ‘er gebeurt toch niets meer’. Dat de media erover berichten is logisch, dat we in de verslagen nauwelijks iets teruglezen over de inhoud van het debat is zonder meer kwalijk. ‘Media moeten zich niet laten gijzelen door een piepkleine groep boze islamitische mannen’ – Lars Anderson – VK
na de korte chaos volgde een interessante discussie tussen politici die wilden vertellen waarom zij een stem verdienen, en een publiek dat wilde weten aan wie het zijn stem moet geven. De islam was daarin geen leidende factor. Ze wilden weten hoe ze het beter kunnen krijgen in de wijk, hoe het onderwijs kan worden vernieuwd of wat de plannen zijn van de partijen om de economie weer uit het slop te trekken.
De schrijver van bovenstaand citaat, Lars Anderson (debatleider in Badr) wijt het optreden van sharia4belgium aan slachtoffergedrag; dat is mij wat al te simpel maar waar hij hier op wijst wordt telkens door vrijwel al het onderzoek gestaafd. Moslims zoeken naar pragmatische manieren om moslim te zijn en de moslims in Nederland vooruit te helpen op sociaal, economisch, cultureel en religieus gebied. Ook Carel Brendel besteedt aandacht aan de inhoud ‘Wat doen jullie voor moslims?’ was de vraag van het debat. Daarbij ging het om discriminatie, banen voor mannen met baarden en vrouwen met hoofddoeken, enz; ook hier het sociaal-pragmatisme al waren er (ook na het rumoer) mensen met een andere opstelling zoals u boven in het tweede filmpje al kon zien. Dichtbij.nl geeft ook een aardige impressie:
Mediagepruts
Met name Het Parool heeft er afgelopen weken een potje van gemaakt met de berichtgeving van moslims en verkiezingen. Eerst was er het stuk met ‘moslimprominenten‘ die teleurgesteld zouden zijn in de politiek. De Telegraaf maakte er meteen dat moslims waarschuwen voor rellen. Volgens Carel Brendel (die erg negatief is over de mogelijke link tussen de PvdA en allochtonen/moslims als dat leidt tot het aantasten van de seculiere uitgangspunten): PvdA maakt zich los uit de greep van de ‘moslimprominenten’ « CarelBrendel.nl
Het letterlijke citaat was niet op internet te vinden, maar alleen in het papieren Parool. In het groepsgesprek met Badr-bezoekers kwam de 31-jarige Tarik (zonder achternaam) aan het woord. “Het gebrek aan politieke vertegenwoordiging komt bovenop de uitwerking van slechte scholing en de hoge werkloosheid bij jongeren uit eigen gemeenschap en dat leidt tot een explosieve situatie. Zo krijg je over een paar jaar Franse toestanden in Amsterdam.” De andere mannen knikten instemmend bij deze uitspraak, aldus de Parool-reportage.
Bij het gesprek zat ‘islamoloog, docent en voorganger’ Said Amrani. “We hadden net zo goed op Wilders kunnen stemmen,” aldus de imam. “De PvdA ging mee in het voorstel van de PVV om halal slachten te verbieden.” Gemor is er ook over de sluiting van het Islamitisch College Amsterdam (wegens gebrek aan kwaliteit, CB), waarvoor de Badr-jongeren de PvdA-politici Sharon Dijksma en wethouder Lodewijk Asscher verantwoordelijk stellen. Moslimpolitici zouden in de praktijk te weinig zichtbaar zijn en alleen rond verkiezingstijd aandacht hebben voor moslims. Amrani: “Bij de vorige verkiezingen deed ik bij het vrijdaggebed een oproep aan tweeduizend bezoekers om vooral te gaan stemmen om tegenwicht te bieden aan de PVV. Dat ga ik dit jaar niet meer doen.”
Niet bij het groepsgesprek aanwezig maar wel om commentaar gevraagd werd Yahia Bouyafa, voorzitter van de Raad van Marokkaanse Moskeeën Nederland. “We proberen alles te doen om mensen naar de stembus te krijgen, maar vooral oudere moslims zijn in de war,” aldus Bouyafa. “Ze hebben altijd PvdA gestemd maar sinds die voor het verbod op ritueel slachten heeft gestemd, willen ze dat niet meer.”
Brendel ziet een positieve ontwikkeling, weg van ‘religieus clientelisme’; meer over ‘de moslimlobby’ bij de PvdA: zie HIER. Zijn bezwaar gaat vooral over wat hij ziet als een mogelijke aantasting van de seculiere uitgangspunten van de PvdA; niet tegen allochtone / moslim politici an sich. Hij stelt terecht vraagtekens bij de term ‘moslimprominenten’; dat suggereert dat de personen in de reportage heel vooraanstaande posities innemen in het Nederlandse moslimlandschap. Dat wordt in de reportage op geen enkele manier waar gemaakt en is ook niet. Wat overigens niets afdoet aan hun overwegingen, Amrani ligt nog eens toe:
Vervolgens prutst Het Parool verder met een fatwa die stemmen tot een religieuze plicht maakt. Nourdeen Wildeman maakt op Wijblijvenhier waarom er geen sprake is van religieuze plicht (in de zin zoals vasten of bidden dat wel zou zijn) of fatwa. De religieuze overwegingen daargelaten het stuk van de Nederlandse Moslim Raad dat Wildeman aanhaalt is voldoende om te zien waarom Het Parool onzin uitkraamt.
Pragmatische overwegingen
Een veelgehoorde overweging is dat velen niet goed weten op wie ze moeten stemmen en weinig zin hebben om te stemmen op een partij die islam en moslims toch niet ziet zitten. Daarmee bedoelen zij geen PVV, maar alle andere politieke partijen. Waarom stemmen op een partij die ons haat? Daar voegt men soms aan toe dat het wel eens ‘haram’ zou kunnen zijn, er direct bij vermeldend dat er geleerden zijn die het wel toestaan. Twee van de filmpjes die laatste inzichtelijk maken vind je hieronder:
&
Tegenstanders daarentegen stelden dat democratie zelf een religie is. Stemmen is volgens hen dan ook tegen de islam. Naast een principieel standpunt zit hier ook enige pragmatiek tussen en men wijst bijvoorbeeld op de ‘vijandige citaten van politici‘. Tegenover de twijfelaars en de afkerigen van stemmen staan degenen die wel overtuigd zijn van de noodzaak te stemmen. Ik heb veel oproepen om te stemmen langs zien komen zoals deze van Hasib Moukaddim. Zie ook dit filmpje van SMN die een speciale verkiezingssite maakte:
Daarnaast waren er opiniestukken in kranten zoals deze van Mustafa Amhaouch. De laatste is CDA-er en zijn stuk was gericht tegen de PvdA. Daar werd behoorlijk negatief op gereageerd; niet zozeer omdat het tegen de PvdA was maar omdat vele moslims in mijn FB en twitter een stemadvies niet zien zitten: do not tell us what to do. Andere sites zoals Moslimjongeren Coach met Jouw mening telt en Wij Blijven Hier hebben eveneens een positieve houding ten opzichte van stemmen. WBH heeft diverse discussies aangaande verkiezingen en islam (1, 2, 3) en twee stemwijzers: Palestina en Israel-stemwijzer en de moslimstemwijzer.
Tot slot
De controverse tijdens en na het Badr debat daargelaten, de meeste moslims die ik mijn netwerk (online en offline) voorbij heb zien komen, benaderen de zaak pragmatisch; zowel degenen die zijn gaan stemmen (de meesten) als degenen die niet gaan stemmen. Sommigen die zijn gaan stemmen doen dat vanuit een islamitische inspiratie, anderen stellen dat het eigenlijk niet kan in islam maar hebben andere overwegingen (economie, EU, positie van moslims) en hetzelfde zie je bij degenen die niet stemmen. Een enkeling stelt bij het wel of niet stemmen puur en alleen vanuit de islam te redeneren. Dit is niet om te zeggen dat de één meer of minder praktiserend of religieus is, maar om aan te geven dat er meerdere wijzen van praktiseren zijn voor de betrokkenen zelf. De uitslag met PvdA en VVD is met instemming begroet als in ieder geval een nederlaag van de PVV. Wat overigens bij enkelen wel de opmerking ontlokt dat de ‘heisa’ die sommigen maakten van de dreiging van de PVV ‘dus’ onterecht was. Iets waar ik overigens nog wel kanttekeningen bij heb. Inderdaad de extreem-nativistische anti-islam partij PVV heeft flink verloren, maar is allesbehalve dood. Haar islamofobe gedachtegoed is volgens mij op verschillende manieren geincorporeerd door alle(!) politieke partijen zie bijvoorbeeld het VVD programma over religie en (apart!) religieuze kleding (beide gerangschikt onder ‘immigratie en integratie’…). We zullen zien waartoe het leidt.
Ow ja, Wij Blijven Hier heeft een onderzoek gedaan naar mogelijk stemgedrag bij moslims. Resultaten vind je hier (overigens is het gebaseerd op slechts 200 personen).
Posted on September 13th, 2012 by martijn.
Categories: Activism, islamophobia, Multiculti Issues, Notes from the Field, Public Islam, Religious and Political Radicalization.
Verkiezingen 2012: Neo-liberalisme & nationalisme

affiche 2010
Deze verkiezingen draaien vooral om Europa en de economie. Het moge lijken dat islam, immigratie en integratie naar de achtergrond verdwenen zijn, maar dat is slechts ten dele. Het PVV programma maakt een directe link tussen de EU en de immigratie van moslims en vrijwel alle partijen hebben in hun programma’s opmerkingen over religie die (als het al niet specifiek vermeld wordt) in het algemeen gaan over islam en moslims. Slechts een enkele partij weet daarbij een positieve opmerking te maken maar meestal toch snel gevolgd door zoiets als ‘…maar er zijn ook veel problemen.’ Onder moslims leefden deze verkiezingen aardig volgens mij en draaiden ook om de thema’s EU en economie én om hun positie als moslim in de samenleving. Hier een overzicht.
Debat in de moskee
Op de site van Amsterdam-West stond het volgende te lezen:
Groot verkiezingsdebat in de Badr Moskee – Stadsdeel West
Laat uw stem horen tijdens het grote verkiezingsdebat op 6 september in de Badr Moskee in Amsterdam West.
Laat uw stem horen tijdens het verkiezingsdebat in moskee Badr? Dat zullen de mannen van sharia4belgium en sharia4holland ook hebben gedacht:
Op youtube vinden we hun impressie van ‘De slag van Badr’ met uitleg voor hun actie:
Ik heb veel afwijzende reacties gezien op twitter en facebook van moslims tegen deze actie. Anderen (niet S4B of S4H) probeerden hun afwijzing van de democratie op een andere wijze uit te leggen:
Onder andere moslims die de democratie afwijzen kon de actie van S4H/S4B ook op afwijzing rekenen. De kritiek in zijn algemeenheid luidde dat dit niet de manier was om dawah (missie) te verrichten. Waarbij ik me overigens afvraag of S4H/S4B dit wel als dawah ziet. Ik denk dat zij dit beschouwen als deel van een religieuze plicht om ‘het goede te bevorderen en te waarschuwen voor het kwade’. Dat kan samenvallen met dawah volgens mij maar dat hoeft niet. In dit geval was dat denk ik niet zo omdat de kritiek van van S4H/S4B en enkele anderen ook tegen de moskee gericht was die een dergelijke bijeenkomst organiseerde. De kritiek en ook het weerwoord van S4H/S4B symphatisanten was veel specifieker en gedetailleerder soms, maar dit is niet de plek om daarop in te gaan. Wel kon ik vaststellen dat zowel het debat als de actie van S4H/S4B leidde tot discussies over democratie van een dusdanig niveau dat ik nog niet vaak gezien heb.
Andere organisaties waren zeer stellig in hun afwijzing van de verstoring, zie bijvoorbeeld de volgende verklaring:
‘Sharia4belgium, genoeg is genoeg’
“Deze groepen spelen op die manier ook andere extremisten uit bijvoorbeeld extreem rechts in de kaart door een hetze te ontketenen en door negatieve beeldvorming over de islam en de moslimgemeenschap aan te wakkeren. De actie van Sharia4Belgium vormt een bedreiging voor onze democratie en onze rechtsstaat.”
De organisaties van de Turkse en Marokkaanse gemeenschap verklaren te staan voor tolerantie, respect en democratie. Zij roepen daarom een ieder op zich niet te laten intimideren door de acties van deze extremistische groepen en op 12 september massaal naar de stembus te gaan.
Ze geven daarbij een stemadvies door te adviseren om te stemmen voor:
“- Een volwaardig burgerschap, voor sociale cohesie en solidariteit
– Tegen segregatie, sociale uitsluiting, racisme en alle vormen van discriminatie
– Een verloren stem is een stem op intolerantie, sociale uitsluiting en polarisatie”De verklaring is ondertekend door:
de Unie van Marokkaanse Moslim Organisaties (UMMON)
Turkse Arbeidersvereniging in Nederland HTIB
Stichting Aknarij
Inspraakorgaan Marokkanen Amsterdam (IOMA)
Euro Mediterraan Centrum voor Migratie en Ontwikkeling (EMCEMO)
Collectief tegen Islamofobie en Discriminatie (CTID)
Raad van Marokkaanse Moskeeën Noord Holland (RVM)
Opvallend was dat in de media de aandacht vooral uitgaat naar het incident met sharia4belgium. Dat doet mij denken aan een demonstratie waar journalisten in grote getalen op af kwamen (ongeveer even veel als demonstranten) en waar onder meer de heren van Novum nieuws en Powned vertrokken toen het wat langdradig werd onder het mom van ‘er gebeurt toch niets meer’. Dat de media erover berichten is logisch, dat we in de verslagen nauwelijks iets teruglezen over de inhoud van het debat is zonder meer kwalijk. ‘Media moeten zich niet laten gijzelen door een piepkleine groep boze islamitische mannen’ – Lars Anderson – VK
na de korte chaos volgde een interessante discussie tussen politici die wilden vertellen waarom zij een stem verdienen, en een publiek dat wilde weten aan wie het zijn stem moet geven. De islam was daarin geen leidende factor. Ze wilden weten hoe ze het beter kunnen krijgen in de wijk, hoe het onderwijs kan worden vernieuwd of wat de plannen zijn van de partijen om de economie weer uit het slop te trekken.
De schrijver van bovenstaand citaat, Lars Anderson (debatleider in Badr) wijt het optreden van sharia4belgium aan slachtoffergedrag; dat is mij wat al te simpel maar waar hij hier op wijst wordt telkens door vrijwel al het onderzoek gestaafd. Moslims zoeken naar pragmatische manieren om moslim te zijn en de moslims in Nederland vooruit te helpen op sociaal, economisch, cultureel en religieus gebied. Ook Carel Brendel besteedt aandacht aan de inhoud ‘Wat doen jullie voor moslims?’ was de vraag van het debat. Daarbij ging het om discriminatie, banen voor mannen met baarden en vrouwen met hoofddoeken, enz; ook hier het sociaal-pragmatisme al waren er (ook na het rumoer) mensen met een andere opstelling zoals u boven in het tweede filmpje al kon zien. Dichtbij.nl geeft ook een aardige impressie:
Mediagepruts
Met name Het Parool heeft er afgelopen weken een potje van gemaakt met de berichtgeving van moslims en verkiezingen. Eerst was er het stuk met ‘moslimprominenten‘ die teleurgesteld zouden zijn in de politiek. De Telegraaf maakte er meteen dat moslims waarschuwen voor rellen. Volgens Carel Brendel (die erg negatief is over de mogelijke link tussen de PvdA en allochtonen/moslims als dat leidt tot het aantasten van de seculiere uitgangspunten): PvdA maakt zich los uit de greep van de ‘moslimprominenten’ « CarelBrendel.nl
Het letterlijke citaat was niet op internet te vinden, maar alleen in het papieren Parool. In het groepsgesprek met Badr-bezoekers kwam de 31-jarige Tarik (zonder achternaam) aan het woord. “Het gebrek aan politieke vertegenwoordiging komt bovenop de uitwerking van slechte scholing en de hoge werkloosheid bij jongeren uit eigen gemeenschap en dat leidt tot een explosieve situatie. Zo krijg je over een paar jaar Franse toestanden in Amsterdam.” De andere mannen knikten instemmend bij deze uitspraak, aldus de Parool-reportage.
Bij het gesprek zat ‘islamoloog, docent en voorganger’ Said Amrani. “We hadden net zo goed op Wilders kunnen stemmen,” aldus de imam. “De PvdA ging mee in het voorstel van de PVV om halal slachten te verbieden.” Gemor is er ook over de sluiting van het Islamitisch College Amsterdam (wegens gebrek aan kwaliteit, CB), waarvoor de Badr-jongeren de PvdA-politici Sharon Dijksma en wethouder Lodewijk Asscher verantwoordelijk stellen. Moslimpolitici zouden in de praktijk te weinig zichtbaar zijn en alleen rond verkiezingstijd aandacht hebben voor moslims. Amrani: “Bij de vorige verkiezingen deed ik bij het vrijdaggebed een oproep aan tweeduizend bezoekers om vooral te gaan stemmen om tegenwicht te bieden aan de PVV. Dat ga ik dit jaar niet meer doen.”
Niet bij het groepsgesprek aanwezig maar wel om commentaar gevraagd werd Yahia Bouyafa, voorzitter van de Raad van Marokkaanse Moskeeën Nederland. “We proberen alles te doen om mensen naar de stembus te krijgen, maar vooral oudere moslims zijn in de war,” aldus Bouyafa. “Ze hebben altijd PvdA gestemd maar sinds die voor het verbod op ritueel slachten heeft gestemd, willen ze dat niet meer.”
Brendel ziet een positieve ontwikkeling, weg van ‘religieus clientelisme’; meer over ‘de moslimlobby’ bij de PvdA: zie HIER. Zijn bezwaar gaat vooral over wat hij ziet als een mogelijke aantasting van de seculiere uitgangspunten van de PvdA; niet tegen allochtone / moslim politici an sich. Hij stelt terecht vraagtekens bij de term ‘moslimprominenten’; dat suggereert dat de personen in de reportage heel vooraanstaande posities innemen in het Nederlandse moslimlandschap. Dat wordt in de reportage op geen enkele manier waar gemaakt en is ook niet. Wat overigens niets afdoet aan hun overwegingen, Amrani ligt nog eens toe:
Vervolgens prutst Het Parool verder met een fatwa die stemmen tot een religieuze plicht maakt. Nourdeen Wildeman maakt op Wijblijvenhier waarom er geen sprake is van religieuze plicht (in de zin zoals vasten of bidden dat wel zou zijn) of fatwa. De religieuze overwegingen daargelaten het stuk van de Nederlandse Moslim Raad dat Wildeman aanhaalt is voldoende om te zien waarom Het Parool onzin uitkraamt.
Pragmatische overwegingen
Een veelgehoorde overweging is dat velen niet goed weten op wie ze moeten stemmen en weinig zin hebben om te stemmen op een partij die islam en moslims toch niet ziet zitten. Daarmee bedoelen zij geen PVV, maar alle andere politieke partijen. Waarom stemmen op een partij die ons haat? Daar voegt men soms aan toe dat het wel eens ‘haram’ zou kunnen zijn, er direct bij vermeldend dat er geleerden zijn die het wel toestaan. Twee van de filmpjes die laatste inzichtelijk maken vind je hieronder:
&
Tegenstanders daarentegen stelden dat democratie zelf een religie is. Stemmen is volgens hen dan ook tegen de islam. Naast een principieel standpunt zit hier ook enige pragmatiek tussen en men wijst bijvoorbeeld op de ‘vijandige citaten van politici‘. Tegenover de twijfelaars en de afkerigen van stemmen staan degenen die wel overtuigd zijn van de noodzaak te stemmen. Ik heb veel oproepen om te stemmen langs zien komen zoals deze van Hasib Moukaddim. Zie ook dit filmpje van SMN die een speciale verkiezingssite maakte:
Daarnaast waren er opiniestukken in kranten zoals deze van Mustafa Amhaouch. De laatste is CDA-er en zijn stuk was gericht tegen de PvdA. Daar werd behoorlijk negatief op gereageerd; niet zozeer omdat het tegen de PvdA was maar omdat vele moslims in mijn FB en twitter een stemadvies niet zien zitten: do not tell us what to do. Andere sites zoals Moslimjongeren Coach met Jouw mening telt en Wij Blijven Hier hebben eveneens een positieve houding ten opzichte van stemmen. WBH heeft diverse discussies aangaande verkiezingen en islam (1, 2, 3) en twee stemwijzers: Palestina en Israel-stemwijzer en de moslimstemwijzer.
Tot slot
De controverse tijdens en na het Badr debat daargelaten, de meeste moslims die ik mijn netwerk (online en offline) voorbij heb zien komen, benaderen de zaak pragmatisch; zowel degenen die zijn gaan stemmen (de meesten) als degenen die niet gaan stemmen. Sommigen die zijn gaan stemmen doen dat vanuit een islamitische inspiratie, anderen stellen dat het eigenlijk niet kan in islam maar hebben andere overwegingen (economie, EU, positie van moslims) en hetzelfde zie je bij degenen die niet stemmen. Een enkeling stelt bij het wel of niet stemmen puur en alleen vanuit de islam te redeneren. Dit is niet om te zeggen dat de één meer of minder praktiserend of religieus is, maar om aan te geven dat er meerdere wijzen van praktiseren zijn voor de betrokkenen zelf. De uitslag met PvdA en VVD is met instemming begroet als in ieder geval een nederlaag van de PVV. Wat overigens bij enkelen wel de opmerking ontlokt dat de ‘heisa’ die sommigen maakten van de dreiging van de PVV ‘dus’ onterecht was. Iets waar ik overigens nog wel kanttekeningen bij heb. Inderdaad de extreem-nativistische anti-islam partij PVV heeft flink verloren, maar is allesbehalve dood. Haar islamofobe gedachtegoed is volgens mij op verschillende manieren geincorporeerd door alle(!) politieke partijen zie bijvoorbeeld het VVD programma over religie en (apart!) religieuze kleding (beide gerangschikt onder ‘immigratie en integratie’…). We zullen zien waartoe het leidt.
Ow ja, Wij Blijven Hier heeft een onderzoek gedaan naar mogelijk stemgedrag bij moslims. Resultaten vind je hier (overigens is het gebaseerd op slechts 200 personen).
Posted on September 10th, 2012 by martijn.
Categories: Arts & culture, Gender, Kinship & Marriage Issues, Multiculti Issues, Public Islam.
The Burqa Debate has been a hot topic in the Netherlands, and because of her own background (having lived both in Qatar and the Netherlands) it, according her,’naturally intrigued’ Dutch student Eline Floor to do an in depth research about it. A research that for her turned out to be a confrontation with the Self. She did interviews with an anthropologist specialized in Salafism, Dr. Ineke Roex, a Dutch-Moroccan woman wearing the niqab, and read some research of reports on the debate. One could say it is a debate with many layers and viewpoints, but she chose to focus on the topic of freedom, and who is to say, what freedom is defined to be? With this short film she hopes to open up peoples minds, and look at the issue in a way people can confront their own cultural biases.
Watch the visual essay:
Freedom in Restriction, Restriction in Freedom from Eline Floor on Vimeo.
The spoken word:
How can we define freedom in our globalized, multicultural world? What does it mean for the woman wearing a niqab, and the average Dutch woman? How does this affect our perception on the Burqa ban?
These are the questions I focused on in my research of the Burqa debate. Of course it is a debate with many layers; political, social, and cultural. This issue affecting an estimated 0.00003 percent of the population has sadly become a political symbol, a tool for Dutch parties, to reach their political agenda. Everybody in the Netherlands has something to say about it, but they never question why they say the things they say; to step out of their shoes, and really understand how they as humans perceive the situation.
We of course as Westerners have a different perception of what is free-will what people in Muslim cultures might have. “Some cultural anthropologists believe that free-will is a typically western concept, therefore the question whether women can autonomously wear a niqab, is therefore very much a Western question.” However, Westerners associate, “freedom with the uncovering of something that is hidden, opening what is closed.. not only figuratively but literally.” Contrastingly, the lady wearing the niqab explained me that, “a beautiful diamond is not exhibited, but only to loved ones;” for her closing rather than opening means spiritual freedom.
By speaking to an anthropologist specialized in Salafism, an strict Islamic group rooted in Saudi Arabia, I found that for Salafis in the Netherlands, freedom means the deepening in the Islam and being able to restrict oneself, for the purpose of their religion. In our Western society, so focused on individual freedom and responsibility, this is hard to imagine.
One must always strive to understand the hidden intention before making a judgment. Dr. Moors, researcher of the Burqa debate, found that most women wearing the niqab, wear it for the goal of practicing their religion to the fullest; to become a citizen of paradise after they die; the purpose of most monotheistic religions.
Some people are quick to judge, that their intention is to shut themselves off of society, but fail to see, that in in the context of the Netherlands, in essence they are liberated because they have the ability and strength to express them selves in a society which rejects the ‘burqa.’
Interestingly because these women live in two cultures in one country, both have had major influences on them. This means they have almost two perceptions of freedom. Dr. Moors explained, “they speak of freedom in two ways, firstly that they find freedom in practicing their religion, but at the same time they are also calling for the traditional Dutch perception of freedom,” where you can be who you want, dress how you want to dress.
I encourage you, whether you are a politician, a young person whether you have made your stance for or against, to analyze and educate oneself about the people in question before making a judgment. Although I acknowledge that a niqab does limit your possibilities to proliferate in society, if our intention is to emancipate them, then why do we force them to stay at home instead? The goal of our intention has clearly not been reached, making the Burqa ban is an complete and utter failure of intent. When we define a free person to be true to his desires, values and goals, one must ask oneself, is the Dutch government really free?
Posted on September 5th, 2012 by martijn.
Categories: Activism, Multiculti Issues.
On 12 September the Dutch will have their national elections after the last minority government fell after the nativist anti-islam Freedom Party of Geert Wilders withdrew his support as he did not wanted to support the severe austerity measures that were deemed necessary because of the economic crisis.
In the last elections Dutch culture, migration and Islam were still major issues. Now with the major economic crisis and the problems in the EU those themes appear to have vanished from the debates. There were some reports on (young) Muslims losing faith in the democratic system because they see no party that stands up for them. In particular the social-democrats appear to be worried about losing the migrant vote. None of these stories however provided a substantial argument for that and similar ideas also emerged in the last two elections; at that time I think they were justified but I don’t see why this would be the case again. What has been lost in those reports as well is not only that some Muslims are (indeed) worried about their position in politics as Muslims, but they are also disappointed in political parties because of the poor economic situaton (as are probably most other citizens). And, also as usual by now, there was someone who depicted Wilders together with Hitler and Breivik and a short controversy over that.
The hardworking Dutch people
This doesn’t mean that nationalism and racism are gone. On the contrary; it is quite remarkable how quickly particular stereotypes on southern Europe, in particular Greece, emerged after the news broke of their financial problems: unreliable, lazy, corrupt, you name it. The EU was blamed by politicians for most of the problems (conveniently shying away from the fact that national politicians make the EU) and parties such as the Freedom Party linked the EU with the problem of the so-called mass-migration. It was supposedly the EU who caused huge waves of migrants coming to the Netherlands (in fact the idea of mass-migration has been debunked by several experts) in particular the East-Europeans and the Muslims. It is in particular Wilders who has weaved together a strong anti-EU stand with anti-immigration and anti-austerity measures. Interestingly, and disturbingly, he is severely criticized on all these points but not so much on the connections he makes between the three themes.
Other parties however see culture (used for referring to migrants) also as problematic. If the migrants are presented as beneficial at all (two parties; very few sentences) it is always in relation with something like ‘but there are problems as well’. Concrete measures are proposed that always restrict migrants in order to become compatible with ‘Dutch society’ or the punish them more than other citizens (for instance in the cases of domestic and other forms of family violence). And everything that remotely resembles multiculturalism should not be subsidized anymore. There are some differences between the parties with regard to issues such as dual citizenship, the ban on face-veiling.and some other discriminatory measures of the last government. All parties do give some attention to the struggle against racism, homophobia and discrimination but often only in general slogans. Only the orthodox Christian parties (also criticizing ‘secularist ideologies’) and the Freedom Parties pay attention to Islam; in terms of a threat for society or concrete groups such as gays and Christians. (see a Dutch summary HERE). Remarkably absent from the debates in my personal opinion are the causes of the financial crisis, the role of the banks and other financial institutions and the neo-liberal model. The latter not only having economic consequences but also for legal and social justice as the Dutch ombudsman stated: “Justice is an unexpected factor, which apparently doesn’t fit in the economic model.”
The Muslim voices
There aren’t many initiatives from Muslims (as Muslims) in this campaign. The Dutch Muslim Party has been dissolved (after having not been very active anyway). The Dutch Muslim site Wij Blijven Hier (We are here to stay) has launched one of the many voting aids. The Muslim Women’s Organization Al Nisa, celebrating its 30 year anniversary, presented its campaign against prejudice against Muslim women a few days ago:
A call for Dutch politics to challenge prejudice against Muslim women.
Amnesty International concluded in their recent publication ‘Choice and Prejudice: Discrimination against Muslims in Europe’ that “European governments must do more to challenge the negative stereotypes and prejudices against Muslims fuelling discrimination especially in education and employment.”.
Ten days before the elections, Al Nisa, a Muslim women’s organization, takes action in her own way by starting her campaign “Do you know me?”. A one-minute Youtube video shows five strong and enterprising Muslim women, who have become successful in all sectors of society, but hardly seen or recognized by ordinary citizens or politics.
In response to her 2010 campaign “ECHT Nederlands” (REAL Dutch), Al Nisa received disconcerted reactions such as, “These women do not exist” or “Better not think that you are Dutch”. Al Nisa envisions Dutch politics orienting itself towards the exemplary roles that many successful and independent Muslim women play in our country. In previous years, politics has instead wasted valuable time and money on freedom-limiting and offensive measures such as the burqa ban, the Ramadan “black book” (a list of alleged public disturbances by Muslims during Ramadan, or instances of public accommodation of Muslims) and other political brouhaha. ‘Realistic optimism’ and ‘role models’ are key words to be used if you – just like us – stand for a better society for all of us.
The campaign is a part of Al Nisa’s 30-year anniversary with the theme “ZIN” (Self-conscious Women, Inspiring Encounters and New Insights). Over the past 30 years, Al Nisa has been making an effort for Dutch Muslim women and Dutch society. On 22 September 2012, a national symposium will be organized in cooperation with Marmoucha and New West Fest in De Meervaart, Amsterdam. Here, Muslim women will share the stage with academics, columnists and artists. Special guest speaker is Dr. Ingrid Mattson from Canada who was until recently the first chairwoman of ISNA, the largest Islamic umbrella organization in North America.
In this campaign they present a variety of Muslim women as strong, powerful individuals who make a contribution to society. In the next video five women appear who are successful in all layers of society but remain invisible for politicians and the larger publics.
I certainly sympathize with the video and the intentions of the makers, but the video also disturbs me somewhat although I cannot really put my finger on it.
Posted on July 29th, 2012 by martijn.
Categories: Blind Horses, Multiculti Issues.
Er is een taboe doorbroken mensen. Echt waar. Een journalist heeft iets onthuld. Gaat u er maar eens goed voor zitten want wat nu gezegd is, is nog nooit gezegd. Door niemand, never, nooit. Het is namelijk zo dat de wetenschap zichzelf censureert en onderwerpen die met taboes omgeven zijn mijden. Eén van die taboes heeft betrekking op de kosten van immigratie. Zo, dat is er uit.
Tot een dergelijke baanbrekende en duizelingwekkende conclusie kwam Joost Niemoller in zijn boek Het Immigratietaboe dat hij schreef naar aanleiding van het debat over de kosten van immigratie (aha het taboe was al doorbroken). In Amerika is hier al veel al gedaan (en Nederlandse wetenschappers gebruiken nooit Amerikaanse onderzoekers in hun werk zoals u weet) en het onderzoek van Roodenburg van het CBS is in de bureaula verdwenen (ow was het taboe al doorbroken voor het debat?).Feiten over immigratie zijn taboe – Nederland – TROUW
De wetenschap censureert ook zichzelf, beschrijft Niemöller. Ze mijden door taboes omgeven onderwerpen. In de commissies die erover gaan, zit wel eens een verdwaalde econoom, zegt hij, maar vooral toch antropologen en sociologen. “Die identificeren zich met immigranten. Een onderzoek naar kinderbijslag die naar het buitenland verdwijnt: nee, liever niet.”
Natuurlijk sociologen en antropologen en andere -ogen doen geen onderzoek dat mogelijk migranten negatief in beeld zou kunnen brengen. Vandaar ook al dat onderzoek naar criminaliteit en etniciteit waarschijnlijk of al dat onderzoek over migranten in relatie tot integratie, emancipatie en radicalisering. Daarom krijgt Niemoller ook een boek vol met geen wetenschappers die dergelijk onderzoek zouden doen.
Nu zou je in een bespreking inhoudelijk in moeten gaan op het boek. Ik wilde dat doen voor de immigratiecijfers, maar Flip van Dyke heeft al laten zien dat Niemoller op z’n minst slordig, waarschijnlijk onkundig en wellicht zelfs leugenachtig met de cijfers omgaat. Aangezien Niemoller zelf ook nauwelijks inhoudelijk ingaat op de kritiek heeft dat ook weinig zin zoals Van Dyke heeft ondervonden. Nou is Niemoller sowieso geen journalist die het heel graag bij feiten houdt. Zo stelt hij in het stuk Israel in Gevaar dat:
Israël in gevaar | www.dagelijksestandaard.nl
Ophitsende imams van de Moslim Broederschap stonden al voor een grote menigte op het Tahrirplein te verkondigen -in het bijzijn van de nieuwe president!- dat Jeruzalem de hoofdstad is van het nieuwe moslimrijk en dat de Joden de vijand zijn die vernietigd moeten worden.
Het gaat daar echter om Safwat Hegazi die geen imam is van de MB. Hij sprak daar zijn steun uit voor Morsi die echter afstand nam van de woorden van Hegazi en verklaarde dat Jeruzalem in ‘onze harten en visie is maar dat Cairo de hoofstad is van Egypte’. Eveneens stelt hij dat door het recente geweld van salafisten in Duitsland ook ‘de zogenaamde “gematigde moslims”‘ zich genoodzaakt voelen om een harde confronterende toon aan te slaan. Dat hebben ze gedaan, maar dan toch tegen de salafisten, iets wat Niemoller gemakshalve niet vermeldt omdat dat niet past in zijn oorlogsretoriek tegen moslims en islam; iets wat hij alle moslims in Duitsland juist verwijt:
De Duitse moslims zijn nu op oorlogssterkte | www.dagelijksestandaard.nl
Dat is niet de taal van integratie, maar de taal van oorlog. De Duitse moslims zijn op oorlogssterkte. Het wachten is op de eerste moord op een islamcriticus die het verspreiden van het woord van Allah in de weg staat.
De moslims, ja alle Duitse moslims, zijn op oorlogspad. Soms is hij ronduit inconsistent. Naar aanleiding van de discussie over racisme onder Marokkanen stelt hij in reactie op Ewoud Butter dat alleen blanken van eigen racisme een punt maken. Om vervolgens met Said el Hajji op de proppen te komen die gebeurtenis wel degelijk als Marokkaans racisme bestempelt. In een stuk over problemen met allochtonen het volgende:Er zijn geen problemen met allochtonen (update) | www.dagelijksestandaard.nl
Statistisch zijn er over de hele wereld grote etnische verschillen. Voor iedereen zichtbaar. De ene groep doet het goed. Bijvoorbeeld blanken. Of Chinezen. De andere groep doet het slecht. Bijvoorbeeld negers.
Er zijn geen problemen met allochtonen (update) | www.dagelijksestandaard.nl
Nou ja, als je toevallig op straat overvallen wordt door Marokkanen, dan kun je dus nog wel zien dat het Marokkanen zijn, maar dan zul je dus van de overheid moeten denken dat dit toevallig is.
Er zijn geen andere volkeren of individuen in Nederland met dezelfde uiterlijke kenmerken als Marokkanen volgens Niemoller blijkbaar. Mocht u zich afvragen, lijkt dit nu op racisme of niet, blijf er dan nog even bij. Wanneer het over Ramadan gaat en de aandacht ervoor in de Nederlandse media verwijst hij naar een stuk van Carel Brendel. Die noemt de aandacht in de media die al begint voor de betreffende maand ‘voorgalm’. Voor Niemoller klinkt dat een beetje als ‘voorvocht’ en is het ‘viezigheid waar een normaal mens niet op zit te wachten…’. Hij wil niks weten van die Ramadan en ook niet van de aandacht ervoor en in hetzelfde stuk schrijft hij:
Ramadandwang | www.dagelijksestandaard.nl
Ik als atheïst weet nauwelijks nog waar de meeste christelijke feestdagen voor staan, hoe het met al die ingewikkelde hindoerituelen zit, al sla je me dood, en net zo goed ontgaat het me volstrekt waar gelovige Joden zich al dan niet aan moeten onderwerpen. Mag ik? Het maakt domweg geen deel uit van mijn leefsysteem en zo wil ik het graag houden. Maar met die Ramadan is dat me onmogelijk gemaakt. En mij niet alleen. Die wordt elk jaar weer heel Nederland door de strot geduwd.
En dat is natuurlijk ook precies de bedoeling bij de islam. Of je nu moslim bent of niet, je moet mee in hun levensritmiek, en daarmee ben je al onderdeel geworden van hun dwangsysteem. Moslims vinden dit een goed begin.
Natuurlijk alle moslims (echt alle meer dan 1 miljard, zelfs de baby’s) willen dat u onderdeel wordt van een dwangsysteem. Dit type generaliseren met de daarbij behorende denigrerende opmerkingen waarbij moslims als vies en abnormale wezens worden weggezet, laten we dat maar gewoon racisme noemen ook al mag dat misschien niet meer.
Tsja als je te maken hebt met een journalist bij wie zo weinig zorgvuldigheid en integriteit terug te vinden is in zijn schrijfsels, doet dat het ergste vrezen voor zijn boek natuurlijk. Nee hoor. Het is nog erger.
Even terug naar de kritiek van Flip van Dyke, die verwijt Niemoller volledig terecht dat je niet de emigratie en immigratie bij elkaar moet optellen als je het migratie-effect wil weten, maar dat je ze juist van elkaar moet aftrekken. Het bij elkaar optellen is echter in de logica van Niemoller volkomen begrijpelijk; het gaat hem om het feit dat ‘Nederland minder Nederlands’ is geworden want de oorspronkelijke bevolking is verdwenen. Alsof Nederland een oorspronkelijke bevolking heeft. Volgens Niemoller wel; want de oorspronkelijke bevolking is vervangen door een niet-westerse bevolking en die horen niet op de Nederlandse grond thuis. Een, op z’n zachtst gezegd, onzinnige redenering alsof er zoiets bestaat als een ‘zuivere’ Nederlander, ‘de’ Nederlandse cultuur en ‘de’ identiteit.
Maar ach, wat doen die inhoudelijke argumenten er eigenlijk toe? In een tweegesprek op De Jaap met Arthur van Amerongen (auteur van een vergelijkbaar slecht boek over moslims in Molenbeek in Brussel waarin hij echter vooral vertelt over zichzelf en allerlei opvattingen verkondigt over islam en moslims zonder ze te hard te maken) vertelt Niemoller over…ja wat eigenlijk? Doet er ook niet toe, wat belangrijker is dat je via die site een bonushoofdstuk krijgt (jeuh…). In dat hoofdstuk ‘Moslim Mengen Minder’ komt hoogleraar Jaap Dronkers aan het woord over schoolprestaties en islam. En dan komt de aap uit de mouw:
Dronkers geeft in een onderzoek drie mogelijke redenen aan voor de slechte integratie van moslims: (18)
De islam zelf. Het kan volgens Dronkers zijn ‘dat de religieuze waarden van islamieten gedeeltelijk haaks staan op een van de voorwaarden voor succes in het moderne kapitalisme (productiviteit)’. Daarvoor is meer onderzoek nodig, waarbij ook de verschillen tussen de islamitische stromingen onderzocht zouden moeten worden.
Dronkers spreekt met tegenzin over ‘de islam als oorzaak’. Het valt namelijk moeilijk wetenschappelijk hard te maken: ‘Ik heb geen
goede maat voor godsdienstinhoudelijke argumenten. Had ik die maar. En ik ga in dit type onderzoek dat soort maten niet zelf verzinnen.
In dat hoofstuk worden diverse bronnen aangehaald waarin sterke correlaties aangetoond worden tussen de islam van een individu en bijvoorbeeld integratie en schoolprestaties. Geen causale verbanden persé want Dronkers heeft gelijk dat is moeilijk hard te maken en er is geen goede maat voor godsdienstinhoudelijke argumenten. Dat is ook geen wonder. Moslims zelf zijn het niet eens over wat islamitisch is en wat niet-islamitisch en dus kan de islam voor de één iets heel anders betekenen dan voor de ander. Daarnaast zou je dat moeten vergelijken met andere religies hetgeen op vergelijkbare problemen stuit nog afgezien van het feit dat het moeilijk is om iemands individuele religiositeit te scheiden van andere invloeden zoals cultuur, gender, economie, opleiding en politiek. Maar, opnieuw, wat maakt het uit? Want Dronkers stelt:
Ik hou dus staande dat de niet bij het Westen passende waarden en normen in de islam een van de verklaringen kunnen zijn van het feit dat moslimleerlingen
relatief slecht scoren, maar bewijzen kan ik het niet.’
Tuurlijk, als wetenschapper stellen dat je iets niet kunt bewijzen, maar het toch poneren als stelling? Als hij dit inderdaad zo gezegd heeft, dan kan hij zijn hoogleraarstitel ook maar beter inleveren want veel onwetenschappelijker dan dit kom je niet vaak tegen. En Niemoller gebruikt die stelling dus als feit. Een beter argument waarom dit hele boek een verspilling van geld en tijd is, is er ook niet.
Posted on July 22nd, 2012 by martijn.
Categories: Blogosphere, International Terrorism, Multiculti Issues, Religious and Political Radicalization.
Most popular on Closer this week:
Featuring One Year After Breivik
The Victims
Rest In Peace, Mona Abdinur – Utøya 22. juli 2011
Daily Kos: ….and there was LOVE
This girl of Bosnian origin survived by swimming away from Utøya, allthough she didn´t consider herself a good swimmer and the water was very cold (she got eventually picked up by a boat). Her father who had experienced the Serbian bombings of Sarajevo used to forever thankful for having found refugee in a peaceful and functional country and it was of couse surreal for him that his daughter should experience a grave terror attack in Norway. Like many others who was at Utøya she sent SMS to her family in the middle of the attack when she still didn´t know what was happening or whether she would survive.
Utøya one year on: victim’s family describe their loss – video | World news | guardian.co.uk
Bano Rashid, 18, was among the 69 people who died in a shooting spree by Anders Behring Breivik at a Labour youth camp on Utøya island on 22 July 2011. Days later she was the first victim to be laid to rest. A year on, her sister Lara, who survived the attack, and her parents, who had brought the family to Norway from Iraq in search of peace, are trying to cope with their loss.
Victims of the Norway Attacks – Multimedia Feature – NYTimes.com
Anders Behring Breivik, an anti-Muslim extremist, is accused of killing 77 people in an Oslo bombing and a shooting rampage at a summer camp for young political activists on July 22, 2011. Learn more about the victims by clicking on the images below.
Learning From Norway’s Tragedy – NYTimes.com
Remembering
As Norway’s foreign minister, I have been frequently confronted with these questions over the past year. Without prejudice to the ongoing legal proceedings, I believe these are key questions. How we, as independent nations and as an international community, should fight violent political extremism is at the heart of politics in the 21st century. I also believe that Norway’s experience after the attack has important lessons that may be relevant beyond our borders.
In Oslo, Evil Demystified With Civility – NYTimes.com
As the trial of Anders Behring Breivik opened in Oslo last week, a friend e-mailed from New York with a question: Was it not a bit weird, he asked, that officers of the court took time to shake his hand, offering courtesy, deference even, to a man who had openly boasted of killing 77 people last summer in Norway’s worst peacetime atrocity?
Norwegian king shows multiculturalism support / News / The Foreigner — Norwegian News in English.
Professor of Anthropology, Thomas Hylland Eriksen, told Dagsavisen about the King’s fourth visit to the area in less than a month that, “Groruddalen has long been considered as a stepchild in Norwegian society.”
“The fact the King is travelling here at this time is a clear message from the Royal family about the kind of society they want. One might quote the King’s grandfather, King Haakon, who said, ‘I am also the Communists’ King’. King Harald is doing something similar. In this way, he is showing that he is king for all people.”
Norway’s trial, and a democratic lesson | openDemocracy
The legal procedure in the case of Anders Behring Breivik, the perpetrator of the Norwegian massacre of July 2011, is a case-study of democratic values – in particular, that democracy is not a “what” but a “how”, says Thomas Hylland Eriksen.
Norway defies Breivik one year on « World On Sunday
“The bomb and the shots were intended to change Norway. People responded by embracing our values. He failed, the people won,” Prime Minister Jens Stoltenberg told the crowds, carrying red and white roses at the memorial in central Oslo.
The prime minister, Jens Stoltenberg, says the massacre has not succeeded in changing Norway and the Norwegian people. Stoltenberg spoke at a memorial service on Sunday, attended by members of the royal family, on the first anniversary of the attacks in Oslo and Utøya in which Anders Behring Breivik killed 77 people and injured hundreds more
Reflection
Norway – one year after: an open wound | openDemocracy
Populist right-wing politicians expressing extreme views on immigration, Islam and Muslims, have in general been confronted in the mediated public spheres to a much greater extent than before 22/7, as have extreme-right wingers. But how much else has moved on?
In the speech, flagged by the website Loonwatch, Hirsi Ali noted that she herself appeared in Breivik’s 1,500-word manifesto (Breivik reprinted a European right-wing article saying Hirsi Ali should win the Nobel Peace Prize). While she denounced Breivik’s views as an “abhorrant” form of “neo-fascism,” she then postulated that Breivik was driven to violence because his militant anti-multicultural views were not given a fair airing in the public discourse.
Anders Behring Breivik Attacks: Norway Remembers Massacre Victims On Anniversary
Norway on Sunday paused to commemorate the 77 victims of a bomb and gun massacre that shocked the peaceful nation one year ago, a tragedy that the prime minister said had brought Norwegians together in defense of democracy and tolerance.
From my blog
Belief and Violence: Anders Breivik and Wilders’ Freedom Party – C L O S E R — C L O S E R
As soon as it became clear that the perpetrator was a white Norwegian guy with some nativist and Wilders’ Freedom Party sympathies another game emerged. The link with Wilders’ ideology and rhetoric was immediately picked up by his opponents. Well first I should add that as soon as it appeared that the shooter was a blonde white guy the staunch anti-racists of the conservative and liberal right wing stated that this did not mean it wasn’t a Muslim and people discussed the alledged radical outlook of converts. After that proved to be nonsense in this case, the debate on the Internet turned to Wilders and his ideology. His supporters denying any responsibility by Wilders for the terrible attacks. A minority however, after the condemning the attack when they still thought it was Al Qaeda, were actually supporting the attacks for example by stating: ‘As things turn out now, the perpertrator is a right wing extremist. In that case the attack is the only correct answer to a totalitarian leftist state where right wing people are silenced‘. Another person stated on his photoshop blog (where he frequently attacks left wing and Muslim politicians in satirical photoshops) that the perpetrator should enlist in a new course: “Choosing sensible targets as an anti-islamist” thereby showing a picture of, what appears to be, an attack on the Kaaba in Mecca and the people who go there to the Hajj“. Satire of course. But these people constitute a minority as far as I can tell. Others condemn the attacks and as far as I can tell now most Freedom Party supporters I know abhor the attacks. The reactions on Twitter and Facebook however are starting to resemble the reactions towards (salafiyyah) Muslims after the murder on Van Gogh in 2004.
Radicalization Series V: Freedom Fighters, Conflict and Culture Talk – C L O S E R — C L O S E R
It is important I think to see how his ideas (but not his actions) not only are derived from bloggers and politicians but also who they resonate with and are grounded on a grassroots everyday level. I also think the Netherlands can give some clues to that and is relevant here since Breivik partly derived his inspiration from Wilders’ Freedom Party ideology. In this blog therefore I will present some material of the Dutch section of the Ethnobarometer research in which we held focus group discussions on issues of security and culture after 9/11, the murder of Van Gogh and the French riots and Muhammad Cartoons. The research was conducted in 2005 and 2006 and the focus groups consisted all of both Moroccan-Dutch and native Dutch citizens of Gouda (except one group that was a moderate right wing group of native Dutch citizens). We did not aim for a representative sample but for an even division with regard to age, gender and political preferences. I will focus mostly here on the statements of the native Dutch participants. It shows how people struggle with tolerance on the one hand (seen as an important part of Dutch identity) and fear of Islamization and Muslims on the other hand expressed by different modalities of culture talk. While in the case of Bawer, Breilvik and Wilders the presence of Islam and Muslims are seen as the cause of conflict and by definition leading to conflicts, the Ethnobarometer research also revealed mechanisms that can de-escalate conflicts.
Posted on July 14th, 2012 by martijn.
Categories: Multiculti Issues.
Liz Fekete talks about whether Islamophobia serves a function; drawing on her recent research into the Oslo massacre and the European-wide assault on multiculturalism, she contextualises Islamophobia in terms of the policies that give credence to the new politics of hate. She warns that as austerity measures begin to bite, processes which scapegoat and stigmatised foreigners, vulnerable minorities and anyone deemed ‘different’ for society’s ills are strengthened and the politics of fear and the manipulation of division are part and parcel of wider pro war, neo-liberal and neo-conservative agendas.
Posted on July 4th, 2012 by martijn.
Categories: Multiculti Issues.
We zouden het bijna vergeten, maar gisteren werd echt het verkiezingsprogramma van de PVV gepresenteerd. De teneur, in de berichtgeving (los van het opstappen van twee PVV-ers) leek te zijn dat ‘Europa’ de plaats van ‘islam’ heeft overgenomen. Is dat zo? Daar lijkt het inderdaad op; waar in het vorige programma ongeveer 30 verwijzingen naar het Europese project staan, is dat nu zo’n 75. In het vorige programma stonden ruim 40 verwijzingen naar islam, nu nog zo’n 30.
Maar wat Wilders hier doet is heel slim, namelijk het koppelen van de thema’s islam en Europa via het issue van migratie:
Op elke plek zien we allochtonen een steeds groter gedeelte van de bevolking uitmaken. In de praktijk betekent dat: steeds meer islam, steeds meer hoofddoekjes, steeds meer criminaliteit, verpaupering, uitkeringsafhankelijkheid en middeleeuwse opvattingen. Een volk dat baas is in eigen land maakt zelf uit wie er binnenkomt en wie niet. Maar wij Nederlanders zien elke dag de toestroom toenemen. Van wie moet dat? Van mevrouw Malmström, een ongekozen multiculti-eurocraat die de macht heeft over ons immigratiebeleid.
Andere belangrijke punten zijn ondere andere:
Dat is toch behoorlijk wat en dan laat ik de zaken die meer algemeen over niet-Westerse allochtonen en migratie gaan even buiten beschouwing zoals opnieuw de etnische registratie bij criminaliteit. Over dat laatste was in 2010 nog de nodige commotie (nadat Humberto Tan wel had opgelet en het aan de orde had gesteld) nu wordt het weer over het hoofd gezien of gewoon genegeerd. Zijn we intussen gewend geraakt aan de retoriek van Wilders? En herkennen we niet meer hoe pervers deze eigenlijk is. Neem het volgende punt:
We zien graag de chain gang in het Nederlandse straatbeeld verschijnen. Lekker langs de weg aan het werk in een vrolijk roze pakje. Omdat veel tuig afkomstig is uit schaamteculturen hakt dat er extra in.
Hoe Abu Ghraib wil je het hebben? Waar Wilders zich graag mag presenteren als voorvechter van een homoseksuelen en vrijheden en beschaving en moderniteit grijpt hij hier terug naar iets uit het verleden en gebruikt hier een stereotype verwijzing naar homoseskualiteit. Dat laatste is een hele dubbele logica. Wilders maakt hier gebruik van het idee dat mensen uit ‘schaamteculturen’ (waarmee hij natuurlijk Turkije en Marokko bedoelt) per definitie anti-homo zijn en niet gezien willen worden in roze kledij (wat overigens een nogal Nederlands ding is). Om deze mensen extra hard te straffen zoekt hij dus op een stereotype manier een zwakke plek bij hen als een doelwit van seksuele, etnische en religieuze stereotypering. Op die manier vindt niet alleen ‘shaming’ plaats, maar versterkt ook nog eens die homofobe, islamofobe en racistische stereotypes. Op die manier kan Wilders zichzelf neerzetten als symbool van de vrijheid; immers we hebben allemaal de berichten gelezen over de problemen van allochtone Nederlanders met homo’s. Dat maakt ons blind voor de perverse en gevaarlijke logica die Wilders hanteert met zijn(!) stereotypes. Wilders is vooral gebaat bij homofoob geweld vanuit allochtone hoek want daarmee legitimeert hij zijn retoriek; vandaar ook dat hij niet zal spreken over allochtone homo’s laat staat over homo’s die moslim zijn. Nee, hij wil het beeld van de homohatende, seksueel onvrije allochtoon/moslim versterken. Zijn verkiezingsprogramma gaat niet over het oplossen van problemen, maar om het instandhouden ervan.
Dat soort logica is breed verspreid en gevaarlijk volgens mij. Breed verspreid omdat heus niet alleen de PVV dit soort logica hanteert. De inburgeringscursus voor imams met daarin beelden van zoenende mannen is gebaseerd op dezelfde logica. Het is gevaarlijk omdat, totnutoe, de ultieme vorm van deze logica (zo leert Judith Butler ons) terug te vinden is bij Abu Ghraib. U herinnert zich dat wellicht nog wel de foto’s van Iraqis die door Amerikaanse soldaten in allerlei poses werden vastgelegd:
Dezelfde logica en dezelfde werking ervan als bij de PVV zien we terug en Butler zegt daarover:
‘We embody that [sexual] freedom, you do not; therefore, we are free to coerce you, and so to exercise our freedom, and you, you will manifest your unfreedom to us, and that spectacle will serve as the visual justification for our onslaught against you’.
En dat dan door het Amerikaanse leger dat haar goede naam, althans in Nederland, vast niet heeft opgebouwd met haar strijd voor homo-rechten. Maar wel beschaving, democratie en vrijheid ging brengen in Irak en om te laten zien hoezeer dat nodig was werden stereotype beelden door die martelingen en de foto’s ervan geprojecteerd op de Iraakse gevangen.
Een saillant detail is dat de regering van VVD en CDA met steun van de PVV eerder besloten dat Iraakse homo’s terug gestuurd mogen worden naar Irak ook al is duidelijk dat de situatie daar voor hen levensgevaarlijk is wanneer zij openlijk uitkomen voor hun geaardheid. Dat u niet denkt dat men werkelijk begaan is met de positie van homo’s. En dat u ook niet denkt dat Wilders’ anti-islam en anti-allochtonen retoriek daadwerkelijk is verdwenen of niet meer gevaarlijk is.