Hollanda Multifestijn Festivali 2010 – Leiderschap en onbehagen

Posted on May 18th, 2010 by martijn.
Categories: ISIM/RU Research, Multiculti Issues, Young Muslims.

Markthal Multifestijn 2010 - Foto: SICN

Afgelopen week vond in de Veemarkthallen in Utrecht het Multifestijn plaats. Het programma is na de vliegramp enigszins aangepast, maar niettemin kan gesproken worden van een megafestatie. Van hypotheken tot tapijten (voor spotprijzen!), van de prachtige Ebru kunst tot politieke debatten, van de politie tot reisbureau’s en van de koninklijke marechaussee tot Hogeschool Inholland tot lekkernijen. Een hele hal voor kinderen (ach was ik nog maar kind). Het thema van dit festival, georganiseerd door de Stichting Islamitisch Centrum Nederland is ‘Alliance of Cultures’. Doel was nadrukkelijk om mensen met elkaar in contact te brengen ‘in een tijd waarin met de dag de multiculturele samenleving met nieuwe definities wordt ondermijnd en de tolerantie steeds meer plaats maakt voor sancties’. SICN is een Turks-Nederlandse islamitische organisatie die zo’n 50 moskeeën beheert en is de oudste vertegenwoordiger van een Turks-islamitische stroming in Nederland. De SICN behoort tot de Süleymanci-beweging in navolging van de in het midden van deze eeuw actieve Nakshibendi-seys Süleyman Hilmi Tunahan (de aanhangers worden daarom “Süleymanc?lar” genoemd). Vaak wordt deze beweging in Nederland niet zo invloedrijk geacht; dat is onterecht. De SICN behoort misschien wel tot de best georganiseerde clubs en SICN leden of daarmee verbonden personen bezetten diverse sleutelposities. Daarnaast is men zeer actief op het gebied van islam-educatie via het Euro Ilim Instituut. Dit instituut heeft tijdens het Multifestijn samen met Hogeschool Inholland (in het bijzonder de afdeling Islam Educatie) een miniconferentie georganiseerd met als titel ‘Het maatschappelijk onbehagen over de islam in de Nederlandse samenleving. Kwestie van falend leiderschap?’ Met deze conferentie willen zij het thema van het maatschappelijk onbehagen benaderen vanuit de invalshoek van nieuw religieus leiderschap. Sprekers waren Rasit Bal, voorzitter van het Contact Orgaan Moslims en Overheid (CMO) en coördinator van de imamopleiding aan Hogeschool InHolland. Abdulwahid van Bommel schrijver, vertaler en docent islam was spreker. Evenals ondergetekende.

Vooraleer ik inga op mijn bijdrage en het debat even nog een paar opmerkingen over het festival. Hoewel gepresenteerd als een multicultureel festival kan ik me voorstellen dat niet iedereen het zag als een multiculti festival aangezien het erg gericht was op Turkse Nederlanders. De ambiance van de Veemarkthallen is niet geweldig; aan de andere kant er zijn weinig hallen van dergelijke formaat die wel ‘gezellie’ zijn en waar toch zoveel mensen heen kunnen. Veel bijschriften bij de standjes waren in het Turks, maar veel ook gemengd Turks en Nederlands. En vragen stellen kon over het algemeen gewoon in het Nederlands. De bezoekers waren (op vrijdag althans) veelal Turkse Nederlanders hoewel het debat gemengder was: Turkse en autochtone Nederlanders, moslims en niet-moslims (ook al waren de Turks-Nederlandse moslims wel duidelijk in de meerderheid). Kijk je verder dan je neus lang is, dan was het getoonde aanbod wel degelijk erg multicultureel al is het maar omdat de Turks-islamitische geschiedenis nogal multicultureel is en de Turks-islamitische traditie in het westen dat gewoon heeft doorgezet. Het festival was verder zeer toegankelijk dus iedereen die belangstelling had, had er gewoon heen kunnen gaan. Wellicht wisten veel mensen het niet aangezien de communicatie vooral via Turks-Nederlandse kanalen liep en er, bedroevend, weinig belangstelling was van de pers. Schijnbaar kan men kolommen volschrijven met twee conferenties die men niet uit elkaar kan houden, zodra het lijkt alsof er iets radicaals te bespeuren valt, maar een megabeurs voor de hele familie is minder interessant?

Lezing en debat

Inleiding
Laten we even drie voorbeelden nemen zonder te stellen dat deze representatief zijn, maar misschien zijn ze wel exemplarisch voor de fragmentarisering van religieus gezag onder moslims. Als eerste Abdul-Jabbar van de Ven. Bekend of berucht toen hij in 2004 bij Knevel beaamde dat hij het niet erg zou vinden als Wilders zou overlijden aan kanker. Van de Ven geniet een zekere mate van populariteit en aanzien onder moslimjongeren in Nederland en heeft er mede voor gezorgd dat sommige jongeren uit het criminele circuit konden komen. Hij heeft in Saoedi Arabië Arabisch gestudeerd (maar niet afgemaakt) en is één van de eersten geweest die lezingen in het Nederlands ging geven en redelijk vrij sprak over de mogelijkheden en onmogelijkheden, voorwaarden en beperkingen voor het voeren van een gewelddadige jihad voor, wat hij zag als, rechtvaardigheid in de oorlog tegen de islam. Niet verwonderlijk gaat veel aandacht uit naar figuren zoals hij en degenen die zijn lezingen bij wonen.
Voorbeeld nummer twee is Yassin el Forkani. ‘Jongerenimam’ in Amsterdam, welbespraakt met een goed ontwikkeld gevoel voor sociale verhoudingen zowel onder moslims als onder autochtone niet-moslims. Probeert duidelijk op lokaal niveau een rol als bemiddelaar op zich te nemen. Heeft niettemin ook, maar veel minder dan Van de Ven, te maken met oppositie vanuit niet-moslim kant die zijn motieven wantrouwen en tot op zekere hoogte ook wel vanuit moslimkant.
Voorbeeld drie is Tariq Ramadan. Eén van de meest vooraanstaande islamitische denkers in Europa die moslims probeert te mobiliseren om te participeren in hun samenleving zonder daarbij de Islam te veronachtzamen. Tegelijkertijd ook één van de meest omstreden van religieuze leiders. Aan de ene kant onder niet-moslims die hem beschuldigen van het hebben van een dubbele agenda, die zijn uitspraken over homoseksualiteit en het stenigen van vrouwen (hij heeft gepleit voor een moratorium daarop) als bewijs zien voor de onverzoenlijkheid tussen islam en Europa. Aan de andere kant ook onder islamitische bewegingen die hem ervan beschuldigen zowel Allah als de wereld tevreden te willen houden en in dat proces uiteindelijk doorschiet naar het laatste. Onder vooral moslimstudenten trekt hij echter letterlijk volle zalen. Zijn rustige wijze van spreken, zijn verzorgde uiterlijk, maar ook zijn enigszins abstracte en tot op zekere hoogte vage teksten lijken aantrekkelijk te zijn voor velen. Het voorbeeld van Ramadan maakt ook duidelijk dat religieus gezag niet alleen een Nederlandse component heeft, maar ook een transnationaal aspect.

Waarom religieus gezag belangrijk is
Dat zijn drie voorbeelden van moslims met religieus gezag; in ieder geval voor bepaalde mensen. Hun rol lijkt heel belangrijk en tot op zekere hoogte is dat ook zo. Hoewel een groot deel van de moslims helemaal niet zoveel actieve betrokkenheid met de islam toont als sommige predikers zouden willen, het huidige islamdebat maakt het bijna onmogelijk om geheel onverschillig ten opzichte van de islam en identiteit als moslim te blijven. Hoewel velen helemaal geen actieve participanten van religieuze bewegingen zijn, maar ook geen passieve volgelingen van de tradities van hun ouders, zoeken zij wel (af en toe) naar islamitische kennis die voor hen van betekenis is in de context van het leven in Europa. De dragers van deze religieuze kennis zijn niet persé imams (daarover later nog wat meer), maar vaak ook familie, vrienden, mede-studenten en collega’s. Als die er niet uit komen of men vertrouwt de antwoorden op vragen niet helemaal, ook niet nadat ze al op internet zijn gesteld, gaat men (al dan niet weer via email of internet) naar één van de genoemde predikers en leraren toe of anderen. Zij zijn daarmee dus belangrijke en gezaghebbende bronnen van kennis. Het gezag ligt daarbij zeker niet alleen bij de kennis over de geschriften en tradities van de islam. Het gezag wordt mede opgebouwd door de connecties die men heeft, de eigen levenswandel en levensgeschiedenis, de groep of beweging waarmee men zich identificeert, de mate van onafhankelijkheid die men hoog houdt, de sfeer die men schept, de toegankelijkheid die men heeft, de kennis over de samenleving waarin men leeft enzovoorts. Religieus gezag met andere woorden wordt mede bepaald door niet-religieuze en niet-tekstuele bronnen. De drie genoemde predikers maar we zouden de lijst best langer kunnen maken, getuigen daar ook van. Abdul-Jabbar van de Ven geldt in zijn kring als één van de weinigen die de ‘waarheid hard durven te brengen, maar is volgens anderen weer juist te hard.’ Yassin el Forkani geldt onder jongeren als één van de weinigen die hen begrijpt, maar voor hem geldt dat de kritiek soms luidt dat hij te dicht bij de autochtone machthebbers staat. Tariq Ramadan geldt als verademing wegens zijn losse en gemoedelijke, maar toch intellectuele manier van optreden, maar anderen bekritiseren hem juist vanwege zijn uiterlijk en gedrag als ‘popster’. Tegelijkertijd laat ook de commotie rondom Abdul-Jabbar van de Ven en Tariq Ramadan zien hoe groot de maatschappelijke impact van hun optreden kan zijn.

Waarom religieus gezag niet zo belangrijk is
Er zijn echter ook redenen genoeg, op basis van mijn eigen onderzoek en dat van anderen in Nederland en de rest van Europa, om de invloed van religieuze gezaghebbers te betwijfelen. De genoemde discussie over de drie predikers maakt al duidelijk dat het veld van islamitische gezagsdragers aardig gefragmenteerd en versplinterd is; een ontwikkeling die niet nieuw is maar versneld en ge-intensiveerd is met de komst van satelliet televisie en internet. Vooral bij dat laatste lijken individuele jongeren nogal selectief te werk te gaan met het samenstellen van een eigen knip- en plak islam (wat overigens niet wil zeggen dat men maar wat doet en dat men een islam ontwikkelt die compleet los staat van de gangbare tradities). Tevens lijken jongeren een soort autonome ruimte te zoeken buiten de moskee, buiten de staat en buiten de eigen ouders. Dat maakt vooral de groep van leeftijdsgenoten belangrijker ten koste van die van de meer formele gezaghebbers; een gebruikelijk proces overigens onder tieners in het algemeen.

Met religieus gezag denken we, natuurlijk zou ik bijna zeggen, in de eerste plaats vooral aan imams en hoca’s in moskee-organisaties. De invloed van deze organisaties en meer in het bijzonder van de imams, is echter zwaar overschat. Imams worden vaak gezien als priesters of dominees en hen worden dan ook allerlei pastorale functies toegeschreven die men van oudsher helemaal niet heeft. U herinnert zich wellicht nog wel de affaire met imam El Moumni in 2001 die stelde dat homoseksualiteit een ziekte of afwijking was. Na het verzoek van Minister van Boxtel om een overleg met islamitisch Nederland, kwamen er zo’n 50 imams opdagen; alsof zij (zowel volgens het ministerie als volgens zichzelf) de meest voor de hand liggende, geschikte en representatieve vertegenwoordigers waren. Imams krijgen speciale inburgeringscursussen en speciale rollen toegewezen in het integratie-beleid en anti-radicaliseringsbeleid. Let wel, daar is op zich niks op tegen (hoewel de discussie over de scheiding kerk-staat natuurlijk wel op de loer ligt), maar we moeten echt hun invloed niet overschatten. De grote rol van de imam is namelijk deels toch echt typisch Nederlands; in België bijvoorbeeld hebben ze helemaal niet zo’n belangrijke rol dat is daar meer weggelegd voor islam leraren op scholen.

Vergeten wordt dat de daadwerkelijke macht vaak niet zozeer bij deze imams ligt, maar bij de moskeebestuurders. Kijken we naar deze moskeeorganisaties en ook naar de overkoepelende moslimorganisaties, dan vallen enkele zaken op. Allereerst hebben zij een ontzettend slechte reputatie onder veel (zeker niet alle) jonge moslims als zouden zij er alleen zitten voor status en subsidie. Dat doet naar mijn mening geen recht aan het vele goede werk van bestuurders, maar is wel een verwijt dat ook niet zomaar weggewoven kan worden. Het komt namelijk voort uit een vorm van onmacht die we bijvoorbeeld zagen in de periode van Fitna. Veel organisaties namelijk hebben zich toen namelijk vooral beziggehouden (zo lijkt het althans) met het rustig houden van de eigen achterban, in het bijzonder de jongeren. Niet helemaal onbegrijpelijk, maar deels wel onwenselijk omdat er geen ruimte was om hun ongenoegen op politiek-bewuste en/of creatieve wijze te uiten. Zo was er één moskee-organisatie die, tijdens openbare bijeenkomst, verbood dat mensen vragen stelden over Fitna uit angst voor onrust en ongenuanceerde uitspraken. Op die manier krijgen de organisaties de naam dicht tegen de Nederlandse staat aan te zitten, maar niet op te komen voor de moslimburgers van dit land.

Religieus leiderschap in een seculiere samenleving; het falen van de reguliere moslimorganisaties
Moslimorganisaties en –leiders zouden een veel pro-actievere rol moeten spelen als vertegenwoordigers van moslims. Daarbij dient men zich goed te realiseren dat de publieke ruimte voor debat de laatste jaren een fundamentele wijziging lijkt te ondergaan. Voortdurend staat de vraag centraal hoe onze publieke ruimte er uit moet zien en welke plaats religie daarin heeft en of het überhaupt wel een plek heeft. Dit spitst zich niet alleen toe op islam, ook al gaat het daar wel vaak over, maar ook op christelijke groepen. Er zijn zowel onder christenen als moslims groepen die zich niet neerleggen bij het idee dat religie een privé zaak zou zijn. Aan de andere kant zijn er groepen die, in hun ogen althans, de seculiere identiteit van Nederland proberen te verdedigen en zich daarbij vaak, maar niet uitsluitend richten op moslims bijvoorbeeld als het gaat om vrijheid van meningsuiting. Het gevolg is dat in die publieke ruimte verschillende groepen elkaar bestoken met claims op eigen identiteit, vrijheid van godsdienst en vrijheid van meningsuiting. Dit gaat gepaard met allerlei schijntegenstellingen zoals moslims die weerstand bieden aan wat zij zien als opzettelijke provocaties en beledigingen door niet-moslims versus niet-moslims die zich opkomen voor de vrijheid van meningsuiting door moslims. In beide gevallen lijken de genuanceerde tussenposities te verdwijnen: er is een wij-zij tegenstelling en mensen lijken het gevoel te hebben te moeten kiezen tussen twee partijen. Dat is het speelveld waarin moslimorganisaties, moslimleiders zich bevinden en waartoe ze zich moeten verhouden. Het gaat daarbij allang niet meer om uitwisseling van feiten en argumenten alleen. Als moslimleiders en organisaties denken dat zij er komen met meer uitleg over islam en het benadrukken van de positieve kant van islam (die er ontegenzeggelijk is) dan vergissen zij zich. Dat gaat voorbij aan het diepgewortelde gevoel van niet-moslims dat de eigen levensstijl onder druk staat door de opkomst van religie in het algemeen en islam in het bijzonder waardoor allerlei beperkingen die we in de jaren 50 hadden weer terug zouden komen. De veranderende situatie in Nederland vraagt een duidelijk standpunt van moslims over hun positie als moslim, als burger en eventueel als moslimburger in Nederland. Daar zullen jongeren en vrouwen bij betrokken dienen te worden en daarbij past een pro-actieve communicatie strategie en aanwezigheid, bijvoorbeeld op internet.
Wat is eigenlijk de positie van moskeeorganisaties en overkoepelende organisaties als het gaat om de positie van moslims in Nederland. Let wel, niet moslims als migranten of nakomelingen van gastarbeiders, maar als volwaardige burgers in Nederland. Dit is, zo is de indruk op basis van mijn onderzoek, volledig onduidelijk voor veel mensen. De overkoepelende organisaties (niet tegenstaande het vele nuttige werk waarvan ik weet dat zij dat ook doen) zullen zich daar op moeten bezinnen, zullen dat moeten uitdragen en zullen hun status als vertegenwoordigers van moslims in Nederland ook moeten leren verdienen. Doen zij dat niet, dan worden zij irrelevant voor de Nederlandse samenleving als geheel en moslimburgers (in het bijzonder jongeren en vrouwen) in het bijzonder.

Er waren diverse vragen en opmerkingen na de lezing. Ik licht er een paar uit. De drie genoemde gezaghebbende figuren zijn geenszins representatief. Zo zijn ze ook niet bedoeld en ze zijn ook niet representatief weer gegeven maar vooral zoals mensen ze kennen om aan te geven welke aspecten om de hoek komen kijken bij gezag (let wel, om gezag in het algemeen; zij zijn geen representanten van falend leiderschap). Naast religieus leiderschap gaat het zoals werd opgemerkt natuurlijk ook om politiek leiderschap. De vraag is echter of moslims daar (naar politici) kunnen blijven wijzen. Als men gaat wachten op politici die moslims moeten gaan ondersteunen, dan kan men lang wachten.

Optreden Multifestijn 2010 - Foto: SICN

Politici lijken zo gevangen te zitten in het keurslijf van het wij-zij denken en men lijkt zo bang te zijn om voor ‘theedrinker’ uitgemaakt te worden, dat er nauwelijks beweging in dat hele politieke islamdebat zit. Dat riep bij anderen de vraag op of mijn bijdrage niet erg pessimistisch en defaitistisch was; er is toch niks te doen tegen dat onbehagen. Dat is zeker niet de bedoeling van mijn bijdrage, maar de bedoeling was wel om de reguliere moslimorganisaties een spiegel voor te houden. Zo zijn er in de afgelopen diverse debatten geweest in de kranten en op blogs van moslims onderling over politiek en over de hoofddoek. Die debatten werden gevoerd door jonge moslims vanuit religieus en seculier perspectief. Waar waren de moslimorganisaties in dat debat? Hoe verhouden zij zich tot die onderwerpen die besproken zijn? Hun rol als vertegenwoordiger lijkt nagenoeg overgenomen te zijn door salafistische organisaties. Dat is op zich geen probleem ware het niet dat velen zich daar niet bij thuisvoelen en zich niet door hen vertegenwoordigd willen weten. De reguliere organisaties zoals CMO en SICN blijven teveel op de achtergrond. Waar is een pro-actieve mediastrategie? Waar is hun aanwezigheid op internet? Waar de overheid zich ten tijde van Fitna inspande om de gemoederen rustig te houden (om niet te zeggen om moslims koest te houden) deden deze organisaties daaraan mee. De vraag is of het verstandig is en getuigt van volwaardig burgerschap als men zo de agenda van de staat overneemt. Het emancipatorisch leiderschap waar Bal op duidde is niet aanwezig en de reguliere organisaties lijken dan ook volledig los te staan van de emancipatorische ontwikkelingen die zich wel degelijk voordoen onder salafistische en andere moslims.

Zie verder ook het verslag en de discussie bij het VKblog van Johanna Nouri.

0 comments.

Zembla zonder ontploffende spinnen – Deel 2

Posted on May 10th, 2010 by martijn.
Categories: Multiculti Issues.

Er is veel te doen over de uitzending van Zembla. Een bloemlezing: Leni Riefenstahl technieken, linkse omroepmisbruikende makers, taboedoorbrekend, olie op het vuur, journalistiek dieptepunt, adequaat, ontevreden, leugenachtig, nazi-hitserij, linkse journalistiek in overdrive, tunnelvisie, zeperd, dom en smakeloos en manipulatieve leugenachtigheid en misleiding van links!

Vandaag deel 2 van Zembla zoals het ook had kunnen zijn. In Deel 1 zagen we dat Wilders gebruik maakt van een ritualistische retoriek waarin hij bepaalde logische en gezond verstand veronderstellingen gebruikt (de openlijke vijand, de islam als dreiging met als voorbeeld de aanslagen) die zijn argumenten voorspelbaar maken en tevens een zekere geloofwaardigheid geven. Het schept een zodanige emotionele toestand dat mensen vinden dat zijn boodschap moeilijk te weerleggen is omdat het ‘nu eenmaal zo is’. Op die manier schept hij een beeld van de wereld die eigenlijk niet aangevallen wordt, maar juist versterkt wordt doordat mensen voortdurend stellen: ‘ja, maar we moeten natuurlijk ook niet ontkennen dat er reële problemen met migrantenjongeren zijn’. Bovenkerk’s punt is door de combinaties die Wilders maakt bijna ongeloofwaardig omdat het zo tegen die schijnbaar logische voorstelling van zaken in gaat:
Wilders, profeet van de angst: ZEMBLA

Bovenkerk. Mensen die overgaan in een geloof en daarmee allerlei bindingen aangaan met de conventionele samenleving, die bovendien het waarden en normenbesef mee krijgen van wat er in zo’n godsdienst aanwezig is, daar zal in het algemeen de criminaliteit lager zijn ja.

Maar daarmee niet onjuist. Het tegendeel is natuurlijk niet waar; mensen die religieus zijn, zijn niet persé minder crimineel, maar religiositeit is, zelfs onder de zogenaamde radicale moslims, wel degelijk een manier om bindingen aan te gaan met de samenleving.
Het interessante is dat Wilders dat zelf aanmoedigt en ook de radicalisering ervan aanmoedigt:
Wilders, profeet van de angst: ZEMBLA

J. Tillie, Politicoloog
Tillie Ik denk dat WIlders met zijn woorden de kans vergroot dat sommige moslims zouden radicaliseren. De kans dat je radicaliseert is groter als je je sociaal geïsoleerd voelt. Dus je het gevoel hebt dat je alleen staat in de wereld. En is ook afhankelijk van het gevoel dat je gediscrimineerd wordt.

Voiceover We zouden dit graag willen voorleggen aan de inlichtingendienst AIVD. Maar die wil niet reageren. Dat hindert niet. Want het is eigenlijk allang bekend.

[tekst in beeld] Zembla, 10 februari 2005
[titel in beeld] S. Van Hulst, voormalig hoofd AIVD
Van Hulst Ik denk ook dat we ons wel moeten realiseren dat de manier waarop wij soms in Nederland zeer extreem tegen de islam ageren, voor mensen die toch al wankel zijn aanleiding is om eerder te gaan in de richting van een radicaliserende opvatting dan zich te matigen.
Je zou kort en goed kunnen zeggen, we moeten zorgen dat jongeren van Noord Afrikaanse afkomst zich in Nederland gewoon thuis voelen. In Nederland zich welkom voelen.

Om het heel simpel te stellen; als Wilders e.a. vanalles uitkramen over islam, is het niet zo verwonderlijk dat moslims zich eens gaan verdiepen in de islam en zich daarbij mede laten leiden door de politieke situatie van het moment die mede door Wilders geschapen wordt.Die relatie is meervoudig. Wilders’ opmerkingen leiden tot meer aandacht voor publieke uitingen van islam, waardoor de indruk kan ontstaan dat deze ook toenemen. Het leidt er ook toe dat moslimorganisaties zich publiekelijk uitspreken en het zijn met name de zogenaamde radicale clubs die dat doen. Wilders schept een podium voor een publieke beleving van islam en het zijn vooral de ‘radicale’ moslims die daarop inspringen. Daarnaast gaat het om jongeren die uit frustratie, maar ook uit politieke bewustwording afkeren van wat zij zien als de dubbele moraal ten opzichte van moslims; een dubbele moraal waar in hun ogen Wilders een verpersoonlijking van is. Daaruit voortvloeiend, Wilders’ retoriek is de ideale en zeer vruchtbare retoriek voor radicale bewegingen om zich tegen af te zetten en hun, al dan niet radicale, boodschap verder te verspreiden. Deze relaties zijn weliswaar allemaal niet eenduidig, maar we hoeven ook niet te doen alsof radicalisering zomaar uit de lucht komt vallen of dat radicalisering een specifiek probleem is dat alleen voor moslims geldt. Europa wordt al jarenlang getroffen door radicale (seculiere) nationalisten, de VS en Afrika worden al jaren geteisterd door militante christenen die her en der de boel opblazen en slachtingen aanrichten. De stelling van Wilders e.a dat weliswaar niet alle moslims terroristen zijn, maar alle terroristen wel moslim, past dan ook in zijn retoriek maar is een regelrechte en gevaarlijke leugen.

Dat laatste wordt versterkt door de reactie van andere politici op Wilders die niet Wilders probleemanalyse aanvallen (wat zou ingaan tegen het waandenkbeeld van gezond verstand):
Wilders, profeet van de angst: ZEMBLA

Volgens politicoloog Jean Tillie leidt dat tot ongewone verschuivingen in het politieke spel.
[titel in beeld] J. Tillie, politicoloog
Tillie De gevestigde politieke partijen presenteren niet een eigen visie op die multiculturele samenleving.
Int. Ze gaan een beetje mee met WIlders.
Tillie Ja ze zijn bang om stemmen te verliezen. Waar zij falen in mijn ogen is dat zij naar dat electoraat van Wilders kijken en zeggen oh die mensen moeten we erbij trekken. Dat kan, maar dat doen ze op zo’n manier…
[verspringt, mist fragment]
Tillie … op een milde vorm te volgen.

[fragment Tweede Kamer]
L. Griffith Terwijl het land in brand staat, faciliteert u alleen maar.
Voorzitter Mag de toon een beetje rustiger?

Tillie De paradox is dat hij alleen maar extremer wordt, want hij moet zich dan nog meer onderscheiden van die politieke partijen.
[fragment Tweede Kamer]
H. Brinkman De PVV pleit ervoor dat indien in een buurt in Nederland straatgeweld van voornamelijk Marokkanen de kop opsteekt, het leger dient te worden ingezet.

Tillie Hij mobiliseert wantrouwen, hij mobiliseert angst en hij mobiliseert wantrouwen in, tegen de politieke elite.
Int. ja.
Tillie Dus hij moet zich blijven onderscheiden van die politieke elite.
Int. ja.
Tillie En als die politieke elite dus iets gaat doen wat een beetje lijkt op wat hij ook zegt, dan moet ie zich nog sterker gaan onderscheiden.
Int. ja.
Tillie Waardoor zijn woorden steeds extremer worden.

Het is niet zo dat Wilders niet tegengesproken wordt. Die bewering in Zembla is echt onzin. Probleem is wel dat anderen gevangen lijken te zijn in het denkraam van culturele integratie waardoor hun probleemanalyse nauwelijks verschilt van die van Wilders. Wilders’ retoriek leidt door de reactie van andere politici dus juist tot een escalatie. Dit zien we ook terug in zijn beeld over de Palestijns-Israëlische kwestie:

Wilders, profeet van de angst: ZEMBLA

Het zogenaamde conflict tussen Palestijnen en Israël is helemaal niet een conflict over land. Het gaat niet om stukjes land in Gaza, Judea of Samaria. Het is een ideologisch conflict. Niks anders. Het is een strijd tussen vrijheid en islam. Een strijd tussen goed en kwaad.

Wilders, profeet van de angst: ZEMBLA

Ik zou er heel erg voor zijn, natuurlijk vrijwillig, als heel veel Palestijnen ervoor zouden kiezen om de andere kant van de Jordaan over te steken, dat Judea en Samaria gewoon netjes bij Israël blijft zoals het hoort.

[ondertiteling] [Fragment Wilders Kopenhagen]
Wilders Wij geven het nooit op.
[ondertiteling] [Fragment Florida]
Wilders We geven nooit toe. We geven ons nooit over.
[ondertiteling] [Fragment Jeruzalem]
Wilders Samen zullen we winnen.

[tekst in beeld] De boodschap van Wilders
[fragment Tweede Kamer]
Wilders Mensen moeten worden gestimuleerd en nogmaals ik zei het al in mijn tien punten plan. We hebben een regeling waar mensen op grond van vrijwilligheid kunnen emigreren en er ook voor kunnen kiezen om Nederland te verlaten. Dus er is heel veel vrijheid maar er is 1 grens. En die grens is, dat als de islam zoals verwoord in de Koran als de mensen daar naar willen leven en daar geen afstand van willen doen, dna is er wat mij betreft geen plaats voor in Nederland.

De samenvoeging van deze fragmenten in Zembla suggereert dat Wilders van Nedeland een ‘zuiver Nederlands’ Judea en Samaria wil maken waar net als in de Palestijnse gebieden geen plaats is voor moslims en de islam:
Wilders, profeet van de angst: ZEMBLA

Wilders Het geloof meneer Pechtold, de islam, de islam is een gevaarlijke, kwaadardige
Stem dus..
Wilders ..ideologie
Stem goed,.. maar nu meneer Pechtold..
Wilders ….waar wat ons betreft…
Stem ..meneer Pechtold…
Wilders ..in Nederland geen plaats. Voor is..
Stem ..ja ja t is goed maar, maar nu is de heer Pechtold
Pechtold nee maar dit is nu even een hele duidelijke, want zo duidelijk hebben we nog niet, er is geen plaats in dit land voor het geloof de islam en u verbiedt het boek. Dat is wat u zegt.
Wilders Eh, eh verbied het boek,
Pechtold ja of nee?
Wilders verbied het boek. Nou ik ga over m’n eigen antwoord verbied het boek…

Wilders, profeet van de angst: ZEMBLA

Wilders Laten we onze straten terug veroveren, laten we zorgen dat Nederland er eindelijk weer uit gaat zien als Nederland.

Wilders, profeet van de angst: ZEMBLA

Wilders Tijd voor de grote schoonmaak van onze straten. Als onze nieuwe Nederlanders zo graag hun liefde voor deze zevende eeuwse woestijn ideologie willen tonen dan moeten ze dat maar doen in een islamitisch land maar niet hier, niet in Nederand.

In hoeverre deze oorlogszuchtige retoriek verantwoordelijk is voor het lastigvallen en uitschelden van moslima’s met hoofddoek of niqab, vernielingen, bekladdingen en brandstichtingen bij moskeeën is onduidelijk hoewel de reeks best indrukwekkend is inmiddels. De relatie met incidenten waar radicaal-rechtse jongeren bij betrokken zijn is eveneens onduidelijk hoewel politie en onderwijs meer problemen daarmee ervaren dan met radicale moslimjongeren. Het schept wel een klimaat van dreiging en intolerantie die uit de hand kan lopen:
Wilders, profeet van de angst: ZEMBLA

Mocht het ooit tot rassenrellen komen, wat ik dus echt niet wil, dan hoeft daarvan niet bij voorbaat een negatieve werking uit te gaan

Dit is het volledigere fragment van de quote:

Wilders noemt de islam een achterlijke cultuur en wil zo scherp varen om ‘rassenrellen’ te voorkomen. “Mocht het ooit tot rellen komen, wat ik dus echt niet wil, dan hoeft daarvan niet bij voorbaat een negatieve werking uit te gaan… Met die rellen schudt de samenleving de politiek wakker en dwingt haar alsnog daadkrachtig in te grijpen.

Inderdaad het kan ook een zuiverende werking hebben; een zodanig klimaat dat moslims ‘vrijwillig’ vertrekken eventueel aangemoedigd door Wilders’ oprotpremie en zijn beleid van werken of wegwezen.
Wilders, profeet van de angst: ZEMBLA

Voiceover Gaan de mensen nu door Wilders anders met elkaar om? In Groesbeek is een buschauffeurs bezig met moslims te treiteren.
[tekst in beeld] ”wacht maar tot na de verkiezingen op 9 juni. Dan wordt alles anders en gooien wij jullie buitenlanders eruit”.

Voiceover Is dit het effect van de woorden van Wilders? We bellen rond bij anti discriminatie bureaus. Maar de meeste houden dit soort informatie niet expliciet bij. EN tohc.
[titel in beeld] B. Otjes, meldpunt discriminatie Leeuwarden
Otjes Toen de gemeenteraadsverkiezingen zijn geweest, toen de PVV in Almere en Den Haag heel veel gewonnen heeft, zijn er in die dagen daarna zijn er een klein aantal mensen bij ons gekomen en die hebben gezegd van nou ik heb daar opmerkingen over te horen gekregen. Bijvoorbeeld een opmerking van nou wacht maar tot de landelijke verkiezingen zijn geweest. Dan komen wij aan de macht en dan kunnen jullie je koffers pakken.
Int. Het wordt grimmiger tussen mensen op straat?
Otjes Ja grimmiger in de zin van dat mensen zich gelegitimeerd voelen om dingen te zeggen die, die beledigend zijn. En zich vaak niet realiseren wat dat doet met een ander.
[titel in beeld] G. Ankoné, meldpunt discriminatie Den Haag
Ankoné Nou wat we in ieder geval zien is dat in 2009 het aantal klachten en meldingen enorm is gestegen. 70 procent ten opzichte van het jaar daarvoor.
Int. 70?
Ankoné 70 procent. Ja.
Nou als we bijvoorbeeld kijken naar het aantal klachten over religie zijn t afgelopen jaar verdubbeld. Een voorbeeld van zo’n klacht is inderdaad dat mensen in de woonomgeving die bij elkaar in de buurt wonen elkaar eh, ruzie krijgen soms over iets heel anders. En dan wordt bijvoorbeeld het geloof erbij gehaald en dan al snel is het de moslims die het land uit moeten en de mensen die dat doen die rechtvaardigen zich dan toch een beetje met van ja dat is nou eenmaal normaal in de huidige omgangsvormen, dat doen politici en dan mogen wij dat ook.

[fragment TV Noord, 18 maart 2010]
Presentator De moskee in de stad Groninger wijk Selwerd is deze week met bloed besmeurd. Ook werden bij de moskee de ingewanden en de kop van een wild zwijn aangetroffen.

Dat datum van 9 juni als begin van de revolutie? Sommige mensen onder wie redactieleden van Geenstijl denken en hopen van wel. Wat wordt daarmee eigenlijk gesteld:
Wilders, profeet van de angst: ZEMBLA

Voiceover Wat is de boodschap die hier wordt uitgedragen? Ton Zwaan was getuige deskundige in het proces tegen Milosevic. Hij ziet parallellen tussen de uitspraken van Wilders en wat er is gebeurd op de Balkan.
Zwaan Karadzic heeft een zeer grote hoeveelheid uitspraken gedaan aan het eind van de jaren tachtig en begin van de jaren negentig, dus voor het daadwerkelijk gewelddadig conflict.
[titel in beeld] T. Zwaan, historicus/socioloog
Zwaan Waarin die moslims neerzet als inferieure wezens. Dat zijn eigenlijk geen mensen zoals de oprechte, gezonde Serven. Moslims neerzetten als mensen waar onder geen enkele voorwaarde mee te leven is, moslims als mensen die verdreven moeten worden uit gebieden die de Serviërs voor zichzelf opeisten. Daar zit een hele duidelijke structurele parallel met sommige dromen van de heer Wilders, die ook in het buitenland heeft gezegd dat ie we eens droomt over dat er een oorlog zou komen. Dat vind ik heel dubieus.
Int. Ja. Waar staat dat in uw ogen voor, dat gene wat hij betoogt?
Zwaan Dat zijn de dromen van iemand die denkt in termen van etnische zuivering. Dat zijn de dromen van iemand die denkt, buitenlanders, vreemdelingen, moslims. Die kunnen we verwijderen uit Nederland.

Voiceover Dat roept de angstige vraag op of het denkbaar is dat de woorden van Wilders ook in Nederland kunnen leiden tot etnisch geweld.
In Parijs woont professor Jacques Semelin. Hij heeft onderzocht wat er moet gebeuren voordat mensen uiteindelijk overgaan tot bloedvergieten.
[ondertiteling]
Semelin Ik weet niks van de politieke situatie in Nederland. Ik kan u alleen vertellen over m’n eigen onderzoek naar geweld.
Voiceover Semelin concludeert daarin dat geen enkel land gevrijwaard is tegen etnisch geweld. Wat daarvoor nodig is, is een economische crisis, een immigratieprobleem en een politicus die daar zondebokken voor aanwijst.
[titel in beeld] J. Semelin, historicus/politicoloog
Semelin In hun uitspraken, die behoorlijk extreem kunnen zijn, zal het draaien om identiteit. Zij of wij. Dat is de basis. Bijvoorbeeld we moeten ons verdedigen tegen een of andere groep en onze identiteit doen gelden.

Met andere woorden er is geen directe, causale relatie tussen aan de ene kant etniciteit, religie en cultuur en aan de andere kant geweld en onderdrukking. De vergelijkingen met Milosevic en Hitler mogen zwaar over de top zijn (Wilders is geen anti-semiet, roept niet – direct – op tot geweld, enz.). Waar het in die vergelijkingen om gaat is het volgende. Er is geen causale relatie tussen islam en geweld noch een causale relatie tussen Nederlandse cultuur en geweld. Daar zijn politieke entrepeneurs voor nodig die een vijandsbeeld scheppen, het idee dat de eigen levensstijl in bedreigd wordt moeten verheffen tot ‘common sense’ door het scheppen van een vijandsbeeld waarin de multi-dimensionaliteit van menselijke relaties wordt vereenvoudigd en gereduceerd door één dimensie allesoverheersend te maken. De Zembla docu maakt duidelijk hoe Wilders dat doet: door opruiende taal, leugens, halve waarheden en regelrechte oplichting en eenzijdige spookbeelden. Die ontploffende spin leidt alleen maar af.

0 comments.

De betwiste vrijheid van meningsuiting

Posted on May 6th, 2010 by martijn.
Categories: ISIM/RU Research, Multiculti Issues, Public Islam.

1. VvM betwist maar niet bedreigd

Wie durft tegenwoordig te pleiten voor het afschaffen van de vrijheid van meningsuiting? Enkele jaren geleden waren er her en der nog pleidooien te horen om de vrijheid van onderwijs af te schaffen en zelfs het verbod op discriminatie. Een enkeling durfde het zelfs aan om te bepleiten de vrijheid van religie maar af te schaffen. Dat heb ik bij de vrijheid van meningsuiting nog niet gehoord. Natuurlijk er zijn pleidooien om de vrijheid van meningsuiting te beperken, maar zelfs degenen die daartoe het lef hebben, komen woorden tekort om te benadrukken hoezeer zij houden van en belang hechten aan de vrijheid van meningsuiting. Het principe van de vrijheid van meningsuiting staat daarmee als een huis en zelfs de sterkste orkaan lijkt het niet omver te kunnen blazen. Integendeel, voortdurend wordt benadrukt dat de vrijheid van meningsuiting de kern is van onze democratie, meer nog van onze cultuur, Westerse waarden en identiteit.

Nou is de vrijheid van meningsuiting een transcendent begrip; het verwijst niet naar iets concreets, maar naar iets abstracts, iets dan groter is dan onszelf en tegelijkertijd de kern vormt van ons bestaan in het alhier. Om het concreet en tastbaar te maken en daarmee open voor betekenisgeving (en de betwisting daarover) heeft de vrijheid van meningsuiting martelaren gekregen in de personen van Pim Fortuyn en Theo van Gogh. De vrijheid van meningsuiting heeft haar reeks van heilige iconen; namelijk de Mohammed Cartoons. Kenmerk van iconen is dat zij niet zomaar staan voor de vrijheid van meningsuiting, maar dat zij de vrijheid van meningsuiting zelf zijn geworden en, omgekeerd, dat hun kenmerken ook weer de kenmerken zijn geworden van de vrijheid van meningsuiting. Natuurlijk is er censuur, maar probeer zelf even een afbeelding van de profeet Mohammed-in-berenpak van South Park te vinden. Het kostte mij 50 seconden. South Park speelde zelf al, geniaal, met zelfcensuur door de profeet niet te laten zien maar hem een berenpak aan te trekken. Die zelfgecensureerde afbeelding van de profeet werd vervolgens gecensureerd en is overal terug te vinden. Wat een zege voor de vrijheid van meningsuiting en wat een lange neus. Die martelaren en iconisering zijn belangrijk zoals gesteld want daarmee wordt de vrijheid van meningsuiting open voor betekenisgeving en tegelijkertijd ook voor twisten over die betekenisgeving. Vooral liberale secularisten lijken daarbij de opvatting te huldigen dat vrijheid van meningsuiting iets is dat geclaimd kan worden in plaats van toegekend. Maar als de claim van een absolute vrijheid van meningsuiting (dus zonder grenzen) tegenover die van anderen wordt gesteld die een nagenoeg onbeperkte vrijheid van godsdienst claimen of een onbeperkt verbod op discriminatie, dan zal dat debat alleen maar leiden tot patstellingen in plaats van oplossingen.

2. Gevalletje censuur en DeJaap

Een recente discussie DeJaap naar aanleiding van een gevalletje censuur van de South Park aflevering met de profeet Mohammed is exemplarisch. Dit gevalletje censuur gebeurde na dreigementen door radicale moslims…twee om precies te zijn. Joep Smaling stelde daarbij het volgende:
Een langzame knieval | DeJaap

De bewijzen stapelen zich op: bijna iedere dag vindt er wel ergens een zelfmoordaanslag plaats. Criticasters als Wilders, Hirsi Ali, Westergaard, Rusdie en nu zelfs de makers van South Park, moeten en zullen buigen voor de wetten van de radicale islam. De critici krijgen keer op keer gelijk. Maak in een cartoon duidelijk dat de islam velen tot geweld inspireert en je krijgt een golf van haat over je heen. Het pijnlijkste: de rij van bange politici en intellectuelen die zelfcensuur toepassen (onder het mom van ‘moraliteit’) en diegenen die dat niet doen en bedreigd worden, wordt steeds langer.

Verzet
Wat is de toekomst van het vrije woord? Overheden kunnen moeilijk iedereen met een pittige mening gaan beveiligen. Daar ligt de oplossing niet. De enige uitweg, het enige verzet dat vruchtbaar zal blijken, is massale solidariteit. Een enkel moedig individu dat de islam openbaar durft te kritiseren is weerloos en een makkelijk doelwit. Wordt het massaal gedaan en tonen media en andere partijen onderlinge verbondenheid, dan hebben de barbaren geen kans. Of toch wel: eventueel kunnen ze hun acties uitbreiden, bomaanslagen plegen, nog meer dood en verderf zaaien. Dan zal het leger moeten optreden. Het westen heeft maar een keuze: solidair verzet of knielen, een middenweg is er niet.

In feite roept Smaling daarbij op tot solidariteit met de bedreigden of zelfs oorlog tegen de ‘vijfde colonne’ die volgens hem daadwerkelijk actief is in Nederland bijvoorbeeld in de Moslimbroederschap. De reactie, ook op De Jaap, van Linda Duits was spot on:
Ultralinkse socioloog weigert weg te kijken | DeJaap

Het stuk van Joep Smaling is debiel vanwege de gechargeerde samenvoegingen die het bevat. Mensen die zeggen dat vrijheid van meningsuiting niet betekent dat je respect en fatsoen moet laten varen, worden door Smaling weggezet als tegenstanders van die vrijheid van meningsuiting. Hij noemt ze medestrijders van radicale islamieten. Hij maakt geen onderscheid tussen Islam en radicale Islam, tussen orthodoxe en militante Moslims. De aanwezigheid van Het Moslimbroederschap in Nederland is voor hem bewijs dat de vijand die Islam heet er in slaagt de Westerse samenleving van binnenuit uit te hollen.

Het stuk is onzinnig vanwege die apocalyptische visie op de staat waarin vrijheid verkeert in Nederland. Naast het feitelijk maken van een vijfde colonne, doet Smaling alsof er in Nederland een taboe heerst op zeggen wat je denkt. Critici van Islam zouden hun hoofd buigen en hun mond houden. Smaling zelf is als dat kleine dorpje in Gallië echter dapper. Hij durft wel nou eindelijk eens te zeggen waar het op staat. Applaus voor Smaling, ridder van het vrije woord. Smaling doorbreekt echter helemaal geen taboe. Op vele plaatsen spreken mensen dezelfde angst uit als Smaling. Op vele plaatsen wordt de Islam bekritiseerd. De vrijheid van meningsuiting wordt in Nederland uitgebreid verdedigd en besproken. Dat deze een farce zou zijn is niet waar.

Wat Smaling inderdaad doet is de vrijheid van meningsuiting verbinden aan de ‘ons’ categorie en intolerantie aan de ‘zij’ categorie: moslims. Daarmee hanteert hij een opvatting van de vrijheid van meningsuiting die als een recht dat geclaimd kan (en moet) worden in plaats van iets dat toegekend kan worden om een arena van vrije discussie te genereren en gewelddadige conflicten te voorkomen. Opvallend is daarbij dat destijds het publiceren van de Mohammed cartoons op basis van de vrijheid van meningsuiting juist leidde tot enkele gewelddadigheden in het Midden-Oosten. Verbonden met die vrijheid van meningsuiting als claim is het punt dat zowel religieuzen als secularisten de publieke ruimte betreden met claims van hun eigenheid, in het geval van Smaling en anderen is de vrijheid van meningsuiting centraal in die eigenheid. Daar horen moralistische claims en eisen bij zoals een teken van moslims dat zij hun loyaliteit aan de vrijheid van meningsuiting betuigen en daarmee aan ‘onze’ waarden en zo het sein afgeven dat zij aan de ‘goede’ kant staan. De vrijheid van meningsuiting krijgt daarmee totalitaire trekjes en komt los te staan van de oorspronkelijke bedoeling van vreedzame conflictbeslechting en kritisch debat in een open democratie. Zo stelde Hirsi Ali naar aanleiding van de rustige reacties van moslimorganisaties op de film Fitna:
Fitna is een blamage voor het kabinet – Opinie – de Volkskrant

Fitna heeft zijn waarde al bewezen. En het blijft niet bij de wijze woorden van Aboutaleb alleen; andere islamitische groepen in Nederland zijn al bezig een tegenfilm te maken. Een tegenfilm, geen bloedvergieten! Woorden met woorden, beelden met beelden. Provocatie werkt dus.

Zes jaar geleden vond Aboutaleb kritische vragen over de islam ‘pissen in het eigen nest’. En nu spreekt hij de enige juiste woorden. Zonder provocerende vragen te stellen, hadden we dit nooit bereikt.

Het afwijzen van kritiek op islam is dus fout en Aboutaleb’s reactie laat zien dat hij dat geleerd zou hebben na de vele provocaties. Of, zoals een reaguurder op Geenstijl recent zei, bek houden en eelt kweken. De vrijheid van meningsuiting wordt ingezet om moslims de mond te snoeren in een situatie, mede geschapen door de zogenaamde islam-critici, waarin de wij-zij tegenstelling hoogtij viert. Dat verklaart waarschijnlijk mede de denigrerende reacties aan het adres van Linda Duits, niet in het minst door Joep Smaling zelf in zijn repliek:
Een langzame knieval (2) | DeJaap

Zoals een collega erudiet omschreef: daarvan moet ik in een hoekje gaan staan kotsen. Puur uit onbegrip en machteloosheid. Als ik een radicale islamiet was zou ik nu hele nare dingen met Linda willen doen, er zijn veel precedenten die tot de verbeelding spreken, maar dat ben ik niet. Ik kan een betoog gaan houden en argumenteren tot ik blauw zie, maar waarom zou ik niet gewoon de feiten laten spreken? Daaraan vooraf wil ik – genuanceerd als ik ben – toevoegen: feiten hebben duiding nodig en moeten in de context geplaatst worden. Toch neemt dat niet weg dat concrete aanvallen op het vrije woord alomtegenwoordig zijn.

[…]

Ik kan natuurlijk nog even doorgaan, maar ik hoop dat mijn punt duidelijk is. De vrijheid van meningsuiting staat onder druk. Natuurlijk zijn er ook bedreigingen geuit door niet-moslims. Ook zij brengen het vrije woord in gevaar. Zelfs Wilders, met zijn domme oproep de Koran te verbieden, is een bedreiging voor de vrijheid van meningsuiting.
Is mijn visie apocalyptisch? Misschien, maar is de werkelijkheid en de toekomst van het vrije woord niet in gevaar? Zeer zeker. Wil je dat ontkennen? Prima, maar besef wel dat je de vrijheid van meningsuiting in de rug steekt.

Er vierkant achter staan
Natuurlijk zegt Duits: “Dat doet niets af aan het belang die vrijheid van meningsuiting te beschermen. Het doet niets af aan het belang doodsbedreiging te veroordelen. Ik sta daar vierkant achter.” Het is een nogal aparte manier van er vierkant achter staan. Het is tegelijk een hele typische manier van ‘er achter staan.’ Op die manier staan heel veel mensen ‘achter’ de vrijheid van meningsuiting. Het is het bagatelliseren van de feiten, het in de steek laten van die vrijheid, het voor lief nemen van die vrijheid en maar niet willen inzien dat die onder druk staat.

In feite wordt daarmee de integriteit van Duits in twijfel getrokken; een nogal laag bij de grondse streek voor iemand die inderdaad zeer eenzijdig het probleem bij de moslim legt. Als Smaling serieus zou zijn geweest in zijn verdediging van de vrijheid van meningsuiting had hij ook de dreigementen richting Abdul-Jabbar van de Ven meegenomen, de pogingen om Khalid Yasin het spreken onmogelijk te maken, de geslaagde poging om Tariq Ramadan eruit te werken, de inmiddels indrukwekkende reeks van brandstichtingen van moskeeën, het feit dat ik (schreef de gek) schijnbaar geen lezing op de VU kan houden zonder dat er extra beveiliging moet zijn vanwege reacties uit radicaal-rechtse hoek of het feit dat Geenstijl bewust naar mijn en andere websites linkt om die plat te leggen, de oproepen in het verleden om de AEL te verbieden (alvoor die in Nederland gevestigd was), het uitzetten van imams omdat hun preken onwelgevallig zouden zijn, de commotie over de ‘banned frank’ kaart van boomerang, de veroordeling in het parlement van de politie die het gewaagd had om een student te arresteren die jihad-vlaggen weg had gehaald en zo kunnen we nog wel even door gaan. Niets van dat alles. Met name de controverse over de jihad-vlaggen en Anne Frank tonen aan dat ook aan seculiere zijde mensen beledigd kunnen worden en actie ondernemen om hun gevoel maatgevend te maken voor wat er in een publieke ruimte te zien of te horen mag zijn. Of zijn die inperkingen van de vrijheid van meningsuiting wel legitiem? En wat te denken van andere vormen van beperking zoals de wetgeving over copyright, sex met kinderen, belediging, smaad en laster enzovoorts.

3. Vrijheid van Meningsuiting uit balans

De grootste bedreiging voor de vrijheid van meningsuiting zijn niet zozeer de radicale moslims met (hun dreiging van) geweld; zij maken de waarde van de vrijheid van meningsuiting als heilig symbool alleen maar sterker. De grootste bedreiging wordt gevormd door degenen die de wij-zij tegenstellingen aanwakkeren door eerst over de kook te raken van dreigementen van twee moslims en vervolgens alle moslims daarvoor verantwoordelijk te maken. Zij sluiten hen buiten sluiten van onze morele gemeenschap en iedereen die een tussenpositie in neemt (of geen positie) wordt ingedeeld in het kamp van de vijand die uiteindelijk met geweld bevochten dient te worden.

De controverse die iedere keer ontstaat na publicatie van een van de Mohammed cartoons of ditmaal South Park (of de censuur daarop) is dan ook niet alleen te herleiden tot gekwetste gevoelens over de bespotting van een profeet die als dierbaar gezien wordt, maar ook tot pogingen van ‘verlichte Westerse denkers en staten’ om moslims en hun gevoeligheden te onderwerpen. Dit laatste zorgt ervoor dat er vaak een veel grotere groep moslims zich druk maakt in die controverse dan die enkele militante activist. Controverses zoals deze zijn onderdeel van een veel breder conflict over de inrichting en aanzicht van de public sphere waarbij militante religieuze groepen zich weigeren neer te leggen bij het idee dat religie privé hoort te zijn en secularisten zich beijveren tot een homogenisering van de public sphere door verdergaande secularisering en het eisen van loyaliteit aan een ideale voorstelling van wat westerse seculiere waarden zouden zijn.

Dat grondrechten (bijv. de vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst en het verbod op discriminatie) voortdurend botsen, is geen probleem. Sterker nog, dat is het hele idee. Het gaat juist om het in balans houden van de verschillende rechten die mensen hebben en er voor te zorgen dat geen van de rechten absoluut wordt ten koste van de ander. Die erkenning lijkt er nauwelijks te zijn in het verhaal van mensen als Smaling. Integendeel er hoeven maar twee moslims iets te roepen over een televisieprogramma en men ervaart een zoveelste frontale aanval op de vrijheid van meningsuiting. Smaling manoeuvreert zich daarmee in de positie van slachtoffer, de onderliggende partij, precies zoals die twee radicale moslims die protesteerden tegen deze South Park aflevering ook deden. Het is van beide zijden een tactiek in de publieke discussies die voorkomt dat men inhoudelijk moet in gaan op elkaars zaak (en daarmee onvermijdelijk nuances gaat aanbrengen zoals Linda Duits wel doet). Het is een tactiek die ertoe leidt dat de mening van de ander irrelevant wordt als zijnde een kwestie van intolerantie, haat, angst en irrationeel gedrag; niet de moeite waard om mee te discussiëren. Dit maakt de vrijheid van meningsuiting tot een volledig leeg en overbodig begrip; daar zit wel degelijk een dreiging dus voor de vrijheid van meningsuiting. Temeer omdat seclaristen een overheid achter zich hebben die wel degelijk vooral (maar zeker niet alleen) moslims de dupe maakt van een bestrijding van radicale ideeën (bijvoorbeeld door de uitzettingen en politici die proberen bepaalde geestelijke leiders tegen te houden, het burqa/niqab verbod, veroordelingen tot terrorisme mede op basis van het hebben van jihad-lectuur). Dat maakt hen gevaarlijker voor de vrijheid van meningsuiting dan die twee moslims die boos waren over South Park.

Ik schreef al eerder over een stuk naar aanleiding van de genoemde discussie op DeJaap; ook de status van sociaal-wetenschappelijke kennis kwam daar namelijk aan bod. Daar kunt u HIER over lezen.

0 comments.

Zembla zonder ontploffende spinnen – Deel 1

Posted on May 3rd, 2010 by martijn.
Categories: Multiculti Issues.

Er is veel te doen over de uitzending van Zembla. Een bloemlezing: Leni Riefenstahl technieken, linkse omroepmisbruikende makers, taboedoorbrekend, olie op het vuur, journalistiek dieptepunt, adequaat, ontevreden, leugenachtig, nazi-hitserij, linkse journalistiek in overdrive, tunnelvisie, zeperd, dom en smakeloos en manipulatieve leugenachtigheid en misleiding van links! Zembla hanteerde methoden die we terug kunnen vinden in films als Fitna en Der Ewige Jude om duidelijk te maken hoe Geert Wilders de angst voor islam exploiteert en wat hem dat oplevert. Laten we nu deze Wilders docu eens strippen van alle ongein en focussen op twee zaken: zijn uitlatingen in de docu en de uitspraken van deskundigen.
Wilders, profeet van de angst: ZEMBLA

Moslims kunnen de teksten in de Koran die eeuwig gelden voor alle moslims, ook vandaag de dag nog beschouwen als een license to kill. Wat zou ik trots zijn als de Nederlandse Tweede Kamer een keer zou zeggen we wachten niet af en we gaan die zieke ideologie, die foute godsdienst de Islam en dat boek de Koran wat oproept om verschrikkelijke dingen te doen met mensen, met christenen, met Joden, met vrouwen met noem maar op, ‘t staat er allemaal letterlijk in, we gaan er voor zorgen dat dat niet meer in de hoofden van de mensen komt en ook niet meer in de moskee wordt voorgelezen door iemand, een imam die zegt dat het ook nog de waarheid en het ware woord van God is. Als we dat nou eens zouden voorkomen, dan zou Nederland er toch zo veel beter uitzien.

Let goed op wat Wilders hier zegt. Allereerst interpreteert hij de Koran als een license to kill. De Koran zou moslims een vrijbrief geven om te moorden. Nou is het zonder meer waar dat de Koran diverse citaten bevat die uitgelegd kunnen worden als een oproep tot geweld of op z’n minst denigrerend zijn ten opzichte van ongelovigen. Dat gebeurt echter vrijwel altijd in een context van oorlog en strijd en op het moment dat de strijd luwt aan de kant van de ongelovigen dienen ook moslims hun strijd te staken. Prof. Leemhuis die een gezaghebbende vertaling heeft gemaakt van de Koran stelt het volgende:
Wilders, profeet van de angst: ZEMBLA

Stem “Maakt voorbereiding tegen hen met wat gij kunt aan kracht en paardenvolk. Om daarmee te terroriseren. Te terroriseren Allah’s vijand en uw vijand. ”

Voiceover Bij dit citaat gaat het erover wat je moet doen als je bondgenoten je verraden. Maar Wilders laat de zin weg die daar direct op volgt.
Leemhuis “En als zij geneigd zijn tot vrede, wees daar dan ook toe geneigd…”
[titel in beeld] F. Leemhuis, arabist/islamoloog
Leemhuis Als ze dan geneigd zijn tot vrede, moet je dus vooral niet doorgaan. Nou dat is dus precies het omgekeerde van wat er gesuggereerd wordt in Fitna.

[tekst in beeld] Bron: Muntzvandewint.com
Wilders In 1 vers staat het woord terroriseren.
Int. ja
Wilders ja dat zie je in anderen niet maar dat is het Arabische woord [toerhibor] en dat zie je ook als dat wordt gereciteerd, dat betekent echt terroriseren.

Leemhuis Terrorisme is een modern begrip wat niet voor het begin van de 19e eeuw zich voordoet. Staat er ook niet. Er staat gewoon vrees aanjagen. En verder niks.

[tekst in beeld] Koran Soera 47, vers 4
Stem ”Wanneer gij dus een ontmoeting hebt met hen die ongelovig zijn, houwt dan in op de nekken. En wanneer gij onder hen een bloedbad hebt aangericht, bindt hen dan in boeien. ”

Leemhuis “Wanneer jullie hen die ongelovig zijn, in de strijd ontmoeten” , dat wordt ook even weggelaten dat het gaat over in de strijd ontmoeten, dus wanneer je met ze vecht, slaat hen dan dood. ”Maar wanneer jullie dan de overhand over hen verkregen hebben, boeit hen dan stevig vast. Hetzij om hen later als gunst vrij te laten, hetzij om hen los te laten kopen wanneer de lasten van de oorlog zijn afgelegd. Zo is het.”.
Int. Dit is oorlogsrecht. Dit gaat niet over ongelovigen op straat.
Leemhuis nee. Nee ook hier weer is precies hetzelfde het geval. Wat lijkt een uitnodiging tot ongelimiteerd geweld te zijn, als je de context er helemaal bij neemt, dan is het precies het omgekeerde. Geweld, wanneer er gevochten wordt, maar o wee je bent fout als je geweld gebruikt wanneer er niet meer gevochten wordt.

[tekst in beeld] Koran, Soera 4, vers 56
Stem ”Zij die ongelovig zijn in onze tekenen zullen wij in een vuur laten braden en telkens als hun huid gaar gebakken is vervangen wij die door andere huid opdat zij de bestraffing proeven, Allah is machtig en wijs.”
Leemhuis Dat vers gaat over wat er met de ongelovigen gebeurt als zij gestorven zijn en in de hel zijn.
Int. En het gaat niet over wat je moet doen met ongelovigen.
Leemhuis Nee, dat helemaal niet.
Int. Dit, dit is een beeld van de hel.
Leemhuis De context is hier echt overduidelijk, in het hele verset, het gaat echt om een beschrijving van wat zich afspeelt na de dood van mensen die ongelovig zijn geweest.

Voiceover En zo maakt Leemhuis gehakt van alle Koran citaten uit Fitna. Met zo’n kinderlijk gemak dat je je afvraagt wat Wilders heeft bezield.
Leemhuis Of hij heeft ‘m niet gelezen en heeft aan iemand gevraagd, wil je mij een paar vreselijke passages uit de Koran bedenken of opschrijven. Of hij heeft ‘m wel gelezen en dan heeft ie er niets van begrepen.

Int. De Koran wordt gezien als het woord van God en dan is er toch ook wel het gevaar dat niet alleen mensen als Wilders maar ook heel veel moslims de koran verkeerd interpreteren en ook dus zelf daar ook een legitimering in zien voor geweld?
Leemhuis ja. Door stukken uit hun verband te halen kun je tot verkeerde conclusies komen, dat is inderdaad mogelijk. Maar dat is, dat weten we maar al te goed, dat is bij de meeste heilige geschriften kan dat.

De offensieve jihad is door vooraanstaande islamgeleerden als Qaradawi tot overbodig verklaard en de defensieve jihad met zoveel voorwaarden omkleed dat het aardig vergelijkbaar is met de rechtvaardige oorlogstheorie van Augustinus en Thomas van Aquino; het is deels gericht op een beteugeling met betrekking tot oorlog zoals ook Hugo de Groot heeft bepleit. Iemand als Bin Laden heeft echter de jihad-doctrine zo ver opgerekt dat er nauwelijks nog mensen zijn die in zijn optiek geen oorlogszuchtige ongelovigen zijn. Het gaat juist deels om die interne spanningen over de interpretatie van de Koran die het gedrag van sommige moslims mede-bepalen. Het is volkomen, maar dan ook volkomen onzinnig, om de Koran te analyseren (laat staan zelf te interpreteren) om iets van het gedrag van moslims te kunnen begrijpen. Mijn analyse van Fitna toont aan dat Leemhuis nog vriendelijk is over Wilders.

Voorts wil Wilders verder gaan dan het verbieden van de Koran. Hij wil voorkomen dat de Koran in de hoofden van mensen komt; met andere woorden het (ongeuite) gedachtengoed van mensen controleren. Zijn anti-islam boodschap is daarom zonder meer totalitair te noemen.
Wilders, profeet van de angst: ZEMBLA

Dat is een minister onwaardig. Daarmee maakt hij zich in feite een politieke handlanger van Mohammed [Boujeri] door mee te werken aan een klimaat van haat en van woede tegen de PVV.

Wilders, profeet van de angst: ZEMBLA
Dat was een reactie op een aanval van minister Van der Laan en van D66 leider Pechtold op Wilders. Die kwalificatie mag een ieder voor zichzelf op waarde schatten.

Iedereen past zich aan onze dominante cultuur aan. Wie dat niet doet, is hier over twintig jaar niet meer. Die wordt het land uitgezet

Ook hier zien we een totalitair trekje. Iedereen, (dus ook niet-moslims?), past zich aan de dominante cultuur. Een inkoppertje is natuurlijk dat we door toenemende individualisering en fragmentering van de maatschappij nauwelijks nog kunnen spreken over dominante cultuur. Waarschijnlijk bedoelt Wilders hier zijn idee van de Nederlandse/Westerse cultuur die superieur zou zijn ten opzichte van de islam en doelt hij in het bijzonder op emancipatie van de vrouw, seksuele vrijheid en vrijheid van meningsuiting. Dat is echter vooral anti-islam gericht. U zult Wilders zelden of nooit kamervragen horen stellen over de behandeling van homo’s of vrouwen door christenen of anderen. Wilders’ idee van dominante cultuur is er één die anti-islam is, een cultuur die gezuiverd is van islam. Wilders stelling dat hij zich alleen op islam richt en niet op moslims is onzinnig. Wanneer we kijken naar zijn recente verkiezingsprogramma zien we bijvoorbeeld dat hij de migratie uit moslimlanden onmogelijk wil maken en dat hij niet alleen criminelen wil strippen van hun Nederlandse nationaliteit en uitzetten, maar ook werkeloze vreemdelingen: ‘werken of wegwezen’. Dat hij zich ook op moslims richt blijkt ook uit de volgende quote:
Wilders, profeet van de angst: ZEMBLA

Over twintig jaar zitten ze overal.(..) we verkopen ons land aan de duivel die Mohammed heet en niemand doet er iets aan

Hier is de volledige quote:
‘Nederland verkocht aan islam’ – DePers.nl

U had het net over demografische ontwikkelingen die niet de goede kant op gaan. Wat bedoelt u?
“Autochtonen planten zich minder snel voort dan allochtonen. Nu zitten allochtonen, overwegend moslims, voornamelijk in de grote steden. Over twintig jaar zitten ze overal, van Apeldoorn tot Emmen en van Weert tot Middelburg. We verkopen ons land aan de duivel die Mohammed heet, en niemand doet er iets aan.”

In mijn stuk Muslim Demographics ben ik al eerder ingegaan op het spookbeeld van de demografische tsunami.  Kern is dat de huwelijksvruchtbaarheidscijfers onder Turken en Marokkanen weliswaar hoger liggen dan die onder autochtonen; maar waar deze in de laatste groep gestegen zijn, dalen ze juist onder Turken en Marokkanen. In de uitzending werd daarover het volgende gezegd:
Wilders, profeet van de angst: ZEMBLA

R. Bijl, Sociaal Cultureel Planbureau
Bijl Iedereen heeft natuurlijk het idee van nou die, de de Turkse en Marokkaanse gezinnen, veel kinderen, 4, 5 kinderen. Dat was in het begin wel he toen ze hier kwamen, 20, 30 jaar geleden maar op dit moment is het zelfs zo dat juist bij de jongere Marokkanen en Turken de vrouwen, de meisjes hebben, krijgen net zo veel kinderen gemiddeld en op net zo late leeftijd als de Nederlandse vrouwen. Dus je ziet gewoon het, die gezinnen zijn net zo groot of net zo klein net zo he, als Nederlandse gezinnen. Dus die groei die neemt gewoon, neemt gewoon af.
Int. En de immigratie?
Bijl De immigratie stelt niet zo veel meer voor. Kijk de, de grenzen zijn behoorlijk dicht he, de arbeidsmarkt is, de regels zijn erg sterk, streng. Je komt niet zo maar als iemand vanuit het buitenland die in Nederland wil werken kom je niet zo makkelijk Nederland meer binnen.

[tekst in beeld] Nederlandse bevolking 2010.
Voiceover Er zijn geen cijfers over het aantal Moslims in Nederland. Maar als je kijkt naar Turken en Marokkanen dan vormen die nu 4,4 procent van de bevolking. Over 15 jaar is dat 4,9 procent. Hun aandeel stijgt met een half procent. Is dat wat je noemt een tsunami?

Bijl Ze zijn wel moslim zal ik maar zeggen, van geboorte, van huis uit. Maar veel, steeds minder bezoeken ze de moskee en voelen zich ja laten we zeggen betrokken bij het, bij het geloof. Dus dat, dat is afgelopen jaren…
Int. Dus de gelovigheid van moslims neemt af als het ware.
Bijl ja, ja. En dat heeft bijvoorbeeld te maken en dat is, in feite is dat dus niet anders dan dat je bij de Nederlanders, de autochtone Nederlanders ziet de afgelopen jaren, mensen raken steeds beter opgeleid. Dat geldt ook voor de Turken en Marokkanen. Hoger opgeleid en dat betekent dat, dat gaat eigenlijk altijd gepaard met ja minder betrokkenheid bij de godsdienst, bij de religie en dus minder ja minder die, die betrokkenheid van elke week naar de moskee gaan.

Een CBS schatting van het aantal moslims in Nederland is HIER terug te vinden (de cijfers liggen hoger dan Zembla laat zien). Dergelijke cijfers blijven echter in hoge mate speculatief. De retoriek over de demografische overname door moslims heeft nog een ander probleem: demografisch determinisme. De demografische veranderingen zouden de toekomst van Nederland bezegelen. Diversiteit onder bevolking is echter niet hetzelfde als diversiteit in opvattingen en waarden. Religiositeit, opvattingen en waarden liggen niet in ons DNA besloten. Religiositeit, secularisme worden al naar gelang tijd en plaats gevormd, verworpen, aangepast, ge-uit of juist privé gehouden; autochtone voorouders hebben is geen garantie voor het hebben van Verlichtings-idealen en het hebben van Moslim migranten als voorouders is geen garantie voor religiositeit. Demografisch determinisme maakt van dat soort zaken biologische aangelegenheden en grenst daarom bijna aan racisme.

De uitspraak dat moslim minder religieus zouden zijn is overigens vooral gebaseerd op hun moskeebezoek en deelname aan de Ramadan. Dat is een, (net als bij christenen in relatie tot kerkbezoek e.d.) een wat beperkte definitie van religiositeit. Maar feit blijft dat het moskeebezoek daalt én dat de tweede generatie zich in grotere mate omschrijft als niet (langer) religieus. Overigens vervalt ook dat type onderzoek in de tegenstelling moslims – NL. Wilders’ beeld van de tsunami van moslims heeft in zijn retoriek eveneens een directe relatie tot de toestand van Europa:
Wilders, profeet van de angst: ZEMBLA

Wilders Europa kan best wel eens op zijn weg zijn naar de vernietiging. Het Europa dat u kent als toerist staat op het punt in te storten. We maken ingrijpende veranderingen mee die het lot van Europa voorgoed zullen veranderen. Het kan ons continent wel eens storten in, zoals Reagan het ooit noemde duizend jaar duisternis. De overname van Europa hoort bij de wereldwijde strijd van de islam voor de wereldheerschappij.
[titel in beeld] Geert Wilders warning to America
Voiceover Hier is hij bij de militant rechtse Florida security council. De oorlogsmuziek en de enge beelden zijn door de Amerikanen zelf later toegevoegd.
[ondertiteling] [vervolg fragment]
Wilders Het hoogste genot in de islam is doden en gedood worden.
[ondertiteling] [fragment Wilders, Florida maart 2009]
Wilders Geef toe dat de islam geen godsdienst is. Geef toe dat de islam een totalitaire ideologie is.
[ondertiteling] [fragment Wilders, Orlando, oktober 2009]
Wilders Onze gezamenlijke vijand is de islamitische ideologie en al die moslims die die aanhangen.

Wilders We moeten het offensief inzetten. We moeten terug gaan vechten.

[ondertiteling] [fragment Rome, februari 2009]
Wilders Was het maar een conventionele oorlog. Als ze in een oorlog ons land binnenvielen, zou iedereen zien wat er gebeurde en terugvechten.
[ondertiteling] [fragment New York, februari 2009]
Wilders Was ‘t maar een conventionele oorlog, dan zou je een leger zien en tanks. Iedereen zou weten: we moeten ons verdedigen.
[ondertiteling] [fragment Los Angeles, oktober 2008]
Wilders Was ‘t maar conventioneel. Dan zou men de vijand zien en die bestrijden. Maar het is niet zo. Het gaat door middel van demografie en immigratie en door de slappe houding van de elite.
Wilders Ga in de aanval, zelfs als u daar soms harder voor moet zijn dan anders.

De anti-semitisme organisatie Anti Defamation League (ADL) heeft Wilders sterk veroordeeld voor deze opmerkingen in Florida. En niet voor niets. Het is oorlogsretoriek die hij hier gebruikt. Het is een ritualistische retoriek waarin hij bepaalde logische en gezond verstand veronderstellingen gebruikt (de openlijke vijand, de islam als dreiging met als voorbeeld de aanslagen) die zijn argumenten voorspelbaar maken en tevens een zekere geloofwaardigheid geven. Het schept een zodanige emotionele toestand dat mensen vinden dat zijn boodschap moeilijk te weerleggen is omdat het ‘nu eenmaal zo is’. Op die manier schept hij een beeld van de wereld die eigenlijk niet aangevallen wordt, maar juist versterkt wordt doordat mensen voortdurend stellen: ‘ja, maar we moeten natuurlijk ook niet ontkennen dat er reële problemen met migrantenjongeren zijn’. Dan wordt er,naast terreuraanslagen, voornamelijk gedoeld op criminaliteit en overlast van Marokkaans-Nederlandse jongeren:
Wilders, profeet van de angst: ZEMBLA

Int. Maar dit is wel een echt probleem. Marokkaanse hangjongeren in de steden vormen af en toe een plaag van jewelste. Ze zijn vaak ongemanierd en vaak vertonen ze crimineel gedrag.

Bijl In cijfers zijn ze ongeveer voor de autochtone Nederlanders, d’r komt zoiets, jaarlijks zo 1, anderhalf procent als verdachte komt die bij de politie. Eh, bij bijvoorbeeld bij de Marokkanen is dat iets van 6, 6 en half procent. Van die Marokkaanse groep, dus dat is echt iets van 4, 5 keer zoveel. Die in contact komt, in aanraking komt en verdacht is van een of ander misdrijf. Nou dat is…
Int. En Turken bijvoorbeeld?
Bijl Turken ligt dat een tikkeltje lager, is dat zo rond de 4, 4 en half procent. Dus dat is ook nog hoger maar toch lager dan de Marokkanen. Dus er zit ook binnen die groep van, van allochtonen zitten grote verschillen in.

[titel in beeld] F. Bovenkerk, criminoloog
Bovenkerk Er zijn veel Marokkaanse jongens die heel snel zich de Hollandse gedragsstandaarden en waarden en normen hebben eigen gemaakt. Maar hun sociale positie groeit niet mee daar naartoe. En die spanning levert een hoge criminaliteit op.
Int. Ja de frustratie, dat het niet lukt. Want dan doe ik het we op een andere manier.

Voiceover Tegelijkertijd blijkt dat Marokkaanse jongeren het juist heel goed doen op school.
Bijl Je ziet een enorme toename ook van, van Marokkaanse jongeren ook in het hoger onderwijs. HBO, universiteit en dat is echt heel opvallend.
Bovenkerk Ze noemen het ook wel eens de integratie paradox he. De best geïntegreerde groep, die .. ja.. vertonen een tijd lang de hoogste criminaliteit.
Int. Mm. Een tijd lang.
Bovenkerk ja, ja want het gaat allemaal weer over natuurlijk. Dat is een kwestie van generaties, dat dooft uit.
Int. ja?
Bovenkerk ja.

Bijl Dan hebben we het dus inderdaad over die, laten we zeggen die tien procent van, van die jongeren en die andere 90 procent doet het we heel goed he, die, die is wel goed bezig om een, een plek in de Nederlandse samenleving te vinden.

[fragment film]
[ondertiteling] Houd de dief.

Int. Wat voor rol speelt islam daarin?
Bijl Ja, volgens mij niet veel. Ik bedoel, goed, ook de islam is geen godsdienst die het, die een vrijbrief heeft of geeft voor crimineel gedrag. Dus ja die godsdienst doet er helemaal niet toe.

[fragment Tweede Kamer]
Wilders Het is geen toeval, dat allemaal die Marokkaanse jongeren, tuig, dat is het gewoon, dat bent u toch met mij eens, die keer op keer opnieuw het land verzieken. Homo’s in elkaar slaan. Die doen dat weliswaar niet met de Koran in hun hand maar die komen we uit een cultuur waar dat wordt gedoogd. Waar het wordt geleerd. Waar dat boek in de kast staat, de Koran en waar over dat boek wordt gesproken op vrijdag in de moskee, waar het onderdeel van uit maakt.

De tussenvoegingen die Wilders maakt zoals ‘dat is het gewoon’ en ‘dat bent u toch met mij eens’ appelleren aan dat gevoel van gezond verstand die zo noodzakelijk is om retoriek overtuigend te maken.

In Deel 2 zal ik daar verder op ingaan. Deze verschijnt over een week.

5 comments.

BBC Heart and Soul – Muslims in Amsterdam

Posted on April 27th, 2010 by martijn.
Categories: Multiculti Issues, Murder on theo Van Gogh and related issues, Public Islam, Religious and Political Radicalization, Ritual and Religious Experience, Young Muslims.

Roger Hardy is one of the best journalists when it comes to religion and how religion affects people’s daily lives. Right after the murder of Theo van Gogh he made a program about Dutch Muslims. He also documented his findings in a book the Muslim Revolt. A few weeks ago he returned to the Netherlands:
BBC – BBC World Service Programmes – Heart And Soul, Muslims in Amsterdam 28/04/2010

to see how the Moroccan Muslim community has fared since – and to meet a group that seldom makes the headlines: Moroccan Muslim women.

Among them, he finds young, highly successful power women.

Among them Fatima Elatik, mayor of the multi-cultural district of Zeeburg, who combines her headscarf with a determination not to let young Muslims to be restricted by the Islam label;

and Samira Bouchibti, an MP who speaks on gay rights for the Dutch Labour party – a highly unusual brief for a Muslim woman.

But Roger also wins the trust of women from very traditional backgrounds – like Rahma, a grandmother who’s learning how to read and write in her 70s.

Join him and find out why in 21st century Amsterdam, it’s easier to be called Fatima than Mohammed.

Illustration above of Fatima Elatik, the young and outspoken district mayor of Zeeburg in Amsterdam.

On Wednesday 28 March 2010 his report will be broadcast on BBC’s Heart and Soul at 12.32 (GMT+1), after the show you listen to the podcast available at the website.

UPDATE
The podcast is available now. You can download it HERE.

0 comments.

Re-inventing Islamic law practices in the Netherlands

Posted on April 26th, 2010 by martijn.
Categories: Multiculti Issues, Public Islam.

A recent report (HERE in Dutch) from researchers from Radboud University Nijmegen in the Netherlands revealed that there are no ‘sharia courts’ in the Netherlands. This means that there are no practices of arbritation based upon Islamic law exist. The study was conducted for the Research and Documentation Center of the Ministry of Justice. According to the authors an official legal institute for all Muslims in the Netherlands is hardly possible due to the ethnic and religious diversity of Dutch Muslims. The researchers did find practices of consultation and mediation in which Muslims ask Islam scholars, imams but also family and friends for advice concerning issues they are confronted with in their daily lives. The assignment for the research was given after concerns about the possible existence of sharia courts. Although the report (for which 93 people were interviewed ranging from official spokespersons, individual Muslims, key informants and experts, in a relatively short period of time) removes much of these concerns in a letter accompanying the report for parliament, the Dutch Ministry of Justice assures its commitment to ensure that no ‘parallel’ societies can exist within the Netherlands in which people take the law into their own hands, or have a legal system that exists outside the Dutch legal order.

In order to understand contemporary practices of Sharia we have to look at the interplay between legal discourse and social practices. Do legal discourses have a decisive impact on people’s lives or are the legal texts irrelevant and how do the daily practices of people influence legal texts? How does the plurality of practices relate to people’s differences in geographic and ethnic backgrounds, local practices, interpretations and traditions and migration histories. For example with regard to marriages a few Muslims in the Netherlands have introduced the concept of Islamic marriages whereby a couple gets married in the presence of an imam. Viewed as obligatory according to Islamic law to have an imam present, this is actually a new practice that differs from practices in let’s say Morocco or Pakistan. We have little systematic knowledge of this re-invention of law practices in the Netherlands and we should view the report as the authors have stated as well, as a first step. Other researches for example pertain to Islamic house purchase loans in Britain and Shiite perspectives on Kinship and New Reproductive techniques.

In recent years in particular the development of a jurisprudence of minorities, fiqh al-aqalliyat has sparked much interest among Islamic scholars. It is the result of an acknowledgement among these scholars that classic Islamic law does not provide answers and solutions for Muslims living in countries without a Muslim majority. The fiqh al-aqalliyat is an attempt to reconstruct Islamic legal theories pertaining to questions of Islamic law among for example Muslims living in Europe. Nevertheless, many issues discussed under the label of jurisprudence of minorities are heavily debated in Muslim majority countries as well and fiqh al aqalliyat seems to make European Muslims as an exception instead of a case that might lead to a change in Islamic law as a whole. An important authoritative body in this regard is the European Council for Fatwa and Research headed by Yusuf al Qaradawi. ISIM Newsletter 12 contains some information and several references about this fiqh al-aqalliyat).

Since the reconstruction of Islamic law by Muslim minorities is partly based upon the questions and challenges they meet in their daily lives in Europe, this reconstruction cannot be understood without taking into account the debates about Sharia in wider society. The concept of Sharia is interpreted in the Netherlands in a very negative way. A few years ago when the then Minister of Justice Donner stated that if two-thirds of the country wants sharia, the Netherlands will have a sharia, he caused a very fierce and emotional debate in Dutch society. Although for many Muslims, but certainly not all, sharia means progress, dignity, justice and righteousness, order instead of chaos for many Dutch people Sharia is associated with medieval practices. And indeed to some extent Islamic laws are at odds with international human rights. On the other hand however the negative picture of sharia is unjustified because the reality of Islamic law practices is not as black and white as some critics suggest and for example application of sharia rules in some cases does not lead to restrictions for women (as is often feared) but also to a stronger position of women for example with regard to forced marriages. Also Islamic laws have mostly been very flexible throughout the ages and very easy to integrate with common law practices and some scholars therefore state that is no problem to integrate Islamic law with human rights. Furthermore, although it is quite understandable that the public focuses on cutting off hands, stoning women and son, sharia is mostly about how a believer prays, fasts, pays the alms tax, or performs the pilgrimage and other aspects involving people’s daily lives.

One of the issues at stake of course is whether we want to allow religious groups to settle their affairs amongst themselves or do we require them to go to civil courts for every issue? Should the Netherlands have a unitary legal system? If that really is the plea of the opponents of an Islamic legal system, then we should ban the Jewish courts and the courts of the Catholic church (as well as their pastoral services) as well. The Netherlands as many other European countries already have legal pluralism certainly when we take into account that informal local norms have always existed side by side and interacting with formal law. Important in this regard is that there has never been a call by Dutch Muslims to have separate family laws only for Muslims. Some practices such as polygamy have been dealt with in the past but there is no plea for a coherent legal system for Muslims. Even in the case of advice and mediation European laws in most cases define the answers given by Islamic scholars and imams for example in the case of divorce where the ECFR follows the principles of European law and have stated that Muslims must comply with the law of the country of residence. A research conducted a few years ago half of the research population of Muslims opted for a political party of Muslims and one third of them wanted the party based upon sharia; the answers however they gave on what exactly sharia is are so diverse that is impossible to define what it means if they say they want a party to be based upon sharia. The same differences in opinion were visible in a tv program about the report where the researchers discussed the item with other people. In this tv program British scholar Haitham al-Haddad was interviewed who stated that he was in favour of introducing Islamic legal system in Europe but that it was not feasible. His view was supported by one Muslim in the audience but contested by others who stated that they did not want to live under such interpretation of sharia (an interpretation that included penal laws such as cutting off hands) and who thought that harsh and cruel punishments are not necessary in contemporary circumstances.

There are of course real legal issues pertaining to minorities who, for example, with regard to marriage and divorce still have deal with both the legal system of the country of residence and of the country from which they come from. Sometimes these national laws are influenced by Islamic legal doctrines. It is to forbid polygamy in one country even when it is allowed (albeit restricted) in the country of birth. But what to do with the children a man has with his 2nd, 3rd or 4th wife? Islamic marriages may or may not be allowed, but the fact is that it is very easy to circumvent restrictive measures in a country such as the Netherlands that recognizes sustained, non-religious informal ways of co-habitating between people. It is easy to shout no to Sharia or be in favour of a unitary law, but reality on the ground is much more complex. At the same we already have special laws, or plans to that effect, pertaining to Muslims such as the ban on the burqa and niqab in schools, debates about a law against female circumcision (although not specifically an Islamic practice, in the Netherlands often Muslims (as an ethnic background) are involved) and debates about a law forbidding forced marriages). The crude Dutch debate over sharia that seem to be informed more by anxieties and frustrations, partly based upon misunderstandings of (the reconstruction of) Islamic law practices among Muslims, a one-sided negative portrayal of sharia in the media and fear of Islam and Islamization in general, blocks a thorough debate over those issues. This is nothing new of course, read for example Anna Korteweg’s article on the Sharia debate in Ontario,Canada, Katja Jansen Fredriksen’s article on Sharia in Norwegian Courtrooms,. A reasonable at this moment seems to be impossible because every little compromise over Islamic law practices is interpreted as a sign of islamization and a breach of Dutch culture.

Reblog this post [with Zemanta]

3 comments.

Onderzoek: geen shariarechtbanken in Nederland

Posted on April 23rd, 2010 by martijn.
Categories: Multiculti Issues.

Nederland kent geen shariarechtbanken, zo blijkt uit onderzoek van de Radboud Universiteit Nijmegen in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie. Vanwege de etnische en religieuze diversiteit onder Nederlandse moslimgroepen is het bestaan van een officieel rechtsprekend instituut voor alle moslims in Nederland ook niet goed voorstelbaar. Het onderzoek is vandaag door de ministers Hirsch Ballin (Justitie) en Van Middelkoop (Wonen, Wijken en Integratie) met een kabinetsreactie naar de Tweede Kamer gestuurd.

Wèl zijn er praktijken van advisering en geschilbemiddeling op basis van sharia in Nederland. Veel moslims in Nederland vragen in kleine kring of bij islamkenners advies over kwesties waarin islamitische opvattingen en het leven in de Nederlandse samenleving keuzes nodig maken. Gezamenlijk zoeken ze naar de beste oplossing onder de gegeven omstandigheden: hoe kan een individuele moslim in een niet-islamitisch land volgens islamitische regels leven? Hier gaat het dus veeleer om bemiddeling dan om beslechting van geschillen.

Sharia is geen recht in officiële zin en ook geen eenduidig rechtssysteem voor moslims. Er zijn geen algemene wetboeken om conflicten te voorkomen of te beslechten. In de uitleg van de sharia bestaan verschillende stromingen die hebben geleid tot verschillende rechtsscholen. Volgens de onderzoekers is sharia het best te omschrijven als het correct en consequent toepassen van wetten en regels, voorschriften en adviezen van de islam. In westerse landen bevinden zich vaak shariadeskundigen die uitspraken doen over wat goed islamitisch gedrag is in relatie tot de rechtsregels van het land.

De onderzoekers interviewden 93 personen, deels een afspiegeling van de Nederlandse moslimbevolking, deels islamdeskundigen, over hun eigen kennis en beleving van de toepassing van shariaregels in Nederland. De meerderheid beschouwt sharia in eerste instantie als islamitische normen en waarden. Ze passen shariaregels niet bewust toe en associëren het vooral met uitvoerende en normatieve aspecten van religie, niet met juridische zaken. Daarom spreken de onderzoekers liever van ‘islamitische normen en waarden’.

De ondervraagden zeggen vaak mensen in hun omgeving te benaderen om advies over kwesties waarin ze duiding van islamitische opvattingen binnen de normen van de Nederlandse samenleving zoeken. Allereerst vraagt men raad aan familieleden of vrienden. Komen ze er niet uit, dan gaan ze naar een imam of andere islamkenner. Ook bij het zoeken van advies in onderlinge geschillen raadplegen veel moslims islamdeskundigen. De uikomst van het beraad is niet bindend.

Wèl is het belangrijk dat de voorgestane oplossing acceptabel is voor alle partijen. Het gaat hier eerder om bemiddeling dan om beslechting van een geschil. Iedereen kan verschillende deskundigen raadplegen over dezelfde kwestie om zo tot een goed besluit te komen over de beste handelswijze. Van druk vanuit de sociale omgeving om het advies na te leven is weinig sprake. Daarnaast halen moslims hun kennis over de sharia uit boeken en van het internet. Veel Nederlandse moslims zien voldoende ruimte voor hun religie binnen de Nederlandse wet en hebben geen behoefte aan een ander rechtssysteem.

KABINETSREACTIE

De belangrijkste conclusie uit het onderzoek neemt weliswaar de bezorgdheid weg over het mogelijke bestaan van shariarechtbanken in Nederland, maar het kabinet blijft het als zijn taak zien, te zorgen dat er geen parallelle samenlevingen ontstaan waar mensen het recht in eigen hand nemen of een eigen rechtssysteem hanteren dat zich buiten de kaders van onze rechtsorde begeeft.

Het kabinet concludeert dat niet is gebleken dat advisering en geschilbemiddeling tegen de wil van betrokkenen in geschiedt. Toch is waakzaamheid geboden bij de observatie van de onderzoekers dat sociale druk binnen een (geloofs)gemeenschap niet op voorhand kan worden uitgesloten. Het kabinet ziet daarbij een rol voor de overheid in twee situaties: daar waar informatie over rechten en vrijheden die in Nederland gelden een tegenwicht kan bieden voor de opvattingen binnen de groep, en daar waar moet worden voorkomen dat sociale druk afbreuk doet aan de persoonlijke vrijheid van de betrokkenen.

Een ander punt van aandacht, waar religieuze advisering en geschilbemiddeling raakt aan de Nederlandse rechtsorde, betreft de kwestie van zogenaamde ‘informele huwelijken’. Dit kan maatschappelijk ongewenste gevolgen hebben, omdat de zwakkere partij, in veel gevallen de vrouw, door het ontbreken van rechtsgevolgen onvoldoende beschermd wordt. Het is in Nederland verboden voor een geestelijk bedienaar om enige religieuze plechtigheid te voltrekken zonder een voorafgaand burgerlijk huwelijk.

Het kabinet wil de huwelijksvrijheid versterken door consequente bestrijding van huwelijksdwang en achterlating. Zo gaat de maximumgevangenisstraf van het misdrijf dwang omhoog van negen maanden naar twee jaar. Hieronder vallen ook bepaalde vormen van psychische dwang.

Verder wordt de erkenning van in het buitenland gesloten polygame huwelijken beperkt, de huwbare leeftijd wordt verhoogd naar achttien jaar en de huwelijksbeletsels wegens verwantschap worden uitgebreid naar huwelijken tussen familieleden in de derde en vierde graad. Daarnaast wordt strafrechtelijke vervolging onder voorwaarden mogelijk wanneer huwelijksdwang in het buitenland plaatsvindt. Ook wordt onderzocht hoe hulpverlening rondom huwelijksdwang, opsluiting en geweld een rol kan spelen bij inburgering.

Gebrek aan kennis over de Nederlandse rechtsorde lijkt eveneens een rol te spelen. Het kabinet bevordert de mogelijkheden van een ieder om zijn of haar weg te vinden naar de instituties in onze democratische rechtsstaat. Versterking van kennis van de rechtsstaat is hierbij van groot belang. Dit gebeurt door verschillende programma’s gericht op inburgering, polarisatie en radicalisering, actief burgerschap, vrijwillige en verplichte inburgering, de preventie van eergerelateerd geweld en het bespreekbaar maken van homoseksualiteit binnen migrantengemeenschappen.

Het kabinet ondersteunt diverse projecten die het verbeteren en versterken van de positie en weerbaarheid van migrantenvrouwen tot doel hebben, zoals rond huwelijksdwang en achterlating. Door middel van deze projecten probeert het kabinet te bewerkstelligen dat met name migrantenvrouwen op de hoogte zijn van hun rechten en plichten in de Nederlandse samenleving.

* Brief Tweede Kamer: Kabinetsreactie onderzoek shariarechtspraak Brief / circulaire / beleidsregels | 23-04-2010 | pdf-document, 34 KB
* Rapport: Sharia in Nederland Rapport | 23-04-2010 | pdf-document, 1.31 MB

UPDATE:
Sharia in Nederland | Rondom 10

Komende zaterdag: Sharia in Nederland

Sharia-rechtbanken zoals in Engeland bestaan hier niet. De sharia is de islamitische wetgeving. Volgens een rapport dat opgesteld is in opdracht van het Ministerie van Justitie is er in Nederland geen sprake van een parallelle wetgeving als de sharia. Hooguit is er sprake van advisering en geschilbemiddeling. Maar hoe ver gaat de bemiddeling? Wordt die bemiddeling door moslims als bindend beschouwd?

De sharia roept bij niet-moslims en zelfs bij sommige moslims heftige reacties op, omdat het vaak in verband wordt gebracht met met stenigen van vrouwen en eerwraak. Voor veel moslims is sharia ook een ‘way of living’, een leidraad bij bijvoorbeeld echtscheidingen, familiaire ruzies en geldproblemen tussen moslims. In Nederland tellen we 1,2 miljoen moslims. Hebben die het recht op sharia als dat een wezenlijk onderdeel is van hun geloofsovertuiging en hun leven? Is het denkbaar of wenselijk dat de sharia in Nederland wordt toegepast?

Veel Nederlanders zullen een invoering van de sharia zien als een verdere inbedding van de islam in de Nederlandse samenleving. Officieel is er geen shariarechtspraak, maar is dat ook zo? Is er in Nederland al sprake van een bepaalde vorm van islamitische wetgeving? Want welke bemiddeling wordt als de belangrijkste gezien: die van de rechter of die van de sharia-bemiddelaar? Ons rechtsstelsel zegt dat allen gelijk zijn en gelijk worden behandeld. Maar geldt dat ook bij bemiddeling binnen de sharia?

In Rondom 10 een debat tussen moslims, niet-moslims, politici, juristen en wetenschappers over de sharia in Nederland.Rondom 10 heeft ook een exclusief interview met Sheich Haitham al-Haddad, de voorzitter van de vijf Islamitische rechtbanken in Engeland, die op verzoek van Nederlandse moslims in Nederland is om te praten over de sharia.

Discussieer mee tijdens de live-uitzending! Stel een concrete vraag aan onze gasten via @rondom10 of reageer op het onderwerp. Volg de discussie op twitter via #rondom10. Tweets kunnen gebruikt worden in de uitzending.

1 comment.

De toelaatbaarheid van zelfmoordaanslagen

Posted on April 21st, 2010 by martijn.
Categories: International Terrorism, Multiculti Issues, Public Islam, Religious and Political Radicalization.

Er is ophef over FIOE conferentie in mei in Amsterdam. De Telegraaf weet te melden dat Amsterdam een ‘broedplaats‘ is voor beruchte moslimbroeders en dat de conferentie mede wordt georganiseerd door de International Union of Muslim Scholars die geleid zou worden door sheikh Yusuf al-Qaradawi die (oh jee) fatwa’s uitgevaardigd zou hebben waarin zelfmoordaanslagen worden goedgekeurd. Een klein overzichtje:
Spoeddebat over Islamconferentie – Binnenland – Telegraaf.nl [24 uur actueel, ook mobiel] [binnenland]

e Tweede Kamer wil een spoeddebat met minister Ernst Hirsch Ballin (Justitie) over een conferentie eind mei in Amsterdam over de toekomst van de islam in Nederland. PVV’er Raymond de Roon, die het initiatief nam tot het debat, wil weten wat de betrokkenheid is van de fundamentalistische Moslimbroederschap bij de bijeenkomst.
Ook vraagt de PVV of buitenlandse deelnemers kunnen worden geweerd door hun geen visa te geven. De Kamer wil er voor eind mei met de minister over praten.

Nederland Moslimgidsland | De Dagelijkse Standaard

Welkom in Nederland. Hier krijgt u alle ruimte de kuff?r te beledigen en andersdenkenden te bedreigen. Ga gerust uw gang. Maak van uw hart geen moordkuil. In dit land van tolerantie zijn er verscheidene linkse politieke partijen die luid applaudisserend uw gedachtegoed zullen sponsoren en tot wet verheffen.

Conferentie Moslimbroederschap in de RAI – AmsterdamPost

Een internationale bijeenkomst van o.a. de beruchte Moslim Broederschap vindt komende maand plaats in Amsterdam. De conferentie wordt georganiseerd door de Federatie Islamitische Organisaties Nederland (FION) op 28, 29 en 30 mei 2010 in de RAI. Doel is een constructieve dialoog op gang te brengen tussen moslims en andere religieuze, politieke en intellectuele bewegingen in Nederland. De Moslim Broederschap organiseert een programma-onderdeel. Een woordvoerder van de FION weerspreekt dat tegen AT5. Het is echter niet uit te sluiten dat aan de broederschap gelieerde personen aanwezig zullen zijn, zo zegt hij.

CAPRICIO ITALIANO: LIEVE KLEINE MUZEL-LIEVERDJES

Er zeker van te zijn dat er niemand van ons die Muzel-lieverdjes een strobreed in de weg zou leggen, al houden die nog zoveel bijeenkomsten! Wij weten dat (bij ons) de Staatsvuiligheid maar ook het CGKR waakt. Daarvoor oefenen wij al geruime tijd om ons hoofd zodanig te slapen te leggen, dat wij binnenkort hopen te kunnen slapen op beide oren. Mocht U deze houding eveneens verkiezen uit te proberen weet dan dat er anatomisch gezien, gevaar dreigt voor verstikking. Ik denk dat hier een brede markt open ligt voor hoofdkussens (oorkussens?) die tegemoet k;omen aan de dringende behoefte (zolang de Moslim-dreiging niet acuut is) om te kunnen slapen op beide oren. Eenmaal die dreiging omgezet is in werkelijkheid is de noodzaak om op die manier te slapen dan ook niet meer nodig. Als U überhaupt dan nog goesting hebt om te slapen. Want er zal moeten gewerkt wordn!
Ja, natuurlijk, de Nederlandse ‘Recherche’ (AIVD) en sommige racistische politici in Polderland zien graten in een bijeenkomst, geleid door een fatwa-zieke sjeik, maar zolang Geert Wilders daar geen FITNA-film over maakt, is er geen vuiltje aan de lucht. Misdaden begaan wordt in Polderlad, net als bij ons, door de vingers gezien, of vergoelijkt. Maar die misdaden aanklagen! Hola! Daar staan strenge straffen wegens racisme en haatzaaierij op, en jaren eenzame opsluiting. Uiteraard zonder hoofdkussen om op beide oren te slapen.
Alleen zijn er, wat die Moslims blijkbaar niet goed beseffen, in onze contreien zo van die ongelukkige wetten. En beweren dat de Holocaust een straf is/was van God (dewelke? Naam en adres? Getuigen?) : daarmee wordt niet gelachen! Zes miljoen doden, als straf van Allah : daarvoor is de negatie-wet uitgevonden en daarin staat niets over eender welke God!
Met Araben echter moet men altijd uit de doppen kijken! Met ‘een straf van God’ bedoelen ze misschien ‘een straf van Hitler’, zodat ze impliciet daarmee bedoelen dat Hitler gehandeld heeft als een God, ja zelfs misschien een God was/is….En aangezien ze een hoge dunk hebben van zichzelf, gaan ze de Holocaust misschien nog eens overdoen. Want, staat op hun opschriften, de echte Holocaust moet nog komen!

howardommel: Kamer wil spoeddebat over Islamconferentie

“Hierdoor wordt duidelijk aangezet tot geweld”, concludeert De Roon. “En dat kunnen we in Nederland natuurlijk niet hebben.” Hij wil opheldering over wat de regering weet over dit congres. Als het aan de PVV’er ligt, worden er geen visa uitgedeeld aan congresgangers die de oproep van de sjeik steunen.

De Moslims Komen! – The Amazing Retecool, Sursum in Vestri Rectum

Uiteraard zijn er wederom geen concrete aanwijzingen voor gevaar, maar vervalt ook de AIVD, net als haar collega’s van NCTB in veronderstellingen: ““…Hoewel de Moslimbroederschap vooral lijkt te streven naar het creëren van een moslimvriendelijk klimaat in Europa, is het voorstelbaar dat de zeer orthodoxe interpretatie van de islam op gespannen voet komt te staan met de beginselen van de democratische rechtsorde…””. Officieel heeft de Moslimbroederschap overigens geweld afgezworen, maar haar motto zegt genoeg: ““…Allah is ons doel, de profeet is onze leider, de Koran is onze wet, Jihad is onze manier, sterven voor Allah is onze grootste hoop…””.

hoeiboei: Het stadsdeel, de moskee en de Moslimbroeders

Hoewel de Moslimbroederschap vooral lijkt te streven naar het creëren van een moslimvriendelijk klimaat in Europa, is het voorstelbaar dat de zeer orthodoxe interpretatie van de islam op gespannen voet komt te staan met de beginselen van de democratische rechtsorde.”

Genoemde FION is de Nederlandse tak van de Europese Moslimbroederschap. Daarover kan ondanks enkele door Bouyafa gewonnen processen geen enkele twijfel meer bestaan sinds 21 april 2009, toen minister Guusje ter Horst (PvdA) Kamervragen beantwoordde van SP, VVD en PVV. De Kamerleden wilden meer weten over de bemoeienis van de FION met een nieuwe moskee in het Amsterdamse stadsdeel Slotervaart. Ter Horst destijds: “Op Europees niveau heeft de Moslimbroederschap zich vooral georganiseerd via de Federatie Islamitische Organisaties Europa (FIOE). De Federatie Islamitische Organisaties Nederland (FION) is aangesloten bij deze Europese koepelorganisatie.”

Nederland, weer een stapje achteruit | Geen Nieuws

En terwijl in Frankrijk, zoals vandaag bekend werd de wetgeving t.a.v. het dragen van de Burka en de Niqab er doorheen gaat komen, de wet geniet de ruggesteun van de meerderheid van het parlement, gaan wij zoals de zaken er nu voor staan, in ons land er weer een stapje op achteruit, door een van extremistische gedachten en daden verdachte organisatie in Amsterdam toe te laten voor een vergadering,

Plein 2010: Nederland, het Centrum van de Islam (Voor Even)

Terwijl de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD) net het sein ‘brand meester’ had gegeven voor wat betreft de nationale veiligheid, worden we er vandaag al weer aan herinnerd, dat in bredere zin de veenbrand onderminderd door woedt. De teller van aanslagen gepleegd sinds 9/11 in naam van de ‘religion of peace pieces’ staat vandaag op 15.152.

De Telegraaf meldt ons dat Nederland zich erin mag verheugen volgende week het toneel te zijn van een heuse conventie van de Moslim Broederschap

Nou zijn de meeste van deze sites niet al te serieus te nemen wanneer het gaat om islam, moslims en de moslimbroederschap. Zoals ik vorige week al vermeldde toen ik de desbetreffende conferentie hier al aankondigde:
C L O S E R » Blog Archive » Muslim Brotherhoods in the Netherlands

Also, contrary to popular belief, the Muslim Brotherhood is not a hierarchical organization that is organized in one particular centre. Given the ‘considerable‘ variation between the group’s different branches and tendencies (at least in competition with each other and sometimes hostile) that should not be conflated, it is therefore better to talk about networks of Muslim Brotherhoods.

De interne verschillen zijn daarbij inmiddels zo groot geworden, onder meer over de toelaatbaarheid van geweld en de positie van moslims in Europa, dat de naam Moslimbroederschap vooral nog iets zegt over wortels en inspiratie van de netwerken, maar niet noodzakelijkerwijze nog iets over de daadwerkelijke praktijken. Wat voortdurend naar voren komt in ieder geval is wel de relatie tussen de moslimbroederschap en geweld en die tussen Qaradawi en de toelaatbaarheid van zelfmoordaanslagen. Laten we in ieder geval die van Qaradawi hier eens onder de loep nemen, maar eerst wat meer in het algemeen over zelfmoordaanslagen.

Het is niet natuurlijk niet voor niets dat er voortdurend een verwijzing is naar zelfmoordaanslagen. Klaarblijkelijk is dat een strategie die onze haren recht overeind doet staat. Eentje die daarom te onderscheiden valt van reguliere en legitieme vormen van oorlogsvoering. Dat laatste kan soms noodzakelijk zijn, maar terrorisme is altijd fout en zelfmoordaanslagen misschien wel het allerfoutst. Antropoloog Talal Asad heeft daar in een exposé ‘on suicide bombing’ belangrijke dingen over geschreven:

Talal Asad: Thinking about “Just War”

In liberal political thought the modern sovereign state has an absolute right to defend itself, a defense that may — as the International Court of Justice has held — legitimately involve the use of nuclear weapons. Hence suicidal war with incalculable global consequences exists in the liberal imagination as a legitimate form of self-defense.

This leads me to the thought that the suicide bomber belongs in an important sense to a liberal tradition of armed conflict for the establishment or defense of a national community: To save the nation (or to found its state) in confronting a dangerous enemy, it may be necessary to act without being bound by ordinary moral constraints. To recognize that there are moral absolutes and at the same time to agree that sometimes they must be set aside is a well-known contradiction central to liberalism.
[…]
First, an unexpected suicide is always shocking, especially so when it also occurs in public, and when it involves the shattering of other human bodies and their belongings, a sudden disruption of the patterns of everyday life, a violence in which death is unregulated by the nation state. Warfare, of course, is an even greater violation of civilian “innocence,” but ideas have sedimented in us so that we regard war in principle as legitimate even when civilians are killed — in principle deaths in war (however horrible) are necessary for the defense of “our form of life.”

The second reason is that crime and punishment, loss and restitution, are impossible to separate when the act of killing is also the act that removes the killer beyond justice. Since that separation is essential to the functioning of modern law on which liberal identities — and freedoms — depend, deaths in suicide operations are especially intolerable.

Third, there are the tensions that typically hold modern subjectivity together: between individual autonomy and collective obedience to the law, between reverence for human life and its legitimate destruction, between the promise of immortality through political community and the inexorability of decay and death in individual life. These tensions are necessary to the liberal democratic state, the sovereign representative of a social body, but they threaten to breakdown completely when a sudden suicide operation takes place publicly and when its politics is seen not to spell redemption but mutual disaster.

Finally, I suggest the possibility that a highly emotional thought may impose itself on witnesses belonging to the secular Judeo-Christian tradition: the thought that the meaning of life is death and only death, that it is not death that is contingent but life. Catastrophic and brutal death could therefore be, as the crucifixion taught believing Christians, an occasion of love for all the dead, but for reasons I have just enumerated above this is impossible on the occasion of a suicide bombing.

Ook al lijkt Asad in zijn boek soms wat al te zeer in beslag genomen te zijn door zijn woede over de Amerikaanse oorlogsmisdaden en verschrikkingen en over collega wetenschappers die dat niet ter discussie stellen, is het boek zeer aan te raden. Asad stelt eigenlijk het onderscheid tussen soldaten en terroristen ter discussie, vraagt zich af wat terrorisme nu eigenlijk is en waarom welke vormen van geweld legitiemer lijken te zijn dan anderen in relatie tot ideeen over beschaafd en barbaars, westers en niet-westers, seculier en religieus.

Qaradawi’s standpunten over de legitimiteit van geweld en zelfmoordaanslagen roepen dan ook begrijpelijkerwijze veel weerstand op en het is ook geen wonder dat de nuance in zijn standpunten volledig verloren gaat. Kort samengevat borduurt hij voort op het klassieke onderscheid tussen een offensieve en defensieve geweldadige jihad. De eerste is volgens hem in onbruik geraakt aangezien moderne media het mogelijk maken dat de islam op vreedzame wijze verspreid wordt zoals in vroegere tijden ook wel via de handel gebeurde. De tweede, defensieve jihad, verwijst naar specifieke gebieden zoals Israël, Tsjetsjenië en Kashmir waar moslims volgens hem aangevallen worden. Qaradawi heeft de aanslagen van 9/11 e.d. afgewezen, maar in bijvoorbeeld het geval van Israël ziet hij het verzet niet alleen als legitiem maar zelfs verplicht en zijn zelfmoordaanslagen toegestaan. In het geval van Israël namelijk gaat het om ‘gemilitariseerde’ forenzen, terwijl het in het geval van de bomaanslagen in London bijvoorbeeld gaat om onschuldige burgers volgens Qaradawi.:
Must Innocents Die? The Islamic Debate over Suicide Attacks :: Middle East Quarterly

“I am astonished that some sheikhs deliver fatwas that betray the mujahideen, instead of supporting them and urging them to sacrifice and martyrdom,” announced Qaradawi.[8] Responding specifically to the imam of Mecca, Qaradawi stated, “It is unfortunate to hear that the grand imam has said it was not permissible to kill civilians in any country or state, even in Israel.”[9] Qaradawi based his opposition to these fatwas on the premise that Israelis were not civilians but rather combatants in a war of occupation waged against the Palestinians. He argued that

Israeli society was completely military in its make-up and did not include any civilians … How can the head of Al-Azhar incriminate mujahideen who fight against aggressors? How can he consider these aggressors as innocent civilians?[10]

While sanctioning suicide attacks against Israelis, Qaradawi quickly condemned the September 11 attacks against American civilians, claiming that “such martyrdom operations should not be carried out outside of the Palestinian territories.” Attempting to differentiate between terrorism and “martyrdom,” Qaradawi declared, “The Palestinian who blows himself up is a person who is defending his homeland. When he attacks an occupier enemy, he is attacking a legitimate target. This is different from someone who leaves his country and goes to strike a target with which he has no dispute.”[11] Qaradawi distinguished “martyrdom operations” from terrorism as an act of self-defense and thus a legitimate form of resistance. He continues: “The Palestinians have a right to defend their land and property from which they were driven out unjustly…the Palestinians have a right to resist this usurping colonialism with all the means and methods they have. This is a legitimate right endorsed by the divine laws, international laws, and human values.”[12]

Qaradawi was also at pains to distinguish between suicide and martyrdom. Islam clearly prohibits suicide, yet views martyrdom as a noble act, assuring individuals a place in heaven. In an interview with al-Jazeera, Qaradawi rejected the term “suicide operations.”

This is an unjust and misleading name because these are heroic commando and martyrdom attacks and should not be called suicide operations or be attributed to suicide under any circumstances.[13]

He clarified that the term suicide applies to someone who kills himself for personal reasons and is therefore a coward. In contrast, an attack against Israel is defined as martyrdom and therefore legitimized as a brave, unselfish sacrifice carried out on behalf of the entire Muslim community.

Nu valt er op dat standpunt genoeg af te dingen, maar de commotie erover blijft opmerkelijk zeker als we het aantal slachtoffers van zelfmoordaanslagen vergelijken met dat van conventionele vormen van oorlogsvoering. De VS, mede ondersteund door Nederland, heeft in Irak en Afghanistan meer burgerslachtoffers gemaakt en Israël meer onder de Palestijnen dan alle zelfmoordaanslagen bij elkaar. Op de één of andere manier lijkt afstand ertoe te doen. Niet in geografische termen (hoewel dat met London en Madrid natuurlijk een rol speelde), maar de slachtoffers bijvoorbeeld van de aanval van de VS op de Reuter journalisten, lijken bijna poppetjes in een videospel. Hetzelfde kan gezegd worden van zogenaamde precisie bombardementen, maar waarschijnlijk zelfs van fosfor- en clusterbomaanvallen. Het gebeurt allemaal van een afstand en de identificatie komt pas tot stand na de vernietiging. De pleger van zelfmoordaanslagen daarentegen begeeft zich onder ‘ons’ en neemt ons, onaangekondigd, mee in zijn dood. Tegelijkertijd is mijn inschatting dat de ophef over de zelfmoordaanslagen door de Tamil Tijgers toch ook minder controverse oproepen. Asad wijst er ook op dat de plegers van zelfmoordaanslagen niet meer ter verantwoording zijn te roepen (iets wat in theorie wel met soldaten zou kunnen en soms ook, vaak erg mild, ook gebeurt).

Hoewel Qaradawi’s standpunt zeker niet ongebruikelijk is in het Midden-Oosten, is er zeker de laatste jaren vrij veel discussie over jihad en zelfmoordaanslagen. Diverse fatwa’s zijn er geproduceerd die de ontoelaatbaarheid van zelfmoordaanslagen en terrorisme benadrukken. De meest vergaande lijkt het recente edict te zijn van de Muhammad Tahir ul-Qadri waarin hij terroristen en plegers van zelfmoordaanslagen tot ongelovigen bestempeld (takfir). Het is niet de eerste zoals gesteld en waarschijnlijk ook niet de laatste en niet iedereen zal er naar luisteren. De gehele tekst is HIER te lezen. Een ander voorbeeld van een recente discussie over jihad is de her-interpretatie van een beroemde jihad fatwa van Ibn Taymiyya door vooraanstaande islam geleerden. Juist deze ‘Mardin Fatwa‘ werd vaak gebruikt om burgerslachtoffers te legitimeren, maar volgens onder meer de Bosnische mufti, kan deze niet gebruikt worden in de hedendaagse wereld.

Qaradawi’s positie zit tussen die van Al Qaeda (die de mardin fatwa regelmatig ter legitimering gebruikt) en van Muhammad Tahir ul-Qadri in met daarbij de kanttekening dat gezien de voorwaarden die Qaradawi stelt voor jihad, hij in de praktijk dichter bij die laatste zal zitten behalve in het geval van Israël (is mijn inschatting).  Dat maakt hem omstreden (mensen willen waarschijnlijk een ondubbelzinnige verwerping van zelfmoordaanslagen of juist een ondubbelzinnige goedkeuring), maar ook populair en interessant als een voorbeeld van de ‘middenweg’ die  hij zelf ook propageert.

2 comments.

Moslima’s van Al Wahda maken een loflied voor vrouwen met hoofddoek

Posted on March 31st, 2010 by martijn.
Categories: Multiculti Issues, Public Islam, Young Muslims.

You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video

Interessant liedje als het gaat om het uitdragen van islam. Mounia Abbadi (33), de moeder van het jongste meisje schreef het liedje.Het liedje is door haar geschreven, zo zegt ze, vanwege de ‘zusters’  die zich onprettig zouden bij de blikken en opmerkingen die ze zouden krijgen op straat. Opvallend is dat het bijna overal aangekondigd wordt als ‘hoofddoeklied‘  of pro-hoofddoeklied. Het is echter geen lied dat het dragen van een hoofddoek propageert; één van de meiden draagt niet eens een hoofddoek. Nu zingt Al Wahda (waar de meisjes in de video deel van uit maken) gewoonlijk lofliederen of de islam en de profeet Mohammed. Dit specifieke lied, een combinatie van anasheed met muziekinstrumenten en rap, is vooral te zien als een loflied op de islam en meer in het bijzonder de positie van de vrouw in de islam. Het is, volgens de zangeressen, de islam die de vrouw een ‘naam’ gegeven heeft en die de vrouw rechten gegeven heeft. Het hele filmpje ademt het idee van empowerment (met meiden die een vechtsport beoefenen bijv.) en probeert vrouwen met een hoofddoek een steun in de rug te geven door te stellen dat men zich niets moet aantrekken van negatieve blikken en commentaren. De wat meer impliciete boodschap is dat het dragen van de hoofddoek  daarmee een beproeving wordt en van een beproeving kan het geloof sterker worden wanneer men zich de boodschap van empowerment in de islam ter harte zou nemen. Het bekritiseert de Nederlandse samenleving voor haar vermeende intolerantie, maar laat ook zien dat de Nederlandse samenleving wel degelijk ruimte biedt voor vrouwen met een hoofddoek op het gebied van sport en carrière maken. Daarnaast richt het zich op het creeeren van zusterschap door onder meer de verwijzing naar ‘zusters’ : solidariteit met praktiserende moslimvrouwen (op die manier draagt het wel de boodschap over dat bij het praktiseren eigenlijk ook de hoofddoek hoort). Het filmpje is daarmee een mooi voorbeeld van het, behalve tekstueel, ook visueel en lichamelijk uitdragen van islam en het op die manier maken van een statement.

3 comments.

Moslima's van Al Wahda maken een loflied voor vrouwen met hoofddoek

Posted on March 31st, 2010 by martijn.
Categories: Multiculti Issues, Public Islam, Young Muslims.

You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video

Interessant liedje als het gaat om het uitdragen van islam. Mounia Abbadi (33), de moeder van het jongste meisje schreef het liedje.Het liedje is door haar geschreven, zo zegt ze, vanwege de ‘zusters’  die zich onprettig zouden bij de blikken en opmerkingen die ze zouden krijgen op straat. Opvallend is dat het bijna overal aangekondigd wordt als ‘hoofddoeklied‘  of pro-hoofddoeklied. Het is echter geen lied dat het dragen van een hoofddoek propageert; één van de meiden draagt niet eens een hoofddoek. Nu zingt Al Wahda (waar de meisjes in de video deel van uit maken) gewoonlijk lofliederen of de islam en de profeet Mohammed. Dit specifieke lied, een combinatie van anasheed met muziekinstrumenten en rap, is vooral te zien als een loflied op de islam en meer in het bijzonder de positie van de vrouw in de islam. Het is, volgens de zangeressen, de islam die de vrouw een ‘naam’ gegeven heeft en die de vrouw rechten gegeven heeft. Het hele filmpje ademt het idee van empowerment (met meiden die een vechtsport beoefenen bijv.) en probeert vrouwen met een hoofddoek een steun in de rug te geven door te stellen dat men zich niets moet aantrekken van negatieve blikken en commentaren. De wat meer impliciete boodschap is dat het dragen van de hoofddoek  daarmee een beproeving wordt en van een beproeving kan het geloof sterker worden wanneer men zich de boodschap van empowerment in de islam ter harte zou nemen. Het bekritiseert de Nederlandse samenleving voor haar vermeende intolerantie, maar laat ook zien dat de Nederlandse samenleving wel degelijk ruimte biedt voor vrouwen met een hoofddoek op het gebied van sport en carrière maken. Daarnaast richt het zich op het creeeren van zusterschap door onder meer de verwijzing naar ‘zusters’ : solidariteit met praktiserende moslimvrouwen (op die manier draagt het wel de boodschap over dat bij het praktiseren eigenlijk ook de hoofddoek hoort). Het filmpje is daarmee een mooi voorbeeld van het, behalve tekstueel, ook visueel en lichamelijk uitdragen van islam en het op die manier maken van een statement.

3 comments.

Marokkanen-sjamanisme

Posted on March 22nd, 2010 by martijn.
Categories: Multiculti Issues.

Naast het gezelschapspel voor autochtone niet-moslims, moslimhobbyisme, kent Nederland nog een ander afgeleid verschijnsel: Marokkanensjamanisme. Heel in het algemeen kunnen we zeggen dat sjamanisme een antropologische term is die verwijst naar een reeks van geloofsvoorstellingen en praktijken met betrekking tot het communiceren met de wereld van de geesten. Deze sjamanen zijn dan intermediair tussen de wereld van de mensen en die van de geesten. Zij kunnen ook die andere wereld bezoeken in hun poging om het evenwicht tussen beide werelden te herstellen teneinde allerlei sociale ellende te voorkomen of te be-eindigen. Een collega van mij, JV, gebruikte de term pas geleden in relatie tot managementvoorstellingen en praktijken: managementsjamanisme. Managers hebben allerlei specifieke termen (targets, stukje groepsgevoel, binding, afrekenen op resultaten, transparantie, stroomlijnen) waarmee ze schermen teneinde mensen te overtuigen van allerlei maatregelen, doelen enzovoorts. Op die manier proberen zij de sociale werkelijkheid beheersbaar te maken en daarmee open voor manipulatie en maakbaarheid. Aangezien zij alleen het overzicht hebben over het gehele plaatje kunnen zij schermen met kennis die voor anderen onbereikbaar is en waarschijnlijk ook niet inzichtelijk en begrijpelijk. Dit alles leidt tot procedures, kostenplaatjes, managementrapportages die langzaam maar zeker heilig worden met een taalgebruik dat voor leken binnen de organisatie en voor outsiders vaak compleet onbegrijpelijk is.  (Voor een uitstekend voorbeeld let op de managers en bestuursvoorzitter van ROC ASA in Amsterdam in de reportage van Zembla).Aangezien managers ook nog eens een hogere positie hebben dan degenen die het het primaire proces van zo’n organisatie uitvoeren, wil iedereen wel manager worden. Die laag heeft dan ook de neiging om flink uit te dijen tot op een punt waar in sommige organisaties zij 40% van de kosten uitmaken.

Wat heeft dit nu te maken met Marokkanen? Nu al lange tijd hebben we in Nederland last van een soort Marokkanensjamanisme. Er bestaat het idee onder het publiek, en niet helemaal onterecht, dat veel problemen in steden worden veroorzaakt door tweede generatie Marokkaans-Nederlandse jongeren. Politici en beleidsmakers proberen dit vervolgens te gieten in cijfers. Ondanks het vermeende taboe zijn er weinig landen in Europa die al zolang zoveel cijfers verzamelen over etniciteit en criminaliteit als Nederland. We hebben het nu ook weer gezien met de publicatie van de KLPD cijfers met ‘criminele Marokkanen‘. De dienst heeft op basis van cijfers uit 2007 181 gemeenten in kaart gebracht waarbij Gouda relatief het slechtste scoort. Vervolgens doet iedereen z’n best om maar hoog op die lijst te komen. Is Gouda nu nummer één? Of is dat Amsterdam? Of scoort Brabant opvallend hoog? Gouda is in ieder geval tevreden want zij hebben eindelijk erkenning voor hun gevoel dat zij echt ‘hele erge Marokkanenproblemen’ hebben. Jammer voor hen, (maar toch niet helemaal daarover zo meer) gaat het hier helemaal niet over criminelen. Het gaat over verdachten. Dat is principieel toch echt wat anders. Dat nog afgezien van het feit dat volledig onduidelijk is om welke delicten het gaat. Het blijkt bijvoorbeeld dat autochtone jongeren hoog scoren op geweld, zedenmisdrijven, brandstichting, geweld tegen agenten in uitgaansgebieden terwijl Marokkaans-Nederlandse jongeren zijn oververtegenwoordigd in de lage klasse delicten van vermogensdelicten met en zonder geweld (zie hier voor een discussie over de kritiek op dat onderzoek). Daarnaast blijkt dat de recidive onder autochtone jongeren hoger ligt dan die onder Marokkaans-Nederlandse jongeren. Nog afgezien dat van de ruim 177.000 verdachten er 14.462 Marokkaanse Nederlanders waren en 101.437 autochtone Nederlandse verdachten.

Verder al zou je deze cijfers als indicatie voor criminaliteit aannemen dan nog moet je deze corrigeren voor leeftijd, sociale klasse en aandeel van mannen. Simpel gezegd de meeste criminelen zijn jonge mannen uit de lagere sociale klasse tussen de 15 en 35 jaar; ongeacht etnische groep. Allochtonen scoren op al die facetten hoger dus voor een goede vergelijking dien je dat type verschillen neutraal te maken. U ziet, cijfers zonder duiding betekenen niets, iets wat bijvoorbeeld Steeph van Sargasso zeer goed begrepen heeft. De cijfers staan los van de sociale context, vertekenen deze zelfs terwijl dat voor leken compleet onzichtbaar blijft: magie. Daarnaast heeft het aanwijzen van Marokkanen als centrale groep ook iets magisch:C L O S E R » Blog Archive » Benoemen & Ritualistisch Magisch Realisme

Benoemen is in. Het betekent zeggen waar het op staat, taboes doorbreken en is niet zo soft als de boel bij elkaar houden. Dat maakt het benoemen bijna tot een ritueel: handelingen, uitgevoerd door een groep, met minimaal één symbolische betekenislaag. Er is hier meer dan één symbolische laag. Het benoemen (in dit geval van ‘Marokkanen’) maakt de groep ‘zichtbaar’. Het spreken over Marokkanen in dit geval is een soort speech act zoals de uitspraak: ‘ik beloof dat’ ook is. Met het uitspreken ervan wordt de handeling verricht. Een tweede laag is dat het een (schijn-)zekerheid geeft; een probleem kan pas worden aangepakt als duidelijk wordt wat het probleem is. ‘Marokkanen’ geeft daarbij duidelijk aan waar het probleem ligt: niet bij ‘ons’. (slaakt zucht van verlichting). Meestal geldt ‘De Wet van Koelman‘ en is er altijd wel iemand die de islam er ook bijsleept. De volgende laag is dat dit een soort retorische truc om mensen die krachtdadigheid, objectiviteit en realisme suggereert en daarmee (als een soort cirkelredenering) het benoemen noodzakelijk te maken. Het is een retorische truc die van ‘Marokkanen’ het passieve object maakt en van ‘de Nederlander’ een subject maakt die wel eens zal vertellen hoe de ander zich dient te gedragen.

De vraag is niet zozeer of het stigmatiserend is (dat is het) en of cultuur een rol speelt (en het daarom noodzakelijk is om de etniciteit te benoemen); cultuur speelt namelijk altijd een rol. Of het nu ‘Marokkanen’ zijn die een ambulance broeder meppen en steken of ‘Nederlanders’ maakt niks uit. De vraag is welke cultureel repertoire een rol speelt. Voor jongeren die hier geboren en getogen zijn is dat altijd een repertoire dat we (met alle diversiteit) een ‘Nederlands’ repertoire noemen. Voor jongeren uit Amsterdam geldt hetzelfde voor een ‘Amsterdams’ repertoire, voor jongeren geldt een ‘jongerenrepertoire’, voor migrantenjongeren een repertoire dat beinvloed is door de migratie en voor jongeren met ouders uit Marokko is dat altijd een repertoire dat beinvloed is door het repertoire van ouders (dat per definitie ook gemengd is vanwege hun periode hier, leeftijd, migratie enz.). En dan laten we het onderscheid tussen (drie groepen) Amazigh en Arabieren nog maar even zitten.

Dus over welk repertoire hebben we het als we het over ‘Marokkanen’ hebben in het geval van deze Marokkaans-Nederlandse jongeren in Amsterdam? Over jeugdcultuur, Amazigh, Marokko nu of 40 jaar geleden, ‘Nederlandse’ cultuur? U ziet het benoemen van ‘Marokkanen’ mag duidelijkheid suggeren en zelfs het begin van een oplossing, het is zo vaag als het maar zijn kan en het suggereert nog niet het begin van een oplossing. In feite alleen meer vragen.

Benoemen is een vorm van betekenisgeving. Het linkt een serie van incidenten aan elkaar onder één noemer: ‘Marokkanenprobleem’. Het suggereert tevens een oplossing die gelegen is in etniciteit en cultuur. Behalve bij Urkers e.d. wordt er bij criminaliteit onder autochtone Nederlanders zelden of nooit aandacht besteed aan cultuur, maar bij Marokkaanse Nederlanders gaat het om de Marokkaanse cultuur. En met cijfers, dat is immers ‘harde wetenschap’ en dus is het bewezen, hebben we het ook nog eens onderbouwd want we zijn geen racisten maar realisten. Maar helaas het gaat dus om een magisch realisme. De cijfers en het label ‘Marokkaans’ geven niet zozeer een werkelijkheid weer, maar scheppen deze. Het meest sterke voorbeeld dat me te binnen schiet, is het volgende. In een stad vindt incident plaats in een buurt met overwegend autochtone inwoners. Bij dit incident beroven twee niet-Marokkaanse inwoners uit een nabij gelegen plaats een buschauffeur. Dat is het beroemde busincident van Oosterwei een wijk met veel Marokkaanse Nederlanders in Gouda. De daders kwamen niet uit Gouda en het incident vond dus ook niet in die wijk plaats. Dat is wel het beeld uit de media. Er wordt een werkelijkheid geschapen en op basis daarvan geld uitgedeeld. Gouda kreeg een flink pak geld daarna voor de aanpak van Marokkaans-Nederlandse overlastgevers in Oosterwei.

De cijfers van de KLPD dienen om te bepalen hoeveel geld gemeenten krijgen om overlast aan te pakken. Om dit even in perspectief te zetten: men hanteert cijfers van verdachten in plaats van criminelen die voor vraagtekens vatbaar zijn evenals de labelling ‘Marokkaans’ om te bepalen hoeveel geld gemeenten krijgen. Op basis daarvan worden allerlei plannen bedacht om de ‘Marokkanen-problematiek’ aan te pakken. Termen als maatwerk, integrale aanpak, inzet rolmodellen, interactieteams, gezinscoaches, harde aanpak vliegen dan de lucht in om deze kwaal te bezweren. Voor een jaar of drie want dan is het geld op. Met de inzet van gezinscoaches in Gouda pakt men een aanpak op die men zelf een aantal jaren geleden heeft laten verdwijnen wegens gebrek aan geld. Soms wordt een doortastende maatregel ingezet met politieposten. Ook voor een korte termijn net als in Oosterwei en als het goed gaat sluit men die weer. Op deze manier is het dweilen met de kraan open want men pakt de problemen niet structureel aan, maar slechts tijdelijk met projectjes. Projectjes zijn het favoriete tijdverdrijf van veel managers en ambtenaren en komen eigenlijk vaak neer op het opnieuw uitvinden van het wiel. Welk wiel dat hangt een beetje van de mode van de tijd af. Langere projecten kunnen niet want dan worden mensen afhankelijk van de hulpverlening. Dag mag niet, want zelfredzaamheid is een heilig credo in dit soort kringen zelfs in die gezinnen waar de problemen al zo lang zo diep structureel zijn dat we toch echt moeten vrezen dat het het zonder lange intensieve begeleiding echt niet meer zal lukken. Waar het op neer komt is dat we die mensen leren zwemmen in hun eigen poel van ellende in plaats van die poel van ellende zelf aan te pakken.

De kwalijke gevolgen zijn iedere dag zichtbaar. Het is niet voor niets dat met name middengrote en kleine steden relatief zo hoog scoren op die KLPD lijst. Het aandeel van de Marokkaaans-Nederlandse verdachten in de grote steden valt best mee, zeker in Amsterdam, maar stadjes als Gouda, Oosterhout, Roosendaal, Culemborg enz. springen eruit; stadjes die afhankelijk zijn van de projectengeld om problemen aan te pakken en er dus belang bij hebben hoog op dergelijke lijsten te staan, maar de infrastructuur missen om problemen structureel aan te pakken of (slechts) in te perken. Uiteindelijk houdt Marokkanensjamanisme dus vooral zichzelf in stand net als met de managers van het managementsjamanisme. Er bestaat zoiets als een integratieindustrie en een marokkanenindustrie, mede aangewakkerd door de onkritische, nogal gouvernementele houding van de pers. Als men zich al kritisch gedraagt is dat niet de media die een fundamenteel kritisch oog houdt voor wat de overheid hier produceert, maar als speurneuzen op zoek naar de geheime kennis van de sjamanen; zoekend naar nog meer rapporten die de overheid voor ons verborgen houdt.

Nog een gevolg zagen we vannacht. In het teken van de Dag tegen Racisme (flauw ik weet het) werd het Marokkaans-Nederlandse raadslid Mohammed Mohandis uit Gouda geweigerd in drie Utrechtse uitgaansgelegenheden. Je kunt veel van Mohandis zeggen maar niet dat hij tot de categorie ‘tuig’ behoort, maar niettemin werd hem te verstaan gegeven dat zijn soort er niet in kwam. ‘Zijn soort’, dat is dus niet de Marokkaans-Nederlandse jongeren die betrokken is bij de samenleving en hard werkt, maar het soort dat op magische wijze wordt geschapen in het geheugen van mensen door het Marokkanensjamanisme. Met eenzelfde logica. Als je alle Marokkaans-Nederlandse jongeren buitensluit heb je er geen last van denk je. Het gebeurt puur op basis van uiterlijk. Zozeer zelfs dat als je geen blond haar en blauwe ogen hebt als autochtone Nederlander maar wat donderder bent of lijkt, en je gaat met een groep Marokkaans-Nederlanders op stap gaat jou hetzelfde te wachten staat zoals mij eens is overkomen. Nu is Mohammed een keurige man, maar ik ken er ook die iets minder vriendelijk reageren. Uiteindelijk krijgen we de samenleving die we verdienen. Toch?

Marokkanensjamanisme is een wazig tovergedoe die een grimmige schijnwerkelijkheid schept en een hele industrie aan de gang houdt en ons blind maakt voor structurele problemen. Het geeft het idee dat we daadwerkelijk weten waar het om gaat en wat de oplossing is, maar houdt uiteindelijk vooral zichzelf in stand.

0 comments.

Cartoonesque 14 – Muhammad Cartoons and Dutch media

Posted on March 21st, 2010 by martijn.
Categories: ISIM/RU Research, Multiculti Issues, Public Islam.

One of the most pressing issues in todays secular pluralist countries is how to prevent escalation in conflicts. Many conflicts pertain to religious people being offended by representations of their religion by others. The Muhammad Cartoons are one such case and they are in the center of attention again after the arrests of Jihad Jane and others for plotting an attack on Swedish cartoonist Lars Vilks. Dutch newspaper AD reported about the death threats against Vilks and in that same article also showed the cartoon he draw. This led to complaints in some Muslim circles.

So far nothing new, except those complaints. Not the complaints itself but the fact that is was done in a much more professional way than in the past. In the past there have been a few individual complaints combined with public statements from imams and in the case of the Muhammad Cartoons in 2006 three badly run demonstrations. During the affair with Fitna the Movie almost all imams (including Salafi imams) only called upon people to remain calm. This is not to say that people were not angry, offended or whatever. They were. And they turned to the imams for advice on what to do. The advice to remain calm helped in most cases but was not sufficient for a large group who saw the imams as acquiescing when they should stood up for their interests. This time however the Dutch site Islaam.tv (a Salafi media site) launched a small campaign with the film ‘Everything but the prophet‘ while Al-Yaqeen (a Salafi site belong the As Soennah mosque with imam Fawaz in The Hague) published a statement (as they did before). Both Islaam.tv and Al-Yaqeen framed the article of AD as ‘disgraceful’ and a ‘new provocation’ and ‘mockery’ against Muslims in the name of journalism. Under the guise of freedom of speech ‘they’ keep offending and hurting the prophet by depicting him in the most awful ways. According to them by using the freedom of speech as an instrument for deliberate insult journalists do not unite society but attack its social cohesion. They called upon the newspaper to remove the cartoon and asked Muslims and sympathizers to send an email to the AD with the request to take the cartoon of the site. The content of this message shows a classic blasphemy approach whereby the protection of holy symbols is aimed at protecting social cohesion in society. The protection of holy symbols is twofold: first of all the symbol itself that should not be desecrated but second (and in modern times more so) the feelings of believers that should not be offended. The accusation of offense in this sense is a way of protecting the status quo within a group and of protecting the status of a group within society. There is reason however to doubt the framing of the newspaper as deliberately offending and provocative. My idea is, also based upon earlier experiences with this newspaper, that they did not really think about it that much. They published it without thinking about the possible consequences just because they needed a picture with the article and not with the intend to offend people. More on that below.

The newspaper AD, after having received several complaints, removed the cartoon from its site. With a very interesting logic. According to them the complaints direct our attention to a sensitive topic but they are not the reason for removing it. After internal debate the newspaper came to the conclusion that they had decided too quickly that this was a fitting illustration. Now they think the picture is not relevant. Earlier they did show the cartoon when ‘it was functional.’ Apparently giving in to such complaints based upon offended religious feeling and maybe also statements of solidarity by non-Muslims, is not the correct way of handling this. Decisions should be based upon relevance and functionality which appear to be neutral and rational arguments instead of the irrational and one-sided complaints by Muslims. Although this particular frame is easy to criticize because they probably would not have removed the cartoon if they received no complaints. That has been picked up by others as well, such as Elsevier, who severly criticized AD for being cowards, bowing for radical Muslims, another step back, and complaints were seen as the birth of an Islamic vice police and ‘mail from talibanistan‘. All these sites and newspaper De Pers use the cartoon in their articles except shocklog Geenstijl in an article about ‘wining Muslims‘. What do these comments along with the publishing of the cartoon mean? Does the defense of the freedom of speech mean that those cartoons have to be published because otherwise one is a coward and giving in to Muslims?

The Salafi websites Al-Yaqeen and Islaam.tv in turn responded to the publications in De Pers and Elsevier. Al Yaqeen sees at the last straw for De Pers (a newspaper in trouble) and an attempt to do something with so-called ‘real journalism’. Their hate against Muslims is so big that they seize every opportunity to hurt Muslims (again, I doubt this). They call upon people not to read this free newspaper. Islaam.tv published another film called ‘Do we remain silent?‘. The title is I think chosen very well because it mirrors the feeling among many Muslims (not only Salafi) that there are limits and that it is about time to speak up. The fact that Al Yaqeen and Islaam.tv are both at the front of this campaign seems to indicate that also the imams have slightly shifted their stance from harsh condemnations in the past (until 2002-2004) to acquiescence and calls for restraint (2004-2009) to moderate collective action via the internet. The content of the last video (in which I’m also giving my similar view on the whole thing) does show this. Imam Fawaz is calling for action based upon the principle of commanding good and forbidding evil: “If one of you sees something wrong, let him change it with his hand; if he cannot, then with his tongue, if he cannot, then with his heart” based upon a hadith. The way Fawaz does this is open for interpretation. At FrontaalNaakt (criticizing shocklog Geenstijl.nl for publishing the cartoon out of solidarity) it stated that Fawaz and others such as rapper Appa appear to be agitated in the film while Elsevier interprets it as ranting. In both cases emphasizing the idea that when going public one should do that in a moderate way withouth screaming. In the film the writer Fawaz calls upon people here to change things with their hand. If Muslims cannot change things, such as in a minority situation, they should express their disapproval. This is important because as a real social movement the Islaam.tv network and Al Yaqeen network do not only frame the particular grievances: in the caption belonging to this film on the site, again reference is made to publishing this cartoon as a provocation. They also direct the focus to those against whom claims for compensation should be made. And, very important in the process of politicization, they seek allies among Muslims and non-Muslims for example by publishing sympathy statements on Al-Yaqeen of Maurice Berger, professor of Islam in the West at University Leiden, lawyer Gerard Spong and spokseman of the national organization of employers Roelf van der Kooy. Furthermore they also provide people the ‘correct’ way for expressing their grievances; correct in their view about Islam (not necessarily shared by other Muslims) but also suitable for the Dutch political culture.

The second action has led to response (of course). This time shocklog Geenstijl.nl states its solidarity with De Pers and Elsevier and does publish the cartoon. One of the reasons for publishing it this time is that they also got criticized for being cowards a day earlier when they did not publish the cartoon. It seems that the Muhammad Cartoons have become icons for the freedom of speech. Usually icons are religious artifacts or more broadly objects that are more than just representations of a particular person; it represents the person itself and it becomes the person itself. It seems that the discussion is not about the content of the cartoons itself anymore but the cartoons represent the freedom of speech and have become the freedom of speech itself. The importance, value and meaning attached to the freedom of speech passed over to the cartoons during the affair in 2006 and now the meaning attached to those cartoons (and the idea that they are under siege by angry Muslims) transfers back to the freedom of speech. We can see God as a transcendent concept, it is not ‘really’ here in the sense that we can touch, see or smell. The same goes for the freedom of speech: a concept of secular societies with transcendent qualities. The cartoons make this elusive concept ‘real’, imaginable and concrete and therefore open to signification. The concept of freedom of speech has been sacralized and (as with blasphemy) accusing others of threatening the freedom of speech can therefore be seen as an attempt to preserve the status quo of society; in this case against the perceived islamization of society. The freedom of speech has become a disciplining frame and the repeated publishing of the cartoons after complaints against it by Muslims, can be seen as an attempt to teach those Muslims who is boss here. A conflict such as this reveals the moral underpinnings of dealing with religious feelings and of secularist and believers going public in a time of islamophobia and the rise of religious movements that do not without conditions surrender to the secular truce.

Reblog this post [with Zemanta]

1 comment.

Linda Herrera and Arjan de Haan – A court case and an election: Letter from The Hague

Posted on March 13th, 2010 by martijn.
Categories: Multiculti Issues, Public Islam.

This letter has been written by Arjan de Haan and Linda Herrera, both working at the International Institute of Social Studies.

A court case and an election: Letter from The Hague

11 March 2010

The Hague, the international city of Peace and Justice and home of the International Institute of Social Studies (ISS), has of late been in the international spotlight because of a high profile criminal trial and a local election. At the International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia (ICTY) Radovan Karadzic is currently standing trial charged with war crimes, genocide, and crimes against humanity. He is most famously known for allegedly ordering the massacre of some 8000 Bosnian Muslim men, one episode in a wave of ethnic cleansing atrocities that took place during the civil war in the former Yugoslavia (1992-1995). On March 3rd 2010 in the municipal elections of The Hague Geert Wilders’ party the PVV (Party for Freedom) ran on relentless anti-Islam and partly anti-immigration platform. The PVV gained 16.8 % of the votes making it the second largest party in The Hague after the PvdA.

The two authors of this letter, colleagues working at the ISS in the field of international development studies, have both witnessed anti-immigrant and racists displays in regions of the global South where we work, and of late in our local neighborhoods here in the Hague. The campaign flyers from PVV which circulated in our streets essentially promised to keep harassing and otherizing Dutch Muslims by means such as banning the headscarf in public functions, closing down Islamic schools, promising zero-tolerance vis-à-vis ‘street-terror’ (referring to street behavior of Moroccan male youth). It denigrated the rival PvdA leaders for pursuing dialogue with the local Muslim community with the words, “you can offer as many goats as you like, and you can ritually sacrifice our country as often as you can.”

Over the last ten years, Dutch society has undergone radical changes, and we witness with alarm how already marginalized groups get crushed under the weight of hateful language and intolerant public practices in Dit Mooie Land (This Beautiful Country), as the book of Kader Abdolah is called, and de ‘mooie stad achter de duinen’ (‘beautiful city behind the dunes’), as the refrain about The Hague goes. The Hague at this moment is a microcosm for Europe, which is attempting a reconciliation of crimes and mistakes of Europe’s recent past, but at the same time is possibly reproducing the conditions that make such crimes possible in the first place.

There are at the same time strong voices of assertion of rights of citizens in this country, like the increasing number of representatives of ethnic minority groups. We believe it is our duty to condemn the forces that perpetuate racial and cultural divisions and support these counter voices in the interest of democracy in the Netherlands, in Europe, and in our world.

0 comments.

New Book – A world of insecurity: Anthropological perspectives on human security

Posted on March 6th, 2010 by martijn.
Categories: Important Publications, Multiculti Issues, My Research.

The concept of Human Security was introduced by the UN Development Programme in 1994, in order to expand the scope of development work and research. Human Security was defined as ‘freedom from want and freedom from fear’. This collection of articles draws on a different approach, one developed within the successful research programme ‘Constructing Human Security in a Globalizing World’ (CONSEC) based in the Department of Social and Cultural Anthropology, Vrije Universiteit Amsterdam, and includes the subjective and existentialdimensions in an area which has been dominated by quantitative and ‘objective’ measurements of well-being. This book is a sample of the research carried out in the Department, and a capstone of the CONSEC programme with which all contributors are affiliated.

Rather than as a field of inquiry, the book defines Human Security as a multidimensional and dynamic conceptual lens which allows us to link these various dimensions – superficially classified as physical and existential security – with one another in order to achieve a richer, more complex and more compelling analysis. Thus, this approach goes beyond peace-keeping operations, post-conflict reconstruction and military culture, and includes other aspects of anthropology (like religion, ethnicity, transnationalism, gender, social and political transformations, natural resource management, and development). Thus, while the conceptualization of Human Security widened and became more differentiated, researchers came across contradictory manifestations of Human Security. For instance, it is a truism that in specific circumstances, some people are willing to risk their own or others’ physical or economic security for religious or ethnic reasons. If such cultural and religious dimensions are left out of the equation, then a Human Security analysis is bound to be incomplete, theoretically barren, and politically irrelevant. Therefore the researchers taking part in the programme have explored ways of conceptualizing Human Security to include such cultural and existential dimensions as well.

The chapters can be grouped in three sections. Following the introduction, three chapters discuss the political and political economy aspects of human security (Salman, Venema, De Theije & Bal). The next four chapters (Bal & Sinha-Kerkhoff, Brouwer, Bartels et al., Droogers) focus on the human security aspects of questions of identity and belonging. The last four chapters (Den Uyl, Evers, Kooiman, Salemink) zoom in on human security questions in relation to state policies and practices.

Keywords: human security, anthropology, conflict, cohesion, identities, risk, migration, globalization, transnationalism

Table of contents

A world of insecurity: Anthropological perspectives on human security

Thomas Hylland Eriksen, Ellen Bal, Oscar Salemink (eds.)

1. Thomas Hylland Eriksen: Human security and social anthropology

Part 1: The political economy of human security

2. Ton Salman: Taking Risks for Security’s Sake: Bolivians Resisting their State and its Economic Policies

3. Bernard Venema (with Ali Mguild): State formation, Imposition of a Land Market and Resilient Pathways among the Berbers of the Middle Atlas

4. Marjo de Theije and Ellen Bal: Flexible migrants: Brazilian gold miners and their quest for human security in Surinam

Part 2: Security, identity and belonging

5. Ellen Bal and Kathinka Sinha-Kerkhoff: ‘Bharat-wasie or Surinamie’: Hindustani notions of belonging in Surinam and the Netherlands

6. Edien Bartels, Kim Knibbe, Martijn de Koning and Oscar Salemink: Cultural identity as a key dimension of human security: The Dutch case

7. Lenie Brouwer: “Without Cybersouk, I would be Dead”: Local Experiences in a Dutch Digital Community Centre

8. André Droogers: Religion, identity and security among Pomeranian Lutheran migrants in Espírito Santo, Brazil (1880 – 2005): A schema repertoire approach

Part 3: States of (in)security

9. Marion den Uyl: Changing Notions of Belonging: Migrants and natives in an Amsterdam multicultural neighbourhood

10. Sandra Evers: Tales from a Captive Audience: Dissident Narratives and the Official History of the Seychelles

11. Dick Kooiman: Harnessing Ceremonial for Political Security: An Indian princely state on the verge of extinction

12. Oscar Salemink: Ritual efficacy, spiritual security and human security: Spirit mediumship in contemporary Vietnam

(H/T Standplaats Wereld)

1 comment.

Fitna in the Netherlands – Elections and the myth of tolerance

Posted on March 5th, 2010 by martijn.
Categories: Multiculti Issues, Religious and Political Radicalization.

I have read several of the reactions outside the Netherlands about the recent local elections which were ‘won’ by the progressive liberals of D66 and the radical anti-islam party PVV of Geert Wilders. Consider some of the headlines:
http://www.independent.co.uk/news/world/europe/extreme-right-on-the-march-in-europes-most-tolerant-nation-1916481.html

The anti-Islamist party led by Dutch firebrand Geert Wilders has triumphed in municipal polls in The Netherlands, opening the way for a political breakthrough for the far-right in general elections in June.

http://blogs.telegraph.co.uk/news/tobyyoung/100028507/geert-wilders-victory-in-hollands-regional-elections-is-a-victory-for-free-speech/

All citizens of a modern liberal democracy must respect the right to free speech, and if that means some of them are going to be offended from time to time, they’ll just have to learn to take it on the chin.”

Had the Dutch authorities reacted like that — and had Islamic groups simply ignored him, which would have been the sensible thing to do — the whole Fitna affair would have blown over in a matter of days. Instead, he’s been condemned by the international Muslim community, a shameful attempt was made to ban him entering the UK and countless fatawa have been issued against him, including one by Al-Qaeda. Ludicrous — and precisely the kind of fanatical intolerance that Fitna was intended to point up.

Albeit from different perspectives both articles point to a breakthrough of a radical anti-islam politician in a once so tolerant Dutch country or a country fighting against intolerant Muslims. Same was said after Fortuyn’s rise in the 2002 elections, after the political murder of Fortuyn in 2002, after the political murder of Van Gogh in 2004. How many blows can the myth of Dutch tolerance have before people recognize it is a myth after all? Let’s consider what I wrote a while ago about Dutch tolerance:
C L O S E R » Blog Archive » The Politics of Dutch Tolerance

Tolerance is perhaps one of the main mythical characteristics of Dutch society. Mythical in the sense that it is a sacred narrative concerning how the Netherlands and the Dutch people came to have their present form. It can be traced back to the Dutch golden era, the 17th century and is still an important issue in debates and the relationship between different people.

Tolerance in Dutch society is mainly used with regard to different religions. Especially Amsterdam from the 17th century onwards is famous for its ability to attract people with a wide variety of religious and ethnic backgrounds who came for economical reasons or fled for religious reasons (Lucassen en Penninx 1997). In the 20th century religious tolerance is very much connected with the system of pillarization. In this system society was deeply divided into distinct and mutually antagonistic religious and ideological groups. Because of overarching cooperation at the elite level and by allowing each group as much autonomy as possible, a stable democracy was made possible (Lijphart 1968). The 1960s were a turning point in history in Europe and the U.S. In the Netherlands this turning point involved a major shift in the position of religion. A popular narrative is that during the 1960s the Dutch liberated themselves from the burden of religion. Free speech rights were loosened in the 1960s and already after WWII new mass political parties such as the PvdA (Labor Party) and the VVD (secular-right-liberal) emerged as powerful forces (Kennedy 1995: 356). By the end of the 1960s daily newspapers had lost their religious affiliations and the mass media become more adversarial with loosening of ties to religious denominations (Kennedy 1995: 285). After that the debate about tolerance seems to have shifted towards the question of how to deal with (Christian) groups that do not acknowledge and accept the fundamental freedoms of a secular Dutch society. In this sense secularism is not only a description of the decline of religion in society but also a norm in society. This question was raised when several Christian groups refused to vaccinate their children against polio or in case of the SGP (a right wing orthodox Christian political party) who refuses women to become active members of the party. The way these questions were resolved did not question the tolerance of society. On the contrary it was seen as an affirmation of Dutch tolerance. More serious questions were raised during the 1990s when the issue of tolerance was linked to immigration and Muslims. This shows that tolerance is more just a virtue alone. It is an important aspect of identity politics on both sides of ‘us’ and ‘them’. Identity politics, in my view, should be taken to mean the negotiations about the definition and interpretation of ideas, practices and experiences that constitute a certain identity (Eickelman en Piscatori 1996, Eriksen 1993). In this case it involves negotiations about the definition and interpretation of ideas, practices and experiences related to tolerance. One only has to have look at the headlines of Dutch and foreign newspapers after the murder of Van Gogh, or look at touristic brochures and flyers to realize that tolerance is considered to be an in important part of Dutch identity.

The issue of tolerance is a founding myth that has become part of a politics of identity that is not necessary that tolerant. Read for example Theo van Gogh’s (2001) statement about tolerance in relation to the conviction of Janmaat, a former leader of the far right Centrum Democrats:

The notion that tolerance is worth the trouble of defending as part of the Dutch cultural tradition, has disappeared forever, in the ritual repudiation of the poor wretch Janmaat. The internal uncertainty over what is now really Dutch manifests itself in practice in a debate where the native born Dutch, stand with their hat in their hands, in submission, and observe their own culture.

In this case tolerance is connected with free speech and the intolerant people are the ones who repudiated Janmaat for his standpoint about multiculturalism. This fragment is symptomatic for a change in Dutch society since the 1990s. In 1989, after the fatwa of Khomeiny condemning Salman Rushdie for his Satanic Verses there was a major outcry in the Netherlands, though less compared to the UK. Most Muslim spokesmen rejected the book as well as the fatwa but after a demonstration of several hundred Pakistani supporting Khomeiny, the public outcry was huge. Some people stated that this showed that the multicultural policy did not work. Although people thought there was still a ‘taboo’ on criticizing Muslims – if you did chances were you would be labelled a racist – this taboo is starting to erode after the Rushdie affair. Muslims are increasingly distinguished from Dutch people (while people used to talk about allochtons or ethnic minorities) and their loyalty towards the Netherlands is questioned. The first Gulf War influences the picture of Islam in the Netherlands. Bolkestein, political leader of the Dutch liberal party (VVD), states in a lecture and an interview that Islam is incompatible with Western liberal values. He is the first politician who uses the minority issue as a political strategy. The only party that did that before him was the Centrumpartij (of Janmaat), but they were marginalized. Bolkestein (1991) says that migrants should adjust to the Dutch law and the multicultural society has his limits because not all cultures are equal. His lecture was held in Luzern and in it he made an extensive analysis on a new strategie of NATO. Before this former NATO secretary-general Claes stated that according to him Islam was as dangerous as communism was. Bolkestein is severely criticized for his statements but this criticism relates more to the way he said things than to the content of his message. In 1996 Pim Fortuyn released his book ‘Against the islamisation of our culture’ in which he elaborated on the issues Bolkestein addressed earlier (Fortuyn 1997). Muslims, including liberal Muslims, are against the separation of church and state, against equality of men and women and the main threat for world peace, accordint to Fortuyn. Although he not only had an ‘Islam-topic’ and he had anti-establishment discourse as well, his messages concerning Islam are most visible. His popularity causes other politicians to firm up their language on and towards migrants. When he is killed on 6 May 2002 the whole country is in a shock and many people (Muslim and non-Muslim) hope the perpetrator will not be a Muslim.

Bolkestein and Fortuyn but later on also people like Cliteur, Ellian, Hirsi Ali, Ephimenco and Scheffer have in common that they do not question the virtue of tolerance itself, but state that ‘we’ have gone too far in tolerating the intolerant. Used in this way tolerance is a characteristic of Dutch society and the Dutch people and intolerance is part of the other. Fortuyn is probably most outspoken in two columns in which he calls for a Cold War against Islam (Fortuyn 2001a, 2001b):

Meanwhile, the free and developed West is very naive. We have to lay off our shyness and speak out – and act accordingly – that the main threat for world peace comes from Islam, whereby the difference between liberal and fundamentalist Islam is relatively small. In Indonesia for example, complete disintegration is bound to happen, with the daily bloodbaths that go with it, by the claims of Islam that does not allow any opposition, let alone create space for dissenting voices.

These concerns about the relation between Islam and social cohesion are not exclusively dealt with by Bolkestein and Fortuyn. On the hand ethnicity and religion are increasingly seen as private matters instead of issues the state has to deal with (Fermin 1997: 233). At the same time the limits of religious and cultural difference and the conditions for social cohesion and integration are questioned by a broad political spectrum ranging from ultra-left to ultra-right, socialist and liberal parties and religious parties (Fermin 1997: 247). On the left for example Scheffer (2000) argued that multicultural politics of ‘integration while maintaining one’s own culture’ is the cause of the failing of integration policies.

On the right (besides Bolkestein) philosopher Cliteur (2002: 144-146) affiliated with the liberal party VVD has argued that tolerance is used as a legitimization for being politically correct and for censorship. According to him the battle for real tolerance has to be fought again against the intolerants. The cultural relativist nature of Dutch politicians, in his view, has hindered that battle. Most of the people mentioned here can be called, in terms of Prins (2000), ‘new realists’. One of the characteristics of these new realist men (and a few women) is the he believes that a typical aspect of Dutch character is to be open-minded, honest and realistic. Another characteristic is that they see themselves as people who dare to call the things by its real name, face the facts and openly challenge the taboos on certain truths – for example that radical Islam is the true Islam and that is incompatible with Dutch society -which the politically correct elite and official discourse have hidden from the common people (Prins 2000, Prins 2002). In this sense tolerance and freedom of speech (and perhaps the freedom to insult) are related to each other. The real tolerant people therefore are not the so called anti-racists but the realists with Fortuyn, Hirsi Ali and Van Gogh as their figureheads.

The first time this new realism appears at the surface is the El Moumni-affair in May 2001. In the televisionprogram NOVA about the attitude of Moroccan boys towards homosexuality, young people were showing their contempt for gays. According to imam El Moumni in that program, homosexuality was a dangerous disease. This unleashed a fierce debate about the position of Islam in the Netherlands that clearly showed the transformation of tolerance that was already set in motion in the 1990s. Gaymagazine Gaykrant opened a website with a poll with the thesis: ‘New Dutchmen must accept our tolerance, otherwise they don’t belong here’. An overwhelming majority of 91% agreed (Prins 2002, Trouw 2001b). Also Kennedy points to the changing ideas about tolerance in an interview with Dutch daily Trouw (Top 2005). Freedom and tolerance become the dominant concepts and narrow-mindedness and intolerance are attacked. Tolerance becomes a militant term and something that other people should learn.

Tolerance and in particular since 2004 freedom of speech remains important for Dutch identity but is, in particularly by the new realists, transformed. From something that a dominant group is able to give to a minority group, to something the dominant group demands from the minority group. This is based on a very strong emphasis on personal autonomy and the conviction that the Other does not value personal autonomy and wants to restrict the personal autonomy of Dutch people.

Wilders rise therefore is not end of Dutch tolerance, but part of a transformation of tolerance and freedom of speech that has been going on for quite some time now. And there are more reasons to debunk the headlines about tolerance (or victory for freedom of speech for that matter). In an excellent article in the Guardian Mark Fonseca Rendeiro also critizes such conclusions:
http://www.guardian.co.uk/commentisfree/2010/mar/04/dutch-elections-pvv-wilders-right

This sudden explosion of intolerance and fragmented politics is nothing new; we have been reading about it for decades. The myth maintained by international media outlets and perhaps the Dutch bureau of tourism, which parrots the Netherlands as an open-minded leftwing paradise, has long kept a smoke screen over the well-established and not always tolerant tradition of smaller parties, extremist or moderate, left or right, which rise up suddenly, gain power and occasionally disappear into obscurity as fast as they came.

The international press summed up the results of yesterday’s Dutch legislative elections as a major victory for the far-right, anti-Islam and ironically named Freedom Party (PVV). They are also quick to point to the two cities (out of the entire country!) where the PVV managed to top the polls in local elections. But while The Hague, where the PVV is now the second-largest party, is certainly a city of international and national importance, gaining control of it, along with the little-known city of Almere, does not equal an electoral sweep.

I agree with him that the small gains by the PVV is significant because it is exactly a radical anti-islam, xenophopic and nationalist rhetoric that has worked for hem. Nevertheless several parties opposing this discourse such as the Green-Left and progressive liberals have had quite some success as well although their moderate stance towards multiculturalism and islam do not make fun headlines. He also points to Dutch history:
http://www.guardian.co.uk/commentisfree/2010/mar/04/dutch-elections-pvv-wilders-right

The Netherlands, a nation where 85% of the population is connected to the internet, was divided along political, religious, and social lines long before anyone knew what a blog was. Where nowadays some people and political parties lament the influence of Islam, much of the population can remember when it was socially unacceptable for Catholics to marry Protestants. In the liberal bastion of the Netherlands, political parties used to organise along religious or nationalist values, which did not begin with the PVV in 2009 or 2010.

Furthermore the author is right to point to the fact that the PVV only ran in two cities: Almere and The Hague. Compared to the last municipal elections these cities have had a major change; no surprise there because in those elections the PVV did not act. There is more to say about that. During the Euro elections in 2009 the PVV had 27% of the votes in Almere, now they received 21% of the votes. The won the elections, but lost 5% of the votes. In The Hague during the Euro elections they had 19,9% of the votes, now they received 17,5% even lower than the nation-wide poll. Nation-wide, in the polls, the PVV remained stable. Nevertheless the results are impressive and combined with the sensationalist headlines (not only in foreign press) do present a danger. Muslims/migrants may (continue) to loose their trust in wider society and native citizens and become more alienated than some of them already are. Wilders’ PVV is able to get those native people to the participate in the elections who otherwise stay at home out of resentment and/or alienation. On the other hand Wilders’ PVV may also be able to get those migrants and natives to participate who otherwise would stay at home only because they want to oppose Wilders. Political commentators expect a fierce, harsh electioncampaign for the national elections in June. The result may be more polarization and chaos between natives and migrants and among natives, in a country that in some far away past seemed to be relatively stable and quiet.

Wilders is showing his movie Fitna (chaos, strive) today in the House of Lords in the UK (see HERE for a critique) signalling his belief that Islam is a danger to a stable tolerant country. The real fitna however is already apparent in the Netherlands; not a breakthrough for xenophobia and islamophobia, but xenophobia and islamophobia that has become acceptable and moreover a reason to vote. Not a breakthrough washing away political opposition but a deadlock situation making the country difficult to rule for left and right.

Reblog this post [with Zemanta]

1 comment.

Hizmetinizde – Voor al uw verkiezingsposters

Posted on February 17th, 2010 by martijn.
Categories: Multiculti Issues.

Nederlands is één van de kenmerken van Nederland en figureert dan ook prominent in allerlei utopische en idealistische bespiegelingen over de Nederlandse cultuur en identiteit. Dat het huidige standaardnnederlands gebaseerd is op twee dialecten (de Frankische dialecten van Holland en Brabant) met wat Saksische elementen wordt vaak vergeten; Nederlands is vanzelfsprekend en dat de talen van de noordelijke inwoners (in het bijzonder de Friezen en in mindere mate dus de Nedersaksen) daar nauwelijks een rol in hebben gespeeld weten we niet meer. Enige jaren terug kwam Pim Fortuyn met de keurige Nederlandstalige slogan: At your service!

Weinig ophef over deze Engelstalige slogan destijds. Nu is dat een andere zaak. Dat gaat niet zozeer om VVD-posters in het Chinees of een VVD campagne pagina in het Engels speciaal voor expats. Maar het gaat om verkiezingsposters en flyers (!) in het Turks en Arabisch. Als service voor u kunt u er hier ook enkele bekijken:

Elsevier zegt in een artikel hierover:
Elsevier.nl – Nederland – PvdA-lijsttrekker Amsterdam voert campagne in het Turks

Ook de Nederlandse Moslim Partij heeft Arabische en Turkse flyers, terwijl de partij zegt vooral de kloof tussen moslims en niet-moslims te willen dichten en zich in te zetten voor participatie en integratie.

Het idee is daarbij dus dat het verspreiden van posters in Arabisch en Turks niet goed is voor participatie en integratie. Daarnaast is er het idee dat autochtone mensen zich ontheemd voelen doordat ze dergelijke teksten zien en wellicht ook omdat ze de teksten niet kunnen begrijpen hetgeen een vervreemdend effect kan geven. Ook één van de redenen waarom het Nederlands nu in de Grondwet zou moeten worden opgenomen. Een ander aspect dat een rol speelt (en dat met bovenstaande samenhangt) is natuurlijk dat er mensen zijn die vinden dat we in Nederland nu eenmaal Nederlands spreken; een verkiezingsposter in Arabisch en Turks gaat dan in tegen het idee van Nederlandse identiteit of cultuur die men heeft. Een aardige cartooneske illustratie ervan is die op LWH van Conan. Op een grappige manier wordt getoond welke stereotypen er zijn over Turkse Nederlanders en wat ‘wij’ Nederlanders natuurlijk niet willen en wat ook niet past bij het utopische idee van de Nederlandse cultuur.

In dat idee van cultuur en identiteit past kennelijk geen item in Turkse of Arabische taal; andere wereldtalen lijken minder problematisch te zijn net als andere dialecten in Nederland en het Fries.

Verder lijken deze Arabischtalige en Turkstalige posters vooral een symbolische verwijzing naar etnische identiteit. Het is een poging om een relatie te leggen met de etnische achterban via taal als symbool. Laten zien dat men toch echt dicht bij de etnische achtergrond staat door het gebruik van de ‘juiste’ taal. Denk maar niet dat alle Marokkaanse Nederlanders de Arabische tekst op de poster van de PvdA kunnen lezen. Het is de vraag of de partijen die dergelijke posters gebruiken zich wel realiseren wat de tegenreacties kunnen zijn en of zich dat uiteindelijk niet tegen henzelf keert. De nadruk op Nederlands heeft denk ik ook te maken met een toenemende druk om de openbare ruimte te controleren: van camera’s tot boerka-verboden en nu dus ook de druk om geen posters in vreemde talen op te hangen. De openbare ruimte moet gecontroleerd en gehomogeniseerd worden en uitingen van alteriteit verbannen.

Wat ik u verder vooral niet wil onthouden…zoek de taalfout: Copytijgers.

0 comments.

Benzakour debat: Izz ad-Din Ruhulessin – ‘Niet stemmen is beter dan links stemmen’

Posted on February 15th, 2010 by martijn.
Categories: Multiculti Issues.

Het debat naar aanleiding van Benzakour‘s opinie artikel in NRC is ook opgepikt door Izz ad-Din Ruhulessin. Zijn stuk wordt hieronder integraal weergegeven:

GroenLinks beticht de PvdA van graaien in het allochtone electoraat, maar doet precies hetzelfde

Mohammmed Benzakour zegt dat de Partij van de Arbeid de ‘allochtone stem’ niet waard is. Moslims zouden progressief moeten stemmen. Maar in welk kader moeten we deze oproep plaatsen?

Het betoog van Benzakour komt neer op een beschuldiging van graaien in het allochtone electoraat, en hen daarna keihard laten vallen. Op het eerste gezicht maakt hij een ijzersterk punt, want iedere moslim weet dat de PvdA niets meer dan een paternalistisch partijtje is, zuchtend onder de Last van de Witte Man. De enige politieke reden van het slijmen bij moslims, is inderdaad het strategisch belang van de Islamitische stem in de grote steden.

De arme moslims en allochtonen, verraden door hun zogenaamde protector, moeten daarom, aldus Benzakour, progressief stemmen. Wie is progressief? Omdat Benzakour zelf lijstduwer voor GroenLinks is; en de meerderheid van de ondertekenaars lid van of gelieerd aan die partij, is het duidelijk dat met ‘progressief’ hier GroenLinks bedoeld wordt. Het zou ook niet verbazend zijn als dit betoog door de spindoctors van die partij is bekokstoofd. Een vuil spelletje van GroenLinks: moeten moslims progressief stemmen omdat dit in het belang is van Islam en de moslims, of omdat dit in het “strategisch belang” van GroenLinks is?

Er bestaat namelijk geen grotere gotspe dan de suggestie dat de belangen van Islam en de moslims vertegenwoordigd zouden kunnen worden door een partij als GroenLinks. Heeft die partij werkelijk de illusie dat de Islamitische gemeenschap de uitspraken van Femke Halsema van afgelopen zomer is vergeten?

GroenLinks en de Partij van de Arbeid, dat zijn twee billen van dezelfde kont. Op dezelfde manier als de PvdA, spant GL de Islamitische Chamberlains (of is Bastiaan een betere metafoor?) voor haar karretje om haar ideologie aan de moslimgemeenschap op te dringen. GroenLinks zal dezelfde gesubsidieerde staatsislam (het gedrocht genaamd ‘gematigde Islam’) proberen op te dringen als dat de PvdA tracht te doen. GroenLinks lijdt onder dezelfde White Man’s Burden als dat de Partij van de Arbeid doet.

Bovendien is het ideologisch gewoonweg absurd te suggereren dat moslims progressief zouden moeten stemmen. Waren het niet diezelfde progressieve, linkse partijen die alle fundamenten van de samenleving (zoals het huwelijk en het gezin) hebben bestreden? Linkse partijen zijn bovendien in Nederland de traditionele vijanden van religies, en zeker van Islam.

De enige reden waarom een moslim op een GroenLinks zou stemmen is – naar analogie van imam van der Ven – dat “griep beter is dan kanker”. Maar deze vergelijking gaat enkel op wanneer je de Partij van de Arbeid als kanker neerzet, en GroenLinks als griep. Dit is hier totaal niet aan de orde. De PvdA en GroenLinks zijn niets meer dan twee cellen van dezelfde ziekte.

Nee, met de huidige politieke partijen is het voor een moslim beter om gewoon helemaal niet te stemmen. Stem je SP, dan stem je tegen Islamitisch onderwijs (en daarmee de toekomst van onze kinderen); stem je GroenLinks, dan stem je tegen zowat alle Islamitische kernprincipes; stem je PvdA, dan stem je voor nog vier jaar paternalisme, om behandeld te worden als koloniaal onderdaan – en de rest, waarschijnlijk behoeft dat geen uitleg.

Misschien is het zelfs wel beter voor moslims om autoritair rechts te stemmen (Trots op Nederland, bijvoorbeeld). Want de beoogde wetten – hoofddoekverbod, handenschudwet – zijn makkelijk te negeren: gewoon je er niet aan houden. Maar de staatsislam die links zal verspreiden via de publieke omroep, op school, gesubsidieerde moskeeën en allerlei andere projecten, daar ontkomen we moeilijker aan.

Stem links, en de derde generatie moslims zal waarschijnlijk de laatste generatie moslims in Nederland zijn. Daarna zullen er slechts ‘Eid-isten’ zijn: de moslimtegenhanger van de moderne christen, voor wie het geloof niet veel meer inhoudt dan het met de mond belijden en zich volproppen met kerst.

Een geloof kan bestaan zonder instituties, een geloofsgemeenschap niet. Moslims hebben geen links paternalisme nodig, maar scholen, vakbonden, media, ziekenhuizen, sportverenigingen, een politieke partij; dát zijn de ware noden van de Islamitische gemeenschap.

Zie ook mijn eerdere stuk naar aanleiding van dit debat: Het Benzakour-debat: Het is nooit goed of het deugt niet

3 comments.

Benzakour debat: Izz ad-Din Ruhulessin – 'Niet stemmen is beter dan links stemmen'

Posted on February 15th, 2010 by martijn.
Categories: Multiculti Issues.

Het debat naar aanleiding van Benzakour‘s opinie artikel in NRC is ook opgepikt door Izz ad-Din Ruhulessin. Zijn stuk wordt hieronder integraal weergegeven:

GroenLinks beticht de PvdA van graaien in het allochtone electoraat, maar doet precies hetzelfde

Mohammmed Benzakour zegt dat de Partij van de Arbeid de ‘allochtone stem’ niet waard is. Moslims zouden progressief moeten stemmen. Maar in welk kader moeten we deze oproep plaatsen?

Het betoog van Benzakour komt neer op een beschuldiging van graaien in het allochtone electoraat, en hen daarna keihard laten vallen. Op het eerste gezicht maakt hij een ijzersterk punt, want iedere moslim weet dat de PvdA niets meer dan een paternalistisch partijtje is, zuchtend onder de Last van de Witte Man. De enige politieke reden van het slijmen bij moslims, is inderdaad het strategisch belang van de Islamitische stem in de grote steden.

De arme moslims en allochtonen, verraden door hun zogenaamde protector, moeten daarom, aldus Benzakour, progressief stemmen. Wie is progressief? Omdat Benzakour zelf lijstduwer voor GroenLinks is; en de meerderheid van de ondertekenaars lid van of gelieerd aan die partij, is het duidelijk dat met ‘progressief’ hier GroenLinks bedoeld wordt. Het zou ook niet verbazend zijn als dit betoog door de spindoctors van die partij is bekokstoofd. Een vuil spelletje van GroenLinks: moeten moslims progressief stemmen omdat dit in het belang is van Islam en de moslims, of omdat dit in het “strategisch belang” van GroenLinks is?

Er bestaat namelijk geen grotere gotspe dan de suggestie dat de belangen van Islam en de moslims vertegenwoordigd zouden kunnen worden door een partij als GroenLinks. Heeft die partij werkelijk de illusie dat de Islamitische gemeenschap de uitspraken van Femke Halsema van afgelopen zomer is vergeten?

GroenLinks en de Partij van de Arbeid, dat zijn twee billen van dezelfde kont. Op dezelfde manier als de PvdA, spant GL de Islamitische Chamberlains (of is Bastiaan een betere metafoor?) voor haar karretje om haar ideologie aan de moslimgemeenschap op te dringen. GroenLinks zal dezelfde gesubsidieerde staatsislam (het gedrocht genaamd ‘gematigde Islam’) proberen op te dringen als dat de PvdA tracht te doen. GroenLinks lijdt onder dezelfde White Man’s Burden als dat de Partij van de Arbeid doet.

Bovendien is het ideologisch gewoonweg absurd te suggereren dat moslims progressief zouden moeten stemmen. Waren het niet diezelfde progressieve, linkse partijen die alle fundamenten van de samenleving (zoals het huwelijk en het gezin) hebben bestreden? Linkse partijen zijn bovendien in Nederland de traditionele vijanden van religies, en zeker van Islam.

De enige reden waarom een moslim op een GroenLinks zou stemmen is – naar analogie van imam van der Ven – dat “griep beter is dan kanker”. Maar deze vergelijking gaat enkel op wanneer je de Partij van de Arbeid als kanker neerzet, en GroenLinks als griep. Dit is hier totaal niet aan de orde. De PvdA en GroenLinks zijn niets meer dan twee cellen van dezelfde ziekte.

Nee, met de huidige politieke partijen is het voor een moslim beter om gewoon helemaal niet te stemmen. Stem je SP, dan stem je tegen Islamitisch onderwijs (en daarmee de toekomst van onze kinderen); stem je GroenLinks, dan stem je tegen zowat alle Islamitische kernprincipes; stem je PvdA, dan stem je voor nog vier jaar paternalisme, om behandeld te worden als koloniaal onderdaan – en de rest, waarschijnlijk behoeft dat geen uitleg.

Misschien is het zelfs wel beter voor moslims om autoritair rechts te stemmen (Trots op Nederland, bijvoorbeeld). Want de beoogde wetten – hoofddoekverbod, handenschudwet – zijn makkelijk te negeren: gewoon je er niet aan houden. Maar de staatsislam die links zal verspreiden via de publieke omroep, op school, gesubsidieerde moskeeën en allerlei andere projecten, daar ontkomen we moeilijker aan.

Stem links, en de derde generatie moslims zal waarschijnlijk de laatste generatie moslims in Nederland zijn. Daarna zullen er slechts ‘Eid-isten’ zijn: de moslimtegenhanger van de moderne christen, voor wie het geloof niet veel meer inhoudt dan het met de mond belijden en zich volproppen met kerst.

Een geloof kan bestaan zonder instituties, een geloofsgemeenschap niet. Moslims hebben geen links paternalisme nodig, maar scholen, vakbonden, media, ziekenhuizen, sportverenigingen, een politieke partij; dát zijn de ware noden van de Islamitische gemeenschap.

Zie ook mijn eerdere stuk naar aanleiding van dit debat: Het Benzakour-debat: Het is nooit goed of het deugt niet

3 comments.

Het ‘Benzakour-debat’ – Het is nooit goed of het deugt niet

Posted on February 13th, 2010 by martijn.
Categories: Multiculti Issues.

C L O S E R » Blog Archive » NRC / Mohammed Benzakour – De PvdA heeft de allochtone achterban verdacht gemaakt

Maar waar van een sociaal-democratische partij verwacht mag worden de misstanden in een sociaal-historische context te kaderen, is het cultuur en religie wat de modieuze klok slaat. Beseft de partij dan niet dat een culturele focus al gauw als excuus werkt voor een racistisch discours daar waar geen andere verklaring geboden wordt dan het enkelvoudige feit dat hier sprake is van mensen van een andere religie en komaf?

Dat is volgens mij de kern van het verwijt van Benzakour aan het adres van de PvdA (zie ook de discussie bij HP/De Tijd en Sargasso). In feite kan die kritiek geleverd worden op alle politieke partijen van dit moment (zie de discussie op DDS). Deze delen allemaal (ik heb het al eerder betoogd, ik weet) twee fundamentele uitgangspunten:
1) De islam is niet van hier (en dus zijn moslims outsiders die ge-integrereerd moeten worden)
2) De islam is een probleem (de versie van islam die toegestaan kan worden is een islam-lite versie met een bescheiden publieke aanwezigheid).
Dat delen alle partijen (incl. de PVV en PvdA). Benzakour schreef het niet zo, maar daar komt zijn betoog toch ook deels op neer. Geen wonder dat er een tegenreactie kwam (zie ook de discussie bij JOOP):
nrc.nl – Opinie – Meneer Benzakour, kijk eens naar ons

De verwijten die Benzakour c.s de PvdA maakt zijn wel erg opportunistisch. De PvdA zou zelfs bijdragen aan een racistisch discours. En dat omdat in onze integratienota zou staan dat culturele misstanden voortaan „keihard worden aangepakt”. Dat citaat is niet alleen verzonnen, het tegenovergestelde is waar. In onze integratienota staat juist: „De afgelopen jaren leek het wel of we alleen de keuze hadden tussen passief tolereren enerzijds en keihard verbieden anderzijds: je accepteerde bepaald gedrag en dan mocht je er eigenlijk niets meer van zeggen of je vond het maar niks en dan moest het ook maar direct hard, keihard, worden aangepakt. Deze onverstandige tweedeling doet afbreuk aan de meest krachtige instrumenten voor emancipatie en integratie: debat en dialoog, onderwijs en ontplooiing.” Dat is waarlijk progressief. Problemen en successen eerlijk onder ogen zien én de handen uit de mouwen steken; voor beter (beroeps-)onderwijs, meer stageplekken en het aanpakken van verloedering en verwaarlozing in de wijken. Dag in dag uit. En dat, meneer Benzakour, doen we dan weer wel keihard.

De PvdA wordt ook verweten de sociaal-historische context van migratie te zijn vergeten. Het tegendeel is waar. Juist de geschiedenis noopt ons om, daar waar we collectief in het verleden steken hebben laten vallen, een inhaalslag te maken.

De PvdA wil dat iedereen mee kan doen.

Veel helderder dan dit kan de ideologie van de PvdA niet verwoord worden en veel helderer de kritiek op het stuk van Benzakour ook niet. Het doet echter weinig af aan het feit dat de PvdA in het islamdebat onze ‘culturele verworvenheden’ (vrijheid van meningsuiting, seksuele vrijheid) op zo’n manier verdedigd tegen de achtergrond van een karikaturale voorstelling van islam en moslims (waar vooral anderen zich aan schuldig maken geholpen door een enkele moslim) dat het resultaat de facto hetzelfde is: een beroep op vrijheden om de ander uit te sluiten op basis van een stereotype beeld. Benzakour heeft het vooral over het Haagse, en in die zin snijdt Vogelaar’s kritiek wel hout:
nrc.nl – Opinie – In de gemeenten zijn nog echte sociaal-democraten

Het gaat op 3 maart om gemeenteraadsverkiezingen. We weten dat de landelijke politiek een grote rol speelt bij het stemgedrag van veel kiezers bij deze lokale verkiezingen. Dat is de tragiek van veel lokale bestuurders en gemeenteraadsleden, ze kunnen het nog zo goed hebben gedaan de afgelopen vier jaar, ze worden gestraft of beloond voor het beleid van hun landelijke partij.

In de periode dat ik minister voor onder andere Integratie was, heb ik juist een enorme kloof geconstateerd tussen de ‘Haagse discussie’ over integratie en de lokale werkelijkheid. Vaak kwam ik wethouders van de PvdA tegen die verzuchtten: ‘Ella, we vinden de wijze waarop je probeert tegenwicht te bieden aan dat hyperige en polariserende Haagse debat rond integratie een verademing. Al dat gedoe over hoofddoeken, boerka’s, handenschudden, gescheiden inburgering scherpt tegenstellingen onnodig aan en werpt ons in onze lokale aanpak gericht op emancipatie van migranten en in onze inzet om de boel een beetje bij elkaar te houden regelmatig terug.’

Maar het doet opnieuw niets af aan het punt van Benzakour. In de recente integratienota kunnen we het volgende het lezen:

De islam is in ons land inmiddels uitgegroeid tot een godsdienst met een omvangrijke aanhang22. Dit te accepteren als een realiteit is voor de sterk geseculariseerde autochtone bevolking niet altijd gemakkelijk. Dat komt onder andere doordat uitingen van het islamitisch geloof vaak veel manifester
zijn dan ‘we‘ de laatste decennia van geloofsgemeenschappen gewend waren. In combinatie met de constante dreiging die wereldwijd uitgaat van gewelddadige radicale stromingen in de islam, ervaren veel burgers de gewijzigde verhoudingen als een aantasting van hun gevoel veilig te zijn. Als mensen dan ook nog eens geconfronteerd worden met crimineel of intimiderend gedrag van groepen jongeren van allochtone afkomst, ontstaan grote spanningen.

En:

In hoeverre zijn mensen geneigd om in hun alledaagse sociale gedrag etnische, culturele en levensbeschouwelijke scheidslijnen te overschrijden?
Aangenomen mag worden dat de drempel daarvoor hoger zal zijn als men zich in de eerste plaats beschouwt als een lid van de eigen groep. Dit komt het meest voor bij Turken. Meer dan de helft van hen voelt zich in de eerste plaats lid van de eigen groep. Van de Marokkanen is dit bij iets minder dan de helft het geval. Van de Surinamers en Antilianen beschouwt een veel kleiner deel zich in de eerste plaats als lid van de eigen groep, respectievelijk 20 en 25 procent.
Voor de toekomstige ontwikkeling van deze vorm van betrokkenheid bij de Nederlandse samenleving is de houding van de tweede generatie relevant. Zoals kan worden verwacht is onder de tweede generatie het aandeel personen dat zich in de eerste plaats lid voelt van de eigen groep beduidend kleiner dan onder de eerste generatie. Toch beschouwt onder de Turken en Marokkanen van de tweede generatie nog ongeveer een derde zich vooral lid van de eigen groep.

In de eerste alinea wordt gemakshalve ‘vergeten’ dat Nederland al eeuwen ervaring heeft met islam; iets waar we overigens weinig van opgestoken hebben en vooral het onderscheid ‘liberale’ en ‘radicale’ islam aan hebben overgehouden. Dat de autochtonen sterk geseculariseerd zijn kan betwijfeld worden wanneer we naar recente onderzoeken kijken, maar in ieder geval wordt hier een schijntegenstelling opgeworpen tussen ‘religieuze moslims’ en ‘geseculariseerde autochtonen’. Moslims komen dus altijd van buiten: een term als Nieuwe Nederlander zal daar weinig aan af doen tot frustratie van met name jongeren (van wie de meesten immers hier geboren zijn). Het tweede fragment is nog een stukje erger, een overheid die zich gaat bemoeien met hoe migranten zich voelen maakt van migratie wel een heel totalitair concept. Tel daarbij op dat het na twee of drie generatie nog steeds gaat om Nieuwe Nederlanders, dan zal duidelijk zijn dat migranten en hun nazaten nooit aan dat totalitaire idee kunnen voldoen ook al gaat het steeds beter in het onderwijs en op de arbeidsmarkt en ook al komen hun opvattingen steeds dichter bij die van autochtonen te liggen. Of allochtone Nederlanders nu progressief moeten gaan stemmen, moet men vooral zelf lekker uitzoeken. Zich wat minder druk maken om integratie zou wel aan te bevelen zijn: Weg met de Integratie.

0 comments.

Het 'Benzakour-debat' – Het is nooit goed of het deugt niet

Posted on February 13th, 2010 by martijn.
Categories: Multiculti Issues.

C L O S E R » Blog Archive » NRC / Mohammed Benzakour – De PvdA heeft de allochtone achterban verdacht gemaakt

Maar waar van een sociaal-democratische partij verwacht mag worden de misstanden in een sociaal-historische context te kaderen, is het cultuur en religie wat de modieuze klok slaat. Beseft de partij dan niet dat een culturele focus al gauw als excuus werkt voor een racistisch discours daar waar geen andere verklaring geboden wordt dan het enkelvoudige feit dat hier sprake is van mensen van een andere religie en komaf?

Dat is volgens mij de kern van het verwijt van Benzakour aan het adres van de PvdA (zie ook de discussie bij HP/De Tijd en Sargasso). In feite kan die kritiek geleverd worden op alle politieke partijen van dit moment (zie de discussie op DDS). Deze delen allemaal (ik heb het al eerder betoogd, ik weet) twee fundamentele uitgangspunten:
1) De islam is niet van hier (en dus zijn moslims outsiders die ge-integrereerd moeten worden)
2) De islam is een probleem (de versie van islam die toegestaan kan worden is een islam-lite versie met een bescheiden publieke aanwezigheid).
Dat delen alle partijen (incl. de PVV en PvdA). Benzakour schreef het niet zo, maar daar komt zijn betoog toch ook deels op neer. Geen wonder dat er een tegenreactie kwam (zie ook de discussie bij JOOP):
nrc.nl – Opinie – Meneer Benzakour, kijk eens naar ons

De verwijten die Benzakour c.s de PvdA maakt zijn wel erg opportunistisch. De PvdA zou zelfs bijdragen aan een racistisch discours. En dat omdat in onze integratienota zou staan dat culturele misstanden voortaan „keihard worden aangepakt”. Dat citaat is niet alleen verzonnen, het tegenovergestelde is waar. In onze integratienota staat juist: „De afgelopen jaren leek het wel of we alleen de keuze hadden tussen passief tolereren enerzijds en keihard verbieden anderzijds: je accepteerde bepaald gedrag en dan mocht je er eigenlijk niets meer van zeggen of je vond het maar niks en dan moest het ook maar direct hard, keihard, worden aangepakt. Deze onverstandige tweedeling doet afbreuk aan de meest krachtige instrumenten voor emancipatie en integratie: debat en dialoog, onderwijs en ontplooiing.” Dat is waarlijk progressief. Problemen en successen eerlijk onder ogen zien én de handen uit de mouwen steken; voor beter (beroeps-)onderwijs, meer stageplekken en het aanpakken van verloedering en verwaarlozing in de wijken. Dag in dag uit. En dat, meneer Benzakour, doen we dan weer wel keihard.

De PvdA wordt ook verweten de sociaal-historische context van migratie te zijn vergeten. Het tegendeel is waar. Juist de geschiedenis noopt ons om, daar waar we collectief in het verleden steken hebben laten vallen, een inhaalslag te maken.

De PvdA wil dat iedereen mee kan doen.

Veel helderder dan dit kan de ideologie van de PvdA niet verwoord worden en veel helderer de kritiek op het stuk van Benzakour ook niet. Het doet echter weinig af aan het feit dat de PvdA in het islamdebat onze ‘culturele verworvenheden’ (vrijheid van meningsuiting, seksuele vrijheid) op zo’n manier verdedigd tegen de achtergrond van een karikaturale voorstelling van islam en moslims (waar vooral anderen zich aan schuldig maken geholpen door een enkele moslim) dat het resultaat de facto hetzelfde is: een beroep op vrijheden om de ander uit te sluiten op basis van een stereotype beeld. Benzakour heeft het vooral over het Haagse, en in die zin snijdt Vogelaar’s kritiek wel hout:
nrc.nl – Opinie – In de gemeenten zijn nog echte sociaal-democraten

Het gaat op 3 maart om gemeenteraadsverkiezingen. We weten dat de landelijke politiek een grote rol speelt bij het stemgedrag van veel kiezers bij deze lokale verkiezingen. Dat is de tragiek van veel lokale bestuurders en gemeenteraadsleden, ze kunnen het nog zo goed hebben gedaan de afgelopen vier jaar, ze worden gestraft of beloond voor het beleid van hun landelijke partij.

In de periode dat ik minister voor onder andere Integratie was, heb ik juist een enorme kloof geconstateerd tussen de ‘Haagse discussie’ over integratie en de lokale werkelijkheid. Vaak kwam ik wethouders van de PvdA tegen die verzuchtten: ‘Ella, we vinden de wijze waarop je probeert tegenwicht te bieden aan dat hyperige en polariserende Haagse debat rond integratie een verademing. Al dat gedoe over hoofddoeken, boerka’s, handenschudden, gescheiden inburgering scherpt tegenstellingen onnodig aan en werpt ons in onze lokale aanpak gericht op emancipatie van migranten en in onze inzet om de boel een beetje bij elkaar te houden regelmatig terug.’

Maar het doet opnieuw niets af aan het punt van Benzakour. In de recente integratienota kunnen we het volgende het lezen:

De islam is in ons land inmiddels uitgegroeid tot een godsdienst met een omvangrijke aanhang22. Dit te accepteren als een realiteit is voor de sterk geseculariseerde autochtone bevolking niet altijd gemakkelijk. Dat komt onder andere doordat uitingen van het islamitisch geloof vaak veel manifester
zijn dan ‘we‘ de laatste decennia van geloofsgemeenschappen gewend waren. In combinatie met de constante dreiging die wereldwijd uitgaat van gewelddadige radicale stromingen in de islam, ervaren veel burgers de gewijzigde verhoudingen als een aantasting van hun gevoel veilig te zijn. Als mensen dan ook nog eens geconfronteerd worden met crimineel of intimiderend gedrag van groepen jongeren van allochtone afkomst, ontstaan grote spanningen.

En:

In hoeverre zijn mensen geneigd om in hun alledaagse sociale gedrag etnische, culturele en levensbeschouwelijke scheidslijnen te overschrijden?
Aangenomen mag worden dat de drempel daarvoor hoger zal zijn als men zich in de eerste plaats beschouwt als een lid van de eigen groep. Dit komt het meest voor bij Turken. Meer dan de helft van hen voelt zich in de eerste plaats lid van de eigen groep. Van de Marokkanen is dit bij iets minder dan de helft het geval. Van de Surinamers en Antilianen beschouwt een veel kleiner deel zich in de eerste plaats als lid van de eigen groep, respectievelijk 20 en 25 procent.
Voor de toekomstige ontwikkeling van deze vorm van betrokkenheid bij de Nederlandse samenleving is de houding van de tweede generatie relevant. Zoals kan worden verwacht is onder de tweede generatie het aandeel personen dat zich in de eerste plaats lid voelt van de eigen groep beduidend kleiner dan onder de eerste generatie. Toch beschouwt onder de Turken en Marokkanen van de tweede generatie nog ongeveer een derde zich vooral lid van de eigen groep.

In de eerste alinea wordt gemakshalve ‘vergeten’ dat Nederland al eeuwen ervaring heeft met islam; iets waar we overigens weinig van opgestoken hebben en vooral het onderscheid ‘liberale’ en ‘radicale’ islam aan hebben overgehouden. Dat de autochtonen sterk geseculariseerd zijn kan betwijfeld worden wanneer we naar recente onderzoeken kijken, maar in ieder geval wordt hier een schijntegenstelling opgeworpen tussen ‘religieuze moslims’ en ‘geseculariseerde autochtonen’. Moslims komen dus altijd van buiten: een term als Nieuwe Nederlander zal daar weinig aan af doen tot frustratie van met name jongeren (van wie de meesten immers hier geboren zijn). Het tweede fragment is nog een stukje erger, een overheid die zich gaat bemoeien met hoe migranten zich voelen maakt van migratie wel een heel totalitair concept. Tel daarbij op dat het na twee of drie generatie nog steeds gaat om Nieuwe Nederlanders, dan zal duidelijk zijn dat migranten en hun nazaten nooit aan dat totalitaire idee kunnen voldoen ook al gaat het steeds beter in het onderwijs en op de arbeidsmarkt en ook al komen hun opvattingen steeds dichter bij die van autochtonen te liggen. Of allochtone Nederlanders nu progressief moeten gaan stemmen, moet men vooral zelf lekker uitzoeken. Zich wat minder druk maken om integratie zou wel aan te bevelen zijn: Weg met de Integratie.

0 comments.

The cultural production of The Muslim – Identity Talk and Homogenizing ‘Us’ and Excluding ‘Them’

Posted on February 13th, 2010 by martijn.
Categories: Multiculti Issues.

Recently, albeit certainly not new, we have seen a new wave of identity debates in Europe. What does it mean to French, German, Dutch or, for that matter, European? During the 1990s with the culturalization of citizenship, migration and integration became increasingly politicized, resulting in a gradual awakening of a public that had been silent or felt unable to speak out on these topics. Throughout the 1990s a paradoxical development occurred in the Netherlands. On the one hand ethnicity and religion became increasingly seen as private matters instead of issues the state has to deal with. At the other hand the limits of religious and cultural difference related to the conditions for social cohesion and integration were questioned in a broad political spectrum ranging from ultra-left to ultra-right, socialist and liberal parties, and religious parties. The private matter became the centre of the public debate. Politicization of the debate took a new turn with Fortuyn in 2001 and 2002 who effectively manipulated already existing frustrations of native citizens on issues concerning migration and integration. He was in particular adamant in defending freedom of speech and sexual freedoms for gays against Islamic traditions. His appearance, and after him Hirsi Ali and Wilders, led to a stronger confrontational style. This was fuelled by dramatic events such as the attacks of 9/11, the murder of Fortuyn in 2002 and in 2004 the murder of Theo van Gogh, (columnist and TV director who often expressed harsh and even foul criticism on Islam), by a Moroccan-Dutch Muslim. Also transgressions of Muslim youth (such as threatening outspoken Islam critics) and Salafi imams (publicly exposed on television) contributed to further politicization.

After 9/11, the focus in the media and in politics on integration shifted almost entirely to Islam and Muslims and their alleged threat to Dutch society . Instead of pacifying Islam, several opinion leaders such as Van Gogh and Hirsi Ali argued for a more confrontational style in the public Islam debate, for example by claiming the right to insult Muslims’ religious convictions and feelings. This so called ‘new realist’ (Prins 2002) discourse, emphasizing the inevitability of problems resulting from cultural difference, became widespread and, in line with the culturalization of citizenship, focuses in particular on sexual freedoms and freedom of speech as typical for Dutch culture. Nowadays the ‘new realist’ discourse with compelling rude and harsh comments on multi-culturalism, Islam and migrants, is part of mainstream political discourse forcing other politicians to engage with it. This led to a growing ’Islamization’ of the public debate about migrants; people from Moroccan or Turkish descent were increasingly categorized as Muslims and the degree of maintaining Islamic beliefs and practices became the standard to measure integration. Islam is not only perceived as the ‘ultimate cultural other’, Islam is also perceived as a cultural system and Muslims, as believers, are constructed as an immutable category. The confrontational style strengthens the paradox of integration since the culture of migrants is denounced in more derogatory ways, putting the burden of adjustment on the migrants who have become more visible as different and therefore not adjusted. Its emphasis on ‘calling problems by name’ in order to have a more compelling pressure on Muslims to assimilate and to reduce cultural and religious diversity, strengthens the perception of unbridgeable cultural differences. Notwithstanding improving rates of participation of Muslims in education and on the labour market, there has been an increased perception of growing cultural differences (Entzinger and Dourleijn 2008; De Koning 2008).

The focus on values is part of a trend emerged in the Netherlands and throughout Europe during 1990s as argued by Stolcke (1995). Stolcke (1995: 7-12), focusing on new rhetoric of exclusion and inclusion based upon cultural essentialism (a rhetoric she calls ‘cultural fundamentalism’) shows how in the process of building nation-states, national belonging and identity are interpreted as cultural singularity.

Europe’s identity crisis yields a lot of debate about the particularities of national identities. Usually this is so superficial and vague that it amounts to nation branding we can find in touristic brochures and websites. It can be seen as an attempt to harmonize or homogenize national policies, values and behaviors of citizens, education, public outlook and so on. Or in other words to impose a particular identity upon one’s citizens by the state. A completely open and free debate about a country’s identity is usually a dead end because people may share particular symbols (the flag, particular freedoms) but do not necessarily share its meanings. More often than not, debates about a shared identity (meant to find a common ground) reveals significant fault lines and turns into more public divisions and controversy than before. The most easiest thing to do then is not to discuss what ‘we’ are but to a find an outsider, discuss what ‘they’ are and make clear that ‘we’ are different from them. While in the Netherlands the time of pillarization (and before) nationalism was in part based upon belonging to a religious or ideological community (and vice versa), now belonging to the Dutch moral community seems to be more and more based upon the idea of a ‘shared culture’ in which sexual freedoms, emancipation of women and the freedom of expression are believed to be the hallmark. It is in particular Muslims who are feared because of the alleged opposition against these freedoms and because of the idea of their strong religiosity.

Internal differences are homogenized (for example by citizens’ handbooks) and cultural identity and sameness become the prerequisite to access to citizenship rights (for example through citizenship courses). With this interpretation of citizenship, the need for migrants to accept a country’s ‘norms and values’ becomes central. Therefore the need to educate and mould migrants into assimilated citizens arises. Migrants should abide by the same ideas of virtuous citizenship and a good life as native Dutch citizens are believed to hold in high regard (see: Tonkens, Hurenkamp, and Duyvendak 2008; Verkaaik 2008; Mepschen 2009). The rhetoric of culture produces a homogenized and idealized vision of the national moral community and exclusion of migrants (Butler 2008). More in particular in produces an image of over-religious Muslims possessed by a religion that is fundamentally at odds with European/Western/Dutch culture and identity; an images that can be conveniently attacked by so-called islam-critics, integration policies and counter-radicalization policies and inter-religious dialogues but that do not necessarily have anything to do with the daily lives of most Muslims as Sunier recently argued in his inaugural lecture.

0 comments.

The cultural production of The Muslim – Identity Talk and Homogenizing 'Us' and Excluding 'Them'

Posted on February 13th, 2010 by martijn.
Categories: Multiculti Issues.

Recently, albeit certainly not new, we have seen a new wave of identity debates in Europe. What does it mean to French, German, Dutch or, for that matter, European? During the 1990s with the culturalization of citizenship, migration and integration became increasingly politicized, resulting in a gradual awakening of a public that had been silent or felt unable to speak out on these topics. Throughout the 1990s a paradoxical development occurred in the Netherlands. On the one hand ethnicity and religion became increasingly seen as private matters instead of issues the state has to deal with. At the other hand the limits of religious and cultural difference related to the conditions for social cohesion and integration were questioned in a broad political spectrum ranging from ultra-left to ultra-right, socialist and liberal parties, and religious parties. The private matter became the centre of the public debate. Politicization of the debate took a new turn with Fortuyn in 2001 and 2002 who effectively manipulated already existing frustrations of native citizens on issues concerning migration and integration. He was in particular adamant in defending freedom of speech and sexual freedoms for gays against Islamic traditions. His appearance, and after him Hirsi Ali and Wilders, led to a stronger confrontational style. This was fuelled by dramatic events such as the attacks of 9/11, the murder of Fortuyn in 2002 and in 2004 the murder of Theo van Gogh, (columnist and TV director who often expressed harsh and even foul criticism on Islam), by a Moroccan-Dutch Muslim. Also transgressions of Muslim youth (such as threatening outspoken Islam critics) and Salafi imams (publicly exposed on television) contributed to further politicization.

After 9/11, the focus in the media and in politics on integration shifted almost entirely to Islam and Muslims and their alleged threat to Dutch society . Instead of pacifying Islam, several opinion leaders such as Van Gogh and Hirsi Ali argued for a more confrontational style in the public Islam debate, for example by claiming the right to insult Muslims’ religious convictions and feelings. This so called ‘new realist’ (Prins 2002) discourse, emphasizing the inevitability of problems resulting from cultural difference, became widespread and, in line with the culturalization of citizenship, focuses in particular on sexual freedoms and freedom of speech as typical for Dutch culture. Nowadays the ‘new realist’ discourse with compelling rude and harsh comments on multi-culturalism, Islam and migrants, is part of mainstream political discourse forcing other politicians to engage with it. This led to a growing ’Islamization’ of the public debate about migrants; people from Moroccan or Turkish descent were increasingly categorized as Muslims and the degree of maintaining Islamic beliefs and practices became the standard to measure integration. Islam is not only perceived as the ‘ultimate cultural other’, Islam is also perceived as a cultural system and Muslims, as believers, are constructed as an immutable category. The confrontational style strengthens the paradox of integration since the culture of migrants is denounced in more derogatory ways, putting the burden of adjustment on the migrants who have become more visible as different and therefore not adjusted. Its emphasis on ‘calling problems by name’ in order to have a more compelling pressure on Muslims to assimilate and to reduce cultural and religious diversity, strengthens the perception of unbridgeable cultural differences. Notwithstanding improving rates of participation of Muslims in education and on the labour market, there has been an increased perception of growing cultural differences (Entzinger and Dourleijn 2008; De Koning 2008).

The focus on values is part of a trend emerged in the Netherlands and throughout Europe during 1990s as argued by Stolcke (1995). Stolcke (1995: 7-12), focusing on new rhetoric of exclusion and inclusion based upon cultural essentialism (a rhetoric she calls ‘cultural fundamentalism’) shows how in the process of building nation-states, national belonging and identity are interpreted as cultural singularity.

Europe’s identity crisis yields a lot of debate about the particularities of national identities. Usually this is so superficial and vague that it amounts to nation branding we can find in touristic brochures and websites. It can be seen as an attempt to harmonize or homogenize national policies, values and behaviors of citizens, education, public outlook and so on. Or in other words to impose a particular identity upon one’s citizens by the state. A completely open and free debate about a country’s identity is usually a dead end because people may share particular symbols (the flag, particular freedoms) but do not necessarily share its meanings. More often than not, debates about a shared identity (meant to find a common ground) reveals significant fault lines and turns into more public divisions and controversy than before. The most easiest thing to do then is not to discuss what ‘we’ are but to a find an outsider, discuss what ‘they’ are and make clear that ‘we’ are different from them. While in the Netherlands the time of pillarization (and before) nationalism was in part based upon belonging to a religious or ideological community (and vice versa), now belonging to the Dutch moral community seems to be more and more based upon the idea of a ‘shared culture’ in which sexual freedoms, emancipation of women and the freedom of expression are believed to be the hallmark. It is in particular Muslims who are feared because of the alleged opposition against these freedoms and because of the idea of their strong religiosity.

Internal differences are homogenized (for example by citizens’ handbooks) and cultural identity and sameness become the prerequisite to access to citizenship rights (for example through citizenship courses). With this interpretation of citizenship, the need for migrants to accept a country’s ‘norms and values’ becomes central. Therefore the need to educate and mould migrants into assimilated citizens arises. Migrants should abide by the same ideas of virtuous citizenship and a good life as native Dutch citizens are believed to hold in high regard (see: Tonkens, Hurenkamp, and Duyvendak 2008; Verkaaik 2008; Mepschen 2009). The rhetoric of culture produces a homogenized and idealized vision of the national moral community and exclusion of migrants (Butler 2008). More in particular in produces an image of over-religious Muslims possessed by a religion that is fundamentally at odds with European/Western/Dutch culture and identity; an images that can be conveniently attacked by so-called islam-critics, integration policies and counter-radicalization policies and inter-religious dialogues but that do not necessarily have anything to do with the daily lives of most Muslims as Sunier recently argued in his inaugural lecture.

0 comments.

NRC / Mohammed Benzakour – De PvdA heeft de allochtone achterban verdacht gemaakt

Posted on February 9th, 2010 by martijn.
Categories: Multiculti Issues.

Dit stuk verscheen eerder in de NRC en is met toestemming van de auteur overgenomen. Zie ook de discussie bij NRC. Met mijn volle instemming:
nrc.nl – Opinie – De PvdA heeft de allochtone achterban verdacht gemaakt

De PvdA heeft de allochtone achterban verdacht gemaakt
Hoe vallen sociaal zwakkeren te verheffen als telkens hun religieuze identiteit wordt gekrenkt?
De PvdA weigert stelling te nemen tegen het rechts-conservatieve populisme. De partij is de allochtone stem zo niet waard. Stem dus progressief.
Door Mohammed Benzakour

Het is rap gegaan. Kortgeleden nog stond Nederland te boek als een van de meest open westerse samenlevingen. De laatste jaren echter zijn de luiken hardhandig dichtgegooid.

De roep om liberaal pluralisme is verworden tot kleffe saamhorigheid, de stimulans tot maatschappelijke participatie is omgeslagen in gedwongen conformisme, en onderwijl zwaait de vox populi de scepter in Den Haag. Zo radicaal als vijftig jaar geleden de overgang werd gemaakt van een kleingeestige, bijbelse natie naar een progressief, vrijzinnig land, zo radicaal is de stemming de laatste jaren teruggedraaid. Illustratief is het feit dat van alle westerse landen Nederland het hoogst scoort (51 procent) in zijn negativiteit jegens moslims – hoger dan Engeland (14 procent) en de Verenigde Staten (22 procent), die beide getroffen zijn door terroristische aanslagen (bron: Pew Research Center).

Aan deze ‘closing of the Dutch mind’ liggen hoofdzakelijk electorale motieven ten grondslag, welke hun wortels vinden in vaak opgeklopte angsten en vijandbeelden. Den Haag en Hilversum, krant en lezer, tv en kijker, website en internetter – er ontspinnen zich riskante wisselwerkingen. Hoe onstuitbaar de Telegrafisering is van de samenleving, werd onlangs nog bekrachtigd door de toetreding van Wakker Nederland en PowNed tot het bestel. Waarom horen we zo weinig weerwoord tegenover de volksmenners van de burgerlijke verongelijktheid?

Neem de recente Den Uyl-lezing. Daarin sprak PvdA-partijleider Wouter Bos dan eindelijk zijn mea culpa uit over de doodlopende koers van de Derde Weg en het inherente marktdenken. Voor dit ontwaken verdient Bos een pluim.

Niettemin liet hij een kans liggen. Waarom niet meteen afgerekend met het rechts-conservatieve populisme dat politiek en debat al zo lang bemorst?

Vergeetachtigheid? Hoe dan ook een fikse misser, zo vlak voor de verkiezingen. Want in het gevecht om ‘de allochtone stem’ – dit is niet de muezzin die bij het ochtendgloren tot het gebed oproept – staat veel op het spel. Tien procent van de stedelingen is van niet-westerse afkomst. In Amsterdam, Rotterdam en Den Haag ligt het percentage zelfs drie keer zo hoog en vormt de jeugd her en der al een forse meerderheid. De allochtone stem is voor de grote partijen van strategisch belang in de slag om de macht in de steden. Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen in 2006 won de PvdA deze slag glorieus, waarmee de sociaal-democraten hun oude machtspositie in de steden heroverden.

Maar reeds de volgende dag kregen het trouwe allochtone electoraat en zijn kandidaten in plaats van een dankbetuiging een koude douche. Toen de winsten geteld waren, haastte Bos zich te excuseren dat de PvdA beslist ‘geen allochtonenpartij’ is en dat de volgende keer meer op ‘kwaliteit’ moest worden gelet.

Een voorbode op wat ging komen. Neem bijvoorbeeld de PvdA integratienota Verdeeld verleden, gedeelde toekomst. Daarin staat dat culturele misstanden voortaan worden benoemd en ‘keihard’ aangepakt. Voorzitter Lilianne Ploumen verklaarde: „De fout die we nooit meer mogen maken, is het inslikken van kritiek op culturen of religies omwille van de tolerantie.” De nota begint met een opsomming van misstanden. „Migranten en hun kinderen vallen vaker uit op school dan oorspronkelijke Nederlanders, ze zijn vaker werkloos, afhankelijk van een uitkering en slachtoffer van geweld achter de voordeur. Sommige groepen zijn vaker betrokken bij criminaliteit en overlast.”

Reële misstanden, zeker. Maar waar van een sociaal-democratische partij verwacht mag worden de misstanden in een sociaal-historische context te kaderen, is het cultuur en religie wat de modieuze klok slaat. Beseft de partij dan niet dat een culturele focus al gauw als excuus werkt voor een racistisch discours daar waar geen andere verklaring geboden wordt dan het enkelvoudige feit dat hier sprake is van mensen van een andere religie en komaf? Hoe dat excuus precies uitwerkt, lezen we dagelijks in de krantenkolommen en zien we aan de polls van de PVV.

Het politiek geweten lijkt ineens vergeten dat begin jaren zestig het bedrijfsleven massaal laaggeschoolde arbeiders uit Turkije en Marokko rekruteerde. Toen hoefden deze ‘gastarbeiders’ niet te integreren, liever niet zelfs. Vanwege de recessie eind jaren zeventig werden deze mensen keurig geloosd in de bijstand, terwijl Nederland in rap tempo in een neoliberale kenniseconomie veranderde waarin niet langer plaats is voor laagopgeleide arbeidskrachten.

Aldus werd een complete generatie migranten eerst binnengehaald, daarna als onbruikbaar materiaal weggestopt in zwarte wijken – en nu zouden dezelfde migranten en hun kroost vanwege hun culture achtergrond schuld dragen voor een vermeend gebrek aan participatie en integratie?

Oud-minister Ella Vogelaar (Integratie) leek dat inzicht nog te hebben, maar bleek voor de PvdA-top een anachronisme. Stapels onderzoeksrapporten uit binnen- en buitenland hebben altijd verklaard waarom laagopgeleide bewoners uit achterstandwijken systematisch oververtegenwoordigd zijn in werkloosheids- en criminaliteitscijfers. Cijfers waarbij – het zal Den Haag verbazen – etniciteit of religie geen of een zéér afgeleide rol speelt.

Hoe vallen sociaal zwakkeren te verheffen als telkens hun religieuze identiteit verdacht wordt gemaakt en, steeds vaker, gekrenkt – onder de vlag, natuurlijk, van ‘vrijheid van meningsuiting’? Alle statistieken wijzen erop dat allochtonen gemiddeld het slechtste onderwijs genieten en gemiddeld in de erbarmelijkste wijken wonen – dáár is werk aan de winkel. Met nieuwbakken etiketten als ‘Nieuwe Nederlanders’ kom je er niet.

Je zou ook kunnen stellen: een land waar het integratiedebat vernauwd is tot een handjevol boerka’s en handenschudweigeraars, een zittende advocaat, een flutfilmpje, een schoolkerstboom en een uit de hand gelopen burenruzie – in zo’n land zit het wel snor met de integratie. En feitelijk is dat ook zo: het is een prestatie van formaat als al binnen twee generaties de contouren zichtbaar zijn van een heuse allochtone middenklasse; ondernemers, nieuwslezers, advocaten, ambtenaren, journalisten, voetballers, promovendi én schrijvers die soms sterker dan hun Nederlandse vakgenoten als erfgenamen optreden van Reve en Couperus.

Provinciaals is daarom ook de Haagse omhelzing van noties als ‘natie’, ‘de nationale cultuur’ en ‘geschiedenis’ als dragers van een ‘samenbindende identiteit’. Dit betoog past prima binnen het soort beschavingsoffensief waarin nauwelijks plek is voor de kosmopolitische, multiculturele realiteit van alledag.

Ineens gaat het lied niet meer over universele waarden en mensenrechten, maar over culturen en nationale waarden in een nogal polariserende wij-zij-constellatie. Een lied waarvan de melodie doorklinkt in ons buitenlandse beleid. Welk gewicht en geloofwaardigheid hebben de volken- en mensenrechten van minister Maxime Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) als ze gedumpt worden als er een bondgenoot in het geding is? We zagen het in de Irak-oorlog, de Afghanistan-oorlog, we zien het dagelijks in het Midden-Oostenconflict; brandhaarden waarvan de ontwrichtende uitwerking tot diep in onze binnensteden voelbaar is, kwesties waarop steeds meer (moslim)burgers hun stemkeuze beoordelen, óók bij lokale verkiezingen.

Er is meer, maar kortgezegd: de knieval die Den Haag (uitzonderingen van enkele moedige Kamerleden, lokale afdelingen en ex-politici daargelaten) heeft gemaakt voor de waan van de onderbuik, heeft ervoor gezorgd dat de tijd dat de allochtone kiezer vanzelfsprekend zijn onderdak vond bij het CDA en, vooral, de PvdA voorbij is. In Slotervaart, bijvoorbeeld, heeft de Marokkaanse gemeenschap al vaker dan drie keer de haan horen kraaien.

Al met al is de tijd aangebroken dat de allochtone (moslim)burger zijn kwantiteit omzet in kwaliteit, door zijn stem te verheffen – in de meest letterlijke zin: stem progressief.

Mede ondertekend door: Miriyam Aouragh, research fellow Oxford University, Ilhan Akel, directeur Nederlands Centrum Buitenlanders, Salima Belhaj, fractievoorzitter/lijsttrekker D66 Rotterdam, Marion Bloem, schrijfster, Brahim Bourzik, Landelijke Beraad Marokkanen, René Danen, voorzitter Nederland Bekent Kleur, Layla Hacena, voorzitter Participatie Team Rotterdam, Peyman Jafari, politicoloog Universiteit van Amsterdam, Chris Keulemans, schrijver, Halim el Madkouri, programmamanager Forum, Mohammed Rabbae, oud-Kamerlid GroenLinks, Wasif Shadid, emeritus hoogleraar interculturele communicatie, Ivan Wolffers, schrijver, arts en hoogleraar VU, Nuweira Youskine, islamologe en journaliste.

2 comments.

Mobiliseren en ridiculiseren van onbehagen – Over kutmarokkanen, haatbaarden en tokkies

Posted on February 7th, 2010 by martijn.
Categories: Blind Horses, Blogosphere, Multiculti Issues, Some personal considerations.

Het is een geliefde bezigheid, het ridiculiseren van aanhangers van islam en van Geert Wilders. Termen als haatbaarden (gereserveerd voor alles wat op radicale moslims lijkt en met Rage Boy als een bijna archetypische verbeelding ervan) en tokkies (meest recent gereserveerd voor aanhangers van Geert Wilders die in beeld kwamen tijdens de eerste dag van het proces tegen hem. Het filmpje was gemaakt door Rutger van Geenstijl onder meer met als doel eens het bloed onder de nagels te halen van het gebruikelijke Geenstijl publiek. Hoe iemand er vervolgens bij komt bij komt om een reportage van Geenstijl ook maar enige journalistieke waarde toe te kennen (net als bij het geknipte en geplakte filmpje over Vogelaar) mag Joost weten, maar feit is wel dat het her en der is opgepikt onder het mom dit zijn nou de typische PVV-stemmers: achterlijke mensen, domme mensen, tokkies, enzovoorts enzovoorts. En inderdaad de mensen in de reportage waren bepaald niet welbespraakt of in ieder geval niet al te fijnzinnig. Wat ze in ieder geval lijken te overtreden is de norm voor gedragingen in het publiek, zoals ook bij sommige moslims gebeurt of kandidaten voor TON. Media-training, zo heb ik gemerkt, behelst ook onder meer dat: het bijschaven (of beschaven)van de communicatie van individuen zodat hij of zij goed overkomt in kranten, tijdschriften en op radio en tv. Goed volgens de normen van ‘ons soort mensen’; meestal blanke, gemiddeld tot hoger opgeleide mannen. Goed de mensen die in beeld kwamen, hadden duidelijk geen media training achter de rug. Degenen die dat wel hadden of echt niet nodig hebben kwamen of niet aan bod voor een interview of zijn er waarschijnlijk uitgeknipt.

Het is makkelijk deze mensen te ridiculiseren (en blijkens de HP/De Tijd undercover reportage over de PVV doen de PVV-ers daar zelf ook flink aan mee) net zoals het ‘haatbaardje’ die zijn ongezouten mening over joden, zionisten en israeliërs (allemaal één pot nat) voor de camera spuwt (maar niet mee doet aan de protestactie). Zowel dit haatbaardje als de tokkies van de PVV zijn uit de hand gelopen vormen van straatinterviews; iets dat een grote vlucht heeft genomen volgens sinds Pim Fortuyn toen ‘we’ erachter kwamen dat het plebs ook serieus genomen moet worden. En het levert natuurlijk vermakelijke filmpjes op, met een duidelijke morele boodschap van de makers: zo moet het dus niet en wij zijn beter dan zij. Het zijn geen filmpjes die een realistisch en representatief beeld moeten geven, maar het zijn filmpjes gericht op effectbejag. Eén van de effecten is dat het tokkie-gehalte van de aanhangers op de één of andere manier Wilders’ PVV aangerekend wordt. Alsof het afbreuk doet aan zijn politieke propaganda. Het filmpje wordt ingezet om een maximaal disassociatie effect te bereiken: met dat publiek wil toch immers geen weldenkend mens ge-associeerd worden (in ieder geval niet openlijk). Eerder willen we net als Peter R. de Vries in het publiek een PVV aanhanger voor schut zetten vanwege zijn, volgens De Vries, domme voorkeur. In feite komt het neer op het buitenspel zetten en niet serieus nemen van een groep mensen omdat ze niet aan onze voorkeur voldoen. Uitsluiting dus, vaak het begin van een heleboel ellende. En niet geheel onwaarschijnlijk gaat hier een behoorlijke hypocrisie achter schuil. Zoals politici zoals Wilders zich vaak opwerpen als verdediger van progressieve waarden, gebruikt men deze om moslims uit te sluiten waar linkse politici dan weer erg veel moeite mee hebben. In het geval van de Tokkies verdedigt men eveneens de tolerantie en het fatsoen tegen deze verwilderde mensen terwijl men in veel gevallen twee fundamentele uitgangspunten deelt: 1. de islam is een godsdienst van buiten (en dus niet van ‘ons’) en 2. de islam is een probleem. Het verschil tussen de ‘fatsoenlijken’ en de ‘tokkies’ is dus niet zo groot als uit de commentaren zou blijken.

We kunnen ze dus maar beter wel serieus nemen, die kutmarokkanen, haatbaarden en ja ook de tokkies. Dat men niet al te intellectueel is, niet al te fijnbespraakt en wellicht ook wat wereldvreemd, neemt nog niet weg dat men ook daadwerkelijk wat te melden heeft. Maar eerlijk is eerlijk, dat plaatst ons dan wel weer voor een lastig punt. In zijn recente boek Hoezo mislukt? – De nuchtere feiten over de integratie in Nederland stelt Frans Verhagen een vraag die mij ook al enige tijd bezighoudt:

‘Als heel Volendam wegens een hekel aan allochtonen op de PVV stemt, terwijl er in het dorp geen allochtoon woont, dan moet het probleem serieus genomen worden. Maar waarom gaat het precies? Dat de Volendammers kennelijk van alles weten over een groep die ze niet kennen?’

In de Volkskrant noemt Anet Bleich dit commentaar in haar lovende bespreking van dit boek ‘van een bevrijdende satire’, maar is dat daadwerkelijk zo bevrijdend? Een ander, eigen, voorbeeld. Als ik een lezing geef in een zaal met nogal wat PVV-stemmers over Fitna, waarin ik de film beeld voor beeld ontleed en per beeld laat zien dat Wilders in deze film liegt, verdraait en verdonkeremaand als het gaan om de Koran-citaten en de krantenknipsels? Niet als mening, maar gewoon ontleed, met bronnen erbij (in het geval van de krantenkoppen de originele berichten). En na afloop komen er twee mensen naar mij toe en die zeggen, ja dat klopt allemaal wat u zegt, alleen toch heeft Geert Wilders gelijk in deze film. Maar wat is dan zijn gelijk? Doet het er eigenlijk wel toe wat hij precies zegt? En wat zeggen deze mensen nu eigenlijk? En waar zijn wij nu eigenlijk helemaal mee bezig?

Natuurlijk is het de schuld van de media. In zijn boek geeft Verhagen een voorbeeld van mijn ervaringen met Pauw en Witteman nadat ik de redactie duidelijk had gemaakt dat de dominante tendens onder de jongeren in mijn Goudse onderzoek niet radicalisering is, maar conflictvermijding:

dat is goed nieuws voor Nederland en goed nieuws voor de moslims, maar daar zitten wij niet op te wachten’.

(Even terzijde, dat is geen reactie op het afnemende belang van geinstitutionaliseerde religie zoals Verhagen en Bleich – in haar bespreking – lijken te suggereren).

Verhagen gaat daarbij verder op een punt dat ik hier ook al gemaakt heb naar aanleiding van dat en andere incidenten: onderzoek naar islam en moslims wordt bekeken binnen vaste kaders die moeten passen binnen het beperkte aantal verhalen dat mogelijk is en binnen een aantal woorden en/of seconden die beschikbaar zijn. Daarbij heeft de journalistiek nog enige verslagleggende, objectieve pretenties terwijl het bij sites als Geenstijl vooral gaat om de infotainment, vorm boven inhoud en boven de (ingewikkelde) realiteit. De verslaglegging over Wilders’ aanhangers lijkt niet veel beter te zijn. Dit is geen afdoende verklaring, bovendien is dit er één van de kip of het ei: gaat de media zo met deze onderwerpen om, omdat het zo scoort of scoort het zo omdat de media zo met deze onderwerpen om gaat? In ieder geval is ook van belang de rol van politieke entrepeneurs zoals Wilders en Peter R. de Vries en Ellian die gebruik kunnen maken van allerlei onbestemde gevoelens van onbehagen en deze kanaliseren in de richting van een (nog te scheppen) duidelijke vijand. En het kenmerk van dergelijke politieke entrepeneurs is dat ze zo fatsoenlijk, verstandig en welbespraakt over komen en dat beeld ook proberen te cultiveren door te wijzen op de onbeschaafdheid van de ander.

4 comments.

Open brief en factsheet 1 kritische islamwetenschappers – ‘Wilders manipuleert Koranteksten’

Posted on February 6th, 2010 by martijn.
Categories: Important Publications, Multiculti Issues.

Via het weblog van Marlies ter Borg

Persbericht

Wilders manipuleert Koranteksten

Suggestief en misleidend.

Dat zeggen vijf experts op het gebied van Koran, Islam en recht over de poging van Wilders om het gewelddadige karakter van de Islam aan te tonen. De PVV voorman hakt Koran verzen in tweeën. Het vreedzame stukje verstopt hij; het bevel voor militairen op het slagveld koppelt hij aan beelden van burger slachtoffers in vredestijd.

Zij richten zich vandaag in een open brief aan de Rechtbank, het Openbaar Ministerie, benadeelde partijen en de advocaat van Wilders.

Wilders roept wel getuigen op; het Openbaar Ministerie niet.
De professoren Leemhuis, Otto, Wiegers en Peters willen met redacteur-filosofe dr. Marlies ter Borg het evenwicht herstellen. Tot aan de rechtszitting in Juli worden een aantal factsheets gepubliceerd, over zogenaamde ‘waarheden van Wilders, (WW) : uitspraken van Wilders opgenomen in de dagvaarding. Vandaag verschijnt het eerste sheet over

WW no. 1 ‘Het zijn de feiten. De Islam is een gewelddadige religie.’

Met een logische analyse van volledige Koran citaten, en gegevens uit andere bronnen wordt aangetoond dat de uitspraak van Wilders over de inherente gewelddadigheid van de Islam indruist tegen in de wetenschap geldende feiten en methoden. Zowel Christenen als Moslims keren zich tegenwoordig af van het verbreiden van hun geloof met het zwaard. Moslims zijn in grote meerderheid tegen terreur, zelf zijn zij veel vaker slachtoffer daarvan dan Westerlingen.

Meer informatie: dr. Marlies ter Borg, auteur Koran en Bijbel in Verhalen

wildersenwetenschap@gmail.com

Open Brief verzonden op 4 Februari aan:
-Rechtbank Arondissementsparket Amsterdam, mr. J.W. Moors (voorzitter), mw. -mr. J.M.J. Lommen- van Alphen, mr. M.M. van der Nat
-Openbaar Ministerie, Mr Paul Velleman, Mr Birgit van Roessel
-E-mail: ap-adam@om.nl
-Nederland Bekent Kleur,René Danen, info@nederlandbekentkleur.nl
-Mr Bram Moszkowicz, moszkowicz.amsterdam@planet.nl

Van -Professor dr. mr. Jan Michiel Otto, Recht en bestuur ontwikkelingslanden , Sharia expert, Directeur van Vollenhove Instituut, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden
-Professor dr. Gerard Wiegers, hoogleraar Religiestudies aan de Faculteit der
Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam (UvA)
-Professor dr. Fred Leemhuis, arabist, emeritus hoogleraar Universiteit Groningen,
vertaler De Koran, Unieboek 2007
-Professor dr. mr. Ruud Peters, Arabische Taal en Cultuur, Sharia expert, UVA
-Dr. Marlies ter Borg, auteur Koran en Bijbel in Verhalen, Unieboek 2007, redacteur

wildersenwetenschap@gmail.com

Waarheidsvinding t.a.v. Islam en Koran, ten behoeve van het proces tegen Wilders

Dames en Heren,
Geert Wilders is een voorstander ‘waarheidsvinding’. Daartoe zal hij een aantal getuigen oproepen, die hem bij de waarheidsvinding t.a.v. Islam en Koran kunnen assisteren. Het Openbaar Ministerie roept geen getuigen op.
Als deskundigen op het terrein van de Koran en de Islam zijn wij gaarne bereid de ‘waarheidsvinding’ in dezen te dienen, door voor de dagvaarding relevante punten naar voren te brengen, gebaseerd op ons wetenschappelijk onderzoek. Wij zullen daarom in de periode tot aan de volgende rechtszitting in Juli U een aantal factsheets sturen, ter toetsing van de belangrijkste uitspraken van Wilders.

De eerste van deze factsheets gaat hierbij. Het behandelt de ‘Waarheid van Wilders’
no. 1 ‘Het zijn de feiten. De islam is een gewelddadige religie.’ dv4
(‘dv’ verwijs telkens naar de betreffende bladzijde van de dagvaarding )

De heer Wilders verwijst, ter onderbouwing van zijn waarheden, nogal eens naar de Koran. Graag brengen wij onze professionele kennis van de Koran in, ter toetsing van zijn uitspraken en wijze van citeren. Wij baseren ons daarbij op de gezaghebbende weergave van Professor F. Leemhuis, (Unieboek 2007, www.bijbelenkoran.nl).

Met de meeste hoogachting, namens alle hooggeleerden hierboven vermeld,
Marlies ter Borg

FACTSHEET no 1 ‘Waarheid van Wilders’

“Het zijn de feiten. De islam is een gewelddadige religie.” dv4
dv= Dagvaarding

dit is onjuist! aldus de Koran en Islam kenners/ rechtskundigen F. Leemhuis,J.M.Otto, G.Wiegers, R. Peters en ter M.L.A. Borg

wildersenwetenschap@gmail.com

Wilders zegt: “Islam betekent onderwerping en bekering van niet-moslims.” “een religie die beoogt anderen te elimineren”. dv 14

Maar in de Koran staat: “In de godsdienst is geen dwang.
” K. 2:256

Wilders zegt: “En de Koran is de Mein Kampf van een religie die anderen beoogt te elimineren …” dv 1-2

Mein Kampf (mijn gevecht) roept zonder meer op tot oorlog.
In de Koran wordt in bepaalde gevallen opgeroepen tot geweld, in andere gevallen tot vrede en verzoening, bijvoorbeeld:

“Jullie zult elkaars bloed niet vergieten.” K.2:84

“God roept op tot de woning van de vrede.” K.10:25

“Maakt God niet tot een beletsel… om… vrede te stichten tussen de mensen.” K.2:224

“Denkt aan Gods genade aan jullie toen jullie vijanden waren en Hij jullie harten tot elkaar bracht en jullie door Zijn genade broeders werden;” K.3:103

Fitna: deskundigen een doorn in het oog

In de film Fitna werden onderstaande citaten gepresenteerd , vergezeld van “beelden van de aanslagen op het World Trade Centre in New York (11/9/2001) , en van de aanslagen door moslimextremisten in Madrid en Londen, met daarbij beelden van slachtoffers.” dv7

Wilders citeert een halve zin uit Soera 47 vers 4
“Wanneer gij een ontmoeting hebt met hen die ongelovig zijn houwt dan in op de nekken en wanneer gij onder hen een bloedbad hebt aangericht bindt hen dan in boeien.” (vertaling onbekend, Theo van Gogh in beeld) dv 8

Wilders suggereert hiermee dat een moslim geroepen is om ook in vredestijd ‘ongelovigen’ te doden. Deze suggestie wordt versterkt door de beelden van aanslagen onder de burgerbevolking in vredestijd. Met het halve citaat komt hij in problemen: de vijand wordt kennelijk eerst gedood om vervolgens in boeien gebonden te worden. Waarom lijken in boeien geslagen moeten worden is niet duidelijk.

Hetzelfde vers, nu volledig luidt:

“En wanneer jullie hen die ongelovig zijn [in de strijd] ontmoeten, slaat hen dan dood, maar wanneer jullie dan de overhand over hen verkregen hebben boeit hen dan stevig vast,
hetzij om hen later als gunst vrij te laten hetzij om hen los te laten kopen, wanneer de lasten van de oorlog zijn afgelegd.” Soera 47 vers 4 Leemhuis:

Uit het volledige citaat blijkt:
1e dat het hier om een oorlog gaat, om het doden van vijandelijke troepen op het slagveld, en niet om een aanslag onder burgers in vredestijd,
2e volgens het Koran citaat moet het doden ophouden zodra meer zodra men militair de overhand heeft .Er is geen sprake van eliminatie van de vijand.
3e de vijand moet vanaf dat moment gevangen genomen worden, om hem na de oorlog vrij te laten.
Dit is in overeenstemming met het moderne internationale oorlogsrecht over krijgsgevangenen.

Soera 8 vers 60 Wilders: “Maak voorbereidingen tegen hen met wat gij kunt aan kracht en paardenvolk om daarmee te terroriseren, te terroriseren Allah’s vijand en Uw vijand.” dv7

Soera 8: 60-61 Leemhuis: “En maakt tegen hen zo goed als jullie kunnen de bewapening en de inzetbare paarden gereed om Gods vijand en jullie vijand daarmee vrees aan te jagen en afgezien van hen anderen die jullie niet kennen, maar die God kent. En wat jullie ook als bijdrage op Gods weg geven, het zal jullie worden vergoed en jullie zal geen onrecht worden aangedaan.
En als zij geneigd zijn tot vrede, wees daar dan ook toe geneigd en stel je vertrouwen op God;”

In de zonder bronvermelding weergegeven vertaling van Wilders staat terroriseren dwz ‘het stelselmatig schrik inboezemen door gewelddaden; door schrikaanjaging en geweld beheersen’. Leemhuis vertaalt ‘vrees aan jagen’ Dat is vergelijkbaar met afschrikken: een beproefde militaire strategie om door middel van wapengekletter, -vertoon van wapens zonder deze daadwerkelijk te gebruiken,- de vijand ertoe te bewegen van geweld af te zien. In de afschrikkingsstrategie worden wapens getoond ter voorkóming van oorlog. Vergelijk de NAVO strategie tegen de Sovjetunie in de Koude Oorlog. De leus van de tot de tanden toe gewapende NAVO was toentertijd ‘Peace is our Profession’. Het heeft gewerkt.

De film Fitna toonde ook het onderstaande citaat:

“Vernietig de ongelovigen en polytheisten, uw (Allah’s) vijanden en de vijanden van de religie. Allah tel ze en dood ze tot aan de laatste toe. En laat er niet één over.” dv 7

Deze zin, zonder bronvermelding, is in strijd met de genoemde Koran citaten in hun volledigheid genomen, die eerder een beheerste dan een ‘totalen Krieg’ beogen; en in strijd met het genoemde Koran citaat “In de godsdienst is geen dwang. 2:256

De vergelijkingen tussen de teksten zoals gepresenteerd door de heer Wilders en de bestaande wetenschappelijke kennis van de inhoud van de Koran, concluderen wij ten eerste dat de conclusie van de heer Wilders niet berust op feiten, maar slechts op een geheel van door hem op onjuiste wijze geconstrueerde ‘feiten’.

In de tweede plaats, rijst een algemenere vraag over de uitspraak van de heer Wilders dat de Islam een gewelddadige religie is. Kan het überhaupt waar zijn dat een religie gewelddadig is?

Religie is een geheel van waarden, normen, en geschriften. Religie wordt gepredikt en aangehangen door mensen. Geweld is een activiteit gepleegd door mensen en groepen mensen, niet door een religie. Een religie als zodanig kan niet gewelddadig zijn, noch vredelievend.

Een religie gewelddadig noemen is een suggestieve manier om een groep mensen, bepaalde gelovigen, gewelddadig te noemen.

Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat men in de Koran, evenals in de Hebreeuwse Bijbel en de Christelijke Bijbel, zowel aansporingen tot geweld als tot vrede kan vinden. Dit kan door iedereen nagegaan worden .

De geschiedenis leert: Islam niet gewelddadiger dan Christendom.

Voor zover bekend zijn kerstening en islamisering wereldwijd deels vrijwillig en deels met geweld geschied; voor zover.., want de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat veel over die geschiedenis helemaal niet bekend is.
Wel is bekend dat er veel meer slachtoffers vielen bij interne conflicten onder Christenen, dan bij de relatief zeldzame oorlogen tussen Christenen en Moslims. Conflicten zoals de Dertigjarige Oorlog cq de oorlog tussen Turkije en Perzië sleepten zich langer voort en kostten meer slachtoffers dan bv. de oorlog tegen de Turken die culmineerde in de slag om Wenen.
De tijd waarin algemeen aanvaard werd dat men het geloof met het zwaard moest verspreiden is voorbij. Dit geldt zowel voor de Islam als voor het Christendom. Extremisten vormen op de algemene consensus een uitzondering.

Terroristen niet representatief voor de Islam

Radicale Islamisten plegen tegenwoordig regelmatig aanslagen en proberen de staatsmacht in Moslim- meerderheid landen te verwerven. Dat laatste lukt hun echter zeer zelden, wat hen rancuneus maakt, en leidt tot nieuwe aanslagen. Van de meeste terroristische aanslagen van Islamisten zijn de slachtoffers zelf Moslim. De overgrote meerderheid van Moslims keurt dit geweld dan ook af .

Er klinken ook vredelievende geluiden uit Islam kringen.

Elke Moslim weet dat het woord ‘islam’ komt van de zelfde stam als het woord ‘salaam’ ( Hebreeuws: ‘shalom’), dat in beide talen ‘vrede’ betekent. In deze geest hebben 138 ( uitgegroeid tot 307) gezaghebbende Moslims, politieke en geestelijke leiders en intellectuelen, in 2007 een open brief geschreven naar hun Christelijke counterparts .

“De toekomst van de wereld hangt af van vrede tussen Moslims en Christenen. De basis voor begrip en vrede bestaat al…de liefde voor God en voor de naaste die in beide religies wordt gepredikt en in zowel de Bijbel en de Koran gevonden kunnen worden.”

Zie ook de reacties her en der op internet:
Maghreb Magazine
Volkskrant
Hans Jansen op Hoeiboei
Contradicere
Hababam
Elsevier

1 comment.