Wikileaks: de VS, Nederlandse moslims en (anti-)radicalisering

Posted on September 10th, 2011 by martijn.
Categories: Activism, International Terrorism, ISIM/RU Research, Murder on theo Van Gogh and related issues, Notes from the Field, Public Islam, Religious and Political Radicalization, Young Muslims.

Na de aanslagen van 11 september stond terrorisme natuurlijk hoog op de politieke agenda. En dan met name terreuraanslagen (mogelijkerwijze) gepleegd door moslims. Na 9/11 werden moslims dan ook nauwgezet gemonitored door de Nederlandse staat zoals blijkt uit een recent vrijgegeven ‘secret cable‘ bij Wikileaks. Het beeld is ontluisterend. (more…)

2 comments.

Niqab en de morele ambities van de PVV

Posted on July 18th, 2011 by martijn.
Categories: Multiculti Issues, Notes from the Field, Public Islam.

Fractie-medewerker van de PVV Sam van Rooij plaatste de volgende video onder de kop ‘Scheveningen anno 2011: kiemen van achterlijkheid‘ op YouTube. Hij zette het filmpje eveneens op zijn Facebookpagina.


In een uitleg op zijn (nu gesloten) Facebook schrijft Van Rooy: ‘Opeens kwam dat tuig langslopen. Dus besloot ik ze maar gelijk te filmen. Of moet ik het normaal vinden dat mijn rust in Scheveningen wordt verpest door dat soort geimporteerde achterlijkheid van de islamtische zandbak?’

Op de vraag op Facebook waarom hij de vrouwen als ‘tuig’ omschrijft, zonder hen te hebben aangesproken, stelt Van Rooy: ‘Wat een onzin dat je mensen niet tuig mag noemen. Mensen die de westerse waarden afwijzen ten faveure van een racistisch, fascistisch en inhumaan systeem als de sharia is gewoon tuig, net als nazi’s en andere fascisten.’

Er is al het nodige over gezegd. Van een apologie voor Van Rooy die stelt dat het (inderdaad niet zo vreemd in het huidige klimaat) best begrijpelijk is dat mensen geraakt worden door een vrouw die gesluierd is tot een regelrechte aanval op ‘extremist‘ Sam van Rooij, tot een steunbetuiging waarin wordt beweerd dat niqabdraagsters eigenlijk de kiemen en de uitingen zijn van een aanstaande sharia en dat dergelijke vrouwen er dus min of meer zelf om vragen tot verontwaardiging.

Over het filmpje en de vrouwen in dat filmpje valt nog wel het een en ander te zeggen. Weten we eigenlijk wel zeker dat deze vrouwen uit Nederland komen? Eén van de dames droeg een hijab in khaliji style zo wist U.N. mij te vertellen en die komt toch echt vooral in de Golfstaten en Saoedi Arabië voor en veel minder hier. De niqab zoals die in filmpje wordt gedragen is ééndelig in tegenstelling tot de niqab die over het algemeen door enkele vrouwen hier wordt gedragen die vaak bestaat uit een losse gezichtssluier. Verder lijken me de niqabdraagsters wat oudere dames, terwijl de meeste Nederlandse niqabdraagsters toch jongere vrouwen zijn. Of deze vrouwen in het filmpje eigenlijk wel uit Nederland kwamen kan dus betwijfeld worden; wellicht waren ze in Scheveningen de toerist aan het uithangen net als Sam de Rooy. Scheveningen is immers een zandbak aan zee met een publiek uit alle windstreken.

Een ander punt, aan de orde gesteld door Bas Paternotte, is de vraag waarom Van Rooy aan de ene kant (volgens de PVV ideologie) de dames wil bevrijden van hun sluier en ze tegelijkertijd gaat lastigvallen? Bevrijding en lastig vallen (wat een zekere drang inhoudt) gaat volgens velen niet goed samen. We raken hier denk aan een specifiek punt wat we ook kunnen zien bij religieuze en linkse groeperingen die een bepaalde missie hebben. De morele ambitie van mensen die hier deel vanuit maken gaat verder dan de eigen persoonlijkheid, maar heeft ook betrekking op de hoop en verwachting die men heeft ten aanzien van anderen uit de eigen kring en daarbuiten. Met andere woorden, een betere wereld mag misschien wel bij jezelf beginnen maar we bereiken niets als anderen ook niet overtuigd raken door ons gelijk. En als anderen niet overtuigd raken, gaan we er alsnog allemaal aan.

Het typische van wat de PVV doet met haar populistische retoriek is dat vaak wat vage, zogenaamde gezond verstand issues (iets is er niet in orde met die niqabs) en morele issues die we instinctief aanvoelen (onvrede, ongemak) in simpele slogans en simpele goed-kwaad tegenstellingen gegoten worden. In dit geval gebeurt dat in een vertoog over islamisering en op een wijze die demoniserend is.

Op die manier kan het vaak wat diffuse en impliciete onbehagen dat mensen hebben op een sterke manier geuit worden en geeft het eigenlijk ook al onmiddellijk een kader aan voor actie en voor oplossing van ‘het probleem’. Dat is ook precies waar de kracht ligt van de PVV ideologie; een naam geven aan vage gevoelens en ideeën die mensen ook daadwerkelijk hebben. Het filmpje is daar een uiting van (in het geval van Sam van Rooy zelf), en tegelijkertijd dus ook een poging het bredere publiek te laten zien dat de dreiging reëel zou zijn.

Niettemin gaat ook de PVV dit type activisme te ver; zowel het lastigvallen van de dames als de uitlatingen (‘tuig’) worden veroordeeld ook al betreurt men dat de vrouwen een niqab dragen. Dat laatste overtuigt mij niet echt; termen als ‘stemvee’ en ‘kopvod’ zijn nou ook niet echt keurig.  Het filmen van de dames is echter wel een vorm van activisme die de PVV totnutoe helemaal niet heeft laten zien; individuele medewerkers van de PVV dienen niet direct te komen aan de persoonlijke levenssfeer van mensen. Klaarblijkelijk strookt dat niet met hun vorm van politiek die toch vooral vooral verbaal en media-gericht is.

Niettemin of het nu dergelijke filmpjes zijn met begeleidend commentaar of de politieke slogans voor de politieke en mediabühne, er zit wel een risico aan. Weliswaar kun je niet stellen dat Wilders met zijn uitlatingen verantwoordelijk is voor de aanvallen op moskeeën of aanvallen op niqabdraagsters, maar we hoeven nu ook weer niet te doen alsof dergelijke gebeurtenissen uit de lucht komen vallen. Stellen dat de ‘andere kant‘ dat ook doet is behalve een drogreden eigenlijk ook hetzelfde als Van Rooy hier doet en ook hetzelfde als iemand die zegt dat een vrouw die verkracht is er om vroeg omdat ze er zo uitdagend bij liep. Uit het rapport (pp. 48-51) van Annelies Moors blijkt tevens dat vrouwen die niqab dragen last hebben van een vijandige, agressieve en soms zelfs gewelddadige bejegening door de omgeving. Door moslims en niet-moslims. Aangezien vrijwel alle politici er voortdurend op hameren toch echt niks te zien in een burqa of niqab en ook veel vertegenwoordigers van islamitische organisaties dat voortdurend benadrukken, kunnen we ons inmiddels toch afvragen wie er eigenlijk let op de veiligheid van deze dames.

PS

U kunt stoppen met vragen hoe ik aan dat filmpje kom. Ik zie geen enkele reden om dat te vertellen.

3 comments.

Making sense of the emotional field

Posted on May 26th, 2011 by martijn.
Categories: anthropology, Method, Notes from the Field.

This is one of those Stories of the Field. And maybe it is about Why I love anthropology as well. I’m not sure.

I often tell people, just let me do my fieldwork and leave me the hell alone. It is in my fieldwork, previously among Moroccan-Dutch Muslim youth in the city of Gouda and now among Salafi Muslims in the Netherlands, where I am most comfortable. But besides the fact that fieldwork is interesting, fun and challenging it is also often cumbersome, exhausting and leaves me with feelings of being a stranger everywhere. I find it remarkable how many accounts of the fieldwork in PhD thesis and articles are often so neat and slick; if one encounters a problem it is solved rationally, explained away rationally or if there is no other option, legitimized rationally. No signs of emotional breakdowns, feelings of alienation, sadness, happiness and joy (except professional joy when there is a breakthrough in the research), boredom and despair. I admit, I am one of these anthropologists who can remain in the field with real people for years without showing any kind of emotional attachment or something like that.

Of course, I am not. Sometimes my fieldwork hits me right back in the face. The first time was years ago. There was this teenage girl who had a lot of problems at home. In my work as youth worker and anthropologist I tried to help her as much as possible. First with her homework and later with her preprarations for a job at a prestigious institution. I must admit, I felt very proud when she made it, proud of her and of myself, even more so when she climbed the ranks very quickly. Until she had an accident that made her disabled for the rest of her life in a very very severe way; I felt nothing but sorry, sadness and even some existential confusion. So there you are, you have all the odds against you, but you still make it and then you end up in a wheelchair for the rest of your life…

The second time happened last year. In 2008 I defended my PhD on Moroccan-Dutch youth and the formation of a Muslim identity. I had already started with my post-doc project on Salafism and one of the persons (lets say M.) who was present at several meetings where I was as well, contacted me to get a copy of the book. M read the book and subsequently send me a list of questions about the book. And these were very good questions, some of them on a more intellectual level but also questions pertaining to M’s own personal experiences. As time past by I felt I was triggered by M’s questions and responses and at the same time felt admiration for M’s ambitions and they way M engaged with others in the often heated debates in webfora and chatrooms; M was strict, kind, serious but with a good sense of humor and one of those persons who had a kind word for everyone.

M was clearly on the path of training trying to become a pious Muslim. M visited courses, lectures, and so on. Of course M was not without personal difficulties and flaws, since no one is, and some people felt M had too much of a public presence given the fact that for some time M ran a popular chatroom (which was gender mixed) and contributed a lot to debates on several webfora. Because of some restrictions M put on our interaction, we usually were very formal in our contacts on the chatroom and both of us kept a distance in our contacts. Nevertheless, although certainly not always agreeing with M on a personal level, I enjoyed the contact with M because it was intellectually challenging, provided me with new insights, ideas and contacts and M’s honesty was admirable and confronting. At the same time M used me as a sounding board for personal experiences and so on.

M was one of the people therefore I grew very fond off during my years of research in a way that is often not possible within all circles of the Salafi movement. Last Summer, I had not heard from M in a while; nothing extraordinary and usually M would contact me again after a while. The only thing I heard now was a good bye message on the internet a few months earlier which I did not know how to interpret then. In this message M asked people to forgive any wrongdoings M might have done or engaged in.

Several months ago I heard the reason behind this message; M knew that it was the last message. When I heard the news about M’s death I was shocked, I was impressed by the dignified way M carried on until the end, I was sad by the fact M was so young and had a difficult exhausting end and I was confused and curious about the inner peace M expressed and seemed to experience towards the final moment.

So where do these emotions leave me as an anthropologist? Or is merely asking this question already a sign that I’m an overstressed workaholic? One person said to me, you are just human so you are sad that is all. Another one said, wow this as a perfect opportunity to explore some dimensions of people’s lives that you could not do earlier. I have problems with both responses. To start with the latter, this is probably the type of response you encounter in most fieldwork reports, PhD thesis and so on. Yes of course, the person was right of course but to me this seems to be rationality to the extremes. The first response is one you may find in the acknowledgements of books and articles, or occasionally a book is dedicated to the deceased; when you work in the field several years and you know some people already for years and even their personal stuff, you should feel sad. If you don’t, you lack the necessary empathy needed for doing sound ethnographic research. But is it really, you are just sad…and that is all? What does it say about my position as an anthropologist? Is it professional to feel really sad about the death of one of your key informants? What does it say about distance and proximity; two key elements in fieldwork? Does experience particular emotions about your informants mean that you have become too close, lost your impartiality and that, instead, you should view the people merely as raw data? Or are emotions also ways of knowing and understanding what is happening in the field as Shane J. Blackman seems to argue? And does it matter if we like or do not like our informants? Or what if one learns to share the same feelings of anger and hatred as Ghassan Hage describes? Or are we just using other people’s experiences and emotions to study our own fears, doubts, and understandings of the world as David Picard in an article at Anthropologies (What is anthropology?) reveals he realized at one point in his career?

In recent years anthropology appears to have a little more interest in emotions and the field. In ‘Emotions in the Field. The Psychology and Anthropology of Fieldwork Experience‘ Davies and Spencer argue for a more sophisticated and reflexive approach of emotions and experiences in order to translate them into meaningful data (see also Emotions in the Field and Relational Anthropology by Dimitrina Spencer). Or as Shweder tells us ‘sometimes dormant or unknown emotional and cognitive structures within oneself are activated through participation. When they are activated, all of a sudden understanding occurs in a far more profound way’ (1997:162) (referred to in an article by Anne Monchamp in a special issue of Anthropological Matters on emotions in the field H/T Lorenz at Antropologi.info). At some point, no matter how unsettling these emotions were at a given point in time, reflecting upon these emotions should lead to a greater understanding of the field. And I think that is true, to some extent. As explained by Andrew Beatty, emotions do not just refer to the experience of being, for example, angry at a person, but emotions define the position of people and what is at stake in a field of interactions. Emotions, as he explains, function as social signs.

One of the aspects of religiosity that I always sort of admired, maybe I even envy the people because personally (at an emotional level) I do not really understand, is the profound feeling of peace people like M have when they are faced with death. It is something that has driven me into the field of religion from the start. In my Salafi circles it appears to be a given that one will show up before God and has to account for oneself. Alas, M’s personal but also public farewell to visitors of a webforum and a chat room. Also, more recently, at a gathering a video was shown of a young Salafi ‘brother’ I had met twice and who was in hospital now, diagnosed with cancer. He was speaking with the interviewer about his faith, the support he sought with God (and somehow found). Most impressive for the audience watching however was, besides the fact that he was so seriously ill, his confidence in God, his confident testimony about it and addressing people in the audience by saying that it is never too late to repent but also you never know when it is your time. It was the last video in a meeting called ‘Your future’ (meaning not one’s future as a husband, wife, careermaker or whatever, but death) and it left many men with tears. It is such events that did not leave me unmoved that has led me to asking the question what does the Salafi movement do, rather than what the Salafi movement is.

But of course this is different from the death of one of the key persons in your research. Still, what struck me in M’s personality is something that has given a profound shape to my research. Yes M was a dedicated participant in the Salafi movement with sometimes rigid views and uncomprimising and not always tolerant practices. M was dedicated to become a pious (in the Salafi sense) Muslim in thought, speech, behaviour and appearances. Sincerity and authenticity in personal faith was of the utmost importance and no compromise should be made. But M, like some others, also introduced me into the negotiations in daily life, the ambivalence and ambiguities of every day Salafi religiosity, into M’s realization that not everything M did was correct according to Salafi interpretations and the doubts that come with that realization. And M introduced me into the peace in the end, realizing that it was ok not to be perfect and that it was now upon God to rule. That is M made me aware once again that there is more to a Salafi Muslim than a person with full-formed moral identity connected with radicalism, fundamentalism or whatever label you want to give it. We often here only about the ideas of moral perfection and the idealized version of Islam, yet like others M remained vulnerable to the ambiguities and ruptures inherent in everyday life and within the Salafi movement. (See for a similar idea Schielke’s article Boredom and Despair in Rural Egypt). And isn’t that something all of us, religious or not, are concerned with? And it is probably why I like anthropology so much and sometimes hate it too. It is probably also a major reason why I was so confused with M’s death because I learned the person behind the internet nickname, behind the kunya and behind the Salafi label. Because M was not raw data but  a real person. A modest person dying at a very young age while trying to make the best out of life but who did not get the chance to pursue the dreams and hopes a lot of us have, but was at peace with that.

Thank you my dear M. “Thanks for all the trouble and charity…hehehe”

You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video

5 comments.

Twitwa 1 – Een impressie van de vierde Bekeerlingendag

Posted on January 11th, 2011 by martijn.
Categories: Notes from the Field, Twitwa.

De twitwa van de week:

@religieuspeil: Aantal Britse bekeerlingen tot islam bijna verdubbeld http://tinyurl.com/2f6an7w

Afgelopen zaterdag vond de vierde nationale Bekeerlingendag plaats georganiseerd door het Landelijk Platform Nieuwe Moslims (LPNM) en Ontdekislam.nl.
You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video
Er stonden verschillende lezingen op het programma van voormalige rappers Mutah Napoleon, Muslim Belal, de Nederlandse prediker Al Khattab, de Amsterdamse jongerenimam Yassin Elforkani en de Britse bekeerling Abdurraheem Green
You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video
Voor mijn onderzoek is zo’n dag altijd interessant. Nieuwe contact leggen, oude contacten verfrissen, kijken wie er zijn, wat er gebeurt, hoe de zaal is ingericht, jezelf ‘onderdompelen’ om de sfeer te proeven enzovoorts. Dat was ook nu weer zo en dat maakte het tot een lange, gezellige en productieve dag. De bijeenkomst vond plaats in een Haags zalencentrum. Er was een plenaire ruimte met een scherm dat de mannen en vrouwen deels van elkaar scheidde. Voor bij het podium was het open en het podium zelf natuurlijk ook. Daarnaast was er een andere zaal voor boekenverkoop en waar je kon eten en drinken; ook deze was gescheiden voor mannen en vrouwen. Ik weet niet precies wat het standpunt is van de organisatoren hierover, maar wel dat het altijd ingewikkeld is. Breng je deze scheiding niet aan dan komen velen niet en krijg je zeker klachten. Breng je de scheiding wel aan krijg je ook klachten (van moslims en niet-moslims). Nu had de organisatie een compromis gevonden waardoor degenen die de scheiding wilden achterin konden zitten en voor wie dat minder een issue was of het afwezen ook konden gaan zitten waar ze wilden.

De sfeer was vriendelijk, gemoedelijk en opgetogen, zeker met de bekeringen die plaatsvonden. Als ik het goed geteld heb 11 bekeringen. Die zult u niet op films van islaam.tv of zo zien denk ik, omdat diverse van hen een bekering eigenlijk als privé-zaak zien. Het moge vreemd lijken dat men dat dan op zo’n dag doet met zoveel publiek, maar ik vermoed dat men toch een onderscheid maakt tussen een publieke bekering in ‘eigen kring’ en een publieke bekering die voor jan en alleman te zien is.

Ik heb met diverse mensen gesproken en bij deze een excuus aan diegenen die met mij wilden spreken maar er niet tussendoor konden komen. Je weet me te vinden. Eén van de personen die ik gesproken heb was Abdurraheem Green over wie van tevoren enige ophef was ontstaan. Ik ken hem al wat langer omdat ik enige tijd geleden veelvuldig contact met hem heb gehad in verband met onderzoek in Engeland (ik ga dit jaar nog een paar keer naar Engeland om daar te spreken met Nederlandse moslims); ik had hem echter nog nooit persoonlijk ontmoet. Het blijft toch altijd weer grappig om iemand die je alleen virtueel kent ook eens ‘in real life’ te ontmoeten.

Opvallend vond ik de lezing van Elkhattab die op zijn kenmerkende manier inging op de uitdagingen van bekeerlingen. Enige jaren geleden tijdens het Nationaal Islam Congres hield ik een lezing en zat ik in een panel van het zogenaamde ‘salafistencongres’. Ik wees er toen op dat veel organisaties bekeringen van autotochtone en andere Nederlanders hartelijk verwelkomen en dat ook breed uitdragen (de daadwerkelijke activiteiten gericht op bekering van niet-moslims zijn overigens in Nederland erg beperkt is mijn indruk), maar vervolgens (na het afleggen van de getuigenis) de desbetreffende persoon toch aan zijn/haar lot overlaten. Dit terwijl met name vrouwelijke bekeerlingen voor nogal wat problemen kunnen komen te staan bijvoorbeeld met hun familie en vrienden. Er zijn voorbeelden bekend van vrouwen die niet meer thuis kunnen wonen om maar eens wat te noemen. Dit terwijl juist het gemeenschapsgevoel onder moslims zo vaak benadrukt wordt:Nationale bekeerlingendag « Suzanne Yakubu

De organisatie hecht grote waarde aan het gemeenschapsgevoel onder de bekeerlingen. Een gemeenschap, een groep, is in het Arabisch Ummah. Nourdeen Wildeman: “Het herinnert eraan dat alle Moslims op aarde één gemeenschap vormen, dat Islam ons bindt, zoals de familieband je verbindt aan je broers en zusters.”

Elkhattab wees daar in zijn lezing ook op en riep moslims op om bekeerlingen te begeleiden en te ondersteunen. Een andere zaak waar steeds meer over gesproken word, is het gebrek aan kadervorming onder (bekeerde) moslims. Enkelen, onder wie de voorzitter van het LPNM Waleed Duisters, hebben een workshop hiervoor bijgewoond bij de Islam Presentation Committee of Kuwait (IPC). Kuwait Times bericht daarover en ook over de Bekeerlingendag. Waleed Duisters stelt in dat artikel:
Dutch Muslims laud IPC for Dawa guidance for European Muslims » Kuwait Times Website

We want to present the real picture that the converts to Islam are not extremists but Muslims just like other Muslims from other countries and that we are just as Dutch as before we converted to Islam,” he said. “Our message to the new converts in the Netherlands is to show that you can be a Muslim as a Dutch person because some right-wing Dutch politicians like Geert Wilders claim that you cannot be a Muslim and a Dutch person,” he stated.

If you look at the people here, they live as Muslims in a democratic country and they don’t have any problems with that,” added the Dutch Muslim activist.

Dit punt is ook gerelateerd aan de missie-activiteiten van moslims. Zoals gesteld zijn die activiteiten naar niet-moslims toe in Nederland niet zo overduidelijk aanwezig. Dat heeft ook te maken met de wijze van missie:
Dutch Muslims laud IPC for Dawa guidance for European Muslims » Kuwait Times Website

“We learnt another form of Dawa not the traditional way but the focus was on akhlaq (character), because the first thing people see in Europe is the behavior of the Muslims,” he said.

We learnt how to improve our akhlaq abut also organizational skills to do so something for the community back home,” said Leonardo who does social work with Muslim youth in Holland.

Het goede voorbeeld geven, goede omgangsvormen hanteren is een veel minder nadrukkelijke manier van de islam propageren en die wellicht ook veel beter past in een seculiere samenleving als de Nederlandse die immers steeds meer moeite lijkt te hebben met een nadrukkelijke aanwezigheid van religie in het openbaar.

Eén van de eeuwige discussiepunten is ook hoeveel moslimbekeerlingen er nu eigenlijk zijn. In Nederland is er ook enig onderzoek verricht naar de, naar schatting 12.000, bekeerlingen en de weg die zij hebben afgelegd om bij de islam uit te komen.In de aanloop naar deze dag was er op Twitter en andere digitale media de nodige discussie te zien over recente Britse onderzoeken die zouden laten zien dat het aantal bekeerlingen in Groot-Brittannië flink stijgt. Het eerste onderzoek is dat Pew Forum, een gerenomeerd instituut. In dat onderzoek verwijst men naar een op handen zijnde publicatie over bekeerlingen. Daar wachten we nog op dus waar de cijfers precies op gebaseerd zijn is onduidelijk. Het tweede rapport, van Faith Matters, is helderder maar dient met de nodige voorzichtigheid (die ik nergens in de Nederlandse berichtgeving heb gezien) betracht te worden. Hier zijn enkele redenen voor:

  • Het rapport is deels gebaseerd op de 2001 Census van Schotland, die men heeft geëxtrapoleerd naar heel Groot-Brittannië. Dat is discutabel aangezien Schotland slechts 2,7% van het aantal moslims in het VK herbergt.
  • Het rapport gaat ook uit van een survey onder moskeeën die rapporteerden gemiddeld 4-5 bekeringen per jaar te hebben. Het probleem hierbij is dat deze survey een non-respons had van 75%; slechts 26 moskeeën antwoordden. Daarbij komt nog dat de cijfers van de moskeeën vaak nogal optimistisch zijn zoals we dat ook zien bij kerken.
  • Nog een probleem voor alle survey’s is de vraag wat nu precies een bekering is. Veel van degenen die zich bekeerden tijdens de bekeerlingendag werden voor hun bekering al met ‘broeder’ of ‘zuster’ aangesproken door andere moslims, maar waren dus volgens de islamitische regels nog geen moslim. Aan de andere kant ook veel geboren moslims (zacht spottend ook wel paplepel-moslims genoemd) ervaren hun ‘verdieping in de islam’ ook als een soort van bekering. Men is van ‘slapende moslim’ tot ‘ontwaakte moslim’ gegaan.

Het Faith Matters rapport ontkent deze problemen overigens niet. Integendeel men benoemt ze heel helder en stelt dan ook dat deze cijfers (die overigens geen verdubbeling betreffen maar een stijging ergens tussen de 50% en 66%) slechts een schatting betreffen en geen hoge betrouwbaarheid hebben. Stephen Tomkins zet deze bezwaren helder uiteen in een artikel in The Guardian. Hij stelt daarbij, en ik ben wel geneigd om daarin mee te gaan, dat als deze cijfers wel kloppen ze eigenlijk niet zo spectaculair zijn voor een religie die nu eenmaal een missionerende strategie heeft; een groei-ratio van 2,5% per jaar is redelijk gematigd. Niettemin worden bekeringen en bekeerlingen toch vaak met de nodige argwaan bekeken. Zeker als men actief is of lijkt te zijn voor organisaties die als bedreigend worden ervaren zoals de Moslim Broederschap en/of wanneer men naar het Midden-Oosten gaat om cursussen te volgen zoals hierboven beschreven. Ik kan niet beoordelen in hoeverre die argwaan terecht is of onterecht is, wel dat ze erg vaak berusten op een ‘guilt by association’ principe; als men deel uitmaakt van hetzelfde netwerk van personen lijkt dat al genoeg te zijn om iemands goede bedoelingen in twijfel te trekken. Daarnaast lijkt het problematiseren van de Moslimbroederschap (deels) ook te berusten op een onbegrip over wat de MB in Europa nu precies is.

Een dag als de Bekeerlingendag, maar denk ook aan het Nationaal Islamcongres, zijn publieke manifestaties van islam in Nederland in een situatie waarin de islam niet heel erg positief wordt belicht en waar argwaan een belangrijke rol speelt, zeker bij publieke evenementen. Als evenementen brengen ze de islam zichtbaar en concreet naar het moslim en niet-moslim publiek toe en zijn ze manieren om de boodschap van islam te verspreiden. Een dergelijke manifestatie is een manier om onderlinge saamhorigheid en zelfbewustzijn te kweken en te voeden en tevens lijken ze me een teken van een groter zelfbewustzijn en een poging om saamhorigheid uit te stralen. Hoewel in de lezingen zelf nauwelijks iets van kritiek op het Nederlandse politieke klimaat te horen was, is de manifestatie ook een vorm van ‘critique through spectacle’. Het opzetten van een dergelijke manifestatie is op zichzelf al een kritiek op de gevestigde orde aangezien men het idee heeft dat de buitenwereld toch vaak negatief kijkt naar islam en moslims terwijl de organisatie juist met een positief beeld naar buiten wil komen. In de publiciteit wordt dit nog eens verder uitgedragen:
You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video
Waar dus de pogingen van moslims om niet-moslims te bekeren tot de islam niet zo publiekelijk aanwezig zijn, lijken de PVV retoriek en de nadruk op moslims en islam die zich moeten aanpassen aan ‘Nederlandse’ normen en waarden, manifestaties als deze een extra betekenis te geven; namelijk als politiek statement ook al is dat misschien niet eens zo bedoeld. Ik hoop in de komende tijd dergelijke manifestaties in Nederland en andere Europese landen (met name Groot-Brittannië) verder te kunnen onderzoeken.

Noot: De burgerschap-serie is afgelopen en afgesloten. Dit jaar wekelijks een al dan niet gezaghebbende uitspraak op Twitter (twitwa) die onder de loep genoemen wordt.

1 comment.

Een wekelijks portie burgerschap 48 – Vriendschap en geloof

Posted on December 2nd, 2010 by martijn.
Categories: Burgerschapserie 2010, Notes from the Field.

Uit de burgerschapskalender:

“Echt aandacht hebben voor een ander is de basis van verantwoordelijk burgerschap”, zegt een deelnemer aan de discussie in Groningen. Een goed voorbeeld zijn de “buddy’s”, maatjes die volwassenen of kinderen met problemen ondersteunen. Mooie gedachte die is voortgekomen uit de buddyprojecten voor aidspatiënten.
1 december Wereld Aids Dag

Onder sommige moslimgroepen zou men het eerder over ‘broederschap’ en ‘zusterschap’ hebben dan over buddy’s. Het is ook niet helemaal hetzelfde, maar de invulling van de begrippen vertoont wel overeenkomsten. Broeders en zusters in het geloof, is een veel voorkomende term waarmee jonge ‘salafisten’ naar elkaar verwijzen op internetfora, chatrooms, tijdens bijeenkomsten in buurthuizen her en der in het land en in moskeeën. Het is ook de term waarmee predikers hen aanspreken tijdens hun lezingen en lessen. Ik zal me hier vooral richten op het eerste. De term broeders en zusters is op diverse manieren te interpreteren, maar ik beperk me hier tot het idee van vriendschap en verwantschap in relatie tot sociale bewegingen. In literatuur over sociale bewegingen of over religieuze bewegingen is het thema vriendschap en verwantschap zeer belangrijk. Er wordt voortdurend verwezen naar vriendschappen die men opdoet in bepaalde bewegingen, dat men naar bepaalde bijeenkomsten gaat samen met vrienden, dat mensen schijnbaar veel sneller geneigd zijn om toe te treden tot bepaalde religieuze bewegingen wanneer zij daarvoor door vrienden benaderd worden. Studies naar de vredesbewegingen laten zien hoe nieuwe leden vooral worden gerekruteerd in kringen waar veel vrienden en verwanten al lid waren. Dergelijke netwerken spelen ook een belangrijke rol in het mobiliseren van de participanten in bewegingen. Onderzoek onder radicaal-rechtse bewegingen in België laat zien dat het lidmaatschap van sociale bewegingen gevoelens van verbondenheid kan oproepen en een basis vormt voor zekerheid, broederschap (of zusterschap), vertrouwen en solidariteit. Daarnaast biedt een netwerk van vrienden en verwanten die al lid zijn van zo’n beweging ook een potentiële bevestiging van de eigen ideeën, waardoor deze plausibeler worden. De netwerken geven eveneens een beloning (in de zin van steun, positieve bevestiging) voor conformisme en bekering.

Ondanks het overduidelijke belang van vriendschappen en verwantschap bij het toetreden tot en actief zijn in een sociale beweging, is er toch relatief weinig onderzoek gedaan naar de ontwikkeling en aard van deze vriendschappen. Mijn uitgangspunt daarbij is vriendschap en het idee dat vriendschappelijke relaties anders van aard zijn dan bijvoorbeeld relaties tussen collega’s, familieleden, met leerkrachten, enzovoorts, zoals antropologisch onderzoek laat zien (anthropology of friendship). Vriendschap bestaat uit informele, niet geïnstitutionaliseerde, persoonlijke banden die ingebed zijn in een breder repertoire aan sociale en culturele praktijken.

Het belang en de invulling van vriendschap kan variëren binnen samenlevingen en groepen en de uitingen van vriendschap zijn dan ook verbonden met lokale en mondiale praktijken en voorstellingen over menselijke relaties. Op basis van recent onderzoek kunnen we zien hoe de Marokkaans-Nederlandse moslimjongeren in de puberteit steeds nadrukkelijker culturele en religieuze verschillen ervaren in vergelijking met autochtone jongeren. Ze proberen daarbij op verschillende manieren hun religieuze identiteit vorm te geven in relatie tot de buitenstaanders. Trees Pels laat zien dat de socialisatie van Marokkaans-Nederlandse jongeren in de peergroup van relatief groot belang is, doordat ze beïnvloedbaarder zijn en sterker gehecht zijn aan vrienden dan autochtone jongeren. De peergroup geeft jongeren de mogelijkheid om te experimenteren en kan een zeer belangrijke steun zijn voor jongeren. Tijdens de puberteit kan men culturele en religieuze verschillen met niet-moslims ‘ontdekken’, bijvoorbeeld het wel of niet drinken van alcohol, uitgaan en relaties tussen jongens en meisjes. Het gaat daarbij niet zozeer om gedrag (er zijn genoeg moslimjongens en -meisjes die uitgaan, alcohol drinken en relaties hebben), maar vooral om de normatieve aspecten van dat gedrag. Zeker voor meisjes geldt dan ten opzichte van niet-moslims dat, zoals ze zelf zeggen, ‘de interesses uit elkaar gaan lopen’. Dit betekent dat door de verschillende verwachtingen die de omgeving heeft van moslimjongeren en niet-moslims en door hun eigen perspectief, jongeren van verschillende etnische en religieuze groepen ook verschillende keuzes maken.

Dit maakt vriendschappen niet onmogelijk, maar schept wel een afstand tussen de verschillende jongerengroepen. Meningsverschillen tussen moslimjongeren en andere jongeren over bijvoorbeeld ‘11 september’ en ‘Geert Wilders’ scherpen de verschillen nog eens aan. Jongeren trekken dan naar elkaar toe en voelen zich gaandeweg meer verbonden met elkaar en soms ook met ‘moslimbroeders’ en ‘moslimzusters’ elders. Wat daarbij ook een rol speelt is dat veel Marokkaans-Nederlandse moslimjongeren gebruik maken van andere informatiebronnen dan veel autochtone niet-moslimjongeren. De Marokkaans-Nederlandse jongeren in mijn onderzoek kijken naast Nederlandse televisie ook naar bijvoorbeeld Al Jazeera en de Marokkaanse televisie. Dirk Oegema heeft enige tijd geleden ook laten zien dat hier sprake is van en/en (zowel Nederlandse als buitenlandse kanalen kijken) in plaats van of/of (het kijken van buitenlandse kanalen ten koste van de Nederlandse). Vooral wanneer op die zenders aandacht besteed wordt aan de kwestie van Israël en de Palestijnen, zijn jongeren geïnteresseerd. De etnische identiteit verdwijnt dan naar de achtergrond doordat moslims met een andere etniciteit (‘Turks’, ‘Somalisch’ of ‘Nederlands’) gezien worden als deel van dezelfde groep. De identificatie met de ummah heeft echter ook etnische kenmerken zoals ik in mijn proefschrift heb laten zien. De ummah is weliswaar niet gebaseerd op een vermeende bloedverwantschap, maar dit wordt gecompenseerd door verwijzingen naar medemoslims als ‘broeders’ en ‘zusters’. De identificatie met de ummah creëert een spirituele, historische en politieke band tussen individuen. De verwijzing naar de ummah wordt gebruikt om een onderscheid te maken met niet-moslims, en tegelijkertijd een gevoel van verbondenheid te creëren. Hiermee vindt ook een vermenging plaats tussen vriendschap en ‘spirituele’ verwantschap. Vriendschap en verbondenheid worden hiermee religieus ingekaderd en hebben niet alleen betrekking op affectieve relaties, maar hebben ook een disciplinerend aspect. We zien dat ook bij het proces waarbij jongeren, tieners, niet voor elkaar onder willen doen in hun religiositeit; een soort van ‘vroomheidcompetitie’ zeg maar. Het disciplinerende aspect van vriendschap zien we ook wanneer men anderen vermanend toespreekt (bijvoorbeeld omdat gesprekken over te gevoelige onderwerpen gaan of te agressief worden). Ook wanneer men anderen wil mobiliseren, worden de termen ‘broeders’ en ‘zusters’ gebruikt. Daarmee wordt als het ware een ‘islamitisch’ repertoire aangeroepen om het gedrag van mensen te veranderen.

Vriendschap speelt dus een belangrijke rol in de toetreding tot, participatie in en mobilisatie van sociale bewegingen. Mensen gaan zelf vriendschappelijke relaties aan en geven die ook zelf inhoud. Zij zoeken daarbij naar een omgeving waarin ze zich welkom voelen. De warme en opgewekte sfeer die op veel islamitische bijeenkomsten heerst (naast de zeer serieuze en ernstige lezingen) draagt daar ook aan bij (wordt door sommigen overigens ook wel als benauwend ervaren). Een individu zal niet snel uit een vriendennetwerk stappen. Deels vanwege de druk zoals in een vroomheidcompetitie of het risico alle vrienden te verliezen, maar juist ook omdat vrienden bij uitstek diegenen zijn van wie men zich iets aan trekt als het gaat om adviezen en commentaren over het eigen gedrag, houding en opvattingen.

En dan tot slot een open deur (maar wat heb je aan open deuren als je ze niet intrapt?), vriendschap hoeft natuurlijk geenszins beperkt te blijven tot relaties binnen etnische of religieuze groepen. Een mooi voorbeeld zien we in de film Arranged waarin een Joodse vrouw en een moslim vrouw, beiden lerares op dezelfde school, ontdekken dat ze vooral veel zaken gemeen hebben; niet in het minst de druk van hun familie om een (ge-arrangeerd) huwelijk aan te gaan.

You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video

1 comment.

MESA – Transnationalism and Religious Authority: Exploring the Salafi Movement

Posted on November 18th, 2010 by martijn.
Categories: ISIM/RU Research, My Research, Notes from the Field.

The Nijmegen research group on Salafism as a Transnational Movement will present itself in a panel at the annual MESA conference in San Diego. We are very pleased that Jocelyne Cesari agreed to be our discussant at this panel.

Our focus in this panel will be on the issue of religious authority. In general we can distinguish three perspectives in the study of transnationalism: one that focuses on the movement of people, goods, information and money between different countries and one that focuses on forms of consciousness, belonging, identity and cultural creation. A third approach takes into account the development of debates and discussions among Muslims about the nature and role of Islam in Europe and North America. Bowen argues that “Islam creates and implies the existence and legitimacy of a global public space of normative reference and debate […].”The transnational character of Islam surfaces in Islam’s history and its universality as well as in its reference to the ummah, the worldwide community of Muslims. This transnational character of Islam is related to the global flows of ideas, references and debates about the role and nature of Islam in Europe and North Africa (Bowen 2004:882-883). Among religious movements of Muslims it has been in particular the Salafi movement that has been able to emerge as a transnational movement in every regard by establishing transnational networks of authority, learning and communication. At the same time in many ways (Salafi) Islam is lived, experienced, and debated at local levels. Moreover it is often in concrete daily life, at a local level, that individuals connect their own local experiences to the larger narratives of a global Islam. Realizing the connection between individual daily experiences and global Islam is usually done by a reference to the global ummah and, especially in the case the second generation Muslim youth in Europe, by the discourse of a ‘return to ‘true’ Islam’ and a search for undisputed authorities on a global and local level. This panel aims to explore how religious knowledge of the Salafi movements is produced and transformed on a local and global level by focusing on the role of religious authorities within the Salafi networks. Papers about localized forms of Salafism in the Middle East and Europe will be presented as well as papers that take transnational authorities as a starting point. The panel will combine anthropology, social movement theory, religious studies and media studies in order to contribute to the ongoing debates about Salafism as a transnational movement.

Bowen, John. 2004. “Beyond Migration: Islam as a Transnational Public Space.” Journal of Ethnic and Migration Studies 30:879-894.
Sponsor: Radboud University Nijmegen, the Netherlands

Presentations:

  • The Transnational vs. the Local: Abu Muhammad al-Maqdisi’s Transnational Religious Authority and the Locally-Inspired Midad al-Suyuf Forum by Joas Wagemakers
  • Transformation of Religious Authority in Kuwait by Zoltan Pall
  • Fields of Authorization – Transnational connections of authority in Salafi networks by Martijn de Koning
  • Authority as Authenticity: Reconstructing Salafi Authority in Dutch and German Chat Rooms and Online Forums by Carmen Becker

Members:

  • Jocelyne Cesari (Harvard University) – Discussant
  • Joas Wagemakers (Radboud University Nijmegen) – Presenter
  • Martijn Koning, De (Radboud University Nijmegen, The Netherlands) – Organizer & Presenter
  • Carmen Becker (Radboud University Nijmegen) – Presenter
  • Zoltan Pall (University of Utrecht) – Presenter

0 comments.

Waarschuwing Gewelddadige Demonstratie Amsterdam

Posted on October 28th, 2010 by martijn.
Categories: Notes from the Field.

UPDATE 29-10-2010: ZIE BENEDEN

Als je aardig in de juiste netwerken zit, krijg je wel eens een kettingmail of een hausse aan emails over hetzelfde onderwerp. Ik heb echter niet vaak zo veel keer dezelfde mail doorgestuurd gekregen (de stand staat nu op 52x). In de mail wordt gewaarschuwd voor de demonstratie van de Dutch Defense League, een zusterorganisatie van de English Defense League. Een link naar het volgende filmpje is bijgevoegd:
You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video
In de mail wordt gewaarschuwd dat de EDL al veel gewelddadige demonstraties op haar naam zou hebben, waarbij er winkels, huizen en auto’s van moslims vernield zouden zijn en moslims (of mensen die daarvoor aangezien zouden zijn) zouden zijn aangevallen. Moslims wordt dan ook geadviseerd confrontaties uit de weg te gaan en in het bijzonder vrouwen wordt geadviseerd om uit de buurt te blijven.

Waarschijnlijk worden hier enkele incidenten samengevoegd. Op 17 juli jl. was er een demonstratie in Dudley. Buiten die demonstratie om werd wellicht een hindoe tempel aangevallen evenals winkels, restaurants, auto’s en huizen. De EDL ontkent dat overigens en stelt dat dit alles gebeurd is door ‘moslims’. De CCTV beelden geven daar geen duidelijkheid over. Dat de EDL-ers ook mensen zouden aanvallen die op moslims zouden lijken, wordt in een reactie op een bericht gesuggereerd, maar ik heb het nergens bevestigd kunnen krijgen. In Leicester op 9 oktober jl. ontstond er een gewelddadig treffen met de lokale zwarte en Brits-Aziatische jeugd nadat een groep EDL participanten uit de demonstratie ging. Wat wel duidelijk is, is dat de EDL aanhangers geen thee-drinkers zijn.
You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video
Er zijn enkele punten op te merken over deze mail en het bijbehorende filmpje.

  1. In de mail en het filmpje worden talloze incidenten genoemd waarvan het nog maar de vraag is of die allemaal met de EDL te maken hebben. Daar zit een zeker risico in, aangezien door al deze incidenten met elkaar in verband te brengen en duidelijk te maken dat ‘De EDL’ nu ook naar Nederland komt, mensen op zijn minst erg zenuwachtig worden. Hetgeen ook wel blijkt door de enorme verspreiding van de mail. Het schept een klimaat van angst en wantrouwen dat zeer ongunstig is.
  2. Dat gezegd hebbende, is het wel helder dat de EDL er erg weinig aan doet om haar imago te verbeteren. Haar demonstraties zijn aantoonbaar opruiend, racistisch, islamofoob, gewelddadig en met bijzonder weinig ontzag voor politie. Als men uit de demonstratie breekt (wat meerdere keren is voorgekomen) dan kan dat grote problemen opleveren. De angst hierboven genoemd, mag dus op basis van de genoemde incidenten in de mail misschien niet altijd gebaseerd zijn op aantoonbare zaken, de feiten liegen er niet om. De associatie van de EDL en in Nederland van de DDL met groepen hooligans (die er is) is op zich al verontrustend genoeg.
  3. Opvallend in de mail en het filmpje is ook de stelling dat moslims niet moeten wachten op de overheid; die zou niets voor hen doen. Met alle kritiek die je op de overheid kunt hebben, lijkt me dat toch onterecht voor zowel de Engelse als Nederlandse staat. Dat neemt niet weg dat dat wel een indruk is die zeer stellig leeft. In Nederland bijvoorbeeld met betrekking tot de moskeebranden, waarvan mensen in de ‘salafistische’ circuits waar ik kom, maar ook daarbuiten, zich afvragen of het iemand eigenlijk wel iets kan schelen dat er moskeeën in de fik vliegen. Een groot deel van de mensen die ik spreek haalt de schouders op over de PVV. Maar men is wel erg geschrokken van de grote steun die de PVV kreeg in de verkiezingen en nog meer van het feit dat de PVV in de gedoogconstructie wel erg dicht het centrum van de macht is genaderd. De indruk bestaat nu dat islamofobie mainstream is geworden en enkelen stellen hun toekomst in Nederland ter discussie. Nu wordt er onder groepen moslims altijd wel gesproken over vertrek uit Nederland (hetzij naar het land van herkomst [van de ouders] of naar een ander ‘islamitisch’ land), maar kenmerk is toch vooral dat de meesten blijven. De gesprekken hierover zijn nu echter zodanig dat men zich afvraagt of het niet verstandig is om toch voorzorgsmaatregelen te nemen tegen een voortijdig vertrek. Een enkeling is ervan overtuigd dat Europa niets zal doen wanneer het op een zuivering aankomt. Dat moge overdreven lijken, misschien is het dat ook, maar dat dergelijke gevoelens leven en uitgesproken worden is veelzeggend. De EDL/DDL demo en de genoemde mail hierover zijn in een klimaat als deze olie op het vuur en beide veroorzaken de nodige onrust en versterken het wantrouwen ten opzichte van de overheid die men ervan verdenkt moslims niet te beschermen. Er zijn ook genoeg mensen die dat niet zo scherp zien of durven te stellen, maar ook daar heerst (voor zover mijn indruk reikt), een verontrust gevoel over de toekomst. En dan is er natuurlijk ook een groep die ook hier de schouders over ophaalt en niet van plan is om zich te laten provoceren. Dat is misschien nog het beste ook aangezien de EDL tactiek om ‘moslims een toontje lager te laten zingen’ er vooral één lijkt te zijn van verbale en fysieke intimidatie.

Dan nog even voor de helderheid:

  • Aanstaande zaterdag is er een demonstratie van de DDL/EDL in Amsterdam. Die vindt niet plaats op het Museumplein, maar is verplaatst naar het Westelijk Havengebied uit veiligheidsoverwegingen.
  • Op het Jonas Daniël Meijerplein vindt een demonstratie plaats van het Platform tegen Vreemdelingenhaat.
  • Geert Wilders distantieert zich van de DDL/EDL demonstratie.

Hier de volledige mail:

Waarschuwing Gewelddadige Demonstratie in Amsterdam

Zaterdag 30 Oktober 2010 zal er een geweldadige demonstratie plaats vinden van de Britse Anti-Islam beweging EDL (English Defence League).

Deze organisatie heeft al vele geweldadige demonstraties gevoerd in Engeland waarbij winkels, huizen en auto’s van Moslims zijn vernield en verbrandt. Mensen die voor Moslim gezien worden, zijn slachtoffers geworden van aanvallen waarbij kledingstukken van vrouwen van hun lichaam zijn afgescheurd en mensen zijn dusdanig mishandeld dat ze in ziekenhuizen zijn beland. Knuppels, messen en allerlei andere voorwerpen worden gebruikt om mensen aan te vallen. Ook gebruiken de leden van EDL bevroren varkensvlees als stenen om op mensen mee te gaan gooien.

Helaas worden zulke demonstraties door de veiligheidsorganen van de overheid niet tegen gehouden. Ook is het onmogelijk om zulke demonstraties te verbieden. De reden hiervoor is dat demonstreren onder vrijheid van meningsuiting valt. En daar tegen zal de regering nooit ingrijpen. Dus de Moslims in Nederland dienen zich te beschermen door juiste maatregelen te nemen.
Advies: Probeer andere Moslims, vrienden en kennissen op de hoogte te brengen van wat er gaat gebeuren. En raad iedereen aan om zoveel mogelijk fysieke confrontatie te vermijden met de demonstranten. Tevens dienen vrouwen niet naar buiten te gaan. Omdat vrouwen met een duidelijk Islamitisch uiterlijk (hijab) worden vaak aangevallen.

Helaas worden de vernielingen en aanvallen van EDL niet in beeld gebracht door de media. Hierdoor zijn mensen vaak geneigd de ernst van deze zaak te onderschatten.

———

AMSTERDAM – Ongeveer vijfhonderd personen zullen volgende week zaterdag een demonstratie van het Platform tegen Vreemdelingenhaat in Amsterdam bijwonen. Dat is althans de verwachting, zo zei een woordvoerster vrijdag.

© NU.nl/Bob van KeulenHet protest is een demonstratie tegen een bijeenkomst van de English Defence League (EDL). Die rechtse, Engelse organisatie is dezelfde dag in Amsterdam om steun te betuigen aan Geert Wilders.

Het Platform tegen Vreemdelingenhaat is niet uit op een confrontatie met de EDL. De tegendemonstratie vindt dan ook plaats op het Jonas Daniel Meijerplein, ver van het Museumplein, waar de EDL bijeen wil komen.
Bij het platform is een groot aantal organisaties aangesloten, waaronder het Landelijk Beraad Marokkanen en Nederland bekent kleur.

Dutch Defence League

Hoeveel personen er naar de demonstratie van de EDL komen, is onduidelijk. Op de Facebook-pagina van de organisatie hebben ruim tweehonderd personen aangegeven aanwezig te zijn. Ongeveer evenveel mensen zeggen misschien te komen. De Dutch Defence League, de Nederlandse zusterorganisatie van de EDL, kon hier vrijdag niets over zeggen.

De Engelse beweging wil met de demonstratie haar steun betuigen aan Geert Wilders. De PVV-leider stond de afgelopen weken terecht op verdenking van onder meer aanzetten tot discriminatie. Naar eigen zeggen is de EDL tegen de radicale islam. Volgens tegenstanders is het een racistische organisatie die onder meer uit voetbalhooligans bestaat.

AntifascistischeActie

Enkele linkse organisaties als de AntifascistischeActie (AFA) hebben opgeroepen om volgende week zaterdag naar het Museumplein te komen om de demonstratie van de EDL te verstoren. Deze oproep staat los van de demonstratie van het Platform tegen Vreemdelingenhaat.

Gemeente, politie en justitie in Amsterdam nemen volgende week een besluit over de eventuele veiligheidsmaatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de demonstraties niet uit de hand lopen. Geert Wilders zelf gaf eerder aan helemaal niets met de EDL te maken te hebben. Hij zei ook dat hij liever ziet dat de demonstratie van de organisatie er niet komt als er ook maar enige kans op geweld is.

doorsturen djazzakoumAllah!!!

UPDATE
Inmiddels blijkt dat in enkele moskeeën tijdens de vrijdagpreek de oproep is gedaan dat mensen moeten wegblijven van deze demonstratie en dat vrouwen beter binnen kunnen blijven. Natuurlijk is het prima om mensen te manen rustig te blijven, maar laten we elkaar ook geen onnodige angst aan jagen.

0 comments.