Nederlands Dagblad
‘Importbruid kan haar koffers gaan pakken’ door Marijn Kramp en Jacqueline Steenwijk Vreemdelingen die zich bij hun partner in Nederland willen voegen hoeven géén inburgeringsexamen in het land van herkomst te doen. Tot dat oordeel kwam de rechtbank van Amsterdam deze week. De uitspraak zal mogelijk leiden tot duizenden nieuwe aanvragen voor een verblijfsvergunning. ,,Of ze die ook krijgen, is nog de vraag.”
DEN HAAG - Een regelrechte blunder. Zo wordt de misser rond de Wet Inburgering Buitenland genoemd. Op grond van die wet moeten vreemdelingen die zich bij hun partner in Nederland willen voegen eerst in hun eigen land een inburgeringscursus volgen. Een plicht die echter nergens in het Vreemdelingenbesluit is terug te vinden. En dat besluit is maatgevend, oordeelde de rechtbank van Amsterdam deze week.
Het Vreemdelingenbesluit is volgens persrechter M. Diemer duidelijk. ,,Om een verblijfsvergunning te krijgen moeten deze vreemdelingen aan acht voorwaarden voldoen. Wie daaraan voldoet, krijgt per definitie een vergunning. Een inburgeringscursus staat niet genoemd als een van die voorwaarden.” En dus mag justitie niemand weigeren omdat die geen inburgeringscursus heeft gevolgd.
,,Iedereen die nu een aanvraag indient én die voldoet aan alle andere voorwaarden, moet een vergunning krijgen. Voor wie moeite heeft met de inburgeringscursus geldt dat dit dan het moment is. Alle bruidjes zouden nu hun koffers moeten pakken”, legt Diemer uit.
De rechterlijke uitspraak werd gedaan in een zaak rond een analfabete Marokkaanse vrouw. De vrouw in kwestie poogt al twee jaar een verblijfsvergunning te krijgen om zich bij haar man te voegen die al lang in Nederland werkt. De inburgeringscursus is een te hoge drempel voor haar, stelt haar advocaat Leo Louwerse. ,,Ze zou eerst in haar moedertaal moeten leren lezen en schrijven voordat ze de Nederlandse inburgeringscursus met goed gevolg kan afleggen.” Met deze uitspraak in de hand hoeft ze dat niet meer.
Profijt
Louwerse voorziet dat vele vreemdelingen profijt kunnen hebben van de uitspraak. Zoals een andere cliënt van hem; een Afghaanse vrouw die zich graag bij haar man wil voegen. ,,Er is in haar land geen plek waar je de inburgeringscursus kan afleggen. In buurland Pakistan ontbreekt dat eveneens. Ze moet naar Iran, China of India voor de taaltoets. Dat is wel heel erg ingewikkeld voor een Afghaanse.”
Mogelijk zullen enkele duizenden vreemdelingen gebruik gaan maken van de lacune in de wet, stelt hoogleraar Vreemdelingenrecht Anton van Kalmthout. ,,Iedereen die zich door die verplichte cursus liet afschrikken, zal nu snel een aanvraag voor een vergunning indienen.” Maar de vraag is volgens hem of ze dat ook echt zullen krijgen.
Aanpassing
,,Als er niets gebeurt, krijgt iedereen inderdaad voortaan ook zonder die cursus een vergunning. Maar ik ga ervan uit dat de overheid dat niet wil. Dus ze zal de wet wel gaan aanpassen. Dat duurt enkele maanden”, legt van Kalmthout uit. ,,In de tussentijd zouden de vergunningen afgegeven moeten worden.”
Justitie kan dat volgens hem omzeilen door in hoger beroep te gaan bij de Raad van State. ,,In afwachting van die beslissing kunnen aanvragen tijdelijk worden opgeschort. Maar de vraag is wel hoe de Raad van State gaat oordelen. Als zij de Amsterdamse rechtbank in het gelijk stelt moet justitie alsnog die vergunningen afgeven.”
En dan is er nog de kwestie van de datum waarop de aangepaste wet ingaat. Moeten aanvragen behandeld worden naar de wet die op het moment van de aanvraag geldt, dus deze wet. Of wordt de wet gehanteerd die geldt op het moment dat de aanvraag wordt afgehandeld, de aangepaste wet? Van Kalmthout: ,,Het zal allemaal uitgezocht moeten worden.”
——–
Daling
De verplichte inburgering in het land van herkomst werd in 2006 ingevoerd.
Vorig jaar volgden 8297 mensen de inburgeringscursus in het buitenland. Van hen haalde 89 procent het examen de eerste keer. Dat jaar deden 12.257 mensen een aanvraag voor een voorlopig verblijf; 33 procent werd afgewezen. In 2006 werd nog 44 procent van de aanvragen afgewezen. Het aantal aanvragen voor gezinshereniging en gezinsvorming daalde de afgelopen jaren fors.
2004 : 29.182
2005 : 21.947
2006 : 14.594
2007 : 12.258
2008 tot en met maart 4.180